| Plan: | TAM-omgevingsplan Buitengebied veegplan 2026 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1667.BPGveeg5019-VAST |
Preambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van diverse ontwikkelingen binnen het buitengebied van Reusel-De Mierden en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Reusel-De Mierden. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Reusel-De Mierden. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a' gelezen worden.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
bij toepassing van een dakkapel of dakopbouw met een breedte van meer dan 50% van het dakvlak wordt de bovenzijde daarvan als dakvlak aangemerkt;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse vanwaar het gebouw voornamelijk toegankelijk is dan wel de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte bouwperceel;
de in deze regels gegeven bepalingen omtrent plaatsing, afstanden en maten zijn niet van toepassing op goot- en kroonlijsten, schoorstenen, gasafvoer- en ontluchtingskanalen, antennes, balkons, galerijen, noodtrappen, luifels, liftkokers, ventilatiekanalen, afvoerpijpen van hemelwater, zonnepanelen, gevellijsten, pilasters, plinten, stoeptreden, kozijnen, dorpels en dergelijke bouwonderdelen.
Hoofdstuk 2 van dit TAM-omgevingsplan heeft betrekking op het gebruiksdoel en het gebruik van gronden en bouwwerken.
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in hoofdstuk 2 aan een locatie gegeven gebruiksdoel en de daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in hoofdstuk 2 en 3.
Het is verboden gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens te gebruiken voor een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie.
Behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het algemeen en in het bijzonder de volgende landschappelijke en cultuurhistorische waarden:
Gestreefd wordt naar behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden. Dit houdt in dat:
Bij de beoordeling van initiatieven, waaronder de beoordeling van de landschappelijke inpassing, vormen - met betrekking tot de bescherming en ontwikkeling landschapswaarden/ landschappelijke waarden - de gebiedspaspoorten, als opgenomen in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit, mede het toetsingskader.
Dit artikel is van toepassing op de locatie 'Agrarisch'.
Ter plaatse van 'Agrarisch' zijn de volgende agrarische activiteiten toegestaan:
Ter plaatse van onderstaande aanduidingen zijn naast 5.1.2 ook de volgende activiteiten toegestaan, waarvoor aanvullende regels gelden:
| Specifieke vorm van agrarisch - loonwerk | |
|
Toegestane bedrijvigheid |
een agrarisch loonbedrijf |
De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf, zoals opgenomen in Bijlage 3 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, is toegestaan als ondergeschikte activiteit in bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:
Het hiernavolgende gebruik van gronden en opstallen is toegestaan:
met dien verstande dat bij cumulatie van meerdere vormen van verbrede landbouw en/of nevenactiviteiten, met uitzondering van opslag/kleinschalig kamperen, het totale daarvoor te gebruiken bedrijfsvloeroppervlakte niet mag meer bedragen dan 25% van het bedrijfsvloeroppervlakte tot een maximum van 750 m².
Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning als bedoeld in 21.4 de volgende activiteiten aan te vangen:
Ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen gelden de volgende bepalingen:
De volgende activiteiten zijn verboden:
Voor het bouwen gelden de volgende algemene regels:
| Bouwwerken algemeen | |
| Situering bouwwerken algemeen | niet vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan indien geen bedrijfswoning aanwezig is, dan minimaal 15 m tot de as van de openbare weg bovenstaande situeringseisen gelden niet voor erfafscheidingen met een bouwhoogte van max. 1 m |
| Afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste bouwgrens | min. 5 m |
| Bedrijfsgebouwen | |
| Goothoogte | ter plaatse van de aanduiding overige zone -
buurtschappen en linten: max 4 m. overig: max. 5 m |
| Bouwhoogte | ter plaatse van de aanduiding overige zone -
buurtschappen en linten: max 10 m. overig: max . 12 m |
| Dakhelling | minimaal 12° en maximaal 60° |
| Ruimtelijke kwaliteitsborging | nieuwe bedrijfsgebouwen met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het bouwvlak is voorzien van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en deze ook duurzaam in stand wordt gehouden. |
| Teeltondersteunende kassen | |
| Situering | binnen een bouwvlak |
| Bouwhoogte | max. 5 m |
| Oppervlakte | max. 5.000 m2 |
| Bedrijfswoningen | |
| Goothoogte | max. 4 m |
| Bouwhoogte | max 10 m |
| Dakhelling | minimaal 20° en maximaal 60° met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres |
| Inhoud | max. 750 m3
indien de feitelijk aanwezige, legale inhoudsmaat meer bedraagt dan de hiervoor aangegeven maximaal toegestane inhoud, geldt de feitelijk aanwezige, legale inhoudsmaat als de maximale toegestane inhoud |
| Situering |
bij vervangende nieuwbouw van de bedrijfswoning(en) mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend; de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en) en de maximale inhoud van de nieuw te bouwen bedrijfswoning bedraagt 750 m3 |
|
Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen |
|
| Situering | min. 3 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning max. 20 m van de bedrijfswoning |
| Goothoogte | max. 3,2 m |
| Bouwhoogte | max 5,5 m |
| Dakhelling | minimaal 20° en maximaal 60° met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres |
| gezamenlijke oppervlakte per bedrijfswoning | max. 150 m2 |
| Sloop bonus regeling | bij sloop van een legaal feitelijk aanwezig bijbehorend bouwwerk, mag de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken worden verruimd met 50% van de te slopen oppervlakte tot een maximum van 200m² |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | |
| Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw | max. 1 m |
| Bouwhoogte overige erf- en terreinafscheidingen | max. 2 m |
| Bouwhoogte teeltondersteunende voorzieningen, anders dan teeltondersteunende kassen | max. 3,5 m |
| Bouwhoogte van kleinschalige windmolens | max. 12 m maximaal 1 kleinschalige windmolen per bouwvlak |
| Bouwhoogte torensilo's en voedersilo's | max. 12 m |
| Bouwhoogte mestsilo's | max. 8,5 m |
| Bouwhoogte sleufsilo's | max. 2,5 m |
| Bouwhoogte mestbewerkingsinstallatie | max. 12 m |
| Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde | max. 4 m |
| Ruimtelijke kwaliteitsborging |
nieuwbouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het bouwvlak is voorzien van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en deze ook duurzaam in stand wordt gehouden |
| Onoverdekte zwembaden | |
| Situering | achter de achtergevelrooilijn van de bedrijfswoning max. 20 m van de bedrijfswoning af |
| Oppervlakte | max. 100 m² |
| Carports | |
| Situering | achter de voorgevel van de bedrijfswoning |
| Bouw- en goothoogte | max. 3,2 m |
| Oppervlakte | max. 30 m² |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | |
| Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen | max. 1 m |
|
Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen |
|
| Situering | niet ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' en/of 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied' |
| Bouwhoogte | max. 3,2 m |
| Oppervlakte | max. 2,5 ha |
| Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | |
| Bouwhoogte | max. 2 m |
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het onder 5.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
De in 5.6.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien:
Dit artikel is van toepassing op de locatie 'Agrarisch met waarden - Landschap'.
