direct naar inhoud van TOELICHTING
Plan: Sexbierum - Hearewei 24A
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1949.BPSBRHRWEI24A2017-VAS1

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding bestemmingsplan

In de kern Sexbierum is momenteel een CoopCompact gevestigd. De CoopCompact is één van de drie supermarkt formules die Coop exploiteert. De winkel staat aan de Nije Buorren, de straat in Sexbierum waar enkele winkels gevestigd zijn, en heeft een winkelvloeroppervlakte van 352 m2. Daarmee is het een relatief kleine winkel. De supermarkt heeft geen eigen parkeerterrein, waardoor het parkeren plaatsvindt in de parkeervakken langs de weg Nije Buorren. De parkeergelegenheid langs de weg wordt zowel door de bewoners als de bezoeker van de CoopCompact gebruikt. Circa 6 van de 18 parkeerplaatsen zijn in principe bedoeld voor de supermarkt. De bevoorrading van de supermarkt vindt plaats aan de achterzijde van het pand, in de straat 'Achterom'. Dit is een smal straatje waar een vrachtwagen niet kan keren. De vrachtwagen rijdt daarom achteruit 'Achterom' in, wat zorgt voor onoverzichtelijke verkeerssituaties.

Vanwege de kleine maat van de supermarkt, het ontbreken van uitbreidingsmogelijkheden, onhandige wijze van bevoorrading en de beperkte parkeervoorzieningen wil Coop de supermarkt graag verplaatsen naar de Hearewei 24a, net buiten het centrumgebied van Sexbierum. Deze locatie biedt de Coop wel de mogelijkheid om te voldoen aan de eigen eisen qua oppervlakte, parkeergelegenheid, mogelijkheden tot bevoorrading en bereikbaarheid. Tevens bevindt het huidige pand aan de Nije Buorren zich in een bouwkundig slechte staat. Om deze ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen realiseren is het opstellen van een nieuw juridisch kader noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2 Planologisch regime

Het doel is om de huidige Coop te verplaatsen, zodat deze kan blijven functioneren volgens de meest recente functionele en ruimtelijke eisen die het bedrijf stelt. De beoogde locatie aan de Hearewei maakt deel uit van het plangebied van het bestemmingsplan Sexbierum / Pietersbierum, dat is vastgesteld op 2 juli 2009. Op basis van het bestemmingsplan Sexbierum / Pietersbierum is de beoogde locatie voorzien van de bestemming Cultuur en ontspanning 1. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend gebouwen ten behoeve van sociaal-culturele voorzieningen, educatieve doeleinden en ondergeschikte horeca ten dienste van deze voorzieningen toegestaan. Hierbinnen is de vestiging van een supermarkt niet toegestaan. In figuur 1.1 is een uitsnede van het bestemmingsplan weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPSBRHRWEI24A2017-VAS1_0001.jpg"

Figuur 1.1 Uitsnede bestemmingsplan Sexbierum / Pietersbierum

1.3 Leeswijzer

Na bovenstaande inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en de ruimtelijke inpassing daarvan en de vertaling naar uitgangspunten voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het plan relevante, beleid op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de vertaling van de uitgangspunten uit hoofdstuk 2, 3 en 4 naar een juridische regeling. Ten slotte worden in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het plan besproken.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

Dit bestemmingsplan maakt de verplaatsing van de Coop in Sexbierum mogelijk. De invulling van de nieuwe locatie is een belangrijk uitgangspunt voor dit bestemmingsplan. Deze wordt in dit hoofdstuk behandeld. Daarbij wordt ook ingegaan op de bestaande ruimtelijke en functionele structuur.

2.1 De omgeving

De locatie van het plangebied, in het noordoosten van Sexbierum, is weergegeven in figuur 2.1. Het gebied rondom het plangebied is aan te merken als een gemengd gebied. Er is namelijk sprake van een bundeling van verschillende functies. Ten noordwesten van het plangebied is een autobedrijf gevestigd, in combinatie met een LPG-tankstation. Verder is ten noordoosten van het plangebied een agrarisch bedrijf gevestigd. Op het perceel Hearewei 5 zit een bedrijf dat biologische en natuurlijke producten ontwikkelt. Ten oosten van het plangebied zit momenteel een horeca-vestiging. Het plangebied zelf valt binnen de bestemming Cultuur en ontspanning. Daar is op dit moment Aeolus aanwezig: een overdekt speelparadijs voor kinderen. Tevens zit hierbij een ontdekkingscentrum. Ten zuiden en zuidwesten van het plangebied is overwegend sprake van woningen.

Het plangebied ligt aan de Hearewei, ofwel de N393. Deze weg vormt de verbinding van Harlingen, via onder meer Sexbierum, naar Stiens.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPSBRHRWEI24A2017-VAS1_0002.jpg"

Figuur 2.1 Locatie van het plangebied

2.2 Verplaatsingsnoodzaak

In de vorige paragraaf is aangegeven dat de Coop graag wil verplaatsen. Deze verplaatsing is gebaseerd op moderne ontwikkelingen die binnen het bedrijf plaatsvinden. Voor de verplaatsingsnoodzaak is een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. De noodzaak van verplaatsing wordt in deze paragraaf in hoofdlijnen onderbouwd. De volledige onderbouwing is terug te vinden in het ruimtelijke-economisch onderzoek in bijlage 1.

Coop wil graag gevestigd blijven in Sexbierum en wil daarom de supermarkt verplaatsen naar de Hearewei 24a. Op deze locatie kan wel voldaan worden aan de uitgangspunten van Coop. Hier kan een winkel worden gerealiseerd met het formaat van een winkel met een regionale verzorgingsfunctie. Uit de uitgevoerde distributieplanologische analyse (bijlage 1) blijkt dat er zowel in de huidige als toekomstige situatie behoefte is aan deze ontwikkeling. Dit onderzoek gaat uit van een bruto vloeroppervlak (bvo) van de winkel van 750 m2. Dit is bij recht in het bestemmingsplan geregeld. Naderhand is gebleken dat deze oppervlakte 752 m2 wordt. Deze vergroting verandert niets aan de conclusies van het onderzoek, omdat het onderzoek aantoont dat ook bij een bvo van 900 m2 sprake is van een toekomstige behoefte aan de ontwikkeling. Deze 900 m2 was gebaseerd op een afwijkingsmogelijkheid om de oppervlakte bvo onder voorwaarden te vergroten. Deze mogelijkheid is bij de vaststelling van het bestemmingsplan geschrapt, waardoor alleen de realisatie van een supermarkt van ten hoogste 752 m2 bvo overblijft.

