| Plan: | TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0197.TAM20240009-VG01 |
Dit plan voorziet in het verwerken van verleende/aangevraagde mgevingsvergunningen in afwijking van het bestemmingsplan of omgevingsplan, die nog niet zijn verwerkt in regels in het omgevingsplan van de gemeente en ontwikkelingen in het buitengebied van Aalten. Ook voorziet het plan tot slot in een passende juridisch regeling voor bestaande situaties. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Aalten.
De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22i van het omgevingsplan van de gemeente Waadhoeke.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22i' gelezen worden.
In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22i' gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij hierna hiervan is afgeweken;
het Omgevingsplan gemeente Aalten;
het TAM-omgevingsplan Landelijk gebied, herziening 2025 met identificatienummer NL.IMRO.0197.TAM20240009-VG01 van de gemeente Aalten;
Het beroepsmatig verlenen van diensten c.q het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie behouden blijft, door de gebruik(st)er van de woning.
Het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op zakelijk (niet zijnde detailhandel), maatschappelijk, juridisch, administratief, persoonlijk, medisch, therapeutisch, kunstzinnig dan wel ontwerptechnisch gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning met daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, door de gebruik(st)er van de woning.
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
De denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het gebouw - zonder bijbehorende bouwwerken - alsmede het verlengde daarvan. In hoeksituaties is sprake van slechts één achtergevel, waarbij de oriëntering van de woning bepalend is.
Een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.
Een in het plan als zodanig aangegeven bouwvlak, waarop de agrarische bedrijfsbebouwing met de (bedrijfs)woning is geconcentreerd.
een agrarische activiteit ten behoeve van agrarisch bedrijfsmatig gebruik of agrarisch hobbymatig gebruik, gericht op het benutten van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond.
een bedrijf waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht voor de productie of levering van goederen of diensten aan agrarische bedrijven met behulp van landbouwwerktuigen en landbouwapparatuur en/of het verrichten van werkzaamheden tot onderhoud of reparatie van landbouwwerktuigen of -apparatuur. Kenmerkende werkzaamheden zijn cultuurtechnische werken en grondverzet, mest(stoffen)bewerking en/of -distributie, onderhoud van (openbare)groenvoorzieningen en ander daaraan gerelateerd (agrarisch) loonwerk.
de teelt van gewassen op open grond;
de regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg.
onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College voor de Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 van de Monumentenwet 1988 en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie.
de aan gebieden toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een woonhuis en/of bijbehorende bouwwerken en volledig gedreven door de bewoner van het betreffende woonhuis.
Het bedrijfsmatig vervaardigen en/of bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen en/of het leveren van diensten .
Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit met uitzondering van bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken bij de woning.
Een gebouw of een complex van gebouwen ten behoeve van meerdere bedrijven en/of instellingen
De totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-verbonden-beroep c.q. een bedrijf, kantoor of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.
Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daarin, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.
de stikstofdepositie die een veehouderij ten tijde van de vaststelling van het TAM-omgevingsplan Landelijk Gebied, herziening 2025 22i op grond van een onherroepelijk verleende vergunning als bedoeld in artikel 2.7 Wet natuurbescherming of als bedoeld in artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 danwel een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet of artikel 7, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming is aangehaakt en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, zoals opgenomen in bijlage 1, mag voortbrengen met dien verstande dat:
de grens van een bestemmingsvlak;
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
uitbreiding van een hoofdgebouw of functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar wel of niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
een bedrijf dat uitsluitend of hoofdzakelijk is gericht op het produceren van houtachtige gewassen;
de grens van een bouwvlak;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
de grens van een bouwperceel;
den geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
de wijze van bouwen van een woning, te weten vrijstaand, twee-aaneen (halfvrijstaand) of aaneengebouwd, waarbij
Een samenhangend geheel van cultuurhistorisch waardevolle elementen – zoals gebouwen, landschappen, structuren, routes en open ruimten – waarvan de onderlinge relatie bepalend is voor de erfgoedwaarde. .
