| Plan: | Wemeldinge, Dorpsplein 6 en 8 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0678.WemeldingeHZ008-VAST |
Op de locatie Dorpsplein 6 en 8 in Wemeldinge zijn diverse functies gelegen, waaronder detailhandel, horeca en wonen. Daarnaast ook een benzinepomp. De bebouwing is gedateerd en de beëindiging van de benzinepomp zorgt ervoor dat een andere invulling is gewenst.
Het voornemen is om de bestaande bebouwing te slopen en er een appartementengebouw te realiseren voor 13 appartementen en 2 winkel/kantoorruimtes. Het plangebied heeft in het geldende bestemmingsplan 'Kom Wemeldinge' de bestemming 'Bedrijf', 'Detailhandel', 'Gemengd – 1', 'Groen' en 'Verkeer'. De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan.
Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te kunnen maken is een nieuw juridisch-planologisch kader nodig. Dit (postzegel)bestemmingsplan voorziet hierin.
Het plangebied ligt centraal in de kern Wemeldinge aan het Dorpsplein. Het plangebied bestaat uit de volgende kadastrale percelen:
De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt hiermee ongeveer 2.669 m2.
Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: PDOK, bewerking Juust)
Het doel van dit bestemmingsplan is het voorgenomen plan planologisch mogelijk te maken. Het vaststellen van dit bestemmingsplan vormt de basis om met één of meer omgevingsvergunningen de uitvoering van het plan mogelijk te maken.
Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het initiatief toegelicht en de daarbij horende juridische regeling. Hoofdstuk 3 beschrijft het geldende beleidskader. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende omgevingsaspecten beoordeeld. In hoofdstuk 5 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
Het plangebied bestaat uit een bouwblok van 2 bouwlagen waarbinnen de adressen Dorpsplein 6 en 8 zijn gelegen. Op het adres Dorpsplein 6 is detailhandel gevestigd en een benzinepomp van Agri sneltank. Op de bovenverdieping wordt gewoond. Aan de achterkant is een mechanisatiebedrijf gevestigd. De ontsluiting van dit bedrijf is aan de Wilhelminastraat. Op het adres Dorpsplein 8 is een kantoor gevestigd waarboven gewoond kan worden.
Afbeelding 2 | Huidige situatie plangebied (bron: Google Maps)
In de toekomstige situatie wordt het volledige gebouw gesloopt. Hiervoor komt een appartementencomplex in de plaats. In totaal worden 13 appartementen gerealiseerd en 2 winkel/kantoorruimtes (afbeelding 3-6). Mogelijk worden de 2 winkel/kantoorruimtes in de toekomst 2 appartementen. Op de begane grond zijn aan de noordzijde 2 winkel/kantoorruimtes voorzien en aan de zuidzijde 3 appartementen. 2 appartementen hebben een BVO van 79 m2 en 11 appartementen hebben een BVO van 104 m2. De winkel/kantoorruimtes hebben een BVO tussen de 79 en 135 m².
Aan de achterkant van het gebouw is de galerij, trappenhuis met lift en een binnentuin gelegen (zie afbeelding 5). Daarnaast zijn 15 houten bergingen voorzien. Het plangebied wordt ontsloten op het Dorpsplein.
Afbeelding 3 | Toekomstige situatie plangebied (bron: Aannemingsbedrijf Fraanje)
Het gebouw bestaat uit 3 bouwlagen (zie afbeelding 4 - 6). Het zadeldak van de nieuwe bebouwing wordt opgesplitst in twee delen waarbij een licht hoogteverschil aanwezig is. De bouwhoogte van de nieuwe bebouwing varieert tussen 11 meter en 11,5 meter. Overeenkomend met het verspringende dak wordt ook de goothoogte verspringend uitgevoerd op een hoogte tussen 6,5 meter en 7,0 meter aan de zijde van het Dorpsplein.
Afbeelding 4 | Toekomstige situatie plangebied (bron: Aannemingsbedrijf Fraanje)
Afbeelding 5 | Toekomstige situatie plangebied (bron: Aannemingsbedrijf Fraanje)
Afbeelding 6 | Referentieprojecten (bron: Aannemingsbedrijf Fraanje)
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Kom Wemeldinge' van de gemeente Kapelle. Dit bestemmingsplan is op 1 november 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Bedrijf', 'Detailhandel', 'Gemengd-1', 'Groen' en 'Verkeer' (zie onderstaande afbeelding). Daarnaast ligt over het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie - 1'. De toetsing hieraan gebeurt in paragraaf 4.2 Archeologie en cultuurhistorie.
Afbeelding 7 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)
Het gewenste bouwplan past niet binnen de genoemde bestemmingen. Daarnaast is het de wens van de gemeente om direct de (overgebleven) bedrijfsbestemming zonder bouwvlak op het perceel van de buren, perceelnummer 3976, te wijzigen.
Het plangebied krijgt grotendeels de bestemming 'Gemengd - 1' op basis van het moederplan 'Kom Wemeldinge'. Binnen deze bestemming is het mogelijk om detailhandel en kantoren te vestigen op de begane grond. Daarnaast is het mogelijk om zowel op de verdieping als op de begane grond te wonen. Het appartementengebouw moet gerealiseerd worden binnen het bouwvlak. Aan de achterzijde waar bergingen worden gerealiseerd is geen bouwvlak gelegen. De huidige bedrijfsbestemming waar geen bouwvlak is gelegen krijgt de bestemming 'Tuin'.
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk,. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet.
Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting.
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen weer. Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status.
Regels
Algemeen
De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken:
- Hoofdstuk 1 Inleidende regels
- Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
- Hoofdstuk 3 Algemene regels
- Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Inleidende regels
Begripsbepalingen en Wijze van meten
De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten.
Bestemmingsregels
Gemengd - 1
Binnen deze gemengde bestemming is het mogelijk om detailhandel en kantoren te realiseren. Daarnaast is ook de functie wonen mogelijk. Hoofdgebouwen dienen in het bouwvlak te worden gerealiseerd. De totale oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen, inclusief overkappingen, buiten het bouwvlak, bedraagt ten hoogste 120 m²; Voor de goot- en bouwhoogte is een maatvoeringsaanduiding opgenomen van 7,5 en 11,5 meter. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' is uitsluitend gestapeld bouwen ten behoeve van het wonen mogelijk. Met de maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is het aantal van 15 wooneenheden vastgelegd. Verder is in de specifieke regels opgenomen dat detailhandel en kantoren uitsluitend op de begane grond zijn toegestaan.