Een goed functionerende supermarkt is voor zowel Sexbierum als voor de regio van groot belang voor de leefbaarheid. De beoogde verplaatsing en uitbreiding past dan ook bij de behoefte van de consument. Na de realisatie van de beoogde ontwikkeling komt het duurzaam economisch functioneren niet in gevaar van de overige aanbieders van dagelijkse goederen. Er zal naar verwachting als gevolg van de ontwikkeling geen duurzame ontwrichting optreden.

2.3 Actuele situatie plangebied

Het plangebied ligt aan de Hearewei in het noordoosten van Sexbierum. Het plangebied ligt op een deel van het terrein waar Aeolus is gevestigd. Het gebied waar de beoogde vestiging van de supermarkt moet plaatsvinden, ligt op dit moment braak. Het wordt niet gebruikt ten behoeve van Aeolus.

Aan de noord- en westzijde wordt het gebied omringd door een gegraven watergang. De noordzijde wordt tevens begrensd door een groensingel van bomen. Aan de oost- en zuidoostzijde ligt het terrein van Aeolus. De ontsluiting van het perceel vindt plaats via de noordzijde ervan, over de Hearewei. In figuur 2.2 is een luchtfoto van de huidige feitelijke situatie opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPSBRHRWEI24A2017-VAS1_0003.jpg"

Figuur 2.2 Huidige feitelijke situatie plangebied

2.4 Gewenste situatie

Het doel is om in het plangebied een nieuwe Coop te realiseren. Deze wordt gerealiseerd volgens de moderne eisen van de Coop. In bijlage 1, het Ruimtelijk-economisch onderzoek, is hierop uitgebreid ingegaan. In de gebouwen van de Coop, volgens de Coopcompact-formule waar in dit plan sprake van is, wordt kort gezegd rekening gehouden met de volgende eisen:

  • oppervlakte van 500-800 m2;
  • goede zichtbaarheid;
  • goede bereikbaarheid;
  • goede expeditie mogelijkheid;
  • ruime parkeergelegenheid;
  • beperkte concurrentiedruk;
  • minimaal 3.000 inwoners in het verzorgingsgebied.

De huidige locatie van de Coop in het centrum van Sexbierum voldoet, afgezien van het aantal inwoners in het verzorgingsgebied, niet aan deze eisen waardoor de supermarkt zich hier niet meer verder kan ontwikkelen. Bovendien is uit de leegstand analyse, opgenomen in bijlage 1, gebleken dat er in Sexbierum geen geschikt bevonden leegstand is, die opgevuld kan worden met de verplaatsing van de Coop. Om het bedrijf levensvatbaar te houden is de verplaatsing naar de nieuwe locatie nodig, die tevens aan de vestigingseisen kan voldoen.

De Coop zal op de nieuwe locatie ten noordwesten van Aeolus worden gevestigd, in de noordwestelijke hoek van de bestemming zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan, aan de Hearewei 24a. Deze beoogde locatie ligt binnen het bestaand stedelijk gebied.

Er zijn andere locaties onderzocht alvorens te kiezen voor de Aeolus-locatie:

  • Alde Buorren 24 (destijds een winkel in meubel en tapijten). De locatie is te klein. Om tot de benodigde oppervlakte te komen moeten meer naburige gronden verworven moeten worden waardoor het plan financieel niet haalbaar is.
  • Kade 2 (Garagebedrijf De Boer). Deze locatie is financieel niet haalbaar door de hoge kosten van verwerving van de locatie. De pompexploitatie levert voorts een belemmering op voor de ontwikkeling.
  • Kade 8-14 (woningen). Deze locatie is te klein. Voorts zou op het terrein geen ruimte overblijven voor parkeergelegenheid, waardoor de bestaande parkeerproblematiek zou blijven bestaan.
  • Locatie tussen Walburgastrjitte / Hearewei. Dit perceel is gelegen in een archeologisch waardevol gebied en valt tevens buiten het bestaande stedelijk gebied. Deze locatie valt om deze reden af.
  • Frjentsjerterein 4 (Werkplaats/garage Norder). De locatie is te klein voor de realisatie van de supermarkt.
  • Hearewei 5. Deze locatie is financieel niet haalbaar door de kosten van de verwerving van de grond, de sloop van de bestaande bebouwing en nieuwbouw.
  • Frjentsjerterdijk 1. Ook deze locatie is financieel niet haalbaar door de kosten van de verwerving van de grond, de sloop van de bestaande bebouwing en nieuwbouw.

Er zijn verder geen geschikte locaties binnen het stedelijk gebied gevonden, die voldoen aan de vestigingseisen, waardoor voor de Aeolus locatie is gekozen.

De supermarkt heeft in de nieuwe situatie een bruto vloeroppervlakte (bvo) van 752 m2. Dit komt neer op een winkel vloeroppervlakte van 600 m2. Het pand is voorzien van één bouwlaag met een kap met lichte helling. Bij het winkelpand wordt een parkeerterrein aangelegd met ruimte voor 28 parkeerplaatsen. Bij de inrichting van het terrein is tevens rekening gehouden met de keerlus voor vrachtwagens. In figuur 2.3 staat een impressie van de indeling van het plangebied in de toekomstige situatie. Figuur 2.4 geeft een impressie van de vormgeving van het gebouw. Voor het project wordt een sloot in de noordwestzijde van het plangebied verbreed tot een nieuwe waterpartij, die onder andere als bluswatervijver gebruikt kan worden. Een wandel/fietspad van en naar de Buorfinneleane en het realiseren van een brandkraan behoren tot de mogelijkheden.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPSBRHRWEI24A2017-VAS1_0004.jpg"

Figuur 2.3 Beoogde indeling van het plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPSBRHRWEI24A2017-VAS1_0005.jpg"

Figuur 2.4 Impressies van de gevels van het te realiseren winkelpand

Ter plaatse van de huidige locatie van de supermarkt, aan de Nije Buorren in het centrum van Sexbierum, betekent het dat er ruimte vrijkomt die opnieuw ingericht kan worden. De gronden waar de supermarkt gevestigd is zijn voorzien van de bestemming 'Gemengd'. Op basis van deze bestemming zijn meerdere functies toegestaan om het gebied mee te herinrichten. Toegestaan zijn:

  • detailhandel;
  • bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, met uitzondering van geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle inrichtingen en/of vuurwerkbedrijven;
  • woningen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. kleinschalig bedrijfsmatige activiteiten.

