direct naar inhoud van Motivering
Plan: TAM-omgevingsplan Buitengebied Hoofdstuk 22a Drieweg ong./Zuidweg 22
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002

Motivering

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Algemeen

Fruitbedrijf Van Damme, hierna initiatiefnemer, heeft het voornemen om het agrarisch bouwvlak op het adres Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke te verplaatsen naar een perceel aan de Drieweg in Nisse.

Op de nieuwe locatie aan de Drieweg komt een grondgebonden agrarisch bouwvlak. Op de locatie aan de Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke wordt de grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteit beëindigd, het grootste deel van de vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (tot maximaal 150 m²) wordt gesloopt en de voormalige bedrijfswoning wordt omgezet naar de functie 'Wonen'. Ook de huisvesting van tijdelijke werknemers op deze locatie wordt beëindigd en verplaatst/voortgezet in één van de te bouwen schuren op de nieuwe locatie.

Het oprichten van een nieuw agrarisch bouwvlak past niet zondermeer binnen de regels zoals die gelden in het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Borsele (hierna: 'omgevingsplan gemeente Borsele'), dat wordt gevormd door de Bruidsschat en het Chw bestemmingsplan Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018 (hierna 'omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018').

Het omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018 bevatte mogelijkheden om met behulp van een delegatiebevoegdheid het plan te wijzigen. Deze delegatiebevoegdheid was onder het stelsel van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 3.6 Wro. De Omgevingswet (hierna: OW) kent dit instrument (een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid) niet waardoor een (buitenplanse) wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk is. Met het voorliggend wijzigingsplan wordt het geldende omgevingsplan gewijzigd. Gekozen is voor een TAM1 -omgevingsplanvariant waarbij de delegatievoorwaarden zoals die waren opgenomen in het omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018 zijn gebruikt als toetsingskader voor het initiatief.

Voor een nieuw initiatief onder de OW dient er sprake te zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 OW). Dit betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die zijn toegekend aan een locatie.

1.2 Plangebied

Het plangebied bestaat uit 2 verschillende locaties; het agrarisch bouwvlak aan de Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke, waar de functie wordt gewijzigd van agrarisch naar wonen en het agrarisch perceel aan de Drieweg ong. in Nisse, waar een nieuw agrarisch bouwvlak wordt opgenomen (zie figuur 1.1 voor beide locaties).

afbeelding "i_NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002_0001.png"

Figuur 1.1 ligging plangebied (locatie Zuidweg 22 en locatie Drieweg ong.), Bron: Google Maps 2023

1.3 Procedure en vergunningen

1.3.1 Omgevingsplan

Het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Borsele is van toepassing, dat voor het plangebied bestaat uit het op 1 maart 2018 vastgestelde 'Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018' (vastgesteld 1 maart 2018), aangevuld met de Bruidsschat.

afbeelding "i_NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002_0002.png"

Figuur 1.2 tijdelijk deel omgevingsplan "Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018" (locatie 1: Zuidweg 22, Locatie 2: Beoogde locatie Drieweg), (Bron: Omgevingsplan-viewer Borsele 2023)

Locatie 1: Zuidweg 22 te 's-Heer Abtskerke

Voor het perceel Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke geldt in het geldende plan de functie 'Agrarisch' met de archeologische verwachtingswaarde 'Waarde - Archeologie 2. Hiervoor geldt dat voor bodemverstoringen van meer dan 250 m² en dieper dan 40 cm een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het perceel ligt in het kader van beeldkwaliteit in het deelgebied 'Agrarische en niet-agrarische bedrijfsbebouwing in een kleinschalige polder'. Verder geldt de functieaanduiding voor een grondgebonden agrarisch bedrijf en een suggestievlak voor bebouwing. De locatie is gelegen in het deelgebied 'Kleinschalige polders' (zie figuur 1.2).

Locatie 2: Drieweg ong. te Nisse

Het perceel aan de Drieweg in Nisse heeft een algemene agrarische functie zonder een suggestievlak voor bebouwing. Op deze locatie geldt eveneens de archeologische verwachtingswaarde 'Waarde - Archeologie 2. De locatie is gelegen in het deelgebied 'Kleinschalige polders' (zie figuur 1.2).

Met betrekking tot het ontwerp landschappelijke inpassing geldt voor beide locaties het deelgebied 'overige zone-Landschappelijke inpassing in De Poel (inclusief het heggengebied Nisse). In de bijbehorende artikelen worden eisen gesteld aan de positionering en de soorten beplanting op het perceel. Hiervoor is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld.

Tijdelijk huisvesten tijdelijke werknemers

Binnen een agrarisch bouwvlak is het op grond van het geldende plan toegestaan jaarrond tijdelijke werknemers, al dan niet met een binding met het betreffende agrarisch bedrijf, tijdelijk te huisvesten in bedrijfsgebouwen (artikel 3.2 lid d). De voorwaarden die hiervoor gelden zijn:

  • er is geen sprake van een onevenredige aantasting van gebruiksmogelijkheden van naastgelegen percelen en bedrijven;
  • parkeren vindt plaats op het eigen erf;
  • er worden geen kwetsbare objecten binnen 10-6-contouren van inrichtingen en/of leidingen gerealiseerd en voorkomen wordt dat door conversie van beperkt kwetsbare objecten, kwetsbare objecten binnen 10-6-contouren ontstaan;
  • er ontstaat geen langdurige bewoning door individuele personen hetgeen betekent dat een persoon er niet langer dan 12 maanden mag wonen en bewoners ingeschreven moeten worden in de Basisregistratie Personen;
  • op het moment van in gebruik name van de voorziening en gedurende het gebruik beschikt de voorziening over een certificaat van de Stichting Normering Flexwonen.
1.3.2 Delegatiebevoegdheid

In de omgevingsplanregeling is een mogelijkheid opgenomen om mee te werken aan het oprichten van een nieuw agrarisch bouwvlak door middel van het toepassen van een delegatiebevoegdheid. Ook is hierin een regeling opgenomen om mee te werken aan de nieuwvestiging van de functie Wonen. Het college van burgemeester en wethouders was bevoegd onder voorwaarden het omgevingsplan te wijzigen voor bovengenoemde veranderingen. Op dit plan zijn de bevoegdheden opgenomen zoals opgenomen onder artikel 140.5.1 onder a en onder c (zie bijlage 1).

140.5.1 lid a biedt de mogelijkheid de functie 'Agrarisch-grondgebonden agrarisch' te wijzigen naar 'Wonen'.

140.5.1 lid c biedt de mogelijkheid een nieuw grondgebonden agrarisch bedrijf te vestigen mits dit noodzakelijk is voor de agrarische bedrijfsvoering, er geen geschikt vrijkomend agrarisch suggestievlak beschikbaar is en elders een agrarisch bouwvlak wordt gesaneerd en overtollige bebouwing – met uitzondering van een aanwezige voormalige bedrijfswoning met vrijstaande bijbehorende bouwwerken – wordt gesloopt.

De beoordelingsregels voor deze delegatiebevoegdheid zijn opgenomen in artikel 140.5.5 (zie bijlage 1).

Omdat een zgn. (binnenplanse) wijziging onder de Omgevingswet niet meer bestaat, kan geen gebruik meer worden gemaakt van deze bevoegdheden. Met dit TAM-omgevingsplan wordt inhoudelijk aangesloten bij de in het omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018 opgenomen delegatiebevoegdheid, echter de procedure om tot vaststelling te komen is gewijzigd. Daarvoor wordt een wijziging van het tijdelijk deel van het omgevingsplan opgesteld.

