| Plan: | Warande - De Olmen Buizerdweg |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0995.BP00076-VG01 |
De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken:
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 9 Inspraak en vooroverleg
1.1 Aanleiding en doel
De Warande is een van de grotere uitbreidingswijken van Lelystad. In totaal is voorzien in een uitbreiding van 3.500 à 4.000 woningen. Ten behoeve de uitbreiding heeft de gemeente de stedenbouwkundige opzet voor de wijk neergelegd in 'Warande, Ontwikkelingsplan voor Lelystad-Zuid' (2003), waarna in 2010 'Warande 2.0 herzien ontwikkelingsplan 2009' werd vastgesteld. In deze plannen is de opzet voor de wijk globaal aangegeven, omdat de realisatie over een lange periode is voorzien. Voor het grootse deel van dit gebied geldt een uit te werken bestemming.
Het huidige plangebied bevat delen van drie bestemmingsplannen, die nader worden toegelicht in paragraaf 1.3. Omdat de inzichten ten aanzien van de uitvoering zijn veranderd, is voor het projectgebied 'De Olmen Buizerdweg' een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Bij de uitwerking van het projectgebied bleek behoefte te bestaan aan een ander woningbouwprogramma dan in de geldende bestemmingsplannen was opgenomen. De vraag naar grote, vrije particuliere kavels (zoals onder meer verwoord in 'Beeldregieplan Warande, deelgebied 1', 16 december 2014) bleek minimaal te zijn, terwijl er wel grote vraag is naar een mix aan woningen. Dit heeft tot gevolg dat er nu meer woningen in het gebied zijn gepland dan was voorzien in de geldende bestemmingsplannen.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied
Deelgebied 1 van de Warande met het plangebied Warande - De Olmen Buizerdweg
De focus voor Warande tot en met 2025 ligt op het hierboven weergegeven, rood omrande Deelgebied 1.De Olmen Buizerdweg is het meest noordelijk gelegen en - na Waterfront en Olmenkwartier - het derde en laatste te ontwikkelen gebied binnen Warande deelplan 2.
Begrenzing van plangebied Warande - De Olmen Buizerdweg met voorbeeldverkaveling
Het plangebied wordt begrensd door het fietspad langs de Larserdreef, een nieuwe watergang parallel aan de Buizerdweg, Wijkplein Warande (MFA) en de toekomstige verlenging van de Westerdreef.
1.3 Geldende bestemmingsplannen
Binnen het plangebied 'Warande - De Olmen Buizerdweg' zijn delen van drie bestemmingsplannen van kracht:
I. Gedeeltelijke herziening deelgebied 1 Warande (postzegels) uit 2014
II. Warande fase 1 uit 2010
III. Lelystad Zuid II uit 1986
Daarnaast is ten tijde van het opstellen dit bestemmingsplan het ontwerp bestemmingsplan Lelystad - Luchthavencontouren gepubliceerd (18 mei 2017). Dit bestemmingsplan zal niet vastgesteld worden. Er komt een nieuw ontwerpbestemmingsplan waarin zowel het luchthavenbesluit (2015) als het in 2019 vast te stellen wijziging op dat luchthavenbesluit in één keer worden verwerkt.
Op bovenstaand kaartfragment is de ligging en begrenzing van de drie geldende bestemmingsplannen aangegeven die met het nieuwe bestemmingsplan worden herzien.
Hieronder worden kaartfragmenten en de tekst van de getoond van de huidige bestemmingen getoond.
I. Gedeeltelijke herziening deelgebied 1 Warande (postzegels) uit 2014
Er zijn drie bestemmingen binnen het plangebied: Bos, Gemengd en Wonen.
De als 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
De gronden aangegeven als 'Gemengd' zijn bestemd voor:
De als 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, parkeervoorzieningen, geluidswerende voorzieningen, fiets- en voetpaden, verhardingen, speelvoorzieningen, kunstobjecten, kunstwerken en nutsvoorzieningen.
II. Warande fase 1 uit 2010
Binnen bestemmingsplan Warande fase 1 ligt de bestemming 'W-U Wonen - Uit te werken bestemming' en de aanduiding 'hoofdwegen'.
De voor 'Wonen- Uit te werken bestemming' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
alsmede bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals wegen, parkeervoorzieningen, geluidswerende voorzieningen, fiets- en voetpaden, verhardingen, speelvoorzieningen, kunstobjecten, kunstwerken en nutsvoorzieningen.
Ter plaatse van de aanduiding "hoofdwegen" wordt een doorgaande verkeersverbinding geprojecteerd met een breedte van ten hoogste 60 m en ten hoogste 2x2 doorgaande rijstroken, inclusief (brom)fietspaden.
III. Lelystad Zuid II uit 1986
Dit bestemmingsplan is onherroepelijk geworden op 7 oktober 1986 en is onderdeel van het noordwestelijk georiënteerde deel van het nieuwe plangebied, een deel van de geplande verlenging van de Westerdreef. De bestemming in Lelystad Zuid II is: 'Uit te werken woondoeleinden, voorlopig bestemd tot: agrarische doeleinden onbebouwd –UW/Ao-bos W(N(b)-'.
I. De op de kaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende gebouwen en andere bouwwerken.
1.4 Wijzigingen plan
De gewijzigde vraag naar woningtypen heeft geleid tot een ander woningbouwprogramma met meer en, deels, goedkopere woningen (rijwoningen, 2-onder-1 kap en vrijstaand). In het zuidwestelijke deel van het bestemmingsplan wordt gestapelde woningbouw mogelijk gemaakt met appartementen en ruimte voor voorzieningen in de plint.
Het exacte woningbouwprogramma voor De Olmen-Buizerdweg is nog niet bekend. Wél zijn er stedenbouwkundig keuzes gemaakt met betrekking tot de opbouw van de bouwblokken en de woningtypologieën die daarbij passen.
In bestemmingsplan 'Warande fase 1' wordt de Buizerdweg benoemd als "hoofdweg". In het vast te stellen bestemmingsplan wordt deze weg afgewaardeerd. De meer noordelijk geprojecteerde verlenging van de Westerdreef neemt de functie van hoofdweg over. De Westerdreef wordt hier een ontsluitingsweg waar maximaal 70 km p.u. kan worden gereden. In verband met de aanleg van deze weg is rekening gehouden met een geluidswal tussen de dreef en de bebouwing.
1.5 Opzet toelichting
Dit bestemmingsplan komt voort uit het bestemmingsplan 'Gedeeltelijke herziening deelgebied 1 Warande (postzegels). Voor een groot deel is de toelichting van dat bestemmingsplan nog relevant. Deze toelichting is, waar nodig, nader uitwerkt en gespecificeerd of geactualiseerd.
In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven en in hoofdstuk 3 is het vigerende beleidskader opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de diverse onderzoeksaspecten waaronder de milieuaspecten, waarna in hoofdstuk 5 een beschrijving wordt gegeven van het watersysteem.
Een omschrijving van het plan is opgenomen in hoofdstuk 6 en de bijbehorende regels komen in hoofdstuk 7 aan de orde. Tot slot is in hoofdstukken 8 en 9 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
Ruimtelijke aspecten
De wijk Warande ligt op de overgang van stad naar natuur, en van land naar water.
Het plangebied is momenteel nog een braak liggend gebied. Met het bestemmingsplan Warande en daarop volgende gedeeltelijke herziening deelgebied 1 Warande (postzegels) werd woningbouwontwikkeling op deze locatie mogelijk gemaakt. Het voorliggende bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg maakt meer woningen op deze locatie mogelijk.
Luchtfoto plangebied
Functionele aspecten
Na de drooglegging in de jaren '60 is het plangebied gebruikt als landbouwgrond. Op dit moment ligt het plangebied braak.
Ten zuidoosten van het plangebied loopt een bestemmingsplanprocedure voor de nieuwe woonwijk Olmenkwartier.
Ten zuidwesten is met de 'Gedeeltelijke herziening deelgebied 1 Warande (postzegels)' uit 2014 een gemengd gebied mogelijk gemaakt met onder meer de functies wonen, detailhandel, dienstverlening, medische en maatschappelijke voorzieningen en horeca.
Verkeer
In Warande wordt het gemotoriseerd verkeer ontsloten door de Larserdreef. De Larserdreef is bovendien de belangrijkste hoofdontsluitingsweg van Lelystad. De Larserdreef heeft een directe aansluiting op de A6 (aansluiting Lelystad). De A6 ontsluit Lelystad richting de Randstad en het noorden van het land.
Het profiel van de Larserdreef kent twee rijstroken voor het verkeer in beide rijrichtingen. De wettelijke maximumsnelheid bedraagt 70 km/h. De kruispunten met de Middendreef en de Zuigerplasdreef zijn als turborotondes aangelegd. Dit komt de doorstroming van het verkeer ten goede.
Langs de Larserdreef is in de Warande aan de zuidzijde een vrijliggend fietspad aanwezig. Langs het Havendiep en gedeeltelijk langs de Buizerdweg zijn ook vrijliggende fietspaden aanwezig. Deze staan in verbinding met de recreatieve langzaam verkeersroute aan de westzijde van de Lage Dwarsvaart.
De geplande functie van de Buizerdweg zal worden overgenomen door de nog aan te leggen verlenging van de Westerdreef. Deze 70 km/h weg krijgt in de eindsituatie een profiel met 2x2 rijstroken. De verlengde Westerdreef krijgt een ontsluitende functie voor het achterliggende buitengebied (de Hollandse Hout, bezoekerscentrum Oostvaardersplassen).
Zodra de Westerdreef is verlengd kan de Buizerdweg ter hoogte van Wijkplein Warande worden afgewaardeerd tot fietsstraat. Het gebied De Olmen-Buizerdweg is per auto bereikbaar via de Ranonkellaan en Haagwinde. Een tweede ontsluiting is mogelijk via de Parnassialaan en de Koriander. In het stedenbouwkundig plan wordt rekening gehouden met de realisatie van een sociaal veilige fietstunnel onder de verlengde Westerdreef en parallel fietspad langs de nieuwe dreef. Dit wordt echter pas opportuun als Deelgebied 4 (Waterkop) in ontwikkeling wordt genomen.
De Buizerdweg (inmiddels hernoemd tot Buizerdlaan) wordt in het eindbeeld een laan en belangrijke fietsroute richting de Hollandse Hout. Aan één zijde komen bouwkavels grenzend aan de bestaande watergang. Aan de andere zijde komen twee-onder-één-kapwoningen. De nieuwe Westerdreef wordt ongeveer twintig meter uitgebogen en langs een parallelstraat worden rijwoningen gerealiseerd. Een landschappelijk ingepaste geluidwal zorgt voor geluidswering van de nieuwe Westerdreef. Het Olmenpark zal worden doorgetrokken tot aan de Westerdreef.
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is begin 2012 in werking getreden. Deze visie treedt in de plaats van onder meer de Nota Ruimte. Het Rijk kiest voor een selectiever inzet van rijksbeleid en daarom een aantal nationale belangen. Hierbuiten hebben de decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Rijk gaat er van uit dat de nationale belangen die via wet- en regelgeving opgedragen worden aan de andere overheden goed door hen worden behartigd. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. In 2012 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) van kracht geworden.
Waar de bepalingen zijn gericht op gemeentelijke bestemmingsplannen gaat het Rijk dus er van uit dat deze doorwerking krijgen.
Desgevraagd zal het Rijk wel zonodig in de voorbereidingsfase van de bestemmingsplanprocedure haar nationale belangen toelichten en zo nodig kennis en advies geven daarover. Het Rijk blijft wel opkomen voor de directe belangen vanuit de rol van weg- en waterbeheerder (Rijkswaterstaat), eigenaar van defensie terreinen (ministerie van Defensie) en projecten in het kader van rijkscoördinatieregeling rond rijksinpassingsplannen op het terrein van de Infrastructuur en Waterstaat (ministerie van I en W).
