direct naar inhoud van 6.3 Toelichting op de artikelen
Plan: Bestemmingsplan Buitengebied
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0014.BP486Buitengebied-vg01

6.3 Toelichting op de artikelen

6.3.1 Artikelsgewijze toelichting

Algemeen

In deze paragraaf is per bestemming beschreven hoe de uitgangspunten en randvoorwaarden uit de voorgaande hoofdstukken in de regels zijn vertaald. Een aantal regelingen komen in meerdere bestemmingen terug omdat ze op meerdere van de onderliggende bestemmingen van toepassing zijn. Nutsleidingen en cultuurhistorie zijn voorbeelden van zaken die de bestemmingen overstijgen. Deze zijn door middel van dubbelbestemmingen of aanduidingen geregeld. De dubbelbestemmingen (zie onder artikel 17 tot en met 21) bevatten regels voor de nutsleiding (gas en hoogspanning).

Voor een tweetal cultuurhistorische zaken zijn aanduidingen opgenomen:

- karakteristieke panden -

Voor bebouwing die (nog) geen monumentale status heeft, maar wel beschermwaardig is, is in het bestemmingsplan de regeling voor karakteristieke panden opgenomen. Deze regeling houdt in dat de bestaande verschijningsvorm is vastgelegd. De bestaande goot- en bouwhoogte en dakhelling zijn in de bouwregels genoemd. In de cultuurwaardenkaart bij deze bestemmingsplantoelichting is een overzicht opgenomen van de karakteristiek panden en is per pand een beschrijving opgenomen.

- cultuurwaarden -

De aanduiding 'cultuurwaarden' is op de cultuurhistorische landschapselementen, zoals voormalige waterlopen, paden en structuren gelegd. In de verschillende bestemmingen waarin deze aanduiding is opgenomen zijn de bijbehorende regels te vinden. Deze komen er op neer dat een aantal activiteiten niet mogen worden uitgevoerd zonder een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden. Op een aantal plaatsen zijn bepaalde ingrepen in het langschap helemaal verboden. Het doel hiervan is om de patronen in het landschap te behouden. Bij deze regels is een koppeling met de cultuurwaardenkaart in de bijlage bij deze bestemmingsplantoelichting gelegd. De cultuurwaardenkaart bevat onder andere beschrijvingen van de landschapselementen. De regeling staat het normaal agrarisch gebruik overigens niet in de weg. Deze kan zonder meer worden voortgezet.

Inleidende regels

De artikelen 1 tot en met 3 bevatten achtereenvolgens de in het plan gebruikte begrippen en hun definitie, de wijze waarop moet worden gemeten en de manier van omgaan met uitmetingsverschillen.

Bestemmingsregels

Artikel 4 Agrarisch

De bestemming Agrarisch is toegekend aan de gronden ten noorden van Westpoort, aan de westzijde van de Aduarderdiepsterweg en aan het merendeel van de gronden tussen de Winschoterweg/Waterhuizen en de A7 aan de oostzijde van het plangebied. Deze gronden zijn als weiland in gebruik en kennen relatief weinig bijzondere natuurlijke, landschappelijke of cultuurhistorische waarden. Binnen deze bestemming worden de aanwezige agrarische bedrijven op de kaart aangeduid met de functieaanduiding 'agrarisch bedrijf' (ab), met daaromheen een bouwgrens: dit zijn de agrarische bouwvlakken, ook wel bouwpercelen genoemd, waarbinnen zich de agrarische bedrijfsbebouwing voor één agrarisch bedrijf met één agrarische bedrijfswoning mag bevinden.

In de planregels zijn bebouwingsregels opgenomen. Zo mag een nieuwe agrarische schuur maximaal een lengte van 75 meter hebben, uit oogpunt van landschappelijke inpasbaarheid. Dit kan, door gebruikmaking van de afwijkingsbevoegdheid, worden opgerekt met 25 meter. De bouw van 'mega-stallen' in het open agrarisch gebied wordt hiermee voorkomen. De goot- en bouwhoogte is eveneens geregeld, ook voor de bedrijfswoningen. Voor de bedrijfswoningen is tevens een maximale oppervlakte van 300 m2 opgenomen, inclusief bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning.

Per bedrijf is, conform het provinciaal beleid, één windmolen met een maximale hoogte van 15 meter toegestaan.

