direct naar inhoud van Regels
Plan: Padbroek, Integraal Kindcentrum Padbroek
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1684.10BPikcpadbroek-VA02

Regels

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan

het bestemmingsplan Padbroek, Integraal Kindcentrum Padbroek met identificatienummer NL.IMRO.1684.10BPikcpadbroek-VA02 van de gemeente Cuijk 

1.2 bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels

1.3 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden

1.4 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft

1.5 bebouwing

een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde

1.6 bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak

1.7 bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming

1.8 bevoegd gezag

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning

1.9 bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw

1.10 bouwdeel

deel van een gebouw

1.11 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk

1.12 bouwgrens

de grens van een bouwvlak

1.13 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten

1.14 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel

1.15 bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten

1.16 bouwwerk

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond

1.17 dak

de bovenbeëindiging van een gebouw

1.18 dakvlak

de bovenzijde van een dak

1.19 dak(vlak), plat

een dak met een hellingshoek kleiner of gelijk aan 2°

1.20 dak(vlak), enkelvoudig gewelfd

een gebogen dakvlak dat vanaf één maximumhoogte naar twee zijden continu afloopt, niet golvend is en geen platte delen heeft

1.21 educatieve activiteiten

activiteiten op het gebied van onderwijs of daarmee gelijk te stellen doeleinden, zoals een school, een buitenschoolse opvang, een kinderdagopvang, een peuterspeelzaal en huiswerkbegeleiding

1.22 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt

1.23 geluidwerende voorziening

voorziening met geluidwerende eigenschappen, waaronder in ieder geval een gesloten en massieve bouwwijze met een materiaaldichtheid van minimaal 10 kg/m², zoals een geluidsscherm of geluidswal

1.24 gevel

de zijbeëindiging van een gebouw

1.25 gevellijn

een lijn die de richting van de welving van het dak van een gebouw aangeeft

1.26 gevelvlak

de buitenwerkse gevel

1.27 groenvoorzieningen

voorzieningen voor de inrichting, het onderhoud en het beheer van flora en fauna, zoals paden, boomgeleiders, wortelkratten, bloembakken, drainage- en sproeisystemen, faunatunnels en nestkastjes

1.28 hoofdgebouw

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken

1.29 langzaam verkeer

verkeer dat niet van een autoweg en/of autosnelweg gebruik mag maken, zoals de voetganger, de fiets, fiets met trapondersteuning, snorfiets, bromfiets, brommobiel, inclusief bredere varianten zoals een bakfiets, het gehandicaptenvoertuig, en de geleider/berijder van bijvoorbeeld een paard

1.30 nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie

1.31 ondergeschikte bouwdelen

bouwdeel van beperkte afmetingen dat niet gericht is op vergroting van de gebruiksoppervlakte, zoals antennes, lichtkoepels, dakgoten, dakranden, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren, schoorstenen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels en zonnecollectoren

1.32 onderkomens

voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken woonwagens, woonschepen, kampeermiddelen, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken

1.33 openbaar groen

gronden gelegen in en onderdeel uitmakend van het openbaar toegankelijk gebied en primair bedoeld voor beplanting, zoals plantsoenen, groenstroken en bermen

1.34 openbare speelplaats

gronden gelegen in en onderdeel uitmakend van het openbaar toegankelijk gebied, primair bedoeld voor speelplaatsen, zoals (natuur)speeltuinen, sportveldjes en schoolpleinen

1.35 recreatieve sportactiviteiten

lichamelijke activiteiten voor ontspanning en plezier, al dan niet met een spel- of wedstrijdelement zoals balsporten, gymnastiek, fitness en daarmee vergelijkbare activiteiten, waarbij horeca, alsmede publiek bij wedstrijden niet zijn toegestaan

1.36 speelvoorzieningen

voorzieningen ter ondersteuning van het klim-, klauter- en balanceergedrag van mensen, functionerend met behulp van zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens, zoals hangnetten, schommels, glijbanen, speelforten en klimrekken