Tuin
Binnen deze bestemming zijn enkel tuinen voor bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen mogelijk. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.
Algemene bouwregels
Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van het bouwen, zoals toegestane overschrijdingen door ondergeschikte bouwdelen.
Algemene afwijkingsregels
In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken van de maximum toegestane bouwhoogte en voor het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bouwgrenzen voor zover dit voor een praktische uitvoering van het plan noodzakelijk is.
Algemene wijzigingsregels
In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen.
Overige regels
In dit artikel is een regeling opgenomen die waarborgt dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid bij nieuwbouw.
Overgangs- en slotregels
In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten:
Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes:
De beleidsdoorwerking van de NOVI vindt plaats door middel van wet- en regelgeving, NOVI-gebieden, Gebiedsagenda's Grote Wateren en de Omgevingsagenda's. Het beleid heeft derhalve geen directe doorwerking voor dit bestemmingsplan.
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
Bij alle ruimtelijke plannen streeft het Rijk naar zorgvuldige afwegingen en heldere besluitvorming. Dit doet het Rijk via het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6). De Ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Ladder luidt als volgt:
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd. De jurisprudentie geeft op het gebied van woningbouw wel een constante lijn aan. Bouwplannen met ten hoogste 11 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling. In dit geval is er sprake van de ontwikkeling van een appartementengebouw bestaande uit 13 appartementen en 2 winkel/kantoorruimtes. Mogelijk worden de 2 winkel/kantoorruimtes in de toekomst 2 appartementen. Hiermee is sprake van een ontwikkeling van maximaal 15 appartementen. Het project is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Vervolgens dient beoordeeld te worden of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op de locatie is reeds bebouwing aanwezig. De bebouwingsmogelijkheden worden met dit bestemmingsplan niet verruimd. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en de locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied. De laddertoets is niet van toepassing voor dit plan. Er is echter wel een motivering nodig waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet onder andere aandacht worden besteed aan de uitvoerbaarheid van het plan. In het kader van uitvoerbaarheid moet aandacht worden besteed aan de behoefte. Deze toetsing vindt plaats onder 3.2 Provinciaal beleid, 3.3 Regionaal beleid en 3.4 Gemeentelijk beleid.
Voor het overige zijn geen regels opgenomen die specifiek op deze situatie van toepassing zijn. Het rijksbeleid verzet zich niet tegen de ontwikkeling.
Omgevingsvisie Zeeland
Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. In de Omgevingswet worden alle bestaande wetten die te maken hebben met de fysieke leefomgeving samengevoegd. De Provincie Zeeland heeft de Zeeuwse Omgevingsvisie op 21 november 2021 vastgesteld. Deze visie benoemd de vier Zeeuwse ambities voor 2050 voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Deze sluiten aan bij de prioriteiten van de NOVI en geven daar een Zeeuwse invulling aan. De Zeeuwse ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn:
Deze vier Zeeuwse ambities vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht -zoals aangegeven in de NOVI- zijn in de Omgevingsvisie vertaald naar vier afwegingsfactoren. Deze zijn nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen maken bij concrete initiatieven en activiteiten in Zeeland. Deze afwegingsfactoren zijn:
De vier ambities zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Deze moeten ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030). In de Omgevingsvisie Zeeland is dan ook het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven.
Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt waarbij het beleid voor de komende 10 jaar is weergegeven en waarvoor instrumenten, waaronder de Zeeuwse Omgevingsverordening, kunnen worden ingezet. In de Zeeuwse Omgevingsverordening, welke nog vastgesteld moet worden, is het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie verankerd.
In de Omgevingsvisie Zeeland is het volgende opgenomen over wonen: In de meeste regio's zijn voldoende woningbouwplannen om de uitbreidingsbehoefte op te vangen. Het betreft hier echter een kwantitatieve, niet perse een kwalitatieve match. Veel woningbouwplannen zijn gemaakt in het verleden voor een andere vraag en verwachting. De situatie ziet er op dit moment anders uit, waardoor een deel van de plannen niet van de grond komt. De behoefte aan nultredenwoningen en beschutte woonzorgwoningen neemt immers bijvoorbeeld toe.
Bouwen binnen het bestaand stedelijk gebied en zorgvuldig gebruik van de beschikbare ruimte zijn altijd uitgangspunten geweest. In het stedelijk gebied verliezen steeds meer vormen van vastgoed hun functie, zoals maatschappelijk vastgoed, scholen, winkels, kerken en kantoren. Voor de dynamiek van het stedelijk gebied is het cruciaal dat woningen toegevoegd kunnen worden in, of in plaats van deze gebouwen.
In dit geval gaat het om een binnenstedelijke herontwikkelingsopgave. Het betreffende bedrijf is beëindigd en de locatie vraagt om herontwikkeling. Het realiseren van woningbouw (nultredenwoningen) op deze locatie past binnen de uitgangspunten van de omgevingsvisie.
Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek
Op 10 januari 2020 is een woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek uitgevoerd door Stec Groep. De provincie Zeeland heeft de ambitie om in 2040 een toekomstbestendige woningvoorraad te hebben die in kwantiteit en kwaliteit 100% aansluit bij de vraag. De ambitie om te komen tot een 100% match tussen vraag en aanbod vraagt om een uitgebreide woningmarktanalyse, als gezamenlijke basis voor passend woonbeleid op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau.
Uit het 'Woningkwaliteit- en woningmarktonderzoek Zeeland 2019' blijkt dat door vergrijzing behoefte is aan nultredenwoningen en op korte termijn in enkele regio's nog behoefte aan grondgebonden koopwoningen. De behoefte hieraan komt deels vanuit de 65-plus huishoudens.
