| Plan: | Padbroek, Integraal Kindcentrum Padbroek |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1684.10BPikcpadbroek-VA02 |
Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan 'Padbroek, Integraal Kindcentrum Padbroek' van de gemeente Cuijk, hierna genoemd 'het bestemmingsplan'.
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen door middel van kleuren en aanduidingen weergegeven en nader gedifferentieerd. De regels en de verbeelding regelen de wijze waarop de gronden binnen de bestemmingen gebruikt en bebouwd mogen worden. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening dient een toelichting in ieder geval informatie te geven over:
De initiatiefnemers zijn Optimus primair onderwijs, Stichting Invitare openbaar onderwijs en Spring Kinderopvang. De gemeente Cuijk is belanghebbende als grondeigenaar van de betrokken openbare ruimte en als financier.
De gemeente Cuijk en twee basisscholen in de wijk Padbroek - De Zevensprong en Harlekijn - hebben in 2012 de wens geuit om in de wijk een nieuw integraal kindcentrum / brede school te realiseren op de locatie van basisschool De Zevensprong. Onderdeel van het initiatief is de bouw van een nieuwe gymzaal en het bieden van ruimte voor kinderdagopvang, peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang. Het realiseren van dit Integraal Kindcentrum (hierna: IKC) is van structurele betekenis voor de wijk Padbroek. Om de gymzaal zo goed mogelijk te gebruiken, zal deze buiten schooltijden ook gebruikt mogen worden voor recreatieve sportactiviteiten.
Voor de locatie vigeert de bestemming 'Maatschappelijke doeleinden'. In principe past een IKC daarin. Binnen de bestemming is echter een gedetailleerd bouwvlak opgenomen, hetgeen een optimale nieuwbouw belemmert. Voorts is de vigerende goothoogteregeling onduidelijk en vragen het verkeer en parkeren ruimte waarin het vigerende bestemmingsplan niet voorziet. Ten slotte is het gebruik van de gymzaal voor andere dan educatieve activiteiten niet toegestaan.
Een en ander is reden om een herziening van het bestemmingsplan in procedure te brengen.
Het doel van deze herziening is het bieden van een actueel bestemmingsplan conform de Wet ruimtelijke ordening, op basis waarvan omgevingsvergunningen voor het bouwen en voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden kunnen worden verleend.
Onderstaande afbeelding geeft de topografische ligging weer. Het plangebied ligt in het noordelijke deel van de wijk Padbroek.
TOPOGRAFISCHE SITUATIE
Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.
KADASTRALE SITUATIE
Het plangebied bestaat uit het oorspronkelijke schoolterrein, de noordelijke groenstrook met voetpad, de parkeerkuil aan de Dassenburcht en een deel van het Hagelkruis.
De schoollocatie is eigendom van Optimus, stichting voor katholiek, protestants-christelijk en interconfessioneel primair onderwijs.
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan 'Padbroek'.
De volgende vigerende bestemmingen zijn relevant:
Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende plankaart. De ligging van het plangebied is aangegeven.
UITSNEDE PLANKAART VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
CONCEPT ONTWERP 16 JULI 2015 MET HUIDIG BOUWVLAK
Toetsing van het plan aan het vigerende bestemmingsplan
Conclusies
Herziening bestemmingsplan
De voorgenomen ontwikkelingen passen in hoge mate binnen de vigerende bestemmingen. Vanwege de structurele vernieuwing van het schoolterrein en de verkeerssituatie en het feit dat het vigerende bestemmingsplan uit 2006 dateert, is gekozen voor een integrale herziening/actualisering van de bestemmingen in het plangebied.
Omwonenden
De keuze voor een herziening van het bestemmingsplan is mede ingegeven door het feit dat omwonenden te kennen hebben gegeven het niet eens te zijn met het concept ontwerpbouwplan d.d. mei 2014 en de daarvoor benodigde afwijkingen van het vigerende bestemmingsplan. In het kader van deze herziening zijn de belangen van alle partijen meegewogen.
Dit hoofdstuk geeft een ruimtelijk-functionele analyse van het plangebied. Eerst de wijdere omgeving, daarna de directe omgeving en plangebied.
Het plangebied maakt deel uit van de wijk Padbroek, die tussen 1970 en 1980 is ontwikkeld. De wijk telt circa 1.500 woningen, circa 3.700 inwoners en diverse wijkvoorzieningen.
Padbroek is een ruim opgezette tuinwijk verweven met veel landschappelijk groen. Bij het gereedkomen gold de wijk als voorbeeld van een geslaagde integratie van stedenbouw en landschapsbouw. Nu, na 30 à 40 jaar (1,5 generatie) is de pioniersfase voorbij, zowel wat betreft het gebruik van de wijk door de inwoners, als qua doorgroei van het groen. De wijk is toe aan een opknapbeurt.
De volgende afbeelding geeft de ligging van het plangebied in de wijdere omgeving weer.
WIJDERE OMGEVING/VISIEKAART PADBROEK
Padbroek is de meest zuidelijke woonwijk van Cuijk. De wijk wordt aan de noordzijde begrensd door de Hapsebaan, die tevens de externe ontsluitingsweg van de wijk is. Aan de oostzijde ligt de Heerstraat, de voormalige dorpenweg naar Boxmeer. Aan de westzijde ligt de spoorlijn Nijmegen-Venlo. Padbroek is een homogene wijk voor wonen en wijkvoorzieningen. Er zijn geen bovenwijkse voorzieningen en/of werklocaties.
Verkeerskundig kent Padbroek een duidelijke hiërarchie. De wijkontsluitingsweg Hagelkruis slingert lusvormig door de wijk en ontsluit en verbindt de verschillende woonbuurten met elkaar. Een heldere fietspadenstructuur ontbreekt.
Dwars door de wijk, en haaks op de hoofdweg, ligt een hoofdgroenstructuur met een bosachtig karakter, die onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur (EHS), zoals opgenomen in de provinciale Verordening ruimte.
Direct ten noorden van deze boszone ligt de hartzone van de wijk bestaande uit het winkelcentrum Wolfskuil, een groot open grasveld en de locatie van de voormalige basisschool De Zevensprong.
Het plangebied maakt derhalve deel uit van de centrale zone van de wijk. De hoofdontsluiting van het plangebied is de hoofdweg Hagelkruis.
CENTRALE ZONE WIJK
Onderstaande afbeelding geeft de directe omgeving en het plangebied weer. Het schoolgebouw van 'De Zevensprong' is eind 2014 gesloopt en de grond ligt braak. De aan de oostzijde gelegen weg Hagelkruis en de zuidwestelijk gelegen parkeerkuil zijn wel in gebruik. Het zuidelijk gelegen grasveld is een openbaar park, gelegen op een voormalig stortterrein. Het openbare park wordt in 2016 opgeknapt volgens de formule 'Beweegpark', maar maakt géén onderdeel uit van onderhavig bestemmingsplan.
DIRECTE OMGEVING
Het plangebied ligt aan de hoofdweg Hagelkruis die met een rotonde aansluit op de gebiedsontsluitingsweg Hapsebaan. Rondom het plangebied loopt de lusvormige erfontsluitingsstraat Dassenburcht.
De hoofdtoegang tot het schoolterrein was voorheen vanaf de Dassenburcht aan de zuidzijde. Aan de noordzijde van het schoolterrein ligt een breed looppad in een groenstrook, dat tevens de overgang vormt naar de achtertuinen van de aangrenzende woningen. De voormalige school was toegankelijk vanaf het looppad.
Dassenburcht en Hagelkruis zijn 30 km-wegen.
Het parkeren ten behoeve van de basisschool De Zevensprong was primair geregeld met parkeerplaatsen in het openbare park tegenover de zuidelijke ingang en in de parkeerkuil ten zuidwesten van de Dassenburcht.
In het plangebied stond de bebouwing van de basisschool De Zevensprong, waarin ook de peuterspeelzaal en de buitenschoolse opvang waren gevestigd. De gymzaal stond los van de schoolruimten. Alle bebouwing is eind 2014 gesloopt. De buitenruimte was ingericht als speelplaats voor de peuters en de overige leerlingen.
Buiten het plangebied staan woningen aan de noord-, oost- en westzijde van het plangebied. Een bijzondere groep vormen de drie vrijstaande woningen die binnen het stedenbouwkundig blok met het schoolterrein zijn gelegen. Alle woningen zijn grondgebonden gezinswoningen, in de reguliere vormen van vrijstaand, half-vrijstaand en rijwoningen. De woningen bestaan overwegend uit twee lagen met schuine kap. Aan de westzijde langs het woonerf Dassenburcht staan woningen met de garages/bergingen aan de straatzijde met daarachter de voorgevels van de woningen.
Op het voormalige schoolterrein stond gevarieerde beplanting. Bij de sloop van de bebouwing is ook de beplanting verwijderd. De groenvoorzieningen langs het voetpad aan de noordzijde van het schoolterrein en bij de parkeerkuil blijven zoveel mogelijk behouden.
Voor de exacte ligging van de kabels en leidingen wordt verwezen naar de leidinggegevens van de diverse leidingbeheerders. Er zijn geen doorgaande leidingen aanwezig.
Na voorgaande inventarisatie en analyse volgt in dit hoofdstuk de beschrijving van het feitelijke plan.
Vitalisering Padbroek
Het Integraal Kindcentrum heeft een voorgeschiedenis die terug te herleiden is tot 2006. In dat jaar wordt in het gemeentelijke huisvestingsplan het voornemen uitgesproken om de gebouwen van de basisscholen De Zevensprong en Harlekijn te vervangen door nieuwbouw als Brede School. In 2008 besloot de gemeente een project te starten om Padbroek te vitaliseren, omdat de wijk na een generatie bewoning aan een stedenbouwkundige opknapbeurt toe was. Eind 2010 werd de eerste stap in het vitaliseringsproces afgerond met het “Eindrapport Vitalisering Padbroek 2010” met een aantal werkvoorstellen, waaronder de ontwikkeling van de Brede School/MFA, thans Integraal Kindcentrum (IKC) genoemd.
Locatiekeuze
Als onderdeel van de vitalisering en vanwege de nieuwe demografische situatie hebben de gemeente en twee openbare scholen in de wijk - De Zevensprong en Harlekijn - besloten samen één schoolgebouw te betrekken. Uit een stedenbouwkundige inventarisatie zijn zeven potentiële locaties voor de nieuwe Multifunctionele Accommodatie (MFA) / Brede School binnen de wijk Padbroek geïdentificeerd. Deze zijn stedenbouwkundig (kwalitatief) geanalyseerd door bureau Topia in de “Locatiekeuze en structuurschets, december 2010”. De locaties 1, 2, 4 en 6 uit het rapport zijn afgevallen, respectievelijk gelet op de aanwezigheid van woningen (1 en 2), de onwenselijkheid ten aanzien van het noodzakelijkerwijs moeten verleggen van een weg (4) en de aanwezigheid van een volledig te amoveren openbaar speelveld (6). Het aantal nader te beoordelen locaties is als gevolg teruggebracht tot drie.