1.37 sportvoorzieningen

voorzieningen ter stimulering van de uitoefening van sporten, zoals doelpalen, baskets en jeu de boulesbanen

1.38 verkeersvoorzieningen

voorzieningen ter ondersteuning van de geleiding, beveiliging en regeling van verkeersbewegingen, zoals verkeersremmers, brughoofden, lichtmasten, bewegwijzering, parkeerautomaten, parkeerplaatsen, fietsklemmen en fietsenstallingen

1.39 waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede waterkering, wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, waterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals infiltratievoorzieningen (infiltratiekratten, wadi's, infiltratiegreppels, doorlatende bestrating en infiltratie- en transportriolen), bergbezinkbassins, dijken, dammen, grondwallen, duikers, stuwen en gemalen

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 afstand

de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is.

2.2 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen.

2.3 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het snijvlak van een buitenwerks gevelvlak en een naar dat gevelvlak hellend dakvlak.

2.4 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.5 peil

de hoogte van de bovenkant van de begane grondvloer van het hoofdgebouw gelegen binnen maximaal 0,5 meter van de hoogte van de weg Dassenburcht (zuid) (met in 2015 de straatkolkhoogte op 11,90 m +NAP).

2.6 hellingshoek

het aantal booggraden van een bouwdeel ten opzichte van het horizontale vlak.

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3 Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. openbaar groen en groenvoorzieningen;
  • b. openbare speelplaatsen en speel- en sportvoorzieningen, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - speelvrije zone', waar spelen is uitgesloten en waar de erfinrichting speelgedrag moet beletten;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein': tevens voor parkeren en parkeervoorzieningen, waaronder ten behoeve van de bestemming 'Maatschappelijk';

en medebestemd voor:

  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • e. nutsvoorzieningen;
  • f. langzaam verkeer en verkeersvoorzieningen;
  • g. culturele uitingen zoals beeldende kunstwerken.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Gebouwen

Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 4 meter bedragen, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' waar de bouwhoogte maximaal 6 meter mag bedragen.

3.3 Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Voorwaardelijke verplichting gebruik speelvrije zone

De gronden met de bestemming 'Groen' mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van de doeleinden in artikel 3.1 indien de navolgende voorzieningen en maatregelen zijn getroffen en in stand worden gehouden:

  • a. de inrichting van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - speelvrije zone' zodanig is dat spelen wordt belet.
3.3.2 Strijdig gebruik

Onder gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden:

  • a. voor spelen binnen de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - speelvrije zone';
  • b. voor het plaatsen van kampeermiddelen, andere onderkomens of als dagcamping;
  • c. voor de opslag van grote obstakels als boten, caravans e.d. alsmede als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens als zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Artikel 4 Maatschappelijk

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. educatieve activiteiten;
  • b. recreatieve sportactiviteiten in de gymzaal;
  • c. openbare speelplaatsen en speel- en sportvoorzieningen, onder voorwaarde dat:
    • 1. de speelplaats dagelijks openbaar toegankelijk mag zijn tussen 07.00-19.00 uur;
    • 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - speelvrije zone' geen speelplaats is toegestaan, spelen is uitgesloten en de erfinrichting speelgedrag moet beletten;

en medebestemd voor:

  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • e. openbaar groen en groenvoorzieningen;
  • f. langzaam verkeer en verkeersvoorzieningen voor langzaam verkeer;
  • g. nutsvoorzieningen.

en de daarbij behorende bebouwing, werken en werkzaamheden.