Tussen de regio's zijn er zichtbare verschillen in de verdeling van de kwetsbare voorraad naar bouwperiode. Uiteraard hangt deze verdeling ook mede samen met de samenstelling van de totale voorraad.
Op basis van de Provinciale prognose groeit het aantal huishoudens van circa 5.250 huishoudens in 2019 naar circa 6.280 huishoudens in 2040 in de gemeente Kapelle. De verwachte huishoudensgroei zit primair in de groep 65- en 80-plushuishoudens. Ook het aantal gezinnen groeit nog. De overige doelgroepen groeien de komende tien jaar nog licht maar nemen per saldo tot 2040 in aantal af.
Door de relatief grote en brede aanhoudende huishoudensgroei in Kapelle zien we zowel behoefte aan reguliere grondgebonden koopwoningen (voor gezinnen) als ook een sterke behoefte aan nultredenwoningen voor de groeiende groep 65-plushuishoudens. Binnen het nultredensegment gaat het indicatief vooral om ruimere sociale huurwoningen, vrijesectorhuur en ruimere nultreden koopwoningen.
Met de beoogde ontwikkeling van nultredenwoningen (appartementen met gezamenlijke lift) wordt vooral ingespeeld op de doelgroep 65-plushuishoudens. Dit bevordert eveneens de doorstroming op de woningmarkt. Kopers die een woning in het plan afnemen laten woningen achter die vrijkomen voor starters of voor (jonge) gezinnen die wooncarrière willen maken. De ontwikkeling past binnen de prognoses voor komende jaren in de gemeente Kapelle.
Omgevingsverordening Zeeland 2018
De Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat net als het Omgevingsplan ook over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2 welke gaat over het ruimtelijk domein van belang. Er zijn in de omgevingsverordening geen specifieke regels opgenomen die dit plan raken.
Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het provinciaal beleid de vaststelling van het plan niet in de weg staat.
Woningmarktafspraken De Bevelanden 2020-2030
Sinds 2013 maken de vijf gemeenten op De Bevelanden afspraken over het wonen in de regio. In de vorm van de Agenda Wonen in De Bevelanden zijn afspraken vastgelegd over woningbouw en inhoudelijke zaken ten aanzien van het wonen, zoals herstructurering, wonen en zorg, huisvesting van arbeidsmigranten en prestatieafspraken met de woningcorporaties.
In 2019 heeft de regio de Woonvisie De Bevelanden 2019-2023 vastgesteld. Deze woonvisie vormt de basis voor de nieuwe woningmarktafspraken, waarin de nadruk ligt op de aanpassing van de woningvoorraad door nieuwbouw en herstructurering. De woningbehoefte voor de komende jaren is gebaseerd op de meest actuele provinciale bevolkings- en huishoudensprognose.
In de Woonvisie De Bevelanden 2019-2023 is de visie op het wonen in de regio beschreven. Deze visie is vertaald naar verschillende uitgangspunten. Een aantal uitgangspunten zijn op de gewenste ontwikkeling van toepassing:
Met de gewenste ontwikkeling wordt gestreefd naar de concentratie van woningbouw in de kernen, in het centrumdorpse woonmilieu. Dit draagt bij aan het houden van draagvlak voor voorzieningen. Bovendien is er sprake van een inbreidingslocatie. Zowel het aardgasvrij maken van de nieuwbouw als de zonnepanelen zorgen voor een duurzaam karakter. Verder zijn de woningen die aan de woningvoorraad wordt toegevoegd levensloopbestendig (nultreden).
Voor de periode 2020-2030 heeft de gemeente Kapelle een nieuwbouw- en herstructureringswens van 205 woningen. De wenscapaciteit is de capaciteit die gewenst is om aan de groei- of vervangingsbehoefte te kunnen voldoen. De gewenste ontwikkeling past binnen deze wenscapaciteit en voldoet aan de meeste de uitgangspunten. Het plan past binnen het regionaal beleid.
Structuurvisie 2012-2030
Op 26 maart 2013 is door de gemeenteraad van de gemeente Kapelle de Structuurvisie 2012-2030 vastgesteld. De Structuurvisie bevat de gemeentelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente met als hoofddoel behoud en verdere ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente Kapelle. De gemeentelijke ambities zijn gericht op:
Afbeelding 8 | Uitsnede Structuurvisie 2012-2030 (bron: gemeente Kapelle)
Op de structuurvisiekaart ligt het plangebied binnen de zone 'behoud en versterking woon- en leefklimaat kernen' en de 'concentratie voorzieningen in centra'. Het beleid is gericht op het ontwikkelen van de kwaliteit van de bestaande woning- voorraad en leefomgeving. Waar nodig wordt de kwaliteit van de bestaande woning- voorraad en woonomgeving verbeterd. Er zijn op dit moment geen grote herstructureringsopgaven, wel zullen kleinschalige ingrepen in het huurwoningenbestand en de openbare ruimte nodig zijn (beheer bestaande woongebieden).
De gemeente stelt zich tot taak om ruimte te bieden voor de realisatie van voldoende geschikte woningen voor de bevolkingsontwikkeling van de gemeente. Bij woningbouwinitiatieven wordt ingezet op levensloopbestendig en duurzaam en energiezuinig bouwen. In Wemeldinge zet de gemeente in ieder geval in op het benutten van enkele inbreidingslocaties:
De locatie aan de Dorpsplein is niet expliciet benoemd. Ten tijde van de vaststelling van de structuurvisie was de beoogde locatie waarschijnlijk nog niet in beeld. Dit wil niet zeggen dat er geen andere woningbouwinitiatieven mogelijk zijn. Een goede onderlinge afstemming (fasering) tussen de verschillende woningbouwinitiatieven (uitbreiding en inbreiding) blijft nodig, zowel uit het oogpunt van het aantal woningen (kwantitatief) als wat betreft de verdeling van de woningtypen (kwalitatief). In dit geval wordt deels de bestaande woningvoorraad verbeterd en aangevuld. Daarnaast vindt er een kwaliteitsslag plaats op deze prominente locatie.