1.3.3 Procedure

Zoals eerder genoemd is de ontwikkeling niet rechtstreeks mogelijk op basis van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Borsele. Om de gewenste ontwikkeling te realiseren moet het tijdelijke deel van het omgevingsplan "Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018" worden aangepast. Dat betekent dat het gemeentelijk omgevingsplan moet worden gewijzigd om het initiatief mogelijk te maken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van TAM-IMRO.

Vanwege de onzekerheden rondom het DSO is voor 2024 en 2025, de mogelijkheid gecreëerd om via de Wro-standaarden het omgevingsplan te publiceren, TAM-IMRO ('Tijdelijke Alternatieve Maatregelen – Informatiemodel Ruimtelijke Ordening') genaamd. De wijziging van het omgevingsplan kan worden opgesteld in de software voor bestemmingsplannen en wordt gepubliceerd via de IMRO standaarden en de landelijke voorziening Ruimtelijkeplannen.nl. Inhoudelijk moet een TAM-omgevingsplan voldoen aan de Omgevingswet.

Dit TAM-omgevingsplan wijzigt het omgevingsplan Borsele voor de locaties Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke en Drieweg ong. in Nisse. In juridische zin is dit plan een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Het TAM-IMRO-plan is opgesteld als hoofdstuk 22a van het omgevingsplan. Technisch kan de wijziging van het omgevingsplan met TAM-IMRO niet voldoen aan de nieuwe digitale standaarden STOP/TPOD. Daarom kan de wijziging van het omgevingsplan technisch ook geen onderdeel uitmaken van het omgevingsplan op het DSO en wordt het via de 'oude' landelijke voorziening gepubliceerd. Nadat de wijziging van het omgevingsplan is vastgesteld kunnen vergunningen ten behoeve van de bouwwerken worden aangevraagd. Dit plan vormt dan het toetsingskader voor deze vergunningaanvragen.

Het TAM-omgevingsplan moet voor 2032 worden omgezet naar het gemeentebrede omgevingsplan in de software van de gemeente en het moet dan voldoen aan de standaarden voor het omgevingsplan (STOP/TPOD). Voor het opnemen van het TAM-omgevingsplan in het STOP/TPOD-omgevingsplan dient te zijner tijd een nieuw vaststellingsbesluit te worden genomen. Het ministerie van BZK heeft de intentie uitgesproken om in de wet- en regelgeving vast te leggen dat regels in het STOP omgevingsplan die inhoudelijk gelijk zijn aan het TAM-omgevingsplan niet opnieuw appellabel worden bij het overzetten. De wijze waarop en de voorwaarden waaronder dit mogelijk is worden momenteel uitgewerkt.

1.4 Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkeling en de ruimtelijke-functionele inpassing daarvan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het project relevant beleid op de verschillende niveaus. In dit hoofdstuk is ook de omgevingsplantoets opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt getoetst aan de gestelde voorwaarden. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Vervolgens worden in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 7 geeft ten slotte een beknopte samenvatting en conclusie van de ruimtelijke onderbouwing.

Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving

 

2.1 Huidige situatie

Zuidweg 22 te 's-Heer Abtskerke (Borsele, X 919 en 920)

Het agrarisch bouwvlak aan de Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke is gelegen in een karakteristiek deel van de kleinschalige polders van de Zak van Zuid-Beveland. Het gebied kenmerkt zich door een afwisseling van karakteristieke boomgaarden, kleinschalige akkers en hollebollige weilanden. De Zuidweg is een relatief smalle polderweg. Aan de noordoostzijde van de locatie, direct tegen het bouwvlak bevinden zich gronden die in gebruik zijn voor natuur (zie figuur 2.1). Wat verderop langs de Zuidweg is de cultuurhistorisch waardevolle Hoeve Van der Meulen gelegen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002_0003.png"

Figuur 2.1 ligging plangebied ten opzichte van de natuurgronden (in groen aangegeven) (Bron: crotec viewer)

Op het terrein staan momenteel twee schuren, een bedrijfswoning en ook stacaravans ten behoeve van het verblijf van tijdelijke werknemers (zie figuur 2.2 ).

afbeelding "i_NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002_0004.png"

Figuur 2.2 huidige inrichting agrarisch bouwperceel aan de Zuidweg 22 (Bron: googlemaps)

Drieweg ong. te Nisse (Borsele, W-157)

De locatie aan de Drieweg ong. in Nisse is eigendom van de initiatiefnemer. Deze locatie is momenteel in gebruik als boomgaard en ligt direct aan de Provincialeweg N665. Er is een bestaande ontsluiting aanwezig (zie figuur 2.3 )

afbeelding "i_NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002_0005.png"

Figuur 2.3 bestaande ontsluiting perceel Drieweg (Bron: googlemaps)

Het gedeelte van het perceel waar het oprichten van een nieuw agrarisch bouwvlak is beoogd, is gelegen tussen een rioolleiding op eigen perceel aan de zuidoostzijde en een watergang met aangrenzend een hoofdbuistransportleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen aan de noordoostzijde van het perceel. De hoofdtransportbuisleiding ligt in een (buis)leidingenstrook. Binnen deze strook gelden aanvullende regels ter bescherming van de leidingen. De (buis)leidingenstrook, inclusief veiligheidszone van de leiding, bevindt zich aansluitend aan de noordelijke zijde van het plangebied van de locatie aan de Drieweg (zie figuur 2.4). Binnen de aanduiding 'veiligheidszone - leidingen' mogen geen kwetsbare objecten worden gerealiseerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002_0006.png"

Figuur 2.4 (Buis)leidingstrook incl. veiligheidszone (Bron: crotec viewer)

2.2 Beoogde ontwikkeling

Fruitbedrijf Van Damme, nu gevestigd aan de Zuidweg 23 te Nisse en Zuidweg 22 te 's-Heer Abtskerke, heeft de wens het bedrijf uit te breiden met extra bedrijfsbebouwing. Op de locatie aan de Zuidweg 23, het centrale bedrijfscentrum van het bedrijf, is daar geen ruimte voor. Aanvankelijk was de gedachte om de bebouwing op de bestaande bedrijfslocatie aan de Zuidweg 22 te 's-Heer Abtskerke uit te breiden. Gezien de ligging/bereikbaarheid van deze locatie en de landschappelijke gevoeligheid wordt doorontwikkeling van het bedrijf aldaar niet voorgestaan. Daarom wil het bedrijf uitwijken naar een bij het bedrijf in eigendom zijnde perceel aan de Drieweg, ten zuiden van Nisse met een nieuw bouwvlak en de bestaande bedrijfslocatie Zuidweg 22 laten vervallen. De locatie Zuidweg 22 wordt dan een (burger)woning waar geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaatsvinden. Daarmee wordt het agrarisch bouwvlak verplaatst van de Zuidweg naar de Drieweg, met dezelfde planologische mogelijkheden. Per saldo wordt er één woning in het buitengebied van Borsele toegevoegd en blijft het aantal agrarische bouwvlakken hetzelfde. Op de locatie aan de Zuidweg worden de voormalige agrarische gebouwen gesloopt tot een oppervlakte van maximaal van 150m² aan bijgebouwen bij wonen.