4.2 Bouwregels
4.2.1 Hoofdgebouwen
  • a. Het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, waarbij het bouwvlak volledig mag worden bebouwd.
  • b. De bouwhoogte mag maximaal 10 meter bedragen, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'plat dak' waar de bouwhoogte maximaal 4,75 meter mag bedragen.
  • c. Het dak moet gewelfd zijn, parallel aan de richting van de ter plaatse aangeduide gevellijn, met een maximale hellingshoek van 20°, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'plat dak' waar uitsluitend een plat dak is toegestaan.
  • d. De goothoogte van het meest westelijk gelegen bouwdeel mag maximaal 3,75 meter bedragen.
  • e. De goothoogte van het meest oostelijk gelegen bouwdeel mag maximaal 7,5 meter bedragen.
  • f. De goothoogten van de bouwdelen gelegen tussen het meest westelijke en oostelijke gelegen bouwdeel, moeten in het enkelvoudig gewelfde dakvlak liggen.
4.2.2 Bijgebouwen
  • a. Buiten het bouwvlak zijn bijgebouwen toegestaan, waarbij de gezamenlijke oppervlakte maximaal 60 m² mag bedragen.
  • b. De bouwhoogte mag maximaal 3 meter bedragen.
4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
  • a. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegestaan in het gehele bestemmingsvlak.
  • b. De bouwhoogte mag maximaal 4 meter bedragen, met uitzondering van:
    • 1. erf- en terreinafscheidingen waarvan de bouwhoogte maximaal 2 meter mag bedragen;
    • 2. verlichtingsarmaturen, vlaggenmasten en vergelijkbare constructies waarvan de bouwhoogte maximaal 6 meter mag bedragen.
    • 3. een bouwhoogte van maximaal 4,75 meter ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1';
    • 4. een geluidwerende voorziening met een gesloten, massieve bouwwijze en een materiaaldichtheid van minimaal 10 kg/m² ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 2', waarvan de bouwhoogte minimaal 2,3 meter moet bedragen en maximaal 3 meter mag bedragen;
    • 5. een geluidwerende voorziening met een gesloten, massieve bouwwijze en een materiaaldichtheid van minimaal 10 kg/m² ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 3', waarvan de bouwhoogte minimaal 1 meter moet bedragen en maximaal 2 meter mag bedragen;
  • c. De bouwhoogte van een niet-zelfstandige trapopgang (buitentrap) mag maximaal 5 meter bedragen;
  • d. De afstand van een niet-zelfstandige trapopgang (buitentrap) tot woonpercelen moet minimaal 20 meter zijn.
4.3 Specifieke gebruiksregels
4.3.1 Voorwaardelijke verplichting gebruik gebouwen

De gronden met de bestemming 'Maatschappelijk' mogen uitsluitend worden gebruikt ten behoeve van de doeleinden in artikel 4.1 indien de navolgende voorzieningen en maatregelen zijn getroffen en in stand worden gehouden:

  • a. minimaal 54 parkeerplaatsen, waarbij gebruik mag worden gemaakt van de parkeermogelijkheden opgenomen in de bestemming 'Verkeer' en ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' in de bestemming 'Groen';
  • b. de geluidwerende erfafscheiding en muur ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 2' en 'specifieke bouwaanduiding - 3' zoals genoemd in artikel 4.2.3 lid b onder 4 respectievelijk onder 5.;
  • c. de inrichting van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - speelvrije zone' zodanig is dat spelen wordt belet;
  • d. de technische installaties inpandig zijn geplaatst en het bronvermogen daarvan maximaal 77 dB(A) bedraagt;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'fietsenstalling' ruimte beschikbaar dient te zijn en te blijven voor minimaal 155 fietsstallingsplaatsen;
  • f. een gesloten hekwerk ter hoogte van de westelijke Dassenburcht. [toegevoegd als gevolg van gerechtelijke uitspraak 21 juni 2017]
4.3.2 Strijdig gebruik

Onder gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden en gebouwen:

  • a. voor spelen:
    • 1. op de gronden binnen de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - speelvrije zone';
    • 2. op de overige gronden in de avond- en nachtperiode tussen 19.00 en 07.00 uur;