2.5 Verkeer en parkeren

Ontsluiting

Het plangebied wordt direct ontsloten op de Hearewei (N393) via de bestaande ontsluiting van en naar Aeolus. De N393 is een provinciale weg met een maximum snelheid van 50 km/u. De weg is ter hoogte van het plangebied gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom. Ten zuiden van de Hearewei (N393) ligt de kern Sexbierum van waaruit de Buorfinneleane, Sixtuswei en de Tsjerk Hiddesstrjitte aansluiten op de Hearewei (N393). Fietsers kunnen langs de Hearewei gebruik maken van het vrijliggende fietspad voor fietsverkeer in beide richtingen.

Parkeren

De gemeente Waadhoeke kent geen vigerende parkeernormen. Voor het bepalen van de maatgevende parkeerbehoefte wordt zodoende aangesloten bij de landelijke richtlijnen van CROW (kennis platform verkeer en vervoer). Aan de hand van deze erkende kencijfers zoals opgenomen in publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (CROW, 2012) is per functie de parkeerbehoefte te berekenen.

Conform het ruimtelijk economisch onderzoek valt de toekomstige COOP supermarkt in de categorie 'buurtsupermarkt' met een oppervlak van 752 m2 BVO. Deze functie is in publicatie 317 toegepast voor het berekenen van de parkeerbehoefte. Bij het werken met CROW kencijfers is het type stedelijkheidsgraad en gebiedsligging van toepassing. Op basis van een omgevingsadressendichtheid van 691 per km2 valt de gemeente volgens CROW in de categorie 'weinig stedelijk'. Voor de gebiedsindeling is de 'rest bebouwde kom' van toepassing. Op basis van het autobezit in de gemeente wordt gewerkt met het gemiddelde kencijfer binnen de door het CROW gegeven bandbreedte. Het parkeerkencijfer bedraagt zodoende 4,1 parkeerplaatsen per 100 m2/BVO. Er zijn afgerond 31 parkeerplaatsen nodig om in de parkeerbehoefte te voorzien.

De beoogde indeling van het parkeerterrein voorziet in 28 parkeerplaatsen. Gezien de ruimte op het perceel is het mogelijk om drie extra parkeerplaatsen te realiseren. Indien deze extra parkeercapaciteit niet gevonden kan worden kan eventueel gebruik worden gemaakt van de parkeergelegenheid van Aeolus. De parkeerbehoefte van de supermarkt is volgens het CROW (publicatie 317, aanwezigheidspercentages) het hoogst op de werkdagmiddag (60%), koopavonden (80%) en op zaterdagmiddag (100%). De parkeerbehoefte van Aeolus heeft met name betrekking op woensdag tot en met vrijdag, de weekenddagen en de feestdagen. De openingstijden zijn voornamelijk overdag. Op maandagen, dinsdagen en de avonduren kan door de supermarkt zonder problemen gebruik worden gemaakt van het parkeeraanbod van Aeolus. Daarnaast beschikt Aeolus in het algemeen over een restcapaciteit, waardoor ook op drukke momenten bij de supermarkt naar dit parkeerterrein kan worden uitgeweken.

Veel inwoners van Sexbierum zelf zullen echter, gezien de korte afstand, ook op de fiets komen. Daarom worden er ook stallingsplaatsen met ruimte voor 17 fietsen voorzien.

Op basis van bovenstaande toelichting kan worden voorzien in de parkeerbehoefte.

Verkeersgeneratie en -afwikkeling

De verkeersgeneratie van een buurtsupermarkt bedraagt op basis van de bij de parkeerberekening genoemde uitgangspunten voor het werken met CROW kencijfers 105,3 mvt/etmaal per 100 m2 BVO. Op basis van 752 m2 BVO bedraagt de verkeersgeneratie afgerond 792 mvt/etmaal weekdag. Voor een maatgevende werkdag (drukste moment) bedraagt de verkeersgeneratie dan 871 mvt/etmaal werkdag (factor 1,1).

De berekende verkeershoeveelheid komt en gaat via de Hearewei. De verkeersintensiteit op de Hearewei bedraagt 1.560 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etmaal, telling 2011) op een gemiddelde werkdag op het wegvak richting Oosterbierum (bron: Monitor verkeer & vervoer Noord Nederland). Met een autonoom groeipercentage van 1,5% is dit doorberekend naar het maatgevende jaar 2028 (10 jaar na planvoornemen). De werkdagintensiteit in 2028 is hierdoor berekend op circa 2.000 mvt/etmaal. Een gebiedontsluitingsweg - met tevens een voorrangsfunctie - kan volgens de vuistregels van het CROW (publicatie 261 Handboek Verkeersveiligheid) een intensiteit tot 15.000 mvt/etmaal goed verwerken.

Met de toename van 871 mvt/etmaal, door de realisatie van de supermarkt, bedraagt de intensiteit in 2028 nog geen 3.000 mvt/etmaal op een gemiddelde werkdag. Op basis van deze cijfers zijn dan ook geen knelpunten in de verkeersafwikkeling te verwachten.

Verkeersveiligheid

De komst van de supermarkt aan de Hearewei 24A heeft invloed op hoe de bestaande en toekomstige verkeersstromen (van en naar de supermarkt) in dit deel van Sexbierum zich bewegen over het netwerk. Dit heeft mogelijk invloed op de verkeersveiligheid. Bij verkeersveiligheid is met name de kwetsbare positie van het langzame verkeer (fiets en voetganger) ten opzichte van het gemotoriseerde verkeer van belang.

De Hearewei is binnen de bebouwde kom van Sexbierum gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg (50 km/uur). Op gebiedsontsluitingswegen geldt conform de principes van Duurzaam Veilig (richtlijnen weginrichting NL) dat verschillende verkeersdeelnemers (langzaam en gemotoriseerd) van elkaar gescheiden worden. Een fietspad is meestal de oplossing, maar bij een gebiedsontsluitingsweg met een snelheidsregime van 50 km/uur kan dat ook een fietsstrook zijn. Langs de Hearewei loopt een vrijliggend fiets- en voetpad. Dit is de meest optimale inrichtingsvorm en komt de verkeersveiligheid voor het langzame verkeer ten goede. Ten opzichte van de voorgenomen locatie ligt het vrijliggende fiets- en voetpad echter wel aan de tegengestelde richting. Fietsers en voetgangers van en naar de supermarkt moeten in de toekomstige situatie de Hearewei oversteken. Dit behoort op een verkeersveilige manier mogelijk te zijn.

Aan de noordoostkant van het plangebied, ter hoogte van de komgrens van Sexbierum, ligt de overgang van 80 km/uur naar 50 km/uur. De hier aanwezige asverspringing heeft een snelheidsremmend effect voor het verkeer. Dit voorkomt dat het binnenkomende verkeer met te hoge snelheid het toekomstige kruisingsvlak bij de supermarkt nadert. Daarnaast zijn er op de Hearewei binnen de bebouwde kom verkeersplateaus aanwezig die een snelheidsremmende werking hebben. Het in- en uitvoegende verkeer van de aangrenzende 30 km/u wegen hebben binnen de kern ten slotte ook een snelheidsremmende werking. Gesteld kan worden dat wegvakmaatregelen zoals een asverspringing en verkeersplateaus in voldoende mate voorzien om de snelheid van het verkeer ter hoogte van de voorgenomen locatie te beperken en dat hiermee voor fietsers en voetgangers een voldoende veilige oversteek mogelijk is.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. De nieuwe Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vervangt verschillende bestaande nota's zoals de Nota Ruimte, de agenda Landschap en de agenda Vitaal Platteland.

Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk voor de resultaten. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.

In de SVIR is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dat betekent dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor (trede 1) de onderliggende vraag in de regio, (trede 2) de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied en (trede 3) multimodale ontsluiting. De ontwikkelingen binnen het plangebied zijn aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Om deze reden wordt onderstaand toepassing gegeven aan de ladder van duurzame verstedelijking.

Trede 1: Vraag in de regio

Trede 1 vraagt de regionale ruimtevraag voor stedelijke ontwikkelingen te bepalen. Het gaat om de ruimtevraag waarin elders in de regio nog niet is voorzien. Met de regionale ruimtevraag in beeld, kan worden beoordeeld of een voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte. Zo ja, dan is trede 2 aan de orde.

Voor dit plan is een economisch distributieplanologische analyse uitgevoerd (bijlage 1). Daaruit blijkt dat, na de realisatie van de CoopCompact aan de Hearewei 24a een beperkt overaanbod aan dagelijkse goederen in Sexbierum is. De beoogde verplaatsing en uitbreiding van de CoopCompact voldoet aan de wensen en eisen die de moderne consument stelt aan een supermarkt, maar ook aan de randvoorwaarden die Coop stelt voor de nieuwe winkels. Gezien de regionale verzorgingsfunctie van de winkel, zal een dergelijke omvang nodig zijn om het economisch goed functioneren van de supermarkt te waarborgen. De huidige winkel is te klein en qua parkeergelegenheid en ontsluiting is de situatie niet optimaal. Een verplaatsing binnen Sexbierum is daarom gewenst.

Trede 2: de beschikbare ruimte binnen het bestaand stedelijke gebied

Trede 2 motiveert of de beoogde ontwikkeling plaats kan vinden binnen het bestaand stedelijk gebied. Dit kan door op lege plekken de ruimte 'in te vullen', een andere bestemming te geven aan een gebied, door herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden. Naast het feit dat het plangebied binnen bestaand bebouwd gebied ligt, is de beoogde locatie aan de Hearewei 24a op geschiktheid beoordeeld.

Zoals beschreven in paragraaf 2.4 zijn meerdere locaties onderzocht met betrekking tot de vestiging van de nieuwe Coop supermarkt. De locatie grenzend aan het Aeolus terrein bleek op basis van dit onderzoek de best beschikbare locatie. Het plangebied valt hiermee binnen het bestaand bebouwd gebied. Er wordt dus voldaan aan trede 2 van de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarnaast is de beoogde locatie, aan de Hearewei 24a, op geschiktheid beoordeeld.

Voldoende ruimte

De beoogde locatie is dusdanig groot dat er voldoende ruimte is voor de gewenste oppervlaktes van het gebouw. Daarnaast is er nog voldoende ruimte om parkeergelegenheid aan te leggen en ruimte voor het laden en lossen over te houden.

Goed bereikbaar

De Hearewei vormt de directe ontsluiting van Sexbierum richting zowel Harlingen als Stiens en tussenliggende dorpen. Het is daarmee een belangrijke weg in het verzorgingsgebied van Sexbierum. Dit maakt de locatie goed bereikbaar. De weg is hiermee ook geschikt voor vrachtwagens. Het terrein aan de Hearewei wordt bovendien zo ingericht, dat de draaicirkel en het laden en lossen op een geschikte wijze kunnen plaatsvinden.

Trede 3:

In trede 3 gaat het om stedelijke uitleg en wel op een zodanige locatie dat het uitleggebied (in potentie) multimodaal ontsloten is of kan worden. Omdat wordt voldaan aan trede 2, is toetsing aan de derde trede niet noodzakelijk. De locatie is overigens passend ontsloten en wordt voorzien van voldoende parkeerplaatsen.

Conclusie Ladder duurzame verstedelijking

Zoals hiervoor beschreven is de behoefte aan de nieuwbouw van de supermarkt nader gemotiveerd. In deze behoefte wordt voorzien in bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

Vanaf 1 juli 2017 geldt de nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking. Hierin dient de behoefte te worden onderbouwd en, wanneer het plangebied zich buiten stedelijk gebied bevindt, dient de locatie goed te worden onderbouwd. De derde trede vervalt. Omdat bij de huidige opzet van de ladder de behoefte ook wordt onderbouwd en de locatie binnen stedelijk gebied ligt, wordt ook aan de nieuwe ladder voldaan.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro.