Op een deel van het agrarische perceel aan de Drieweg, momenteel ingericht als boomgaard wordt een agrarisch bouwvlak toegevoegd. Op de nieuwe bedrijfslocatie worden (gefaseerd) een aantal bedrijfsloodsen, een bedrijfswoning en een gebouw voor de huisvesting van werknemers beoogd (zie figuur 2.5).

In het bedrijfsgebouw voor de huisvesting voor werknemers worden 24 appartementen en een gezamenlijke ruimte voorzien. Het betreft 18 appartementen voor twee personen en 6 appartementen voor 4 personen. Het gaat in totaal om de huisvesting van maximaal 60 tijdelijke werknemers.

Omdat er op de nieuwe locatie sprake is van de vestiging van een volwaardig en rendabel agrarisch bedrijf (zie advies Agrarische Adviescommissie Zeeland bijlage 12), is vanuit de optiek van een operationele bedrijfsvoering en toezicht een bedrijfswoning noodzakelijk. De Agrarische Adviescommissie Zeeland heeft dit bevestigd in haar advies (zie bijlage 13).

 afbeelding "i_NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002_0007.png"

Figuur 2.5 Indicatief inpassingsvoorstel Drieweg Nisse (Bron: Ruimte & Groen, februari 2023)

Hoofdstuk 3 Toetsing aan beleid

3.1 Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. In dit hoofdstuk is getoetst of het plan in strijd is met het ruimtelijk beleid. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Tot slot wordt in paragraaf 3.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.

3.2 Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld.

In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050

Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land:

  • dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water;
  • met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap;
  • waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland;
  • met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;
  • waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten;
  • dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren;
  • waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water;
  • dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.

Nationale belangen

Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'.

Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

Toetsing en conclusie

De NOVI richt zich op een dusdanig schaalniveau dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor de betreffende ontwikkeling. De NOVI vormt hierdoor geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

3.2.2 Besluit kwaliteit leefomgeving

Het Bkl is één van de vier AMvB's die invulling geven aan de Omgevingswet.

Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. In het Bkl staan dan ook regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring.

In het Bkl staan instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De instructieregels gaan over:

  • waarborgen van de veiligheid
  • beschermen van de waterbelangen
  • beschermen van de gezondheid en van het milieu
  • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed
  • behoud van ruimte voor toekomstige functies
  • behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten
  • bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen

Met behulp van de digitale voorziening 'Regels op de kaart' (Omgevingsloket) is voor het plangebied bepaald welke gebiedsgerichte instructieregels uit het Bkl voor dit project relevant zijn. Daaruit blijkt dat het plangebied is gelegen binnen een gebied waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren en in het zoekgebied voor buisleidingen. Het Bkl stelt binnen dergelijke gebieden regels aan maximale bouwhoogten om verstoring van het radarbeeld te voorkomen. Dit project voorziet in een ontwikkeling die geen belemmering vormt voor de werking van een radarstation.

Zoekgebied voor buisleidingen

Beide locaties zijn gelegen in het aangewezen zoekgebied voor buisleidingen. Dit zijn stroken met een breedte van 250m aan weerszijden van een reserveringsgebied voor de aanleg van buisleidingen van nationaal belang. Deze gebieden bieden flexibiliteit om, indien gewenst de reserveringsgebieden te verschuiven. Dit kan alleen door dit vast te leggen in een nieuw omgevingsplan. Binnen de zoekgebieden gelden geen bouwbeperkingen. Het plangebied is niet gelegen in de reserveringsgebieden.

Brandaandachtsgebied locatie Drieweg

Op grond van artikel 5.12 van het Bkl geldt een brandaandachtsgebied dat voor het grootste gedeelte geprojecteerd is over het plangebied van de locatie aan de Drieweg (zie figuur 3.1). Het brandaandachtsgebied behoort bij de gasleidingen (PZEM-leiding en Zebra-leiding) die aan de noordzijde van de locatie aan de Drieweg liggen. Een aandachtsgebied is een zone rond activiteiten met gevaarlijke stoffen, zoals de gasleidingen, waar een verhoogd brandgevaar aanwezig is als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m² is. Een brandaandachtsgebied is geen rechtstreeks juridisch bindend voorschrift maar heeft met name een signalerende en beleidsmatige functie.

afbeelding "i_NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002_0008.png"

Figuur 3.1 Brandaandachtsgebied en Pr10-6-contour (blauw) van de buisleiding (rood) (plangebied zwart omkaderd) (Bron: registerexterneveiligheid.nl)

Op grond van artikel 5.14 van het Bkl kan de gemeente een brandaandachtsgebied vastleggen als brandvoorschriftengebied in het omgevingsplan. Binnen een brandvoorschriftengebied is het nodig om (een gedeelte van) een gebouw (of een groep gebouwen) zo te ontwerpen dat mensen bij brand snel en veilig kunnen vluchten of hulp kunnen krijgen als er brand uitbreekt. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over de bereikbaarheid van vluchtroutes, het voorkomen dat rook zich snel kan verspreiden en extra brandwerende maatregelen (zoals branddeuren of rookscheidingen). Het vaststellen van deze voorschriftengebieden is verplicht als op een locatie een zeer kwetsbaar gebouw is toegestaan. In bijlage 11 is nader ingegaan op het aspect omgevingsveiligheid.

Op een agrarisch bedrijf is geen zeer kwetsbaar gebouw toegestaan en dus bestaat er geen verplichting om een brandvoorschriftengebied vast te stellen. Wel is een bedrijfswoning toegestaan en biedt de regeling de mogelijkheid om arbeidsmigranten te huisvesten, waardoor op advies van de Veiligheidsregio Zeeland ervoor wordt gekozen het brandaandachtsgebied op te nemen in dit plan als brandvoorschriftengebied. Dit betekent dat voor de bouw van bouwwerken binnen dit brandvoorschriftengebied op grond van artikel 5.14, lid 1 onder b, artikel 4.90 van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is.

In navolging van het advies van de Veiligheidsregio Zeeland is voor dit plan een brandvoorschiftengebied aangewezen ter bescherming van toekomstige gebruikers van kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen. Om deze reden wordt voldaan aan de relevante bepalings zoals opgenomen in het Bkl en het Bbl.

Overige instructieregels uit het Bkl zijn minder relevant voor dit project, omdat deze ofwel het schaalniveau van de ontwikkeling overstijgen ofwel op een voor dit project onbelangrijk thema betrekking hebben.

Toetsing en conclusie

De locatie aan de Drieweg bevindt zich in een brandaandachtsgebied als gevolg van de gasleidingen die aan de noordelijke zijde van het plangebied zijn gelegen. In dit plan is het aandachtsgebied aangewezen als voorschriftengebied waardoor er aanvullende bouwregels gelden en wordt voldaan aan de bepalingen zoals opgenomen in het Bkl en Bbl. Naast deze aanwijzing bevat het Bkl voor het project geen relevante beperkingen opgelegd ter hoogte van het plangebied.

3.3 Provinciaal beleid

3.3.1 Zeeuwse omgevingsvisie

De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen voor de periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030.