Ter plaatse van 'Agrarisch met waarden - Landschap' zijn de volgende agrarische activiteiten toegestaan:
Ter plaatse van onderstaande aanduidingen zijn naast 6.1.2 ook de volgende activiteiten toegestaan, waarvoor aanvullende regels gelden:
| Glastuinbouw | |
|
Toegestane bedrijvigheid |
een glastuinbouwbedrijf |
| Grondgebonden veehouderij | |
|
Toegestane bedrijvigheid |
een grondgebonden veehouderij; en/of een melkrundveehouderij, uitsluitend voor met een vergunning en/of melding toegestane diersoort(en) |
|
Voorwaarden voor houden van dieren |
geen uitbreiding dierenverblijven |
De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf, zoals opgenomen in Bijlage 3 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, is toegestaan als ondergeschikte activiteit in bedrijfswoningen en bijbehorende bouwwerken, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:
Het hiernavolgende gebruik van gronden en opstallen is toegestaan:
met dien verstande dat bij cumulatie van meerdere vormen van verbrede landbouw en/of nevenactiviteiten, met uitzondering van opslag/kleinschalig kamperen, het totale daarvoor te gebruiken bedrijfsvloeroppervlakte niet mag meer bedragen dan 25% van het bedrijfsvloeroppervlakte tot een maximum van 750 m².
Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsplan zoals bedoeld in 21.4 de volgende activiteiten aan te vangen:
Ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen gelden de volgende bepalingen:
De volgende activiteiten zijn verboden:
Voor het bouwen gelden de volgende algemene regels:
| Bouwwerken algemeen | |
| Situering bouwwerken algemeen | niet vóór de voorgevel van de bedrijfswoning en het verlengde daarvan indien geen bedrijfswoning aanwezig is, dan minimaal 15 m tot de as van de openbare weg bovenstaande situeringseisen gelden niet voor erfafscheidingen met een bouwhoogte van max. 1 m |
| Afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste bouwgrens | min. 5 m |
| Bedrijfsgebouwen | |
| Goothoogte | ter plaatse van de aanduiding overige zone -
buurtschappen en linten: max 4 m. overig: max. 5 m |
| Bouwhoogte | ter plaatse van de aanduiding overige zone -
buurtschappen en linten: max 10 m. overig: max . 12 m |
| Dakhelling | minimaal 12° en maximaal 60° |
| Ruimtelijke kwaliteitsborging | nieuwe bedrijfsgebouwen met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het bouwvlak is voorzien van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en deze ook duurzaam in stand wordt gehouden. |
| Maximum omvang bedrijfsgebouwen | ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak (m2)' bedraagt de maximum oppervlak aan bedrijfsgebouwen niet meer dan is aangegeven. |
| Kassen glastuinbouwbedrijf | |
| Situering | ter plaatse van de aanduiding 'glastuinbouw' |
| Goothoogte | max. 6 m |
| Bouwhoogte | max. 7,5 m |
| Oppervlakte | max. 4,33 ha |
| Teeltondersteunende kassen | |
| Situering | binnen een bouwvlak |
| Bouwhoogte | max. 5 m |
| Oppervlakte | max. 5.000 m2 |
| Bedrijfswoningen | |
| Goothoogte | max. 4 m |
| Bouwhoogte | max 10 m |
| Dakhelling | minimaal 20° en maximaal 60° met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres |
| Inhoud | max. 750 m3
indien de feitelijk aanwezige, legale inhoudsmaat meer bedraagt dan de hiervoor aangegeven maximaal toegestane inhoud, geldt de feitelijk aanwezige, legale inhoudsmaat als de maximale toegestane inhoud |
| Situering |
bij vervangende nieuwbouw van de bedrijfswoning(en) mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend; de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en) en de maximale inhoud van de nieuw te bouwen bedrijfswoning bedraagt 750 m3 |
|
Bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen |
|
| Situering | min. 3 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning max. 20 m van de bedrijfswoning |
| Goothoogte | max. 3,2 m |
| Bouwhoogte | max 5,5 m |
| Dakhelling | minimaal 20° en maximaal 60° met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres |
| gezamenlijke oppervlakte per bedrijfswoning | max. 150 m2 |
| Sloop bonus regeling | bij sloop van een legaal feitelijk aanwezig bijbehorend bouwwerk, mag de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken worden verruimd met 50% van de te slopen oppervlakte tot een maximum van 200m² |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | |
| Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw | max. 1 m |
| Bouwhoogte overige erf- en terreinafscheidingen | max. 2 m |
| Bouwhoogte teeltondersteunende voorzieningen, anders dan teeltondersteunende kassen | max. 3,5 m |
| Bouwhoogte van kleinschalige windmolens | max. 12 m maximaal 1 kleinschalige windmolen per bouwvlak |
| Bouwhoogte torensilo's en voedersilo's | max. 12 m |
| Bouwhoogte mestsilo's | max. 8,5 m |
| Bouwhoogte sleufsilo's | max. 2,5 m |
| Bouwhoogte mestbewerkingsinstallatie | max. 12 m |
| Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde | max. 4 m |
| Ruimtelijke kwaliteitsborging |
nieuwbouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met een bebouwde oppervlakte groter dan 100 m2 zijn uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat het bouwvlak is voorzien van een zorgvuldige landschappelijke inpassing en deze ook duurzaam in stand wordt gehouden |
| Onoverdekte zwembaden | |
| Situering | achter de achtergevelrooilijn van de bedrijfswoning max. 20 m van de bedrijfswoning af |
| Oppervlakte | max. 100 m² |
| Carports | |
| Situering | achter de voorgevel van de bedrijfswoning |
| Bouw- en goothoogte | max. 3,2 m |
| Oppervlakte | max. 30 m² |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | |
| Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen | max. 1 m |
|
Tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen |
|
| Situering | niet ter plaatse van de aanduidingen 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' en/of 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol object' |
| Bouwhoogte | max. 3,2 m |
| Oppervlakte | max. 2,5 ha |
| Overige voorzieningen, zoals mestsilo's, sleufsilo's, paardenbakken, opslag, mestbassins, waterbassins, permanente teeltondersteunende voorzieningen e.d. | |
| Situering ruwvoeropslag veehouderij | ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ruwvoeropslag' is uitsluitend ruwvoeropslag toegestaan. |
| Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | |
| Bouwhoogte | max. 2 m |
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het onder 6.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
De in 6.6.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien:
Dit artikel is van toepassing op de locatie 'Groen - Landschappelijke inpassing'.