Het beleid is daarnaast ook gericht op behoud van een optimaal voorzieningenniveau voor de eigen inwoners dat past bij het schaalniveau van de kernen. Kwaliteit en bereikbaarheid zijn belangrijker dan nabijheid van voorzieningen. Voor Wemeldinge geldt een lokale functie. Het centrum van Wemeldinge kent twee kanten. Aan het Dorpsplein wordt ruimte geboden voor ontwikkeling van maatschappelijke en sociale voorzieningen en detailhandel, waaronder de bestaande supermarkt. Ruimte voor horeca en detailhandel wordt geboden aan de Westelijke kanaalweg/Wilhelminastraat. Door het realiseren van 2 winkel/kantoorruimtes blijft de mogelijkheid van (detailhandel)voorzieningen op het Dorpsplein behouden.
Woonvisie gemeente Kapelle 2017+
Op 9 mei 2017 heeft de gemeente Kapelle een nieuwe woonvisie vastgesteld. In deze woonvisie benoemt de gemeente Kapelle belangrijke kansen en uitdagingen die zij ziet voor de Kapelse woningmarkt en ambities en koers op lange termijn. De woonvisie sluit aan bij de ambities zoals neergelegd in de Structuurvisie; behouden en versterken van wat Kapelle definieert, namelijk een aantrekkelijke woon- en leefomgeving. De uitvoeringsagenda bevat de prioriteitenstelling, te voeren beleid en instrumenten die de gemeente voorstelt voor de komende vijf jaar en een doorkijk naar tien jaar.
Reguliere grondgebonden woningen zijn, door het blijvende sterke aandeel (1-ouder)gezinnen nog altijd de hoofdmoot van de nieuwbouwbehoefte. Verder genieten grondgebonden nultredenconcepten sterk de voorkeur boven kleinschalige appartementengebouwen, omdat dit beter past in de ruimtelijke structuur en appelleert aan de wens van de nieuwe generatie ouderen. In de koop hebben (1-ouder)gezinnen en jonge stellen – de grootste uitbreidingsvraag – vooral behoefte aan middeldure koop tussen pakweg € 175.000 en € 300.000. Vooral ouderenhuishoudens hebben voorkeur voor huur en in het bijzonder middensegment vrijesectorhuur met een huurprijs vanaf de liberalisatiegrens van € 710,68 per maand tot zo'n € 900,- per maand.
De volgende thema's staan centraal in het woningmarktbeleid voor de komende vijf jaar:
De gemeente Kapelle hecht veel waarde aan verduurzaming van de woningvoorraad, energiebesparing en de overstap van aardgas naar duurzamere warmtevoorziening via bijvoorbeeld zonneboilers en warmtepompen. Verduurzaming is goed voor mens en milieu, maar draagt ook bij aan het verlagen van de woonlasten, vooral voor lagere inkomensgroepen. Duurzaamheid wordt bij planvorming al besproken met initiatiefnemers en meegenomen bij de selectie van marktpartijen bij de uitgifte van bouwgrond.
De toekomstige woningmarktopgave ligt nog maar beperkt bij nieuwbouw. Op korte tot middellange termijn, komende tien jaar, is er nog vraag naar zo'n 250 tot 300 woningen: de laatste grote uitbreidingsgolf. De gemeente werkt in de programmering aan oplossingen voor structurele mismatches tussen vraag en aanbod op de woningmarkt en stuurt via lopende projecten op korte termijn vraag en afzetbaarheid. Voor de komende vijf tot tien jaar betekent dit focus op grondgebonden nieuwbouwwoningen, in de goedkope en middeldure koop voor gezinnen en levensloopbestendige grondgebonden en nultredenwoningen voor ouderen.
De gemeente ziet kansen voor herstructurering en transformatie. Door te kiezen voor inbreidingsplanologie kunnen leegstaande en vrijkomende panden opnieuw ingevuld en aangepast worden. Herbestemming, transformatie of sloop en herontwikkeling lost enerzijds onwenselijke leegstand op in bijvoorbeeld winkels en sociaalmaatschappelijk vastgoed als vrijkomende schoolgebouwen en is tegelijkertijd in potentie zeer aantrekkelijk voor doelgroepen die centraal, dichtbij voorzieningen willen zitten. Door ruimte te houden in de programmering kunnen inbreidings- en transformatiekansen worden benut. De programmadruk die dan ontstaat, zorgt ervoor dat leegstand eerder kan worden omgezet naar woningen (vooral appartementen).
De gewenste ontwikkeling betreft sloop en herontwikkeling voor woningbouw en deels detailhandel op de begane grond. Hierdoor is sprake van verduurzaming van de woningvoorraad en wordt ingespeeld op de behoefte aan nultredenwoningen. In Kapelle-Biezelinge is de gemeente het minst terughoudend met toevoegingen van woningen, omdat de groeiverwachtingen daar het meest rooskleurig zijn en ze hier graag draagvlak voor voorzieningen in de benen houden. Hier ziet de gemeente bijvoorbeeld ook ruimte voor verdichting met kleinschalige appartementenbouw rondom het centrum. In mindere mate geldt dit ook voor de kern Wemeldinge. Hiermee wordt ingespeeld op het thema '(ver)bouwen naar behoefte'. Daarnaast wordt met het realiseren van een appartementengebouw (met lift) geanticipeerd op het langer thuis kunnen wonen. Juist ook vanwege deze locatie in de nabijheid van voorzieningen.
Strategisch Kompas
Op 4 juli 2017 heeft de gemeenteraad de Kadernota 2018-2021 vastgesteld. In de kadernota wordt aandacht gevraagd voor het feit dat in diverse trajecten (ontwikkeling organisatievisie, de communicatienota, burgerparticipatie) naar voren komt dat de gemeente een strategisch beleidsdocument mist. Een document dat over de hele breedte van de gemeentelijke beleidsvelden op hoofdlijnen de richting uitzet waarin we als gemeente de komende jaren willen en moeten koersen. Om die reden is de gemeente aan de slag gegaan met het ontwikkelen van een toekomstvisie: het Strategisch Kompas.
De kernambitie van de gemeente Kapelle is: Kapelle is een aantrekkelijke, groene woongemeente voor iedereen, waar ondernemers en inwoners bijdragen aan het woongenot. Bij dit toekomstbeeld horen de volgende ambities:
De voorgenomen ontwikkeling sluit, vanwege de realisatie van een appartementencomplex met detailhandel, aan bij zowel ambitie 1 als ambitie 2.