De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier Zeeuwse Ambities voor 2050:

  • Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland;
  • Balans in de grote wateren en het landelijk gebied;
  • Een duurzame en innovatieve economie;
  • Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland;

Op het gebied van landbouw wordt ingezet op het stimuleren van een volhoudbare landbouw waar landschapsversterking en biodiversiteit onderdeel van uitmaken. Waar mogelijk wordt ingezet op verbetering van de agrarische bedrijfsstructuur in het landelijk gebied, met behoud van bestaande landschappelijke en cultuurhistorische elementen. Het creëren van zoveel mogelijk meerwaarde is de ambitie. Dit houdt in dat bodemvruchtbaarheid, waterbeheer, biodiversiteit en landschap samengaan met het (kosten-) efficiënter boeren. Door verbetering van de bedrijfsstructuur maar ook bijvoorbeeld door het stimuleren van innovatie.

Vanwege deze efficiëntere agrarische bedrijfsstructuur en als gevolg van de toenemende stoppende agrariërs raakt agrarische bebouwing overtollig en vraagt om een nieuwe invulling. Wonen in het landelijk gebied is hier een welkome nieuwe invulling. De provincie ziet hier mogelijkheden. Hierbij wordt het mogelijk gemaakt voormalige agrarische bedrijfsbebouwing om te zetten naar wonen.

Toetsing en conclusie

Het realiseren van een nieuw agrarisch bouwvlak aan de Drieweg sluit aan bij de uitgangspunten vanuit de Zeeuwse Omgevingsvisie om een volhoudbare landbouw te stimuleren. Dit draagt bij aan een efficiënte bedrijfsvoering. In het inpassingsvoorstel van de beoogde ontwikkeling is rekening gehouden met landschappelijke inpassing en behoud van cultuurhistorisch karakter. Dit gaat gepaard met een verbetering van de bedrijfsstructuur t.o.v. de huidige situatie. Wonen in het landelijk gebied als opvolgende functie op een voormalige agrarische bedrijfslocatie past eveneens binnen de doelen van de provinciale omgevingsvisie.

3.3.2 Omgevingsverordening Zeeland

In de Omgevingsverordening Zeeland zijn regels opgenomen ten aanzien van de fysieke leefomgeving van de provincie Zeeland. Hierbij zijn de uitgangspunten opgenomen die zijn vastgelegd in de Zeeuwse Omgevingsvisie.

Toetsing en conclusie

In artikel 5.2 lid 11 zijn regels voor de nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf opgenomen. Nieuwvestiging is mogelijk indien er sprake is van:

  • a. verplaatsing van een bouwvlak binnen een regio; of
  • b. nieuwvestiging vanwege een bedrijfseconomische noodzaak, er geen vrijkomend agrarisch bouwvlak in de regio beschikbaar is én een bijdrage wordt geleverd in de sanering van agrarische opstallen elders.

Sanering van een eventueel aanwezige bedrijfswoning is daarbij niet noodzakelijk.

In hoofdstuk 4 is onderbouwd dat aan bovengenoemde eisen wordt voldaan.

De Drieweg is een provinciale weg met een hierbij behorende beperkingengebied vrijwaringszone bouwwerken provinciale wegen, welke is vastgelegd als instructieregel in artikel 5.38 van de Omgevingsverordening. Het betreft een zone van 40 meter vanaf de zijkant van de rijbaan. Tot 1 januari 2024 werd deze zone berekend vanaf het hart van de weg.

In een omgevingsplan waarin een bouwwerk wordt toegestaan binnen dit beperkingengebied moet rekening worden gehouden met het belang van de instandhouding en uitbreiding van de provinciale weg. Dit met het oog op de verkeersveiligheid en de doorstroming op deze weg. Daarnaast is het binnen dit beperkingengebied niet toegestaan zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te maken (art. 2.19).

In de provinciale omgevingsverordening 2018 (geldend tot 1 januari 2024) was dit beperkingengebied berekend vanaf de as van de weg. In de nu geldende omgevingsverordening wordt het beperkingengebied berekend vanaf de zijkant van de weg. Dit heeft tot gevolg dat een klein gedeelt van het nieuwe bouwvlak nu binnen het beperkingengebied is gelegen. Daarmee is niet gezegd dat er ook daadwerkelijk bebouwing wordt opgericht binnen deze zone.

Het gaat om een een zeer klein gedeelte van het bouwvlak zoals te zien is in figuur 3.2.

afbeelding "i_NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002_0009.png"

Figuur 3.2 Ligging beperkingengebied (in rood) t.o.v. bouwvlak Drieweg ong. (Bron: Rho Adviseurs)

Indien bebouwing wordt opgericht binnen dit gedeelte van het bouwvlak is op grond van artikel 2.19 een omgevingsvergunning nodig. Het oprichten van bedrijfsbebouwing op dit gedeelte binnen het bouwvlak heeft geen negatieve effecten op de instandhouding en uitbreiding van de weg. Een dergelijke vergunning kan aanvullend worden aangevraagd aan de reeds in bezit zijnde ontheffing van de provincie Zeeland ten behoeve van het maken van een uitweg en het veranderen van de waterloop (zie bijlage2). Mocht de omgevingsvergunning voor de beperkingenactiviteit niet worden afgegeven dan kan de bebouwing hierop worden aangepast.

3.4 Gemeentelijk beleid

De omgevingsvisie voor het grondgebied van de gemeente Borsele is op 5 oktober 2023 gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad. De omgevingsvisie geeft aan wat de gemeente belangrijk vindt in de fysieke leefomgeving en geeft richting aan de toekomstige ontwikkeling.

De agrarische sector is in de gemeente sterk vertegenwoordigd. De gemeente streeft naar een landbouwsector die in harmonie en balans is met de omgeving. In het kader van de ambitie om de ruimtelijke kwaliteit te behouden en te vergroten worden er ook in het buitengebied randvoorwaarden gesteld ten aanzien van erfbeplanting, landschappelijke inpassing en het behoud van cultuurhistorisch waardevolle elementen.

Naast het belang van de agrarische sector is de cultuurhistorie van het buitengebied van groot belang voor Borsele. De slingerende dijkjes en karaktersitieke bebouwing zorgen voor een belangrijke drager van deze cultuurhistorie.

Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen moet een meerwaarde voor het klimaat meegenomen worden, bijvoorbeeld door eisen te stellen aan hemelwateropvang en compensatie van waterbergend vermogen. De gemeente wil werk maken van de Klimaatadaptatie Strategie Zeeland (KaSZ), bijvoorbeeld door te zorgen voor voldoende groen in de leefomgeving.

De agrarische sector krijgt op verschillende manieren te maken met klimaatverandering: hitte, droogte, extreme neerslag en verzilting. In lijn met de KaSZ en het bestuursakkoord wordt ingezet op een volhoudbare landbouw.  

In de gemeente Borsele is een tekort aan woningen. Met name wordt gestuurd op inbreidingslocaties in de dorpen maar uitbreiding wordt niet uitgesloten. Groot goed is daarbij het behoud van het bestaande landschap met de contrasten tussen de kleinschalige polders met de slingerende dijken en de grootschalige gebieden.

Toetsing en conclusie

De ontwikkeling gaat uit van de verplaatsing van een agrarisch bedrijf. Het nieuwe bouwvlak is gelegen op een beter bereikbare locatie en heeft meer mogelijkheden voor een efficiënte bedrijfsvoering. De oude locatie is gelegen aan één van de karakterstieke wegen. Door de oude locatie te hergebruiken voor wonen kan de karakteristieke bebouwing behouden blijven en worden hier uitbreidingsmogelijkheden voor agrarische bedrijvigheid uitgesloten. De overtollige bebouwing op deze locatie wordt gesloopt.

In het inrichtingsvoorstel van de nieuwe locatie is door middel van beplanting en waterberging rekening gehouden met landschappelijke inpassing en klimaatadaptatie. Ook is rekening gehouden met cultuurhistorische waarden. Bij de landschappelijke inpassing en erfinrichting is aangesloten bij de klassieke boerderijopzet.

Hoofdstuk 4 Gevolgen voor de fysieke leefomgeving

4.1 Algemeen

De gevolgen voor de fysieke leefomgeving moeten in beeld worden gebracht en er zal gemotiveerd moeten worden hoe met het oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties rekening gehouden wordt met in ieder geval de instructieregels uit het Bkl en de provinciale milieuverordening (artikel 8.0b, eerste lid, Bkl).

Daar waar een nieuwe activiteit milieuruimte inneemt, is aandacht nodig voor de gevolgen van deze activiteit op de omgeving maar ook welke gevolgen de omgeving heeft op deze nieuwe activiteit.

De instructieregels uit het Bkl (en provinciale omgevingsverordening) kunnen verplichten tot het opnemen van regels in het omgevingsplan. Hiervoor dient extra aandacht te zijn bij het onderzoek naar de gevolgen van een activiteit voor de fysieke leefomgeving. In dit hoofdstuk is per omgevingsaspect getoetst aan het Bkl en waar nodig onderzoek uitgevoerd.

In dit hoofdstuk wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan verschillende aspecten uit de fysieke leefomgeving. Omdat de voorwaarden zoals opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan 'Omgevingsplan Borsele 2018' het uitgangspunt van de toetsing van dit plan vormen zijn deze in de eerste paragraaf beschreven.

De gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden in dit hoofdstuk getoetst, waarbij gemotiveerd wordt onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de instructieregels uit het Bkl en de provinciale milieuverordening (artikel 8.0b, eerste lid, Bkl).

Omdat de voorwaarden zoals opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan 'Omgevingsplan Borsele 2018' het uitgangspunt van de toetsing van dit plan vormen (zie hoofdstuk 1.3), is het initiatief in paragraaf 4.2.1 en 4.2.2 getoetst aan de voorwaarden. Een overzicht van de voorwaarden is opgenomen in bijlage 1.

Het initiatief bestaat uit:

- de functiewijziging van agrarisch naar wonen op de locatie Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke;

- de vestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf/toekennen agrarisch bouwvlak aan de Drieweg in Nisse;

Deze twee onderdelen zijn aan elkaar gekoppeld omdat nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf enkel mogelijk is indien de functie aan de Zuidweg 22 wordt gewijzigd en de vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen aldaar wordt gesloopt tot een oppervlakte van maximaal van 150m² aan bijgebouwen.

Voor deze onderdelen van het initiatief wordt gebruik gemaakt van verschillende delegatiebevoegdheden, te weten:

1. Artikel 140.5.1 onder a; het wijzigen van het bestaande functie

Dit artikel wordt toegepast voor de functiewijziging van 'Agrarisch' naar 'Wonen' op de locatie Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke.

2. Artikel 140.5.1 onder c; de nieuwvestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf

Dit artikel wordt toegepast voor de vestiging van het grondgebonden agrarisch bedrijf aan de Drieweg in Nisse.

Voor de genoemde delegatiebevoegdheden zijn beoordelingsregelsopgenomen in 140.5.5 (zie bijlage 1).

In paragraaf 4.2.1 is de wijziging van agrarisch naar wonen op het perceel aan de Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke getoetst. In paragraaf 4.2.2 is de toetsing van het nieuwe bouwvlak aan de Drieweg in Nisse opgenomen.

4.2 Toetsing fysieke leefomgeving

4.2.1 Het wijzigen van een bestaande functie

Voor de wijziging van de agrarische functie naar een woonfunctie, zoals opgenomen in artikel 140.5.1 onder a aan de Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke zijn de beoordelingsregels vastgelegd in artikel 140.5.5 onder a van het 'Omgevingsplan Borsele 2018' (tijdelijk deel omgevingsplan). Voor een volledig overzicht van de beoordelingsregels wordt verwezen naar bijlage 1.

4.2.1.1 Toetsing Zuidweg 22 's-Heer Abtskerke

Het initiatief is getoetst aan de beoordelingsregels zoals in artikel 140.5.5 onder a opgenomen.

Toetsing aan de criteria uit tabel 140.3 (artikel 140.5.5 onder a)

Passend op de locatie  
De ontwikkeling   De activiteit wonen in een voormalige bedrijfswoning past naar aard en omvang in het buitengebied.  
Passend bij omgevingsaspecten locatie  
Ondergrond   Er is een bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3). De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft niet geleid tot een aanpassing van de onderzoeken (die uitgevoerd zijn onder de Wro).
Uit dit onderzoek blijkt dat in de kleilagen aan de zuidzijde van de schuur verontreiniging met PAK is aangetroffen. Nader onderzoek naar de ernst en omvang van deze verontreiniging dient te worden uitgevoerd. Dit nader onderzoek wordt als voorwaarde in de regels behorende bij dit TAM-omgevingsplan vastgelegd.  
Geluid   Op het perceel Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke wordt geen nieuwe geluidgevoelige functie mogelijk gemaakt. De bestaande bedrijfswoning is reeds een geluidgevoelige functie. Deze woning blijft gehandhaafd/in gebruik als woning. Voor een wijziging van een bedrijfs- naar een burgerwoning is in het kader van de Omgevingswet geen akoestisch onderzoek nodig.  
Gezondheid en milieu   De (bestaande) woning aan de Zuidweg 22 bevindt zich binnen een afstand van 50 meter tot de omliggende boomgaard.
 
Omdat anders dan in het verleden de woning gebruikt kan worden door bewoners die geen relatie hebben met het omliggende bedrijf zal een driftreducerende voorziening aangebracht dienen te worden, bestaande uit twee rijen elzen (of andere loofbomen) op 3 meter afstand (tussen de rijen; gemeten tussen de stammen bij aanplant). De elzen dienen in de rij geplant te worden met een tussenruimte van 75 centimeter. Tussen de rijen elzen in dient een wintergroene haag van bijvoorbeeld klimop of een beukenhaag aangebracht te worden. De uiteindelijke hoogte van de elzen en de wintergroene haag dient minimaal 4 meter te zijn. Bij aanplant dient een hoogte van minimaal 3 meter gerealiseerd te worden. Deze voorwaarden worden vastgelegd in de regels van dit plan.
Hiernaast zal bij spuitwerkzaamheden afstemming plaatsvinden met bewoners en wordt rekening gehouden met de windrichting en -snelheid (advies RUD Zeeland).

Verder zijn er als gevolg van de ontwikkeling geen aspecten onder 'gezondheid en milieu' die een belemmering vormen voor de beoogde functieomzetting.  
Water   In de voorwaarden staat beschreven dat, voor het aspect water, geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van de waterkwaliteit en dat er sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voor de locatie aan de Zuidweg 22 in s-Heer Abtskerke neemt het verhard oppervlak af door sloop van bebouwing. De waterhuishouding en afvoer van hemel- en afvalwater zal verminderen door de sloop van bebouwing. Het aspect water vormt op deze locatie dan ook geen belemmering voor de beoogde functiewijziging.  
Verkeer   Door het omzetten van de functie Agrarisch naar Wonen op de Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke wordt de verkeersveiligheid vergroot omdat er van en naar het perceel niet (meer) met agrarische landbouwvoertuigen over de smalle polderwegen wordt gereden. De vermindering van landbouwverkeer op de Zuidweg draagt bij aan een verbeterde verkeersveiligheid ter plaatse van de Zuidweg. In de verkeersmemo in bijlage 10 is het nader ingegaan op de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling.
Op eigen terrein wordt in ruime mate voorzien in voldoende parkeergelegenheid .  
Aangrenzende percelen   Het perceel aan de Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke ligt tussen agrarische percelen en enkele percelen met de functie Natuur. De grootste richtafstand voor een agrarisch bedrijf is 200 meter. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de functie die bedrijven toelaten en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het omgevingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. Indien een bedrijf buiten de daarvoor geldende richtafstand ligt mag worden aangenomen dat het betreffende bedrijf niet belemmerd wordt door de woning aan de Zuidweg 22.

Het dichtstbijzijnde agrarische bouwvlak ligt op bijna 700 meter (Zuidweg 20). Aan de richtafstand van 200 meter wordt ruimschoots voldaan en bedrijf aan de Zuidweg 20 zal dan ook niet belemmerd worden door de voorgenomen omzetting.  
Waarden   In afdeling 11.2 van het Bal zijn regels opgenomen over flora- en fauna-activiteiten. Een flora en fauna-activiteit is een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Voor een nieuwe ontwikkeling moet in beeld worden gebracht of er sprake is van een flora- en fauna-activiteit.

Voor de ontwikkeling geldt dat er sprake is van sloop . Dit kan effect hebben op beschermde soorten. Om inzicht te verkrijgen in de aanwezigheid van mogelijk aanwezige beschermde soorten, en of er sprake is van een flora- en fauna actviteit, is een quickscan ecologie uitgevoerd (zie bijlage 5). (De Quick Scan is uitgevoerd onder de Wro. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft niet geleid tot een aanpassing van het onderzoek.)

Uit de uitgevoerde Quick Scan ecologie (zie bijlage 5) blijkt dat niet kan worden uitgesloten dat als gevolg van de ontwikkeling verblijfsplaatsen en/of verstoring van beschermde soorten plaats kan vinden. Hiervoor is een nader onderzoek noodzakelijk en eventueel een een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna activiteit. Via de OW is wettelijk vastgelegd dat sloop niet mag plaatsvinden indien er sprake is van een flora- en fauna activiteit.
Het is niet nodig om hiervoor in een omgevingsplan aanvullende regels voor op te nemen.

Voordat gesloopt kan worden dient nader onderzoek/ omgevingscheck plaats te vinden naar:
- dreps (juni-juli);
- de aanwezigheid van huismussen (1 april - 15 mei);
- verblijfplaats steenuil en/ of kerkuil (15 februari - 15 juli);
- boerenzwaluw ;(mei - augustus)
ten aanzien van algemeen broedvogels dient de sloop plaats te vinden buiten het broedseizoen (15 maart - 15 juli).

Dit nader onderzoek dient te worden uitgevoerd voordat de sloopwerkzaamheden kunnen plaatsvinden.


Naast de soortenbescherming is er sprake van gebiedsbescherming. Het Natura2000 gebied Westerschelde&Saefthinge is gelegen op ongeveer 3,5 km tot de locatie aan de Zuidweg. De meest dichtbij gelegen, door de provincie aangewezen, bestaande natuur is gelegen op 200 meter tot het plangebied. Dit betreft een perceel aan de oostzijde van het perceel aan de Zuidweg 22.
Om de gevolgen die de ontwikkeling heeft op deze gebieden in beeld te brengen is een stikstofberekening uitgevoerd (zie bijlage 7). Hierin is de aanleg, sloop en het gebruik van beide locaties meegenomen. Uit de berekening blijkt dat er qua stikstofdepositie geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van dit project.

Het perceel wordt voorzien van driftreducerende beplanting. Deze beplanting vormt tevens de landschappelijke inpassing en levert een bijdrage aan de biodiversiteit van het gebied.  
  Het plangebied ligt in een gebied met 'Waarde - Archeologie 2'. Daarbij is bij bodemverstoring van meer dan 250 m² en dieper dan 40 cm een archeologisch onderzoek noodzakelijk.

Voor de locatie aan de Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke blijft de beschermde 'Waarde-archeologie 2' op de locatie behouden waardoor bij bodemverstorende grondwerkzaamheden zoals boven genoemd alsnog onderzoek naar eventueel aanwezige archeologische waarden noodzakelijk is.  
Draagvlak   Met dorpsraden en omwonenden is contact geweest en uitleg gegeven over de beoogde omzetting van de agrarische functie naar woonfunctie. Het participatieverslag is opgenomen in bijlage 16.  

4.2.2 De nieuwvestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf

4.2.2.1 Toetsing Drieweg ong. Nisse

Het initiatief is getoetst aan de delegatieregels zoals in artikel 140.5.1 onder c en de beoordelingsregels zoals opgenomen onder artikel 140.5.5 onder a en b.

Toetsing aan de criteria uit tabel 140.5.1 onder c

Nieuwvestiging is noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering; de agrarisch deskundige wordt hierover schriftelijk advies gevraagd   De Adviescommissie constateert dat de bedrijfslocatie aan de Zuidweg 23 in Nisse fysiek geen mogelijkheden meer biedt voor uitbreiding van de bedrijfsbebouwing vanwege de beperkte omvang van dit vestigingsperceel. De, eveneens in eigendom zijnde locatie aan de Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke, is vanwege de ligging (matige ontsluiting en ligging in kleinschalig Oudlandgebied) minder geschikt om de bedrijfsvoering uit te breiden. Nieuwvestiging aan de Drieweg, in combinatie met de sanering aan de Zuidweg 22 is noodzakelijk voor een efficiënte en toekomstbestendige bedrijfsvoering en een gewenste ontwikkeling voor de bedrijfsvoering van het fruitteeltbedrijf (zie bijlage 12).  
In het plangebied is geen geschikt vrijkomend agrarische suggestievlak danwel bouwvlak voorhanden   Aan deze voorwaarde wordt voldaan. In de omgeving van de Zuidweg en de Drieweg is geen te koop staand agrarisch bouwvlak aanwezig.  
Elders wordt een agrarisch suggestievlak dan wel bouwvlak gesaneerd en wordt overtollige bebouwing – met uitzondering van een aanwezige voormalige bedrijfswoning met vrijstaande bijbehorende bouwwerken – gesloopt.   Op het perceel aan de Zuidweg 22 wordt het agrarisch suggestievlak gesaneerd. Ook de overtollige bebouwing wordt gesloopt. De aanwezige voormalige bedrijfswoning blijft behouden. En de vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing aldaar wordt gesloopt tot een oppervlakte van maximaal 150 m² aan bijgebouwen.  

Toetsing aan de criteria uit tabel 140.3 (artikel 140.5.5 onder a)

Passend op de locatie  
De ontwikkeling   Agrarische bedrijvigheid past in het buitengebied van de gemeente Borsele. Er is sprake van een grondgebonden bedrijf die door vestiging op en nabij de eigen gronden tot een meer efficiënte bedrijfsvoering leidt. Het nieuwe grondgebonden agrarisch bouwvlak past naar aard en omvang in het buitengebied.  
Passend bij omgevingsaspecten locatie  
Ondergrond   Er is een bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft niet geleid tot een aanpassing van de onderzoeken (die uitgevoerd zijn onder de Wro).