OVERZICHT LOCATIES UIT RAPPORTAGE TOPIA
Vervolgens zijn in 2011 de financiële aspecten in het keuzeproces betrokken tegen de achtergrond van de (inter)nationale financiële crisis. Als afronding van de locatiekeuze heeft de gemeenteraad op 20 juni 2011 gekozen voor de bestaande schoollocatie De Zevensprong.
Ingroeimodel educatieve instellingen en startnotitie
Aansluitend op het raadsbesluit heeft een stuurgroep de uitwerking van het ingroeimodel voor beide scholen, de kinderdagopvang, de peuterspeelzaal en de buitenschoolse opvang ter hand genomen. In de stuurgroep zijn vertegenwoordigd Stichting Invitare (openbaar onderwijs), Spring (kinderopvang), Optimus (primair onderwijs) en de gemeente Cuijk. Op 10 januari 2012 wordt het bouwheerschap door de gemeente overgedragen aan OPTIMUS, die vervolgens heeft zorggedragen voor het contracteren van de bouwprojectleider, de architect en de bouwaannemer.
In april 2012 heeft de stuurgroep de 'Startnotitie Integraal Kindcentrum Padbroek 2012' (bijlage 1) vastgesteld. In plaats van het MFA wordt nu gesproken over het Integraal Kindcentrum, afgekort IKC. De term 'integraal kindcentrum' verwijst specifiek naar het samenbrengen van de kinderopvang, de peuterspeelzaal, de buitenschoolse opvang en de basisscholen in één gebouw onder een afgestemd pedagogisch concept, zoals opgenomen in het Programma van Eisen (bijlage 2). Het ontwerp van het gebouw is dan ook wezenlijk geënt op het integreren van de opvoedkundige en de onderwijskundige aanpak. Het ontwerp voor het schoolgebouw is gekozen uit een competitie tussen vier architectenbureaus.
Uitbreiding gymzaal, Doehuis
Een bijzonder bouwonderdeel vormt de gymzaal. De gemeenteraad heeft d.d. 22 april 2013 het verzoek van de wijkraad Padbroek gehonoreerd om:
Het gebruik van de gymzaal blijft beperkt. Het onderwijskundige gebruik is het hoofdgebruik, het gebruik voor recreatieve sport is alleen mogelijk buiten schooltijden.
Ook is overwogen de activiteiten van het wijkcentrum Doehuis meteen over te hevelen naar het IKC. Hiervan is afgezien vanwege de extra bouwkosten en het vooruitzicht dat in de loop der jaren bij afnemende leerlingaantallen ruimten kunnen vrijkomen in het IKC. Inmiddels is het Doehuis opgeknapt waardoor de behoefte aan een nieuwe locatie binnen de planperiode van onderhavig bestemmingsplan vervallen is. De eventuele overheveling van wijkactiviteiten wordt daarom verder buiten beschouwing gelaten.
Ontwerpen binnen bestemmingsplan
Vanaf december 2013 is gericht gewerkt aan het bouwplan. De schoolbesturen vervullen gezamenlijk het bouwheerschap. Omdat de locatie getalsmatig een ruim bouwvlak en inhoudelijk een ruime bestemming bood, heeft de gemeenteraad aangegeven dat er binnen het geldende bestemmingplan gebouwd moest worden. Dat uitgangspunt is in de stuurgroep steeds gehanteerd en ook opgenomen in de opdracht aan de bouwdirectie en aan de architect. De uitwerking van de opdracht heeft geleid tot het Concept Definitief Ontwerp (CDO) van 22 april 2015.
Verzoek herziening bestemmingsplan
Bij toetsing aan het vigerende bestemmingsplan “Padbroek” is gebleken dat het CDO afwijkt, omdat het bouwvlak ter plaatse van de voormalige speelplaats wordt overschreden. De intensieve zoektocht naar alternatieven heeft niet geleid tot een bevredigend resultaat. Een andere situering van de gebouwdelen op het bouwvlak doet veel afbreuk aan het inhoudelijke concept van de groepering van de zogenaamde “bouwen” (kleutergedeelte, onderbouw, bovenbouw, kinderopvang). Die liggen rond de “leerpleinen”. Ook zou de compactheid en integraliteit van het gebouw als geheel aangetast worden. Een verschuiving van het ontwerp binnen het bouwvlak in noordelijke richting, legt het gebouw extreem dicht tegen de perceelgrens aan, hetgeen wel is toegestaan, maar niet wenselijk is.
Op 4 september 2014 hebben de colleges van bestuur van beide basisscholen verzocht om een herziening van het bestemmingsplan, zodanig dat het CDO uitgevoerd kan worden. Het college heeft op 11 september 2014 ingestemd met het verzoek en het besluit meegedeeld aan de gemeenteraad. Onderhavig bestemmingsplan is het vervolg op dat besluit.
Optimalisatie architectuur
In de periode vanaf 11 september 2014 is de architectuur van het CDO geoptimaliseerd. De globale locatie van het gebouw is niet veranderd. Het geoptimaliseerde ontwerp van 2 maart 2015 is voorgelegd aan de Commissie ruimtelijke kwaliteit Cuijk – Grave. De Commissie heeft geadviseerd het ontwerp aan te passen en opnieuw voor te leggen. Het aangepaste ontwerp is in een openbare vergadering besproken op 25 juni 2015 en heeft de instemming van de Commissie gekregen. Het ontwerpbouwplan voldoet daarmee aan de redelijke eisen van welstand.
Randvoorwaarden zijn harde eisen gebaseerd op regelgeving, het geldende beleid en het programma van eisen voor het planinitiatief. Uitgangspunten voor de ruimtelijke ontwikkeling zijn gebaseerd op de kwaliteiten van de locatie en omgeving, alsmede de ambitie en inspirerende voorbeelden. Voor het plan zijn de volgende randvoorwaarden en uitgangspunten onderscheiden.
Planologisch
Stedenbouwkundig
Onderwijskundig
Het programma van eisen voor het IKC is beschreven in bijlage 2.
De randvoorwaarden en uitgangspunten zijn uitgewerkt en hebben geleid tot een ruimtelijk-functionele hoofdstructuur voor het IKC en het openbare park tezamen vanwege de ruimtelijke en functionele samenhang (spelen). Dit bestemmingsplan betreft overigens alleen het gebied met het IKC.
De volgende ruimtelijke keuzes zijn ingetekend.
De hoofdstructuur is weergegeven op onderstaande afbeelding.
HOOFDSTRUCTUUR
Voornoemde hoofdstructuur vormt de basis voor de nieuwe stedenbouwkundige inrichting. Daarbij is een volwaardige aansluiting op de omgeving uitgangspunt.
Uitgangspunt is dat de verkeersstromen - autoverkeer, fietsverkeer en voetgangers - op het terrein van het Integraal Kindcentrum zoveel mogelijk gescheiden worden.
Verkeersstromen
Uitgangspunt is dat de verkeersstromen - autoverkeer, fietsverkeer en voetgangers - op het terrein van het IKC zoveel mogelijk gescheiden worden. De ontsluiting voor de auto blijft structureel onveranderd. Het Hagelkruis is de wijkontsluiting en de Dassenburcht de buurtontsluiting voor de woningen. Bestemmingsverkeer voor het IKC parkeert langs het Hagelkruis en in de parkeerkuil aan de Dassenburcht. Op het terrein van het IKC worden geen parkeerplaatsen aangelegd.
Ook de fietsroutes blijven structureel onveranderd. Langs Hagelkruis liggen fietsstroken. De buurtweg Dassenburcht heeft gemengd verkeer. Het meeste fietsverkeer van en naar het IKC gaat langs Hagelkruis. Via de Dassenburcht komen alleen de fietsers uit de aanliggende buurt Houtsnipwal.
Het IKC is vanuit het Hagelkruis, de Dassenburcht aan de westzijde en de zuidzijde door voetgangers te bereiken. De hoofdentree van het gebouw is gericht op de zuidelijke Dassenburcht en de avondentree van de gymzaal is gericht op het Hagelkruis.
Nieuwe voetpaden zijn voorzien aan de oostkant van Hagelkruis met oversteekplaatsen ter hoogte van het IKC en aansluitend door het openbaar park tot aan de Wolfskuil en verder.
Verkeersveiligheidsmaatregelen
Het IKC zal zowel vanaf het Hagelkruis als de Dassenburcht per fiets en te voet toegankelijk zijn. Daarom worden met name aan het Hagelkruis aanvullende verkeersveiligheidsmaatregelen genomen om het in- en uitgaan van de school veilig te laten verlopen. Op deze manier is een veilige afwikkeling van auto, fietser en voetganger mogelijk. De verkeersveiligheidsmaatregelen zijn vastgelegd in het 'Herinrichtingsplan schoolomgeving IKC Padbroek' dat door het college van B&W is vastgesteld.
Parkeren
De parkeervraag voor autoverkeer van het IKC is per voorziening berekend op basis van de 'Parkeernota Cuijk'. Daarbij is gekeken naar het aantal leerlingen (halen en brengen) en het aantal lokalen (parkeervraag medewerkers). In de aanvraag omgevingsvergunning (16 juli 2015) zijn 13 leslokalen (inclusief 1 practicumlokaal), en 3 lokalen voor de peuterspeelzaal, kinderdagopvang en buitenschoolse opvang ingetekend, in totaal 16 lokalen. Er is bij een volledige bezetting uitgegaan van 22 personeelsleden.
Voor elke school is noodzakelijk om een vertaling te maken naar de lokale situatie. Het aantal in de toekomst benodigde parkeerplaatsen wordt hiermee afgestemd op het daadwerkelijke gebruik.
Enkele metingen van de dagelijkse haal- en breng-situatie (oktober 2012) wijzen uit dat op
de Zevensprong circa 20% van de scholieren met de auto wordt gebracht. Bij de Harlekijn is de situatie vergelijkbaar. Zekerheidshalve wordt voor de definitieve norm 50% in plaats van de vastgestelde 25% aangehouden. Voor de bovenbouw verandert er niets.
De ingeschatte parkeernorm voor het IKC leidt tot een parkeerbehoefte van minimaal 49,1 parkeerplaatsen. In het 'Herinrichtingsplan schoolomgeving IKC Padbroek' is besloten om 5 parkeerplaatsen meer te realiseren naar aanleiding van ingekomen inspraakreacties op het herinrichtingsplan.
De gymzaal leidt niet tot een extra parkeervraag vanuit de basisschool, het kinderdagverblijf en de buitenschoolse opvang. De gymzaal is aanvullend op de andere lokalen. Het gebruik van de gymzaal na schooltijd levert geen problemen op vanwege het dubbelgebruik van de parkeerplaatsen van het IKC. Buiten schooltijd zijn er over het algemeen geen parkeerplaatsen nodig voor medewerkers en/of ouders. Indien de parkeernorm op basis van de 'Parkeernota Cuijk' voor een gymzaal/sporthal wordt gehanteerd, dan zijn 16,6 parkeerplaatsen noodzakelijk, afgerond 17 parkeerplaatsen. Voor het IKC worden 54 parkeerplaatsen aangelegd in de openbare ruimte, zodat ruimschoots aan de vraag wordt voldaan.