de aan een bouwwerk en/of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt;
activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degenen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
een voor het publiek toegankelijke uitvoering/verrichting van vermaak op het gebied van sport, muziek dan wel op sociaal-cultureel terrein, zoals periodieke en/of incidentele (sport)manifestaties of -wedstrijden, concerten, buurt-, oogst-, zomer- of Oranjefeesten, bijeenkomsten, voorstellingen, tentoonstellingen, shows, thematische beurzen en/of markten;
recreatief medegebruik waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en naar de aard, omvang en schaal daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
een agrarisch bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen onder glas of daarmee gelijk te stellen materialen;
een (deel van een) gebouw, geen appartement zijnde, dat blijkens haar indeling geschikt en bestemd is voor een groep of groepen van personen te dienen als recreatief dag- en nachtverblijf;
een agrarische bedrijfsvoering, waarbij de productie voor méér dan de helft afhankelijk is van het producerend vermogen van de grond (als productiemiddel) waar het bedrijf over kan beschikken, waaronder een melkrundveehouderijbedrijf, een melkgeitenhouderijbedrijf, een schapenhouderijbedrijf, een akkerbouwbedrijf, een vollegronds tuin-bouwbedrijf, een productiegerichte paardenhouderijbedrijf, en naar de aard daarmee gelijk te stellen agrarische bedrijven;
een bedrijf waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht ter productie of levering van goederen of diensten op het gebied van cultuurtechnische werkzaamheden, grondverzet, grond-/ (onderhouds)werkzaamheden, infrastructurele voorzieningen, opslag en transport van zand, grind, kalk en teelaarde en op de recycling van bouw- en sloopafval.
De aaneengesloten bebouwing waarin de woning is opgenomen, te weten de woonruimte met de direct en volledig (en dus niet met een tussenlid) aangrenzende deel of soortgelijke inpandige ruimte, met uitzondering van aangebouwde bijbehorende bouwwerken.
gebouw, of bouwkundig en functioneel te onderscheiden gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor het verrichten van andere activiteiten dan bouwactiviteiten die op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel zijn toegestaan en, als meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die toegestane activiteiten het belangrijkst is;
een horecabedrijf dat is gericht op het hoofdzakelijk overdag verstrekken van (niet of licht alcoholhoudende) dranken en eenvoudige etenswaren aan bezoekers van andere functies, zoals plattelandsontwikkeling en dagrecreatie, zoals een ijssalon, theetuin, een ontvangstruimte, en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf;
een horecabedrijf met een in het algemeen hoge bezoekersfrequentie gedurende de avond, dat voornamelijk is gericht op het verstrekken van maaltijden en/of (alcoholische) dranken, zoals een bar, (grand)café, eetcafé, restaurant, café-restaurant en/of een naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen horecabedrijf, al dan niet in combinatie met logiesvertrekking of een zaalaccommodatie;
een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;
een agrarisch bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering in de vorm van het houden van dieren, zoals een rundveemesterij (exclusief vetweiderij), een varkens-, vleeskalver- of pluimveehouderij, of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen en (nagenoeg) geen weidegang, met uitzondering van bedrijfsvoeringen waarin dieren worden gehouden overeenkomstig de regels ten aanzien van de biologische productiemethoden;
Een tent, een tentwagen/vouwcaravan, een kampeerauto/camper of een caravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Onder kampeermiddelen wordt niet verstaan: stacaravans, chalets en trekkershutten.
terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf;
een ruimte of bij elkaar horende ruimten die bestemd is/zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden of administratieve dienstverlening;
bouwwerken van glas of ander lichtdoorlatend materiaal ten behoeve van de (agrarische) bedrijfsvoering;
kampeerterrein voor maximaal 25 kampeerplaatsen, waarbij uitsluitend gedurende de periode 15 maart tot en met 31 oktober en tijdens de Kerstvakantie(gedurende de periode tussen 15 december en 15 januari) kampeermiddelen aanwezig mogen zijn.
