| Plan: | Warande - De Olmen Buizerdweg |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0995.BP00076-VG01 |
a. aan huis verbonden beroep: een dienstverlenend beroep, genoemd in bijlage 2, dat in of bij een (bedrijfs)woning wordt uitgeoefend, waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt. De desbetreffende beroepsuitoefening heeft een ruimtelijke uitstraling die in overeenstemming is (en blijft) met de woonfunctie;
b. bedrijfsmatige activiteit: aan huis verbonden bedrijfsmatige activiteit in een vorm die door de beperkte omvang kan worden uitgeoefend in een gebouw met een woonfunctie of een in een aangebouwd bijgebouw. De desbetreffende bedrijfsmatige activiteit heeft een ruimtelijke uitstraling die in overeenstemming is (en blijft) met de woonfunctie
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; (zie ook voor- en achterkantbenadering)
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd, dit met inbegrip van de oppervlakte van (overdekte) bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
het bieden van, ten opzichte van het hoofdgebruik, ondergeschikte mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt binnen de woning aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;
de grens van een bestemmingsvlak;
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
de grens van een bouwvlak;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
een grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten (in bp Buitengebied 2009 is toegevoegd: Een bouwvlak wordt aan de zij- en achterzijde omsloten door een erfsingel);
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
een niet zelfstandige woning waarbij sprake is van inwoning dan wel bijwoning, bestaande uit minimaal een woonkamer, een slaapkamer en een toiletruimte;
een overkapping, al dan niet aangebouwd aan een ander bouwwerk, bestaande uit een ruimte van lichte constructie, die van boven geheel of gedeeltelijk is afgesloten c.q. afgedekt en die van ten hoogste 2 aaneengebouwde wanden is voorzien;
(in bp Stadsrandgebied: afdak voor de stalling van een auto;)
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
de bouwlaag op de begane grond;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
de mogelijkheden om gronden en daarop toegelaten bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken;
een woning die rechtstreeks toegankelijk is op het straatniveau en waarvan één of meer van de bouwlagen aansluit op het maaiveld.
een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn functie, constructie en/of afmetingen, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken;
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een aqua-, navi- of viaduct of een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening;
een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt;
het op individuele basis, buiten organisatorisch verband, bieden van zorg aan personen die fysiek, psychisch of verstandelijk ernstig hulpbehoevend zijn;
de situatie, waarbij milieuaspecten dienen te worden beoordeeld, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. In het bijzonder dient er bij de situering en omvang van milieubelastende functies (o.a. bedrijven) op te worden gelet dat de uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies (o.a. woningen) zo weinig mogelijk wordt beperkt. Omgekeerd dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op te worden gelet dat bestaande milieubelastende functies zo weinig mogelijk in hun functioneren worden beperkt;
het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren;
voorzieningen ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, gasreduceerstations, pompstations, gemalen, telefooncellen, zendmasten en middelen voor (ondergrondse) afvalinzameling;
een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voorzover dat/die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent;
al of niet toegankelijke wegen,straten, pleinen, voet- of fietspaden, water en/of groen;
een grenslijn tussen bouwpercelen onderling;
het bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg met identificatienummer NL.IMRO.0995.BP00076-OW01 van de gemeente Lelystad;
de eerste volledige bouwlaag op of boven peil;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
grondgebonden woning waarbij het hoofdgebouw aan één of beide zijden tegen een andere woning is gebouwd.
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
een in stedenbouwkundig opzicht samenhangend straat- en bebouwingsbeeld, dat zich in het algemeen kenmerkt door:
woningtype bestaande uit een hoofdgebouw, waarbij de twee grondgebonden woningen een gemeenschappelijke tussen- of scheidingsmuur hebben. De twee met elkaar verbonden woningen hebben geen verbinding met andere hoofdgebouwen en zijn in p
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;
de naar het openbaar gebied gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar het openbaar gebied gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt;
erf tussen het openbaar gebied en de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; (zie ook voor- en achterkantbenadering);
grondgebonden woning waarbij het hoofdgebouw niet is aangebouwd tegen het hoofdgebouw van andere woningen en in principe rondom omgeven door tuin of erf;
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, dan wel twee of meer huishoudens in het geval een deel van de woningruimte wordt gebruikt als buidelwoning;
een gebouw dat één woning omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
een situatie waarbij, mede door de situering van om de woonfunctie liggende functies en bebouwing, in ieder geval sprake is van een redelijke daglichttoetreding, een redelijke mate van uitzicht en voldoende privacy, alsmede van afwezigheid van hinder;
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat met één of meer gemeenschappelijke toegangen en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
vanaf het dichtstbijzijnde punt van een (hoofd)gebouw tot de (zijdelingse) bouwperceelgrens;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
De voor Bos aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende voorzieningen, zoals:
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
De voor Gemengd aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbijbehorende:
wegen, straten en paden;
parkeervoorzieningen;
groenvoorzieningen;
geluidswerende voorzieningen;
nutsvoorzieningen;
kunstobjecten;
kunstwerken;
water;
speelvoorzieningen;
tuinen en erven;
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bouw- en reclameborden.
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen ten minste 1,00 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw;
b. aan-uit en bijgebouwen worden uitsluitend gebouwd in het achtererfgebied;
c. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw zal voldoen aan de volgende regels:
1. de gezamenlijke oppervlakte zal ten hoogste 50 m2 bedragen, indien de oppervlakte van een bouwperceel 500 m2 of minder bedraagt;
2. de gezamenlijke oppervlakte zal ten hoogste 10% van de oppervlakte van het bouwperceel tot een maximum van 100 m2 bedragen, indien de oppervlakte van een bouwperceel meer dan 500 m2 bedraagt;
d. de diepte van een aan de achtergevel van het hoofdgebouw gebouwde aan- of uitbouw zal tot ten hoogste 4,00 m bedragen;
e. de goothoogte van een aan- of uitbouw of een aangebouwd bijgebouw zal ten hoogste maximaal 0,3 m boven de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van het
hoofdgebouw bedragen en is niet hoger dan het hoofdgebouw;
f. een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw dient voorzien te zijn van een plat dak, tenzij een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw aan de zijgevel van een hoofdgebouw wordt gebouwd, in welk geval een kap is toegestaan, met dien verstande dat de bouwhoogte van de aan- of uitbouw of het aangebouwd bijgebouw ten hoogste de bouwhoogte van het hoofdgebouw verminderd met 1 m zal bedragen, met een maximum van 5,00 m;
g. de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
h. de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste 5,00 m bedragen;
i. in afwijking van het bepaalde in lid 4.2.2 lid a t/m h, gelden ten aanzien van carports de volgende regels;
1. de oppervlakte zal ten hoogste 25m2 bedragen;
2. de bouwhoogte zal ten hoogste 3,00 m bedragen;
3. carports dienen gerealiseerd te worden in het achtererfgebied.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:
het bepaalde in lid 4.1 in die zin dat de gronden en bouwwerken kunnen worden gebruikt ten behoeve van een bed & breakfast, indien de volgende voorwaarden in acht genomen worden:
1. maximaal acht slaapplaatsen in ten hoogste vier van elkaar afgescheiden ruimten voor nachtverblijf;
2. de kamers deel uit maken van het hoofdgebouw, aanbouw of aangebouwde bijgebouwen;
3. maximaal 30% van de bruto vloeroppervlakte van de gebouwen per bouwperceel ingericht worden voor de voorziening;
4. er op het eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor bezoekers aanwezig is, of dat uit een parkeeronderzoek blijkt dat er in de directe omgeving voldoende parkeerruimte is. De parkeernorm, zowel op eigen terrein als in de directe omgeving, is 1 parkeerplaats per gastenkamer;
5. het uiterlijk van de betreffende woning niet wordt aangetast, waarbij reclame maximaal een oppervlakte van 0,5 m² mag bedragen;
6. de bed & breakfast dient door in ieder geval één bewoner van de woning te worden uitgeoefend.
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat de Staat van Horeca-activiteiten en de Randvoorwaarden aan huis verbonden beroepen kan worden gewijzigd, mits de betreffende functie ter plaatse is beëindigd.
Het bouwen ten behoeve van deze bestemming is uitsluitend toegestaan als wordt voorzien in één parkeerplaats per woning.
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de hoogten genoemd in artikel 5.2.2 met 20%.
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeersveiligheid, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:
De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbijbehorende voorzieningen, zoals:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Tabel woningtypen, bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg
| Woningtype | I. Afstand tussen hoofdgebouw en zijdelingse perceelgrens | II. Afstand hoofdgebouw tot achterste perceelgrens |
III. Maximaal bebouwingsper- centage hoofdgebouw |
IV. Maximale korrelgrootte per gebouw-eenheid |
| W1: rijwoningen | - Hoekwoning: =1,0 meter aan één zijde 0,0 meter aan andere zijde |
= 7,0 meter |
40% | 8 woningen |
| W2: twéé-onder-één-kap | - woning: = 3,0 meter aan één zijde; 0,0 meter aan andere zijde |
= 7,0 meter | 30% | Twee woningen |
| W3: vrijstaand | -woning: = 3,0 meter aan beide zijden. |
= 7,0 meter | 30% | Eén woning |
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels:
hoofdgebouw bedragen en is niet hoger dan het hoofdgebouw;
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:
a. sublid 6.2.1 sub g ten behoeve van het verkleinen van de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrenzen voor woningtype W1, waarbij geldt dat deze afstand tenminste 1,0 meter bedraagt voor hoekwoningen niet grenzend aan het openbaar gebied;
b. sublid 6.2.1 sub g ten behoeve van het verkleinen van de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelgrenzen voor woningtype W2 en W3 tot 2,5 meter.
c. sublid 6.2.1. sub g voor het verhogen van het maximale aantal woningen in één rij (W1) tot maximaal 9;
d. sublid 6.2.2. sub c in die zin dat de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen per hoofdgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 80 m2 mits:
*de afwijking bij een omgevingsvergunning uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van de huisvesting van (een) mindervalide(n);
*de noodzaak voor de extra bebouwing wordt aangetoond door een daartoe strekkende verklaring van het Centraal Indicatieorgaan voor de Zorg (CIZ);
e. sublid 6.2.3 sub c en toestaan dat de bouwhoogte van een erfafscheiding in het voorerfgebied op tenminste 1m achter de voorgevel, maximaal 2m bedraagt;
f. sublid 6.2.2 sub a en b en toestaan dat aan- en uit- en bijgebouwen buiten het achtererfgebied kunnen worden gebouwd;
g. sublid 6.2.2 sub a, b en h en toestaan dat erkers en carports worden gebouwd buiten het achtererfgebied mits:
* de afstand van de erker of carport tot de voorste perceelsgrens ten minste 1,5 m. bedraagt;
* de carport wordt geplaatst vóór een garage;
* de carport niet is voorzien van nieuwe/toegevoegde wanden.
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:
a. het bepaalde in lid 6.1 in die zin dat de gronden en bouwwerken kunnen worden gebruikt ten behoeve van een bed & breakfast, indien de volgende voorwaarden in acht genomen worden:
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Binnen de aanduidingen 'geluidzone - weg 53 dB ' en 'geluidzone - weg 58 dB' is het bouwen of uitbreiden van geluidgevoelige objecten niet toegestaan, tenzij voldaan wordt aan de geldende voorkeursgrenswaarde danwel voldaan wordt aan een vastgestelde hogere grenswaarde.
Tot een strijdig gebruik met de bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend:
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de milieusituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van:
Als gemeente wordt als vertrekpunt 0,3 parkeerplaats van het totaal aantal noodzakelijke parkeerplaatsen in de openbare ruimte aangelegd (=parkeren bezoekers). De overige parkeerplekken zullen als vertrekpunt op eigen terrein gesitueerd moeten worden.
Bij een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 12.1 Parkeerregels.
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Warande - De Olmen Buizerdweg
Behorend bij het besluit van de gemeenteraad d.d. <datum>.