Ruimte voor het stallen van fietsen is gepland in de noordoostelijke hoek van het IKC. Het minimum aantal fietsparkeerplaatsen volgt uit de normen in de 'Parkeernota Cuijk'. Voor een basisschool is de norm 40 stallingsplaatsen op 100 kinderen. Op een maximum verwacht totaal van 320 leerlingen zijn 128 stallingsplaatsen nodig. Voor het kinderdagverblijf en de buiten schoolse opvang zijn 2 stallingsplaatsen per 10 kinderen de norm. Op een maximum verwacht totaal van 54 kinderen zijn 11 stallingsplaatsen nodig. Voor de werknemers ten slotte zijn afgerond 16 stallingsplaatsen nodig. Gezamenlijk dient op het schoolterrein ruimte beschikbaar te zijn voor 155 stallingsplaatsen.
In de Parkeernota en in de CROW zijn geen gemiddelde oppervlaktematen voor fietsstallingsplaatsen opgenomen. Uit het onderzoek "Ruimte voor de fietsklem in Utrecht" (november 2006) naar fietsklemmen bij het station Utrecht uitgevoerd door de Fietsersbond blijkt dat een ruime fietsstallingsplaats inclusief gangpad 1,18 m² in beslag neemt. In de aanvraag omgevingsvergunning (16 juli 2015) is netto 232 m² ruimte voor stallingsplaatsen gepland, wat neerkomt op ruimte voor 196 fietsen inclusief gangpaden. De geplande locatie biedt voldoende ruimte om aan de gemeentelijke norm te voldoen.
De stallingen liggen bij de entree van de gymzaal, zodat hiervan ook makkelijk in de avonduren gebruik kan worden gemaakt. Voor een sporthal is de norm 45 stallingsplaatsen per 100 bezoekers. Uitgaande van de netto beschikbare ruimte van 232 m² en 196 fietsen ligt de theoretische beperking bij 435 bezoekers van de gymzaal. Aangezien de gymzaal alleen voor recreatieve sport beschikbaar wordt gesteld, zonder publiek en daarbij horende voorzieningen zoals horeca en tribunes, wordt een dergelijk aantal bezoekers (gebruikers) niet gelijktijdig verwacht.
Verkeerskundige toets
De verkeerskundige aspecten zijn nader gemotiveerd in bijlage 3: Verkeerskundige toets herinrichting schoolomgeving. In deze toets is de volgende samenvatting van conclusies en aanbevelingen opgenomen:
De conclusies en aanbevelingen zijn als volgt afgewogen:
Verwerking in regels en op verbeelding
Op het terrein van het Integraal Kindcentrum is langs de buitenranden van het terrein gevarieerd groen voorzien zoals rond de voormalige bebouwing het geval was. In de noordrand blijft het pad gelegen in een groene parkstrook onveranderd. In de westrand van het schoolterrein langs het woonerf Dassenburcht wordt een groenstrook ingericht. Langs de oostkant van het perceel Dassenburcht 44 komt een nieuwe brede groenstrook ter plaatse van de huidige/voormalige looproute over het schoolterrein. Het groen op het schoolterrein langs het Hagelkruis krijgt het karakter van 'groenstoffering' van het buitenterrein met een gebruiksfunctie voor het IKC. Er komen voorzieningen zoals een fietsenstalling, een parkeerstrook met kiss & ride en een buitenspeelplaats.
Verwerking in regels en op verbeelding
Het vigerende bouwvlak is gedetailleerd en afgestemd op het voormalige schoolgebouw. Dit blijkt uit het feit dat, in tegenstelling tot de gebruikelijke begrenzing van een bouwvlak, het vigerende bouwvlak een interne inkeping heeft waar de speelplaats was gelegen. De nieuwbouw voor het IKC is zoveel mogelijk gelegen binnen het vigerende bouwvlak. Omwille van een optimale inrichting en gebruik van het nieuwe schoolgebouw is het nieuwe bouwvlak aangepast, waarbij sprake is van:
Op onderstaande afbeelding zijn de verschillen tussen de voormalige bebouwing en de aangevraagde omgevingsvergunning (16 juli 2015) getekend.
VOORMALIGE BEBOUWING EN NIEUWE BEBOUWING
Het nieuwe gebouw is primair georiënteerd op het openbare park. Dit betreft de zuidgevel en verschaft daarmee een uitnodigende uitstraling voor de buurt. Een secundaire oriëntatie is er op Hagelkruis. De footprint van het nieuwe gebouw bedraagt circa 1.950 m². De footprint van de bestaande gebouwen bedroeg circa 1.775 m². De bouwhoogte in het ontwerp is bijna 10 meter en is daarmee gelijk te stellen aan de maximaal toegestane bouwhoogte van 10 meter in het vigerende bestemmingsplan. Vanwege de welving van het dak wordt de maximale bouwhoogte slechts op één plek bereikt.
Verwerking in regels en op verbeelding
Buiten spelen is een belangrijke factor op het IKC. De hoofdspeelplaats is gelegen voor de hoofdingang aan de zuidzijde van het IKC. Vanaf deze speelplaats is het openbaar park goed bereikbaar. Enerzijds is het noodzaak voldoende speelruimte aan kinderen te bieden. Anderzijds is het zaak mogelijke hinderlijke uitstraling / geluidshinder van de spelende kinderen op voorhand zoveel mogelijk te beperken.
Naar de geluidsuitstraling van het IKC is een akoestisch onderzoek gedaan, zoals nader toegelicht in paragraaf 5.1.5. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat langs alle randen van het schoolterrein een 4 meter brede bufferzone vereist is om een goed woon- en leefklimaat te kunnen waarborgen. De uitzonderingen zijn de bufferzone ten oosten van Dassenburcht 44 die minimaal 6 meter moet zijn en de zuidzijde waar geen bufferzone vereist is. In de bufferzone mag niet gespeeld worden en de inrichting moet daarop aansluiten.
Tussen het schoolterrein en de woningen aan de Dassenburcht aan de noordzijde ligt een voetpad in een groenstrook. In het vigerende bestemmingsplan “Padbroek” is de bestemming 'verkeers- en verblijfsdoeleinden' toegewezen, met de mogelijkheid van speelvoorzieningen. Nu op het schoolterrein een 'speelvrije zone' is opgenomen, ligt het in de rede om ook in de groenstrook spelen te verbieden.
Verwerking in regels en op verbeelding
Het IKC heeft invloed op het woon- en leefklimaat in de directe omgeving. Eigen aan een woonwijk als Padbroek is dat er sprake is van een afwisseling/mengeling van publieke en privé-terreinen/percelen. De wijk Padbroek bestaat 40 jaar. Voorliggend plan brengt in hoofdlijnen geen verandering in de bestaande structuur van privé/openbaar. Het schoolterrein blijft schoolterrein. Het openbare park blijft een plek voor spelen voor de buurt, de Dassenburcht blijft een woonerf en het Hagelkruis de wijkontsluitingsweg.
De veranderingen als gevolg van dit plan ten opzichte van de voormalige situatie liggen op het niveau van de inrichting en de intensivering van het gebruik van het schoolterrein. Het effect van het buiten spelen is in paragraaf 3.4.4 reeds toegelicht. Hierna wordt het effect van het nieuwe gebouw op de omliggende woningen beschreven.
Gymzaal
Conform het raadsbesluit d.d. 22 april 2013 moet het gebruik van de gymzaal beperkt blijven. Het onderwijskundige gebruik is hoofdgebruik, het gebruik voor recreatieve sport is ondergeschikt in ruimte en tijden. De gymzaal krijgt een eigen zijingang die direct uitkomt bij de kleedkamers en sanitaire voorzieningen. Er zijn geen voorzieningen gepland die bij een commerciële sportzaal gebruikelijk zijn, zoals een sportkantine / sport café of een vaste tribune. Het toegestane gebruik voor recreatieve sport blijft beperkt tot lichamelijke activiteiten voor ontspanning en plezier, al dan niet met een spel- of wedstrijdelement zoals balsporten, gymnastiek, fitness en daarmee vergelijkbare activiteiten, waarbij horeca, alsmede publiek bij wedstrijden niet zijn toegestaan.
Verwerking in regels en op verbeelding
Westzijde: woonerf Dassenburcht
Aan de westzijde heeft de nieuwbouw dezelfde gevellijn als de bestaande bebouwing en komt dus niet dichter bij de woningen aan de Dassenburcht. De hoogten in de begrenzing van het bouwvlak van de verspringende zijgevels variëren aan deze zijde van circa 3,5 meter tot circa 7 meter.
Het woonerf wordt gekenmerkt door de aan de straatzijde gelegen garages / bergingen met daarachter de voortuin en entree woningen, zoals te zien op foto's 1, 2 en 4 op het fotoblad. Vanuit de woningen is de beleving van het schoolgebouw daardoor 'indirect'.
Aan deze zijde wordt de buitenruimte ingericht voor de kinderdagopvang, de peuterspeelzaal en de buitenschoolse opvang (onderbouw). Daarbij kan afstemming worden gezocht bij de inrichting van het woonerf. Het voetpad naast Dassenburcht 40 blijft bestaan, zoals in de bestaande situatie.
Verwerking in regels en op verbeelding
FOTOBLAD
DWARSPROFIEL WOONERF DASSENBURCHT - VOORMALIG
DWARSPROFIEL WOONERF DASSENBURCHT - NIEUW
DWARSPROFIEL NOORDRAND IKC EN DASSENBURCHT - VOORMALIG
DWARSPROFIEL NOORDRAND IKC EN DASSENBURCHT - NIEUW
Noordzijde: pad in groenstrook
Aan de zijde van het pad komt de nieuwbouw dichter bij de bestaande woningen Dassenburcht 34 en 32. De afstand van de voormalige bebouwing tot de woonperceelgrens varieerde van deels 13,5 meter tot deels 26 meter. In de nieuwe situatie wordt de afstand 13 meter. De lengte van het voormalige gelede gebouw bedroeg circa 70 meter, waarvan circa 40 meter op een afstand van 13 meter van de woonpercelen. De lengte van het nieuwe eveneens gelede gebouw is ook circa 70 meter. De hoogten van de gevels variëren van circa 3,5 meter tot circa 10 meter.
Het schoolgebouw en de gymzaal krijgen aan de zijde van het pad geen ingang: het is een achterzijde zonder activiteiten.
De woningen langs het pad liggen met de achtertuinen naar het schoolgebouw. Het bestaande pad met aan weerszijden groenzones blijft bestaan als stedenbouwkundig overgangselement tussen het schoolterrein en de woonpercelen (foto 3).
Verwerking in regels en op verbeelding
Oostzijde: parkeren Hagelkruis
De locatie van het nieuwe schoolgebouw aan de oostzijde is nagenoeg gelijk aan de voormalige bebouwing. Groot verschil is dat de ter plaatse van de gesloopte gymzaal geen nieuwe bebouwing terugkomt. De wijkontsluitingsweg wordt heringericht met parkeerstroken inclusief kiss & ride gelegenheid. In de huidige situatie zijn geen parkeerstroken aanwezig en eveneens niet toegestaan in het vigerende bestemmingsplan.