Voor ingrijpende werkzaamheden in het landschap is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden vereist. Voorbeelden hiervan zijn: de aanleg van een nieuwe paardenbak of paardenstapmolen. Voor 'normaal voorkomende agrarische werkzaamheden' is uiteraard geen omgevingsvergunning nodig.

In de bestemming is verder een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor functiewijzigingen van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing naar maximaal twee wooneenheden. Deze mogen uitsluitend in het oorspronkelijke hoofdgebouw, dus niet in de bedrijfsgebouwen, gevestigd worden. Daarnaast kan de bestemming gewijzigd worden naar niet-hinderlijke vormen van bedrijvigheid (tot en met categorie 2 of daarmee vergelijkbare bedrijven) of naar een manege. Ook kan de bestemming worden gewijzigd in de bestemming Natuur. Hiermee kunnen de percelen in het gebied ten oosten van de Noorddijk, die nu nog een uitsluitend agrarische functie hebben, op termijn worden ingericht als natuurgebied.

Voor het vergroten van het agrarisch bouwvlak is binnen deze bestemming een wijziging mogelijk tot maximaal 1,5 ha. In het verleden heeft dit één keer plaatsgevonden, ten behoeve van een agrarisch

bedrijf aan de Winschoterweg.

Artikel 5 Agrarisch met waarden

De bestemming beslaat het merendeel van het plangebied, met name in het gebied rond de Zijlvesterweg, de noordoostelijke punt van het Zerniketerrein en de Koningslaagte. In dit karakteristieke wierdenlandschap bevinden zich de meeste waardevolle objecten en terreinen.

Vandaar dat hier een strenger vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden geldt dan binnen de bestemming 'Agrarisch'. Buiten de agrarische bouwvlakken, die overeenkomstig de methodiek van de bestemming 'Agrarisch' op de kaart zijn aangeduid met (ab), geldt dat voor het aanbrengen van verhardingen, het graven/dempen van sloten en ingrepen die dieper dan 30cm de grond ingaan, een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden nodig is. Bij de toetsing worden de bij het plan behorende cultuurwaardenkaarten gebruikt. Zo zal niet zo gauw een vergunning worden verleend als het een waardevol object (bijvoorbeeld een wierde) betreft.

Bovendien is er een koppeling gelegd met het vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden van de bestemming Waarde - Archeologie 1A en 1B (WR-A1A en -A1B) en Waarde - Archeologie 2 (WR-A2). Dit houdt in dat er een advies nodig is van een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

De bestemming Agrarisch met waarden kent, evenals de bestemming Agrarisch (artikel 4), wijzigingsbevoegdheden, maar vanwege de kwetsbaarheid van het gebied is de vestiging van een manege binnen deze bestemming niet mogelijk.

Verder staat deze bestemming verblijfsrecreatieve voorzieningen toe in bestaande vrijstaande bijgebouwen langs het Pieterpad (de Paddepoelsterweg).

Artikel 6 Bedrijf

De bestemming Bedrijf is toegekend aan de bestaande niet-agrarische bedrijven die in het buitengebied aanwezig zijn, waaronder een autobedrijf aan de Friesestraatweg en een zand- en grindhandel in Waterhuizen. Om de bebouwing is een bouwvlak aangebracht, waarin de bedrijven nog beperkte groeimogelijkheden hebben. Bij een uitbreiding van grotere omvang is verplaatsing gewenst naar een voor dit doel ontwikkeld bedrijventerrein.

Bij recht zijn bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 toegestaan (zie ook paragraaf 5.5.1 en bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten bij de regels. De de nu aanwezige zwaardere bedrijven zijn aangeduid, zodat zich hier bij een bedrijfsbeïndiging geen ander bedrijf uit de hogere categorie kan vestigen.

Bij de bedrijven waarbij een bedrijfswoning voorkomt, zijn deze ter plaatse op de plankaart aangeduid (bw), waarbij sprake mag zijn van hooguit één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven.

Zo zijn bij een groot bedrijfspand aan de Noorddijkerweg (het voormalig KI-station) twee woningen aanwezig. Als er geen aanduiding (bw) aanwezig is, betekent dat dat bij de bedrijfsactiviteit geen woning mag worden gebouwd.