Op basis van het bovenstaande vorm het gemeentelijk beleid geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke omgevingsaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.
Archeologie
In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit
verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het
bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet
vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de
Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie
welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt.
Voor het plangebied geldt de archeologische dubbelbestemming 'Waarde-archeologie - 1'. Hiervoor geldt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is wanneer de bodemingrepen een kleinere oppervlakte beslaan dan 100 m2 en niet dieper reiken dan 30 centimeter. De locatie waar gesloopt en gebouwd gaat worden heeft een oppervlakte van ongeveer 1.000 m². De daadwerkelijk te roeren grondoppervlakte is daardoor groter dan is toegestaan.
De gemeente Kapelle heeft, na vaststelling van het bestemmingsplan 'Kom Wemeldinge' een eigen archeologiebeleid vastgesteld op 30 juni 2011. Op basis van het Laagpakket van Walcheren valt het plangebied binnen een zone met een hoge verwachtingswaarde (zie afbeelding 9). Hiervoor geldt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is wanneer de bodemingrepen een kleinere oppervlakte beslaan dan 250 m2 en niet dieper reiken dan 40 centimeter. Op basis van de kaartlaag 'Hollandveen' is er een archeologische verwachting.
Afbeelding 9 | Uitsnede Maatregelenkaart Archeologiebeeid Kapelle (bron: gemeente Kapelle)
De voorgenomen ontwikkeling zal de vrijstellingswaarden overschrijden. Om deze reden is door Artefact een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd door middel van verkennende boringen (Bijlage 1). Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied geologisch gezien bovenop een voormalige geul ligt. Deze geul wat watervoerend in de Middeleeuwen en heeft alle onderliggende geologische pakketten volledig doen verdwijnen of dermate aangetast dat er geen archeologische verwachting meer voor geldt. Het betreft hier de afzettingen van de Laagpakketten van Wormer en Wierden en het Hollandveen. De archeologische verwachting van het Laagpakket van Walcheren heeft betrekking op de periode vanaf de Middeleeuwen.
Op basis van historische bronnen kan geconcludeerd worden dat het plangebied vanaf de eerste cartografisch betrouwbare vermelding (18de eeuw) tot 1970 onbebouwd is geweest. Het is dan veelal in gebruik als akkerland en boomgaard. Ten noorden en westen van het plangebied is wel voor 1970 bebouwing aanwezig. Voor de periode voor de 18de eeuw zijn de catografische vermeldingen dermate onbetrouwbaar en moeilijk te plaatsen dat op basis hiervan geen uitspraak kan worden gedaan over eventueel bewoning en gebruik binnen het plangebied. Hiervoor is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek komt naar voren dat bovenop de ongestoorde afzettingen van het Laagpakket van Walcheren (aanwezig vanaf ca. 1.10-130 meter +NAP) diverse ophooglagen aanwezig zijn. Deze hebben echter alle te maken met recente activiteiten binnen het plangebied. Of ze kunnen gerelateerd worden aan activiteiten zones buiten het plangebied. Daarom kan ook de archeologische verwachting voor de afzettingen van het Laagpakket van Walcheren naar laag worden bijgesteld.
Voor het volledige gebied geldt geen tot een lage verwachting op het aantreffen van archeologische vindplaatsen. Op basis van het verwachtingsmodel wordt de kans klein geacht dat binnen het onderzoeksgebied archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Archeologisch vervolgonderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Op 15 december 2022 heeft de OAS (Oosterschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband) ingestemd met de inhoud en de conclusies van het onderzoek (zie Bijlage 2). Geadviseerd wordt om in het nieuwe bestemmingsplan geen dubbelbestemming Waarde archeologie op te nemen. Op basis van het archeologisch onderzoek en het advies van de OAS vormt het aspect 'archeologie' geen belemmering voor vaststelling van dit bestemmingsplan.
Cultuurhistorie
Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. De Erfgoedwet heeft zes
wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet
1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van
een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige
cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden.
Het plangebied is net buiten het beschermd dorpsgezicht en de molenbiotoop van de molen Aeolus, achter de Bonzijweg en Molenstraat, gelegen. Het naastgelegen perceel Wilhelminastraat 1 is een gemeentelijk monument. Het nieuwe plan zal de cultuurhistorische waarden van dit pand niet aantasten, aangezien voorgenomen ontwikkeling vervangende nieuwbouw betreft met min of meer gelijke bouwmassa. In en in de directe omgeving van het plangebied zijn verder geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig, waarmee in het plan rekening moet of kan worden gehouden.
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving.
Binnen het plangebied worden zowel gevoelige functies (woningen) mogelijk gemaakt als de milieubelastende activiteit detailhandel. Op basis van de VNG-handreiking 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' ligt het plangebied binnen een gemengd gebied. Gemengde gebieden zijn gebieden met een matige tot sterke functiemenging. Naast wonen zijn er de functies als detailhandel, horeca, kantoor en maatschappelijk voorzieningen aanwezig. Milieubelastende en milieugevoelige functies liggen daardoor op korte afstand van elkaar. Aan de zuidkant van het plangebied is de functie detailhandel en kantoor gelegen. De richtafstand voor detailhandel en kantoor in een gemengd gebied is 0 meter. Daarnaast komt de functie van detailhandel terug aan de oostzijde, op de begane grond, van de gewenste ontwikkeling.
Er zijn in de omgeving van het plangebied geen andere bedrijven aanwezig die van invloed zijn op de leefomgeving in het plangebied of die door de beoogde planontwikkeling belemmerd kunnen worden in hun bedrijfsvoering. Met de gewenste ontwikkeling komt het verkooppunt van motorbrandstoffen en de bedrijfsbestemming met milieucategorie 3.1 te vervallen. Voor het woon- en leefklimaat in de directe omgeving is dit een verbetering. Dergelijke functies hebben een milieuzonering die minder gewenst zijn in het centrum van een dorp.
Het aspect bedrijven- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie.
