| Plan: | Meersteeg 13 te Geldermalsen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1960.GDMmeersteeg13-VSG1 |
Motorcrossclub (MCC) Geldermalsen maakt voor motorcrosstrainingen en -wedstrijden gebruik van een terrein aan de zuidzijde van Geldermalsen. Dit gebruik vindt al plaats sinds 1979, maar is tot nu toe niet geregeld in een bestemmingsplan. De gemeente wil dit bestaande gebruik legaliseren door middel van een bestemmingsplan voor het crossterrein. Uitgangspunt voor dit bestemmingsplan zijn de huidige gebruiksintensiteit en de huidige bebouwde oppervlakte, die circa 400 m² bedraagt.
Het plangebied voor het motorcrossterrein Geldermalsen ligt aan de Plettenburglaan ten zuiden van Geldermalsen (zie afbeelding 1.1). Het terrein wordt aan de zuidzijde begrensd door de Betuweroute en de A15. Ten oosten van het plangebied ligt het terrein van Grondstoffenpark Rivierenland en windpark Avri. Ten westen ligt het bedrijventerrein Hondsgemet Zuid. Ten noorden van het plangebied ligt de spoorwegverbinding Geldermalsen - Tiel (Betuwelijn).
Afbeelding 1.1: het plangebied MCC Geldermalsen is met de rode lijn globaal aangegeven.
Ter verduidelijking zijn de windturbines van het naastgelegen Windpark Avri met gele cirkels ingetekend.
In de ruimere omgeving zijn enkele woonclusters gelegen, zoals Geldermalsen op 1,8 kilometer ten noordwesten, Est en Hucht op 1,2 kilometer ten zuiden van de A15, en de woonwijk De Plantage op 1,7 kilometer ten westen van het plangebied. Daarnaast bevindt zich langs onder andere de Tielerweg, de Bommelweg, de Meersteeg en de Zeekade verspreid liggende woonbebouwing.
Ter plaatse van het plangebied van dit bestemmingsplan gelden, tot de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan Meersteeg 13, de volgende bestaande bestemmingsplannen:
Afbeelding 1.2 toont de ligging van het plangebied binnen de vigerende bestemmingsplannen. Onder meer het bestemmingsplan 'Windpark Avri', ten oosten van het plangebied, is hierop weergegeven. De bestemmingsplannen 'Vuilstortplaats Meersteeg 1992' en 'Buitengebied 1984' zijn, gezien hun leeftijd, niet digitaal beschikbaar en daarom niet weergegeven in onderstaande figuur.
Afbeelding 1.2: ligging plangebied binnen vigerende plannen (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Bestemmingsplannen Buitengebied 1984 en Vuilstortplaats Meersteeg 1992
Binnen de bestemmingsplannen Buitengebied 1984 en Vuilstortplaats Meersteeg 1992 is het plangebied bestemd voor productiebos en agrarische grond. Deze bestemmingen voorzien niet in het gebruik als motorcrossterrein en vormen mede de aanleiding voor het voorliggende bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Windpark Avri
Het bestemmingsplan 'Windpark Avri maakt de aanleg van drie windturbines mogelijk op het terrein van Avri (Grondstoffenpark Rivierenland). Dit bestemmingsplan kent per windturbine een vrijwaringszone (maximale PR 10-5/jaar risicocontour) waarbinnen de overslag van rotorbladen is toegestaan en de bouw van kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten niet is toegestaan. Deze vrijwaringszone valt voor een klein deel binnen het plangebied voor het motorcrossterrein. Daarnaast valt een deel van de veiligheidszone (maximale PR 10-6/jaar risicocontour) van de meest westelijk gelegen turbine als gebiedsaanduiding over het plangebied voor het motorcrossterrein te liggen.
In het kader van de veiligheid zijn ter plaatse van deze zones geen kwetsbare functies toegestaan. Ter plaatse van de vrijwaringszone zijn daarnaast geen beperkt kwetsbare objecten toegestaan. Dit betekent dat het crossparcours in de huidige en de toekomstige situatie niet binnen deze contour gesitueerd mag worden.
Hoofdstuk 2 beschrijft het relevante beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente West Betuwe. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 4 geeft een nadere beschrijving van het voorgenomen plan. Hoofdstuk 5 gaat in op de voor de voorgenomen ontwikkeling relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 6 wordt het juridisch plangedeelte toegelicht. Tenslotte wordt in de hoofdstukken 7 en 8 ingegaan op respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Daarmee is de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.
Met de SVIR stelt het Rijk heldere ambities voor Nederland in 2040, die inspelen op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen richting 2040. Het Rijk zet het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeente) en komt de gebruiker centraal te staan.
Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen, die nader zijn uitgewerkt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening:
Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid.
Voor het motorcrossterrein zijn met name de opgaven met betrekking tot de bescherming tegen geluidoverlast (nationaal belang 8) en ruimte voor het behoud van het nationale natuurnetwerk en het ontwikkelen van flora en fauna van belang (nationaal belang 11). Binnen de door het Rijk gestelde kaders begrenzen, beschermen en onderhouden de provincies een natuurwerk met de juiste ruimtelijke, water- en milieucondities voor kenmerkende ecosystemen van (inter)nationaal belang. Dit provinciale en landsgrensoverschrijdende natuurnetwerk is de herijkte nationale Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
De provincies geven bij de inzet van middelen voor inrichting en beheer prioriteit aan internationale verplichtingen voortvloeiend uit Natura 2000, Kaderrichtlijn Water en soortenbescherming. Uitsluitend wanneer sprake is van nalatigheid van de provincies zal het Rijk de provincies aanspreken op het niet realiseren van de internationale verplichtingen.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Dit bestemmingsplan raakt geen relevante regels uit het Barro.
Conclusie nationaal beleid
Dit bestemmingsplan raakt geen nationale belangen. Dit geldt ook ten aanzien van de opvolger van de SVIR, de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) die op 11 september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd.
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Gelderland
De Gelderse Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (geconsolideerd 1 maart 2021) is een integrale visie, niet alleen op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook voor waterkwaliteit en veiligheid, bereikbaarheid, economische ontwikkeling, natuur en milieu, inclusief de sociale gevolgen daarvan. Bij de Omgevingsvisie Gelderland zijn regels gesteld in de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd 1 maart 2021).
De provincie kiest om vanuit de volgende twee hoofddoelen bij te dragen aan de gemeenschappelijke opgaven:
Motorcrossterrein Geldermalsen ligt hemelsbreed op zo'n 1,2 kilometer afstand van het Gelders Natuurnetwerk (GNN, voorheen EHS) en Groene Ontwikkelingszone (GO) en op zo'n 4 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Rijntakken. De GO bestaat uit gebieden met andere bestemmingen dan natuur binnen de begrenzing van de GNN alsmede weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen. De GO is ruimtelijk verweven met het GNN en hangt daar functioneel mee samen. In de GO wordt ingezet op versterking van de samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden.
Gezien de ligging van het motorcrossterrein ten opzichte van deze gebieden en de voortzetting van het huidige gebruik is valt negatieve invloed op het Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000-gebied Rijntakken niet te verwachten. In Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten, paragrafen 4.4 Natuurbescherming en 4.10 Luchtkwaliteit wordt de ontwikkeling van het motorcrossterrein nader getoetst met betrekking tot een ontwikkeling nabij het Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000-gebied.
Daarnaast is het plangebied voor motorcrossterrein Geldermalsen gelegen in een gebied dat in de Omgevingsvisie staat aangemerkt als intrekgebied. Binnen deze gebieden wordt grondwater als bron voor de drinkwatervoorziening beschermd.
De provincie heeft in de Omgevingsverordening regels gesteld voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater met het oog op de waterwinning. De provincie wil in de gebieden die in de verordening zijn aangewezen niet dat fossiele energie (aardgas, aardolie, schaliegas of steenkoolgas) gewonnen wordt in de intrekgebieden voor de drinkwatervoorziening. Voor een effectieve en duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening maakt de provincie onder andere gebruik van regelgeving en vergunningverlening.
Met voorliggend bestemmingsplan wordt geen bestemming mogelijk gemaakt die de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. De kwaliteit van het grondwater en de veiligstelling van de drinkwaterwinning is hiermee niet in het geding.