Artikel 7 Bedrijventerrein - Gronddepot

Dit is het terrein van het gronddepot van de Suiker Unie, in het zuidwesten van het plangebied bij de Roderwolderdijk/Koningsdiep. Dit terrein is specifiek voor deze doeleinden bestemd. Andere functies zijn uitgesloten. De planregels van het bestemmingsplan Buitengebied 1998 zijn één op één overgenomen.

Artikel 8 Groen

De bestemming Groen is van toepassing op een aantal groene ruimten die liggen ingeklemd tussen infrastructuur, langs de Noordzeeweg. Aanvankelijk waren deze ruimten onder de verkeersbestemming gebracht, maar op verzoek van een tweetal insprekers op het voorontwerp-bestemmingsplan is hier nu de bestemming Groen op gelegd. Hiermee wordt meer zekerheid geboden dat de ruimten in de toekomst groen blijven.

Artikel 9 Horeca

Het plan buitengebied kent twee percelen met de bestemming Horeca: het chinees restaurant aan de Friesestraatweg en het wokrestaurant Shufu State aan de Noorddijkerweg. Beide vestigingen hebben een (inpandige) bedrijfswoning. Deze zijn op de kaart aangeduid.

Artikel 10 Maatschappelijk

De bestemming Maatschappelijk is toegekend aan de in het gebied voorkomende kerken en molens en andere maatschappelijke functies. Ook Stichting dierenopvangcentrum Groningen aan de Oude Adorperweg en de Buitenplaats Reitdiep van het Groninger Landschap in de Koningslaagte hebben deze bestemming gekregen. De onlangs door de kerk aangekochte boerderij naast de kerk in Noorddijk is eveneens onder de bestemming Maatschappelijk gebracht.

Het bestemmingsplan voorziet er in dat in de gebouwen met deze bestemming ook (kleinschalige) recepties, lezingen en dergelijke mogen worden gehouden; kerken hebben niet meer het krappe jasje van enkel religieuze doeleinden. Voor het kerkje van Leegkerk zijn de door de Stichting Oude Groninger Kerken aangegeven functies mogelijk gemaakt (zie ook paragraaf 7.1).

Op Noorddijkerweg 29 is een tweetal aanduidingen aan de bestemming toegevoegd. Hiermee zijn de bestaande planologische mogelijkheden overgenomen. Naast de woonfunctie kan hier een bedrijfsmatige functie gerealiseerd worden.

De gebouwen binnen deze bestemming zijn over het algemeen bestaande (waardevolle) objecten die als zodanig op de kaart zijn aangeduid en geen uitbreidingsmogelijkheden hebben.

Artikel 11 Natuur

Deze bestemming is van toepassing op de noordwestelijke punt van het plangebied tussen het Aduarderdiep en de Aduarderdiepsterweg, een groot gedeelte in het midden van de Koningslaagte, een groot deel van het plangebied aan de oostzijde van de Noorddijkerweg en aan de zuidkant van het Winschoterdiep. Deze gronden zijn in bezit van verschillende instanties, die hier de bescherming van het gebied en de ontwikkeling van natuur nastreven.

In het westen van het plangebied is de bestemming Natuur op de oostoever van de Zuidwending gelegd. Hiermee komt het beleidsstreven uit de Groenstructuurvisie, om hier een ecologische verbindingszone te realiseren, tot uitdrukking.

In de planregels is bepaald dat in de Koningslaagte de aanleg van nieuw bos niet is toegestaan. Dit is wel het geval in de omgeving van het Bevrijdingsbos aan de Noorddijkerweg. In het Provinciaal Omgevingsplan is dit gebied van de aanduiding 'Recreatie' voorzien.

Binnen deze bestemming komen geen agrarische bouwvlakken voor, er zijn enkele paardenbakken en enkele bestaande stallen en schuurtjes/bergingen aanwezig. Deze zijn van een klein bouwvlak voorzien. Daarbuiten mag geen nieuwe bebouwing worden opgericht.

Artikel 12 Sport

Het betreft hier de ijsbaan langs de noordgrens van de Koningslaagte. De bestemming sluit aan bij het planologisch regime van de gemeente Bedum, omdat de ijsbaan zich gedeeltelijk ook op gronden van deze gemeente bevindt. Er is een bebouwingspercentage van maximaal 5% opgenomen voor het (bestaande) clubgebouw.