In de mei- en zomervakantie, in het Paasweekend en in de week waarin Hemelvaartsdag valt tot en met de week van Tweede Pinksterdag mogen ten hoogste 40 kampeermiddelen aanwezig zijn;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde voor infrastructurele doeleinden voor het geleiden/verplaatsen van koeien of daarmee gelijk te stellen vee via een tunnel;
de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht;
een pubieksgericht paardenhouderijbedrijf dat gericht is op het lesgeven in paardrijden en daarvoor paarden en/of pony's houdt, in combinatie met een of meer van de volgende hiermee samenhangende activiteiten of voorzieningen: het in pension houden van paarden en/of pony's, ondergeschikte horeca (kantine, foyer en dergelijke), verenigingsaccommodatie en het houden van wedstrijden of andere daaraan gerelateerde evenementen;
het geheel van (bedrijfsmatig) handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van natuur, houtproductie, landschap, milieu of extensieve dagrecreatie;
elke toename van stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol stikstof) per hectare per jaar op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied;
een agrarische bedrijfsvoering die hoofdzakelijk in gebouwen plaatsvindt, en die als zodanig niet afhankelijk is van agrarische gronden als productiemiddel, zoals een intensieve veehouderij;
werkzaamheden met het doel objecten in zodanige conditie te houden of te brengen dat voortbestaan van deze objecten op tenminste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt;
horeca die ondergeschikt en gerelateerd is aan een andere, nader in de planregels omschreven (hoofd)functie en tot doel heeft het verstrekken van kleine etenswaren en niet- of zwak-alcoholische dranken;
eenn bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
een voor mensen toegankelijke, overdekte en zonder wanden omsloten ruimte;
een (omheind) terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal waar paarden vrije uitloop kunnen hebben en waar paarden kunnen worden getraind;
een agrarisch bedrijf gericht op het fokken van (sport)paarden, het houden, stallen of africhten van paarden ten behoeve van de vlees- en/of melkproductie, handel en/of de gebruiksgerichte paardenhouderij;
paardenhouderij waar het rijden met paarden primair gericht is op de ruiter/amazone;
paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan/met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten en trainen en verhandelen van paarden;
de scheiding tussen bouwpercelen, die niet aan éénzelfde eigenaar behoren dan wel niet door éénzelfde gebruiker worden benut;
detailhandel die vanwege de omvang van de te koop aangeboden goederen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling ervan, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, grove bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede de verkoop van bouw- en doe-het-zelf producten en van meubelen en artikelen ten behoeve van de woninginrichting en daarmee samenhangende artikelen;
bewoning door een persoon of door groepen van personen, zoals bedoeld in de Wet basisregistratie personen, van een voor wisselende bewoning bedoelde ruimte als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats;
een bedrijfswoning, (voorheen) behorend tot een binnen hetzelfde bouwvlak gevestigd agrarisch bedrijf, die wordt bewoond door derden die geen functionele binding hebben met dat agrarisch bedrijf, en die voor de toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de daarop rustende bepalingen wordt beschouwd als onderdeel van dat agrarisch bedrijf;
een natuurlijk persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig is, zich beschikbaar stelt of aanbiedt om tegen een vergoeding seksuele of erotische handelingen te verrichten;
uitsluitend bewoning vanuit een recreatieve doelstelling, door een persoon of door groepen van personen die hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben;
detailhandel in de vorm van verkoop van artikelen in de volgende assortimentsgroepen: bomen/heesters/coniferen, vaste, één- en tweejarige planten, levende dieren en diervoeding en -benodigdheden, gewasbescherming/verdelgingsmiddelen, meststoffen, grondproducten, bollen/knollen/zaden, verlichting/elektriciteitsartikelen, tuinmeubels, bestratingsmaterialen, tuinhout/houtwaren, blokhutten/kassen, vijvers/zwembaden, kamerplanten, snij-/droog- en zijdebloemen, potterie/plantenbakken/beelden/ornamenten, tuingereedschappen, tuin- en doe-het-zelf gerelateerde werkkleding, barbecues, tuinspeelapparaten en -speelgoed, tuin- en interieurgerelateerde cadeauartikelen/sfeer/interieur/ decoratieartikelen, dienstverlening/advies en verhuur m.b.t. deze assortimentsgroepen niet tot het regulier assortiment behorende seizoens- of andere (actie)artikelen, alsmede aan deze artikelen aanverwante zaken en gelijk te stellen artikelen.