Verwerking in regels en op verbeelding
Zuidzijde: woningen Dassenburcht 40 t/m 44
Aan de zijde van de woning Dassenburcht 40 en 44 schuift de bebouwing op van 22 meter naar 9 meter in de nieuwe situatie. Op het schoolterrein is een speelplaats voor het kinderdagverblijf en de peuterspeelplaats gepland. Aan de zijde woning Dassenburcht 44 vervalt de gymzaal (foto 5). Hier komt het voorterrein met de hoofdentree en de speelplaats van de school. Vanwege de ligging direct tegen het schoolterrein en de speelplaatsen, zijn akoestische maatregelen nodig. Op de erfgrenzen van Dassenburcht 40 en 44 wordt daarom voorzien in een geluidwerende erfafscheiding.
Op het schoolterrein is een buitentrap toegestaan naar de eerste verdieping. De buitentrap fungeert als nooduitgang en tevens als entree voor de bovenbouw om rechtstreeks bij hun leslokalen uit te komen. De trap wordt dus meerdere malen per dag gebruikt en biedt tijdens het gebruik zicht op de omliggende woonpercelen. De woonpercelen van de westelijke Dassenburcht en de Hazenleger liggen op een afstand van 70 meter respectievelijk 45 meter van de geplande buitentrap. Het woonperceel Dassenburcht 44 ligt op 30 meter afstand. Deze afstanden zijn voldoende om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen, op basis van de aanvraag omgevingsvergunning.
Om meer zekerheid te bieden voor de privacy van omliggende woonpercelen wordt in de regels de voorwaarde opgenomen dat de buitentrap minimaal 20 meter van woonpercelen af moet liggen.
Verwerking in regels en op verbeelding
Het woon- en leefklimaat van omwonenden kan beïnvloed worden door de komst van het nieuwe schoolgebouw. Het bureau SRO uit Arnhem heeft een bezonningsstudie (bijlagen 4, 5, 6 en 7) gemaakt op basis van de volgende uitgangspunten:
Op basis van de bezonningsstudie is een overzicht (bijlage 7) gemaakt van de woningen die schaduw ontvangen vanaf het schoolterrein. Daarbij is elk snippertje schaduw op een woonperceel meegeteld. Vanuit de bezonningsstudie en het overzicht zijn de volgende conclusies afgeleid:
Als de modellen van het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerp vergunning vergeleken worden met het model van het vigerend bestemmingsplan, is er sprake van een gelijkblijvende of verbeterde situatie. De vigerende bouwregels laten een bouwwijze toe die op meer tijdstippen en op meer woonpercelen voor schaduw zorgt. De woningen Dassenburcht 26, 28, 30, 32 en 34 en Hazeleger 60, 61, 62, 63 en 64 ontvangen in de nieuwe situatie op jaarbasis de meeste schaduw vanaf het schoolterrein. Er is echter geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat op grond van de modellen, gezien het stedelijke karakter van de omgeving en gezien de bebouwingsmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan.
Verwerking in regels en op verbeelding
De gemeente Cuijk neemt deel aan het 'Regionaal convenant duurzaam (ver)bouwen, Noordoost Brabant 2013 - 2016'. Het convenant heeft als doel om gezamenlijk stappen te zetten richting het verder verduurzamen van gebouwen, met als voornaamste speerpunten:
Deze punten liggen mede ten grondslag aan voorliggend bouwplan.
In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op:
Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR geeft een integraal kader voor het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR worden de ambities van het Rijk tot 2040 geschetst, alsmede doelen, belangen en opgaven tot 2028. In de SVIR kiest het Rijk voor minder nationale belangen en eenvoudiger regelgeving.
De reeds ingezette trend om aan de provincies en gemeenten ruimte te laten inzake de ruimtelijke ontwikkelingen wordt versterkt in de SVIR.
De SVIR bevat 13 nationale belangen die worden beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Conclusie
Het plan is niet in strijd met het beleid in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden.
In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (EHS), erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.
Conclusie
Het plangebied is gelegen binnen het 'obstakelbeheergebied' van 'Vliegbasis Volkel'. In paragraaf 5.1.6 wordt nader ingegaan op de gevolgen voor het bestemmingsplan.
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is van toepassing op het plan. Specifiek aandachtspunt is het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 2, waarin de verplichting is opgenomen om in de toelichting op een ruimtelijk besluit voor nieuw te realiseren stedelijke ontwikkelingen bepaalde duurzaamheidsaspecten van het voornemen te motiveren: de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarbij moet achtereenvolgens worden aangetoond of er een actuele regionale behoefte is (trede 1), deze behoefte in bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen (trede 2), en of - in geval van een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied - de locatie multimodaal ontsloten is of kan worden (trede 3).
Conclusie
De ladder voor duurzame verstedelijking is door de provincie Noord-Brabant vastgelegd in de Verordening ruimte 2014. In paragraaf 4.2.2 wordt daar nader op ingegaan.
Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's:
Het plan wordt aan deze twee nota's getoetst.
Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010, partiële herziening 2014 in werking getreden. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van het provinciale bestuur op de ontwikkeling van Noord-Brabant.
Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de plankaart. Onderhavig plangebied is aangeduid.
UITSNEDE PLANKAART STRUCTUURVISIE RUIMTELIJKE ORDENING
Analyse
Het plangebied ligt binnen de kern Cuijk die is aangeduid als kern in het landeljik gebied. In deze kernen wordt voorzien in de lokale behoefte voor wonen, werken en voorzieningen. Voorliggend plan betreft een integraal kindcentrum in de wijk Padbroek, een bij uitstek lokale wijkvoorziening.
Conclusie
Het plan past in de provinciale Structuurvisie Ruimtelijke Ordening.
Op 19 maart 2014 is de Verordening ruimte 2014 in werking getreden. Deze Verordening stelt regels aan de inhoud van ruimtelijke plannen voor die aspecten waar provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken. Voor het plangebied zijn de artikelen 3, 4, 33 en 34 van toepassing verklaard
Analyse
Artikel 3 betreft de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit bij ontwikkelingen. Een onderdeel van de zorgplicht is een toelichting waarom afgeweken wordt van het beschikbare ruimtebeslag in het vigerende bestemmingsplan.
Ten eerste wordt het IKC gebouwd op een locatie die al 40 jaar in gebruik is als basisschoollocatie en ook als zodanig bestemd is. Met de komst van het IKC wordt het gebruik geïntensiveerd.
Ten tweede neemt het ruimtebeslag van de schoollocatie niet toe. Alle activiteiten, met uitzondering van parkeren, vinden plaats binnen de bestaande schoollocatie. Het parkeren en de bijbehorende verkeersbewegingen zijn bewust rondom en niet op het schoolterrein gepland, om ongelukken te voorkomen. Ten tijde van basisschool De Zevensprong was het parkeren eveneens buiten het schoolterrein geregeld.
Ten derde is in de paragrafen 1.4 en 3.1 is toegelicht dat het vigerende bouwvlak en de bouwregels als te beperkend werden ervaren bij het nieuwe ontwerp van het schoolgebouw. Het vasthouden aan de vigerende regels zou betekenen dat concessies gedaan moesten worden aan het onderwijskundige concept. De schoolbesturen hebben gevraagd meer belang te hechten aan het onderwijskundige concept dan aan de vigerende regels.
Ten vierde wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Gezien de bebouwingsmogelijkheden van het vigerende bestemmingsplan “Padbroek” is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In navolging van het vigerende bestemmingsplan betreft het plan een lokaal integraal kindcentrum met een basisschool en diverse vormen van kinderopvang, aangevuld met medegebruik van de gymzaal voor recreatieve sportactiviteiten. Het verzorgingsgebied ligt primair op wijk- en dorpsniveau en niet op bovenlokaal of regionaal niveau. In paragraaf 3.1 is toegelicht dat verwacht wordt dat de ruimtebehoefte van de basisschool in de komende jaren zal afnemen. De vrijkomende ruimte kan vervolgens ingezet worden voor andere maatschappelijke functies die passen binnen het concept van een wijkvoorziening. Deze verschuiving wordt verwacht na de planperiode van onderhavig bestemmingsplan.
Artikel 4 betreft ontwikkelingen in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied in een kern in het landelijk gebied. Het artikel is verder inhoudelijk niet van toepassing omdat het een maatschappelijke activiteit betreft.
De artikelen 33 en 34 bevatten rechtstreekse regels voor mestbewerking en veehouderijen en zijn inhoudelijk niet van toepassing.
Conclusie
Het plan past in de Verordening ruimte 2014.
Op 16 juni 2012 heeft de gemeenteraad de Strategische visie Cuijk 2030 vastgesteld als voorloper voor de op te stellen ruimtelijke structuurvisie. De Strategische visie heeft als doel sturing te geven aan de ontwikkeling van de gemeente Cuijk. In de Visie ligt de nadruk op het versterken van de toeristisch-recreatieve kwaliteiten. Met name De Maas, De Kraaijenbergse Plassen en het verrassende buitengebied bieden, in combinatie met het aantrekkelijke voorzieningenniveau, een unieke kans om een nieuwe en sterke economische sector tot stand te brengen. Gelijktijdig wordt gewerkt aan een toekomst waarin goed wonen, het bereikbaar blijven van welzijn en zorg en duurzame ontwikkeling voorop staan.
Conclusie
Voorliggend plan geeft invulling aan de doelstelling: het bereikbaar blijven van welzijn en zorg.
De “Welstandsnota Land van Cuijk, gemeente Cuijk” is vastgesteld op 9 september 2013. In de Welstandsnota ligt het Integraal Kindcentrum Padbroek in het bebouwingstype 'W5: het nieuwe bouwen' dat op vrijwel het gehele noordelijke deel van Padbroek van toepassing is. De schoollocatie en het beweegpark liggen binnen de gebiedsuitwerking 'Ontwikkelingsgebied Brede School Padbroek'. Ontwikkelingsgebieden zijn gebieden die een andere functionele of ruimtelijke invulling hebben gekregen waardoor de ruimtelijke verschijningsvorm van de bebouwing binnen afzienbare termijn zal veranderen. Om dit in goede banen te leiden is vaak een beeldkwaliteitplan, gekoppeld aan het bestemmingsplan, opgesteld.
Analyse
Er is geen specifiek beeldkwaliteitplan opgesteld, omdat het hoofdgebruik van de schoollocatie niet verandert. Er is een samenhangende stedenbouwkundige afweging gemaakt. Het basisontwerp voor het IKC is gekozen uit een competitie tussen vier architectenbureaus. Het uitgewerkte ontwerp is voorgelegd aan de Commissie ruimtelijke kwaliteit Cuijk – Grave in een openbare vergadering besproken en positief ontvangen. Op 25 maart 2015 is een positief welstandsadvies afgegeven.
Conclusie
Het plan is in overeenstemming met de doelstellingen van de welstandsnota.
Het Integraal speelruimtebeleid is vastgesteld in 2009. De doelstellingen ervan zijn:
Analyse
Het schoolterrein wordt ingericht als openbare speelplek die overdag (07:00-19:00 uur) gebruikt mag worden. Samen met het aansluitende openbare park ontstaat hierdoor een groot, open speelterrein voor jong en oud.
Conclusie
Voorliggend plan is in overeenstemming met het speelruimtebeleid in Cuijk.
In 2010 is het Beeldkwaliteitplan+ voor de wijk Padbroek gepubliceerd.
Door de afgescheiden ligging en het - na 40 jaar - vele volwassen groen heeft de wijk een introvert karakter. Omwille van de verbetering van de openbare ruimte vraagt vooral de aansluiting van het groen op de bebouwing aandacht. Het groen is toe aan een stevige onderhoudsbeurt.
Relevant voor dit bestemmingsplan is vooral het groen op de hoek Hagelkruis – Dassenburcht en de parkeerkuil. De hoek Hagelkruis – Dassenburcht krijgt een andere inrichting, waarbij ook de oversteek van het schoolterrein naar het openbare park verkeersveilig wordt ingericht. De parkeerkuil wordt opgevuld en voor autoverkeer doodlopend ingericht. Daarmee wordt rondrijdend verkeer uitgesloten.
AANDACHTSPUNTEN UIT BEELDKWALITEITPLAN +
In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde:
In het kader van de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer moet een toetsing plaatsvinden aan de relevante milieuaspecten. In deze paragraaf worden deze aspecten afzonderlijk beschreven. Naast deze wetten gelden per aspect afzonderlijke wetten en/of besluiten.
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet inzichtelijk worden gemaakt of de voorgenomen bestemmingswijziging door een eventuele bodemverontreiniging wordt belemmerd.
De voorgenomen bestemmingswijziging wijkt weinig af van de bestaande bestemming Maatschappelijke doeleinden. De school is in 1974 gebouwd. Sinds die tijd is de locatie onveranderd voor onderwijsdoeleinden gebruikt. De nieuwbouw vindt geheel binnen de vigerende bestemming plaats.
Grontmij heeft in 2011 een herinrichtingsplan opgesteld voor de voormalige stortplaats direct ten zuiden van het schoolterrein. Als onderdeel daarvan heeft Grontmij een bodemonderzoek uitgevoerd. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van de boringen en de aangetroffen situatie. Uit het onderzoek blijkt dat de contour van de voormalige stortplaats reikt tot de locatie van de bestaande gymzaal. Het Grontmijrapport geeft aanleiding voor het deel van dit plan dat binnen de contour van de stortplaats ligt een nader bodemonderzoek uit te laten voeren.
Door Archimil is nader onderzoek uitgevoerd in het 'Rapport Verkennend bodemonderzoek (asbest)' (30 januari 2015, nr. 1156R153), zoals opgenomen in bijlage 8. Het onderzoeksgebied komt overeen met het schoolterrein. Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Het onderzoek heeft de volgende informatie opgeleverd:
De contouren van de stortlocatie zijn beter in beeld gebracht door extra boringen uit te voeren op 30 januari 2015 en 12 juni 2015 (bijlagen 9 en 10). De resultaten hebben bevestigd dat de stortlocatie ook voor een klein deel ten noorden van de voormalige gymzaal ligt. De stortlocatie ligt niet ter plaatse van de verwachte bouwput of de woonpercelen Dassenburcht 40 en 44. Voor het uitvoeren van het erfinrichtingsplan en de parkeervoorzieningen langs het Hagelkruis moet een hergebruiksplan worden ingediend bij het bevoegd gezag, de provincie Noord-Brabant.
Naar aanleiding van de aangetroffen asbestdeeltjes is een nader bodemonderzoek asbest uitgevoerd 'Nader bodemonderzoek asbest Dassenburcht 36-46 in Cuijk', (12 maart 2015, nr. 205051-10/R02), zoals opgenomen in bijlage 11. Het doel van het onderzoek is vast te stellen of sprake is van een (geval van ernstige) bodemverontreiniging met asbest binnen de onderzoekslocatie (schoollocatie).
De eindconclusie van het onderzoek is dat ingevolge de Wet bodembescherming geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat de interventiewaarde voor asbest (in de actuele contactzone) niet wordt overschreden. Omdat het op het maaiveld aangetroffen asbesthoudend plaatmateriaal tijdens de uitvoering van het onderzoek is verzameld en van de onderzoekslocatie afgevoerd en voor de actuele contactzone (bodemlaag tot 0,5 m-mv) zowel visueel als analytisch geen asbest is aangetoond, is geen sprake van bodemverontreiniging met asbest. Er bestaan voor wat betreft asbest derhalve geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling van de locatie c.q. de afgifte van een omgevingsvergunning voor de te realiseren nieuwe school. Het treffen van sanerende maatregelen daarbij is niet aan de orde.
OVERZICHT BORINGEN D.D. 12-08-2015
5.1.1.3 Algemene conclusie
Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangetoond dat geen nieuwe kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour van 10-6 per jaar worden gerealiseerd en moet een eventuele toename van het groepsrisico verantwoord worden.
Het IKC is een kwetsbaar object. De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten (inrichtingen, buisleidingen en transportroutes). Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de Risicokaart Nederland.
UITSNEDE RISICOKAART NEDERLAND
Het plangebied en de omgeving zijn onderzocht op de aanwezigheid van de mogelijke risicobronnen.
1. Inrichtingen
In de omgeving van het plangebied ligt een risicovolle inrichting ter plaatse van het Nutriciaterrein. De afstand tot het plangebied is ongeveer 480 meter, waar een richtafstand van 500 meter geldt (Bedrijf en milieuzonering, editie 2009, VNG). Bekend is dat de ammoniakinstallatie bij Nutricia geen invloedsgebied heeft voor het groepsrisico. Ook het plaatsgebonden risico speelt geen rol gezien de grote afstand.
Het bedrijventerrein De Beijerd en 't Riet is gemaximaliseerd op categorie 4.2 met een richtafstand van 300 meter, waar de werkelijke afstand meer dan 500 meter is. Deze afstanden zijn dusdanig groot dat een nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht.
2. Transport gevaarlijke stoffen
In de omgeving van het plangebied liggen transportroutes gevaarlijke stoffen over de Hapsebaan (afstand 200 meter), de spoorlijn (afstand 420 meter) en de Maas (afstand 410 meter).
Het plangebied valt buiten de onderzoekzone van de Hapsebaan (200 meter). Over de spoorlijn en de Maas worden geen toxische stoffen vervoerd. De Circulaire Risiconormering gaat er vanuit dat de plaatsgebonden risicocontour niet buiten de waterlijn van de Maas komt.
3. Buisleidingen
Op een afstand van 200 meter vanaf het plangebied ligt een aardgasleiding van Gasunie (Z-518-06). Voor deze buisleiding geldt een inventarisatieafstand voor het groepsrisico van 45 meter. Het plangebied valt buiten deze inventarisatieafstand. Een nader onderzoek naar het groepsrisico is derhalve niet nodig.
Het aspect externe veiligheid vormt geen planologische belemmering voor het plan.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen nabij agrarische bedrijven is het aspect geurhinder van belang. Er moet worden aangetoond dat:
Het IKC is een geurgevoelig object. Op een afstand van 390 meter is een paardenhouderij gevestigd en op 1,1 kilometer een intensieve veehouderij. Beide afstanden zijn dusdanig groot dat een nadere toetsing aan het aspect geurhinder veehouderijen niet nodig is. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Dit wordt bevestigd door de agrarische Geurgebiedsvisie (vastgesteld 16 december 2013).
Het aspect geurhinder veehouderijen vormt geen planologische belemmering voor het plan.
Om personen tegen de gevolgen van luchtverontreiniging te beschermen zijn in de Wet milieubeheer normen opgenomen voor bepaalde stoffen. Bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit moet enerzijds aangetoond worden dat een ruimtelijke ontwikkeling niet leidt tot een (significante) overschrijding van de luchtkwaliteitsnormen en anderzijds dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Effecten plan op luchtkwaliteit
De (negatieve) effecten van onderhavig plan op de luchtkwaliteit zijn onderzocht met behulp van de NIBM-rekentool (www.infomil.nl). Aan de hand van het aantal verwachte verkeersbewegingen, zoals opgenomen in paragraaf 3.4.1, is beoordeeld of het plan al of niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van genoemde stoffen in de lucht.
Op onderstaande afbeelding is het resultaat van de rekentool weergegeven.
Uit de berekening volgt dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van stoffen in de lucht.
Goed woon- en leefklimaat
In de Wet milieubeheer zijn voor een groot aantal stoffen grenswaarden opgenomen, maar uit onderzoek blijkt dat langs wegen alleen overschrijdingen van de grenswaarden voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) kunnen optreden. Voor de overige stoffen waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in de Wm treden naar verwachting nergens langs het Nederlandse wegennet overschrijdingen van deze grenswaarden op. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn daarom alleen de volgende criteria van toepassing:
Het plan ligt niet in de nabijheid van zware industrie, (een concentratie van meerdere) intensieve veehouderijen of drukke vaarwegen. Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit wordt alleen gekeken naar luchtverontreiniging van verkeer op wegen in de omgeving.
In het kader van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is door diverse bronbeheerders zoals gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat de Monitoringstool ingevoerd. Uit de resultaten van de Monitoringstool blijkt dat op deze locatie in de jaren 2012, 2015 en 2020 aan bovengenoemde grenswaarden (jaargemiddelde en overschrijdingsdagen) voor PM10 en NO2 wordt voldaan.
Onderstaande afbeeldingen geven de resultaten van de monitoringstool voor de stoffen PM10 en NO2 voor het jaar 2020 weer.
NSL-TOOL (BRON: WWW.NSL-MONITORING.NL)
Uit de monitoringstool wordt geconcludeerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied.
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.
De beoordeling op het vlak van geluid bestaat uit twee onderdelen:
Een kindcentrum is een geluidgevoelig object. Voorliggend plan betreft de herontwikkeling van een bestaande basisschool tot een integraal kindcentrum. Dit is derhalve de herontwikkeling van een bestaand geluidgevoelig object.
Wegverkeerslawaai
Door Bureau DPA is een geluidsonderzoek uitgevoerd, rapport: 'Akoestisch onderzoek nieuwbouwplan IKC Padbroek in Cuijk, Wegverkeerslawaai' (7 januari 2015, nr. 20141404-02) met een aanvulling (13 november 2015, nr. 20151423-02). De onderzoeksrapporten zijn opgenomen als bijlagen 12 en 13.
Uit de aangereikte informatie blijkt dat de locatie niet binnen geluidzones van wegen als bedoeld in de Wet geluidhinder ligt. Het wegverkeerslawaai ten gevolge van de wegen rondom de locatie behoeft niet beoordeeld te worden aan de geluidvoorschriften van de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening / goed woon- en leefklimaat is de geluidbelasting op de gevels van het nieuwe schoolgebouw ten gevolge van de niet-gezoneerde 30 km/uur-wegen wel inzichtelijk gemaakt. In voornoemd rapport is geconcludeerd dat voldaan zal kunnen worden aan de relevante eisen van het Bouwbesluit.
Industrielawaai
Het plangebied ligt niet binnen een geluidzone industrielawaai. Rondom het bedrijfsterrein van Nutricia ligt een geluidzone. De 50 dB grens ligt op 250 meter van het plangebied. Er is geen akoestisch onderzoek nodig.
Invloed omliggende inrichtingen op plan
In de omgeving van het plan liggen geen milieubelastende activiteiten of bedrijven. Er liggen derhalve geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van omliggende bedrijven. Omgekeerd vormt het plan geen belemmering voor de omliggende bedrijven. Ter plaatse van het IKC is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Met betrekking tot het woon- en leefklimaat in de omgeving (woningen en tuinen) is het volgende relevant.
In de eerste plaats is van belang dat de planlocatie tot de zomervakantie van 2014 in gebruik geweest door basisschool De Zevensprong. De schoollocatie is dus niet nieuw, maar betreft de herontwikkeling van een bestaande en bestemde schoollocatie. In het schoolgebouw waren de volgende activiteiten aanwezig:
| SBI 2008: | categorie | Richtafstand | Reden | |
| Basisschool met speelplaats | 852, 8531 | 2 | 30 meter | Geluid |
| Gymzaal (educatief) | 931 F | 2 | 30 meter | Geluid |
| Sporthal (recreatieve sport) | 931 A | 3.1 | 50 meter | Geluid |
| Kinderdagverblijf | 8891 | 2 | 30 meter | Geluid |
| Peuterspeelplaats | 8891 | 2 | 30 meter | Geluid |
| Buitenschoolse dagopvang | 8891 | 2 | 30 meter | Geluid |
| Buurt- en clubhuizen (openbare bijeenkomsten) | 94991 | 2 | 30 meter | Geluid |
Omdat de locatie midden in de wijk Padbroek ligt, werden (en worden) de richtafstanden uit de VNG-brochure niet gehaald. In de praktijk heeft deze situatie niet tot een slecht woon- en leefklimaat geleid.
Nieuwe situatie
Bij het IKC is sprake van de herontwikkeling en intensivering van een bestemde schoollocatie. In het IKC worden de volgende activiteiten ondergebracht:
| SBI 2008: | categorie | Richtafstand | Reden | |
| Basisschool met speelplaats | 852, 8531 | 2 | 30 meter | Geluid |
| Gymzaal (educatief) | 931 F | 2 | 30 meter | Geluid |
| Sporthal (recreatieve sport) | 931 A | 3.1 | 50 meter | Geluid |
| Kinderdagverblijf | 8891 | 2 | 30 meter | Geluid |
| Peuterspeelplaats | 8891 | 2 | 30 meter | Geluid |
| Buitenschoolse dagopvang | 8891 | 2 | 30 meter | Geluid |
In vergelijking met de voormalige situatie wordt alleen een buitenschoolse dagopvang toegevoegd als activiteit. De grootste richtafstand van de activiteiten is 50 meter voor het aspect geluid. Binnen deze richtafstand liggen bestaande woningen aan de Dassenburcht, Wolfskuil en Hagelkruis. In zoverre kan niet voldaan worden aan de richtafstanden van de VNG-brochure.
In de afweging van de ruimtelijke mogelijkheden van de locatie is geconstateerd dat de indicatieve afstanden van de VNG brochure niet haalbaar zijn in deze bestaande situatie. De VNG brochure is in dit geval ook niet bruikbaar. Verwezen wordt naar p. 24 en 25 van deze brochure:
“(…) Benadrukt wordt dat milieuzonering zich uitsluitend richt op het sturen van nieuwe ontwikkelingen. Milieuzonering is niet bedoeld voor het beoordelen van bestaande situaties waarbij gevestigde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies op minder dan de richtafstand van elkaar staan. (…) Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het de voorkeur om functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. (…)”.
Derhalve is in dit geval getoetst aan het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit kent de volgende normstelling (artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit):
Het Activiteitenbesluit zondert een aantal activiteiten uit van de beoordeling. Deze activiteiten zijn in het kader van dit bestemmingsplan nadrukkelijk wel in de beoordeling betrokken, nu in het kader van de ruimtelijke ordening een bredere beoordeling nodig is. Het betreft de volgende activiteiten:
In aanvulling op het akoestisch rapport dat met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, is (mede in reactie op de zienswijzen) een aanvullend akoestisch onderzoek opgesteld. Hierna wordt ingegaan op beide rapporten.
Geluidrapport 201404-07
In het primaire onderzoek (20141404-07), bijlage 14, zijn maatregelen onderzocht om de geluidbelasting ter plaatse van de onderzochte woningen te verlagen.
Maatregelen primair rapport (201404-07)
In het rapport worden de onderstaande akoestische maatregelen voorgesteld:
Verwerking in regels en verbeelding
LIGGING BUFFERZONES
POSITIE GELUIDSCHERM
Aanvullend geluidrapport 20151423-06
Uit het tweede akoestisch rapport, bijlage 15, blijkt het volgende:
Bij een tweetal woningen (Dassenburcht 30 en 44) wordt de overschrijding van de grenswaarden voor het maximale geluidniveau veroorzaakt door schreeuwende kinderen op het schoolterrein. De overschrijding bij de woning aan de Dassenburcht 30 kan voorkomen worden door het plaatsen van een geluidwerende voorziening, zoals een geluidscherm, met minimaal een materiaaldichtheid van 10 kg/m² aan de noordzijde van de fietsenstalling. Bij de woning aan de Dassenburcht 40 kan de berekende overschrijding voorkomen worden door het vergroten van de bufferzone aan de oostzijde van de woning, of door de bufferzone in een half-verharding uit te voeren.
Het grootste deel van de berekende overschrijdingen van het maximale geluidniveau worden veroorzaakt door activiteiten die buiten het schoolterrein plaats vinden. Het gaat hierbij om:
Ten aanzien van de geluidbronnen die buiten het schoolterrein voor de overschrijding van de grenswaarde het maximale geluidniveau zorgen, wordt het volgende opgemerkt:
De hiervoor aangehaalde relatief geringe overschrijdingen leiden niet tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onder andere uit toepassing van de methode Miedema is gebleken dat gesproken kan worden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Maatregelen aanvullend geluidrapport (20151423-06)
In het rapport worden de onderstaande akoestische maatregelen voorgesteld:
Verwerking in regels en verbeelding
Op basis van het Activiteitenbesluit mag er 12 keer per jaar sprake zijn van een incidentele bedrijfssituatie oftewel een situatie die niet direct het gevolg is van de reguliere bedrijfssituatie. De verwachting is dat de school slechts een paar keer per jaar een incidentele bedrijfssituatie heeft.
Het aspect geluid vormt geen planologische belemmering voor het plan, mits blijvend uitvoering wordt gegeven aan de genoemde akoestische maatregelen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening. De genoemde maatregelen zijn in de planregels geborgd.
Het plangebied is gelegen binnen het 'obstakelbeheergebied' van Vliegbasis Volkel zoals weergegeven op de onderstaande afbeelding. Als gevolg hiervan is geen bebouwing toegestaan hoger dan 150 meter in verband met het beschermingsgebied van een in- en uitvliegfunnel en hoger dan 65 meter in verband met het radarverstoringsgebied. In het voorliggende bestemmingsplan wordt geen bebouwing mogelijk gemaakt van een dermate hoogte dat sprake is van een overschrijding van de genoemde hoogten. Vanuit dit oogpunt bestaan er kortom geen belemmeringen.
MILITAIR LUCHTVAARTTERREIN - VLIEGBASIS VOLKEL (BIJLAGE 3.8 BIJ DE RARRO)
Verwerking in regels en op verbeelding
Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. In de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de gevallen opgenomen waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Alle andere vormen van ontwikkeling zijn in principe niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig, maar er kan hiervoor wel een nadere motivering vereist zijn.
Het plan valt onder de activiteit D11.2. zoals genoemd in de bijlage Besluit milieueffectrapportage. De omvang van het plan blijft echter zodanig ruim onder de drempelwaarden voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten, dat zonder nader onderzoek kan worden geconcludeerd dat het plan geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Een nadere motivering is niet noodzakelijk.
| code | activiteit | drempelwaarde | |
| woningbouw | |||
| D11.2 | De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. | In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:
1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. |
|
Het plan heeft verder geen bijzondere milieueffecten.
Conform het bepaalde in artikel 38a van de Monumentenwet 1988 moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten.
Op 11 mei 2009 heeft de gemeenteraad van Cuijk het Archeologisch Beleidsplan vastgesteld. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de Archeologische Beleidskaart. Het plangebied is aangegeven.
UITSNEDE ARCHEOLOGISCHE BELEIDSKAART
Het plangebied ligt in het vigerende bestemmingsplan in een zone met de aanduiding 'Archeologisch onderzoeksgebied', waar een onderzoek verplicht is bij bodemverstorende activiteiten met een oppervlakte vanaf 2.500 m². In het gehele plangebied zijn bodemverstorende activiteiten gepland en het plangebied heeft een grotere oppervlakte dan 2,500 m². Direct ten zuiden van het plangebied ligt een uitloper van het archeologisch landschap Maasvallei. Het plan heeft geen gevolgen voor dit archeologisch landschap.
Een extern bureau heeft het rapport 'Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Plan Padbroek te Cuijk' (15 januari 2015, nr. 14102002-C1) opgesteld. Het onderzoeksrapport is als bijlage 16 opgenomen. Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd.
Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van een stortplaats op een deel van het plangebied, wordt geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De boringen 1, 2, 4 en 5 hebben verstoorde en geroerde grond aangetoond. Boring 3 is op de bouwvoor na onverstoord. Geadviseerd wordt om - gezien boringen 1, 2, 4 en 5 - de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied bij te stellen naar laag voor alle perioden.
Het onderzoek met het advies is extern beoordeeld en geadviseerd wordt:
Omdat de bouwput in het noordelijke deel dieper wordt dan 0,3 meter is een aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd en vastgelegd in het rapport 'Archeologisch verkennend booronderzoek Dassenburcht (ong) te Cuijk' (17 juni 2015, nr. 15051459-C1). Het onderzoeksrapport is als bijlage 17 opgenomen.
Er zijn vier extra boringen uitgezet in het noordelijke deel van het schoolterrein. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen, kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de boringen 6, 7 en 8 archeologische waarden niet meer worden verwacht. Voor het voormalige schoolplein, ter hoogte van boring 9, blijft de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, grotendeels gehandhaafd. Alleen voor de perioden Paleolithicum en Mesolithicum wordt deze bijgesteld naar laag. Op basis van het behoud van een middelhoge trefkans voor de periode Neolithicum tot en met Nieuwe tijd blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen dit deel van het plangebied aanwezig zijn. Het betreft hier echter een dermate klein eiland binnen een groot verstoord gebied dat hiervoor vervolgonderzoek niet zinvol geacht wordt. Op grond van de resultaten van het veldonderzoek adviseert de opsteller om het plangebied vrij te geven.