Artikel 13 Verkeer

De bestemming Verkeer omvat de bestaande verkeersstructuur in het plangebied. Deze heeft de gebruikelijke verkeersbestemming gekregen. Het bestemmingsplan voorziet niet in de aanleg van wegen, alleen de mogelijke aanleg van voetpaden en de verbetering/verbreding van de fietspaden (in het kader van het Superfietspadenplan om het woon-werkverkeer naar de stad vanuit de regio te stimuleren).

Artikel 14 Verkeer-spoorweg

Deze bestemming is toegekend aan de bestaande spoorlijn in de Koningslaagte, waarin de spoorwegverbreding waarvoor in 2000 een wijzigingsplan is gemaakt, is opgenomen.

Artikel 15 Water

De bestemming Water komt in dit bestemmingsplan weinig voor. Dit komt omdat de bestaande waterwegen deel uitmaken van het bestemmingsplan Openbaar Vaarwater.

De bestaande watergangen en waterlopen in het plangebied maken over het algemeen deel uit van de onderliggende bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden of Natuur. Alleen de waterpartijen aan de westzijde van de Noorddijkerweg hebben de bestemming Water gekregen.

Artikel 16 Wonen

De aanwezige woningen in het plangebied zijn geïnventariseerd en van een bouwvlak voorzien. Dit bouwvlak is over het algemeen ruim om de woning getrokken, zodat de hoofdgebouwen in beperkte mate kunnen uitbreiden. De toegestane goot- en bouwhoogtes zijn afgestemd op de feitelijke situatie.

De bouw van nieuwe woningen is niet toegestaan: het wonen beperkt zich tot de daarvoor aangegeven locaties. Op het 'woonperceel' mag slechts één woning aanwezig zijn. Als er meerdere woningen aanwezig zijn, zoals het rijtje woningen langs de Friesestraatweg in de noordwesthoek van het plangebied, is dit aantal op de kaart aangeduid. Op grond van artikel 16, lid 7 onder b kan een voormalige boerderij worden verbouwd tot twee wooneenheden. Hiervoor is een wijzigingsbevoegdheid van het college vereist.

Verder staat deze bestemming verblijfsrecreatieve voorzieningen toe in bestaande (vrijstaande) bijgebouwen langs het Pieterpad (de Paddepoelsterweg).

Regeling voor bijbehorende bouwwerken

Voor de bouwmogelijkheden is het van belang op welk gedeelte van het erf gebouwd wordt. Bijbehorende bouwwerken zijn (bij recht) uitsluitend toegestaan op het achtererfgebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP486Buitengebied-vg01_0021.jpg"
Voorerfgebied en achtererfgebied


Aangebouwde bijbehorende bouwwerken zijn (bij recht) toegestaan, mits zij:

  • maximaal 4 meter hoog zijn, en;
  • maximaal 5 meter diep zijn, gemeten vanuit (het verlengde van) de achtergevel.

afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP486Buitengebied-vg01_0022.jpg"
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken


Vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan tot een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,50 en 5 meter. Indien de zij- of achtererfgrens grenst aan het openbaar toegankelijk gebied moeten bijbehorende bouwwerken minimaal 1 meter uit deze zij- en/of achtererfgrens worden geplaatst.

afbeelding "i_NL.IMRO.0014.BP486Buitengebied-vg01_0023.jpg"
Ligging aan het openbaar toegankelijk gebied


Voor alle bijbehorende bouwwerken op het achtererfgebied tezamen, inclusief bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt dat het achtererfgebied voor maximaal 50% mag worden bebouwd tot een maximale oppervlakte van 60 m². Door gebruikmaking van de afwijkingsbevoegdheid uit lid 16.4.1 kan hier maximaal 100 m² van gemaakt worden.

Artikel 17 Leiding-gas en artikel 18 Leiding-hoogspanningsverbinding

Voor een tweetal te beschermen functies zijn dubbelbestemmingen toegevoegd. Deze bestemmingen hebben betrekking op een gasleiding en een bovengrondse hoogspanningsleiding die door het gebied lopen. Door middel van de dubbelbestemming wordt het functioneren van de leidingen gewaarborgd. In een zone langs de leidingen mag niet worden gebouwd.