De gewenste ontwikkeling bestaat voornamelijk uit appartementen. Aangezien deel van het appartementengebouw op een bedrijfsbestemming komt te liggen en binnen het plangebied een pompstation aanwezig is en wordt verwijderd, is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk.
Op 11 maart 2020 is door Mitec Advies B.V. (nu MCG Zuidwest B.V.) een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een deel van de locatie Dorpsplein 6, de kadastrale percelen Wemeldinge, sectie C, nummers 2752 en 3975 te Wemeldinge (zie Bijlage 3).
Uit het laboratoriumonderzoek blijkt dat ter plaatse van het pompeiland, de OBAS, de ondergrondse tanks en het vul- en ontluchtingspunt voor geen van de onderzochte parameters een overschrijding van de achtergrondwaarde c.q. streefwaarde aangetoond. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de voormalige ondergrondse brandstoftanks in de ondergrond een zeer lichte verhoging aan minerale olie wordt aangetoond. In de overige geanalyseerde grondmonsters zijn voor de onderzochte parameters geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde aangetoond. In het grondwater zijn lichte verhogingen aan naftaleen en xylenen aangetoond. Ter plaatse van de olieopslag (boring 8) is een zeer lichte overschrijding van de streefwaarde aangetoond. Elders in de werkplaats (ter plaatse van de boringen 07 en 10 ) is zowel zintuigelijk als analytisch een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond in grond. Ter plaatse van boring 10 is in het grondwater voor de parameter minerale olie een overschrijding van de streefwaarde aangetoond.
Op basis van historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat er risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de huidige en voorgenomen activiteiten op de onderzoekslocatie. De verkregen resultaten geven aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.
Op 14 september 2020 is door Moerdijk Bodemsanering B.V. een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 4). Op de locatie is een grondverontreiniging met minerale olie aanwezig. De verontreiniging is zeer waarschijnlijk afkomstig van de (voormalige) bedrijfsactiviteiten op de locatie (fietsenwinkel, werkplaats en mechanisatiebedrijf, zie voorgaand onderzoek). De ontstaansdatum van deze olieverontreiniging is niet bekend. Redelijkerwijs kan gesteld worden dat de grondverontreiniging (vermoedelijk) voor 1987 veroorzaakt is.
Het totale volume verontreinigde grond met minerale olie bedraagt circa 100 m2 x 0,5 m = 50 m³, hiervan is circa 22 m3 sterk verontreinigd. Op basis van de aangetroffen mate en omvang van de grondverontreiniging kan gesteld worden dat geen sprake is van een ‘ernstig geval van bodemverontreiniging’ (het geval indien een interventiewaarde overschreden wordt in minimaal 25 m3 grond).
Op 20 juni 2022 is een definitieve beschikking Wet bodembescherming genomen met betrekking tot de locatie Dorpsplein 6 en bepaald dat sprake is van een geval van niet ernstige bodemverontreiniging (zie Bijlage 5). De sanering (ontgraven en afvoeren verontreinigde grond) dient uitgevoerd en begeleid te worden door een erkend bedrijf. Voorafgaand aan de sanering dient een plan van aanpak ingediend te worden bij het bevoegd gezag.
Voor het nog niet onderzochte deel van het te ontwikkelen gebied (kadastrale percelen 2665 en gedeeltelijk 3976) is evengoed een verkennend bodemonderzoek nodig. Hiervoor is in het kader van dit bestemmingsplan alvast een bureauonderzoek uitgevoerd. Het booronderzoek wordt, na sloop van de huidige bebouwing, in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen uitgevoerd. Op dit moment wordt namelijk de kantoorruimte en bovenwoning aan de Dorpsplein 8 (kadastraal perceel 2655) nog gebruikt. Hiertoe is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierdoor vormt het aspect bodem geen belemmering voor vaststellen van dit bestemmingsplan.
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving.
In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig die van belang zijn in het kader van externe veiligheid. Op grote afstanden zijn risicobronnen aanwezig: Camping Linda (ongeveer 850 meter), CZAV (ongeveer 1 km) en Recreatiebedrijf De Stelhoeve (ongeveer 1,1 km). Op een afstand van ongeveer 1,2 km is het Kanaal door Zuid-Beveland gelegen waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van het kanaal.
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt.
Woningen zijn geluidsgevoelige functies in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). Het plangebied ligt niet binnen een zone industrielawaai. Het plangebied is gelegen aan het Dorpsplein, hier geldt een maximale snelheid van 30 km/uur. Dit soort wegen zijn op basis van de Wgh uitgesloten van akoestisch onderzoek. Daarnaast ligt het plangebied niet binnen een geluidzone van een andere weg. Hierdoor is geen akoestisch onderzoek benodigd. Wel moet het woon- en leefklimaat worden beoordeeld.
In de huidige situatie is wonen al toegestaan. Met de sloop van de huidige bebouwing en het realiseren van een nieuw appartementengebouw betekent dat moet worden voldaan aan de meest recente eisen uit het bouwbesluit. Het akoestisch klimaat in de woningen zal daarom ten opzichte van de huidige bebouwing verbeteren. Verder is een beperkte verkeersintensiteit te plaatse te verwachten. Het aspect geluid staat de ontwikkeling niet in de weg.
In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt.
In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht.
Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, zie onderstaande afbeelding. Dit is gebaseerd op 51 extra motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal, zie 4.11 Verkeer en parkeren.
Afbeelding 10 | NIBM (bron: Infomil)
De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven.
Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van een natuurgebied, natuurnetwerk en Natura-2000 gebieden. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is Oosterschelde. Dit natuurgebied ligt op een afstand van circa 500 meter van het plangebied. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht.
Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de AERIUS Calculator moet en kan voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend.
Voor dit plan is voor de realisatiefase (zie bijlage Bijlage 6) en de gebruiksfase (zie Bijlage 7) de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend met de Aerius-calculator versie 1 oktober 2024. De uitkomst is dat er een stikstofdepositie is op habitattype H1330A – Schorren en zilte graslanden buitendijks. Naar aanleiding hiervan is in opdracht van de gemeente Kapelle een veldonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van dit habitattype. Uit dit onderzoek (zie Bijlage 8) blijkt dat het habitattype niet aanwezig is. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning.
Soortenbescherming
Op 19 september 2022 heeft Ecolybrium een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie Bijlage 9). Uit deze quickscan blijkt de bebouwing geen geschikte invliegplekken heeft voor gierzwaluwen om te nestelen en geen nestlocaties biedt aan huismussen vanwege de ongeschiktheid van de dakconstructie (en het ontbreken van dicht struweel, waar huismussen mede van afhankelijk zijn). Nader onderzoek is daarmee niet aan de orde. Daarnaast blijkt dat er geen andere nestlocaties aanwezig zijn van broedvogels (al of niet met jaarrond beschermde nesten), vanwege het ontbreken van geschikte broedplekken ter plekke van de bebouwing en het ontbreken van opgaande goed ontwikkeld broedbiotoop (bomen en struiken) ter plekke van de ingreeplocatie en de directe omgeving. Verder blijkt dat er geen sprake is van het aanwezig zijn (of onderdeel vormend) van essentiële foerageergebieden of primaire vliegroutes van vleermuizen. Verstorende effecten zijn daarmee geheel uit te sluiten. Ook blijkt dat er geen effecten optreden ten aanzien van beschermde soorten vaatplanten, broedvogels (algemeen voorkomende soorten en andere broedvogels met jaarrond beschermde nesten), amfibieën, vissen, grondgebonden zoogdieren, libellen, dagvlinders, nachtvlinders, sprinkhanen, reptielen en overige ongewervelden, omdat er geen optimaal habitat aanwezig is.
De bebouwing doet echter mogelijk wel dienst als vaste rust- en verblijfplaats voor vleermuizen. Om een gedegen effectbeoordeling te kunnen opstellen en om een gedegen toetsing te kunnen verrichten aan de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming, is nader onderzoek naar het gebruik van de woningen door vleermuizen noodzakelijk. Uit het nader onderzoek blijkt dat er één vaste rust- en verblijfplaats is vastgesteld van de gewone dwergvleermuis (Bijlage 10). Het betreft hier een zomerverblijfplaats, bewoond door één gewone dwergvleermuis. Kraamverblijven, baltsverblijven en winterverblijven zijn niet aangetroffen. Uit het onderzoek blijkt verder dat er geen sprake is van de aanwezigheid van essentiële foerageergebieden en primaire vliegroutes die verstoord/vernietigd worden door de ingreep.
Er dient een ontheffing aangevraagd te worden voor de verstoring en vernietiging van de verblijfplaats. Als gevolg van de ontheffingsprocedure is het treffen van mitigerende maatregelen eveneens noodzakelijk. Er dienen 4 tijdelijke kasten geplaatst te worden binnen een straal van 100 meter voor de gewone dwergvleermuis. Voor dit project geldt een mitigatie van 4 tijdelijke kasten per verloren gegane verblijf. Bij de beoogde nieuwbouw dienen tevens 4 permanente voorzieningen aangebracht te worden voor gewone dwergvleermuizen.
De tijdelijke vleermuiskanten zijn medio oktober 2024 bevestigd op de kopgevel van Dorpsplein 7. Deze woning is van Beveland Wonen en Beveland Wonen is akkoord met het bevestigen van de kasten. De ecoloog vindt het een geschikte locatie. Op de nieuwbouw worden ook 4 permanente voorzieningen aangebracht. De ontheffing wordt aangevraagd en zal naar verwachting verleend worden.
In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers in de bodem te vinden. De Provincie Zeeland heeft een kaart ontwikkeld waar op te zien is waar gevochten is en waar een grote kans is om blindgangers in de bodem aan te treffen.
Het plangebied is gelegen in een aandachtsgebied niet-gesprongen explosieven. Vanwege de te verwachten graafwerkzaamheden/grondroeringen is het belangrijk om hier zorgvuldig mee om te gaan. Dit ondanks dat de nieuwe bebouwing op dezelfde locatie wordt gebouwd als de huidige bebouwing. Het is aannemelijk dat indien er ontplofbare oorlogsresten aanwezig waren dat deze bij de bouw van het huidige gebouw al zijn aangetroffen en/of verwijderd.
In gebieden met een hoge kans op aantreffen moeten maatregelen worden getroffen, vanuit de ARBO regelgeving, met betrekking tot conventionele explosieven bij grondroerende werkzaamheden. Dit kan zijn in de vorm van een projectgebonden risicoanalyse of detectie. Echter hoeft in dit geval, op basis van bovengenoemde redenen, geen specifiek onderzoek naar explosieven plaats te vinden. De verantwoordelijkheid voor het wel of niet uitvoeren van vervolg maatregelen ligt bij de initiatiefnemer in de uitvoeringsfase. Het aspect NGE vormt geen belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan.
Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd.
De gemeente Kapelle heeft geen eigen parkeerbeleid. Hiervoor verwijst de gemeente naar de kengetallen uit de meeste recente CROW-publicatie.
Parkeren
Op basis van het programma kan het benodigd aantal parkeerplaatsen worden uitgerekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het plangebied wordt uitgegaan van de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk'. Voor de woningen wordt uitgegaan van het gebiedstype 'centrum'. Voor de winkel/kantoorruimtes wordt uitgegaan van 'schil centrum' aangezien er voor het gebiedstype 'centrum' geen parkeerkencijfers beschikbaar zijn. De parkeerkencijfers van 'schil centrum' geven een representatief beeld van de parkeerbehoefte. Voor de parkeernormen is uitgegaan van de gemiddelde parkeernorm.
Voor de appartementen is uitgegaan van het type 'koop, appartement, midden' en heeft een gemiddeld parkeerkencijfer van 1,4. Dit betekent een parkeerbehoefte van 18,2 parkeerplaatsen. Voor de 2 winkel/kantoorruimtes is uitgegaan van de kencijfers van een 'buurt- en dorpscentrum'. Hiervoor geldt een gemiddelde van 3,3 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. In totaal wordt ongeveer 270 m² aan detailhandel gerealiseerd. Hierdoor is er een parkeerbehoefte van 8,9 parkeerplaatsen. In totaal is er een parkeerbehoefte van 27,1 parkeerplaasten.