een agrarisch gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat dient voor beschutting van vee tegen weersinvloeden;
Het geheel of gedeeltelijk afbreken.
de gezamenlijke oppervlakte van de vloeren van de stallen, die kunnen worden gebruikt voor het houden van dieren, inclusief de voerpaden en centrale gangen, maar exclusief opslagruimten en daarmee gelijk te stellen ruimten;
objecten die in de openbare ruimte staan en die niet tot de weg zelf behoren zoals verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken en bloembakken, abri's, voorwerpen van beeldende kunst, speeltoestellen, kleinschalige bouwwerken ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen, afvalinzamelsystemen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om één of meer van de volgende doelen na te streven:
Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn: aardbeiteelttafels, afdekfolies, antiworteldoeken, boomteelthekken, hagelnetten, insectengazen, plastic tunnels, ondersteunende kassen, schaduwhallen en vraatnetten.
Knalapparatuur wordt niet aangemerkt als teeltondersteunende voorziening;
een (houten) huisje met uitsluitend slaap- en kookgelegenheden, zonder verwarming of sanitaire voorzieningen, dat dienst doet als overnachtingsgelegenheid;
een detailhandelsvestiging waar de volgende goederen ter verkoop worden aangeboden:
een plateau dat er voor zorgt dat vee beschikt over twee verblijfsniveaus en dat tot doel heeft de verblijfsruimte van vee te vergroten en niet tot doel heeft het aantal stuks vee per vierkante meter stal te vermeerderen;
de naar architectuur, indeling en/of uitstraling meest gezichtsbepalende gevel van een gebouw dan wel de naar de weg toegekeerde gevel van een gebouw;
De lijn (in hoeksituaties: de lijnen) waarin de naar de weg of ander openbaar gebied gekeerde gevel(s) van het dichtst bij die weg of ander openbaar gebied gelegen gebouw is (zijn) gelegen alsmede het verlengde daarvan;
een gebouwde voorziening voor het omzetten van de energie van bewegende lucht in andere energievormen, waaronder begrepen elektriciteit en warmte;
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden (één verblijfsobject met een woonfunctie);
het bouwkundig en functioneel in tweeën delen van een woning, zodanig dat, met handhaving van het bestaande woongedeelte van het gebouw en zonder uitbreiding, een tweede zelfstandig functionerende woning in het gebouw wordt gemaakt;
een zorgfunctie als hoofdtak waarbij de sociaal-medische opvang van personen, die al dan niet ter plaatse woonachtig zijn, gecombineerd wordt met agrarische activiteiten waarbij de cliënten in enige zin behulpzaam zijn bij de agrarische of natuurbeherende activiteiten.
tussen grenzen van een bouwperceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel
Voor wat betreft woningen wordt bij de toepassing van de goothoogte niet meegerekend:
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken; dakkapellen, dakopbouwen, kelders en onderbouwen tellen niet mee bij de inhoud.
Voor wat betreft woningen wordt bij de toepassing van de inhoud niet meegerekend:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van scheidsmuren en boven de begane grondvloer.
Voor wat betreft woningen wordt bij de toepassing van de oppervlakte niet meegerekend:
bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bebouwingsvlakken, bouwpercelen of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als goot- en kroonlijsten, dorpels, plinten, regenpijpen, pilasters, stoeptreden, kozijnen en dergelijke ondergeschikte bouwedelen buiten beschouwing gelaten;
daar waar op de verbeelding twee of meer bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken door middel van de aanduiding 'relatie' met elkaar zijn verbonden, gelden die bestemmingsvlakken dan wel bouwvlakken bij de toepassing van deze regels als één bestemmingsvlak respectievelijk één bouwvlak;
op de locatie als bedoeld onder d.