Ter plaatse van 'Groen - Landschappelijke inpassing' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:
De volgende activiteiten zijn verboden:
Op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van een erfafscheiding worden gebouwd.
| Erfafscheiding | |
| Bouwhoogte |
max. 3 m |
| Vorm | uitsluitend in de vorm van een open constructie |
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het in 7.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
De in 7.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits is aangetoond dat na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de landschappelijke inpassing als opgenomen in 7.1.2. Voor de belangenafweging zijn in onderstaande schema de toetsingscriteria weergegeven:
| Omgevingsvergunningplichtige werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden | Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden |
| het aanleggen van wegen en het aanbrengen van overige verhardingen als doorgang | - de wegen en overige verhardingen moeten noodzakelijk zijn voor het (agrarisch) gebruik, behorende bij de naastgelegen gebruiksdoel; - de wegen en overige verhardingen betekenen geen aantasting van de aanwezige landschappelijke inpassing, danwel er wordt anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing |
| het verwijderen van houtopstanden voor een doorgang | - het verwijderen moet noodzakelijk zijn voor het (agrarisch) gebruik, behorende bij de naastgelegen gebruiksdoel; - het verwijderen betekent geen aantasting van de aanwezige landschappelijke inpassing, danwel er wordt anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing |
Dit artikel is van toepassing op de locatie 'Groen - Landschapselement'.
Ter plaatse van 'Groen - Landschapselement' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:
| Bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van extensief recreatief gebruik | |
| Bouwhoogte |
max. 3 m |
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het in 8.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
De in 8.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits is aangetoond dat uitoefening van de werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen van de in artikel 8.3.1 bedoelde landschappelijke waarden waarbij mede wordt getoetst aan de volgende belangen:
Alvorens te beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning wint het bevoegd gezag advies in bij de waterbeheerder, voor zover de afweging mede betrekking heeft op hydrologische waarden dan wel de hydrologische betekenis in het watersysteem.
Dit artikel is van toepassing op de locatie 'Natuur'.
Ter plaatse van 'Natuur' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:
|
Situering bouwwerken algemeen |
Binnen het vlak gebruiksdoel |
| Gebouwen voor bos en natuurbeheer en extensief recreatief medegebruik | |
| Goothoogte |
max. 3,2 m |
| Bouwhoogte | max. 4m |
| Oppervlakte aan gebouwen |
max. 20 m2 per 2,5 ha bosgebied |
| Inhoud gebouwen | max. 60 m3 |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | |
| Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen |
max. 2m |
| Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde | max. 3m |
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het in 9.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
Dit artikel is van toepassing op de locatie 'Verkeer'.
Ter plaatse van 'Verkeer' zijn de volgende activiteiten en voorzieningen toegestaan:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van nutsgebouwen.
|
Situering bouwwerken algemeen |
Binnen het vlak gebruiksdoel |
| Nutsgebouwen | |
| Bouwhoogte |
max. 5 m |
| Oppervlakte gebouwen | max. 50m2 |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | |
| Bouwhoogte palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer | max. 12m |
| Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde | max. 4m |
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het in 10.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die:
De in 10.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien de cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast.
Dit artikel is van toepassing op de locatie 'Wonen'.
Ter plaatse van 'Wonen' zijn de volgende activiteiten toegestaan:
De uitoefening van een aan-huis-verbonden beroep of een aan-huis-verbonden bedrijf, zoals opgenomen in Bijlage 3 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven, is toegestaan als ondergeschikte activiteit in woningen en bijbehorende bouwwerken, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn:
| Bouwwerken algemeen | |
| Afstand van gebouwen tot de zijdelingse grens bouwperceel | min. 5 m |
| Woningen | |
| Goothoogte | max. 4 m |
| Bouwhoogte | max 10 m |
| Dakhelling |
minimaal 20° en maximaal 60° met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres |
| Inhoud woning |
max. 650 m3, tenzij een andere maximum inhoudsmaat is aangeduid en met dien verstande dat:
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte' een maximum inhoudsmaat van 1.000 m3 geldt indien de feitelijk aanwezige, legale inhoudsmaat meer bedraagt dan de hiervoor aangegeven maximaal toegestane inhoud, geldt de feitelijk aanwezige, legale inhoudsmaat als de maximale toegestane inhoud |
| Situering |
bij vervangende nieuwbouw van de woning(en) mag het hoofdgebouw uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande funderingen en, in geval van uitbreiding, daar direct op aansluitend; de bouwwijze (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen woning(en) wijkt niet af van de bouwwijze van de oorspronkelijke woning(en) |
| Bijbehorende bouwwerken bij woningen | |
| Situering | min. 3 m achter de voorgevelrooilijn van de woning met dien verstande dat carports achter de voorgevelrooilijn van de woning mogen worden gebouwd. De afstand tot de bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 2 m. de afstand van vrijstaande bijbehorende bouwwerken tot de woning bedraagt maximaal 20 m |
| Goothoogte | max. 3,2 m |
| Bouwhoogte | max 5,5 m |
| Dakhelling |
minimaal 20° en maximaal 60° met uitzondering van ondergeschikte delen, zoals serres |
| Gezamenlijke oppervlakte (incl. carports en overkappingen) per woning |
max. 150 m2; met dien verstande dat : op bouwpercelen groter dan 1.000 m2 een maximum toegestane oppervlakte van 200 m2 geldt; de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen (m2)' niet meer mag bedragen dan de met deze aanduiding aangegeven bebouwde oppervlakte. |
| Sloop bonus regeling | bij sloop van een legaal feitelijk aanwezig bijbehorend bouwwerk, mag de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken worden verruimd met 50% van de te slopen oppervlakte tot een maximum van 200m² In afwijking van deze bepaling geldt dat de bebouwde oppervlakte aan bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen (m2)' niet meer mag bedragen dan de met deze aanduiding aangegeven bebouwde oppervlakte; bij sloop van de legaal aanwezige overtollige bebouwing geldt dat per 50 m2 aan legale bebouwing een inhoudsvergroting van 10 m3 mag worden toegevoegd aan de inhoud van de woning tot een maximum van 900 m3, ofwel 20% van de oppervlakte van de overtollige legale bebouwing mag worden toegevoegd aan de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 400 m2 per woning. |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | |
| Bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw | max. 1 m |
| Bouwhoogte overige erf- en terreinafscheidingen | max. 2 m |
| Bouwhoogte van kleinschalige windmolens | max. 12 m maximaal 1 kleinschalige windmolen per woning |
| Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouw zijnde | max. 4 m |
| Oppervlakte | max. 30 m2 |
| Onoverdekte zwembaden | |
| Situering | achter de achtergevelrooilijn van de woning max. 20 m van de woning af |
| Oppervlakte | max. 100 m² |
| Carports | |
| Situering | achter de voorgevel van de woning |
| Bouwhoogte en/of goothoogte) | max. 3,2 m |
| Oppervlakte carports | max. 30 m² |
De voor 'Waarde - Aardkundig waardevol gebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en herstel van aardkundige waarden.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het onder 12.2.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
De in 12.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de werken en/of werkzaamheden geen onevenredige afbreuk doen aan de aardkundige waarden en mede strekken tot het behoud hiervan.
De voor 'Waarde - Attentiezone waterhuishouding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en bescherming van de nabijgelegen natte natuurparel en het als 'overige zone - Natuur Netwerk Brabant' aangeduid Natuur Netwerk Brabant.
Deze regel werkt primair ten opzichte van de andere regels in dit TAM-omgevingsplan.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het onder 13.2.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
De in 13.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend:
De voor 'Waarde - Cultuurhistorisch ensemble' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en versterking van het cultuurhistorisch waardevol ensemble.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het onder 14.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
De in 14.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen.
Het onder 14.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
De in 14.4.3 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien:
De voor 'Waarde - Cultuurhistorische elementen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van ter plaatse bestaande cultuurhistorisch waardevolle elementen (monumenten en karakteristieke bebouwing) en patronen (beplantingspatronen).
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op en in de gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren:
Het onder 15.3.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
De in 15.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden van de gronden.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning bebouwing geheel of gedeeltelijk te slopen.
Het onder 15.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:
De in 15.4.3 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien:
Het gebruik en het laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken conform dit TAM-omgevingsplan op de locatie 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 1' is alleen toegestaan als:
Het gebruik en het laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken conform dit TAM-omgevingsplan op de locatie 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 2' is alleen toegestaan als:
Het gebruik en het laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken conform dit TAM-omgevingsplan op de locatie 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 3' is alleen toegestaan als:
Het gebruik en het laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken conform dit TAM-omgevingsplan op de locatie 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 4' is alleen toegestaan als:
Het gebruik en het laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken conform dit TAM-omgevingsplan op de locatie 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 5' is alleen toegestaan als:
Het gebruik en het laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken conform dit TAM-omgevingsplan op de locatie 'overige zone - voorwaardelijke verplichting 6' is alleen toegestaan als:
De binnen een 'Waarde - Archeologie 2, Waarde - Archeologie 3, Waarde - Archeologie 4 en Waarde - Archeologie 5' liggende gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor het behoud en bescherming van (potentieel) aanwezige archeologische waarden.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor vergunningplichtige bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden in een 'Waarde - Archeologie 2, Waarde - Archeologie 3, Waarde - Archeologie 4 en Waarde - Archeologie 5' op grond van dit artikel worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De volgende algemene voorwaarden zijn van toepassing op vergunningplichtige bouwactiviteiten:
De volgende algemene voorwaarden zijn van toepassing op vergunningplichtige werken en werkzaamheden:
Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - stiltegebied' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud van stilte en rust in het gebied.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de functie waarbinnen dit geldt.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' geldt (in afwijking van het bepaalde in de andere daar voorkomende artikelen) het volgende:
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - bestendigen bestaande situatie' is het beleid gericht op het behouden van de bestaande natuur- en landschapswaarden.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - buurtschappen en linten' is het beleid gericht op de instandhouding van de historische bebouwingsclusters met een menging van functies een kleinschalige schaalgrootte.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol gebied' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de functies waarbinnen dit geldt.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol object' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de artikelen waarbinnen dit geldt en in het hiernavolgende sloopverbod:
Het is verboden om op de gronden met de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorisch waardevol object' bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen en ingrijpende aanpassingen te verrichten zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag (sloopvergunning); het aantasten of vernietigen van cultuurhistorische waardevolle objecten wordt gelijkgesteld met het geheel of gedeeltelijk slopen van bouwwerken.
Het in lid 20.7.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de functies waarbinnen dit geldt.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuur Netwerk Brabant' geldt dat de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken dient te worden geborgd waarbij ook rekening wordt gehouden met andere aanwezige waarden zoals rust en stilte; en voorts gelden de volgende specifieke regels:
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - openheid' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de functies waarbinnen dit geldt.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - primaat landbouw 1' is het beleid gericht op de verdere ontwikkeling en het stimuleren van innovaties in grootschalige intensieve dierhouderij, rekening houdend met milieu- en gezondheidsrisico's, alsmede grootschalige energieopwekking, in combinatie met het tegengaan van nieuwe gevoelige functies zoals wonen.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - primaat landschap' is het beleid gericht op de versterking van het Kempisch kleinschalig karakter in landschappelijke en cultuurhistorische zin, met bebouwing en functies die passen bij de omgeving.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - primaat water en klimaatadaptatie' is het beleid gericht op het vergroten van de wisselwerking tussen de functies waterberging, waterkwaliteit en natuur (ecologische verbinding) in combinatie met een betere recreatieve beleving.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ruimte voor gebiedsontwikkeling' is het beleid gericht op het bieden van ruimte aan niet belastende “rode” functies onder harde voorwaarden, waaronder tegelijkertijd aanleg van bos en/of natuur en een goede, landschappelijke inpassing.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - ruwvoeropslag' gelden specifieke regels. Deze specifieke regels zijn opgenomen in de functies waarbinnen dit geldt.
Het bevoegd gezag verleend een omgevingsvergunning voor het realiseren van een paardenbak, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende activiteiten zoals opgenomen in 5.2.5 en 6.2.4 aan te vangen:
Het in 21.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op activiteiten die op basis van de regels in Agrarisch en Agrarisch met waarden - Landschap zijn toegestaan.
Een omgevingsvergunning als bedoeld in 21.4.1 wordt verleend als voldaan wordt aan de volgende beoordelingsregels:
| Gebieds- aanduiding |
Activiteit | ||||||
| Wonen in voormalige (agrarische) bedrijfs- woning | Niet- agrarisch bedrijf, anders dan recreatie- of horeca- bedrijf | Statische opslag | Recreatiebedrijf | Horeca- bedrijf | Maatschap- pelijke- en/of zorg- voorzieningen | Duurzame energie in de vorm van zonne- panelen op gronden | |
| overige zone - primaat landbouw 1 | - | - | - | - | - | - | - |
| overige zone - primaat landschap | X1 | X1 | X1 | X1 | X1 | X1 | X3 |
| overige zone - primaat water en klimaatadaptatie | X2 | - | - | X2 | - | X2 | X3 |
| overige zone - ruimte voor gebiedsontwikkeling | X1 | X2 | - | X1 | X2 | X1 | X3 |
| overige zone - bestendigen bestaande situatie | X2 | X2 | X2 | X2 | X2 | X2 | X3 |
| overige zone - buurtschappen en linten | X1 | X2 | X2 | X2 | X2 | X2 | X3 |
Voorwaarden voor alle functies
Specifieke voorwaarden voor wonen in een voormalige (agrarische) bedrijfswoning
Voor de functie wonen in een voormalige (agrarische) bedrijfswoning gelden in aanvulling op het bepaalde onder a t/m d de volgende specifieke voorwaarden:
Specifieke voorwaarden voor niet-agrarisch bedrijf, anders dan recreatie- of horecabedrijf
Voor de activiteit niet-agrarisch bedrijf, anders dan recreatie- of horeca bedrijf, geldt in aanvulling op het bepaalde onder a t/m d dat detailhandel uitsluitend is toegestaan als ondergeschikte functie bij de te vestigen hoofdfunctie tot een maximale verkoopvloeroppervlakte van 200 m2;
Specifieke voorwaarden recreatiebedrijf
Voor de functie recreatiebedrijf gelden in aanvulling op het bepaalde onder a t/m d de volgende specifieke voorwaarden:
Aanvullende voorwaarden maatschappelijke- en/of zorgvoorzieningen
Voor de activiteit maatschappelijke- en/of zorgvoorzieningen gelden in aanvulling op het bepaalde onder a t/m d de volgende specifieke voorwaarden:
Onderstaande regels met betrekking tot ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijen gelden uitsluitend in combinatie met de regels in de betreffende gebruiksdoel zoals het bepaalde in 5.2.6 en 6.2.5. In de betreffende gebruiksdoel is verwezen naar de hieronder opgenomen bepaling(en):
In het kader van staldering gelden de volgende bepalingen:
In die gevallen, dat de bestaande (goot-/bouw)hoogte, de bestaande oppervlakte, de bestaande inhoud, een bestaand bebouwingspercentage en/of de bestaande afstand tot de as van de openbare weg, bouwperceelgrenzen of de functiegrenzen, en andere bestaande maten, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder respectievelijk meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels als minimum is voorgeschreven respectievelijk als maximum is toegestaan, geldt die bestaande maatvoering in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.
Het bevoegd gezag verleend in de volgende situaties een omgevingsvergunning:
Het is verboden een bouwactiviteit te verrichten en het te bouwen bouwwerk in stand te houden en te gebruiken met een andere functie en anders dan de bouwactiviteiten bedoeld in hoofdstuk 2.
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het 'TAM-omgevingsplan Buitengebied veegplan 2026'.
Bij artikel 1 (Begripsbepalingen)
In dit 'TAM-omgevingsplan Buitengebied veegplan 2026' wordt verstaan onder:
plan:
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a 'Veegplan buitengebied Reusel-De Mierdent'.
omgevingsplan:
het omgevingsplan van de gemeente Reusel-De Mierden;
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
aan-huis-verbonden bedrijf:
het door een bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, uitgezonderd detailhandel, zoals weergegeven in Bijlage 3;
aan-huis-verbonden beroep:
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de bijbehorende bouwwerken met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, uitgezonderd detailhandel, zoals weergegeven in Bijlage 3;
aardkundige waarden en kenmerken:
waarden en kenmerken van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen en vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem van belang zijn;
achtergevelrooilijn:
de denkbeeldige lijn die strak langs de achtergevel van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd, zonder bijbehorende bouwwerken, alsmede het verlengde daarvan;
agrarisch adviseur:
een onafhankelijk deskundig adviseur op het gebied van agrarische bedrijfsvoering en bedrijfsexploitatie zoals de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB);
agrarisch bedrijf:
een bedrijf die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf;
glastuinbouwbedrijf:
agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt;
veehouderij:
agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren;
grondgebonden veehouderij:
een veehouderij(tak) waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie;
intensieve veehouderij:
een veehouderij(tak) met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens-, vleeskalver-, pluimvee- of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen;
overig agrarisch bedrijf:
agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt; overige agrarische bedrijf zijn o.a. champignonkwekerijen, wormen- en insectenkwekerijen en productiegerichte paardenhouderijen;
(vollegronds)teeltbedrijf:
agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.
agrarisch loon(werk)bedrijf:
een agrarisch-technisch hulpbedrijf dat voornamelijk met behulp van landbouwwerktuigen diensten verleent aan, dan wel composteert en/of mest opslaat voor (hoofdzakelijk), agrarische bedrijven;
agrarisch-technisch hulpbedrijf
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking;
agrarisch verwant bedrijf:
bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruik gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking;
ambachtelijk bedrijf:
een bedrijf dat, geheel of overwegend door middel van handwerk, goederen vervaardigt, bewerkt of herstelt en installeert, alsook het verkopen en/of leveren van goederen die verband houden met het ambacht als ondergeschikte activiteit;
archeologische waarden:
cultuurhistorische waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigd;
bebouwing:
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde;
bebouwingscluster:
vlakvormige verzameling van bebouwing buiten bestaand stedelijk gebied;
bebouwingsconcentratie:
kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster;
bebouwingslint:
min of meer aaneengesloten lijnvormige reeks van bebouwing langs een weg buiten bestaand stedelijk gebied;
bed & breakfast:
een kleinschalige recreatieve activiteit in de vorm van het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid;
bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
bedrijfsvloeroppervlakte (bvo):
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) één persoon of gezin, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
beeldbepalend pand:
te handhaven gebouw of bouwwerk gezien het karakter en de betekenis voor het stedenbouwkundig beeld ter plaatse;
bestaand:
bestaande oppervlakte dierenverblijf:
hetgeen gebruikt mag worden voor het houden van landbouwhuisdieren krachtens een omgevingsvergunning milieu, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of de omgevingsvergunning beperkte milieutoets, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder i, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding, bedoeld in artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer (en opvolgende wet- en regelgeving);
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw/kelder en zolder;
bouwmassa:
een verzameling van bij elkaar behorende gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw, dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen;
bouwperceel:
aaneengesloten virtueel of aangeduid vlak, waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, en dat bestaat uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningsvrije bouwwerken zijn toegestaan;
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel;
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij
een provinciaal beleidsinstrument dat door Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant als beleid is vastgesteld en dat maatregelen benoemt voor individuele bedrijven die de transitie naar zorgvuldige veehouderij bevorderen;
caravan:
een al dan niet uitklapbare wagen of voertuig, onder welke benaming ook aangeduid, die uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot logies-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen en die bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen, ook over grote afstanden, als een aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien deze wagen of dit voertuig wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt hij voor de toepassing van dit plan aangemerkt als caravan;
carport:
een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen. Als de carport niet gesitueerd wordt tussen belendende gebouwen mag deze maximaal voorzien worden van 1 gevel. Een carport is bedoeld voor het stallen van voertuigen en dient bereikbaar te zijn vanaf het openbaar gebied (weg);
cultuurhistorische waarden en kenmerken:
waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden;
dagrecreatie:
recreatieve activiteit die niet langer duurt dan een dag;
dak:
een gesloten bovenbeëindiging van een gebouw, c.q. bouwwerk;
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Webwinkels vallen niet onder het begrip detailhandel, tenzij er sprake is van uitstalling en levering van producten ter plaatse;
1.56 dienstverlenend bedrijf en/of dienstverlenende instelling:
bedrijf of instelling waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een seksinrichting;
diepploegen:
een kerende grondbewerking door middel van een ploeg, die dieper gaat dan de teeltlaag;
diepwoelen:
een grondbewerking, gericht op het losbreken van storende lagen in de ondergrond, tot maximaal 90 cm;
doelmatige bedrijfsvoering:
het op een efficiënte, effectieve, economische en bedrijfstechnisch correcte wijze uitvoeren van de bedrijfsprocessen van een bedrijf met inbegrip van de resulterende producten en diensten en de externe relaties met klanten, leveranciers, partners en anderen;
erfbeplanting:
een visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of bouwperceel van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie;
erfbeplantingsplan:
plan voor de aanleg en het beheer van erfbeplanting;
escortbedrijf:
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een ander plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus;
extensief recreatief medegebruik:
een recreatief gebruik van gronden, zonder nachtverblijf, dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan en waarbij het gebruik weinig invloed heeft op de doeleinden binnen de bestemming;
functie:
doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan;
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
gesplitste (woon)boerderij:
een (woon)boerderij die bestaat uit meerdere woningen;
geurgevoelige objecten:
gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt;
geurverordening:
Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Reusel-De Mierden 2013, vastgesteld 17 december 2013, alsmede de opvolgers hiervan;
goed / aanvaardbaar woon- en leefklimaat:
van een goed/aanvaardbaar woon- en leefklimaat is sprake als in ieder geval wordt voldaan aan de wettelijke normen van alle relevante milieuaspecten zoals geluid, bodem, geurhinder, luchtkwaliteit en externe veiligheid;
groenblauwe mantel:
gebieden met een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water die overwegend grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszone of die deze verbinden;
hokdierhouderij:
veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij;
hoofdfunctie:
een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt;
hoofdgebouw:
een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken;
huishouden:
persoon of groep personen die één huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan;
huisvesting tijdelijke werknemers:
het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voorzover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering;
hydrologische waarden:
waarden in verband met een specifieke waterhuishoudkundige situatie voor daaraan gebonden organismen (planten en dieren), leefgemeenschappen en potenties voor de ontwikkeling daarvan, met daarbij behorende kwantitatieve aspecten (zoals hoge waterstand, stabiel waterpeil) en/of kwalitatieve aspecten (voedselarm, onvervuild), zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;
kampeermiddel:
een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan;
enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde,
één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
kas:
agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter;
kassen, hoge tunnels:
gebouwen en/of bouwwerken, met een hoogte tot maximaal 4 m, waarvan de wanden en het dak of de bedekking voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, die dienen tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, groenten, bloemen, bloembollen, planten of bomen alsmede, in voorkomende gevallen, tot bescherming van de omgeving en/of bodem tegen milieubelastende stoffen;
kelder:
een geheel of gedeeltelijk ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorende bovengronds bouwwerk;
kernrandzone:
overgangsgebied naar het buitengebied, gelegen langs bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie, dan wel een gebied dat gezien de ligging en het feitelijk gebruik gerekend kan worden tot de kernrandzone in gemengd landelijk gebied;
kleinschalig kamperen:
kamperen op een terrein waarop maximaal 25 kampeermiddelen mogen worden geplaatst;
kleinschalige bebouwing of -voorziening:
bebouwing, al dan niet voor een voorziening, met een gezamenlijke omvang van maximaal 90 m2;
kwaliteitswinst van het landschap:
kwaliteitswinst van het landschap; in dit kader dient een minimale basisinspanning te worden geleverd van 20% van de waardevermeerdering van de grond en/of het object;
kwekerij:
een bedrijf waarin gewassen worden geteeld, waarbij de productie gedeeltelijk plaatsvindt in kassen bij het bedrijf;
landschappelijke inpassing:
een zodanige vormgeving en inpassing dat deze optimaal is afgestemd op bestaande dan wel nog te ontwikkelen landschappelijke (ruimtelijke, natuurlijke en cultuurhistorische) landschapskwaliteiten. Dit kan door middel van: architectuur (vormgeving, situering bebouwing, materiaalgebruik), aanleg van landschappelijke en/of natuurlijke elementen al dan niet in combinatie met sloop;
landschapselementen:
groenelementen met landschappelijke waarden die bepalend zijn voor het omliggende landschap en in hoofdzaak bestaan uit met name inheemse beplanting in de vorm van struiken, bomen en kruidenlaag.
landschapswaarden/landschappelijke waarden:
bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object in de zin van aantrekkelijkheid, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit bestaande uit aardkundige, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. Bij de beoordeling van initiatieven vormen - met betrekking tot de bescherming en ontwikkeling landschapswaarden/ landschappelijke waarden - de gebiedspaspoorten, als opgenomen in Nota Ruimtelijke Kwaliteit, mede het toetsingskader;
maaiveld:
gemiddelde hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op de woning;
melkrundveehouderij:
Onder melk- en rundveeveehouderij worden de volgende diercategorieën uit de Regeling ammoniak en veehouderij (en opvolgende wet - en regelgeving) verstaan, met tussen haakjes de bijbehorende RAV-code:
mestbewerking:
de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigingen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest;
Nadere regels zorgvuldige veehouderij:
Uitwerking van maatregelen, die nadere invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij op basis van de Brabantse zorgvuldigheidsscore, zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 1 augustus 2022, alsmede de opvolgers hiervan.