Conclusie provinciaal beleid
Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciale beleid.
Tijdens het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is de gemeente Geldermalsen, met de gemeenten Neerijnen en Lingewaal gefuseerd tot de gemeent West Betuwe. Deze fusie heeft geen impact op het gemeentelijke beleidskader, aangezien deze kaders eerder al gezamenlijk door deze gemeenten zijn opgesteld.
Nota Lekker leven langs de Linge (2010)
In 1999 heeft de toenmalige gemeenteraad van Geldermalsen de 'Structuurvisie 2000 - 2015' vastgesteld. Door veranderde inzichten is een aanpassing en aanvulling op deze Structuurvisie nodig gebleken. Deze aanvulling is vastgelegd in de notitie 'Wikken en wegen'. De Structuurvisie 2000 - 2015 en de notitie 'Wikken en wegen' vormen gezamenlijk de ruimtelijke visie voor de gemeente Geldermalsen waaraan projecten en plannen worden getoetst.
De gemeenteraad heeft in februari 2010 de notitie 'Lekker leven langs de Linge' vastgesteld, een samenhangend document dat beide voorgaande beleidsstukken vervangt. De notitie 'Lekker leven langs de Linge' is tevens opgesteld om als gemeente te voldoen aan de vereisten voor structuurvisies, gesteld in de Wet ruimtelijke ordening. Voor dit bestemmingsplan vormt de notitie 'Lekker leven langs de Linge' het leidende ruimtelijke beleidskader van de gemeente Geldermalsen.
Het ruimtelijk beleid zoals beschreven in 'Lekker leven langs de Linge' stoelt op drie kernkwaliteiten:
Het plangebied van dit bestemmingsplan is in de Nota niet aangegeven als zone waar ander beleid wordt voorgestaan dan met dit bestemmingsplan wordt gerealiseerd.
Sportaccommodatiebeleid Geldermalsen
De gemeente Geldermalsen voert sinds 1987 een beleid waarbij veel aan private partijen wordt overgelaten. Een aanzienlijk deel van de binnen de gemeente aanwezige sportaccommodaties wordt dan ook door verenigingen of stichtingen geëxploiteerd. In 1990 is dit beleid verder doorgevoerd en is het reguliere onderhoud van de velden volledig bij de verenigingen komen te liggen, met een jaarlijkse subsidie. Sindsdien hoeven de verenigingen niet langer huur te betalen voor de velden. Lange tijd heeft de gemeente Geldermalsen geen actueel beleidskader gehad voor sportaccommodatiebeleid, waardoor er weinig actieve betrokkenheid was bij de exploitatie en het beheer van de sportaccommodaties.
Sinds 2015 heeft de gemeente Geldermalsen sportaccommodatiebeleid. Aanleidingen voor het ontwikkelen van dit beleid waren onder andere:
Met name het erfpachtbeleid voor sportaccommodaties is in het voorliggende geval relevant. Motorcrossclub (MCC) Geldermalsen heeft het motorcrossterrein in de huidige gedoogsituatie in bruikleen. Het motorcrossterrein in Geldermalsen is specifiek opgenomen in hoofdstuk 3.3 van het sportaccommodatiebeleid Geldermalsen, zie onderstaand fragment:
"Sinds 1979 is de MotorCrossClub (MCC) Geldermalsen gevestigd op een perceel gelegen aan de Meersteeg in Geldermalsen. Het crossterrein is deels op gemeentegrond en deels op het terrein van de Avri gelegen. Een formele juridisch-planologische status heeft de crossclub tot op heden niet. De gemeente is in overleg met de vereniging om te bezien of de vereniging op de huidige locatie gelegaliseerd kan worden. Het gaat bij de MCC dus niet om een nieuw verzoek om grond, maar om de vraag of de huidige situatie kan worden gelegaliseerd.
Het voorliggend bestemmingsplan geeft invulling aan deze doelstelling uit het sportaccommodatiebeleid Geldermalsen.
Conclusie gemeentelijk beleid
Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid.
Het huidige motorcrossterrein Geldermalsen bestaat uit twee onverharde motorcrossbanen met bijbehorend clubgebouw en parkeerterrein. Aan de randen van en in de lengterichting van het terrein zijn stroken aanwezig met bomen en groen. Verder wordt het terrein omringd door een aantal waterlopen, waar het terrein tevens op afwatert.
Het motorcrossterrein is niet direct grenzend aan het buitengebied, omdat de A15 en de Betuweroute aan de zuidzijde een fysieke barrière naar het buitengebied vormen.
Het plangebied heeft een totaal oppervlak van circa 4,75 hectare. Het motorcrossterrein bestaat in de huidige situatie uit de volgende onderdelen:
Afbeelding 3.1 toont de ruimtelijke indeling van het motorcrossterrein in de huidige situatie.
Afbeelding 3.1: ruimtelijke indeling motorcrossterrein in huidige situatie
Afbeelding 3.2 toont het zuidelijke deel van het plangebied, waar het crossparcours gelegen is in de huidige situatie. Rechts op de foto is het ten oosten van het plangebied gelegen talud van het Avri terrein met de daarop gelegen zonnepanelen zichtbaar.
Afbeelding 3.2: zuidzijde van het motorcrossterrein in de huidige situatie
Afbeelding 3.3 toont het noordelijke deel van het plangebied in de huidige situatie. Op dit deel van het crossterrein ligt een minibaan voor gebruik door jeugdleden en de parkeerlocatie voor bezoekers van het motorcrossterrein, ter plaatse van de aansluiting van het terrein met de Plettenburglaan.
Afbeelding 3.3: noordzijde van het motorcrossterrein in de huidige situatie
Het circuit is niet zoneplichtig in het kader van de Wet geluidhinder. In de huidige situatie geldt een beperking van het aantal uren voor het gebruik van het motorcrossterrein. Deze beperking heeft betrekking op het maximaal aantal motoren dat gelijktijdig is toegestaan en het maximale geluidniveau als gevolg van de motorcrossactiviteiten. Het circuit is minder dan 8 uur per week opengesteld voor de beoefening van motorcross en niet vaker dan 3 weekenden per jaar voor wedstrijden (of het voorbereiden van wedstrijden).
Het voornaamste doel van voorliggend bestemmingsplan is het planologisch-juridisch legaliseren van het motorcrossterrein op deze locatie. Uitgangspunten voor dit bestemmingsplan zijn (het formaliseren van) het bestaande gebruik en de bestaande terreininrichting, alsmede een beperkte uitbreiding van de oppervlakte van het bestaande clubgebouw met 20%.
Openstelling
De motorcrossvereniging Geldermalsen stelt de baan open voor trainingen en kleinere wedstrijden op woensdagen van 15:00 tot 19:00 en op zaterdagen van 13:00 tot 17:00, of voor
Eén tot drie maal per jaar wordt een zogenaamde clubcross (wedstrijd) gehouden tijdens de reguliere openingstijden. Maximaal 3 keer per jaar wordt afgeweken van de reguliere openstelling voor het houden van nationale crosswedstrijden. Buiten deze weekenden is de baan minder dan 8 uur per week opengesteld.
Verkeer en parkeren
Aangezien het motorcrossterein aan een ontsluitingsweg voor bedrijven ligt waar geen woningen aan gelegen zijn volgt hier een kwalitatieve beoordeling van de verkeersaantrekkende werking. Het motorcrossterrein kent een beperkte verkeersaantrekkende werking die vanwege de beperkte openstelling voornamelijk in de vroege avonduren en weekenden optreedt.
Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid dient het parkeren voor het motorcrossterrein plaats te vinden op het eigen terrein. De gemeente West Betuwe hanteert hiervoor de maximale invulling van de CROW-normen. Deze CROW-normen (27 parkeerplaatsen per ha.) geven aan dat het motorcrosscircuit (ca. 2,7 ha binnen de bebouwde kom) ruimte moet kunnen bieden aan zeker 73 voertuigen.
Op basis van gegevens van de motorcrossvereniging blijkt dat het crossterrein jaarlijks circa 3.000 bezoekers trekt. Gemiddeld komt dit neer op zo'n 60 voertuigen die wekelijks het motorcrossterrein bezoeken. Deze 60 voertuigen zijn als volgt onderverdeeld:
Voor het gemiddelde aantal van 60 voertuigen bestaat in de huidige situatie ruim voldoende parkeergelegenheid op het eigen terrein van de motorcrossvereniging. Het motorcrossterrein biedt voldoende parkeergelegenheid voor 73 voertuigen, zoals de CROW- normering voorschrijft. Door de legalisatie van de bestaande situatie verandert het aantal bezoekers niet, waarmee ook niet verwacht mag worden dat de verkeersaantrekkende werking van het motorcrossterrein significant wijzigt.
In de planregels bij dit bestemmingsplan is met een specifieke gebruiksregel verzekerd dat het parkeren op eigen terrein plaatsvindt. Hiermee wordt in de nieuwe situatie aan de CROW-normen voor parkeren voldaan.
De huidige ruimtelijke inrichting van het motorcrossterrein wordt grotedeels voortgezet. Er wordt alleen een mogelijkheid geschapen voor een beperkte uitbreiding van het clubgebouw. Ook wordt het crossparcours aangepast als gevolg van de vrijwaringszones en veiligheidszones van de nabijgelegen windturbines.
Met de nieuwe ruimtelijke inrichting van het motorcrossterrein wordt rekening gehouden met de beperkingen als gevolg van de veiligheidszone uit het vastgestelde bestemmingsplan voor windpark Avri (zie paragraaf 1.3 Vigerend planologisch regime). Ter plaatse van de 10-5 veiligheidszone zijn geen beperkt kwetsbare objecten toegestaan, wat betekent dat het crosscircuit en het terrein voor toeschouwers buiten deze contour gesitueerd dienen te worden. Inmiddels is het parcours dusdanig aangepast zodat er geen strijdige activiteiten binnen deze risicocontour plaatsvinden.
Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor of een besluit neemt over projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage te doorlopen. Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r.
Op grond van artikel 2, lid 5 Besluit m.e.r. dient, voor activiteiten die onder de drempelwaarden van onderdeel D blijven, evenwel een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' te worden gemaakt om te bezien of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling, dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r.
Voor het voorliggende project moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan, omdat de activiteit in het Besluit m.e.r. staat onder D.43: de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente race- en testbanen voor gemotoriseerde voertuigen. Vormvrij, omdat het project niet de bijbehorende drempelwaarden overschrijdt (oppervlakte maximaal 5 hectare of openstelling maximaal 8 uur per week).
In Bijlage 1 is de vormvrije m.e.r.-beoordeling c.q. aanmeldnotitie met betrekking tot dit bestemmingsplan opgenomen. Uit deze vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat dit bestemmingsplan niet als MER-plichtig hoeft te worden aangemerkt.
Wettelijk kader
Op basis van de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' (2009) dient te worden beoordeeld of de in het plangebied te realiseren activiteiten een belemmering betekenen of van invloed zijn op gevoelige functies, zoals wonen, in (de omgeving van) het plangebied.
Onderzoek en resultaten
Om te voorkomen dat bedrijven milieubelastend zijn ten opzichte van gevoelige functies en daarmee de leefbaarheid en woonkwaliteit verslechteren, wordt gebruik gemaakt van een milieuzonering. Door het hanteren van afstandsmaten wordt de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. De afstandsmaten volgen onder andere uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in type bedrijvigheid en soort overlast (geluid, stank). De hierin weergegeven maten zijn richtinggevend. Een afwijking is in beginsel mogelijk met dien verstande dat de afwijking dient te worden gemotiveerd. Indien gevoelige objecten binnen de contouren gelegen zijn, betekent dit dat overlast kan ontstaan vanuit de bedrijvigheid op die gevoelige functie of dat het betreffende bedrijf kan worden beperkt in de bedrijfsvoering door die gevoelige functie.
Tabel 4.1 - richtafstanden motorcrossterreinen (VNG-publicatie, 2009)
| Omschrijving | Afstanden in meters | Categorie | ||||
| geur | stof | geluid | gevaar | grootste afstand | ||
| Autocircuits, motorcrossterreinen e.d., < 8 uur/week in gebruik | 100 | 50 | 700 | 50 | 700 | 5.2 |
Uit de toepassing van Bedrijven en Milieuzonering vloeit voort dat het motorcrossterrein voldoet aan alle richtafstanden zoals weergegeven in tabel 4.1, behalve voor het aspect geluid. De motorcross valt onder milieucategorie 5.2. Op basis van de omgevingskenmerken (ligging nabij de A15 en bedrijvigheid rondom) mag de milieucategorie een stap worden verlaagd en bedraagt de richtafstand tussen de motorcross en woonbebouwing 500 meter (zie tabel 4.2).
Tabel 4.2 - richtafstanden en omgevingstype (VNG-publicatie, 2009)
Op 400 meter van het motorcrossterrein ligt de meest nabijgelegen woning (Meersteeg 14). Aan de zuidzijde bevindt zich de meest nabijgelegen woning op een afstand van meer dan 600 meter (Zeekade 2 Geldermalsen). Daarom is een separaat geluidonderzoek uitgevoerd, zie paragraaf 4.3 en Bijlage 2 Akoestisch onderzoek. Daarbij is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening een ruime selectie gemaakt van geluidgevoelige objecten in de omgeving.
Stofhinder
Bedrijven en Milieuzonering geeft ook richtafstanden ter beperking van stofhinder. Ook dit aspect (en de bijbehorende richtafstanden) heeft als oogmerk de bescherming van gevoelige functies. In die zin bekeken is het aspect hier niet van toepassing. Maar de crossbaan ligt naast het terrein van Avri, waar inmiddels grootschalig zonne-energie wordt opgewekt. Stof dat door crossende motoren wordt opgestoven kan neerslaan op de zonnepanelen op het terrein van Avri. Hierover zijn privaatrechtelijke afspraken gemaakt tussen Avri en de motorcrossclub. Ervan uitgaande dat deze afspraken wederzijds worden nagekomen levert dit geen belemmering op voor vaststelling van dit bestemmingsplan.
Conclusie
Het motorcrossterrein voldoet aan alle aspecten, behalve op het aspect geluid. Daarom is voor geluid een separaat onderzoek uitgevoerd, waarmee de uitvoerbaarheid op dit gebied is aangetoond. Hiermee is het legaliseren van de bestaande situatie vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering uitvoerbaar.
Inleiding
Het motorcrosscircuit is niet zoneplichtig in het kader van de Wet geluidhinder. Dit betekent dat beoordeling van geluid plaats vindt vanuit Bedrijven en milieuzonering (zie hoofdstuk 4.2 Bedrijven en milieuzonering), indien nodig aangevuld met specifiek akoestisch onderzoek.
In het kader van het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidimmissie in de omgeving van het motorcrosscircuit te Geldermalsen (Akoestisch onderzoek MCC Geldermalsen, 20 september, Royal HaskoningDHV). Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 2 Akoestisch onderzoek. In deze paragraaf is een samenvatting opgenomen van dit onderzoek opgenomen.
Verhouding tussen bestemmingsplan en omgevingsvergunning voor milieu
De resultaten van het onderzoek dienen ter motivering van het bestemmingsplan op het aspect geluid en vormen daarnaast de basis voor de geluidvoorschriften van de aan te vragen omgevingsvergunning voor milieu. In de regels van het bestemmingsplan is uitsluitend de duur van het gebruik opgenomen, waarbij is uitgegaan van redelijk, algemeen gebruik. Deze komt overeen met het huidige gebruik. Het maximale geluidsniveau en de maximale invulling (maximaal aantal rijders) wordt vervolgens vastgelegd in de omgevingsvergunning voor milieu. De handhaving daarvan wordt eveneens in het vergunningspoor geregeld. In het bestemmingsplan moet alleen worden aangetoond dat - via het vergunningspoor - een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in de omgeving haalbaar is (en indien nodig juridische waarborgen worden gesteld).
Onderzoek
Uitgangspunten
Afbeelding 4.1 toont de in de omgeving gelegen (bedrijfs)woonbestemmingen. Deze bestemmingen zijn gelegen aan de Meersteeg (meest nabijgelegen woning op 400 meter)* en de Zeekade (meest nabijgelegen woning op 600 meter) in Geldermalsen en aan de Bommelweg en de Blankertseweg in Meteren.
Afbeelding 4.1: ligging (bedrijfs)woonbestemmingen (blauw omlijnd) en plangebied (rood omlijnd)
* De woning aan de Meersteeg 14 is binnen voorliggend geluidrapport geclassificeerd als bedrijfswoning. Het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied 1984' voorziet niet expliciet in de woonbestemming en kent geen bouwvlak dat bebouwing mogelijk maakt. De bedrijfswoning valt hiermee onder het overgangsrecht van het vigerende bestemmingsplan. Op moment van schrijven is Meersteeg 14 in gebruik als bedrijfswoning bij een transportbedrijf. De gemeente Geldermalsen (nu West Betuwe) heeft deze percelen opgekocht en is voornemens deze op te nemen in het te ontwikkelen bedrijventerrein, waarmee het overgangsrecht komt te vervallen.
Wettelijk kader
Voorliggende situatie is dermate specifiek en concreet, dat voor de planologische beoordeling het beoordelingskader voor vergunningverlening is gehanteerd. In dit geval is dan het Activiteitenbesluit aan de orde. Conform het Activiteitenbesluit valt het motorcrossterrein onder inrichtingen type-C. Voor dit type inrichtingen is de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (1998) van toepassing.
De handreiking maakt onderscheid in burger- en bedrijfswoningen en (bedrijfs-)woningen op en buiten (geluidgezoneerde) bedrijventerreinen. In geval van een oprichtingsvergunning (MCC) geldt bij een woning, niet gelegen op een bedrijventerrein, een ten hoogst toelaatbare geluidbelasting van 50 dB(A). Voor een (bedrijfs-)woning op een bedrijventerrein dient gestreefd te worden naar 55 dB(A) en is 65 dB(A) ten hoogst toelaatbaar.
Legaliseren bestaande situatie
De geluidrelevante activiteit bestaat uit motorcross voor jeugd en volwassenen op gescheiden banen. Deze activiteit vindt uitsluitend in de dagperiode plaats. Voor de geluidimmissie in de omgeving is het rijden op de baan voor volwassen maatgevend (door de langere duur van het rijden en het hogere geluidvermogen van de crossmachines). De verkeersaantrekkende werking als gevolg van het motorcrossterrein (zie hoofdstuk 3.2 Plan) is bij de berekeningen buiten beschouwing gelaten. Gezien de beperkte omvang en het tijdelijke voorkomen van het bestemmingsverkeer is het geluidniveau hiervan niet relevant bij het aantonen van de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
Onderstaande gegevens zijn afkomstig van de motorcrossvereniging Geldermalsen en zijn gebaseerd op het huidige gebruik, wat als uitgangspunt voor het toekomstig gebruik is gehanteerd in het geluidonderzoek.
Motorcrossvereniging Geldermalsen stelt de baan open voor trainingen en kleinere wedstrijden op woensdagen van 15:00 tot 19:00 en op zaterdagen van 13:00 tot 17:00, of voor
Eén tot drie maal per jaar wordt een zogenaamde clubcross (wedstrijd) gehouden tijdens de reguliere openingstijden. Maximaal 3 keer per jaar wordt afgeweken van de reguliere openstelling voor het houden van nationale crosswedstrijden. Buiten deze weekenden is de baan minder dan 8 uur per week opengesteld.
Deze openstelling is als uitgangspunt gehanteerd voor de uitgevoerde geluidberekeningen. Dit betekent dat het circuit minder dan 8 uur per week is opengesteld voor de beoefening van motorcross en niet vaker dan 3 weekenden per jaar voor wedstrijden (of de voorbereiding daarvan). Het motorcrossterrein hoeft daarmee niet aan worden aangemerkt als "grote lawaaimaker" zoals bedoeld in artikel 19.2 uit bijlage 1 van het Besluit Omgevingsrecht (Bor).
De ontsluiting van het crossterrein vindt plaats via de Plettenburglaan. Van het motorcrossterrein wordt minder dan 8 uren per week gebruik gemaakt, waardoor het aantal verkeersbewegingen beperkt blijft. Door het ontbreken van woningen en de voor meerdere bedrijven functionele ontsluitingsroute, is er geen aanleiding de verkeersaantrekkende werking nader te beschouwen.
Bedrijfssituatie
Vanuit het oogpunt van geluid bestaat een belangrijk onderscheid tussen:
Het geluidprofiel is op trainingsdagen meer gelijkmatig dan op wedstrijddagen. Op wedstrijddagen is sprake van piekgeluiden bij de start van een wedstrijd, maar zijn er ook momenten tussen wedstrijden waarop geen geluidbelasting plaatsvindt.
Onderstaande gegevens zijn afkomstig van de motorcrossvereniging Geldermalsen en zijn gebaseerd op het huidige gebruik, wat als uitgangspunt voor het toekomstig gebruik is gehanteerd in het geluidonderzoek.
Tijdens trainingen bevinden zich maximaal 25 motorcrossfietsen in de hoofdbaan. Wanneer de baan op woensdag én op zaterdag geopend is, is er geen onderscheid in het maximaal aantal crossuren (45)*. Wanneer op woensdag niet gereden is, kan op zaterdag 2 uur langer op de baan gereden worden. Het aantal crossuren is voor een dergelijke zaterdag naar rato vergroot (67,5). Het rijden door jeugd tijdens de trainingsdagen (10 crossuren op woensdag en 15 crossuren op zaterdag) op de baan voor de minicross is hierbij meegenomen. Tijdens clubcross en wedstrijddagen is het rijden op de minibaan van ondergeschikt belang.
Gedurende 3 weekenden (totaal 6 dagen) per jaar zal worden afgeweken van deze geluidnormen in verband met (inter)nationale motorcrosswedstrijden. Ook bij wedstrijden rijden er maximaal 25 motorcrossfietsen en bedraagt het aantal crossuren niet meer dan 175 (inclusief training). Het gemiddelde geluidniveau tijdens wedstrijdcross ligt 2 tot 4 dB(A) hoger dan tijdens trainingen. Bij kleine clubwedstijden wordt door maximaal hetzelfde aantal personen, op dezelfde motoren, gedurende dezelfde tijden gereden als tijdens de trainingen.
Motorcrossvereniging Geldermalsen hanteert het uitgangspunt dat iedere motorcrossfiets die komt trainen moet voldoen aan een geluideis van maximaal 94 dB(A) op 7,5 meter. Door middel van steekproefsgewijze metingen langs de baan wordt gecontroleerd of de motoren aan deze immissie-eis voldoen. Dit uitgangspunt wordt tevens als voorwaarde opgenomen in de omgevingsvergunning.
* In het rekenmodel is uitgegaan van activiteitenuren die zich gedurende de hierboven benoemde openingstijden voordoen. Bijvoorbeeld: als tijdens trainingen 45 motoren elk 1 uur op de hoofdbaan rijden dan is er sprake van 45 maal 1 uur = 45 crossuren.
Beoordelingsmethode
De geluidimmissie door de activiteiten op het crossterrein is afgezet tegen het heersend geluidniveau in de omgeving. Bij de beoordeling van de geluidimmissie op woningen in de omgeving vanwege de activiteiten op het crossterrein speelt de aard van de woonomgeving een rol (het heersende (achtergrond)geluidniveau). Met name de A15 en het windpark Avri zijn bepalend voor het heersende (achtergrond)geluidniveau.
Daarnaast is het effect van de gecumuleerde geluidbelasting bij de omliggende woningen inzichtelijk gemaakt, met en zonder de geluidbijdrage als gevolg van de activiteiten op het motorcrossterrein. Om de gecumuleerde geluidbelasting te kunnen bepalen is tevens op de omliggende woningen het geluidniveau vanwege het Grondstoffenpark Rivierenland, de snelweg A15, railverkeer en windpark Avri bepaald.
Rekenmodel
De genoemde activiteitenuren en geluidvermogens vormen de basis van het rekenmodel voor het bepalen van de geluidniveaus in de omgeving. De geluidoverdracht wordt verder bepaald door een aantal andere factoren, zoals absorberende en reflecterende bodemvlakken en bebouwing. De bodem en de omgeving ter plaatse van de crossbaan zijn akoestisch zacht verondersteld. Met behulp van het rekenmodel is vervolgens de geluidimmissie in de omgeving van het circuit berekend.
Resultaten
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus
In geval van geluid met een tonaal karakter (geluid met pieken in het geluidspectrum) dient er op het berekende langtijdgemiddelde deelgeluidniveau een toeslag van 5 dB(A) in rekening te worden gebracht. De toeslag wordt alleen toegepast voor dat deel van de beoordelingsperiode dat er sprake is van tonaal geluid.
Met name bij het rijden van wedstrijden waarbij uitsluitend 2-takt motoren in de baan zijn, is er mogelijk sprake van tonaal geluid. Bij trainingen waarbij een relatief klein aandeel 2-takt motoren in de baan is, is er geen sprake van tonaal geluid. Op het motorcrossterrein Geldermalsen is ongeveer 20% van de crossmotoren van het 2-takt type en de overige 80% van het type 4-takt. Op basis van deze verhouding is bij wedstrijddagen, wanneer 2-taktmotoren van dezelfde klasse gelijktijdig in de baan zijn, een toeslag voor de tonaliteit van 1,6 dB(A) gehanteerd.
De resultaten van de overdrachtsberekeningen vanwege de voorgenomen activiteiten zijn in de vorm van langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bij nabijgelegen woningen voor de representatieve bedrijfssituaties opgenomen in tabel 4.3.
Tabel 4.3 - langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus bij woningen in dB(A)
Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbijdrage vanwege het crossen relatief laag is. Tijdens zowel trainingsdagen als bij clubcrosswedstrijden is de geluidbelasting op gevels van omliggende geluidgevoelige bestemmingen niet hoger dan 50 dB(A). Tijdens trainingen bedraagt de geluidbelasting bij de meest nabijgelegen woning Meersteeg 14 ten hoogste 46 dB(A). Dat is op de momenten dat er op zaterdag langer gereden wordt (van 11u tot 17u). Op trainingsdagen waarbij ten hoogste 4 uur wordt gereden, bedraagt het geluidniveau 44 dB(A). Op dagen dat een clubcross wordt gehouden bedraagt het geluidniveau 50 dB(A) bij deze woning. Bij nationale wedstrijden is dat 55 dB(A).
Maximale geluidniveaus
De maximale geluidniveaus ten tijde van trainingen en wedstrijden zijn berekend bij de meest nabijgelegen woningen. De start van een wedstrijd is het luidste van alle activiteiten. Hierbij is uitgegaan van het gelijktijdig starten van 25 motorfietsen. Tijdens trainingen is geen sprake van het gelijktijdig starten van crossmotoren, hierbij is aangenomen dat vijf motoren gelijktijdig maximale geluidniveaus veroorzaken. De resultaten van deze berekeningen zijn in tabel 4.4 weergegeven.
Tabel 4.4 - maximale geluidniveaus in dB(A)
Alleen de woning aan de Meersteeg 14 ligt op minder dan de richtafstand van 500 meter (conform de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' ) van de crossbaan. Bij geen van de woningen bedraagt het maximale geluidniveau echter meer dan 60 dB(A). Met de berekende geluidniveaus wordt daarmee aan de beoordelingskaders uit de Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening (1998) voldaan. De berekende geluidniveaus sluiten aan bij de bevindingen zoals die volgen uit de VNG-publicatie.
Gecumuleerde geluidbelasting
Er is bij de woningen in de omgeving sprake van een geluidbelasting door meerdere bronnen. Voor deze bronnen is de gecumuleerde geluidbelasting bepaald, uitgedrukt als eenheid voor motorcrossgeluid, rekening houdend met de dosis-effect relaties (de relatie tussen de geluidbelasting en de ervaren geluidhinder) van de verschillende geluidsbronnen.
Deze berekende gecumuleerde geluidsbelasting kan worden vergeleken met de voor de motorcross van toepassing zijnde normering. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat de normen zijn gesteld voor toetsing van een bron afzonderlijk, zodat letterlijke toepassing van de normen bij de beoordeling van cumulatie niet aan de orde is.
De omgerekende geluidsbelastingen zijn in tabel 4.5 weergegeven. Allereerst zijn in de eerste kolommen de geluidniveaus vanwege de verschillende bronnen omgerekend naar de éénheid 'wegverkeerslawaai', zodat deze onderling vergelijkbaar worden (L*-waarden). Daarna zijn de L*-waarden energetisch gesommeerd en omgerekend naar de eenheid LiL voor de motorcross.
Tabel 4.5 - Resultaten gecumuleerde geluidbelasting (uitgedrukt in dB)
Uit tabel 4.5 valt af te leiden dat met name het windpark en de snelweg A15 bepalend zijn voor de gecumuleerde geluidbelasting in de omgeving. In vrijwel geen van de situaties is er sprake van een relevante geluidsbijdrage vanwege de motorcross (geluidbijdrage bij woningen lager dan de voorkeursgrenswaarde). Alleen tijdens nationale crosswedstrijden is de toename van de gecumuleerde geluidbelasting 2 dB(A) hoger dan de referentiesituatie en heeft de motorcross een relevante bijdrage in de gecumuleerde geluidsbelasting.
Alleen bij wedstrijden is er op de locatie Meersteeg 14 een toename van de gecumuleerde geluidsbelasting ten opzichte van de referentiesituatie. De toename bedraagt 2 dB(A) ten opzichte van de gecumuleerde geluidsbelasting in de referentiesituatie (van 56 dB naar 58 dB). In de overige situaties is de geluidbijdrage vanwege de motorcross lager dan de voorkeursgrenswaarde. Het Reken- en meetvoorschrift 2012 stelt dat er in het kader van de vaststelling van de gecumuleerde geluidsbelasting geen sprake is van een relevante blootstelling.
Bij de beschouwing van de gecumuleerde geluidbelasting moet worden bedacht dat de activiteiten op het motorcrossterrein niet dagelijks plaatsvinden, maar beperkt zijn tot twee dagen (dagdelen) per week en dan alleen in de dagperiode. 's Avonds en 's nachts is er geen geluidbijdrage vanwege de motorcross, terwijl dit voor de overige bronnen juist de maatgevende perioden zijn. Met de systematiek uit het Reken en meetvoorschrift 2012 wordt de gecumuleerde geluidsbelasting uitgedrukt in een (jaargemiddelde) etmaalwaarde. Bij de bepaling van de gecumuleerde geluidbelasting is overigens geen rekening gehouden met het feit dat de motorcross niet alle dagen in de week plaatsvindt.
Conclusie
Met de berekende geluidniveaus wordt aan de beoordelingskaders uit de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening (1998) voldaan. Hiermee is het legaliseren van de bestaande situatie vanuit het aspect geluid uitvoerbaar.
Wettelijk kader
De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Per 1 januari 2017 is de nieuwe natuurwet “Wet natuurbescherming” (Wnb) in werking getreden. In deze nieuwe wet is de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet en Boswet in één wet geïntegreerd waarmee de afzonderlijke wetten zijn komen te vervallen. De belangrijke wijzigingen zijn de verwijdering van de beschermde natuurmonumenten uit de wet, wijzigingen in de lijst van beschermde soorten van de Flora- en faunawet en verschuiving van verantwoordelijkheden van het Rijk naar de provincie.
Gebiedsbescherming
Door middel van de regels voor gebiedsbescherming in de Wnb wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden. Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten.
Soortenbescherming
Het doel van de Wnb is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Er bestaan drie beschermingsregimes voor drie verschillende groepen van beschermde soorten. Voor de algemeen beschermde soorten geldt een algemene ontheffing voor ruimtelijke ingrepen. Ook voor de overige beschermde soorten is ontheffing mogelijk, mits wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Voor strikt beschermde soorten kan enkel afgeweken worden na een uitgebreide toetsing.
Onderzoek
In het kader van de voorliggende bestemmingsplanwijziging is een toets nodig, om te bepalen of het planvoornemen haalbaar is in het licht van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor wat betreft soorten- en gebiedsbescherming. Hiervoor is een quickscan Wnb uitgevoerd (Royal Haskoning, 8 mei 2018) die voorziet in een toets aan het soortenbeschermingsdeel van de Wnb aan de hand van een bureaustudie en een habitatgeschiktheidsanalyse. Deze quickscan is opgenomen in Bijlage 3 Quickscan Wet natuurbescherming. Ten aanzien van gebiedsbescherming geldt dat aan de daarin opgenomen toetsing aan de drempelwaarde van 0,05 mol/ha/jr op grond van recente jurisprudentie geen betekenis meer toekomt, gelet op ontwikkelingen in jurisprudentie sindsdien.
Gebiedsbescherming
Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden. Wel ligt het plangebied hemelsbreed op circa 4 kilometer van verschillende deelgebieden van Natura 2000-gebied Rijntakken (zie afbeelding 2.2). Dit betreft een stikstofgevoelig natuurgebied. Op grond van deze constatering ligt de vraag voor in hoeverre dit plan een toename van stikstofemissies als gevolg kan hebben, ten opzichte van de feitelijke referentiesituatie.
In dit geval is sprake van langdurig bestaand gebruik als crossterrein gedurende ruim 40 jaar. Dit gebruik is gedurende deze periode passief gedoogd door de gemeente. Voor bepaling van de referentiesituatie ligt het daarom niet in de rede uit te gaan van het gebruik, zoals dat bestond dan wel rechtens was toegelaten vóór het gebruik van het terrein voor crossactiviteiten.
De intensiteit van de crossactiviteiten is door de jaren heen niet wezenlijk veranderd. De limieten uit het Activiteitenbesluit zijn jarenlang gevolgd. Ze vormen ook de basis vormen voor het in dit plan toegelaten gebruik.
Geconcludeerd kan worden dat voor wat betreft de referentiesituatie en de te bestemmen situatie kan worden uitgegaan van (min of meer) gelijkblijvende stikstofemissies. Hierdoor heeft het plan geen schadelijke gevolgen ten aanzien van gebiedsbescherming en is geen Wnb-vergunning nodig.
Ten aanzien van de ligging van het plangebied ten opzichte van het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) of Gelders Natuurnetwerk (GNN) (zie afbeelding 2.1) zijn geen effecten te verwachten. Externe werking is geen onderdeel van het toetsingskader van de provincie Gelderland ten aanzien van het NNN/GNN.
Soortenbescherming
Op basis van raadpleging van verspreidingsgegevens en overige beschikbare bronnen is een beeld gevormd van de in de regio voorkomende soorten. De habitatgeschiktheid van het plangebied en directe omgeving voor deze soorten is bepaald middels een oriënterend veldbezoek. Geconcludeerd is dat de volgende (streng) beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn:
Het is aannemelijk dat er vleermuizen voorkomen in (de directe omgeving van) het plangebied, omdat er (zij het in beperkte mate) watergangen, houtsingels en gebouwen in en rond het plangebied aanwezig zijn. Hiermee is het plangebied potentieel geschikt als jachtgebied voor in de omgeving voorkomende vleermuissoorten, bijvoorbeeld gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Aanwezige bomen met holtes zouden kunnen voorzien in paar- en verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis en watervleermuis. Op basis hiervan mag geconcludeerd worden dat de aanwezigheid van foerageergebieden en vaste paar- en verblijfplaatsen van vleermuizen mogelijk aan de orde is.
Het plangebied is ongeschikt als landhabitat voor de meeste beschermde reptielen- en amfibieënsoorten. Enerzijds ontbreekt het aan geschikte voortplantingswateren voor de meeste soorten en anderzijds is het plangebied ongeschikt als landhabitat voor de meeste amfibieën, vanwege het intensieve gebruik en beperkte aanwezigheid van extensief beheerd groen. Dit geldt echter niet voor de streng beschermde rugstreeppad, die juist wel gedijt in een omgeving met veel dynamiek, waar grond continu wordt omgewoeld of vergraven wordt. Op basis hiervan mag geconcludeerd worden dat de aanwezigheid van leefgebied van de rugstreeppad mogelijk aan de orde is.
Het plangebied is ongeschikt voor de meeste broedvogels, met uitzondering van opportunistische soorten die relatief snel kunnen wennen aan voorspelbare verstoring, zoals zwarte kraai en houtduif. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten is niet aan de orde vanwege het behoorlijk intensieve gebruik van het terrein en de daarmee gepaard gaande geluidsproductie.
Aanvullend wordt opgemerkt dat het terrein mogelijk geschikt is voor hermelijn, wezel en bunzing. Dit is van belang aangezien deze soorten na gereedkoming van het onderzoek beschermd zijn op grond van de Wnb.
Nadere overweging soortenbescherming
Het plangebied is sinds 1979 in gebruik als motorcrossterrein. Daarmee is er met voorliggend bestemmingsplan sprake van bestendig beheer en gebruik dat in principe niet limiterend is voor de actuele potentiële habitatgeschiktheid van (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna. Aangezien het bestemmingsplan een reeds tientallen jaren bestaande situatie beoogt te legaliseren, is de kans op
aanvullende negatieve effecten feitelijk niet aan de orde, mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan die zijn gericht op behoud en versterking van aanwezige ecologische waarden en potenties. Gelet op de terreingesteldheid sinds het gebruik als motorcrossterrein, is aanvullend onderzoek daarmee niet aan de orde.
Het bestemmingsplan maakt geen wijziging mogelijk ten opzichte van gedoogde situatie. Dit betekent dat de beschermde soorten, indien en voor zover aanwezig, door het legaliseren van de feitelijke situatie niet worden geschaad. Een uitzondering hierop vormt de mogelijkheid tot de beperkte uitbreiding van het clubgebouw, maar hiervoor zal te zijner tijd een nieuwe natuurtoets plaatsvinden in het kader van de omgevingsvergunning voor het bouwen.
In het onderzoek worden, mede daarom aanbevelingen, gedaan om de habitatgeschiktheid van het plangebied te optimaliseren, zoals het behoud van groenstructuren, het plaatsen van vleermuiskasten en de gefaseerde aanplant van nieuwe bomen. Aangezien er vanuit de crossclub draagvlak bestaat voor de bescherming en versterking van de aanwezige flora en fauna, zijn deze aanbevelingen aan de crossclub meegegeven.
Conclusie
Het bestemmingsplan is uit oogpunt van natuurbescherming aanvaardbaar.
Wettelijk kader
In de Nota Lekker leven langs de Linge (2010) (zie 2.3 Gemeentelijk beleid) wordt door de gemeente Geldermalsen (nu gemeente West Betuwe) landschapskwaliteit als drager van ruimtelijke kwaliteit aangemerkt.
De gemeenten Geldermalsen, Lingewaal en Neerrijnen hebben gezamenlijk in 2008 het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) "Nieuwe stromen door het landschap" vastgesteld. Dit LOP biedt deze gemeenten de mogelijkheid de landschappelijke eenheid en kwaliteit te versterken en toch ruimte te bieden aan nieuwe ontwikkelingen.
Onderzoek en resultaten
Het LOP bevat een kaart met daarop de waardevolle en karakteristieke landschapselementen in de gemeenten Geldermalsen. Voor het plangebied voor het motorcrossterrein staan op deze kaart geen landschappelijk waardevolle elementen.
Het motorcrossterrein ligt op het bedrijventerrein Hondsgemet en is landschappelijk ingesloten tussen de infrastructuuraders A15, de Betuweroute en de spoorwegverbinding Geldermalsen - Tiel. Het terrein kent daarnaast verschillende voor het landschap kenmerkende groenstructuren. Aangezien de inrichting van het motorcrossterrein met vaststelling van voorliggend bestemmingsplan ongewijzigd blijft is de landschappelijke impact van dit terrein verwaarloosbaar.
Conclusie
Het voorgenomen plan is vanuit het aspect landschap uitvoerbaar.
Wettelijk kader
Ter implementatie van het Verdrag van Malta is op 1 september 2007 de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in werking getreden. In deze wet is vastgelegd dat gemeenten in het kader van ruimtelijke ordening ook rekening dienen te houden met het archeologisch erfgoed. In dat kader dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan inventariserend archeologisch onderzoek te worden gedaan, zodat in het plan - indien nodig - een passende regeling kan worden getroffen om aanwezige archeologische waarden te beschermen. In het kader van de modernisering van de Monumentenwet is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat in een bestemmingsplan niet alleen een beschrijving moet staan op welke wijze rekening gehouden wordt met aanwezige of te verwachten monumenten in de grond (archeologie), maar ook met de aanwezige cultuurhistorische waarden.
Wet op de Archeologische Monumentenzorg
In de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) zijn de uitgangspunten van het in 1992 ondertekende Europese Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd.
Uitgangspunt van de WAMZ is om archeologische waarden te beschermen, zonder meer maatschappelijke last te veroorzaken dan nodig is. Wat er moet gebeuren, verschilt per gebied en regio, dus niet alle activiteiten zijn even ingrijpend.
De WAMZ heeft vier belangrijke pijlers:
Gemeente Geldermalsen - Beleidsnota Archeologische Monumentenzorg
Om archeologie en cultuurhistorie vroegtijdig en volwaardig te laten meedoen in ruimtelijke planprocessen, heeft de gemeente Geldermalsen in 2006 haar eigen archeologische beleid vastgesteld. Dit beleid dient om tot een goede afweging te komen ten aanzien van archeologie. De bij deze beleidsnota behorende archeologische en cultuurhistorische beleidskaarten is in 2016 geactualiseerd.
Onderzoek en resultaten
Op basis van het beleid op het gebied van archeologie en cultuurhistorie is beoordeeld onder welke voorwaarden gelden voor de planologisch-juridische legalisatie van het motorcrossterrein.
Archeologie
Afbeelding 4.2 toont een uitsnede van de Archeologische beleidskaart van de gemeente Geldermalsen (nu gemeente West Betuwe).
Afbeelding 4.2: ligging plangebied op Archeologische Beleidskaart Geldermalsen
Op basis van de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Geldermalsen geldt voor het overgrote deel van het motorcrossterrein de Waarde-Archeologie 5. Deze waarde is toegekend aan gebieden met een middelmatige verwachte dichtheid aan archeologische resten.
Dit betekent dat de gemeente in het kader van een vergunningtraject of medewerking in verband met planrealisatie bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter onder maaiveld en groter dan 1.000 m² vroegtijdig waardestellend archeologisch vooronderzoek verplicht stelt.
De Archeologische Beleidskaart toont tevens dat in de zuidwestelijke hoek van het motorcrossterrein voor een gebied de Waarde-Archeologie 2 geldt. Deze waarde is toegekend aan het gebied als attentiezone van 50 meter rond een historische waarnemingslocatie met archeologische resten. Gebieden met deze archeologische waarden zijn tevens opgenomen op de archeologische monumentenkaart Gelderland.
Voor deze categorie geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 30 centimeter onder maaiveld en groter dan 100 vierkante meter de gemeente in het kader van een vergunningtraject of medewerking in verband met planrealisatie vroegtijdig waardestellend archeologisch vooronderzoek eist.
Voorliggend bestemmingsplan strekt uitsluitend ter legalisatie van de bestaande situatie. Het bestaande gebruik als motorcrossterrein wordt hierbij voortgezet. Er is geen sprake van het uitvoeren van substantiële grondwerkzaamheden over een bepaalde oppervlakte. Er wordt uitsluitend grond opgebracht ter plaatse van het bestaande crossparcours. Ten aanzien van het bouwen van gebouwen voorziet het plan in de mogelijkheid om het bestaande clubgebouw te vervangen op ongeveer dezelfde locatie, met ongeveer dezelfde afmetingen.
Ter bescherming van de archeologische waarden zijn in de planregels bij dit bestemmingsplan archeologische dubbelbestemmingen met daarin een omgevingsvergunningplicht opgenomen, waaraan een onderzoeksplicht is verbonden.
Cultuurhistorie
Het motorcrossterrein Geldermalsen is op de Cultuurhistorische kaart van de gemeente Geldermalsen (nu gemeente West Betuwe) niet aangemerkt als cultuuhistorisch waardevol gebied.
Conclusie
Het voorgenomen plan is, met inachtneming van de voorwaarden vanuit gemeentelijk beleid, uitvoerbaar voor wat betreft het aspect archeologie en cultuurhistorie.
Wettelijk kader
In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Daar waar sprake is van herbestemmen van bestaande situaties kan een diepgaand inzicht in de bodemsituatie vooraf doorgaans achterwege blijven.
Bij bouwactiviteiten is ook in het kader van de omgevingsvergunning onderzoek naar de kwaliteit van de bodem benodigd. Bouw kan pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Daarom dient bij een nieuwe bouwactiviteit de bodemkwaliteit in beeld te worden gebracht.
Onderzoek
Voor de legalisatie van de bestaande situatie moet inzicht worden gegeven in de huidige bodemkwaliteit. Om inzicht te krijgen in de huidige bodemkwaliteit is een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd (Royal HaskoningDHV, 11 oktober 2018). Dit vooronderzoek is opgenomen in Bijlage 4 Milieuhygiënisch vooronderzoek.
Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie. De verzamelde informatie leidt tot een beeld van de milieukundige bodemkwaliteit. Daarnaast vormen de resultaten de basis voor de verantwoording van de keuze voor de onderzoeksstrategie en de te hanteren onderzoeksinspanning van het verkennend- of nader bodemonderzoek, indien van toepassing.
Resultaten
Het maaiveld van het terrein ligt globaal op 2,5 -3,5 m +NAP. De deklaag bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit rivierklei en loopt tot aan het eerste watervoerende pakket op circa 4,3 m –NAP. Het motorcrossterrein is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
Op historisch kaartmateriaal wordt zichtbaar dat het terrein, voor de komst van het motorcrossterrein, als agrarisch gebied in gebruik is geweest. Dit betrof veelal grasland, maar vanaf circa 1870 heeft op verschillende percelen op het terrein fruitteelt plaatsgevonden. Het onderzoeksgebied is voor de bouw van het clubhuis van de motorcrossvereniging nooit bebouwd geweest. Voor de aanleg van de crossbaan is zand op het terrein opgebracht.
De Regio Rivierenland heeft een bodemkwaliteitskaart en een bijbehorende bodembeheernota opgesteld. De bodemkwaliteitskaart is een kaart waarop de diffuse bodemkwaliteit (de achtergrondkwaliteit) binnen een gedefinieerd gebied op het niveau van bodemkwaliteitszones is aangegeven. Het gehele plangebied valt volgens de bodemkwaliteitskaart in de zone “Boomgaarden stedelijk gebied”, waar het gebied in de kaart met fruitteeltgebieden gespecificeerd wordt als “Boomgaard (1940-1970)”. Dit houdt verband met de te verwachten bodemverontreiniging met bestrijdingsmiddelen op voormalige fruitteeltgebieden. Zowel de boven- als de ondergrond van het plangebied worden ingedeeld in de ontgravingsklasse en de toepassingsklasse “Achtergrondwaarde”.
In de bodembeheernota wordt beschreven hoe grond en bagger kan worden hergebruikt. Daarop aanvullend heeft de regio ook een bodemfunctieklassenkaart, die een rol speelt bij het op landbodem, volgens het generieke kader, toepassen van partijen grond of bagger. Hierbij is een van de uitgangspunten dat de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond of bagger geschikt moet zijn voor het gebruik van de ontvangende bodem (de bodemfunctieklasse). In de bodemfunctieklassenkaart valt het plangebied onder de klasse Industrie.
Op locatie van het motorcrossterrein zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd. In de directe omgeving van het motorcrossterrein is echter een aantal onderzoeken zijn uitgevoerd.
Twee historische onderzoeken zijn uitgevoerd (in 1999 en 2000) voor de locatie van de stortplaats ten oosten van het motorcrossterrein. Voor het onderzoek uitgevoerd in 1999 wordt geconcludeerd dat op de locatie een nader onderzoek moet worden uitgevoerd om de omvang en ernst van de vastgestelde verontreiniging te bepalen. Conclusie van het onderzoek dat uitgevoerd is in 2000 is dat er geen aanleiding was om aanvullend onderzoek uit te voeren.