Niet genoemde functies en activiteiten en functies en activiteiten die niet zijn toegestaan of op grond van dit TAM-omgevingsplan zijn verboden, tenzij sprake is van een binnenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor een omgevingsvergunning kan worden verleend en met uitzondering van
de functies en activiteiten.
In het voor 'Agrarisch' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
en tevens voor:
met bijbehorende voorzieningen, toegangs- en ontsluitingswegen.
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen, gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bedrijfswoningen en plattelandswoningen gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
met dien verstande dat bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bedrijfswoning zodanig gesitueerd moeten zijn dat:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
| erf- en terreinafscheidingen en sleufsilo's | vlaggenmasten en antennes | hooibergen en voedersilo's | overige bouwwerken, geen gebouw zijnde | teeltondersteunende voorzieningen met uitzondering van voorzieningen t.b.v. fruit- en boomteelt. | teeltondersteunende voorzieningen t.b.v. fruit- en boomteelt | |
| binnen het agrarisch bouwvlak | 2 m | 10 m | 15 m | 8 m | 4,5 m | 4,5 m |
| buiten het agrarisch bouwvlak* | 1,25 m | niet toegestaan | niet toegestaan | 1 m | 2,5 m | 4,5 m |
* sleufsilo's en mestopslagplaatsen zijn niet buiten het agrarisch bouwvlak toegestaan, tenzij zulks op basis van deze regels wel is toegestaan. Teeltondersteunende voorzieningen zijn buiten het bouwvlak uitsluitend gedurende 6 maanden per jaar toegestaan.
De omgevingsvergunning wordt ook verleend wanneer sprake is:
Het is verboden buiten een bouwvlak zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
De in lid 6.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
De in lid 5.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschapswaarden dan wel de landschapselementen.
In het voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
en tevens voor:
met bijbehorende voorzieningen, paden en erfontsluitingswegen.
Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen ten behoeve van uitoefening van fruitteelt is niet toegestaan binnen een afstand van 50 m van bestemmingsvlakken ten behoeve van voor bestrijdingsmiddelen gevoelige functies (een plek waar mensen langdurig verblijven zoals een woning of kantoor), met uitzondering van bestaand gebruik waarbij de bestaande afstand als minimale afstand dient te worden aangehouden.
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen, niet zijnde bedrijfswoningen, gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bedrijfswoningen en plattelandswoningen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen:
met dien verstande dat bijbehorende bouwwerken ten opzichte van de bedrijfswoning zodanig gesitueerd moeten zijn dat:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
|
|
erf- en terreinafscheidingen | vlaggenmasten en antennes | hooibergen en voedersilo's | overige bouwwerken, geen gebouw zijnde | teeltondersteunende voorzieningen m.u.v. teeltondersteunende voorzieningen t.b.v. fruit- en boomteelt | teeltondersteunende voorzieningen t.b.v. fruit- en boomteelt |
| binnen het agrarisch bouwperceel | 2 m | 10 m | 15 m | 8 m | 4,5 m | 4,5 m |
| buiten het agrarisch bouwperceel* | 1,25 m | x | 1 m | 2,5 m** | 4,5 m** |
* sleufsilo's en mestopslagplaatsen zijn niet buiten het agrarisch bouwvlak toegestaan.
** m.u.v. van gebieden ter plaatse van de aanduiding 'openheid': hier zijn geen nieuwe teeltondersteunende voorzieningen toegestaan. Teeltondersteunende voorzieningen zijn buiten het bouwvlak uitsluitend gedurende 6 maanden per jaar toegestaan.
De omgevingsvergunning wordt ook verleend wanneer sprake is:
Het is verboden buiten een bouwvlak zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
De in lid 6.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
De in lid 6.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt verleend, indien:
In het voor 'Bedrijf' aangewezen gebied zijn de volgende functies en bedrijfsactiviteiten toegestaan:
met bijbehorende voorzieningen, zoals (on)verharde paden en wegen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, erfverhardingen en parkeervoorzieningen.