Natura 2000-gebied:
de definitie als opgenomen in de Wet natuurbescherming (en opvolgende wet- en regelgeving)
Natuur Netwerk Brabant:
samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden, zoals door Gedeputeerde Staten is aangewezen in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en eventuele opvolgers daarvan;
nevenactiviteit:
activiteit die naast de hoofdactiviteit plaatsvindt en minder dan de helft van het inkomen genereert;
niet-agrarische bedrijven:
een agrarisch loonwerkbedrijf, een agrarisch-verwant bedrijf, buitengebied-gebonden bedrijf, horecabedrijf, recreatiebedrijf of een ander niet-agrarisch bedrijf;
Nota Ruimtelijke Kwaliteit:
Nota Ruimtelijke Kwaliteit, deel buitengebied, vastgesteld 2 november 2021, alsmede de opvolgers hiervan;
nutsvoorzieningen:
gebouwde voorzieningen van openbaar nut, zoals de energie-, warmte- en telecommunicatievoorziening, drinkwaterwinning en afvalwaterzuivering en naar de aard daarmee gelijk te stellen voorzieningen;
omgevingskwaliteit:
de kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde;
oomschakeling:
geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere agrarische bedrijfsvorm;
ondergeschikte activiteit:
een activiteit van zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft;
ondergeschikte functie:
functie waarvoor maximaal 30% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt;
onderkomens:
voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, arken, caravans en stacaravans voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken, alsook tenten;
overkapping:
een dakconstructie die aan maximaal drie zijden begrensd is door de gevels van belendende gebouwen. Als de overkapping niet gesitueerd wordt tussen belendende gebouwen mag deze maximaal voorzien worden van 2 gevels;
paardenbak:
een onoverdekt al dan niet omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of een ander waterdoorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport;
paardenhouderij:
een uit bedrijfseconomisch oogmerk opgezette houderij voor paarden die uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het fokken, trainen, africhten, berijden en verhandelen van paarden, waarbij tevens als ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan het geven van instructie aan ruiter en paard. Hierbij zijn publieks- en/of verkeersaantrekkende activiteiten niet toegestaan.
De paardenhouderijen zijn nader te onderscheiden in:
permanente bewoning:
bewoning door eenzelfde persoon of groep van personen buiten het zomerseizoen in een kalenderjaar gedurende meer dan 70 nachten, terwijl elders niet daadwerkelijk over een hoofdwoonverblijf wordt beschikt;
productiegebonden detailhandel:
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
raamprostitutie:
een seksinrichting bestemd voor of in gebruik voor het zich vanaf de openbare weg of een andere voor het publiek toegankelijke plaats, zichtbaar ter beschikking stellen tot het tegen betaling verlenen van seksuele diensten aan anderen (prostitutie);
recreatie:
vrijetijdsbesteding zoals dagrecreatie, verblijfsrecreatie en (extensief) recreatief medegebruik;
recreatiebedrijf:
een bedrijf dat het bedrijfsmatig verstrekken van verblijfs- of dagrecreatie tot doel heeft;
recreatief medegebruik:
een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan;
recreatieve voorziening:
voorzieningen bedoeld voor de ondersteuning van het recreatief hoofdgebruik (dagrecreatie en/of verblijfsrecreatie) zoals sport- en speelterreinen, speeltoestellen, picknickplaatsen en sanitaire units;
recreatiewoning:
een gebouw bestemd voor verblijfsrecreatie ten dienste van een huishouden dat zijn hoofdverblijf elders heeft;
reëel agrarisch bedrijf:
een agrarisch bedrijf dat jaarrond een arbeidsbehoefte of -omvang heeft van minimaal een halve arbeidskracht, met een daarbij passend jaarinkomen, en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieuhygiënisch verantwoorde wijze (NB een volwaardig agrarisch bedrijf heeft een omvang van één volledige arbeidskracht);
rotor:
het samenstelsel van drie rotorbladen (ook wel wieken genoemd) en hub (ook wel de neus genoemd) van een windturbine;
rotordiameter:
de diameter van de cirkel die door de tip (het uiteinde) van een rotorblad (wiek) wordt beschreven;
ruimtelijke kwaliteit:
de kwaliteit van de ruimte (woon-, werk- en leefomgeving) als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte, deze wordt bepaald door expliciete aandacht voor de ruimtelijk-functionele kwaliteit, stedenbouwkundige kwaliteit, beeldkwaliteit, architectonische kwaliteit, landschappelijke - en cultuurhistorische kwaliteit van objecten en terreinen, mede in relatie tot het streekeigen karakter van de directe omgeving;
schuilhut:
een bouwwerk dat uitsluitend dient als schuilgelegenheid voor het houden van dieren en het toebehorende dierenvoer;
seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
stacaravan:
een onderkomen, onder welke benaming ook aangeduid, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot logiesdag- of nachtverblijf van een of meer personen en dat door de aanwezigheid van een chassis, assenstelsel en wielen wel over korte afstand naar een vaste standplaats kan worden verreden, doch dat niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen als aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien dit onderkomen wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt het voor de toepassing van dit plan aangemerkt als stacaravan;
stalderingsgebied:
gebied waarbinnen het oprichten van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij is gekoppeld aan de sanering van een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij met als doel de regionale concentratie van vee te reguleren en verdere leegstand te voorkomen;
De gemeente Reusel-De Mierden is in een regio ingedeeld samen met de gemeenten Oirschot, Bladel, Eersel en Bergeijk.
statische opslag:
binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke;
stedenbouwkundig beeld:
het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa’s bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n);
steilrand:
een abrupte overgang in het landschap als gevolg van de werking van water, wind en/of tektoniek, bijvoorbeeld in de vorm van een terrasvormig hoogteverschil tussen vlakgelegen gebieden, breukranden, beekdalranden, etc.;
straatprostitutie:
het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken;
(teelt)ondersteunende voorzieningen:
(teelt)ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak) en die gebruikt worden om de bedrijfsvoering te optimaliseren; hierdoor vindt (een deel van) de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden plaats, waardoor gezorgd kan worden voor een verbetering van de productiekwaliteit en/of arbeidsomstandigheden, teeltvervroeging of –verlating en het terugdringen van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffengebruik;
(teelt)ondersteunende kas:
een teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden. Hieronder vallen ook schuurkassen en permanente tunnel- en/of boogkassen (>1,5 meter).
permanente (teeltondersteunende) voorzieningen:
teeltondersteunende voorzieningen die voor onbepaalde tijd worden gebruikt, niet zijnde teeltondersteunende kassen. Hieronder vallen permanente containervelden en boomteelthekken.
tijdelijke (teeltondersteunende) voorzieningen:
teeltondersteunende voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een maximum van 6 maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten, met daarbij het volgende onderscheid:
hoge tijdelijke (teelt)ondersteunende voorzieningen:
teeltondersteunende voorzieningen, anders dan teeltondersteunende kassen, die in de regel hoger zijn dan 1,5 m. Hieronder worden in ieder geval verstaan: teeltbakken in stellingen of teelttafels, eventueel met regenkappen; plastic-/foliekassen, -tunnels en –regenkappen.
lage tijdelijke (teelt)ondersteunende voorzieningen:
(teelt)ondersteunende voorzieningen voor plantaardige teelten, die op nabij de grond worden aangebracht, met een maximale hoogte van 1,5 .m Hieronder wordt in ieder geval verstaan: lage tunnels (halfronde bogen waarover plastic of gaasdoek wordt gespannen) insectengaas, afdekfolies, acryldoek, vlakveldfolies en vraatnetten.
toegestane diersoorten:
onder toegestane diersoorten wordt landbouwhuisdieren zoals rundvee, pluimvee, varkens e.d. verstaan, waarvoor een vergunning is verkregen of melding is gedaan;
toename van stikstofemissie:
trekkershut:
een eenvoudig gebouw met beperkte inhoud en beperkte voorzieningen, bestemd voor recreatief nachtverblijf voor personen die hun hoofdverblijf elders hebben;
tuin:
de gronden van een (bouw)perceel behorende bij een woning;
veehandelsbedrijf:
een bedrijf, dat in hoofdzaak gericht is op het verhandelen en transporteren van vee;
veldschuur:
een reeds aanwezig gebouw buiten een agrarisch bouwvlak of een detailbestemmingsvlak met bouwmogelijkheden, dat buiten de reguliere bouwregels valt en wel als zodanig bestemd dient te worden. Het gaat hierbij onder meer om dierenverblijven, schuilhutten, schuilgelegenheden, schuren voor opslag, kapschuren etc.;
verblijfsrecreatie:
een vorm van recreatief verblijf, waarbij sprake is van overnachtingen anders dan met gebruikmaking van een hotel, pension of woning danwel een vaartuig;
verbrede landbouw:
activiteiten bij een agrarisch bedrijf die voortvloeien uit de agrarische bedrijfsvoering en die ten dienste staan van het agrarische bedrijf zoals agrotoerisme, boerenterras, agrarisch natuurbeheer, bewerking en waardevermeerdering van ter plaatse geproduceerde producten en zorgboerderijen;
vergisting:
het omzetten van koolhydraten door micro-organismen door middel van een anaeroob dissimilatieproces (waarbij biogas wordt geproduceerd);
verkoopvloeroppervlakte:
voorkomende hoeveelheid bedrijfsvloeroppervlakte ten behoeve van de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen of het verlenen van aanverwante diensten;
vestiging:
mogelijk maken van een ruimtelijke ontwikkeling, die op grond van het geldend planologisch regime niet is toegelaten op een bestaand bouwperceel binnen het deel waar het oprichten van gebouwen is toegestaan;
(vollegronds)fruit- en/of boomteelt:
het telen van fruit (fruitteelt) en/of het telen van bomen, struiken en aanverwante houtgewassen (boomteelt); voorzover dat niet in gebouwen plaatsvindt;
volwaardig agrarisch bedrijf:
een agrarisch bedrijf dat de arbeidsomvang heeft van tenminste één volledige arbeidskracht en waarvan het behoud ook op langere termijn in voldoende mate en op duurzame wijze is verzekerd, dat wil zeggen in zowel bedrijfseconomisch opzicht als op milieuhygiënisch verantwoorde wijze;
voorgevelrooilijn:
langs een wegzijde met een (nagenoeg) regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdige aan de as van de openbare weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van deze bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg aangeeft;
langs een weg zijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd tot de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de openbare weg;
voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies:
alle functies waar geregeld en gedurende langere perioden mensen (kunnen) verblijven; dit betekent dat in dit TAM-omgevingsplan de volgende functies als voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies worden aangemerkt: Agrarisch met waarden - Landschap en Wonen, alsmede kleinschalige kampeerterreinen. Voor de functie Agrarisch met waarden - Landschap betreft het uitsluitend de agrarische bouwvlakken, met uitzondering van het bouwvlak behorende bij het bedrijf dat de (vollegronds)fruitteelt en/of boomteelt uitoefent;
ormverandering:
wijziging van de begrenzing van een aanduiding 'bouwvlak' zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte;
water en waterhuishoudkundige voorzieningen:
Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen en inlaten;
werk:
een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde;
winkel:
een gebouw, dat een ruimte omvat, welke door zijn indeling kennelijk bedoeld is te worden gebruikt voor de detailhandel;
wonen:
het bewonen van een zelfstandige woning of als zodanig bestemd gebouw voor zelfstandige woningen;
woning/wooneenheid:
een verblijfsobject dat wordt ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte dat bestemd is voor de huisvesting van één huishouden of een groep van maximaal vijf personen die geen gezamenlijk huishouden vormt.
(woon)boerderij:
een gebouw dat bestaat uit een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met de in dezelfde bouwmassa opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten;
zomerseizoen:
de periode van 1 mei tot 1 oktober;
zorgboerderij:
een zorgfunctie waarbij de sociaal-medische opvang van personen - al dan niet in de vorm van het ter plaatse woonachtig zijn - gecombineerd wordt met agrarische activiteiten in dié zin dat de personen behulpzaam zijn bij de agrarische of natuurbeherende activiteiten;
zorgvuldige veehouderij:
veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.