Met de gewenste ontwikkeling worden 19 extra parkeerplaatsen gerealiseerd ten opzichte van de huidige situatie. Er zijn 15 parkeerplaatsen aan de achterkant voorzien en 4 extra parkeerplaatsen aan de voorzijde van het appartementengebouw. De extra 4 parkeerplaatsen zijn gelegen waar nu de in- en uitrit is van het pompstation.
Er verdwijnen geen parkeerplaatsen ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie zijn in ieder geval 14 parkeerplaatsen benodigd voor de huidige functies (220 m² aan detailhandel, 2 appartementen en 170 m² kantoor). Parkeerplaatsen ten behoeve van het bedrijf zijn hierin niet meegenomen, omdat deze hoogstwaarschijnlijk allemaal op eigen terrein zijn gelegen.
Deze 14 openbare parkeerplaatsen, op en rondom het Dorpsplein, samen met de 4 extra openbare parkeerplaatsen en de 15 parkeerplaatsen op het achterterrein zorgt voor een totaal van 33 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voorzien in de totale parkeerbehoefte. In de situatie waarbij de winkel/kantoorruimtes worden omgezet naar appartementen, is er een parkeerbehoefte van 21 parkeerplaatsen (15 * 1,4). Hierin wordt ruimschoots voorzien.
Verkeersgeneratie en ontsluiting
Voor de berekening van de verkeersgeneratie is uitgegaan van de situatie met 13 appartementen en 2 kantoor/winkelruimtes. Dit is het worst-case scenario. Op basis van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' is een inschatting gemaakt van de verkeersgeneratie. Voor een koopappartement (midden) geldt een verkeersgeneratie van 5,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. In totaal zijn voor de appartementen 75,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal te verwachten. Voor de winkel/kantoorruimtes geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 51,9 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m² bvo. Hierdoor is de totale verkeersgeneratie voor de detailhandelsfunctie 139,9 motorvoertuigbewegingen per etmaal. In totaal genereert het appartementengebouw een verkeer van afgerond 216 motorvoertuigbewegingen per etmaal.
In de huidige situatie is een (theoretische) verkeersgeneratie van 165 motorvoertuigbewegingen te verwachten. Hierdoor is de extra verkeersgeneratie naar verwachting 51 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Het Dorpsplein wordt belast met deze extra verkeersgeneratie. Echter, door het verdwijnen van het pompstation aan het Dorpsplein zal de extra verkeersgeneratie hier minimaal zijn of zelfs afnemen.
De omliggende infrastructuur heeft genoeg capaciteit om deze extra verkeersbewegingen af te wikkelen. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het voorgenomen plan.
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen.
| Thema en water(beheer)doelstelling | Uitwerking |
|
Veiligheid waterkeringen
Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte. |
Het plangebied is niet gelegen in of in de nabijheid van een waterkering. |
|
Voorkomen overlast door oppervlaktewater
Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties. |
Het huidige dakoppervlak is ongeveer 900 m². In de toekomstige situatie is dan ongeveer 540 m² voor de appartementen en winkel/kantoorruimtes en 25 m² voor de lift. De dichte bodemverharding neemt in de toekomstige situatie af. De doorlatende bodemverharding wordt in de toekomstige situatie bij de parkeerplaatsen toegepast. In het algemeen is er een afname aan verhard oppervlak. Om die reden is geen watercompensatie benodigd. |
|
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater
Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. |
Hemel- en afvalwater zal in principe worden aangesloten op het gemeentelijk riool. Er zijn daarnaast ook infiltratiemogelijkheden op de binnenterrein. |
|
Grondwaterkwantiteit en verdroging
Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. |
Er zal geen grondwater worden onttrokken. |
|
Grondwaterkwaliteit
Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden. |
De gewenste ontwikkeling heeft geen invloed op de grondwaterkwaliteit. |
|
Oppervlaktewaterkwaliteit
Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. |
Er is geen oppervlaktewater aanwezig. |
|
Volksgezondheid
Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. |
De nieuwe ontwikkeling zal geen negatief effect hebben op de volksgezondheid. |
|
Bodemdaling
Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. |
Bodemdaling ontstaat door het onttrekken van grondwater en/of het verhogen van de belastingen op het maaiveld. In deze ontwikkeling zal er geen (permanente) grondwateronttrekking plaatsvinden waardoor bodemdaling niet aanwezig is. |
|
Natte natuur
Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. |
Niet van toepassing. |
|
Onderhoud oppervlaktewater
Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. |
Niet van toepassing. |
| Anderer belangen waterbeheer | |
|
Relatie met eigendom waterbeheerder
Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. |
Niet van toepassing. |
|
Wegen in beheer bij het waterschap
(alleen invullen voor zover van toepassing) |
Het plangebied is niet gelegen aan een weg van het waterschap. |
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht.
In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r..
De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is de activiteit 'stedelijk ontwikkelingsproject' opgenomen met een drempelwaarde van 100 hectare of 2000 of meer woningen.In onderhavig plan worden 13 nieuwe appartementen en 2 commerciële units mogelijk gemaakt. Het plan blijft daarmee onder de drempelwaarden. Het gewenste plan is een stedelijk ontwikkelingsproject gezien de aard en omvang (zie voorgaande paragrafen). Een vormvrije m.e.r.-beoordeling is noodzakelijk. Hiervoor is een aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 11. Op basis van deze notitie (en voorgaande paragrafen) is gebleken dat het gewenste plan niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen.
Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs.
De gemeente Kapelle sluit met de initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst waarin onder andere het kostenverhaal is geregeld. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Voor het verkrijgen van de noodzakelijke omgevingsvergunning(en) zullen de gebruikelijke leges in rekening worden gebracht.
Participatie
In januari 2023 hebben de betrokken ambtenaar en ontwikkelaar de directe buren geinformeerd. Het gaat om de adressen Dorspplein 4 en Wilhelminastraat 1 en 1a. Op 29 november 2023 is een informatiebijeenkomst gehouden. Hiervoor zijn 104 adressen aangeschreven uit de directe omgeving.
Vooroverleg
Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio.
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan
Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.