Het onderzoek met het advies is extern beoordeeld en geadviseerd wordt:
In de regels en op de verbeelding is het advies verwerkt door:
Eén en ander houdt in dat het voormalige schoolplein niet volledig vrij wordt gegeven. Ter plaatse van het voormalige speelplein is een deel van de bouwput gepland en opnieuw een schoolplein. De totale oppervlakte van het niet vrij gegeven gebied is ongeveer 1.760 m². In het niet vrij gegeven gebied wordt waarschijnlijk dieper gegraven dan 0,5 meter, maar het gebied is kleiner dan 2.500 m².
Het deel van het plangebied ter plaatse van de stortlocatie en de boringen 1, 2, 4, 5, 6, 7 en 8 wordt vrijgegeven. Voor de rest van het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' van toepassing.
Verwerking in regels en op verbeelding
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden worden met de aanwezige cultuurhistorische waarden.
Het schoolgebouw en de gymzaal waren niet opgenomen in de 'Lijst karakteristieke objecten gemeente Cuijk' zoals vastgesteld op 29 maart 2011. Beide gebouwen zijn in december 2014 gesloopt.
In het noordelijk deel van de wijk Padbroek staat een karakteristieke T-boerderij aan het Patrijzenveld 117 en de rijksmonumentale industrie- en poldermolen “Jan van Cuyk” (1860) aan het Hagelkruis/Heerstraat. De molen is niet langer bedrijfsmatig in gebruik. Tussen het plangebied en de molen staan woningen waardoor er geen zichtrelatie is.
UITSNEDE CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART
In 2008 is de nota “Bomen verdienen bescherming: monumentale bomennota gemeente Cuijk 2009-2019” vastgesteld. In de nota is een lijst opgenomen met bomen die de aanduiding 'monumentaal' hebben gekregen vanwege hun ouderdom, soort of bijzondere geschiedenis. In het plangebied zijn geen monumentale bomen aanwezig. De dichtstbij gelegen monumentale bomen zijn drie zomereiken bij de T-boerderij aan het Patrijzenveld 117.
Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan.
Ten behoeve van de bescherming van zeldzame of kwetsbare planten en dieren zijn twee wetten van toepassing. Middels de Natuurbeschermingswet 1998 worden waardevolle natuurgebieden beschermd. De Flora- en faunawet bevat een soortenbescherming.
Bureau Öko-Care heeft een quickscan uitgevoerd genaamd 'Ecologische Quickscan Flora- en faunawet voor de locatie Dassenburcht 36' (4 november 2014, nr. RF012122A) zie bijlage 18. De quickscan is uitgevoerd ten behoeve van de sloop van de school en het bouwrijp maken van het schoolterrein. De sloopwerkzaamheden zijn inmiddels uitgevoerd en alle beplanting is verwijderd. In de quickscan is voor het schoolterrein het volgende geconcludeerd.
Bureau Goderie Ecologisch Advies heeft een quickscan uitgevoerd genaamd 'Quick-scan Flora- en faunawet Beweegpark Padbroek Cuijk', (12 december 2014) zie bijlage 19. De quickscan is uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling van het Beweegpark Padbroek. Deze ontwikkeling maakt geen onderdeel uit van onderhavig bestemmingsplan, maar de parkeerkuil is opgenomen in de quickscan. Het volgende wordt aanbevolen:
De parkeerkuil ligt tegen een deel van de houtwal aan. Als bij de herinrichting van de parkeerkuil of bij het plaatsen van speelvoorzieningen beplanting wordt verwijderd uit de houtwal, dan dienen aanbevelingen 1 en 2 opgevolgd te worden.
Het aspect flora en fauna vormt geen planologische belemmering voor het plan.
Het plangebied ligt binnen het beheergebied van waterschap Aa en Maas.
De waterparagraaf betreft een beschrijving van zowel de huidige als toekomstige waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater). Daarbij worden de uitgangspunten van de watertoets van het waterschap Aa en Maas gevolgd.
Het plan is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied in de wijk Padbroek in de gemeente Cuijk. Het betreft de herontwikkeling van een bestaande bebouwde locatie. Ter plaatse is tot op heden geen sprake van een gebied met wateroverlast.
In de voormalige situatie werd het hemelwater op het gemeentelijke riool afgevoerd. In de nieuwe situatie wordt het vuil water via het gemeentelijke riool afgevoerd. Het hemelwater wordt opgevangen en ter plaatse in de bodem geïnfiltreerd.
Er wordt geen grondwater gebruikt voor de voorzieningen van het IKC gezien de aanwezigheid van de voormalige vuilstort op het schoolterrein. Het geplande bodemsysteem heeft een gesloten systeem.
Voor de opvang van het hemelwater is de nieuwe keur d.d. 3 maart 2015 van toepassing. Voor groene daken, zoals het sedumdak in de aangevraagde omgevingsvergunning, behoeven niet langer hemelwatervoorzieningen getroffen te worden. Na aftrek van het sedumdak en de onverharde delen van het perceel, wordt ongeveer 2.300 m² verhard terrein aangelegd (fietsenstalling, speelterrein met looppaden, bergingen, plat dak hoofdgebouw en buitenterrein KDV).
De omvang van de verhardingstoename ligt tussen 2.000 en 10.000 m². Voor deze categorie geldt de rekenregel: benodigde compensatie in m³ = toename verhard oppervlak in m² * gevoeligheidsfactor gebied * 0,06. Dit betekent voor de onderhavige situatie: 2.300 * 1 * 0,06 = 138 m³. Deze bergingsopgave moet op het schoolterrein worden gerealiseerd.
Vanwege het grote verhang is in de aanvraag omgevingsvergunning gekozen om voor het speelterrein een infiltratiesysteem toe te passen. Daarmee wordt de grootte van de geplande wadi met sloot gereduceerd en wordt hoogte gewonnen door de overloop hoger in de kratten te plaatsen. De buffer van de kratten is 65 m³. Tevens wordt er voorzien in infiltratiekolken. De berging in de terreinleidingen zelf bedraagt circa 25 m³. Uitgaande van de situatie dat het infiltratiesysteem en de terreinleidingen volgelopen zijn, is in de wadi en sloot een buffercapaciteit nodig van 48 m³ (138-65-25). De uitloop van de terreinleidingen in de wadi en sloot is aangevraagd op 0,6 meter onder het maaiveld. De buffercapaciteit van 48 m³ moet onder het niveau van de uitloop worden gerealiseerd.
Het plan betreft het oprichten van een gebouw voor een kindcentrum inclusief kleine sportzaal op de plaats van een voormalig schoolcomplex. Dit schoolcomplex is in 2014 gesloopt. Het had een bebouwd oppervlak van 1.775 m². Het nieuwe complex heeft een bebouwd oppervlak van 1.940 m² grotendeels afgewerkt met een sedumdak. Het hemelwater dat valt op de overige verharding wordt geïnfiltreerd binnen het plangebied. Hydrologisch is derhalve geen sprake van een verandering. Het plan kan als hydrologisch neutraal worden aangemerkt.
De daken zullen met sedum bedekt worden. Dit geeft het gebouw een groene uitstraling en leidt tot een goede thermische isolatie van de binnenruimten. Overigens geven de locatie en het functionele programma geen aanleiding tot een bijzonder gebruik van het water.
Met betrekking tot meervoudig ruimtegebruik gelden dezelfde overwegingen als ten aanzien van water als kans in de vorige paragraaf.
De locatie ligt niet aan open water, zodat geen gevaar bestaat van vervuiling van oppervlaktewater. Het functionele gebruik van het complex geeft ook geen aanleiding voor het risico van verontreiniging van het grondwater. Overigens zullen geen bouwmaterialen gebruikt worden met gevaar voor uitloging en dergelijke.
Er zijn geen bijzondere waterschapsbelangen in het geding.
Het plan voldoet aan de eisen inzake de watertoets.
Dit bestemmingsplan biedt juridisch-planologische kaders waaraan kan worden getoetst. De regels zijn eenduidig geschreven zodat er slechts één interpretatie mogelijk is. Daar waar nuttig zijn begrippen nader toegelicht in de begripsomschrijving. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt uitgelegd waarom bepaalde regels zijn opgenomen of tot stand zijn gekomen.
Het aantal afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden is tot een minimum beperkt en voorzien van ruimtelijk relevante voorwaarden.
Bij dit plan hoort één digitale verbeelding die analoog uit één kaartblad bestaat. De verbeelding is eenvoudig van opzet. Dit bevordert de inzichtelijkheid, de handhaafbaarheid en de rechtszekerheid bij de beoordeling van bouwplannen.
De verbeelding geeft de gronden van het plangebied weer. De bestemmingen van deze gronden zijn (deels met nadere aanduidingen) op de verbeelding opgenomen. Bij de verbeelding behoren een legenda, een overzichtsvenster en een stempel.
In de legenda zijn de begrenzing van het plangebied, de bestemmingen, de aanduidingen en de verklaringen opgenomen. Het plangebied omvat de gronden die onderwerp zijn van dit bestemmingsplan. Met de bestemmingen wordt het gebruik van de gronden vastgelegd. Er komen zowel enkel- als dubbelbestemmingen voor. In het geval van bijzondere of afwijkende gebruikssituaties worden aanduidingen gebruikt. Het kan gaan om gebieds-, functie-, bouw- en maatvoeringsaanduidingen, aangevuld met bouwvlakken en figuren. In de verklaring staan tot slot de onderdelen van de plankaart die geen juridische grondslag hebben. Ze worden gebruikt om de plankaart makkelijker leesbaar te maken, bijvoorbeeld een topografische en kadastrale ondergrond.
Het plangebied is als volgt bepaald:
De planregels geven inhoud aan de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en aanduidingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet gebruikt mogen worden, en hoe en wat er gebouwd kan, of mag worden. Bij de opzet van de bestemmingsregeling is getracht het aantal regels zo beperkt mogelijk te houden en slechts datgene te regelen, wat werkelijk noodzakelijk is.
De indeling van de planregels is als volgt.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Begrippen (artikel 1)
In dit artikel zijn de begrippen die in de planregels worden gehanteerd gedefinieerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan moet worden uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis.
Wijze van meten (artikel 2)
In dit artikel is aangegeven hoe de hoogte en andere maten, die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden. De regels sluiten aan bij de voormalige standaard meetbepalingen van het SVBP 2012, met uitzondering van de goothoogte.
De wijze van meten voor de goothoogte is een variant op de regeling in het bestemmingsplan “Padbroek”. Daarbij is niet de gootconstructie bepalend voor de hoogte, maar het snijvlak van de buitenzijde van de buitengevel en de bovenzijde van het dak. De feitelijke goten, boeiboorden, druiplijnen, andere waterafvoerende constructies en ondergeschikte bouwdelen zoals dakranden kunnen zich dus hoger of lager dan de goothoogte bevinden.
De bestemmingsregels zijn de regels die gelden binnen een bepaalde bestemming en zijn in overeenstemming met de SVBP2012 opgebouwd uit:
De bestemming 'Groen' is opgenomen voor het langzaam verkeerspad aan de noordzijde van het plangebied en de parkeerkuil bij het openbaar pad. Ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' zijn parkeervoorzieningen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - speelvrije zone' mogen de gronden niet ingericht en/of gebruikt worden als speelplek. Dit verbod sluit aan op hetzelfde verbod in de akoestische bufferzone tussen het schoolgebouw en het voetpad aan de noordzijde.