Uit dit onderzoek blijkt dat op basis van historisch onderzoek, zintuigelijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek er geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de huidige en voorgenomen ontwikkeling. Nader onderzoek is niet nodig. Wel wordt aanbevolen vrijkomende grond te gebruiken binnen de perceelsgrenzen.  
Geluid   Op het perceel aan de Drieweg in Nisse wordt een nieuwe bedrijfswoning mogelijk gemaakt en dus een geluidgevoelige functie. Akoestisch onderzoek is uitgevoerd (zie bijlage 8). Hieruit blijkt dat de voorkeursgrenswaarde op de voorgevel en op de zijgevels van de woning wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Er wordt een besluit hogere waarde genomen ten behoeve van de woning (53 dB).  
Gezondheid en milieu   De nieuwe agrarische bedrijfswoning bevindt zich binnen een afstand van 50 meter tot aan de omliggende (in eigendom zijnde) boomgaard. Het gaat om een eigen woning binnen een eigen boomgaard. In het inrichtingsplan is voorzien in een groenbeplanting die tegelijkertijd dient als driftreducerende buffer tussen de boomgaard en de bedrijfswoning.
 
Verder zijn er als gevolg van de ontwikkeling geen aspecten onder 'gezondheid en milieu' die een belemmering vormen voor de beoogde functieomzetting.  
Omgevings-
veiligheid  
Vanwege de ligging van twee aardgasleidingen aan de noordzijde van het plangebied is er sprake van een gevarenzone met betrekking tot brand. Dit is vastgelegd in een zogenaamd brandaandachtsgebied. In bijlage 11 wordt ingegaan op de gevaren ten aanzien van deze leidingen. Om de potentiële bewoners en gebruikers te beschermen, is er op de verbeelding een brandvoorschriftengebied opgenomen zodat aanvullende regels gelden ten aanzien van de brandveiligheid van de gebouwen.  
Water   In de voorwaarden staat beschreven dat, voor het aspect water, geen onevenredige aantasting plaats mag vinden van de waterkwaliteit en dat er sprake is van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voor de locatie aan de Drieweg in Nisse neemt het verhard oppervlakte als gevolg van het nieuwe bouwvlak toe.
De berekening van de waterberging is opgenomen in bijlage 9. Tussen de Drieweg en het agrarisch bouwvlak wordt de bestaande watergang (eigendom provincie) verbreed. In afstemming met het waterschap Scheldestromen is hiermee voldoende water gecompenseerd. De Provincie Zeeland heef ontheffing afgegeven voor het verbreden van de watergang op eigendom van initiatiefnemer.
Het aspect water vormt op deze locatie dan ook geen belemmering voor het nieuwe agrarisch bouwvlak.  
Verkeer   In de verkeersmemo in bijlage 10 is nader ingegaan op de verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling. Over het gehele gebied gezien wordt per saldo één reguliere woning toegevoegd, wat een verwaarloosbaar effect heeft op het omliggende wegennet omdat de Zuidweg ook nu reeds aansluit op de Drieweg. De verkeersgeneratie op de Drieweg blijft gelijk aan hetgeen reeds is toegestaan op de Zuidweg. Bovendien vermindert de verplaatsing van de agrarische bedrijfsfunctie het landbouwverkeer op de Zuidweg, wat de verkeersveiligheid daar verbetert. De provincie Zeeland is akkoord met de ontsluiting van het nieuwe bouwvlak op de provinciale weg.  
Draagvlak   Met dorpsraden en omwonenden is contact geweest en uitleg gegeven over het initiatief. Het participatieverslag is opgenomen in bijlage 16.  

Voor het initiatief dient er sprake te zijn van een aantoonbare kwaliteitsverbetering in het buitengebied van Borsele. Hiervan is sprake als aan ten minste 3 voorwaarden uit onderstaande tabel wordt voldaan).

Toetsing aan de criteria uit tabel 140.3 (artikel 140.5.5 onder b)

Meerwaarde, in redelijke verhouding tot aard en omvang van de verandering  
financieel-economische meerwaarde   Het verplaatsen van het agrarisch bouwvlak van de Zuidweg 22 naar de Drieweg ong. is niet alleen wenselijk voor de efficiency van het agrarisch bedrijf van initiatiefnemer, ook wordt de Zuidweg ontzien van (zwaar) landbouwverkeer. De locatie aan de Zuidweg is gelegen in een karakteristiek gedeelte van de gemeente Borsele en blijft zo aantrekkelijk voor recreanten.
De locatie van het nieuwe agrarische bouwvlak aan de Drieweg is direct ontsloten op de N665. Deze gebiedsontsluitingsweg is geschikt voor het landbouwverkeer.  
maatschappelijke waarde   De nieuwbouw op de locatie aan de Drieweg wordt duurzaam gebouwd.  
ruimtelijke meerwaarde   Het verplaatsen van het agrarisch bouwvlak van de Zuidweg 22 naar de Drieweg ong. draagt naast een verbetering van de bedrijfssituatie ook bij aan een meerwaarde voor de verkeersveiligheid en de landschappelijke/ ruimtelijke uitstraling. Per saldo is er sprake van ruimtelijke meerwaarde.

ontsluiting/ verkeer
De Drieweg is een doorgaande weg. De locatie aan de Drieweg is dan ook goed ontsloten. Verkeer van en naar het bedrijf leidt tot minder overlast dan dat het bedrijf aan de Zuidweg 22 verder ontwikkeld zou worden. Door het ontlasten van de Zuidweg is er met name voor langzaam verkeer sprake van een veiligere situatie.
Aan de Drieweg wordt rekening gehouden met voldoende uitzicht op de weg en het aangrenzende fietspad, waardoor als gevolg van de ontwikkeling geen verkeersonveilige situatie ontstaat voor weggebruikers en fietsers.

landschappelijk/ ruimtelijke uitstraling
De locatie aan de Zuidweg 22 is gelegen in een meer karakteristiek kleinschalig landschap. Ondanks dat de Drieweg zich op relatief korte afstand van de Zuidweg 22 bevindt, wordt de directe omgeving van de Drieweg gekenmerkt door wat grootschaliger en open gebied. Het nieuwe bouwvlak is hier meer passend.

De provincie Zeeland heeft een boerderijenonderzoek uitgevoerd. De boerderij aan de Zuidweg 22 is in dit onderzoek gewaardeerd op een score B. Dit is een relatief hoge score. De beoordeling is gebaseerd op het vooroologse woonhuis, de naoorlogse schuur en de stedenbouwkundige context en het gehele ensemble.
De niet waardevolle schuur wordt gesloopt zodat het geheel, woonhuis en de schuur gedeeltelijk behouden blijft.
De locaties aan de Zuidweg 22 en de Drieweg worden landschappelijk ingepast met streekeigen beplanting, waardoor het past binnen het landschap. In bijlage 14 is een rapport opgenomen waarin de landschappelijk inpassing voor het perceel aan de Drieweg is opgenomen.

De sloot langs de Drieweg wordt verbreed tot een natuurvriendelijke oever, waardoor er niet alleen meer ruimte is voor het opvangen van water maar ook wordt, in combinatie met de landschappelijke inpassing, de biodiversiteit vergroot.

Het onderkomen voor tijdelijke werknemers wordt uitgevoerd in een architectuur die passend is in de omgeving; een zwarte boerenschuur met een vrijstaande boerenwoning; de hofstede zoals die in de gemeente Borsele veel voorkomt. Ook de op te richten bewaarloodsen zullen moeten voldoen aan de beeldkwaliteit zoals opgenomen in de regeling van dit plan. De werknemers die nu verblijven in de stacaravans op de locatie aan de Zuidweg 22 zullen in de boerenschuur worden gehuisvest. Deze stacaravans zijn in landschappelijk opzicht niet wenselijk. Na realisatie van het plan worden deze verwijderd. Er is dan ook sprake van een kwaliteitsslag aldaar.  

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving

Op de aangegeven locatie Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke komt de functie "Agrarisch - grondgebonden agrarisch bedrijf" en daarmee het suggestievlak bebouwing te vervallen en mag het object voor de functie "Wonen" worden aangewend.

Op het perceel aan de Drieweg in Nisse wordt een bouwvlak ten behoeve van agrarisch bebouwing opgenomen.

Regels

De regels van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Borsele bestaande uit de regels van het "Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018” zijn ongewijzigd en onverkort van toepassing, met dien verstande dat met de omzetting naar de functie Wonen de regels over wonen uit het omgevingsplan van toepassing zijn. Voor het nieuwe agrarische bouwvlak zijn de regels van toepassing over een grondgebonden agrarisch bedrijf.

Onder de Omgevingswet zijn delegatieplannen niet meer mogelijk. Om die reden zijn in dit TAM-omgevingsplan de delegatiebevoegdheden zoals die zijn opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan 'Omgevingsplan Borsele 2018' niet overgenomen.

Vanwege de ligging van de locatie aan de Drieweg, nabij de gasleiding aan de noordzijde is, zoals eerder aangegeven, een brandvoorschriftengebied opgenomen ter bescherming van eigenaren en gebruikers.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

De gemeente Borsele is van mening dat de financiële uitvoerbaarheid van het omgevingsplan wordt gewaarborgd. De initiatiefnemers dragen de kosten van de planologische procedure van voorliggend TAM-omgevingsplan.

6.2 Kostenverhaal

Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. Hierin zijn afspraken m.b.t. eventuele planschade en planologische leges opgenomen.

6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3.1 Participatie

Participatie is het meedenken, meepraten en meedoen van betrokken inwoners bij gezamenlijke plannen voor de toekomst. De 'participatieladder' (zie figuur 6.1) laat verschillende niveaus van participatie zien. Hoe hoger de trede, hoe meer inwoners er te zeggen over hebben. De rol van de gemeente Borsele verandert ook per trede: van een sturende overheid naar een samenwerkende samenleving waarin overheid en inwoners de handen ineen slaan.

afbeelding "i_NL.IMRO.0654.TAMOPDWZW222024-0002_0010.png"

Figuur 6.1: Participatieladder (bron: gemeente Borsele)

Er zijn twee vormen van participatie; burgerparticipatie en overheidsparticipatie. Het voorliggende plan valt onder burgerparticipatie en omdat er sprake is van een particulier initiatief is voor dit plan gebruik gemaakt van particpatie in trede 1.

In dit kader zijn twee dorpsraden en omwonenden geïnformeerd over het initiatief. Het participatieverslag is weergegeven in bijlage 16.

6.3.2 Procedure

Bij de procedure van een TAM-omgevingsplan wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om tegen het ontwerp TAM-omgevingsplan een zienswijze in te dienen.

Tijdens de termijn van ter inzagelegging zijn ruim 70 zienswijzen ingediend en is advies uitgebracht door de provincie Zeeland en de Veiligheidsregio/brandweer. Deze zienswijzen en opmerkingen hebben in hoofdzaak niet tot aanpassingen van het plan geleid. Wel is er aanvullend onderzoek uitgevoerd naar verkeer en externe veiligheid vanwege de ligging van het nieuwe bouwvlak binnen het brandaandachtsgebied. In overleg met de Veiligheidsregio is besloten voor de locatie aan de Drieweg, een brandvoorschriftengebied op te nemen zodat er aanvullende bouweisen gelden om de veiligheid van werknemers en bewoners te garanderen. De opmerkingen die de brandweer heeft gemaakt hebben niet tot aanpassing van de wijziging van dit omgevingsplan geleid, maar zullen bij de nadere uitwerking en inrichting van het terrein worden betrokken.

Omdat de gemeenteraad de bevoegdheid tot vaststelling heeft gedelegeerd stelt het college van Burgemeester en Wethouders het plan vast.

Na vaststelling van het TAM-omgevingsplan staat enkel nog beroep open.

Hoofdstuk 7 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Het realiseren van het nieuwe bouwvlak aan de Drieweg in Nisse is gekoppeld aan de sloop van de overtollige bebouwing aan de Zuidweg 22 in 's Heer Abtskerke, dit betekent dat de overtollige bedrijfsbebouwing (meer dan 150 m²) aan de Zuidweg gesloopt moet zijn binnen 6 maanden na oprichten van bedrijfshal 1 op de locatie aan de Drieweg. Voor de sloop van de overtollige voormalige agrarische bebouwing aan de Zuidweg en de bouw van de agrarische bebouwing aan de Drieweg, dient nog nader veldonderzoek plaats te vinden op het gebied van flora & fauna, waaruit blijkt dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn die verstoord kunnen worden. Een omgevingsvergunning kan niet worden verleend voordat dit is onderzocht. De juridische grondslag voor vergunningverlening is opgenomen in de Omgevingwet, waardoor toetsing aan bod komt bij de sloop en bouw.

Het toevoegen van een nieuw agrarisch bouwvlak aan de Drieweg ong. in Nisse heeft effect op de omgeving. Echter, gelet op de directe ligging nabij deze doorgaande Drieweg is de ontsluiting van dit perceel aanzienlijk beter dan dat het bedrijf zich verder ontwikkelt aan de Zuidweg 22 in 's-Heer Abtskerke. De omgeving van de Zuidweg is landschappelijk en ecologisch gevoeliger dan de locatie aan de Drieweg. Daarbij komt dat de ontsluiting van dit voor hedendaagse agrarische bedrijfsvoering niet optimaal en wenselijk is en kan leiden tot gevaarlijke situaties. Een woonbestemming op deze locatie is een gewenste ontwikkeling.

Het toestaan van een nieuw agrarisch bouwvlak aan de Drieweg en het wijzigen van de bestemming aan de Zuidweg naar wonen is een positieve ontwikkeling. Ondanks de ligging van het nieuwe bouwvlak binnen een brandaandachtsgebied, wordt de veiligheid van gebruikers en bewoners gewaarborgd door het gebied aan te wijzen als brandvoorschriftengebied en hier specifieke bouwregels toe te passen. De locatie aan de Drieweg is goed bereikbaar en voorkomt verdere uitbreiding van het nu nog agrarische bouwvlak aan de Zuidweg. De Zuidweg is bovendien slechts 3 meter breed en het gebied rondom de Zuidweg heeft en meer kleinschalig karakter. Per saldo blijft de verkeerssituatie op de Drieweg onveranderd en heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de verkeersdoorstroming en verkeersveiligheid van het omliggende wegennet.

Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit, nader onderzocht in hoofdstukken3, 4 en 6.