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende voorwaarden:
De omgevingsvergunning wordt ook verleend wanneer sprake is:
De voor 'Bos' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
Ter plaatse van bestaande gebouwen is de bouw van gebouwen toegestaan met de bestaande inhoud, goot- en bouwhoogte ten behoeve van het onder 8.1 onder f genoemde gebruik.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
De omgevingsvergunning wordt ook verleend wanneer sprake is van de herbouw van een gebouw met inachtneming van de volgende voorwaarden:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag op de in artikel 8.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
Een in lid 8.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor:
De in lid 8.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt verleend, indien:
De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels :
In het voor 'Natuur' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
met bijbehorende (parkeer)voorzieningen.
Op of in de gronden mogen geen gebouwen en bouwwerken worden gebouwd, behoudens eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensief recreatief medegebruik, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken en/of waterhuishoudkundige voorzieningen, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2,5 m.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:
De in lid 10.3.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor:
werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden, die op het tijdstip van het van kracht worden van het TAM-omgevingsplan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
De in lid 10.3.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt verleend, indien geen blijvende onevenredige afbreuk wordt gedaan door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen aan de natuur- en landschapswaarden dan wel het karakteristieke verkavelingspatroon.
In het voor 'Recreatie - Dagrecreatie' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
en tevens voor:
met bijbehorende voorzieningen, waaronder voet- en fietspaden en ontsluitingsvoorzieningen.
Voor het bouwen van een gebouw, gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende beoordelingsregels:
In het voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
met bijbehorende voorzieningen parkeergelegenheden en ontsluitingswegen.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
| erf- en terreinafscheidingen | vlaggenmasten en antennes | lichtmasten | overige bouwwerken, geen gebouw zijnde | |
| binnen het bestemmingsvlak | 2 m | 10 m | 8 m | 6 m |
De voor 'Sport - Manege' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
met bijbehorende voorzieningen.
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - manege 1' gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bedrijfswoningen en plattelandswoningen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoningen gelden de volgende beoordelingsregels:
Ik zou hier overige
Voor het bouwen van bouwen van bouwwerken, geen gebouw en overkappingen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
De omgevingsvergunning wordt ook verleend, wanneer sprake is van:
De voor 'Verkeer' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
en tevens bestemd voor:
met bijbehorende voorzieningen.
Voor het bouwen van gebouwen, geldt dat deze niet zijn toegestaan, met uitzondering van abri's waarvan de bouwhoogte niet meer dan 3 m bedragen;
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:
In het voor 'Wonen - 1' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
en tevens voor:
met bijbehorende voorzieningen, zoals inritten, erven, terreinen, tuinen, parkeervoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding.
In het voor 'Wonen - 1' aangewezen gebied zijn de volgende functies en gebruiksactiviteiten verboden:
Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van aangebouwde bijbehorende bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels: aang
Voor het bouwen van overige bijbehorende bouwwerken en overkappingen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, gelden de volgende beoordelingsregels:
De omgevingsvergunning wordt ook verleend, mits geen onevenredige inbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende, wanneer sprake is:
Het is verboden buiten een bouwvlak zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren:
De in lid 15.4.1 bedoelde omgevingsvergunning is niet vereist voor werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
De in lid 15.4.1 bedoelde omgevingsvergunning wordt verleend, indien:
De voor 'Waarde - Archeologie gematigde verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies en gebruiksactiviteiten, de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
Voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan groter dan 2.500 m2 moet alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd, waarin naar het oordeel van burgemeester en wethouders:
Indien uit sub 16.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 16.2.1 sub a, wint het advies in bij de archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Het bepaalde in artikel 16.2.1 sub a geldt niet indien:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in artikel 16.3.1 opgenomen verbod geldt niet:
Ten aanzien van de in artikel 16.3.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingsregels:
De voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies en gebruiksactiviteiten, de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
Voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 moet alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd, waarin naar het oordeel van burgemeester en wethouders:
Indien uit sub 17.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 17.2.1 sub a, wint het advies in bij de archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Het bepaalde in artikel 17.2.1 sub a geldt niet indien:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in artikel 17.3.1 opgenomen verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
Ten aanzien van de in artikel 17.3.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingsregels:
De voor 'Waarde - Archeologie lage verwachting' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies en gebruiksactiviteiten, de volgende functies en gebruiksactiviteiten toegestaan:
Voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan groter dan 5.000 m2 moet alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd, waarin naar het oordeel van burgemeester en wethouders:
Indien uit sub 17.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een vergunning als bedoeld in artikel 18.2.1 sub a, wint zij advies in bij de archeologische deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Het bepaalde in artikel 18.2.1 sub a geldt niet indien:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren:
Het in artikel 18.3.1 opgenomen verbod geldt niet:
Ten aanzien van de in artikel 18.3.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingsregels:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over:
Bij de beoordelingsregels voor het bouwen als bedoeld in hoofdstuk 2 en op de verbeelding gelden tevens de volgende beoordelingsregels en wordt de omgevingsvergunning ook verleend als:
en andere daarmee gelijk te stellen ondergeschikte delen van gebouwen, mits de bouwgrens met niet meer dan 1,25 m wordt overschreden;
Wanneer een bestaand gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde:
heeft dan in de bouwregels is toegestaan, dan mag:
Voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie geldt een meldingplicht.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch ensemble' wordt bij de beoordeling in aanvulling op de beoordelingsregels voor het bouwen in Hoofdstuk 2, het cultuurhistorisch ensemble in acht genomen en advies ingewonnen bij de gemeentelijke culturele erfgoedcommissie.
De gronden ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - groene ontwikkelingszone' en 'overige zone - groene ontwikkelingszone' zijn behalve voor de functies en gebruiksactiviteiten zoals bepaald in hoofdstuk 2 mede bestemd voor het beschermen en ontwikkelen van landschappelijke en ecologische waarden.
Een omgevingsvergunning wordt niet eerder verleend bij het toepassen van specifieke beoordelingsregels voor het bouwen of gebruiken indien is aangetoond dat geen sprake is van een significante aantasting van kernkwaliteiten of omgevingscondities van het gebied en advies is gevraagd aan een deskundige op het gebied van natuur en landschap met dien verstande dat significante aantasting van kernkwaliteiten of omgevingscondities van het gebied geen belemmering vormt voor het nemen van dat besluit:
Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mogen bestaande bouwwerken, slechts gedeeltelijk worden vernieuwd en/of veranderd in afwijking van de beoordelingsregels voor het bouwen in Hoofdstuk 2, mits:
Bij de beoordelingsregels voor het bouwen als bedoeld in artikel 22.3.1 geldt tevens de volgende beoordelingsregel en wordt:
Een omgevingsvergunning is niet vereist voor:
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn, zijn behalve voor de functies en gebruiksactiviteiten zoals bepaald in hoofdstuk 2 mede bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater ten behoeve van de drinkwatervoorziening, met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen.
Op de in artikel 22.5.1 bedoelde gronden bedraagt de bouwhoogte, in afwijking van de beoordelingsregels voor het bouwen in Hoofdstuk 2
Bij de beoordelingsregels voor het bouwen als bedoeld in artikel 22.4.2 gelden tevens de volgende beoordelingsregels en wordt de omgevingsvergunning ook verleend als:
De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop 2' zijn, zijn behalve voor de functies en gebruiksactiviteiten zoals bepaald in hoofdstuk 2 mede bestemd voor de bescherming van de functie van de in het aanliggend gebied gesitueerde molen als werktuig en zijn waarde als landschapsbepalend element.
Op de in artikel 22.5.1 bedoelde gronden bedraagt de bouwhoogte, in afwijking van de beoordelingsregels voor het bouwen in Hoofdstuk 2:
Bij de beoordelingsregels voor het bouwen als bedoeld in artikel 22.5.2 gelden tevens de volgende beoordelingsregels en wordt de omgevingsvergunning ook verleend als:
Behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan bestaand gebruik, zijn de volgende overgansregels van toepassing voor gebruik: