| Plan: | Poststraat Stavenisse |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0716.BPPoststraatSTA-VG01 |
Het voornemen van de gemeente Tholen is om de bouw van 32 woningen nabij de Poststraat in Stavenisse mogelijk te maken. Het gaat hier om een kleine woonwijk. In de huidige situatie ligt op deze gronden de bestemming 'Agrarisch'. Het realiseren van een kleine woonwijk past hier niet binnen.
Elke kern in de gemeente Tholen is uniek en heeft eigen karakteristieke kenmerken en kwaliteiten. De gemeente wil dat het als geheel een aantrekkelijk woongebied is en blijft, zowel voor de huidige inwoners als voor mensen van buiten de gemeente. Daarom zetten ze in op het behouden en versterken van de bestaande (woon)kwaliteiten in de kernen en het buitengebied. Ze streven naar een woningvoorraad die divers, betaalbaar en duurzaam is, passend bij de huidige en toekomstige woonbehoefte van de inwoners. Daarbij zetten ze onder andere in op een aantrekkelijke en gevarieerde nieuwbouw.
Om de ontwikkeling van de nieuwe woonwijk mogelijk te maken, moet de bestemming te worden gewijzigd. Dit bestemmingsplan maakt de nieuwe woonwijk planologisch mogelijk.
Het nieuwbouwplan ligt aansluitend aan de zuidoostelijke rand van het bebouwingsgebied van de kom van Stavenisse. Het plan bevindt zich achter de eerstelijns bebouwing van de Poststraat en de Dokter Zoetemanstraat. Ten noordwesten daarvan bevindt zich de overige kombebouwing van Stavenisse. Deze bebouwing wordt aan de noordzijde begrensd door de Winkelzeesche Watergang. Ten oosten van het plangebied bevindt zich het buitengebied van Stavenisse, waar de gebiedsontsluitende Poststraat verder gaat als provinciale Stavenisseweg/N286. Het plangebied bestaat uit de volgende kadastrale percelen:
Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: PDOK, bewerking Juust)
Het doel van dit bestemmingsplan is woningbouw planologisch mogelijk te maken. Het vaststellen van dit bestemmingsplan vormt de basis om met één of meer omgevingsvergunningen de uitvoering van het plan mogelijk te maken.
Dit bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, regels en een verbeelding. Deze toelichting bestaat naast dit inleidende hoofdstuk uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt het initiatief toegelicht en de daarbij horende juridische regeling. Hoofdstuk 3 beschrijft het geldende beleidskader. Vervolgens worden in hoofdstuk 4 de verschillende omgevingsaspecten beoordeeld. In hoofdstuk 5 wordt tot slot de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
Het plangebied is een agrarisch perceel waarop (momenteel) aardappelen worden verbouwd. Aan de westkant van het plangebied is een watergang aanwezig. Dit betreft een sloot met steile oevers, een laag waterpeil en vrijwel volledig begroeid met rietvegetatie. Verder naar het westen is een woonwijk gelegen. In deze woonwijk zijn verschillende woningtypen gerealiseerd: aaneengebouwd, geschakeld en vrijstaand.
Het perceel is in eigendom van de gemeente Tholen, maar is in gebruik door het naastgelegen akkerbouwbedrijf. Op de onderstaande afbeelding is het akkerbouwbedrijf te zien aan de linkerkant.
Afbeelding 2 | Huidige situatie plangebied vanaf de Poststraat (bron: Google Maps)
Het voornemen is om een kleine woonwijk te realiseren. Het woningbouwprogramma bestaat uit 5 vrijstaande woningen, 8 twee-onder-één-kapwoningen en 19 rijwoningen (zie afbeelding 3). In totaal 32 woningen. De bruto woningdichtheid is ongeveer 20 woningen per hectare. Het plan voorziet in ongeveer 44% aan uitgeefbare gronden, 24% verharding, 28% aan groen en 4% aan water.
Afbeelding 3 | Toekomstige situatie plangebied (bron: Gemeente Tholen)
Het plangebied wordt aan noord- en zuidkant ontsloten op de Dokter Zoetemanstraat. Hierdoor wordt op twee locaties de bestaande watergang aan de westkant doorkruist. De ontsluitingen worden met één straat met elkaar verbonden. Aan deze straat zijn 52 openbare parkeerplaatsen voorzien. Verder is aan de oostkant van het plangebied een watergang en vijver gelegen. Rondom het water is groen voorzien. In het midden van de woonwijk is een plaats voor een aantal speelvoorzieningen beoogd.
Ter plaatse van het plangebied geldt grotendeels het bestemmingsplan 'Buitengebied Tholen' van de gemeente Tholen. Dit bestemmingsplan is op 19 december 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn in dit bestemmingsplan bestemd voor 'Agrarisch' (zie onderstaande afbeelding). Daarnaast geldt ter plaatse van de ontsluitingen van het plangebied het bestemmingsplan 'Kommen gemeente Tholen'. Dit bestemmingsplan is op 14 maart 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. Hier zijn de bestemmingen 'Water' en 'Groen' van toepassing. Verder is de 'Parapluherziening Parkeren Tholen' en de 'Parapluherziening Woonvormen' van de gemeente Tholen van toepassing. De bijbehorende regels zijn in dit bestemmingsplan overgenomen.
Afbeelding 4 | Uitsnede geldend bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)
Binnen de bestemming 'Agrarisch' is het niet mogelijk om een woonwijk te realiseren. Evengoed is het niet mogelijk om binnen de bestemmingen 'Water' en 'Groen' een verkeersontsluitingsweg te realiseren. Daarnaast ligt op het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 3' en voor een klein deel de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2'. Zie paragraaf 4.2 Archeologie en cultuurhistorie voor de toetsing hieraan.
Verder geldt de gebiedsaanduiding 'overige zone - afwegingszone woon en verblijfsgebied'. De voor 'afwegingszone - woon- en verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede aangeduid voor het waarborgen van de belangen van aangrenzende woonkernen en verblijfsrecreatieve terreinen. Rond woongebieden, verblijfsrecreatieve terreinen en natuurgebieden wordt een afwegingszone van 100 m in acht genomen. In de aanduidingsomschrijving is opgenomen dat bij ontwikkelingen in deze zone rekening gehouden moet worden met het aangrenzende gebied. In dit geval de bestaande woonwijk. Met het realiseren van een nieuwe kleine woonwijk vormt het geen belemmering voor het aangrenzende gebied.
Er is gekozen om een flexibel bestemmingsplan op te stellen. Hiervoor is de bestemming 'Woongebied' opgenomen. Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 32 grondgebonden woningen. Naast het aantal woningen is het mogelijk om gebouwen met een maximum goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 10 meter te realiseren. Binnen de bestemming 'Woongebied' zijn grondgebonden woningen met bijbehorende bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogelijk. Verder ook andere functies zoals parkeren, verkeersruimte, ontsluitingswegen, groenvoorzieningen, water en speelvoorzieningen.
In de Wet ruimtelijke ordening met bijbehorende Besluit ruimtelijke ordening heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van de gemeente, provincies en het rijk. In de ministeriële 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening' hierna (Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP 2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen, die tot doel heeft om te komen tot een geüniformeerde en gestandaardiseerde opzet van bestemmingsplannen in Nederland. Deze methodiek is onverkort gevolgd. Het bestemmingsplan is daarbij tevens digitaal vervaardigd en is daarom ook digitaal raadpleegbaar via internet.
Naast het feit dat de bestemmingen, aanduidingen en weergave van de verbeelding gestandaardiseerd zijn, vloeit de redactie van de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti dubbeltelbepaling rechtstreeks voort uit het Besluit ruimtelijke ordening. De beleidsmatige inhoud van het bestemmingsplan is niet gestandaardiseerd. De gemeente behoudt haar vrijheid ten aanzien van de inhoud en vormgeving aangaande de toelichting.
