| Plan: | Padbroek, Integraal Kindcentrum Padbroek |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1684.10BPikcpadbroek-VA02 |
In deze regels wordt verstaan onder:
het bestemmingsplan Padbroek, Integraal Kindcentrum Padbroek met identificatienummer NL.IMRO.1684.10BPikcpadbroek-VA02 van de gemeente Cuijk
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde
de grens van een bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw
deel van een gebouw
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk
de grens van een bouwvlak
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten
de grens van een bouwperceel
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond
de bovenbeëindiging van een gebouw
de bovenzijde van een dak
een dak met een hellingshoek kleiner of gelijk aan 2°
een gebogen dakvlak dat vanaf één maximumhoogte naar twee zijden continu afloopt, niet golvend is en geen platte delen heeft
activiteiten op het gebied van onderwijs of daarmee gelijk te stellen doeleinden, zoals een school, een buitenschoolse opvang, een kinderdagopvang, een peuterspeelzaal en huiswerkbegeleiding
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt
voorziening met geluidwerende eigenschappen, waaronder in ieder geval een gesloten en massieve bouwwijze met een materiaaldichtheid van minimaal 10 kg/m², zoals een geluidsscherm of geluidswal
de zijbeëindiging van een gebouw
een lijn die de richting van de welving van het dak van een gebouw aangeeft
de buitenwerkse gevel
voorzieningen voor de inrichting, het onderhoud en het beheer van flora en fauna, zoals paden, boomgeleiders, wortelkratten, bloembakken, drainage- en sproeisystemen, faunatunnels en nestkastjes
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken
verkeer dat niet van een autoweg en/of autosnelweg gebruik mag maken, zoals de voetganger, de fiets, fiets met trapondersteuning, snorfiets, bromfiets, brommobiel, inclusief bredere varianten zoals een bakfiets, het gehandicaptenvoertuig, en de geleider/berijder van bijvoorbeeld een paard
voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie
bouwdeel van beperkte afmetingen dat niet gericht is op vergroting van de gebruiksoppervlakte, zoals antennes, lichtkoepels, dakgoten, dakranden, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren, schoorstenen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels en zonnecollectoren
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken woonwagens, woonschepen, kampeermiddelen, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken
gronden gelegen in en onderdeel uitmakend van het openbaar toegankelijk gebied en primair bedoeld voor beplanting, zoals plantsoenen, groenstroken en bermen
gronden gelegen in en onderdeel uitmakend van het openbaar toegankelijk gebied, primair bedoeld voor speelplaatsen, zoals (natuur)speeltuinen, sportveldjes en schoolpleinen
lichamelijke activiteiten voor ontspanning en plezier, al dan niet met een spel- of wedstrijdelement zoals balsporten, gymnastiek, fitness en daarmee vergelijkbare activiteiten, waarbij horeca, alsmede publiek bij wedstrijden niet zijn toegestaan
voorzieningen ter ondersteuning van het klim-, klauter- en balanceergedrag van mensen, functionerend met behulp van zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens, zoals hangnetten, schommels, glijbanen, speelforten en klimrekken
voorzieningen ter stimulering van de uitoefening van sporten, zoals doelpalen, baskets en jeu de boulesbanen
voorzieningen ter ondersteuning van de geleiding, beveiliging en regeling van verkeersbewegingen, zoals verkeersremmers, brughoofden, lichtmasten, bewegwijzering, parkeerautomaten, parkeerplaatsen, fietsklemmen en fietsenstallingen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, waterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals infiltratievoorzieningen (infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating en infiltratie- en transportriolen), bergbezinkbassins, dijken, dammen, grondwallen, duikers, stuwen en gemalen
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen.
vanaf het peil tot aan het snijvlak van een buitenwerks gevelvlak en een naar dat gevelvlak hellend dakvlak.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het hoofdgebouw gelegen binnen maximaal 0,5 meter van de hoogte van de weg Dassenburcht (zuid) (met in 2015 de straatkolkhoogte op 11,90 m +NAP).
het aantal booggraden van een bouwdeel ten opzichte van het horizontale vlak.
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
en medebestemd voor:
Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.
De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 4 meter bedragen, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' waar de bouwhoogte maximaal 6 meter mag bedragen.
De gronden met de bestemming 'Groen' mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van de doeleinden in artikel 3.1 indien de navolgende voorzieningen en maatregelen zijn getroffen en in stand worden gehouden:
Onder gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden:
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
en medebestemd voor:
en de daarbij behorende bebouwing, werken en werkzaamheden.
De gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van de doeleinden in artikel 4.1 indien de navolgende voorzieningen en maatregelen zijn getroffen en in stand worden gehouden:
Onder gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden en gebouwen:
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
en medebestemd voor:
Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.
De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 4 meter bedragen.
Onder gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan de opslag van grote obstakels als boten, caravans e.d. alsmede als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens als zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve bestemd voor het bepaalde in de ter plaatse geldende bestemmingen, ook bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.
Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,5 meter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.
Indien uit het in lid 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
Indien uit het in lid 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 6.2.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 5':
Het verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden welke:
De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:
Ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 5' kan in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het slopen de volgende voorschriften worden verbonden:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk komt te vervallen, onder voorwaarde dat op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- of bestemmingsgrens of de bouwhoogte met ten hoogste 1 meter wordt overschreden.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - funnel' geldt, in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2, ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 168,8 meter boven NAP, in verband met het beschermingsgebied van een in- en uitvliegfunnel voor vliegtuigen.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' geldt, in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2, een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 113 meter boven NAP, in verband met het obstakelvrij kunnen functioneren van een radarinstallatie voor vliegbewegingen.
Deze regels kunnen worden aangehaald als:
Regels bestemmingsplan Padbroek, Integraal Kindcentrum Padbroek.