Artikel 5 Verkeer

5.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. de afwikkeling van verkeersbewegingen en verkeersvoorzieningen;
  • a. paden, wegen, straten en verhardingen
  • b. parkeren en parkeervoorzieningen, waaronder ten behoeve van de bestemming 'Maatschappelijk';

en medebestemd voor:

  • c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • d. openbaar groen en groenvoorzieningen;
  • e. openbare speelplaatsen en speelvoorzieningen;
  • f. nutsvoorzieningen;
  • g. culturele uitingen zoals beeldende kunstwerken.
5.2 Bouwregels
5.2.1 Gebouwen

Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan.

5.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde

De bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 4 meter bedragen.

5.3 Strijdig gebruik

Onder gebruik strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval verstaan de opslag van grote obstakels als boten, caravans e.d. alsmede als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van bruikbare en/of onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens als zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond.

Artikel 6 Waarde - Archeologie 5

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve bestemd voor het bepaalde in de ter plaatse geldende bestemmingen, ook bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen.

6.2 Bouwregels
6.2.1 Omgevingsvergunning

Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,5 meter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld.

6.2.2 Voorwaarden

Indien uit het in lid 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden;
  • b. de verplichting tot het doen van opgravingen;
  • c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
6.2.3 Bouwverbod

Indien uit het in lid 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 6.2.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd.

6.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Het is verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 5':

  • a. het ophogen van de bodem, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt;
  • b. het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt;
  • c. het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt;
  • d. het verlagen of het verhogen van het waterpeil;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 meter bedraagt;
  • f. het bebossen van gronden die op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan niet als bos zijn bestemd, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 meter;
  • g. het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 meter;
  • h. het aanleggen van bos of boomgaard, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 meter;
  • i. het scheuren van grasland, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt en de bodem verstoren op een grotere diepte dan 0,5 meter;
  • j. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,5 meter, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen, zulks indien de oppervlakte 2.500 m² of meer bedraagt.


Het verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden welke:

  • k. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden;
  • l. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.


De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als:

  • m. de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld;
  • n. is gebleken dat de in lid 6.3 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal;
  • o. de in lid 6.3 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften worden verbonden:
    • 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden;
    • 2. de verplichting tot het doen van opgravingen;
    • 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
6.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

Ter plaatse van de aanduiding 'Waarde - Archeologie 5' kan in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het slopen de volgende voorschriften worden verbonden:

  • a. de sloopwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,5 meter vanaf 0,30 meter boven het maaiveld en minder worden begeleid door een gekwalificeerd deskundige;
  • b. indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarde worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning.
6.5 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 5' geheel of gedeeltelijk komt te vervallen, onder voorwaarde dat op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8 Algemene bouwregels

8.1 Uitzondering ondergeschikte bouwdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- of bestemmingsgrens of de bouwhoogte met ten hoogste 1 meter wordt overschreden.

Artikel 9 Algemene aanduidingsregels

9.1 luchtvaartverkeerzone - funnel

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'luchtvaartverkeerzone - funnel' geldt, in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2, ten behoeve van het obstakelvrije (start- en landings)vlak met zijkanten een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 168,8 meter boven NAP, in verband met het beschermingsgebied van een in- en uitvliegfunnel voor vliegtuigen.

9.2 vrijwaringszone - radar

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' geldt, in aanvulling op het bepaalde in hoofdstuk 2, een bouwverbod voor gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, voor een hogere bebouwing dan 113 meter boven NAP, in verband met het obstakelvrij kunnen functioneren van een radarinstallatie voor vliegbewegingen.

Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Artikel 10 Overgangsrecht

10.1 Overgangsrecht bouwwerken
  • a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
    • 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
    • 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
  • c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2 Overgangsrecht gebruik
  • a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
  • b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
  • c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
  • d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 11 Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als:

Regels bestemmingsplan Padbroek, Integraal Kindcentrum Padbroek.