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De nationale belangen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Daarmee vervangt het Barro het bestaande planologisch beleid uit de Nota Ruimte en een aantal Planologische Kernbeslissingen. In het besluit zijn de regelingen met betrekking tot de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), Rijksbufferzones, Nationale Landschappen, de Waddenzee en militaire terreinen opgenomen. Uitgangspunt daarbij is dat het huidige beleid zoveel mogelijk 'beleidsneutraal' wordt voortgezet. Een aantal regelingen is 'getrapt' vastgelegd. Dit wil zeggen dat de provincies en gemeenten verplicht zijn dit beleid nader uit te werken.
Met de inwerkingtreding van het Barro heeft er ook een wijziging plaatsgevonden van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro is opgenomen dat gemeenten en provincies verplicht zijn om in de toelichting van een ruimtelijk besluit de zogenaamde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen, wanneer een zodanig ruimtelijk besluit een nieuwe stedelijke ontwikkeling (zie art. 1.1.1 Bro) mogelijk maakt.
Ladder voor duurzame verstedelijking
De Laddertoets wordt uitgevoerd wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.'
De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd.
In het Bro is geen ondergrens vastgelegd voor de omvang van de ontwikkeling. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 dat: 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.
Hoewel Lelystad de hoogste prioriteit geeft aan woningbouwontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied (onder meer het Lelycentre en Stadshart/Theaterkwartier), zijn de mogelijkheden voor uitbreiding van binnenstedelijke woningen beperkt en moeten de meeste nieuwe woningen buiten bestaand gebied gerealiseerd worden. Het plangebied vormt onderdeel van De Warande, een nieuw woongebied in ontwikkeling in het zuiden van de Nederlandse gemeente Lelystad. (onder meer bestemmingsplan 'Warande fase 1'; onherroepelijk 25 februari 2010) De Warande is één van de focusgebieden voor woninguitbreiding voor de komende jaren.
In verband met de gewijzigde marktvraag worden de aanvankelijk geplande ruime bouwkavels verkleind en daarnaast twee-onder-één-kapwoningen en rijwoningen in het starters- en middensegment toegevoegd. Waar voorheen voor binnen de geldende bestemmingsplannen uitgegaan werd van 50 nieuwe woningen, wordt nu uitgegaan van maximaal 140 woningen. Binnen het plangebied worden meer dan 11 extra woningen mogelijk gemaakt, dus is sprake van een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling.
Het rapport 'Kwalitatief Versnellen' uit het najaar 2018, onderbouwt het woningbouwprogramma 2019-2022 van de gemeente Lelystad. Het rapport beschrijft de versnellingsopgave voor woningbouw binnen de MRA:
Lelystad maakt onderdeel uit van de MRA (Metropool Regio Amsterdam). De ligging van Lelystad en de steeds verbeterde ontsluitingen in combinatie met de aantrekkende economie biedt Lelystad kansen voor de (nabije) toekomst. Vanuit de MRA is de gemeente gevraagd een bijdrage te leveren aan de opgave om tot 2025 extra woningen in aanbouw te nemen: de zogenaamde versnellingsopgave. Lelystad heeft in gesprekken met de MRA kenbaar gemaakt dat zij hiertoe bereid is. (p.8)
Basis voor de woningbehoefte in kwantitatieve zin vormt de demografische prognose voor Lelystad van de MRA: het MRA-scenario. Deze prognose laat tussen 2017 en 2030 een huishoudensgroei met 3.680 huishoudens zien. (p.13)
Als kwantitatief vertrekpunt voor de komende jaren kan een gemiddeld aantal opleveringen van netto 400 tot 500 woningen als realistisch gezien worden. (p.14)
Om meer grip te krijgen op de vraagkant is onderzoeksbureau RIGO gevraagd een realistische inschatting te maken van de groeipotentie van Lelystad. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het RIGO rapport 'Groeipotentie en woningbehoefte Lelystad' (20 maart 2018). De uitkomst van dit onderzoek is een onderbouwde schatting van de hierboven besproken kwantitatieve woningbehoefte, maar ook van de kwalitatieve woningbehoefte in termen van woningtypen, eigendom en prijsklassen voor de periode tot 2030 voor de gehele stad.
In onderstaande tabel is de behoefte weergegeven naar segmenten volgens het MRA -scenario, uitgedrukt in gemiddelden per jaar (over de dertien jaar tussen 2017 en 2030) . Het overgrote deel van de behoefte in dit scenario bestaat uit ééngezins koopwoningen. De vraag naar huurappartementen neemt ook sterk toe. De behoefte aan ééngezins huurwoningen neemt in dit scenario licht af. In de praktijk betekent dit niet dat deze woningen leeg komen te staan, maar dat ze sneller beschikbaar komen. (p.23 RIGO rapport)
Conclusie:
Uit tabel 4-2 blijkt de grote behoefte aan woningen in aantallen zowel als type woningen. Het project Warande - De Olmen Buizerdweg levert daardoor met maximaal 140 grondgebonden woningen en appartementen een bijdrage aan de grote kwantitatieve én kwalitatieve woningbehoefte binnen Lelystad en omgeving. Hiermee wordt tevens voldaan aan de Laddertoets .
3.2.1 Omgevingsvisie Flevoland Straks
De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities er zijn voor de toekomst.
Flevoland nu
Flevoland heeft 1.400 vierkante kilometer ingericht land en ruim 400.000 inwoners. In Flevoland is het vroegere ideaal van een maakbare wereld herkenbaar: lange lijnen, strakke functiescheiding en grootschalige gebiedsontwikkeling. Flevoland heeft zijn landbouw-, recreatie-, natuur- en stedelijke gebieden gekregen.
Sterkste troeven
Almere en Lelystad leunen op de Noordvleugel met onder andere Amsterdam, het Gooi en Utrecht. Dagelijks pendelen vele mensen op en neer. De welvaart en economie in beide steden ademen mee met het oude land. In beide steden is er een economie, die zich nog verder moet ontwikkelen tot een stabiele kracht. Sterkste troef van beiden steden is het rustige wonen in een groene omgeving.
In beide steden is een grote groep mensen, die de voordelen van de nabij gelegen krachtige economische regio weet te benutten. Nieuwe inwoners en bedrijven vestigen zich daarom hier. Hiertegenover staat dat in beide steden ook groepen inwoners zijn, die een minder gunstig sociaal economisch perspectief hebben. Zij profiteren nog niet van de kansen die de regio biedt.
Krachten in de samenleving
De provinciale organisatie van Flevoland richt zich voornamelijk op de wettelijke taken en realisatie van een aantal ontwikkelopgaven. Het accent ligt op fysieke ontwikkelingen zoals Marker Wadden, Almere 2.0 en Lelystad Airport. Met de ruim 400.000 inwoners in Flevoland en tal van organisaties zijn er vele krachten. Zij bepalen de ontwikkeling van Flevoland. Het zwaartepunt voor de provincie verschuift meer en meer richting het – in sociaal-economisch opzicht – profijtelijk maken van de fysieke inrichting en het optimaal ruimte geven aan de krachten in de samenleving. Het is de stap van de maakbare samenleving naar de samenleving die het zelf wil, kan en gaat maken.
FlevolandStraks
In 2030 en verder is Flevoland de kroon op de Nederlandse poldertraditie. Bij nieuwe ontwikkelingen is er evenwichtige aandacht voor fysieke, sociale en economische aspecten. De provincie koestert de eigenzinnige schoonheid van de oorspronkelijke opzet van de polders. En benut het in Flevoland aanwezige talent alsmede de potenties, kracht en ondernemerschap van de samenleving.
Belofte
In Flevoland is de belofte van bestuurlijke vernieuwing ingelost. De maatschappelijke opgaven staan centraal. De provincie treedt met gemeenten en waterschap op als één bestuur (complementair bestuur). Periodiek worden de opgaven en oplossingen van de provincie voorgelegd aan een representatieve groep Flevolanders.
Flevoland biedt ruimte voor ondernemingen en mensen die hun ideaal willen realiseren. De begintijd van de bepalende overheid en de maakbare samenleving hebben we achter ons gelaten. Iedereen die wil bijdragen aan de toekomst van Flevoland is van harte uitgenodigd. De stap van “nee tenzij” naar “ja mits” wordt gezet. Door deze opstelling zijn er meer mogelijkheden voor initiatieven van inwoners en bedrijven .
Excellent
Flevoland draait grotendeels op duurzame energievoorziening. Overal – in stad en land – zijn de gevolgen van de energietransitie merkbaar. Huishoudens en bedrijven zijn energieneutraal. Energie wordt duurzaam opgewekt. Nieuwe woonwijken zijn aangelegd zonder gasnet. De energierekeningen van de inwoners zijn fors gereduceerd en er zijn vele Flevolandse bedrijven gespecialiseerd in duurzame energie en energiebesparing. Flevoland heeft in economisch, maatschappelijk en fysiek opzicht geprofiteerd van de energietransitie.
In Flevoland zijn vele nieuwe economische activiteiten. Ondernemers pakken de kansen van de veranderende economie. Hieronder ook de circulaire economie. Het woord afval heeft een andere betekenis gekregen: het is grondstof voor productie. Groene grondstoffen en gebruikte materialen bewerken we zodanig dat ze hun weg vinden naar afzetmarkten.
In 2030 en verder onderscheidt Flevoland zich bovenregionaal met een aantal voorzieningen, die van excellente kwaliteit is. Voorzieningen met een aantrekkingskracht en een reputatie die zich over de provinciegrenzen heen uitstrekken. Het gaat onder meer om de toplandbouw, de ontwikkeling van Almere en Lelystad (o.a. Lelystad Airport) tot knooppunten in de regionale netwerken, excellente woonmilieus in Almere en Lelystad en prachtige groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de waterrijke randen van de Flevopolders. Het zijn de authentieke krachten van Flevoland, die naar een volgend – hoger – niveau zijn doorontwikkeld. Liggend aan het IJmeer, Markermeer en IJsselmeer zijn Almere en Lelystad de buitenplaatsen voor de Noordvleugel: de nationale economische motor. De pracht en kracht van de jonge natuur dringt met het Nationaal Park Nieuw Land door tot in het hart van beide steden. De steden vormen de (inter)nationale toegangspoort voor woningzoekenden in de metropoolregio.
De agrarische sector staat er ondanks de onzekerheden op de wereldmarkt sterk voor. Flevoland – en in het bijzonder Noordoostpolder, Dronten, Lelystad en Zeewolde – staat bekend om haar toplandbouw. Of het nu gaat om grootschalige productie, biobased economy, natuur inclusief of koppeling met gezondheid. In Flevoland zitten de voorlopers van de sector, die worden gesteund door onderzoek, onderwijs en overhead.
Ruimte voor duurzame ontwikkeling
In heel Flevoland is een samenleving waar mensen met elkaar optrekken en naar elkaar omkijken. Flevoland biedt in 2030 en verder ruimte voor duurzame ontwikkelingen met oog voor fysieke, sociale en economische aspecten. Deze toekomst maken we samen: inwoners, bedrijven, organisaties, overheden.
De Omgevingsvisie is een uitnodiging van de provincie Flevoland aan iedereen die wil bijdragen. Samen vormen we de omgeving van deze visie: de Omgevingsvisie FlevolandStraks.
3.2.2 Omgevingsverordening
De omgevingsverordening omvat drie soorten regels. Ten eerste regels die gericht zijn tot burgers en bedrijven, zoals algemene regels en vergunningstelsels. Ten tweede regels die zijn gericht tot het uitvoerend bestuur, zoals omgevingswaarden en beoordelingsregels voor vergunningaanvragen. En ten derde omvat het instructieregels over de uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen. De provincies hebben van het Rijk geen overgangstijd gekregen, hetgeen inhoudt dat de omgevingsverordening gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking zal moeten treden. Dit heeft geleid tot een eerste aanzet voor een omgevingsverordening zoveel als mogelijk in lijn met de Omgevingswet en digitaal ontsloten volgens de op dit moment geldende regelgeving in standaarden.
Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland 2012.
In 2012 hebben de Provinciale Staten van Flevoland de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland 2012 (hierna: VFL 2012) vastgesteld. De VFL 2012 omvat (grotendeels) de provinciale regels op het gebied van de fysieke leefomgeving. De VFL 2012 betrof een actualisatie van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland uit 2007, waarin een eerste integratieslag had plaatsgevonden van de daarvoor geldende provinciale regelgeving (Provinciale milieuverordening Flevoland, Grondwaterverordening Flevoland 1996, Ontgrondingenverordening Flevoland 2002, Verordening waterhuishouding Flevoland, Verordening waterkering Noord-Nederland en Landschapsverordening Flevoland 2004). Sinds de vaststelling in 2012 is de VFL 2012 zeven keer gewijzigd. Eind 2017 is de voorbereiding gestart om vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet te komen tot een omgevingsverordening die ziet op alle elementen van de fysieke leefomgeving, en op activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
Integratie van verordeningen
De reikwijdte van de Omgevingswet –de fysieke leefomgeving omvat onder meer bouwwerken, infrastructuur, water, bodem, lucht, landschappen, natuur en cultureel erfgoed– heeft geleid tot een verdere integratie van de provinciale regelgeving in de omgevingsverordening. De omgevingsverordening bestaat per ingang van haar inwerkingtreding uit:
De inhoud van de omgevingsverordening wordt in de periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet steeds verder in lijn gebracht met die wet en de daarop gebaseerde regelgeving. Ook zal de verordening moeten passen bij de Omgevingsvisie FlevolandStraks, het Omgevingsprogramma Flevoland en diens opvolgers. Dit betekent dat de omgevingsverordening continue in beweging is.
Conclusie
De voorliggende planherziening is in overeenstemming met de gestelde doelen en streefpunten, en wordt niet in strijd geacht met de belangen die voor de Provincie gelden. Zaken die provinciale belangen in het geding brengen zijn hier niet aan de orde. De herziening laat overigens bijzonder weinig veranderingen zien ten opzichte van de herziene plannen, zodat deze bestendigend van aard mag worden genoemd.
Structuurplan Lelystad 2015 en Structuurvisie Lelystad 2023
Het structuurplan is vastgesteld op 7 april 2005 en bevat een visie op de integrale leefomgeving, waar behalve het ruimtelijk beleid, ook bijvoorbeeld duurzaamheid, milieu en verkeer deel van uitmaken. Lelystad ziet daarbij de handhaving en versterking van de kernkwaliteiten rust, ruimte, groen en water als één van de belangrijkste opgaven. Groei is daarbij noodzakelijk om te kunnen blijven investeren in de stad.
In dit structuurplan wordt de verwachting uitgesproken dat Lelystad in 2015 80.000 inwoners en 32.000 arbeidsplaatsen telt. Gestreefd wordt naar een diversiteit in woningaanbod, door de ontwikkeling van woongebieden met een eigen sfeer en uitstraling. In januari 2014 is de 'Structuurvisie Lelystad 2023' vastgesteld. Het is een actualisatie van het uit 2005 daterende 'Structuurplan Lelystad 2015'. Belangrijk verschil tussen de nieuwe Structuurvisie en het voormalige Structuurplan is de veranderde focus: van accent op groei en ontwikkeling naar onderhoud en beheer van de bestaande stad. Inherent daaraan is dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. In de nieuwe visie is rekening gehouden met alle gemeenteraadsbesluiten tot en met 2013, maar ook met provinciaal en rijksbeleid dat een doorwerking heeft op de (mogelijke) inrichting van de openbare ruimte. De geactualiseerde visie geeft een doorkijk tot 2023 en formuleert een aantal nieuwe beleidsrichtingen die voortvloeien uit al eerder besproken of in de lijn der verwachting liggende beleidsuitspraken of voornemens.
De lichte actualisatie heeft een aantal belangrijke richtingen aangegeven voor de eerstkomende 10 jaar. Om hier daadwerkelijk mee aan de slag te gaan dient zicht te ontstaan op de doelstellingen, de rol van de gemeente en andere partijen en de middelen die de gemeente kan inzetten om de doelen te bereiken. Door de verschuiving van aanbodgericht naar vraaggericht ontwikkelen en de gewijzigde rol van de overheid van initiëren naar faciliteren, is de focus van de gemeente gewijzigd. De komende jaren richt de gemeente zich steeds meer op het beheer van het bestaand stedelijke gebied in plaats van op de ontwikkeling van de nieuwe uitleg. De gebieden waar daarbij op gefocust zal worden, zijn HanzePark en Stadshart fase 1. Daarnaast zal wat nieuwe uitleg betreft de focus liggen op het 1e deelgebied Warande en Batavia Stad fase 3. Periodiek, bijvoorbeeld eenmaal in de twee jaar, kan aangegeven worden in hoeverre de beoogde doelen en ontwikkelingen zoals in deze lichte actualisatie uiteengezet zijn, gerealiseerd zijn. Tevens kan de lichte actualisatie dienen als een toetsingskader voor ontwikkelingen en gebruikt worden om daarbinnen te kunnen prioriteren. De ontwikkelingsrichting zoals in deze lichte actualisatie geschetst komt ook terug in diverse andere beleidsproducten, zoals de Woonvisie, het Meerjarenperspectief Grondbedrijf, de kadernota en de programmabegroting.
Conclusie:
In het bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg wordt de nu reeds geldende bestemming 'wonen', die al voor het plangebied van toepassing was geactualiseerd en afgestemd op de marktvraag.
Woonvisie
Met de in 2016 vastgestelde nota “Woonvisie Lelystad 2016-2020 Samen aan de slag” wordt de volgende ambitie nagestreefd:
'Lelystad biedt het beste van twee werelden. Door haar centrale ligging en de goede bereikbaarheid kunnen inwoners optimaal gebruik maken van alle voordelen van de nabijheid van de grote stad. Aan de andere kant biedt Lelystad haar inwoners de aantrekkelijkheid van een rustig en betaalbaar woonmilieu met ruimte, groen en water in de directe omgeving'.
Lelystad moet in de toekomst, als voorportaal van de Randstad, een prettige woonstad blijven. Het woonbeleid is er op gericht dat er voor de (toekomstige) inwoners in aantal en kwaliteit voldoende keuzemogelijkheden zijn in een prettige woonomgeving. Om de komende jaren daadwerkelijk de woonkwaliteit van de stad te koesteren, te verbeteren en kwaliteit toe te voegen werken we de komende tijd aan twee hoofdthema's:
1. Goede en betaalbare woningen voor iedereen
2. Goede woningen in prettige en gewilde woonwijken
Daarnaast zijn er randvoorwaarden waar blijvend aan moet worden gewerkt om bovenstaande te bereiken en te ondersteunen, te weten:
Voor het bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg zijn beide hoofdthema's van belang. Over het thema “goede en betaalbare woningen voor iedereen” wordt over nieuwbouw het volgende gezegd:
- Kwaliteit gaat voor kwantiteit;
- De groei van de stad draagt bij aan het in evenwicht brengen van de sociale structuur, daarom wordt er vooral in het midden- en hogere segment gebouwd;
- Nieuwbouw in het centrum (inclusief Parkwijk), Hanzepark, Warande deelgebied 1 en onafgemaakte plekken in de bestaande stad, plekken rond bestaande voorzieningen en de Woonblokken Batavia Haven krijgt voorrang.
Het programma voor De Olmen Buizerdweg sluit gezien de mix van toe te voegen woningen (zowel rijenwoningen, 2 onder 1 kapwoningen en vrijstaande woningen) aan op de hierboven benoemde kwalitatieve uitgangspunten. Daarnaast wordt Warande deelgebied 1, waar De Olmen Buizerdweg deel van uit maakt genoemd als nieuwbouwlocatie.
Conclusie
Naar aanleiding van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat De Olmen Buizerdweg, aansluit bij de woonvisie die inzet op goede en betaalbare woningen.
Beleidsregel Bed & Breakfast
In september 2010 heeft de gemeenteraad deze beleidsregel vastgesteld. De beleidsregel geeft voorwaarden waaronder een bed & breakfast in een woonwijk of een agrarisch gebied mogelijk wordt gemaakt. Deze voorwaarden gaan over de omvang, het aantal kamers en de realisatie van parkeergelegenheid op eigen terrein. De regeling is bedoeld voor gebieden met een woonbestemming (niet zijnde bedrijfswoning) of een agrarische bestemming en is om die reden in dit bestemmingsplan overgenomen. Medewerking aan het vestigen van een Bed & Breakfast kan alleen verleend worden door middel van een afwijking (ontheffing).
Archeologische monumentenzorg in Lelystad
Op 28 augustus 2008 heeft de gemeenteraad van Lelystad het archeologische beleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld om vorm te geven aan het rijks- en provinciaal beleid voor archeologie en cultuurhistorie. Het beleid bestaat uit beleidsafspraken en een beleidsadvieskaart. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met op de kaart aangemerkte gebieden. In het beleid is ook de doorwerking van het beleid voor bestemmingsplannen opgenomen. Daarbij is een lijst opgenomen met categorieën van archeologische waarden en de manier waarop deze in het bestemmingsplan opgenomen moeten worden.
Parkeerbeleid Warande
Voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per woning gelden de parkeernormen en rekenwaarden als aangegeven in artikel 12.1, parkeerregels,de tabellen A en B, van de Overige algemene regels. De regels zijn opgenomen om bij bouwplannen expliciet rekening te houden met toereikende parkeerruimte.
Als gemeente wordt als vertrekpunt 0,3 parkeerplaats van het totaal aantal noodzakelijke parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangelegd (=parkeren bezoekers). De overige parkeerplekken zullen als vertrekpunt op eigen terrein gesitueerd moeten worden.
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten
Hierna wordt eerst kort ingegaan op het algemene milieubeleid van de hogere overheden. Vervolgens worden de diverse milieu-aspecten apart beschreven.
Milieubeleid
Het beleid op de verschillende niveaus heeft als hoofddoelstelling het bereiken van duurzame ontwikkeling. De hoofdlijnen van dit rijks- en provinciaal beleid zijn:
Bij de inrichting en het beheer van nieuwe woningbouwlocaties moet volgens de provincie rekening worden gehouden met een aantal elementen:
De volgende geluidstypen komen in beeld als het gaat om geluidshinder en wettelijke bepalingen:
Hieronder wordt bevindt zich een nadere beschrijving van deze aspecten binnen het plangebied Warande - De Olmen Buizerdweg.
Voor het gehele gebied Warande is na uitgebreide afwegingen een serie maatregelen gekozen welke op akoestisch ruimtebeslag is doorgerekend. Op veel wegvakken is stil asfalt toegepast met een geluidswal ernaast. Om te kunnen bouwen in het gebied tussen de 48 en 53 dB contour is een hogere waarde procedure noodzakelijk. Hiertoe zijn in 2009 hogere grenswaarden geluid vastgesteld (besluit B09-07201).
De Olmen Buizerdweg
Binnen het plangebied Warande - De Olmen Buizerdweg laat het huidige bestemmingsplan verlening van de bouwvergunning toe, echter deze zijn nog niet afgegeven (geprojecteerde woning). Er geldt een onderzoeksplicht voor de gebieden met geprojecteerde woningen. Voor het gehele bestemmingsplangebied van De Olmen Buizerdweg is een akoestisch onderzoek uitgevoerd.
Met het akoestisch onderzoek (zie Bijlage 3 Akoestisch onderzoek) zijn alle zoneringsplichtige wegen nader onderzocht en is er een verkenning uitgevoerd naar de uiteindelijke geluidscontouren binnen het gebied. Voor de noordzijde van het plangebied is onderzoek gedaan naar de geluidscontour afkomstig van de Larserdreef en voor de westzijde van het gebied is onderzoek gedaan naar de toekomstige verlenging van de Westerdreef. De Buizerdweg wordt daarbij afgewaardeerd tot een wijk ontsluitingsweg met een rijsnelheid van 30 km/uur.
Larserdreef
Voor de situatie 2030 is op basis van het nieuwe verkeersmodel de geluidbelasting opnieuw berekend. Het geluid ten gevolge van de Larserdreef voldoet aan de in het verleden vastgestelde hogere grenswaarde van 53 dB(Lden). Daarmee is een aanpassing van de hogere grenswaarde niet aan de orde. Bij de bouw dient wel rekening te worden gehouden met de hogere grenswaarde.
resultaten uit het akoestisch model, 53 dB(Lden) contour Larserdreef
Westerdreef
Voor de noordwestelijke zijde van het bestemmingsplan Warande – De Olmen Buizerdweg wordt deels niet voldaan aan de vastgestelde hogere grenswaarde van 53 dB(Lden). Met het ontwerp zijn al maatregelen getroffen bij de bron en met betrekking tot de overdracht. De hogere grenswaarde is niet toereikend en zal moeten worden aangepast. Dit geldt overigens alleen voor de gevels van de eerstelijns bebouwing (noordwest gevels). Voor de noordwest gevels zal een hogere grenswaarde worden vastgesteld van 58 dB. Bij de kopse kanten wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde of de in het verleden vastgestelde hogere grenswaarde van 53 dB(Lden). Voor de gevels aan de zuidoostzijde wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde.
Aanpassing
Naar aanleiding van interne vragen en een zienswijze - zie ook hoofdstuk 9 - heeft een aanpassing van de geluidsrapportage plaats gevonden. Het betreft hier de waarneempunten 30, 39, en 40 in de herziening, ten aanzien van wegverkeerslawaai.
Het betreffende herziene gedeelte wordt aangetroffen bij het vaststellingsbesluit van het bestemmingsplan.
Omdat het vaak voorkomt, dat kopse gevels als dove gevel worden uitgevoerd (dat betekent, dat er wel ramen in de gevel kunnen zitten, maar dat deze ramen niet te openen mogen zijn), zal de schermverhoging op 0,95 meter hoogte blijven. In de regels van artikel 6 wordt opgenomen dat vanaf de 3e bouwlaag binnen wonen-1 (sba-w1), een dove (geluiddichte) gevel dient te worden toegepast ter hoogte van de in de geluidsrapportage genoemde waarneempunten 30, 39 en 40.
53 en 58 dB(Lden) contour verlenging Westerdreef, resp. noordwest zijde en zuidoost zijde
Het plangebied ligt buiten de geluidszone van de spoorbaan (500 m), zodat er geen akoestisch onderzoek nodig is.
Het plangebied ligt niet binnen een geluidszone van industrielawaai.
Voor besluiten en plannen die ontwikkelingen bevatten, die (mogelijk) belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de plicht voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De drempelwaarden voor projecten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit m.e.r.. Bij dit bestemmingsplan hoeft geen milieueffectrapportage opgesteld te worden. In het plangebied is geen sprake van nieuwe ontwikkelingen, aangezien voor de betreffende locatie al woningbouw was beoogd. Daarnaast maakt dit bestemmingsplan een geringe uitbreiding die mogelijk dat onderdeel is van een verschuiving van het programma binnen het totale gebied Warande.
In het MER (Milieueffectrapport Warande, Witteveen+Bos, 14 januari 2008) is aangegeven dat de luchtkwaliteit verslechtert maar dat wel wordt voldaan aan de grenswaarden. Aangezien de omvang van de diverse functies niet verandert binnen het totale programma van Warande en er alleen een uitwisseling van de functies plaatsvindt, is verder geen onderzoek naar de luchtkwaliteit noodzakelijk.
In 2007 heeft een bodemonderzoek plaatsgevonden, inclusief een aanvullend onderzoek. Dit onderzoek is uitgevoerd voor het totale plangebied Warande fase 1 deelgebied 1. Hierbij is geen onderscheid gemaakt in de gebieden die in het bestemmingsplan Warande fase 1 voor wonen, bos dan wel water zijn bestemd. De gewenste uitwisseling van functies die met het onderhavige bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, leidt dan ook niet tot een ander bodemonderzoek.
Ten tijde van het onderzoek in 2007 waren op de planlocatie een gronddepot en een leefgebied van rugstreeppadden aanwezig, waardoor niet alle geplande boringen konden worden uitgevoerd. Ter voorbereiding van de realisatie wordt het onderzoek op dit punt aangevuld. Naar verwachting zal dit geen belemmeringen opleveren voor de beoogde bestemmingen.
Aangezien er zich in of rond het plangebied geen ontwikkelingen of activiteiten hebben voorgedaan die een negatieve invloed hebben op de bodemkwaliteit, wordt ervan uitgegaan dat er ten aanzien van de uitvoerbaarheid geen belemmeringen zijn ten aanzien van de bodemkwaliteit.
Er zijn, na planrealisatie, geen bedrijven meer in de omgeving aanwezig die belemmerend kunnen werken of worden ingeperkt door de realisatie van de woonwijk.
Binnen of direct aansluitend aan het plangebied liggen geen Bevi inrichtingen. Er zal een nieuw ketelhuis worden gerealiseerd in het plangebied Warande, maar deze ligt op een dusdanige afstand dat deze voorziening geen belemmering oplevert voor het plangebied.
In het MER (Milieueffectrapport Warande, Witteveen+Bos, 14 januari 2008), voor de gehele Warande fase 1, komen enkele LPG stations aan bod. Deze liggen niet in de nabijheid van het plangebied van dit bestemmingsplan. Tevens wordt een bedrijf met vuurwerkopslag genoemd. Volgens de risicokaart heeft het bedrijf een veiligheidszone van 20 m. Ook deze ligt ver van het plangebied.
De Larserdreef en de Westerdreef tot aan de Zuiveringweg maken onderdeel uit van de vastgestelde route gevaarlijke stoffen. Het noordoosten van het plangebied grenst aan deze route. Daardoor is sprake is van een plaatsgebonden risicocontour en moet een groepsrisico afweging plaatsvinden.
Het plaatsgebonden risico is "de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit". In Nederland mag in principe niemand een groter plaatsgebonden risico lopen dan 1 op de 1 miljoen per jaar (10-6/jaar). Voor de PR10-6 contour geldt dat deze niet buiten het asfalt van de weg komt en er daarmee geen ruimtelijke beperkingen ontstaat voor het plangebied.
Het groepsrisico laat zich omschrijven als de kans per jaar dat een groep personen van een bepaalde grootte (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) tegelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt dat er sprake is van een functie uitwisseling die nauwelijks tot een toename van het aantal aanwezigen in het gebied leidt en daarmee niet tot een significante toename van het groepsrisico.
Het plan voldoet daarmee aan de externe veiligheidsvoorwaarden.
Projecten en activiteiten kunnen leiden tot stikstof productie die vervolgens neerslaat (stikstof depositie) op beschermende Natura2000 gebieden en daar leidt tot negatieve effecten voor de natuur. Naast veehouderijen, industriële bedrijvigheid, evenementen en wegverkeer kan ook woningbouw leiden tot stikstofdepositie.
Voor De Warande is in dit kader vooral Natura2000 gebied de Veluwe van belang. Dit gebied ligt op ruim 15 kilometer afstand van het plangebied. De nabij het plangebied gelegen Oostvaardersplassen, Markermeer en IJsselmeer zijn ook Natura2000 gebieden, maar deze zijn niet stikstof gevoelig.
Om vast te stellen wat de feitelijke stikstofemissie binnen de hele, nog te ontwikkelen wijk Warande is, is een berekening gemaakt met het rekeninstrument AERIUS Calculator - versie 2019. De stikstofemissie en verkeersgeneratie is voor de hele wijk Warande per gebiedsdeel en per jaar in kaart gebracht.
Vanaf een emissie van 800 kg NOx (stikstofoxide) per jaar wordt een maximale bijdrage aan de stikstofdepositie berekend van 0,01 mol/ha/jaar of meer op Natura 2000-gebied Veluwe. De berekende emissies ten gevolge van de aanleg- en gebruiksfase voor de nieuwbouwwijk Warande komen in geen enkel van de beschouwde jaren (2014 t/m 2025) boven de 800 kg NOx per jaar. Daarmee wordt voor geen enkel jaar een bijdrage aan de stikstofdepositie berekend van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Door in jaren waarin veel stikstofemissie worden voorzien (zoals 2024) de planning aan te passen en deze deels door te schuiven naar het volgende kalenderjaar ontstaat ruimte voor extra, nu nog onvoorziene, emissies in een dergelijk jaar.
De conclusie van het onderzoek luidt dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van deelgebied 1 van fase 1 van de Warande niet leidt tot een verslechtering van de natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
Planologisch relevante kabels en leidingen (hoofdleidingen, straalpaden et cetera) dienen met de van toepassing zijnde belemmeringenstroken in een bestemmingsplan te worden verankerd. In het plangebied komen deze niet voor, waardoor belemmeringenstroken voor kabels en leidingen niet aan de orde zijn.
Het polderlandschap
Oostelijk Flevoland is de vierde in de reeks van polders in het IJsselmeer, de voormalige Zuiderzee. Met de voorgaande drie (polder Andijk, Wieringermeer en Noordoostpolder) is ervaring met indeling en inrichting opgedaan, die in het ontwerp van Oostelijk Flevoland herijkt en gemoderniseerd tot uitdrukking is gebracht. In die zin heeft Oostelijk Flevoland een grote cultuurhistorische betekenis als representant van aan een bepaalde periode gerelateerde, in zeer zuivere vorm tot uitdrukking gebrachte stedenbouw, landschapsarchitectuur en cultuurtechniek.
De polder Oostelijk Flevoland viel in 1957 droog; het landschap van het plangebied is dan ook voor alles een jong landschap. Het landschap van Oostelijk Flevoland is niet, zoals vele cultuurlandschappen, "ontstaan" in een lange reeks van transformaties, maar is het directe resultaat van een reeks ontwerpprocessen. Daarin zijn drie stappen te onderscheiden.
De eerste is de droogmaking zelf, die de buitenvorm van de polder heeft opgeleverd, alsmede de positionering van de toekomstige stad aan het Oostvaardersdiep. De tweede is de ontginning; deze heeft de landbouwkundige indeling tot gevolg gehad. In deze stap zijn oriëntatie en belijning van de poldersloten en -wegen bepaald. De derde stap is die van de verstedelijking. Van aanvang af was het uitgangspunt, dat het plangebied deel zou gaan uitmaken van het stedelijk gebied van Lelystad.
Van het landschap binnen het plangebied van dit bestemmingsplan zijn de oriëntatie en maatvoering van de polderverkaveling van betekenis. De polderverkaveling heeft een orthogonale structuur. Deze structuur wordt gehandhaafd door hier in het stedenbouwkundig ontwerp rekening mee te houden. Dit vind zijn vertaling in de ligging van bestemmingsvlakken in het bestemmingsplan. Een raster van lanen vormt het hoofdstramien van de ruimtelijke structuur van Warande. Dit lanenraster is een onderverdeling van de bestaande polderverkaveling. Hiermee blijft de positie van de Buizerdweg intact en het oorspronkelijk polderlandschap leesbaar.
Daarnaast vormt de huidige Torenvalktocht en een nieuw gerealiseerde vaart onderdeel van bovengenoemde ruimtelijke structuur. Zij creëren zicht over de gehele lengte van het gebied, en maken daarmee de schaal van Warande beleefbaar. Tevens bieden de vaarten condities voor het woonprogramma, variërend van wonen op het water tot wonen op de oever en wonen aan de vaart. Door genoemde watergangen te voorzien van de bestemming water zijn deze watergangen gewaarborgd in het plan.
Het plangebied is in het provinciaal beleid aangeduid als te ontwikkelen integratiegebied voor stedelijke ecologie. De provincie streeft bij nieuwe stedelijke uitbreidingen naar inpassing van bestaande landschappelijke en ecologische structuren en elementen. Hierbij wordt door de provincie het cascoconcept gehanteerd, waarin een scheiding is gemaakt in functies met een verschillende ontwikkelingstijd. Voor de inrichting betekent het cascoconcept:
Er wordt gestreefd naar integratie van groenstructuren met een aquatisch netwerk. De Lage Vaart is als hoofdstructuurlijn aangegeven. Voor de stedelijke ontwikkeling streeft de provincie naar inpassing in het stedelijk raamwerk en aansluiting op de huidige massa's. Zowel vanuit het oogpunt van vormgeving als uit het oogpunt van stadsecologie en recreatie streeft de provincie bij nieuwe stedelijke uitbreidingen naar inpassing van bestaande landschappelijke en ecologische structuren en elementen. Het landschapsbeleid van de provincie is erop gericht dat de ontwikkeling van grootschalige groenstructuren, zoals nieuwe bos- en natuurgebieden:
Bebouwing
Opmerkelijk is dat in het plangebied uitsluitend aan de Buizerdweg enige agrarische bebouwing was gesitueerd. Dit hangt samen met het feit dat het agrarische gebruik als een voorlopige functie wordt uitgeoefend. Inmiddels is er geen historische bebouwing in het plangebied meer aanwezig.
Om inzicht te krijgen in de huidige natuurwaarden in het plangebied, de eventuele gevolgen van geplande ontwikkelingen en/of activiteiten die in het plan mogelijk gemaakt worden op aanwezige natuurwaarden in het plangebied en de omgeving, dient in het kader van het bestemmingsplan een toets op de Wet Natuurbescherming plaats te vinden. Hierbij wordt getoetst op beschermde gebieden, beschermde soorten en leefgebieden en op het behouden van houtopstanden. Daarnaast wordt getoetst op vigerend beleid op het gebied van flora en fauna en op het Nationaal Natuur Netwerk (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS, geheten) uit de Nota Ruimte.
Gebiedentoets
Op 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet, Flora- en Faunawet en de Boswet. Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van gebieden. Op landelijk niveau zijn hierin de ruimtelijke bepalingen van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn verwerkt. De Wnb biedt de mogelijkheid aan provincies om eigen beschermde gebieden aan te wijzen. De provincie Flevoland heeft hier (nog) geen uitvoering aan gegeven.
Binnen het grondgebied van de gemeente Lelystad zijn de Oostvaardersplassen, Markermeer en IJsselmeer aangewezen als Natura 2000 – gebied. Binnen de gemeentegrenzen kennen deze gebieden alleen doelen voor vogels. In het kader van de soortbescherming kan het noodzakelijk zijn om naar meer soorten te kijken dan alleen de soorten waar de beschermde gebieden voor aangewezen zijn. Er komen geen aangewezen habitattypen voor en invloed van dit bestemmingsplan op beschermde habitattypen buiten de grenzen van de gemeente is op voorhand uitgesloten.
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de aanwijzing en bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) geregeld. De benaming van de EHS is in 2016 gewijzigd in het NNN (Nationaal Natuur Netwerk). De begrenzing van de NNN – gebieden is een taak van de provincie. In Flevoland is de begrenzing definitief vastgesteld op 17 juni 2010.
Natura 2000
De Vogelrichtlijn is gericht op het beschermen van in het wild levende vogelsoorten en op de instandhouding van de habitat die het leefmilieu voor deze soorten vormt. De Habitatrichtlijn is gericht op het in stand houden van natuurlijke en halfnatuurlijke habitat en de bescherming van wilde flora en fauna. In dit kader zijn Speciale Beschermingszones (SBZ) aangewezen op basis van kwalificerende soorten of habitats. De aangewezen gebieden vormen samen het Europese netwerk Natura 2000. Wanneer zich in of in de buurt van een Natura 2000 gebied een (nieuwbouw)plan aandient, zal moeten worden beoordeeld of dit plan negatieve gevolgen voor de kwalificerende soorten en/of habitats heeft.
Het plangebied
Bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg vormt een onderdeel van de nieuwe wijk Warande. Ten behoeve van dit bestemmingsplan zijn onderzoeken verricht in het kader van externe werking op de Natura 2000 – gebieden, met name de Oostvaardersplassen. De meest recente Passende Beoordeling Warande dateert uit 2018 (Gradiënt Natuurontwikkeling, 2 juli 2018). Deze Passende Beoordeling is een bijstelling van de Passende Beoordeling uit 2013 voor deelgebied 1 Warande. De negatieve effecten zijn tot die tijd gemitigeerd en de meest recente Passende Beoordeling is bedoeld om tot een vergunning en definitieve compensatie te komen. Ten behoeve van het bestemmingsplan deelgebied 1 loopt een vergunningaanvraag bij de Provincie Flevoland.
Om het verlenen van omgevingsvergunningen te vereenvoudigen is door de gemeente een voortoets gedaan van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van bepaalde typen bouwwerken. Hieruit is een kaart en toetsingskader met “binnen en buiten externe werking” voor verschillende bouwwerken en evenementen gemaakt. Via de GISviewer van de gemeente zijn deze kaart en toetsingskader te raadplegen. Een negatieve invloed op de Natura 2000 – gebieden ten gevolge van dit bestemmingsplan is niet uitgesloten.
Nationaal Natuur Netwerk (NNN)
De Natura 2000 - gebieden maken deel uit van het NNN in de status van prioritair gebied. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt in ecologische verbindingszones, waardevolle gebieden en overig NNN. De ecologische verbindingszones zorgen ervoor dat afzonderlijke natuurgebieden met elkaar verbonden worden en planten en dieren zich kunnen verspreiden. De waardevolle gebieden hebben een hoge actuele of potentiële natuurwaarde. Deze gebieden zijn essentieel voor de samenhang en kwaliteit van het NNN. De prioritaire en waardevolle gebieden vormen samen de kerngebieden van het NNN. De provincie heeft het NNN begrensd, gemeenten zijn verplicht om deze begrenzing in bestemmingsplannen te verwerken.
In bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg of de directe omgeving bevinden zich geen NNN-gebieden. Een negatieve invloed op de wezenlijke waarden is daarom uitgesloten.
Wetland
Onder wetlands worden waterrijke gebieden verstaan, bijvoorbeeld moerassen of veengebieden. Deze natuurgebieden hebben belangrijke functies, onder andere voor trekvogels, vissen en andere waterdieren. Wetlands en de planten- en diersoorten die erin leven, worden beschermd door het Ramsar Verdrag uit 1971
Dit bestemmingsplan heeft geen negatieve invloed op wetlands.
Bewaren houtopstanden
Hoofdstuk 4 van de Wet Natuurbescherming regelt de instandhouding van (productie)bos in Nederland. De Wet Natuurbescherming stelt regels voor herplant van bos bij kap en/of oogst van bos, waarbij de provincie nog aanvullende regels kan stellen. De provincie Flevoland heeft aanvullende regels vastgesteld, onder andere dat een bestaande boskern niet kleiner dan 15 ha mag worden bij kap en herplant elders. In principe dienen gekapte percelen binnen drie jaar ter plaatse herplant te worden. Is dit niet mogelijk, dan kan ontheffing verleend worden om elders te herplanten. Hoofdstuk 4 van de Wet Natuurbescherming heeft alleen werking buiten de 'bebouwde komgrens houtopstanden'.
Het bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg is buiten de bebouwde kom gelegen. Hoofdstuk 4 van de Wet Natuurbescherming is hier van toepassing. Er zijn echter geen houtopstanden aanwezig binnen dit bestemmingsplan.
Beleid
Met ingang van 1 januari 2009 beheert de gemeente Lelystad haar groenvoorzieningen conform de Gedragscode Beheer Gemeentelijk Groenvoorzieningen (artikel 3.31 Wnb). Als onderdeel hiervan heeft het College de 'Natuurstatuskaart' vastgesteld op 25 november 2008. Daarmee zijn de beschermde gebieden vastgesteld en is tevens een status gegeven aan gebieden die van belang zijn voor (beschermde) planten en dieren. In het plangebied bevinden zich een aantal gebieden en structuren die van belang zijn voor het behoud van soorten en biodiversiteit in de stad.
Compensatiegebieden
Ten behoeve van de realisatie van Warande is een compensatiegebied aangelegd voor de Rugstreeppad (Bufo calamita) (FF/75C/2014/030IA). De compensatie houdt een voortplantings- en overwinteringsgebied voor de Rugstreeppad (Bufo calamita) in. De Rugstreeppad is een zeer mobiele soort. De kans is daarom groot om exemplaren van deze Europees beschermde soort aan te treffen in de rest van het bestemmingsplangebied. Met een ontheffing is verplaatsen door deskundigen naar het compensatiegebied toegestaan. Aangeraden wordt om tijdens bouwwerkzaamheden een goede afscherming voor amfibieën te maken tussen het compensatiegebied en de bouwlocatie en te zorgen dat zich in de zomermaanden geen ondiep snel opwarmend water in het werkgebied bevindt. In en rondom het rugstreeppadgebied mag geen (hoge) beplanting aangebracht worden die schaduw werpt op het gebied.
Locale ecologische verbinding
Langs de Westerdreef en Buizerdweg ligt een lokale ecologische verbinding. Deze verbinding is aangewezen in het gemeentelijk waterplan en loopt van de Hollandse Hout naar het Zuigerplasbos. Met name oevergebonden soorten, zoals de Ringslang (Natrix natrix), zullen van deze verbinding kunnen profiteren. In deze verbinding dienen oevers zoveel mogelijk natuurvriendelijk ingericht te zijn, duikers vervangen te worden door duikers met faunarichel en de beplanting op de oevers dient gevarieerd te zijn en aangepast aan de functie ecologische verbindingszone.
Voor flora en fauna belangrijke gebieden
De grotere groengebieden en brede bermen langs de dreven zijn belangrijke leefgebieden voor planten en dieren. De dreven zijn, vanwege hun groene inrichting, belangrijk als verbinding voor diersoorten. Voor zwemmende en lopende soorten vormen de kruisingen echter een gevaarlijke passage. Bij groot onderhoud aan de watergangen langs de dreven moet getracht worden duikers te vervangen door duikers met faunarichel.
Soortentoets
Soortbescherming hoofdstuk 3 Wet Natuurbescherming
Op grond van de Wet Natuurbescherming gelden algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten en het beschadigen of verstoren van voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten. Naast specifieke bescherming van bepaalde soorten, is in artikel 1.10 en 1.11 van de Wnb een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren en natuur en leefgebieden in het algemeen opgenomen.
In principe zijn alle zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen die in Nederland voorkomen, beschermd. De aanvraag van een ontheffing en de toetsing aan de Wet Natuurbescherming gebeurt niet in het kader van het bestemmingsplan, maar in de vergunningenfase van een initiatief. Om te beoordelen of dit bestemmingsplan ook uitvoerbaar is, zal hierop vooruitlopend, een verwachting worden uitgesproken over de eventuele gevolgen voor de beschermde planten- en diersoorten in het plangebied.
In de wet is een differentiatie aangebracht in niveau van bescherming. De beschermde soorten zijn rechtstreeks in de Wet Natuurbescherming vermeld, met een eigen beschermingsregime, waarbij de bescherming van de categorieën 1 en 2 het hoogste niveau hebben.
Voor het verstoren van vogelnesten wordt geen ontheffing verleend. Indien er broedvogels aanwezig zijn dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te vinden. Daarnaast vallen de nesten van een aantal soorten jaarrond onder de bescherming als vaste verblijfplaats.
In het plangebied bevinden zich een rugstreepppadcompensatiegebied met voortplantingspoelen en overwinteringsheuvels, jong parkbos, open water en braakliggend terrein. Op basis van de terreintypen en waarnemingen kan een inschatting gemaakt worden van de voorkomende beschermde soorten.
De volgende soorten zijn bekend uit het gebied:
Categorie 1, soorten van de Vogelrichtlijn:
Als broedvogel (ook vallend onder de verdragen van Bern en/of Bonn) kunnen de volgende soorten aangetroffen worden: bosrietzanger, braamsluiper, grasmus, heggenmus, kleine karekiet, roodborst, sportvogel, winterkoning.
De nesten van de volgende soorten worden gerekend tot (jaarrond) vaste verblijfplaats: geen verwachting
De nesten van de volgende soorten zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieve nestlocaties voorhanden zijn: geen verwachting
De cursief aangegeven soorten zijn (ook) nestelend in gebouwen aan te treffen.
Categorie 2, soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn:
Vleermuizen: Alle deelgebieden uit dit plan kunnen fungeren als leefgebied voor diverse soorten vleermuizen. In ieder geval zijn foeragerend in het gebied de Gewone Dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de Laatvlieger (Eptesicus serotinus) te verwachten. Zowel in gebouwen als in bomen of parkbospercelen kunnen zich kolonies bevinden, deze zijn als vaste verblijfplaats strikt beschermd. Er zijn nog geen gebouwen aanwezig en alleen jong parkbos, waardoor kolonies niet te verwachten zijn. In de watergangen en waterpartijen zijn sporen van de Europese Bever (Castor fiber) en de Otter (Lutra lutra) aangetroffen. Bij werken langs en in het water dient met de mogelijke aanwezigheid van deze soorten rekening gehouden te worden.
Amfibieën: De Rugstreeppad (Bufo calamita) is in dit gebied aanwezig. Ten behoeve van de ontwikkeling van Warande is een ontheffing voor deze soort aanwezig, evenals een compensatiegebied. Zie onder 'beleid' welke maatregelen getroffen dienen te worden.
Categorie 3, overige soorten:
In Lelystad is de Alpenwatersalamander (Triturus alpestris) in veel tuinvijvers en kleine wateren aangetroffen.
In het gebied zijn diverse algemeen beschermde soorten aan te treffen. Het gaat onder meer om de volgende soorten; Egel (Erinaceus europaeus), ware-
en woelmuizen, Bunzing (Mustela putorius), Bruine kikker (Rana temporaria), Groene kikker complex (Rana ridibunda/lessonae), Gewone pad (Bufo bufo) en Kleine watersalamander (Triturus vulgaris).
Voor de meeste soorten is door de Provincie Flevoland een vrijstellingsbesluit genomen voor de uitvoering van ruimtelijke plannen en ontwikkeling. Bij de (bouw)werkzaamheden dienen voorzorgsmaatregelen genomen te worden om schade aan planten en dieren te voorkomen. Werk buiten de broedtijd van vogels. Zorg dat er geen voortplantingswater voor rugstreeppadden ontstaat en scherm de werkzaamheden af, zorg in het kader van de algemene zorgplicht dat er vluchtwegen voor dieren zijn.
Het voortbestaan van de populaties van beschermde soorten in dit gebied komt niet in gevaar, mits er voorzorgsmaatregelen genomen worden voor de rugstreeppad. Bij eventuele ruimtelijke procedures zal, vanwege het voorkomen van beschermde soorten, een aanvullende inventarisatie verricht dienen te worden.
Rode Lijst
Soorten vermeld op de Rode Lijst zijn niet wettelijk beschermd, maar vallen wel onder de zorgplicht uit de Wet Natuurbescherming (art. 1.11). In het plangebied zijn soorten te verwachten met een vermelding op de Rode Lijst.
Het rijksbeleid ten aanzien van archeologie is gericht op het behoud van het archeologisch bodemarchief. De gehanteerde uitgangspunten zijn:
Er heeft een karterend bodemonderzoek plaatsgevonden (Karterend booronderzoek Lelystad Zuid, Vestigia, 22 mei 2007). De conclusie uit dit onderzoek is dat er geen nader onderzoek hoeft te worden verricht. Bij dit onderzoek is het gehele plangebied Warande fase 1 betrokken. Waarbij geen onderscheid is gemaakt in de ligging van de toekomstige woongebieden danwel bosgebieden of water.
In het gebied Warande zijn twee scheepswrakken aangetroffen. Het ene is ontgraven en vormt dus geen belemmering meer voor de ontwikkeling van het plangebied. Het andere is ingepast in het stedenbouwkundig ontwerp (Het Waterschip), deze bevindt zich echter niet binnen het plangebied Warande - De Olmen Buizerdweg.
De aanwezigheid van archeologische sporen kan nooit volledig worden uitgesloten. Bij de uitvoering van de werkzaamheden in de bodem dient men dan ook alert te zijn op de aanwezigheid van archeologische resten. Scheepswrakken kunnen in principe overal op de voormalige Zuiderzeebodem worden aangetroffen. De meeste scheepswrakken liggen relatief dicht aan het oppervlak van de voormalige Zuiderzeeafzetting. Indien tijdens de werkzaamheden in de bodem archeologische resten of (delen van) een scheepswrak worden aangetroffen, dient het werk onmiddellijk stilgelegd te worden. Op grond van art. 53 van de Monumentenwet 1988 dient melding gemaakt te worden van de vondst bij de Minister voor Cultureel Erfgoed (RCE), ARCHIS-meldpunt. Binnen Flevoland fungeert in de praktijk het archeologisch depot in het Nieuwland Erfgoedcentrum als centraal meldpunt van archeologische vondsten.
In het toekomstig te ontwikkelen stedelijk gebied Warande wordt gestreefd naar een duurzaam waterbeheer. Omdat de inrichting van het watersysteem en de waterketen grote gevolgen hebben voor zowel de stad zelf als voor het omliggende gebied, is door invulling te geven aan het proces van de watertoets de waterbeheerder vroegtijdig betrokken bij het stedenbouwkundig ontwerp van de wijk Warande.
De waterbestemmingen zoals deze zijn opgenomen in het bestemmingsplan Warande en de overige daarop volgende wijzigingen van dat bestemmingsplan blijven ongewijzigd.
Met het bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg worden alleen de bebouwingsbepalingen van de woonbestemming aangepast. Er vinden geen ingrepen in de gerealiseerde of, in de overige vigerende bestemmingsplannen bestemde, waterhuishoudkundige situatie plaats. Desondanks volgt hieronder een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie in- en rondom het plangebied, gebaseerd op voorgaande bestemmingsplannen.
Overleg met Waterschap
Overeenkomstig de doelstelling en het proces van de 'Watertoets', is in het kader van het bestemmingsplan Warande fase 1 overleg gevoerd met het Waterschap Zuiderzeeland, die voor het plangebied verantwoordelijk is voor zowel de waterkwaliteit als de waterkwantiteit en voor de waterkeringen binnen het plangebied. Tijdens de overleggen zijn de algemene normen en eisen van het Waterschap besproken en zijn de (gebieds)specifieke uitgangspunten ten aanzien van de inrichting van het watersysteem vastgesteld. Over het nieuw aan te leggen watersysteem is met het Waterschap overeenstemming bereikt.
Met dit bestemmingsplan wordt geen extra verharding toegevoegd, de bestemming was conform het voorgaande bestemmingsplan reeds 'Wonen', met de daarbij behorende bebouwings- en gebruiksbepalingen.
Watersysteem
Water in Warande is een structuurelement voor een leefbaar milieu, een hoge belevingswaarde en ruime recreatiemogelijkheden. In het inrichtingsplan is een zelfstandig gesloten watersysteem aangegeven welke bestaat uit een aantal vaarten en plassen. De uitwisseling van water met het omringende watersysteem wordt zoveel mogelijk beperkt.
Peilbeheer
Vrijwel in het gehele plangebied Warande wordt een (hoger) natuurlijk peilbeheer toegepast. Het toekomstig peil kan variëren tussen NAP -5,5 m en NAP -5,2 m (gekoppeld aan beweegbare overlaten). Door het vaststellen van het laagste peil, middels een peilbesluit, wordt de negatieve beïnvloeding van de oppervlaktewaterkwaliteit door kwel voorkomen.
Bij een hoger peil dan NAP - 5,20 wordt er water afgevoerd uit het gebied. Wanneer het peil lager dreigt te raken dan NAP - 5,50, dan wordt er water aangevoerd. Het enige peilregulerende kunstwerk binnen het plangebied is de drijvende stuw tussen Oostermoer en de Torenvalktocht. Deze stuw vormt de peilscheiding tussen het de stedelijk gebied Lelystad (LS6) en de Lage Vaart (LVA.01).
Door het voeren van een natuurlijk peilbeheer wordt de benodigde inlaathoeveelheid van gebiedsvreemd water beperkt en wordt de ecologie van het watersysteem versterkt.
Watergangen en oevers
De bodem van de watergangen komt te liggen op maximaal NAP -6,80 m. Daarmee wordt op het diepste punt een minimum waterdiepte gegarandeerd van 1,25 m. Daarmee wordt gevaar voor opbressen zoveel mogelijk voorkomen.
Het watersysteem van de nog aanwezige landbouwgebieden aan de zuidkant van het plan tussen de spoorbaan en de Torenvalktocht is/wordt aangepast om aan de afwateringseisen van het waterschap te voldoen.
De vaarten hebben een breedte op de waterlijn bij de laagste waterstand van 12 tot 22 m met een bodembreedte variërend van 2 tot 12 m. Daarnaast zijn er vaarten aanwezig met een grotere breedte dan net genoemd. Hieronder volgen enkele profielen daarover. De vaarten en plassen zijn allen bevaarbaar voor kleine bootjes, zoals roeiboten, kano's en lokaal (op de vijvers) als ook voor surfplanken en kleine zeilbootjes. De oevers worden natuurvriendelijk ingericht met taluds variërend van 1:4 tot 1:8. Bij taluds die steiler zijn dan 1:5 is een 5 m brede strook noodzakelijk om het onderhoud te kunnen uitvoeren. Bij watergangen smaller dan 15 m is een strook aan één zijde voldoende. Bij een grotere breedte op de waterlijn is een dergelijke strook aan twee zijden gewenst.
Bij de inrichting van oevers gelden de onderstaande uitgangspunten:
Waterkwaliteit en ecologie
De inrichting van het watersysteem is erop gericht een goede ecologische waterkwaliteit te verkrijgen. Het vasthouden van goed (regen)water en de aanleg van natuurvriendelijke oevers zijn, in combinatie met het natuurlijk peilbeheer, een voorwaarde voor de ontwikkeling en in stand houden van een waardevol ecologisch watersysteem. De aanwezigheid van ondergedoken waterplanten is voor dit systeem van groot belang omdat de waterplanten zorgen voor de benodigde waterkwaliteit en levensomstandigheden voor diverse andere waterorganismen. Het watersysteem zal dan ook zo worden ingericht dat voldoende vestigingsmogelijkheden voor ondergedoken waterplanten aanwezig zijn. Met de aanleg van duurzame oevers kan de oevervegetatie beter tot ontwikkeling komen. Vooral de macrofauna en de vissen profiteren daarvan.
Waterafvoer, wateraanvoer en circulatie
Tijdens droge situaties mag het peil in het gebied uitzakken tot NAP -5,50 m. Door de drijvende stuw bij Oostermoer wordt het watersysteem aangevuld vanuit het peilvak LS2 (NAP -5,40 m).
Kunstwerken
Ter plaatse van kruisingen met infrastructuur kunnen bruggen worden aangelegd danwel duikers.
Riolering en afkoppelen
Het plangebied wordt voorzien van een gescheiden rioolstelsel. De droogweerafvoer wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuiveringsinstallatie ten noordwesten van het plangebied. Het regenwater wordt afgevoerd naar open water, waarbij het minder schone regenwater (onder andere van wegen met een intensiteit van meer dan 1.000 voertuigen per dag) separaat wordt behandeld (lokale zuivering/infiltratie) en afgevoerd naar het oppervlaktewater.
Veiligheid
In relatie tot de veiligheidsnormen (inundatie) voor regionale watersystemen is de benodigde berging van het oppervlaktewater bepaald in de startfase van de ontwikkeling van Warande.
De bergingscapaciteit van het watersysteem is berekend volgens de in de startfase (circa 2000) geldende uitgangspunten. De afvoernorm die voor het watersysteem van Warande geldt is 1,5 l/sec/ha. Er worden binnen de totale wijk Warande fase 1 extra waterpartij gegraven zodat een totaal wateroppervlak van 15,4 ha ontstaat.
Om te controleren of het systeem voldoet aan de huidige uitgangspunten van de klimaatsontwikkeling, zijn extra bergingsberekeningen gemaakt.
Warande fase I heeft relatief groot gehalte aan open water (15,6%) ten opzichte van het totale plangebied.
Tabel 5.1 Verhard, onverhard en wateroppervlak binnen plangebied.
| Soort oppervlak | Oppervlak (ha) | Deel van totaal (%) |
| Verhard | 37,8 | 38,3% |
| Onverhard | 45,5 | 46,1% |
| Water | 15,4 | 15,6% |
| Totaal | 98,9 | 100,0% |
Bij een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van eens in de 100 jaar is een berging benodigd van ca. 85.000 m3. Gezien de grootte van het plangebied en het waterpercentage betekent dit een peilstijging ca. 0,55 m. Hierbij is rekening gehouden met een maximale afvoer uit het gebied van 1,5 l/s/ha en een aangenomen kwel-intensiteit van 1 mm/dag.
Tabel 5.2 Bergingsberekening bij T=100 bui van 24 uur.
| Hoeveelheid (mm) | Hoeveelheid (m3) | |
| Neerslag | 97,8 | 96720 |
| Kwel | 1 | 989 |
| Afvoer over stuw | 12,96 | 12817 |
| Totaal | 85,84 | 84892 |
Uitgaande van een initieel peil dat gelijk is aan het maximale nieuwe streefpeil (NAP -5,20) komt de peilstijging tot NAP -4,65 m. Dit is 0,65 m beneden de insteek van de watergangen (NAP -4,00 m) en 0,85 m beneden het wegpeil (NAP –3,80 m). Daarmee voldoet het ruim aan de gestelde norm (bij een T=100 bui vindt géén inundatie plaats). Berging voldoet tevens bij de voorspelde bodemdaling tot 2050.
Aandachtspunt bij deze toetsing op inundatie is dat deze alleen geldig is voor Warande fase I. Hoewel de voor fase I geplande berging ruim voldoende is, dient voor elke nieuwe fase van Warande opnieuw getoetst te worden.
Het maakt het waterschap niet zoveel uit waar de woningen exact komen te liggen, zolang het aantal woningen en verharding in totaal niet worden gewijzigd ten opzichte van de het moederplan en de daarin opgenomen uitgangspunten.
Om te voldoen aan de normen voor het oppervlaktewater is ten westen van het plangebied een watergang aangelegd. Deze valt buiten dit bestemmingsplan maar draagt wel bij aan de toe te voegen watercapaciteit ten behoeve van de woningbouw.
Grondwater
Het toekomstig maaiveld wordt opgehoogd naar circa NAP -3,8 m (na zetting), waarmee de drooglegging in het plangebied minimaal 1,4 m bedraagt bij streefpeil. Door het opzetten van het oppervlaktewaterpeil van NAP -6,2 m naar een streefpeil van NAP -5,2 m tot NAP - 5,5 m treedt vrijwel overal rond het plangebied een verhoging van de stijghoogte op van maximaal 0,2 m. Omdat de verhogingen van de grondwaterpeilen beperkt zijn en omdat in de omliggende woon- en landbouwgebieden overal drainage is aangelegd, worden geen (grond)wateroverlastproblemen verwacht.
Voldoende Water
Wateroverlast
Streefbeeld
Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebeid, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen.
Uitgangspunt wateroverlast
Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen in een watersysteem dat op basis van de toetsing in 2012 voldoet aan de normering voor wateroverlast. Een dergelijk systeem kan het water verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden.
Randvoorwaarde(n) wateroverlast
Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling gelijk. Indien deze toename groter is dan 750 m2 dan is compensatie noodzakelijk. Oplossingen voor eventuele waterhuishoudkundige problemen dienen bij voorkeur in het eigen projectgebied gevonden te worden. Indien dit niet mogelijk is dient dichtbij het projectgebied compensatie gezocht te worden. Compensatie dient in ieder geval binnen hetzelfde peilgebied plaats te vinden. De berging wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan. De reeds aanwezige ruimte voor berging mag niet afnemen.
De oppervlakte te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding.
Ontwerprichtlijnen compensatie toename verharding
Het plangebied is gelegen in een peilgebied waarbij 4% van de netto toename aan verharding als open water moet worden gecompenseerd. Bij de hantering van de bergingsnorm gaat het om het benodigde oppervlak openwater op de hoogte van het streefpeil. Bij aanleg van natuurvriendelijke oevers geldt de volgende reductie op de bergingsnorm. 0,5% bij een talud van 1:4 en 1% bij een talud van 1:5 of flauwer.
Indien (vanwege lange termijn ontwikkelingen) een inrichtingsplan nog niet is uitgewerkt, wordt voor een indicatieve berekening van aan te leggen berging de toename van het verhard oppervlak ingeschat. Voor een bedrijventerrein wordt uitgegaan van een verhard oppervlak van 90% van het uitgeefbaar terrein (60% daken en 30% wegen en terreinen). Voor een woonwijk is dit een verhard oppervlak van 45% van het uitgeefbaar terrein (30% daken en 15% wegen en terreinen).
Bij de aanleg van oppervlakkige berging in de vorm van infiltratiebermen of wadi's is de bergingsnorm niet toepasbaar. Met behulp van een maatwerkberekening moet worden aangetoond dat bij maatgevende gebeurtenissen de alternatieve berging voldoende compensatie biedt. De huidige afvoersituatie mag niet verslechteren. U kunt contact opnemen met het waterschap om de aanpak te bespreken.
Schoon Water
Goede structuurdiversiteit
Streefbeeld
Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied.
Uitgangspunt
Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit.
Goed omgaan met afvalwater
Streefbeeld
Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan.
Uitgangspunt(en)
Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt.
Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd.
Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen.
Waterkwaliteit
Maatregelen in de wijk zullen moeten voorkomen dat verontreinigingen in het open water geraken. Deze maatregelen zullen zowel materiaalvoorschriften in de bouw betreffen als het voorkomen dat verontreinigingen via de verharding in het water belanden. Hierbij kan worden gedacht aan infiltratiebermen, wadi's en waar niet anders mogelijk afvoeren naar het vuilwaterriool. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen. Er dienen zo min mogelijk (sterk) uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). De uitwerking van het bouwplan zal hieromtrent worden afgestemd met het waterschap.
Proces
De nadere invulling zal geschieden in overleg met het Waterschap Zuiderzeeland, waarbij onder meer het beheer en onderhoud van het watersysteem nader zal worden uitgewerkt.
Bestemmingsplan
Het voorliggende bestemmmingsplan kent geen waterbestemming, maar bevindt zich binnen de hierboven beschreven structuur. De capaciteit blijft daarmee overeenkomstig de eerdere plannen, waarmee feitelijk voldaan wordt aan de eerder gestelde wateropgave voor dit gebied.
Hoofdopzet
Tussen Wijkplein Warande en Larserdreef zijn aanvankelijk 22 ruime bouwkavels aan weerzijden van de Buizerdweg gepland. Door de afnemende behoefte naar bouwkavels is er een nieuw woningbouwprogramma opgesteld. Hiertoe is het stedenbouwkundig plan ingrijpend gewijzigd.
De Buizerdweg (inmiddels hernoemd tot Buizerdlaan) wordt in het eindbeeld een laan en belangrijke fietsroute richting de Hollandse Hout. Aan één zijde komen bouwkavels grenzend aan de bestaande watergang. Aan de andere zijde komen twee-onder-één-kapwoningen. De nieuwe Westerdreef wordt ongeveer twintig meter uitgebogen en langs een parallelstraat worden rijwoningen gerealiseerd. Een landschappelijk ingepaste geluidwal zorgt voor geluidswering van de nieuwe Westerdreef. Het Olmenpark zal worden doorgetrokken tot aan de Westerdreef.
Op Wijkplein Warande worden grondgebonden stadswoningen (rijen) en levensloopbestendige rijwoningen toegevoegd en er is ruimte voor een appartementengebouw met een voorzieningenplint. De bebouwing krijgt voorkanten naar het plein en omsluit de groene pleinruimte. Hiermee krijgt Warande een levendig voorzieningencentrum. Om de betaalbaarheid van de rijwoningen te stimuleren is ervoor gekozen om de rijlengte iets langer te houden dan gebruikelijk. De variatie zal vooral worden gezocht in de architectuur. Het totale woningbouwprogramma omvat bijna 140 woningen.
Schets hoofdopzet De Olmen-Buizerdweg. De Westerdreef wordt uitgebogen en er komt bebouwing met voorzijden gericht op de Buizerdlaan en Westerdreef. Het Wijkplein wordt afgerond met nieuwbouw gericht op een groene pleinruimte.
De bouwhoogte in het plan varieert van twee tot drie bouwlagen voor de grondgebonden woningen en vier forse bouwlagen voor het appartementengebouw in Wijkplein Warande.De woonstraat Koriander wordt doorgetrokken en zorgt daarmee voor een goede aanhaking op de overige buurten in Warande. In bijlage 1 Stedenbouwkundig plan Olmen Buizerdweg is het stedenbouwkundig plan opgenomen inclusief legenda.
Stedenbouwkundig plan De Olmen-Buizerdweg
Verkeer, parkeren en inrichting openbare ruimte
De Westerdreef zal worden verlengd en krijgt via de nieuwe Warandedreef een 3e afslag op Rijksweg A6. De Buizerdlaan ter hoogte van Wijkplein Warande worden getransformeerd tot fietspad. Het nieuwe buurtje is in de eindsituatie per auto bereikbaar via de Ranonkellaan en Haagwinde. Het overig deel van de Buizerdlaan tot aan de Larserdreef wordt een fietsstraat. Een tweede auto-ontsluiting naar de buurt is mogelijk via de Parnassialaan en de Koriander
Ontsluitingsstructuur van Warande - De Olmen Buizerdweg.
De nieuwe Westerdreef krijgt in de eindsituatie een profiel met 2x2 rijstroken. Daartussen komt een groene middenberm met wadi's en een flinke bomenrij. Tussen de nieuwe dreef en de woonwijk komt een geluidwal.
De Buizerdlaan krijgt een laanprofiel, bestaande uit gazons en een dubbele bomenrij. De rijbaan wordt hierbij ingericht als fietsstraat. De Buizerdlaan wordt een belangrijke route voor fietsverkeer richting de Hollandse Hout (poort van Lelystad).
Dwarsprofiel Buizerdlaan
In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met de realisatie van een sociaal veilige fietstunnel onder de Westerdreef én een nieuw fietspad langs de Westerdreef. Deze fietsinfrastructuur komt pas aan de orde zodra Deelgebied 4 (Waterkop) wordt ontwikkeld. Het gebied zal in eerste instantie worden ontwikkeld zonder fietstunnel.
Situatie Wijkplein Warande
zonder fietstunnel situatie met fietstunnel
Het parkeren voor de vrijstaande woningen en twee-onder-één-kapwoningen wordt opgelost op eigen terrein met een deel bezoekersparkeren in de openbare ruimte. Het parkeren voor de rijwoningen wordt grotendeels opgelost met haaks parkeren in de openbare ruimte. Het parkeren ten behoeve van het appartementengebouw met voorzieningenplint c.q. maatschappelijke functies wordt afgewikkeld via een daarvoor gereserveerd bestaand parkeerterrein aan de achterzijde van de supermarkt en aangevuld met haaks parkeren nabij het gebouw.
Beeldregie
Deelgebied 1 in Warande is opgebouwd uit een aantal herkenbare buurtjes. De welstandscriteria voor De Olmen- Buizerdweg zijn gebaseerd op ruime bouwkavels en strookt niet met het nieuwe, veel omvangrijkere woningbouwprogramma. Om de ruimtelijke kwaliteit te borgen wordt het beeldregieplan herzien.
Qua sfeer wordt enerzijds aangesloten op het naastgelegen Olmenkwartier. Voor het gedeelte ten westen van de Koriander wordt aangesloten op de sfeer en architectuur van Wijkplein Warande. Na vaststelling door de gemeenteraad geldt deze 2e partiele herziening als onderdeel van de welstandsnota.
Planvorm
Dit bestemmingsplan betreft een herziening van het bestemmingsplan Gedeeltelijke herziening deelgebied 1 Warande (postzegels). In dat bestemmingsplan is een globale woonbestemming opgenomen waarbinnen voor wat het plangebied Warande - De Olmen Buizerdweg betreft, is opgenomen dat het maximum aantal te realiseren woningen 50 bedraagt.
In deze bestemmingsplanherziening is dat niet meer het geval. Op basis van het voorliggende bestemmingsplan kunnen dan ook meer woningen gerealiseerd worden binnen dit plangebied.
Bestemmingen
De bestemmingen in dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de bestemmingen uit het bestemmingsplan Warande fase 1, en de gedeeltelijke herziening deelgebied 1 Warande (postzegels), het plangebied kent drie bestemmingen.
Bos
De begrenzing van de bestemming Bos aan de oostzijde van het plangebied is gewijzigd ten opzichte van bestemmingsplan 'gedeeltelijke herziening deelgebied 1 Warande (postzegels). Het bosgebied is aanzienlijk vergroot in noordelijke richting.
De bestemmingsregeling is gelijk aan die van bestemmingsplan Warande - Olmenkwartier. Daarbij is geregeld dat binnen het bestemmingsvlak één jongeren ontmoetingsplek kan worden gerealiseerd.
Gemengd
De bestemming "Gemengd" heeft betrekking op een perceel waarop meerdere bouwlagen mogelijk zijn. De maximale bouwhoogte van het gebouw en het bebouwingspercentage is aangegeven op de plankaart.
Binnen het gebouw is ruimte in de plint voor lichte horeca, en voorzieningen, en appartementen en zorgwoningen in de bovengelegen bouwlagen.
In deze bestemming is onder 4.2.7 een voorwaardelijke verplichting bouwen en wonen opgenomen, om te borgen dat wordt voorzien in één parkeerplaats per woning.
Woongebied
Binnen de bestemming Woongebied is in een tabel per woningtype (vrijstaand, twee-onder-één-kap, en rijenwoningen), een aantal eisen vastgelegd. De afstand van de hoofdgebouwen tot de voorste perceelgrens zijn niet opgenomen in de tabel, maar worden bepaald door het bouwvlak dat is aangegeven in de plankaart. Bij woningtype 1 (rijwoningen) bedraagt de minimale afstand tot de voorste perceelgrens 2,0 meter. Bij de rijwoningen tegenover de MFA én de rijwoningen langs het Wijkplein Warande bedraagt de minimale afstand tot de voorste perceelgrens 1,0 meter. Bij woningtype 2 (twee-onder-één-kap) én woningtype 3 (vrijstaand) bedraagt de minimale afstand tot de voorste perceelgrens 4,0 meter.
De afstanden van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrenzen niet grenzend aan openbaar gebied zijn geregeld in de tabel. De afstanden van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrenzen ter plaatse van het openbaar gebied zijn bepaald in de plankaart.
Voor de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en bed-and-breakfast is aangesloten op de gebruikelijke mogelijkheden in Lelystad.
Tevens is een regeling opgenomen voor bijbehorende bouwwerken op het achtererfgebied en voor de voorgevel. Daarbij is een wat globaler kader gehanteerd, dat aansluit bij de aard van de regeling voor de hoofdgebouwen. Voorts is de in gemeente gebruikelijke regeling voor 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde' opgenomen.
Binnen deze bestemming is opgenomen in de Bouwregels dat vanaf de 3e bouwlaag binnen wonen-1 (sba-w1), een dove (geluiddichte) gevel dient te worden toegepast, ter hoogte van de in de geluidsrapportage genoemde waarneempunten 30, 39 en 40.
Het bos dat is opgenomen in het bestemmingsplan Olmenkwartier heeft een uitloper in het voorliggende plan. Gekozen is voor het handhaven van de bestemming bos voor deze uitloper in het plan.
Verkeer
De bestemming is uitsluitend bedoeld voor verkeerskundige doelen als wegen en straten, voet- en rijwielpaden.
Daarnaast zijn bijvoorbeeld nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, bermen en geluidswerende voorzieningen mogelijk. Door het toestaan van deze functies is flexibiliteit in het gebruik van de gronden met deze bestemming mogelijk.
Binnen de bestemming zijn gebouwen niet toegestaan. Ook grotere parkeerterreinen vallen niet binnen deze bestemming, vanwege de verblijfsfunctie. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn wel mogelijk. In dit geval gaat het bijvoorbeeld om palen en masten, bruggen en overige bouwwerken geen gebouwen zijnde.
In de bestemmingsregeling is een mogelijkheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwhoogtes.
In het kader van het bestemmingsplan Warande fase 1 is de financieel-economische haalbaarheid al aangetoond voor het gehele gebied Warande fase 1. Op grond van artikel 6.12 lid 2 Wro heeft de gemeenteraad op 24 november 2009 bij de vaststelling van het bestemmingsplan Warande fase 1 tevens besloten geen exploitatieplan vast te stellen, omdat het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plangebied Warande fase 1 begrepen gronden anderszins is verzekerd, namelijk via gronduitgifte door de gemeente. Deze wijze van verhaal van kosten is ook van toepassing op het bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg.
Een wettelijk onderdeel van het bestemmingsplan is om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van het project.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak
Het houden van inspraak is op grond van de Wet ruimtelijke ordening niet verplicht. Wel schrijft de Inspraakverordening Lelystad 2008 voor dat inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.
Aangezien het gehele plangebied al de bestemming wonen had, waardoor er geen sprake is van nieuw beleid, en omdat er ook geen sprake is van direct omwonenden die in hun belang getroffen worden door de wijziging/verschuiving van het woonprogramma binnen Warande, is voor dit bestemmingsplan geen inspraakprocedure doorlopen.
Vooroverleg-++++++++
Het voorontwerpbestemmingsplan is op 30 ma
+-art 2019 de volgende wettelijk verplichte overheden en belanghebbenden voorgelegd in het kader van het vooroverleg (artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening). De instanties zijn in de gelegenheid gesteld om vóór 11 mei 2020 in het kader van het vooroverleg te reageren op het voorontwerp bestemmingsplan.
Provincie Flevoland:
Op 8 mei is heeft de provincie aangegeven dat dit plan aan twee provinciaal ruimtelijke belangen raakt. Ten eerste raakt het aan de wettelijke taak voor toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en ten tweede aan de rol als BG voor de Natuurwetgeving met i.c. de stiktofdepositie op N2000 gebieden. Beide belangen worden in de toelichting afdoende onderbouwd. Ten aanzien van de stikstofdepositie wijst de provincie wel op het belang van borging van de genoemde fasering in de uitvoer.
De Veiligheidsregio / Brandweer Flevoland:
Op 7 april is de volgende reactie ontvangen.
Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van de dichtstbijzijnde risicobronnen Valspar/ Technoplating en buiten de 200 meter (explosie) zone van het spoor en rijksweg A6. Het plangebied ligt wel binnen het invloedsgebied van het spoor, vanwege het vervoer van toxische en zeer giftige vloeistoffen (<4 km). De verantwoording hulpverlening van het Besluit externe veiligheid transport routes (Bevt,) is hierdoor van toepassing. Het geldende bestemmingsplan voorziet echter al in een wettelijke basisbescherming, waarmee voldoende veiligheid voor de nieuwe (beperkt) kwetsbare functies wordt geboden/ geborgd.
Het aspect externe veiligheid en een verantwoorde hulpverlening, vormt hierdoor geen belemmering voor de nieuwe ontwikkeling/ bestemmingsplan.
Vitens
Geen reactie ontvangen.
Het Waterschap Zuiderzeeland:
Op 11 mei is bericht ontvangen van Watertoets/Waterschap Zuiderzeeland. Het Waterschap geeft aan dat de waterparagraaf in dit geval nog moet worden gecompleteerd met een aantal punten van de beleidsthema’s Schoon water en Voldoende water. Het beleidsthema Veiligheid is hier niet aan de orde. De Waterparagraaf is met genoemde punten gecompleteerd.
Zienswijzen
Het ter ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De stukken hebben met ingang van Het obp Warande- De Olmen Buizerdweg heeft voor een ieder ter inzage gelegen van 2 juli 2020 tot en met 12 augustus 2020.
Het plan was digitaal ( NL.IMRO.0995.BP00076-OW01 ) in te zien op www.ruimtelijkeplannen.nl en op de gemeentelijke website www.lelystad.nl Deze mogelijkheid werd ook geboden in het stadhuis.
Binnen de termijn is een aantal zienswijzen / inspraakreacties ontvangen: vijf individueel, één van twee personen en één van twee personen, zijnde voorzitter respectievelijk secretaris van de Belangenvereniging Bewoners Hollandse Hout (BBHH).
De Nota van Zienswijzen - met gemeentelijke reactie gaat verder op de materie in. Hier volstaat aan te geven dat in de regels een kleine wijziging heeft plaatsgevonden inzake de bouwregels. De wijziging in artikel 4 van de regels (ten opzichte van het ontwerp in het vast te stellen plan) ziet hier op, dat ten behoeve van drie waarneempunten op de tweede verdieping van de betreffende kopgevels een dove gevel zal worden toegepast om binnen de uiterste grenswaarde te blijven. Verwezen wordt ook naar hoofdstuk 4.1.1 van de toelichting.
Beroep
Als het bestemmingsplan is vastgesteld, zal dit besluit worden bekend gemaakt. De publicatie van het vaststellingsbesluit vindt (over het algemeen) plaats binnen twee weken na de vaststelling. Tijdens de daarop volgende inzagetermijn (6 weken) is het mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij een voorlopige voorziening is aangevraagd .