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Verordening Romte Provincie Fryslân (2014)

De Provincie Fryslân wil de ruimtelijke kwaliteit bevorderen. Dit wordt gedaan door middel van het opstellen van een provinciale structuurvisie waarin het ruimtelijk beleid wordt geschetst. De Verordening Romte vertaalt deze visie naar regels.

In de Verordening Romte staat dat nieuwe detailhandelsontwikkelingen aan moeten sluiten bij bestaande kernwinkelgebieden. Onder het kernwinkelgebied wordt verstaan, een aaneengesloten winkelgebied. Buiten deze bestaande kernwinkelgebieden, staan in de artikelen 4.4.1 tot en met 4.4.3 beperkingen opgenomen. Gemeenten bepalen zelf de omvang van het kernwinkelgebied op basis van lokaal maatwerk. Een supermarkt kan perifeer worden gevestigd wanneer vestiging in het kernwinkelgebied of centrumrand redelijkerwijs niet mogelijk is.

In dit plan is uit onderzoek gebleken dat de supermarkt, volgens de eisen die Coop stelt, niet inpasbaar is op een andere locatie in het centrum van Sexbierum. Dit is beschreven in paragraaf 2.4. Tevens is gebleken dat er behoefte is aan de supermarkt, als omschreven in paragraaf 3.1, bij trede 1 van de ladderonderbouwing. Omdat sprake is van detailhandel, waar behoefte aan is, maar die niet in het centrum inpasbaar is, mag de gemeente dit buiten het bestaande winkelgebied dit toestaan.

Door de supermarkt te verplaatsen komen in het centrum van Sexbierum gronden vrij die kansrijk zijn om ingericht te worden met een andere functie dan een supermarkt. Hierover is meer beschreven in paragraaf 2.4 en bijlage 1.

3.3 Regionaal beleid

3.3.1 Regionale structuurvisie Werkdocument Noardwest Fryslân in transitie (2013)

In de regionale structuurvisie Noardwest Fryslân in transitie wil de regio Noordwest Friesland anticiperen op de naderende krimp van de bevolking. De regio is daarom aangemerkt als anticipeerregio. Een van de bedreigingen is de afname van de hoeveelheid voorzieningen in kleine kernen. Dit gaat ten koste van de leefbaarheid binnen deze kernen. De regio zet daarom ook in op een versterking tussen de stedelijke gebieden c.q. grotere kernen en de plattelandskernen.

Door de ontwikkeling in dit plan wordt een supermarkt met regionaal aantrekkende functie in een kleinere kern gevestigd, in plaats van een lokale supermarkt. Door een nieuwe supermarkt met regionaal aantrekkende werking te realiseren wordt de afname van voorzieningen tegengegaan.

3.4 Gemeentelijk beleid

3.4.1 Integrale dorpsvisie Sexbierum / Pietersbierum (2005)

De integrale dorpsvisie is een document van dorpsbelang Sexbierum / Pietersbierum met daarin beschreven door de bewoners en andere belanghebbenden, de gewenste ontwikkelingen in het dorp.

De integrale dorpsvisie is opgesteld door bewoners en belanghebbenden om mogelijke locaties in aan te dragen die voor woningbouw, detailhandel, bedrijvigheid of een meer multifunctionele bestemming in aanmerking komen. Het centrumgebied, waar de huidige locatie van de CoopCompact onderdeel van is, zal op termijn worden heringericht. De huidige bebouwing in de Nije Buorren wordt opgeknapt. De nadruk wordt meer gelegd op de historie van Sexbierum.

De nieuwe locatie aan de Hearewei 24a is in deze dorpsvisie niet aangewezen voor detailhandel. Echter werd ten tijde van het opstellen van de dorpsvisie nog geen rekening gehouden met de verplaatsing van de Coop. Deze kennis is pas later voor handen gekomen. Daarnaast is de locatie ook niet aangewezen als mogelijke locatie voor een andere functie. In de dorpsvisie is opgenomen dat het belangrijk is voor de leefbaarheid van het dorp, dat detailhandel niet wordt verplaatst. Echter is in de voorliggende situatie, gezien de feiten en omstandigheden het niet mogelijk om de supermarkt op de huidige locatie te behouden. De enige manier om Sexbierum van een supermarkt te blijven voorzien, is verhuizing van de supermarkt naar de betreffende locatie in het plangebied.

3.4.2 Welstandsnota

Het welstandsbeleid, vastgesteld op 6 december 2012, geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden, die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en de beoordeling van bouwplannen. Door deze gebiedsgerichte aanpak wil de gemeente de belangrijke karakteristieken van de bebouwing beschermen en zorgen dat nieuwe ontwikkelingen daarop voortbouwen. De gebiedsgerichte aanpak zal eveneens een bijdrage kunnen leveren aan een bewustere omgang met de gebouwde omgeving.

Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken. Bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan geeft, kunnen niet door welstandscriteria (of een beeldkwaliteitsplan) worden tenietgedaan. De architectonische vormgeving wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Het welstandsadvies kan zich richten op de gekozen invulling binnen de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, kan toch een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren.


Door het opstellen van welstandsbeleid wil de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht inrichten. Burgers, ondernemers en ontwerpers kunnen in de toekomst in een vroeg stadium worden geïnformeerd over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen.

De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is ter beoordeling voorgelegd aan de welstandscommissie. Het ontwerp, zoals deze er nu ligt, heeft een positief welstandsadvies gekregen. Daarmee voldoet het plan aan de welstandscriteria.

3.5 Een pit voor Sexbierum (2011)

De centrumvisie 'Een pit voor Sexbierum' is vanuit het dorp opgesteld vanuit de wens om de vitaliteit van de kern Sexberum in stand te houden uitgaande van de voorzieningen die ten tijde van het opstellen van de visie aanwezig zijn. De visie is opgesteld om het centrumgebied vitaal te maken en van daaruit zijn de keuzes gemaakt.

Het versterken van de vitaliteit van het centrumgebied is volgens de visie van levensbelang. De supermarkt speelt hierin een rol maar is zeker niet het enige wat bijdraagt aan de vitaliteit en opwaardering van het centrumgebied van Sexbierum.

In de visie is omschreven dat het behouden van de supermarkt in het centrum van Sexbierum op de langere termijn alleen kans heeft bij een structurele verbetering van de bereikbaarheid en het parkeren rondom de supermarkt en meer ruimte voor een completer assortiment. De locatie van garagebedrijf De Boer moest hiervoor mogelijkheid bieden.

Inmiddels is uit onderzoek gebleken dat dit toch geen reële, haalbare optie is en dat de supermarkt toch beter verplaatst kan worden. Ondanks dat conform de centrumvisie de supermarkt in het centrum behouden dient te blijven, hebben haalbaarheidsonderzoeken uitgewezen dat dit niet reëel is. Indien de supermarkt niet naar de beoogde locatie verplaatst kan worden, bestaat de mogelijkheid dat de supermarkt helemaal uit Sexbierum verdwijnt.

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het plangebied op de omgeving en omgekeerd. Dat zijn milieu aspecten (bedrijven en milieuzonering, geluid, bodem) en water, archeologie en cultuurhistorie, ecologie, luchtkwaliteit, externe veiligheid, kabels en leidingen.

4.1 Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand.

Bij het plangebied is vooral sprake van een uitwaartse werking; een supermarkt betreft geen bedrijfshindergevoelig object en dus hoeft geen onderzoek naar mogelijke hinder van omringende bedrijven gedaan te worden.

De supermarkt heeft op het gebied van milieu een uitstraling op de omgeving. De richtafstand bepaalt de afstand van deze uitstraling. Voor een supermarkt is dit 10 meter (milieucategorie 1) ten opzichte van de woningen van derden, gebaseerd op het aspect geluid. In dit geval is sprake van een gemengd gebied. Dit is weergegeven in figuur 1.1, waarin duidelijk de menging van verschillende functies weergegeven wordt. De geldende richtafstanden kunnen hierdoor met één stap terug gerekend worden. De aan te houden richtafstand voor een supermarkt bedraagt in dit geval 0 meter.

Hoewel vanzelfsprekend aan deze richtafstand wordt voldaan, is voor de nieuw te realiseren vestiging van de COOP supermarkt een akoestisch onderzoek verricht ter beoordeling van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woningen.

Uit het onderzoek blijkt dat er wordt voldaan aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau conform de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. In de dagperiode wordt aan het maximaal geluidniveau voldaan. Het onderzoek gaat uit van laden en lossen in de dagperiode als representatieve bedrijfssituatie. Voor de dagperiode levert dit geen belemmeringen op. Alleen als er sprake is van laden en lossen in de avond- en nachtperiode, dan zijn er overschrijdingen van het maximaal geluidniveau. Om te kunnen voldoen aan een goed woon- en leefklimaat kunnen laad en losactiviteiten niet plaatsvinden in de nachtperiode. In de avondperiode kan het piekgeluidniveau van laden en lossen beheerst worden door het plaatsen van een geluidscherm. Zowel de initiatiefnemer als de gemeente achten de realisatie van een geluidscherm niet wenselijk. Om deze reden heeft initiatiefnemer een melding in het kader van het Activiteitenbesluit gedaan waarin als representatieve bedrijfssituatie is aangegeven dat er slechts geladen en gelost wordt tussen 07:00 en 19.00 uur. Hierdoor is er geen sprake van een eventuele overschrijding van de geluidnormen in de avond of nacht.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt verder dat de nieuwe supermarkt kan voldoen aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit. Ook veroorzaakt de verkeersaantrekkende werking van de supermarkt geen relevante geluidhinder, er wordt voldaan aan de richtwaarden conform de Circulaire indirecte hinder. Hierbij dient te worden opgemerkt dat in het akoestisch onderzoek wat betreft de verkeersaantrekkende werking van personenauto's uitgegaan is van een full service supermarkt, terwijl op grond van de in het bestemmingsplan geboden mogelijkheden (maximaal 752 m2 bvo) alleen een buurtsupermarkt mogelijk is. Dit brengt een lagere verkeersaantrekkende werking met zich mee, waardoor de resultaten van het akoestisch onderzoek gunstiger uitvallen dan berekend is.

Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen te verwachten. Het gehele akoestisch onderzoek naar inrichtingslawaai is opgenomen bij deze toelichting als bijlage 2.

4.2 Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidbelasting van geluidsgevoelige gebouwen en terreinen door drie verschillende geluidbronnen: wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie.

Het plangebied bevindt zich niet in een geluidzone van een spoorweg of een geluidzone voor industrielawaai. In de Wgh is bepaald dat met uitzondering van 30 km/uur-wegen elke weg een geluidzone heeft, waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. De Hearewei ten noorden van het plangebied is een zoneplichtige weg omdat de maximumsnelheid hier 50 km/uur is. Aangezien in het plangebied geen geluidsgevoelige objecten zoals woningen mogelijk worden gemaakt, zijn er vanuit wegverkeerslawaai geen belemmeringen te verwachten.

4.3 Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het toetsingskader wordt gevormd door verschillende besluiten en documenten (Bevi, Bevb, Bevt). Risico's zijn inzichtelijk gemaakt op de risicokaart die per provincie wordt bijgehouden.

Ten noordoosten van het plangebied is een LPG-tankstation aanwezig. Rond de bij dit LPG tankstation horende voorzieningen (vulpunt, afleverzuil, opslagtank) zijn plaatsgebonden risicocontouren (PR 10-6) aanwezig. Deze risicocontouren zijn afhankelijk van de doorzet van het tankstation, in dit geval 999 m3. Daarmee is de PR van het vulpunt 25 meter, die van de opslagtank 25 meter en die van de afleverzuil 15 meter. Deze contouren raken het plangebied niet en geven daarmee geen beperkingen voor de gewenste supermarkt.

Rond een LPG-tankstation is een invloedsgebied voor het groepsrisico vastgesteld op 150 meter. Deze contour valt gedeeltelijk over het plangebied en het bouwvlak heen. De FUMO heeft hiervoor een advies uitgebracht, dat is opgenomen in bijlage 3. Naar aanleiding hiervan is een groepsrisicoberekening uitgevoerd, die tevens is opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat het berekende groepsrisico lager is dan de oriëntatiewaarde. Voor het plangebied geldt dat gezien de beoogde functies verwacht mag worden dat de aanwezige personen zelfredzaam zijn. Verder is er voldoende bluswater voorhanden en is de bereikbaarheid van het plangebied voor hulpdiensten door de ligging aan de provinciale weg goed. Om deze redenen wordt het aanwezige groepsrisico verantwoord geacht.

Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit plan. Dit blijkt ook uit het advies Veiligheidsregio Fryslân, dat eveneens is opgenomen in bijlage 3.

4.4 Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd.

Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur “Niet in betekenende mate” vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten als deze niet in betekende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

In de huidige situatie voldoet het plangebied en haar omgeving aan de normen voor luchtkwaliteit. De nieuwe supermarkt heeft echter een grotere verkeersaantrekkende werking dan de huidige situatie in het plangebied. Het kantelpunt ligt op 1.400 extra verkeersbewegingen per dag. Het plangebied ligt in bestaand bebouwd gebied, in een gedeelte waar sprake is van verschillende functies en relatief veel verkeersbewegingen. Daarnaast is er in dit plan sprake van verplaatsing van de Coop van het centrum van Sexbierum naar de rand. Er is nu ook al sprake van verkeersbewegingen van en naar de huidige Coop. De nieuwe vestiging krijgt een grotere oppervlakte, wat kan leiden tot een toename aan verkeersbewegingen. Echter, de toevoeging van de beoogde ontwikkeling heeft niet een dusdanig grote invloed dat sprake is van een verslechterde luchtkwaliteit.

Om dit aan te tonen, is op basis van de verkeersaantrekkende werking uit het inrichtingsgeluidonderzoek (zie bijlage 2) een NIBM-berekening uitgevoerd. De verkeersaantrekkende werking van een functie is hiervoor bepalend. Voor de verkeersgeneratie van de supermarkt wordt uitgegaan van een worst-case scenario van een supermarkt met 900 m2 bvo. De verkeersaantrekkende werking bedraagt hiermee eerder 968 motorvoertuigen per etmaal. Deze 900 m2 was gebaseerd of een afwijkingsmogelijkheid om de oppervlakte bvo onder voorwaarden te vergroten. Deze mogelijkheid is bij de vaststelling van het bestemmingsplan geschrapt, waardoor alleen de realisatie van een supermarkt van ten hoogste 752 m2 bvo overblijft. Door het verdwijnen van de huidige supermarkt zal de verkeersaantrekkende werking als geheel ook lager zijn. Alhoewel in het inrichtingsgeluidonderzoek wordt uitgegaan van 3 vrachtwagens per dag (minder dan 0,1% van de totale verkeersaantrekkende werking, wordt in de NIBM-berekening worst-case uitgegaan van een aandeel vrachtverkeer van 2%. Op basis hiervan is de onderstaande berekening uitgevoerd.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPSBRHRWEI24A2017-VAS1_0006.jpg"

Figuur 4.1 Berekening NIBM-tool

Uit de NIBM-tool blijkt verkeerstoename niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is om deze reden niet noodzakelijk.

Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.5 Bodem

Het uitgangspunt voor de bodem in het plangebied is, dat deze voldoende kwaliteit moet hebben. De kwaliteit moet zodanig goed zijn dat risico's voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied uitgesloten zijn. In het kader van de ruimtelijke procedure moeten verdachte locaties worden gesignaleerd.

Het plangebied betreft in de huidige situatie een braakliggend gebied. Het lijkt geen verdachte locatie op het gebied van bodemverontreiniging. Echter, binnen het plangebied is sprake van een functiewijziging in de beoogde ontwikkeling. In de toekomstige situatie wordt met de supermarkt een functie mogelijk gemaakt waarbij er voor langere tijd op de dag personen aanwezig zullen zijn in het gebied. Op basis hiervan is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek is als bijlage 4 opgenomen. Uit het onderzoek blijkt dat de grond geschikt is voor de beoogde functies.

4.6 Water

Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân.

In het plangebied is evenwel al rekening gehouden met watercompensatie ten behoeve van de toenemende verharding in het plangebied. In de noordwesthoek van het plangebied wordt extra oppervlaktewater gerealiseerd door de watergang in de bocht te verbreden. Er wordt water gerealiseerd. In het kader van de Ontgrondingenverordening van provincie Fryslân betreft dit een vergunningsvrije ontgronding.

Ter invulling van de watertoets is het bestemmingsplan aangemeld via www.dewatertoets.nl (zie bijlage 5). Na het doorlopen van een aantal standaardvragen is gebleken dat voor het plan de normale procedure moet worden doorlopen. Het resultaat van de watertoets is opgenomen als bijlage 5.

Naar aanleiding van de watertoets heeft Wetterskip Fryslân een wateradvies opgesteld. In het wateradvies is onder meer opgenomen dat de watercompensatie door middel van het vergroten van de bestaande watergang met minimaal 140 m2 voldoende is om de toegenomen verharding van 1.420 m2 te compenseren. Hiermee wordt voldaan aan aan de compensatie-eis. Het volledige wateradvies is opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting.

4.7 Archeologie en cultuurhistorie

4.7.1 Archeologie

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is.

De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld.

Om te onderzoeken of sprake is van archeologische waarden in het plangebied is gebruik gemaakt van de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE). Deze kaart bestaat uit twee delen; de steentijd-bronstijd kaart en de ijzertijd-middeleeuwen kaart.

Op basis van de steentijd-bronstijd kaart wordt voor de locatie van het plangebied geen onderzoek noodzakelijk geacht. Ten tijde van de steentijd en de bronstijd was er nog geen bewoning in dit gebied.

Op basis van de ijzertijd-middeleeuwen kaart wordt voor de locatie van het plangebied aanbevolen om bij ingrepen van meer dan 2500 m2 een karterend archeologisch onderzoek uit te laten voeren. Dit archeologisch onderzoek moet dan bestaan uit minimaal zes boringen per hectare, met een minimum van zes boringen per plan.

In dit plan is er sprake van een bouwplan van minder dan 2.500 m2 oppervlakte. De totale bestemmingswijziging is echter groter dan 2.500 m2. De werkzaamheden die buiten het bouwplan worden uitgevoerd (zoals de aanleg van wegen en water), zijn op basis van het vigerende bestemmingsplan al mogelijk. Archeologisch onderzoek is op basis van het FAMKE daarom niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.7.2 Cultuurhistorie

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.

Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. In het provinciaal beleid is voor het gebied wel aangegeven dat voor de cultuurhistorische kernkwaliteiten het beleidsuitgangspunt respecteren van toepassing is. Dit heeft echter geen gevolgen voor dit bestemmingsplan, omdat het gebied geen cultuurhistorische kwaliteiten kent.

4.8 Ecologie

Het plangebied is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming.


Wat betreft de gebiedsbescherming, maakt het plangebied geen deel uit van een Natura 2000-gebied of een gebied dat onder het regime van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) valt. Het plangebied zelf maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied en ook niet van een NNN-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Waddenzee, op 1,5 kilometer afstand ten noorden van het plangebied. De supermarkt komt in plaats van de bestaande supermarkt in het centrum van Sexbierum. Daarom moet alleen worden uitgegaan van de extra verkeersgeneratie ten opzichte van de verkeersgeneratie van de huidige supermarkt. Hoewel verwacht wordt dat de nieuwe vestiging meer verkeer zal genereren, zal deze toename, in combinatie met de relatief grote afstand van het plangebied tot het Natura 2000-gebied, geen significante effecten teweeg brengen. Nader onderzoek naar gebiedsbescherming is daarom niet noodzakelijk.

Voor de soortenbescherming geldt dat de realisatie van een supermarkt aan de Hearewei 24A te Sexbierum zou kunnen samengaan met effecten op planten- en diersoorten die beschermd zijn via de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan is een verkennend veldonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 7.

In het onderzoek is vastgesteld dat er algemene kleine grondgebonden zoogdieren en amfibieën kunnen voorkomen in en direct rond het plangebied. Voor deze soorten bestaat een algemene vrijstelling. Ook het voorkomen van algemene broedvogels kan niet worden uitgesloten. In verband hiermee wordt aangeraden om te werken buiten het broedseizoen of op een manier dat de vogels niet tot broeden kunnen komen. Daarnaast vliegen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Effecten op vleermuizen worden daarom uitgesloten. Overige beschermde soorten komen niet voor. Op grond van het onderzoek worden effecten op matig en zwaar beschermde planten- en diersoorten uitgesloten. Uit dit onderzoek blijkt dat de ontwikkeling niet in strijd is met de natuurwetgeving. Wel dient rekening gehouden te worden met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels. Aangeraden wordt om te werken buiten het broedseizoen of op een manier dat de vogels niet tot broeden komen.

Vanuit ecologie zijn er dus geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.

4.9 Kabels, leidingen en zonering

Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.

In of nabij het plangebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels. Daarnaast liggen er geen relevante zones over het plangebied. Dit aspect vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.10 M.e.r.-beoordeling

In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor een supermarkt is een "stedelijk ontwikkelingsproject" uit onderdeel D van de bijlage relevant. Hierbij is een ontwikkeling m.e.r.-beoordelingsplichtig indien het gaat om een ontwikkeling met een oppervlakte van 100 hectare of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De supermarkt blijft verreweg onder deze drempelwaarden.

Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling:

  • Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.
  • Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

De aanmeldingsnotitie is als bijlage 8 bij het bestemmingsplan opgenomen. Op basis hiervan blijkt dat er geen aanleiding is voor het doorlopen van een mer-procedure.

Hoofdstuk 5 Juridische beschrijving

5.1 Het juridisch systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2 Toelichting op de de bestemmingen

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied heeft in dit plan twee bestemmingen gekregen.

Detailhandel - Supermarkt

Binnen de bestemming detailhandel is geregeld dat uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van een supermarkt en de daarbij behorende voorzieningen als wegen, parkeer- en groenvoorzieningen zijn toegestaan. Er is maximaal één supermarkt toegestaan.

De beoogde locatie van de supermarkt is vastgelegd aan de hand van een bouwvlak. De supermarkt krijgt een maximale bouwhoogte van 7,5 meter en een maximale winkelvloeroppervlakte van 752 m2.

Water

De noordwesthoek van het plangebied is bestemd als 'Water'. Dit is meegenomen in het plan omdat hier de watercompensatie als gevolg van de toegenomen verharding is uitgevoerd. Voor de bestemming water is aangesloten bij de regeling uit het omringende plan.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient ten aanzien van een bestemmingsplanprocedure vroegtijdig overleg plaats te vinden met de betrokken adviespartners en overheden. Van provincie Fryslân en brandweer Fryslân zijn overlegreacties ontvangen, deze zijn als bijlage 9 bij het bestemmingsplan opgenomen en in het bestemmingsplan verwerkt. Bij de verdere uitwerking van het project wordt met het repressief advies van de brandweer rekening gehouden. Zo is in het project rekening gehouden met de aanleg van een waterpartij die gebruikt kan worden als een bluswatervijver.

Omwonenden zijn aan de hand van een informatieavond op 20 juni 2017 geïnformeerd over de plannen. Voor dit plan heeft de raad op 6 juli 2017 besloten de coördinatieregeling op grond van artikel 3.30 Wro van toepassing te verklaren.

Op het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens de gelegenheid geboden tot het inbrengen van zienswijzen bij de gemeenteraad. Op het ontwerpbestemmingsplan zijn zienswijzen ingediend. Op 31 mei 2018 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen vertegenwoordigers van het gemeentebestuur met een delegatie van indieners van de zienswijzen. Vervolgens is er een zienswijzennota opgesteld waarin alle reacties zijn beantwoord en tevens door de gemeente een standpunt is ingenomen. Het plan is gereed gemaakt voor vaststelling door de gemeenteraad en op 13 september 2018 gewijzigd vastgesteld. Daarbij is een motie aangenomen om een verbinding voor langzaam verkeer van en naar het plangebied via de Buorfinneleane nader te onderzoeken. In bijlage 10 zijn de raadsstukken voor de vaststelling opgenomen waarin de wijzigingen zijn aangegeven. Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2 Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

Financiële haalbaarheid

De beoogde ontwikkeling is een initiatief van Coop. De initiatiefnemer is financieel niet verbonden aan de huidige locatie en heeft richting de gemeente aannemelijk gemaakt dat de ontwikkeling vanuit financieel oogpunt haalbaar is.

Grondexploitatie

Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, woningbouw categorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

In dit geval is tussen de initiatiefnemer en de gemeente een anterieure overeenkomst opgemaakt en ondertekend, waarbij eventuele planschade voor rekening van de ontwikkelaar is.