De kleinere groenelementen, zoals verkeersgeleidend groen en beplanting bij het IKC zijn binnen de overige bestemmingen toegestaan als ondergeschikt gebruik.
De bouwregels zijn minimaal gehouden door alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde toe te staan en veel infrastructurele en openbare voorzieningen zoals straatmeubilair vergunningsvrij mogen worden gerealiseerd. De maximale bouwhoogte van 4 meter is gebaseerd op de maximale hoogtemaat voor het vergunningsvrij bouwen van speel- en sportvoorzieningen. Binnen de aanduiding 'parkeerterrein' is een bouwhoogte van 6 meter toegestaan.
Maatschappelijk (artikel 4)
Binnen deze bestemming zijn de functies onderwijs en de aanverwante activiteiten openbare speelplaats, kinderdagverblijf, peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang opgenomen, alsmede de gymzaal voor recreatieve sport. Onder het toegestane gebruik voor recreatieve sportactiviteiten wordt behalve de gymzaal ook verstaan het gebruik van de gerelateerde functionele ruimten, zoals de kleedruimten, douches en de toestellenberging. Verder is binnen deze bestemming alleen langzaam verkeer toegestaan.
Er is één bouwvlak opgenomen voor de hoofdgebouwen, dat volledig bebouwd mag worden. Het bouwvlak en de maatvoering zijn met enige marge gebaseerd op de aanvraag omgevingsvergunning. Om de specifieke vorm van het aangevraagde gebouw vast te leggen in bouwregels, is gekozen voor een combinatie van een gewelfd dak, een maximale dakhelling, een maximale bouwhoogte (top welving) en maximale goothoogten op de westelijke en oostelijke bouwvlakgrenzen. De richting van het gewelfde dak is op de verbeelding aangeduid met het figuur 'gevellijn'.
Buiten het bouwvlak zijn bijbehorende voorzieningen toegestaan, waaronder bijgebouwen tot een maximum van 60 m², een fietsenstalling en een openbare speelplaats met speeltoestellen en straatmeubilair. De speelplaats is alleen openbaar toegankelijk dagelijks van 07.00-19.00 uur. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - speelvrije zone' mogen de gronden niet ingericht en/of gebruikt worden als speelplek.
De 'specifieke bouwaanduiding - 1' is opgenomen om tegemoet te komen aan de architectonische wens om bij de fietsenstalling een gevel door te trekken en aan te laten sluiten op de lagere muurkorven. De 'specifieke bouwaanduiding - 2' geeft de locatie aan waar de geluidwerende erfafscheiding moet komen. De 'specifieke bouwaanduiding - 3' is opgenomen voor de geluidwerende muur aan de noordzijde van de fietsenstalling. De fietsenstalling is als akoestische bron vastgelegd met de aanduiding 'fietsenstalling'. Ten slotte is voor een deel van het bouwvlak de aanduiding 'plat dak' opgenomen. Door het platte dak is de lichtinval op de verdiepingsvloer aan de noordzijde beter en is in de ochtenduren de schaduwwerking minder.
Deze bestemming betreft de delen van Hagelkruis en Dassenburcht waar verkeersaanpassingen nodig zijn ten behoeve van het IKC, waaronder een parkeerstrook met kiss & ride langs het Hagelkruis.
De bouwregels zijn minimaal gehouden door alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde toe te staan, aangezien veel infrastructurele en openbare voorzieningen zoals straatmeubilair, verlichting en wegaanduidingen vergunningsvrij kunnen worden gerealiseerd.
Waarde - Archeologie 5 (artikel 6)
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Onder andere dient voor het bouwen de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,50 meter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.
De algemene regels bevatten verplicht de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels en algemene aanduidingsregels.
Anti-dubbeltelregel (artikel 7)
In het Bro is een standaard opgenomen voor de anti-dubbeltelregel. Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. In het verleden werd nog wel eens een extra (bouw)perceel of gedeelte daarvan verworven om meer bouwmogelijkheden te krijgen. Bijvoorbeeld bij een regel dat een groter bouwperceel recht geeft op een grotere oppervlakte aan bijgebouwen. Na het verkrijgen van de omgevingsvergunning werd de grond weer afgestoten. Gevolg: meer bouwwerken op een perceel dan feitelijk bedoeld was. De anti-dubbeltelregel voorkomt dit door te verbieden dat nieuw verworven (bouw)percelen in de berekening worden meegenomen als deze al eerder bij een omgevingsvergunning zijn betrokken.
Algemene bouwregels (artikel 8)
De algemene bouwregels in dit bestemmingsplan betreffen het toestaan van ondergeschikte bouwdelen.
Algemene aanduidingsregels (artikel 9)
Dit betreft zogenaamde gebiedsaanduidingen die gelden voor zones/gebieden die in meer dan één bestemming voorkomen, zoals beschreven in de SVBP 2012.
De gebiedsaanduidingsregels zijn aanvullend op de ter plaatse geldende bestemmingsregels.
Gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - funnel' (artikel 9.1)
In de regels en op de verbeelding is de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - funnel' opgenomen ter bescherming van het functioneren van vliegbasis Volkel. De bescherming betreft een verbod op bouwwerken die de aanvliegroute kunnen belemmeren.
Gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' (artikel 9.2)
In de regels en op de verbeelding is de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' opgenomen ter bescherming van het functioneren van vliegbasis Volkel. De bescherming betreft een verbod op bouwwerken die radarsignalen kunnen verstoren.
In hoofdstuk 4 is het wettelijk voorgeschreven overgangsrecht opgenomen en de slotregel.
Overgangsrecht (artikel 10)
In het Bro zijn standaardregels opgenomen voor het overgangsrecht van bouwwerken en voor gebruik. De teksten uit het Bro zijn in het bestemmingsplan letterlijk overgenomen. In vrijwel alle bestemmingsplannen worden zoveel mogelijk gronden en bouwwerken positief bestemd, dus volgens het feitelijke gebruik. Het overgangsrecht is slechts in enkele gevallen aan de orde.
Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald:
Regels bestemmingsplan Padbroek, Integraal Kindcentrum Padbroek
Een bestemmingsplan moet economisch uitvoerbaar zijn tijdens de planperiode. Hierbij dient naast de economische uitvoerbaarheid vanuit de gemeentebegroting bezien, ook aandacht besteed te worden aan de economische uitvoerbaarheid van bestemmingen die gerealiseerd worden door particulieren, bedrijven en instanties.
Het plan betreft een gezamenlijk initiatief van de gemeente, twee openbare scholen en een stichting gericht op kinderopvang. Alle kosten en risico's komen voor rekening van de initiatiefnemers. Het plan wordt economisch uitvoerbaar geacht.
Op basis van de Wet ruimtelijke ordening is het sinds 1 juli 2008 verplicht om bij een bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen. Een exploitatieplan is echter niet verplicht als:
Ten aanzien van de "grondexploitatie" van het bouwterrein voor het IKC Padbroek geldt een bijzondere situatie. Hier is (in onderwijstermen) sprake van vervangende nieuwbouw op een terrein dat al in "onderwijseigendom" bij het schoolbestuur is. Het schoolbestuur is juridisch eigenaar. Het economische eigendom ligt bij de gemeente en dat blijft ook zo. De gemeente stelt het terrein volgens de regels van de onderwijshuisvesting beschikbaar aan het schoolbestuur. De grondkosten waren en blijven voor rekening van de gemeente. Zodra de onderwijsbestemming ooit komt te vervallen, valt de volledige eigendom de jure terug aan de gemeente. De gemeente heeft in casu de kosten voor het "bouwrijp maken" al voor haar rekening genomen. Op 22 april 2013 is door de gemeenteraad van Cuijk het budget voor de nieuwbouw vastgesteld inclusief de nieuwbouw van een gymzaal. Op basis van de ingediende omgevingsvergunning is gebleken dat het budget van 2013 niet toereikend was. Hiertoe is een aanvullend dekkingsvoorstel voorbereid dat op 1 februari 2016 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het bestemmingsplan drukt niet op de gemeentelijke grondexploitatie en is economisch uitvoerbaar.
Het bestemmingsplan doorloopt de wettelijk voorgeschreven procedure. De voorziene procedurestappen zijn:
In de 'Inspraakverordening Cuijk 2005' is een inspraakprocedure voor bestemmingsplannen opgenomen. De procedure bestaat uit een bekendmaking en een terinzagelegging van vier weken van een voorontwerpbestemmingsplan. In de verordening wordt met inspraak bedoeld: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. De gemeenteraad heeft op 2 februari 2015 besloten af te zien van de terinzagelegging van een voorontwerpbestemmingsplan, onder voorwaarde dat een afweging wordt gemaakt van de in de brief van 25 april 2014 geuite bezwaren van omwonenden tegen het plan. De afweging van de bezwaren is opgenomen in bijlage 20.
Eveneens op 2 februari 2015 is besloten de gemeentelijke coördinatieregeling van toepassing te verklaren. In artikel 3.30 Wro is de coördinatieregeling voor gemeenten opgenomen. De regeling heeft als doel om projecten sneller tot stand te brengen, zonder daarbij de rechtszekerheid geweld aan te doen. Het toepassen van deze regeling is een raadsbevoegdheid. Als de regeling wordt toegepast dan blijft de bevoegdheid van de raad tot vaststelling van het bestemmingsplan ongemoeid, evenals de taak van het college voor het verlenen van omgevingsvergunningen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Het voordeel van de regeling is dat het bestemmingsplan en de benodigde omgevingsvergunning gelijktijdig en in samenhang worden voorbereid. Zowel het (ontwerp)bestemmingsplan als de (ontwerp)omgevingsvergunning(en) worden gelijktijdig gepubliceerd en ter inzage gelegd. Tegen de gecoördineerde besluiten is direct beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, die binnen 6 maanden beslist (in plaats van 1 jaar).
Het wettelijk vooroverleg met de provincie is langs elektronische weg geschied op 26 maart 2015. Bijlage 21 geeft een uitvoer van de aanmelding.
Van gemeentewege is aangegeven dat voorliggend plan niet in strijd is met provinciale belangen zoals opgenomen in de Verordening ruimte. Van provinciezijde is daarop gereageerd dat de verstrekte informatie geen aanleiding geeft tot opmerkingen en dat het wettelijk vooroverleg als afgerond kan worden beschouwd.
Het ontwerpbestemmingsplan is gelijktijdig met de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage gelegd voor een periode van zes weken. In het kader van de terinzagelegging kunnen tegen beide ontwerpen zienswijzen worden ingebracht. De behandeling van de zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan is verantwoord in de Nota van zienswijzen, die onderdeel vormt van de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad, bijlage 22.
De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Het vastgestelde plan wordt gelijktijdig met de verleende omgevingsvergunning ter inzage gelegd, met de mogelijkheid beroep aan te tekenen bij de Raad van State.