Artikel 19, 20 en 21 Waarde - Archeologie 1A, 1B en 2

In het bestemmingsplan Buitengebied zijn drie archeologische dubbelbestemmingen opgenomen: de bestemming Waarde - Archeologisch 1a en 1b betreffen de terreinen waarvan bekend is dat er archeologische resten aanwezig zijn. Het gaat hierbij voornamelijk om (on)bebouwde huiswierden of (verlaten) verhoogde boerenplaatsen. Ingrepen in deze terreinen verstoren vrijwel zeker archeologische waarden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden is daarom een omgevingsvergunning vereist. Van een aantal wierden is in de provinciale verordening aangeven dat bepaalde werkzaamheden helemaal uitgesloten, dus verboden, moeten worden. Daarom is het onderscheid 1a en 1b is aangebracht. De wierden waarvoor een extra verbod op het diepploegen, egaliseren en afschuiven van wierden geldt, zijn van de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1B voorzien.

De bestemming Waarde - Archeologisch 2 betreft de zones met een hoge archeologische verwachting. In deze zones kunnen zich (nog niet ontdekte) vindplaatsen bevinden. Het gaat hierbij voornamelijk om het kweldergebied, het gebied rond Noorddijk en aan weerszijden van de Winschoterweg.

Aan de dubbelbestemmingen zijn bouwregels en een vergunningstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden gekoppeld, die de archeologische waarden beschermen. Voor de terreinen die bebouwd zijn, of die via het bestemmingsplan bebouwingsmogelijkheden hebben is een vrijstelling van 50 m² oppervlakte opgenomen. De gebieden die mede bestemd zijn als Waarde - Archeologisch 2 hebben een vrijstelling van 200 m² oppervlakte en 30 cm diepte. Archeologische resten kunnen zich hier namelijk zeer dicht onder het maaiveld bevinden. De vrijstelling van 200 m² is gebaseerd op de aard van de vindplaatsen. Een ingreep in de bodem met een oppervlakte van meer 200 m² zou een potentiële vindplaats al compleet kunnen vernietigen.


Algemene regels

Artikel 22

Dit artikel bevat de anti-dubbeltelbepaling. De redactie is conform artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze bepaling is ervoor om te voorkomen dat dezelfde grond meer dan eens betrokken wordt in een omgevingsvergunningtoets en daarmee meer gebouwd kan worden dan is toegestaan.

Artikel 23

In dit artikel wordt geregeld dat de aanvullende stedenbouwkundige bepalingen uit de Groninger Bouwverordening niet van toepassing zijn. Hetgeen het bestemmingsplan regelt gaat vóór datgene wat op dit gebied door de Bouwverordening wordt geregeld. Daarop is echter op een vijftal punten, die in dit artikel zijn genoemd, een uitzondering gemaakt. Het belangrijkste hierbij is onderdeel d., waarmee de Nota Parkeernormen van de gemeente Groningen voor dit bestemmingsplan van toepassing wordt verklaard.

Artikel 24

Dit artikel bevat een tweetal bijzondere aanduidingen: de geluidzone-industrielawaai en de vrijwaringszone-molenbiotoop. De eerste is opgenomen om uit te sluiten dat er nieuwe milieugevoelige bebouwing wordt opgericht in gebieden die binnen de invloedssfeer van industrieterreinen liggen. Het gaat om de zones Groningen Zuid Oost en Groningen West Hoogkerk. Deze industrieterreinen zijn gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder (zie ook paragraaf 5.5.1).

Rond de in het buitengebied voorkomende molens is een vrijwaringszone van 100 meter van kracht, de zogeheten molenbiotoop. Ten behoeve van voldoende windvang van de molen mag in deze zone geen bebouwing of hoogopgaande beplanting worden aangebracht.

Artikel 25

Dit artikel bevat enkele afwijkingsbevoegdheden, die op alle bestemmingen in het plangebied van toepassing zijn. De bedoeling van de bepaling is om relatief kleine afwijkingen van het bestemmingsplan toe te staan, zowel qua omvang als qua functie.

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 26

Dit artikel regelt het overgangsrecht. De redactie is conform de artikelen 3.2.1 en 3.2.2 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Artikel 27

Dit artikel bevat de zogenaamde slotregel, die bedoeld is voor een eenduidige vastlegging van de naam van het bestemmingsplan.

6.3.2 Toelichting regeling van vrije beroepsactiviteiten en bedrijfsmatige activiteiten in en bij woningen

De begrippen aan huis verbonden beroep en vrij beroep worden vaak, en ook hier, synoniem gebruikt. Het voorliggend bestemmingsplan biedt de mogelijkheid aan huis verbonden beroepen -met behoud van de woonfunctie- uit te oefenen in een woning en de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken.

In het algemeen is het verboden om, indien aan gronden en bouwwerken een woonbestemming of -functie is gegeven, deze te gebruiken op een wijze of tot een doel in strijd met de woonbestemming. Een ander gebruik dan wonen is niet toegestaan. In de jurisprudentie is echter bepaald dat het vestigen van een vrij beroep niet in strijd is met de woonbestemming, tenzij het bestemmingsplan het tegendeel bepaalt en het beroep door de bewoner van het pand wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en de uitoefening van het beroep een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is. Het gaat veelal om een eenpersoonsberoep.

Op grond van de definitie van aan huis verbonden beroepen in dit bestemmingsplan zijn de betreffende activiteiten (onder voorwaarden, zie hierna) in overeenstemming met de functie wonen. Voor dergelijke activiteiten in een woning en/ of de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken is geen afwijking bij een omgevingsvergunning nodig.

Of een bepaald gebruik in overeenstemming is met de functie woondoeleinden wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

a. de aard van het gebruik

b. de omvang van het gebruik

c. de intensiteit van het gebruik

Ad a. Bij de 'aard' van het gebruik kan men denken aan een beroep welke naar zijn aard (ernstige) hinder voor zijn omgeving oplevert, of welke naar zijn aard grote verkeersproblemen zal opleveren. Het gebruik mag immers geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer. Het mag evenmin een onevenredige parkeerdruk veroorzaken.

Ad b. Bij de 'omvang' van het gebruik is relevant of het gebruik meerdere ruimten of gebouwen in beslag neemt, welk gedeelte van het gebouw door het gebruik in beslag wordt genomen, hoeveel vierkante meter het gebruik in beslag neemt.

Ad c. Bij de 'intensiteit' van het gebruik kan worden gedacht aan frequent of incidenteel gebruik.

Als nu blijkt dat het gebruik aldus een uitstraling heeft welke niet te rijmen valt met de gelegde woonbestemming, dan is het gebruik strijdig met de woonbestemming (zie ARRvS, AB 1993/163).

Onder een 'vrije beroepsbeoefenaar' wordt verstaan: 'iemand die wordt gevraagd om zijn individuele, persoonlijke kwaliteiten, die in het algemeen op artistiek of academisch/HBO-niveau liggen'. In de praktijk is het onderscheid moeilijk aan te geven. Bij vrije beroepen valt te denken aan: advocaat, accountant-administratieconsulent, alternatieve genezer, belastingconsulent, bouwkundig architect, dierenarts, fysiotherapeut, gerechtsdeurwaarder, huidtherapeut, huisarts, interieurarchitect, juridisch adviseur, kunstenaar,logopedist, makelaar, medisch specialist, notaris, oefentherapeut, Cesar/Mensendieck, organisatieadviseur, orthopedagoog, psycholoog, raadgevend adviseur, redacteur, registeraccountant, stedenbouwkundige, tandarts, tandarts-specialist, (al dan niet beëdigd) tolkvertaler, tuin- en landschapsarchitect, verloskundige.

Aan huis verbonden beroepen in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk

Voor het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een aan huis verbonden beroep is het nodig om bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan. Hiertoe is een bevoegdheid voor burgemeester en wethouders opgenomen in lid 16.4.

Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

Overige activiteiten, die niet vallen onder de aan huis verbonden beroepen, maar in bepaalde gevallen wel daarmee gelijk te stellen zijn, worden aangemerkt als beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteiten, die niet rechtstreeks passen binnen de woonbestemming. Zij zijn daarom niet bij recht toegestaan in dit plan. Wel is het mogelijk voor deze activiteiten bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bestemmingsplan (zie lid 16.6, voor zover voorkomend op de bij dit plan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten wonen-werken (bijlage 2).