Verbeelding
De verbeelding geeft de bestemmingen weer. Binnen de bestemmingsvlakken kunnen bouwvlakken, bouw-, gebieds-, functie-, en maatvoeringsaanduidingen aangegeven worden, waarbinnen een aantal specifieke bouwregels en functies kunnen worden aangegeven. Deze hebben juridische betekenis, omdat daar in de regels naar wordt verwezen. De topografische ondergrond die gebruikt is als basis voor de verbeelding heeft geen juridische status.
Regels
Algemeen
De regels bevatten bepalingen over het gebruik van de gronden, over de toegelaten bebouwing en bepalingen betreffende het gebruik van op te richten bouwwerken. De regels zijn, conform de wettelijk verplicht gestelde SVBP 2012, onderverdeeld in vier hoofdstukken:
- Hoofdstuk 1 Inleidende regels
- Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
- Hoofdstuk 3 Algemene regels
- Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Inleidende regels
Begripsbepalingen en Wijze van meten
De inleidende regels omvatten de begripsbepalingen en de bepalingen omtrent de wijze van meten. De begripsbepalingen geven de definities over de in de regels gehanteerde begrippen met betrekking tot bouwen en functies. De wijze van meten geeft uitsluitsel over de wijze waarop afstanden, hoogtes, oppervlakte etc. moeten worden gemeten.
Bestemmingsregels
Groen
Deze bestemming heeft betrekking op de binnen het plangebied aan te leggen en reeds aanwezige groenvoorzieningen. De groenbestemming is met name bedoeld voor de te realiseren windhagen die dienen voor de beperking van optredende drift van toxische stoffen op woonpercelen tijdens bespuitingen van aangrenzende agrarische gewaspercelen. De in deze bestemming opgenomen bouwmogelijkheden zijn beperkt; enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden toegestaan. De maximale maten staan in de bouwregels.
Woongebied
Deze bestemming is van toepassing op gronden die voor woningbouw worden uitgegeven. De gronden zijn dan ook bestemd voor de woonfunctie. Ook bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals tuinen, wegen, paden, verblijfsgebieden, groenvoorzieningen en water zijn toegestaan. Ook binnen een woongebied voorkomende functies, zoals nutsvoorzieningen, kleinschalige speelvoorzieningen, ontmoetingsplaatsen, geluidwerende voorzieningen, parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, water-infiltratie en watertransportvoorzieningen mogen worden opgericht.
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen, dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijv. ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen.
Algemene bouwregels
Dit artikel bevat een aantal algemene bepalingen ten aanzien van het overschrijden van de bouwgrenzen van verschillende bij gebouwen horende elementen.
Algemene afwijkingsregels
In deze regels wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij omgevingsvergunning af te wijken van de maximum toegestane bouwhoogte en voor het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bouwgrenzen voor zover dit voor een praktische uitvoering van het plan noodzakelijk is.
Algemene wijzigingsregels
In dit artikel is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken die niet met een omgevingsvergunning voor afwijken geregeld kunnen worden, zoals het overschrijden van bestemmingsgrenzen.
Overige regels
Tevens is een regeling opgenomen die waarborgt dat er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid bij nieuwbouw.
Overgangs- en slotregels
In deze regels is het overgangsrecht vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven. Als laatste is de slotbepaling opgenomen, welke bepaling zowel de titel van het plan als de regels bevat.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten:
Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes:
De beleidsdoorwerking van de NOVI vindt plaats door middel van wet- en regelgeving, NOVI-gebieden, Gebiedsagenda's Grote Wateren en de Omgevingsagenda's. Het beleid heeft derhalve geen directe doorwerking voor dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan sluit wel aan bij de prioriteit 'Sterke en gezonde steden en regio's.
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
Bij alle ruimtelijke plannen streeft het Rijk naar zorgvuldige afwegingen en heldere besluitvorming. Dit doet het Rijk via het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6). De Ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Ladder luidt als volgt:
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd. De jurisprudentie geeft op het gebied van woningbouw wel een constante lijn aan. Bouwplannen met minder dan 12 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling.
In dit geval is er sprake van de ontwikkeling van maximaal 32 woningen en daarmee is de ontwikkeling dus aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. De locatie is bestemd als 'Agrarisch' waarbinnen grondgebonden agrarische bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. Op de locatie is geen (agrarisch) bouwvlak gelegen. Er zijn daarom geen bebouwingsmogelijkheden. De gewenste ontwikkeling zorgt daarom voor nieuw beslag op de ruimte.
De toelichting van een ruimtelijk besluit moet een beschrijving bevatten van de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Zie voor de toetsing hieraan de paragrafen 3.2 Provinciaal beleid en 3.3 Gemeentelijk beleid. Hieruit blijkt dat wordt voldaan aan de kwantiatieve en kwalitatieve behoefte.
Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied (BSG) is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Artikel 1.1.1 Bro geeft als definitie van bestaand stedelijk gebied:
Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.
Naast de hiervoor genoemde definitie van bestaand stedelijk gebied, blijkt uit jurisprudentie dat ook de geldende bestemming van een plangebied relevant kan zijn. Geldt er bijvoorbeeld een agrarische bestemming die de ontwikkeling ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca niet mogelijk maakt, dan is veelal géén sprake van BSG. De planlocatie heeft momenteel een agrarische bestemming. Het nieuwe bestemmingsplan maakt daarmee een ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk.
Binnen het bestaand stedelijk gebied van Stavenisse is geen ruimte beschikbaar voor de realisatie van een kleine woonwijk van 32 woningen. Het realiseren van een kleine woonwijk aan de oostzijde, binnen de zone 'afwegingszone woon- en verblijfsgebied', is een passende locatie. De kleine woonwijk kan op deze manier ontsloten worden op de naastgelegen wijk via de Dokter Zoetemanstraat. Hierdoor is er meer sprake van een uitbreiding van een bestaande woonwijk. Daarnaast is het extra verkeer aan deze kant van Stavenisse sneller af te wikkelen op de nabijgelegen Stavenisseweg/N286.
Op basis van het bovenstaande wordt voldaan aan de Laddertoets. Voor het overige zijn geen regels opgenomen die specifiek op deze situatie van toepassing zijn. Het rijksbeleid verzet zich niet tegen de ontwikkeling.
Omgevingsvisie Zeeland
De Provincie Zeeland heeft de Zeeuwse Omgevingsvisie op 21 november 2021 vastgesteld. Deze visie benoemd de vier Zeeuwse ambities voor 2050 voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Deze sluiten aan bij de prioriteiten van de NOVI en geven daar een Zeeuwse invulling aan. De Zeeuwse ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn:
Deze vier Zeeuwse ambities vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht -zoals aangegeven in de NOVI- zijn in de Omgevingsvisie vertaald naar vier afwegingsfactoren. Deze zijn nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen maken bij concrete initiatieven en activiteiten in Zeeland. Deze afwegingsfactoren zijn:
De vier ambities zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Deze moeten ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030). In de Omgevingsvisie Zeeland is dan ook het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt waarbij het beleid voor de komende 10 jaar is weergegeven en waarvoor instrumenten, waaronder de Zeeuwse Omgevingsverordening, kunnen worden ingezet. In de Zeeuwse Omgevingsverordening, welke nog vastgesteld moet worden, is het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie verankerd.
Ten aanzien van de ambitie 'Uitstekende wonen, werken en leven in Zeeland' zijn de bouwstenen 'woningvoorraaard' en 'woonomgeving' relevant. Voor de woningvoorraad is de doelstelling ''Een toekomstbestendige en CO2-neutrale woningvoorraad die in kwaliteit en kwantiteit aansluit op de vraag.''. Naast de uitbreidingsbehoefte van de Zeeuwse woningvoorraad moet de focus van het woonbeleid ook op de bestaande voorraad komen te liggen. Voor de bouwsteen 'woonomgeving' is de doelstelling: ''Onze woonomgeving is veilig en klimaatadaptief, lokt gezond gedrag uit en draagt bij aan biodiversiteit.''. Hierin speelt toekomsbestendige woongebieden op de goede plek een belangrijke rol. Verder is water in de nabijheid van de woonomgeving gunstig voor de waardeontwikkeling van woningen, en bied ook kansen voor ontwikkeling van natuur en groen. Daartegenover staan een aantal consequenties zoals de waterveiligheid van oevers (bereikbare oevers voor spelende kinderen), ontwikkeling van plaagdieren (muggen, ratten, e.d.) bij zomerse temperaturen. De beste waterberging zit wat dit betreft in de ondergrond door gebruik te maken van infiltratie waar dat mogelijk is.
Kwalitatief Woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ)
Woningbouwprojecten hebben een gemeentegrensoverschrijdende impact. Ten aanzien van het thema 'Wonen' is het provinciaal belang dat de regionale woningmarkten goed functioneren. Gestreefd moet worden naar een woningvoorraad die qua omvang, locatie en type is afgestemd op de woonwensen van de Zeeuwse huishoudens. Om die reden is regionale afstemming nodig over woningbouwplannen. Dit is vormgegeven door vaststelling van de regionale woningmarktafspraken. Om de provinciale ambitie van een toekomstbestendige woningvoorraad in 2040 te kunnen halen heeft de provincie, in samenwerking met alle Zeeuwse gemeenten, een uitgebreide woningmarktanalyse laten uitvoeren door Stec-groep. Dit betreft het Kwalitatief Woningmarkt Onderzoek Zeeland 2019 (KWOZ). Daarna zijn de cijfers van de provinciale bevolkings- en huishoudensprognose geactualiseerd. De belangrijkste conclusies zijn:
Met de gewenste ontwikkeling is sprake van een toekomstbestendige en CO2-neutrale woonwijk. Door de woonwijk te realiseren aansluitend aan het bestaand stedelijke gebied, waarin groen en water een plek krijgt, wordt ingespeeld op een toekomstigbestendig woongebied op de goede plek. Daarnaast speelt het plan in op de aanhoudende groei van de groep gezinnen en de daarbij te verwachten behoefte aan grondgebonden koopwoningen. De gewenste ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
Woondeal Zeeland
Op 6 maart 2023 hebben betrokken partijen hun handtekening gezet onder de Zeeuwse Woondeal. Het doel is 16.500 nieuwe woningen in Zeeland te bouwen. De samenwerking van de partijen moet ervoor zorgen dat er sneller en meer betaalbare huur- en koopwoningen komen in Zeeland. Tholen heeft zich geconformeerd aan de aantallen nieuw te realiseren woningen zoals in de woondeal opgenomen, zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 5 | Aandeek gemeente Tholen bouwopgave (bron: Zeeuwse Woondeal)
In de woondeal zijn percentages opgenomen waar nieuwe woningbouwlocaties aan moeten voldoen in relatie tot betaalbaarheid en beschikbaarheid voor de doelgroep. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de percentages uit de woondeal zich verhouden tot het project Poststraat Stavenisse.
| Aantal woningen Poststraat Stavenisse | Percentages woningen Poststraat Stavenisse | Percentages Woondeal | Verschil | |
| Sociale huur | 6* | 18,8% | 30% | 11,2% |
| Huurwoningen vanaf sociaal tot € 1000,- per maand | Koopwoningen in klasse < €355.000 zijn ook geschikt eventueel voor verhuur. Afspraken met ontwikkelaar nader te maken | 2% | ||
| Koopwoningen < € 355.000,- | 13 | 40,6% | 23% | 17,6% |
| Vrije sector > €355.000,- | 13 | 40,6% | 43,5 % | 2,9% |
| Betaalbaar door splitsing | Nvt. | 1,5% | Nvt. | |
| Totaal Betaalbaar | 19 | 59% | 57% | 2% |
* Richtaantal in overleg tussen Gemeente en Stadlander. Definitief aantal nader te bepalen.
Woningcorporatie Stadlander geeft aan dat in Stavenisse de vraag naar sociale huur beperkt is. Daarom wordt de vraag in Stavenisse voornamelijk gekenmerkt door een vraag naar koopwoningen. Er zijn niet veel nieuwbouwplannen in Stavenisse dus moet er zorgvuldig om worden gegaan met de typologieën binnen de locaties. Voor de locatie Poststraat wil de gemeente een groot aandeel betaalbare woningen creëren. Uit de bovenstaande tabel kan er geconcludeerd worden dat ze in Poststraat II conformeren aan de 57% betaalbaar uit de Woondeal. In de koopsector ligt het percentage van betaalbare woningen op circa 41%, en hiermee realiseren ze zelfs een stuk meer dan de voorgeschreven 23% in de Woondeal. Wat betreft sociale huur halen ze het afgesproken percentage uit de woondeal niet. Het plan heeft een beperkte ruimte en ze willen zo veel als mogelijk de markt bedienen door aansluiting te zoeken bij de marktvraag. Meer sociale huur gaat ten koste van het aanbod betaalbare koopwoningen, waar in Stavenisse meer behoefte aan is.
De gemeente voldoet aan de 57% betaalbaarheid waar ze in de woondeal aan hebben geconfirmeerd. Echter is in de Poststraat II alleen voor een andere verhouding huur- en koop gekozen om de marktvraag te bedienen.
Omgevingsverordening Zeeland 2018
De Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat net als het Omgevingsplan ook over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2 welke gaat over het ruimtelijk domein van belang.
Hierin zijn onder andere regels voor uitbreiding van bedrijventerreinen en woonwijken, bescherming van natuurgebieden en regionale waterkeringen opgenomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking komt in het provinciaal beleid, net als in het rijksbeleid, ook naar voren. Gestreefd wordt naar een woningvoorraad die qua omvang, locatie en type is afgestemd op de woonwensen van de Zeeuwse huishoudens.
Tholen maakt als zelfstandige woningmarktregio binnen Zeeland woningmarktafspraken met de provincie. De woonagenda is samen met de Thoolse woonvisie de basis voor de regionale woningmarktafspraken en ondersteunt de uitvoering hiervan door samenwerking, kennisontwikkeling en financiële regelingen (zie paragraaf 3.3 Gemeentelijk beleid).
Provinciaal beleid staat de vaststelling van het plan niet in de weg.
Toekomstvisie Tholen 2025
In de toekomstvisie voor de gemeente Tholen is de visie in hoofdlijnen voor het lange termijn beleid van de gemeente vastgelegd. Deze visie vormt het 'casco' waarbinnen ontwikkelingen de komende decennia kunnen plaatsvinden. Daarnaast wordt een uitwerking op de visie gegeven. Hierbij zijn verschillende thema's die betrekking hebben op wonen, werken en leven op Tholen uitgewerkt.
Het thema dat relevant is voor de gewenste ontwikkeling is 'Wonen'. Met betrekking tot het thema 'wonen' wordt in de visie gesteld dat behoefte is aan meer woningkwaliteit. Hierbij is het van belang om de markt leidend te laten zijn, zodat zowel voldaan kan worden aan de vraag van de eigen inwoners als aan de woonwensen van nieuwkomers. Hierbij is het wenselijk om meer binnen de bestaande kernen te bouwen en minder uit te breiden. Het concentratiebeleid, waarbij nieuwbouw vooral was bestemd voor de drie grootste kernen, wordt hierbij losgelaten; het moet zelfs mogelijk zijn om woningbouw in een bijzondere omgeving te realiseren, bijvoorbeeld aan het water of op het platteland. Wel is het van belang om nieuwe woningen zoveel mogelijk levensloopgeschikt te bouwen.
Woonvisie gemeente Tholen 2021-2026
In oktober 2021 is de Woonvisie 2021-2026 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze visie gaat uit van het behouden en versterken van de bestaande woonkwaliteiten in de kernen en het buitengebied. Als gemeente wordt gestreefd naar een diverse, betaalbare en duurzame woningvoorraad, passend binnen de huidige en toekomstige woonbehoefte.
Uit de woonvisie is de paragraaf 'Aantrekkelijke en gevarieerde nieuwbouw' van toepassing. Tot 2030 verwacht de gemeente op basis van de provinciale prognose (2019) nog een groei van circa 1.000 huishoudens. De verwachting is dat deze groei richting 2040 verder door zal zetten met tenminste nog eens 700 huishoudens. De groei wordt vooral verwacht in de grotere kernen met meer voorzieningen, zoals Tholen, Sint-Annaland en Sint-Maartensdijk.
Nieuwbouwplannen moeten bestaan uit een gedifferentieerd aanbod aan woningen. De gemeente streeft bij nieuwe woningbouwplannen dan ook naar een mix van woningen in zowel de koop, sociale huur- en vrijesectorhuur. Ze zetten hierbij extra in op het bouwen voor doorstroming. Binnen het levensloopbestendige segment zien we vooral behoefte aan vrijesectorhuur, ruimere koopwoningen en sociale huurwoningen. Bij het ontwikkelen van nieuwe plannen houden ze het rustige, ruimtelijke, kleinschalige karakter van Tholen in het oog. Ze ontwikkelen gedifferentieerde wijken waarin verschillende doelgroepen kunnen wonen. Voor elke locatie wordt daarom geanalyseerd wat ten behoeve van de leefbaarheid en klimaatadaptatie de meest passende invulling is. Dit heeft als consequentie dat ze, om in de woonbehoefte te voorzien, ook uitbreidingslocaties ontwikkelen. De gemeente werkt met een volkshuisvestelijk afwegingskader voor nieuwe woningbouwplannen. Dit helpt de gemeente en initiatiefnemers om plannen te ontwikkelen die aansluiten bij de kwalitatieve woningbehoefte.
Afwegingskader woningbouw gemeente Tholen
Het afwegingskader is een instrument dat wordt toegepast om plannen op volkshuisvestelijk gebied te beoordelen. Het dient de volgende doelen:
Voor de toetsing van woningbouwplannen wordt het stroomschema doorlopen:
Toetsing ad. 1:
Uit paragraaf 3.2 Provinciaal beleid blijkt dat er vooral behoefte is aan nultreden/levensloopbestendige woningen. Dit betreffen zowel grondgebonden woningen als appartementen. Verder is er behoefte aan reguliere grondgebonden woningen. De vraag naar levensloopbestendige woningen en reguliere grondgebonden woningen is qua prijssegment redelijk evenredig verdeeld. De gemeente zet daarom vooral in op plannen met een gedifferentieerd aanbod aan woningen. Met de gewenste ontwikkeling wordt vooral ingezet op grondgebonden (koop)woningen. Mogelijk wordt een deel van de woningen aangeboden als huurwoning. Door het diverse aanbod in deze kleine woonwijk is makkelijker en sneller wooncarriere te maken. Verder is het aannemelijk dat de vrijstaande woningen als levensloopbestendig worden gerealiseerd. Door het realiseren van levensloopbestendige woningen wordt voorzien in de behoefte aan huisvesting voor senioren en het creëren van doorstroming.
Toetsing ad. 2:
Uitgangspunt is dat woningen voldoen aan de wettelijke vereisten op het gebied van duurzaamheid. Extra ambities op dit gebied zijn een pré. Het is te verwachten dat de energiezuinigheid van de woningen boven de normen van het Bouwbesluit ligt: woningen zijn volledig energieneutraal. Er kan gebruik worden gemaakt van een collectief warmtesysteem. In het plan wordt voorzien in waterberging.
Op basis van het bovenstaande kan een score van 5 punten worden gehaald. Hiervan zijn 2 punten op de invulling van de kwalitatieve behoefte. Hierdoor is de gewenste ontwikkeling positief beoordeeld op basis van de afwegingskader.
Woningbouwprogramma gemeente Tholen 2022-2031
Als uitgangspunt voor het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Tholen de provinciale bevolkings- en huishoudenprognose uit 2022. Hierin wordt een woningbehoefte voorzien van 1651 woningen tot 2032. De prognose van 2022 is een stuk hoger dan de voorgaande prognose uit 2019, 1651 ten opzichte van 1069 woningen. De harde plancapaciteit (het totaal aantal woningen in onherroepelijk geworden bestemmingsplannen) bedraagt op dit moment 342 woningen. Vanwege de afronding van een aantal projecten en de huidige druk op de woningmarkt ligt bij de verdeling van woningen de focus met name op de eerste drie jaar van de planning. Daarnaast houdt de gemeente Tholen bij toekomstige ontwikkelingen die niet (direct) gerelateerd zijn aan woningbouw de vraag in het achterhoofd of hier een kans ligt voor toekomstige woningbouwplannen. Het gaat daarbij zowel om herstructureringslocaties als nieuwbouwlocaties.
Met de nieuwe prognose is in de planning ruimte gekomen om ook een aantal plannen op te nemen die nog in de kinderschoenen staan. Eén plan daarvan is de ontwikkeling van de Poststraat (zuid) met 32 woningen. Het is een belangrijke ontwikkeling voor de kern Stavenisse. In vergelijking met de andere kernen zou Stavenisse, zonder dit plan, na 2024 geen woningbouw meer op de planning hebben staan. De enige uitzondering is Scherpenisse. Echter is deze kern gelegen tussen Sint-Maartensdijk en Poortvliet. Scherpenisse is een kern die vrij solitair is gelegen. Het is gewenst om wooncarriére te maken binnen de kern het het voorzieningenaanbod in stand te houden en/of uit te breiden.
Welstandsnota
In de Welstandsnota gemeente Tholen zijn algemene welstandscriteria en gebiedsgericht welstandsbeleid voor het bouwen vastgelegd. Het gaat hiebij onder meer om toetsing aan criteria als plaatsing/situering van het bouwwerk, massavorm, gevelopbouw, materialen en kleuren, compositie massa-onderdelen (geledingen), gevelindeling/vormgeving, gevelelementen en detaillering.
Door het college van burgemeester en wethouders is bepaald, dat het beoogde woningbouwproject welstandsvrij is. Dit betekent, dat geen toetsing aan het welstandsbeleid plaats zal vinden. Een nadere bechouwing van het welstandsbeleid is dan ook achterwege gelaten.
Groenplan 2019-2023
De gemeente Tholen heeft het groenbeleid vastgelegd in het groenplan 2019-2023. Dit plan is door de gemeenteraad in december 2018 vastgesteld. Er is omschreven hoe de gemeente omgaat met het groen, hoe het groen ingericht wordt en hoe het groen wordt beheerd. Er staat verwoord hoe de waarde die openbaar groen heeft in de kernen kan worden vergroot en wat daarvoor nodig is. In het groenplan worden voor elke kern de projecten genoemd die uitgevoerd zullen worden om op termijn de gewenste kwaliteit te krijgen.
Voor Stavenisse gaat het hierbij om het inzetten op hoogwaardige openbare ruimte en een passende groenstructuur van het centrum. Hiervoor dienen structuurbepalende lijnen (vaak onderdeel van de hoofdontsluitingsstructuur) en de dorpsentrees extra herkenbaar te worden gemaakt door het aanbrengen van een passende groenstructuur. Daarnaast gaat het in Stavenisse om het behouden en versterken van de diversiteit (randen) van het dorpsbos.
Ter plaatse van het plangebied is een dorpsrand beoogd en projectnummer 4 opgenomen (zie afbeelding 5). Bij nieuwe ontwikkelingen (uitbreiding) de dorpsrand inpassen met groenzones die aansluiting vinden bij het omringende landschap. De groenzones bestaan uit opgaande beplanting, bomen en gras en hebben een breedte van 10 tot 15 meter. Het is wenselijk om hier eenvoudige paden in aan te leggen en verbindingen te maken naar aangrenzende delen van het dorp, zodat ze gebruikt kunnen worden als speel-, recreatie of uitloopgebied. Door toepassing van landschappelijk groen en het toepassen van een extensief beheer ontstaan kansen voor natuur. Daarnaast hebben deze groenzones een grote impact op het dorpsaanzicht: de jongere dorpsranden worden verzacht en kleinschaliger gemaakt.
Afbeelding 5 | Uitsnede Groenplan 2019-2023 (bron: gemeente Tholen)
Op basis van het stedenbouwkundig plan (zie paragraaf 2.1.2 Toekomstige situatie) is voorzien in 3.180 m² aan openbaar groen in het plangebied. Dit is 20% van totale exploitatiegebied. Het groen is vooral beoogd aan de oostzijde van het plangebied. In deze groenzone is waterberging voorzien met kansen voor natuurontwikkeling. Het plan past hiermee binnen het groenplan.
Conclusie
De gewenste ontwikkeling past binnen het afwegingskader voor woningbouw. Daarnaast is de ontwikkeling Poststraat (zuid) opgenomen in het woningbouwprogramma. Er is behoefte om hier kleinschalige woningbouw te voorzien. Hiermee voldoet de gewenste ontwikkeling aan het gemeentelijk beleid.
Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke omgevingsaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.
Archeologie
In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit
verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het
bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet
vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de
Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie
welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt.
De gemeente Tholen heeft in 2012 eigen archeologiebeleid geformuleerd en vastgesteld in de Nota Archeologiebeleid gemeente Tholen. Er zijn diepte- en oppervlaktematen bepaald voor de verplichting van archeologisch onderzoek bij bodemverstorende activiteiten. De archeologische verwachtingen zijn onderverdeeld in een aantal beleidscategorieën. Op basis van het Laagpakket van Walcheren valt het plangebied binnen categorie 5 'gematigde archeologische verwachtingswaarde' (zie onderstaande afbeelding). Er is vooronderzoek nodig indien oppervlakte van de bodemverstoring meer dan 500 m² bedraagt.
Afbeelding 6 | Uitsnede Maatregelenkaart 'Walcheren' (bron: gemeente Tholen, bewerking: Juust)
Dit komt overeen met de ter plaatse geldende archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3'. Hiervoor geldt dat er geen archeologisch onderzoek nodig is wanneer de bodemingrepen een kleinere oppervlakte beslaan dan 500 m2 en niet dieper reiken dan 40 centimeter. Het totale plangebied is ruim 15.000 m2. Met de gewenste ontwikkeling wordt de oppervlakte en dieptemaat overschreden hierdoor is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
Op 16 augustus 2022 is door Artefact! een archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). Uit dit onderzoek blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor vindplaatsen, zoals bijvoorbeeld vondsten, indicatoren of de aanwezigheid van cultuurlagen of begraven bodems. Ook historische gegevens geven hiervoor geen aanwijzing. Uit het bureau- en booronderzoek blijkt wel dat in het plangebied afzettingen aanwezig zijn van het Laagpakket van Walcheren op niet-intact Hollandveen, met hierbinnen plaatselijk - in de zuidelijke helft van het plangebied - Upper Schelde deposits van de Kreekrak Formatie, op het Laagpakket van Wormer, op het Laagpakket van Wierden. Op basis hiervan geldt voor twee niveaus nog een archeologische verwachting:
Als in de betreffende delen van het plangebied graafwerkzaamheden worden voorzien die dieper rijken dan bovengenoemde dieptevrijstellingsgrenzen, dan wordt geadviseerd om het plangebied bijvoorbeeld op te hogen. Waar dit niet mogelijk is en dus toch graafwerkzaamheden dieper zullen plaatsvinden wordt archeologische vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Om mogelijke archeologische waarden veilig te stellen is de is het advies uit het onderzoek om de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 3' in dit bestemmingsplan over te nemen en de dieptevrijstellingsgrens te wijzigen.
Echter heeft de gemeente, op advies van Oostschelderegio Archeologisch Samenwerkingsverband (OAS), besloten om af te wijken van het bovenstaande advies en geen dubbelbestemming meer op te nemen (zie Bijlage 2). Aanleiding hiervoor is een ontbrekende archeologische verwachting voor de afzettingen van de Kreekrakformatie en daarnaast de grote diepteligging van de afzettingen van het Laagpakket van Wierden. Indien er binnen deze twee afzettingen wel archeologische resten aanwezig zouden zijn, staat de financiële input die hier wordt geleverd niet in verhouding tot een eventueel archeologisch resultaat.
Ondanks dat de dubbelbestemming kan komen te vervallen bestaat de mogelijkheid dat bij graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen. Hiervoor geldt op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht. Het onderzoek is beoordeeld en goedgekeurd door de gemeente. Op basis hiervan vormt het aspect archeologie geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
Cultuurhistorie
Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland. De Erfgoedwet heeft zes
wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet
1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van
een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige
cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden.
Aan de Stavenisseweg 6 is een landbouwbedrijf gevestigd. De bebouwing op dit perceel is aangemerkt als karakteristiek/cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Verder zijn in de of in de nabije omgeving van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. De ontwikkeling heeft geen effect heeft, mede gelet op de afstand, op de karakteristieke/cultuurhistorisch waardevolle bebouwing op het perceel Stavenisseweg 6.
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving.
Het plangebied wordt aan de oost- en zuidzijde begrensd door een agrarische bestemming. Aan de oostzijde is op ongeveer 50 meter afstand van het plangebied een agrarisch bedrijf gelegen. Voor een akkerbouwbedrijf (zonder vee) geldt een richtafstand van 30 meter. Voor een akkerbouwbedrijf met vee geldt een richtafstand van 100 meter. In dit geval gaat het om een akkerbouwbedrijf zonder vee. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstand.
Voor agrarische gronden geldt op basis van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Tholen' dat het gebruik van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 meter van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (kleinschalig kamperen daaronder inbegrepen) ten behoeve van nieuwe fruitteeltboomgaarden niet is toegestaan.
Er zijn in Nederland geen wettelijke bepalingen over minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop gewassen in de open lucht worden geteeld en nabij gelegen woningen. De Nederlandse wetgeving met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen is met name gericht op de reductie van de risico’s van het gebruik van deze middelen voor het watermilieu.
De in jurisprudentie aangehaalde richtafstand van 50 meter is in de open teelt met name van belang voor boomkwekerijen en boomgaarden, omdat gewasbeschermingsmiddelen daarbij niet alleen neerwaarts worden gespoten, maar ook zij- en opwaarts. Hierbij kan een deel van de gewasbeschermingsmiddelen verwaaien naar de naastliggende omgeving.
De gronden van het akkerbouwbedrijf zijn reeds gelegen binnen 50 meter van bestaande woningen. Fruitteeltboomgaarden zijn om die reden op deze locatie uitgesloten. Daarnaast is de kortste afstand tussen de grens van het agrarisch perceel en de nieuwe woningen (bouwvlak) minimaal 11 meter. De afstand van de woningen tot het agrarisch perceel zijn aanvaardbaar omdat er tussen de woningen en het agrarisch perceel een windhaag wordt gerealiseerd. Deze windhaag is in de groenbestemming opgenomen. Deze haagt zorgt ervoor dat voldoende beperkingen van drift tot stand komen.
Gelet op jurisprudentie vormt het aspect bedrijven- en milieuzonering dan ook geen belemmering voor vaststelling van dit bestemmingsplan.
Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie.
Het plangebied heeft een agrarische bestemming. Met het realiseren van een woningbouwlocatie is er sprake van het realiseren van een gevoelige(re) functie. De (milieuhygiënische) bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de woonbestemming en mag geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem. Door middel van een verkennend bodemonderzoek dient te worden aangetoond dat de bodemkwaliteit hiervoor geschikt is.
In juni 2022 is door ABO Milieuconsult B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 3). De locatie kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht worden beschouwd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal 30 boringen verricht waarvan drie boringen is afgewerkt met een peilbuis. In de grondmengmonsters zijn geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogd gehalte aangetoond. In het grondwater zijn evengoed geen geanalyseerde parameters verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. De onderzoekslocatie is daarmee onverdacht. De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan en geen belemmering voor de toekomstige aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Er wordt wel aanbevolen om bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond zo veel mogelijk op de locatie te verwerken.
Ook Tholen heeft te maken met de effecten van klimaatverandering, het duurzaamheidsvraagstuk en de energietransitie. De ambitie is er om oplossingen te bieden voor huidige en toekomstige klimatologische problemen en een bijdrage te leveren aan een gezond en duurzaam Tholen. Afgesproken is om de CO2- uitstoot te beperken; de concrete CO2-doelstellingen zijn 49% (tot zelfs 55%) minder CO2-uitstoot in 2030 en 95% in 2050 ten opzichte van de uitstoot in 1990. Daarnaast is er de landelijke doelstelling om in 2050 aardgasvrij te zijn. Gemeente Tholen heeft de ambitie om een duurzame en klimaatbestendige gemeente te worden.
Dit krijgt zijn weerklank in nieuw te ontwikkelen plannen. Er moet gekeken worden naar de mogelijkheden om dit gebied duurzaam en toekomstbestendig te ontwikkelen. Dit betekent dat de gemeente in ieder geval de volgende uitgangspunten hanteert:
De gewenste ontwikkeling biedt een kans om nieuwe oplossingen uit te proberen en vorm te geven aan de toekomst. De inrichting van het plangebied wordt gezien als een verkenning naar de doelen, ambities en mogelijke maatregelen.
Klimaatadaptieve wijk
Extreme weersomstandigheden gaan vaker voorkomen. Hierdoor valt bijvoorbeeld in kortere tijd zodanig veel neerslag, dat de omgeving het overtollige water niet goed kan afvoeren. Ook andere weersextremen zoals langdurige droogte komen vaker voor. Enkele uitdagingen bij extreme wateroverlast zijn de begaanbaarheid van de wegen voor hulpdiensten en overlast voor woningen en bedrijven in kwetsbare gebieden. In een klimaatadaptieve wijk wordt de omgeving klimaatrobuust ingericht, rekening houdend met:
Verduurzaming van de woningvoorraad
De woningen moeten voldoen aan de per 1 januari 2021 inwerking getreden BENG (Bijna energie neutrale gebouwen), waarbij de energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen vast wordt gelegd aan de hand van drie eisen, namelijk:
Deze eisen vervangen de eerdere EPC-eisen voor nieuwbouw. Bij voorliggende ontwikkeling wordt voldaan aan BENG-eisen.
Circulaire economie/circulariteit
Grondstoffen worden schaarser, kostbaarder en daardoor strategisch belangrijk. Een grondstoftransitie is noodzakelijk en daardoor zal er steeds vaker worden gestreefd naar het kortsluiten van de kringlopen van reststromen. Preventie, hergebruik en recycling zijn manieren om grondstoffen efficiënter en duurzamer te benutten, terwijl verbranding en vergisting bijdragen om een deel van de energie terug te winnen. Er zal daarom zoveel als mogelijk gebruik worden gemaakt van circulaire materialen. De gemeente streeft naar een MPG (milieuprestatie gebouwen) van 0,8.
Energie
Steeds vaker zal warmte én koude nodig zijn in woningen en gebouwen. Bij de opbouw van de energievoorziening in het plangebied dient hier dan ook al bij het ontwerp aandacht voor te zijn. In de Woonvisie is opgenomen dat De Gemeentelijke PraktijkRichtlijn (GPR) als indicator wordt gehandhaafd, waarbij voor nieuwbouwwoningen wordt gestreefd naar een GPR van 7,0. Als hieraan niet kan worden voldaan, wordt in overleg met initiatiefnemers bekeken wat wel mogelijk is.
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving.
Kwetsbare objecten (woningen) moeten bij ruimtelijke planvorming beschermd worden tegen de externe veiligheidsrisico's. Uit de Atlas Leefomgeving blijkt dat in de nabije omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn (zie afbeelding 7). De meest nabijgelegen risicovolle inrichtingen zijn gelegen aan de Buurtweg 3 en de Scheldeweg 3. Deze inrichtingen zijn gelegen op meer dan 750 en 1.900 meter van het plangebied. Het plangebied ligt niet binnen de PR-contour en het invloedgebied voor het groepsrisico van deze inrichtingen. Verder zijn er in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied geen risicobronnen aanwezig.
Afbeelding 7 | Uitsnede Kaarten Atlas Leefomgeving (bron: atlasleefomgeving.nl, bewerking: Juust)
Verder zijn geen wegen of spoorwegen in de omgeving van het plangebied, die deel uitmaken van het Basisnet (spoor)wegen. Ten noorden van het plangebied ligt op ruim 2 km een scheepvaartroute die deel uitmaakt van het Basisnet water. Deze scheepsvaartroute maakt deel uit van de route Westerschelde-Rijn en betreft een binnenvaartroute. Voor dergelijke vaarwegen geldt, dat de 10-6 plaatsgebonden risicocontour niet buiten de waterlijn is gelegen. Wel is sprake van een plasbrandaandachtsgebied, dat zich 25 meter landinwaarts uitstrekt. Deze contour reikt niet tot het plangebied en vormt daarmee geen belemmering. De planlocatie ligt niet binnen het invloedgebied van deze scheepvaartroute.
Ten slotte zijn in de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen aanwezig die gebruikt worden voor het transport van gevaarlijke stoffen. Het aspect externe veiligheid vorm geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt.
Woningen zijn geluidsgevoelige functies in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). Het plangebied ligt niet binnen een zone industrielawaai of railverkeerslawaai. Het plangebied is wel gelegen binnen de geluidszone van de Poststraat en Stavenisseweg waar een maximale snelheid geldt van respectievelijk 50 km/uur en 80 km/uur. In het kader van de Wgh is een akoestisch onderzoek benodigd om de geluidbelasting ter plaatse vast te stellen.
Op 29 augustus 2022 is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 4). Het nieuwbouwplan ligt nabij de Poststraat, die buitenstedelijk overgaat in de Stavenisseweg (N286). Deze wegen zijn beiden geluidgezoneerd en worden als één weg beschouwd. De planlocatie ligt grotendeels binnen de geluidzone hiervan.
Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting op de bouwvlakken binnen het plangebied ten hoogste 45 dB bedraagt. Omdat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden, is in onderhavige situatie geen sprake van een relevante blootstelling aan geluid vanwege beide geluidgezoneerde wegen en is aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen niet noodzakelijk, evenals het aanvragen van een hogere grenswaarde.
Als aanvulling op bovenstaande berekening van de geluidbelasting op de randen van de bouwvlakken is tevens, middels een gridberekening met poldercontouren, de geluidbelasting op het hele plangebied inzichtelijk gemaakt. Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting op het hele plangebied niet hoger is dan 45 dB en wordt overal aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voldaan. Omdat de voorkeursgrenswaarde binnen het hele plangebied niet wordt overschreden, is er vanuit akoestisch oogpunt dus geen belemmering om de invulling van het plan in een later stadium nog te wijzigen.
Uit rekenresultaten kan worden afgeleid dat de gecumuleerde geluidbelasting op de bouwvlakken aan de noord- en westzijde van het bouwplan het hoogste is en ten hoogste 50 dB bedraagt. Hieruit blijkt ook dat de Poststraat de meest maatgevende weg is voor de planlocatie. Uit de rekenresultaten kan bovendien voor alle woningen binnen het plan worden geconcludeerd dat het akoestisch wonen leefklimaat volgens de Milieukwaliteitsmaat als ‘(zeer) goed’ dient te worden beoordeeld.
Voor de etmaalintensiteit in het prognosejaar 2033 is een autonome verkeersgroei berekend van 1% per jaar. Dit komt neer op 272 motorvoertuigbewegingen per gemiddelde weekdag. De verkeersgeneratie (zie paragraaf 4.12 Verkeer en parkeren) past hierbinnen. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat de verkeersaantrekkende werking geen nadelige invloed heeft op de directe woonomgeving.
Het aspect geluid vormt op basis van het bovenstaande geen belemmering voor de gewenste ontwikkeling.
In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt.
In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen. Zie ook paragraaf 4.6 Externe veiligheid.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht.
Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit, zie onderstaande afbeelding. Dit is gebaseerd op 207 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal, zie 4.12 Verkeer en parkeren.
Afbeelding 8 | NIBM (bron: Infomil)
In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt worden aan de hand van NSL-monitoringstool. Echter is de dichtstbijzijnde voor luchtkwaliteit relevante wegen is de Rijksweg N59 nabij Nieuwkerk, op Schouwen-Duiveland. Deze is op een afstand van ruim 7,5 kilometer gelegen van het plangebied. Er is ook geen directe verbinding vanaf deze weg naar de kern Stavenisse vanwege de tussen gelegen Oosterschelde. Om deze redenen is een beschouwing van jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied niet relevant. De luchtkwaliteitssituatie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de gewenste ontwikkeling.
De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven.
Gebiedsbescherming
Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van een natuurgebied, natuurnetwerk en Natura-2000 gebieden. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is de 'Oosterschelde'. Dit natuurgebied ligt op circa 1,1 kilometer afstand van het plangebied. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht.
Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de AERIUS Calculator moet en kan voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. Voor dit plan is voor de realisatiefase en gebruiksfase de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend (zie Bijlage 5). De uitkomst is dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Er is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning.
Soortenbescherming
Het plangebied bestaat uit agrarische gronden en watergangen. De ontwikkeling kan effect hebben op eventuele aanwezige beschermde plant- en diersoorten. Door Natuur-Wetenschappelijk Centrum is op 14 juni 2022 een quikscan flora en fauna uitgevoerd naar het voorkomen van beschermde soorten (zie Bijlage 6).
Uit de quickscan blijkt dat:
Verder is noemenswaardig dat in het plan wordt aangesloten op de bestaande watergang en oppervlaktewater wordt gerealiseerd. Een positieve ontwikkeling voor het vestigen van bepaalde soorten, waaronder de Rugstreeppad. Middels soortgericht aanvullend onderzoek dient te worden vastgesteld of de Rugstreeppad het plangebied als zodanig benut. In de periode april t/m augustus 2023 is een aanvullend ecologisch onderzoek naar de Rugstreeppad uitgevoerd (zie Bijlage 7). Om de functionaliteit van het plangebied als terrestrisch- en voortplantingshabitat in kaart te brengen is in dit geval onderzoek met herpetofaunaplaten en onderzoek naar kooractiviteit uitgevoerd.
Tijdens de veldbezoeken zijn er onder de herpetofaunaplaten in het onderzoeksgebied geen Rugstreeppadden of andere diersoorten aangetroffen. Naast het onderzoek met her-petofaunaplaten is er voor het inventariseren van voortplantingswateren van rugstreeppad-den geluisterd naar kooractiviteit. Dit is eveneens niet waargenomen. Hierdoor is uitgesloten dat deze soort voorkomt in het plangebied. Hierdoor bestaan er vanuit de Wet natuurbescherming geen verdere verplichtingen voor deze soort.
Verder geldt de algemene zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Dit door zoveel mogelijk buiten de kwetsbare perioden te werken en werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit te voeren.
Hiermee vormt het aspect natuur geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers in de bodem te vinden. De Provincie Zeeland heeft een kaart ontwikkeld waar op te zien is waar gevochten is en waar een grote kans is om blindgangers in de bodem aan te treffen.
Door de gemeente is een gemeente breed bureauonderzoek uitgevoerd door Saricon naar niet gesprongen explosieven “Vooronderzoek Conventionele Explosieven Gemeente Tholen” (11 maart 2021). Daaruit is gebleken dat het plangebied geen aandachtsgebied of verdacht gebied is. Het aspect niet-gesprongen-explosieven vormt geen belemmering.
Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd.
De gemeente Tholen heeft een gemeentelijk verkeers- en vervoersplan genaamd 'Verkeer- en Vervoersplan - Tholen 2009-2018' (d.d. 16 december 2008). De toekomstige parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de gemeentelijke parkeernormen uit het GVVP. Een aanvraag omgevingsvergunning moet worden getoetst aan de parkeernormen wanneer er sprake is van een vergunningplichtige nieuw- of verbouwontwikkeling. Dit is geborgd in de 'Parapluherziening Parkeren Tholen' (vastgesteld d.d. 11 oktober 2018).
Parkeren
Op basis van het programma kan het benodigd aantal parkeerplaatsen worden uitgerekend. Voor een vrijstaande koopwoning geldt een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen. Voor een twee-onder-één-kapwoning geldt een parkeernorm van 2,1 en voor een tussen/hoekwoning geldt een parkeernom van 1,9.
| Type woning | Aantal | Parkeernorm | Parkeerbehoefte |
| Vrijstaande koopwoning | 5 | 2,2 | 11 |
| Twee-onder-een-kapwoning | 8 | 2,1 | 16,8 |
| Tussen/hoekwoningen | 19 | 1,9 | 36,1 |
| 63,9 (64) | |||
In totaal is er een parkeerbehoefte van afgerond 64 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied zijn in ieder geval 52 openbare parkeerplaatsen voorzien. Hiervan zijn 5% bedoeld als algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Bij de vrijstaande woningen en 2/1 kapwoningen is minimaal 1 parkeerplaats op eigen terrein mogelijk. Dit zijn in totaal 13 parkeerplaatsen. Dit brengt een totaal op 65 parkeerplaatsen. Hiermee voldoet het aan de parkeerbehoefte.
Verkeersgeneratie en ontsluiting
Op basis van de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' is een inschatting gemaakt van de verkeersgeneratie. Hiervoor is het gebiedstype 'rest bebouwde kom' en een stedelijkheidsgraad van 'niet stedelijk' gehanteerd. Voor een vrijstaande koopwoning geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 8,2 motorvoertuigbewegingen per gemiddelde weekdag. Voor een twee-onder-een-kapwoning geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,8 motorvoertuigbewegingen per gemiddelde weekdag. Voor een tussen/hoekwoning geldt een geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 7,4 motorvoertuigbewegingen per gemiddelde weekdag.
| Type woning | Aantal | Gemiddelde verkeersgeneratie | Totale verkeersgeneratie |
| Vrijstaande koopwoning | 5 | 8,2 | 41 |
| Twee-onder-een-kapwoning | 8 | 7,8 | 62,4 |
| Tussen/hoekwoningen | 19 | 7,4 | 140,6 |
| 244 | |||
Tabel 1 | Verkeersgeneratie op basis van CROW-publicatie
Op basis van het programma bedraagt de verkeersgeneratie 244 motorvoertuigbewegingen per gemiddelde weekdag. Het plangebied is aan noord- en zuidkant ontsloten op de Dokter Zoetemanstraat. Deze weg komt uit op de hoofdontsluiting va Stavenisse, de Poststraat. Deze weg loopt over in de Stavenisseweg/N286 direct ten oosten van het Stavenisse. Hierdoor is het verkeer goed af te wikkelen. De toename van het aantal verkeersbewegingen heeft geen nadelige invloed op de goede werking van de omliggende wegen. Vanuit verkeerskundig oogpunt is sprake van een acceptabele verkeerssituatie.
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen.
| Thema en water(beheer)doelstelling | Uitwerking |
|
Veiligheid waterkeringen
Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte. |
Het plangebied is niet gelegen in of in de nabijheid van een waterkering. |
|
Voorkomen overlast door oppervlaktewater
Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties. |
In de huidige situatie bestaat het plangebied volledig uit agrarische gronden. In de toekomstige situatie is naar schatting 7.356 m² uitgeefbaar waarvan naar verwachting 50% dakkoppervlak (en overige verharding op eigen terrein) wordt. De (openbare) dichte bodemverharding is geschat op 3.019 m² en het water 943 m². Gezamenlijk komt dit neer op een totaal van 7.640 m². Dat betekent een waterbergingsopgave van afgerond 573 m³ (7.640 x 0,075). Waterberging is voorzien aan de oostkant van het plangebied. De bestaande secundaire watergang wordt verlengd aan de zuidkant en komt terug aan oostkant van het plangebied in de vorm van een waterbergingsvijver. |
|
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater
Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. |
Vuilwater afvoer dient onder vrij verval afgevoerd te worden. Met de inrichting van de openbare ruimte dient daar rekening mee gehouden te worden. Via de twee aangesloten wegen op de Dokter Zoetemanstraat kan dit worden gerealiseerd. Hemelwater wordt bovengronds afgevoerd. Dit stelt eisen aan de hoogteligging van het terrein en de afstand tot open water. De lengte van de afvoerroute tot het open water is bij voorkeur niet groter dan 60 meter (max. 100 m). Met een nieuwe waterloop aan de zuidoostkant wordt hiermee voldaan. |
|
Grondwaterkwantiteit en verdroging
Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. |
De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van grondwater. Er wordt eventuele grondwateroverlast voorkomen door het realiseren van de waterberging(en) en bijvoorbeeld zoveel mogelijk groen toe te passen (doorlatende bodemverharding t.b.v. parkeren). |
|
Grondwaterkwaliteit
Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden. |
De grondwaterkwaliteit zal als gevolg van de ontwikkeling niet verslechteren. Er worden duurzame materialen toegepast. |
|
Oppervlaktewaterkwaliteit
Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. |
Het regenwater wordt gescheiden getransporteerd naar het oppervlaktewater (oppervlakkig of via een regenwaterriool). De bestaande watergang wordt verlengd. Er zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare materialen. Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te verwachten. |
|
Volksgezondheid
Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. |
Waar redelijkerwijs mogelijk, worden langs waterlopen flauwe en kindevriendelijke oevers aangelegd. |
|
Bodemdaling
Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. |
Er wordt geen grondwater onttrokken en hemelwater wordt zoveel als mogelijk op het terrein teruggevoerd. Bodemdaling wordt dan ook niet verwacht. |
|
Natte natuur
Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. |
Met de gewenste ontwikkeling worden waardevolle wateren en natte natuur niet aangetast, maar kan zicht juist ontwikkelen. |
|
Onderhoud oppervlaktewater
Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. |
Bij de inrichting van oppervlaktewater en oevers word rekening gehouden met het onderhoud ervan. Onderhoud van de oppervlaktewateren is een gedeelde verantwoordelijkheid van het waterschap en de gemeente. Binnen de onderhoudsstrook van 5 meter langs de secundaire watergang worden geen gebouwen/bouwwerken geprojecteerd. Het onderhoud wordt hierdoor niet belemmerd. |
| Anderer belangen waterbeheer | |
|
Relatie met eigendom waterbeheerder
Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. |
In het plangebied zijn geen gronden en objecten van het waterschap gelegen. |
|
Wegen in beheer bij het waterschap
(alleen invullen voor zover van toepassing) |
Niet van toepassing. |
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht.
In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r..
De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Het bestemmingsplan betreft de activiteit genoemd in onderdeel D11.2: ''De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen''. Een 'formele' besluit-m.e.r.-beoordeling is dan vereist, indien sprake is van een van de aangewezen besluiten in kolom 4 van de bijlage bij het Besluit m.e.r en indien sprake is van een geval zoals opgenomen in kolom 2. Voor betreffende activiteit is sprake van een dergelijk geval indien de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen .
De gewenste ontwikkeling ligt ruim onder de drempelwaarde(n). Een vormvrije m.e.r-beoordeling is dan noodzakelijk. Hiervoor is aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 8). Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling (en voorgaande paragragen) blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs.
Met het realiseren van de kleine woonwijk is er sprake van een bouwplan zoals hierboven bedoeld. Voor de gehele ontwikkeling is een globale grondexploitatie opgesteld. Deze ontwikkeling zal onder dezelfde grondexploitatie vallen als het eerder gerealiseerde deelproject aan de Poststraat. De kosten zijn opgenomen in de gemeentelijke begroting.
Inloopavond
Op 13 februari 2023 is er in Dorpshuis De Stove in Stavenisse een inloopavond georganiseerd. Deze inloopavond was specifiek bedoeld om omwonende te betrekken bij de plannen. Tijdens de bijeenkomst was er ruimte om vragen te stellen, suggesties kenbaar te maken (mondeling of op papier) en/of kritieken te uiten. De gemeente was aanwezig om deelnemers te woord te staan. Voor het participatieverslag wordt verwezen naar Bijlage 9.
Vooroverleg
Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio.
Op 22 mei 2023 merkt de Provincie Zeeland op dat het advies van de OAS over archeologie wordt gemist. Het advies is als bijlage toegevoegd. De bijlage in relatie tot de geadviseerde vrijstellingsgrenzen is weggehaald.
Het Waterschap Scheldestromen heeft op 17 mei 2023 aangegeven dat de eerdere aangegeven aandachtspunten zijn verwerkt. Enkele civieltechnische adviezen worden meegenomen bij het opstellen van de bestekken.
De Veiligheidsregio Zeeland heeft op 15 mei 2023 aangegeven dat er geen maatregelen nodig zijn. Het advies om de bestrijdbaarheid van brand en ongevallen te verhoren wordt meegenomen bij het opstellen van de bestekken.
Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan
Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 28 april tot en met 9 juni 2023 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen. Er zijn wel vooroverlegreacties en ambtshalve wijzigingen (zie Bijlage 10). Deze zijn verwerkt in het bestemmingsplan.