In 2011 is daarnaast een nulsituatie bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een destijds nieuw in te richten depotruimte en ruimte voor compostverwerking op het terrein van Avri. Bij dit onderzoek is zeer plaatselijk in een zandige toplaag met asfaltbrokken een matige verhoging aan minerale olie aangetoond, die is veroorzaakt door de bijmenging aan asfaltbrokken. Derhalve kan worden aangenomen dat de verontreiniging zeer lokaal is en de minimale norm voor een geval van ernstige bodemverontreiniging van 25m³ sterk verontreinigde grond niet gehaald zal worden. Voor het overige zijn hooguit lichte verhogingen aangetroffen. Dit betekende dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk werd geacht en er milieukundig gezien geen belemmeringen waren voor de inrichting van de locatie als depotruimte en ruimte voor compostverwerking.
Uit bovenstaande onderzoeken in de omgeving blijkt dat er geen belangrijke verontreinigingen zijn geconstateerd. Het gebruik als motorcrossterrein kan mogelijk tot lichte verontreiniging leiden, maar het is weliswaar niet aannemelijk dat het hier om grootschalige verontreiniging gaat. Daarbij komt dat het gebruik als motorcrossterrein dat tot eventuele verontreiniging van de bodem heeft geleid, met voorliggend bestemmingsplan wordt gelegaliseerd. Het gebruik als motorcrossterrein betreft overigens geen milieugevoelige functie.
Gezien de historie van de locatie, de activiteiten in de omgeving en het reeds jarenlange gebruik van het terrein voor motorcross, is het niet onaannemelijk dat bodemverontreiniging aanwezig kan zijn. Derhalve is geadviseerd een verkennend bodemonderzoek uit te voeren om de bodemkwaliteit vast te stellen. Dit onderzoek kan ook dienstdoen als nulsituatie-onderzoek aangezien de activiteiten behorende bij het gebruik van het terrein voor motorcross kunnen worden aangemerkt als bodembedreigend.
Aanvullend bodemonderzoek
Door de Omgevingsdienst Rivierenland is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat de bovengrond van het crossterrein (0-0,5 m-mv) lokaal licht verontreinigd is met enkele zware metalen, minerale olie en PAK. De ondergrond (0,5-2 m-mv) is niet verontreinigd. De boven- en ondergrond ter plaatse van het aggregaat en de brandstofopslag is niet verontreinigd. In de puinhoudende grond zijn geen asbestverdachte materialen en/of asbest aangetroffen.
Het grondwater is licht verontreinigd met Barium, een verschijnsel dat vaker voorkomt in Rivierenland. Het grondwater bij het aggregaat en de brandstofopslag is licht verontreinigd met Barium en Naftaleen;
Op het terrein is geen geluidwal aangelegd (zoals eerder wel het plan was). Er is klasse Industriegrond (licht verontreinigd) toegepast, maar deze grond is waarschijnlijk vermengd geraakt met de oorspronkelijke bodem en kan deels de oorzaak zijn van de lichte verontreinigingen en de puinbijmengingen die lokaal zijn aangetroffen.
De aangetroffen verontreinigingen vormen geen belemmering voor het gebruik van het terrein als motorcrossterrein. Er is geen noodzaak tot vervolgonderzoek of saneringsmaatregelen.
Conclusie
Het voorgenomen plan is uitvoerbaar voor wat betreft het aspect bodemkwaliteit.
Wettelijk kader
Om waterbeheer en ruimtelijke ordening goed op elkaar af te stemmen is de watertoets ontwikkeld. Door deze (wettelijk verplichte) watertoets moet duidelijkheid worden geboden welke randvoorwaarden gelden voor ruimtelijke en/of stedenbouwkundige aanpassingen ten opzichte van het oppervlakte- en grondwater in het plangebied en omgeving (art. 3.1.6 lid b Bro).
Onderdeel van deze watertoets is het inwinnen van advies bij de waterbeheerder van het gebied, in dit geval het Waterschap Rivierenland (art. 3.1.1 Bro).
Beleid Waterschap Rivierenland
Als leidend beleidsdocument voor de waterhuishouding geldt het Waterbeheerprogramma 2016-2021 "Koers houden, kansen benutten". Dit plan, dat in 2015 is vastgesteld, is bepalend voor het waterbeleid en gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied. Het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterketen.
Daarnaast beschikt het Waterschap Rivierenland over een verordening: de Keur voor waterkeringen en wateren. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels.
Beleid gemeente West Betuwe
De gemeente Geldermalsen (nu gemeente West Betuwe) heeft in 2010, samen met het waterschap, een stedelijk waterplan vastgesteld. Het waterplan geeft vorm aan het gezamenlijk beleid op het gebied van water voor de betrokken gemeenten en geeft richting aan alle activiteiten met betrekking tot het water binnen de gemeenten en het Rivierenland.
Het doel van het waterplan is het oplossen van knelpunten en het verzilveren van kansen die zich voordoen ten aanzien van het (toekomstige) waterbeheer tegen verantwoorde maatschappelijke kosten. Uitgangspunt hierbij is het streven naar een watersysteem van voldoende kwaliteit, dat mogelijkheden biedt voor recreatie en beleving. Daarnaast mogen toekomstige ontwikkelingen niet leiden tot een toename van wateroverlast.
Voor het binnendijks gelegen deel van het gebied gelden de volgende principes:
Bij nieuwe plannen en initiatieven is water een medeordenend principe en dient er rekening te worden gehouden met water als onderdeel van het planproces. Per plan wordt de toegenomen afvoer van water zoveel mogelijk binnen het plangebied gecompenseerd. Waterneutraal bouwen is bij nieuwe (bouw)ontwikkelingen het uitgangspunt. Om de doelen te verwezenlijken worden in een uitvoeringsprogramma concrete maatregelen beschreven die zijn onder te verdelen in:
Deze concrete maatregelen worden vervolgens via de beheerplannen naar vermogen gefaseerd gerealiseerd. Voor zover noodzakelijk en mogelijk zal hiervoor binnen ruimtelijke plannen de planologische ruimte worden geboden.
Onderzoek
Bestaande situatie
In de bestaande situatie is het plangebied vrijwel geheel onverhard. Het huidige motorcrossterrein biedt voldoende mogelijkheid voor het oppervlakkig afvoeren en vrij infiltreren van hemelwater.
Het motorcrossterrein is omgeven met watergangen die het overschot aan water afvoeren. Op basis van de legger van waterschap Rivierenland kan worden vastgesteld dat het aan de zuidwestzijde gaat om een A-watergang, aan de zuid-, oost- en noordzijde om een B-watergang en aan de noordwestzijde om een C-watergang. Daarnaast ligt in het noordelijke deel van het plangebied in de lengterichting een C-watergang. Naast de A- en B-watergangen is een beschermingszone gelegen van respectievelijk 4 en 1 meter vanuit de insteek. Voorliggend bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen binnen deze zones mogelijk.
Het maaiveld ligt op circa 3 meter boven NAP. De ondergrond van het terrein bestaat hoofdzakelijk uit klei. Het plangebied is gelegen binnen het deelstroomgebied Tielerwaard en binnen het peilgebied TLW001 met een zomerpeil van NAP +2,2 meter en een winterpeil van NAP +2 meter.
Afvalwater/rioolaansluiting
Binnen het plangebied ligt een gemengd rioolstelsel, waarop het bestaande cludgebouw is aangesloten. Afgezien van de beperkte uitbreidingsmogelijkheid van dit clubgebouw worden met voorliggend bestemmingsplan geen andere ontwikkelingen mogelijk gemaakt die moeten worden aangesloten op de riolering. Daarmee is aangetoond dat gebruik kan worden gemaakt van de bestaande riolering. Daarnaast vormt de beperkte uitbreidingsmogelijkheid geen knelpunt voor de capaciteit van de reeds in het plangebied aanwezige riolering.
Bij eventuele uitbreiding van het clubgebouw worden maatregelen getroffen om het nieuwe dakoppervlak en het omringend verhard oppervlak af te koppelen en via een oever- of bodempassage richting het oppervlaktewater af te voeren (bijvoorbeeld een wadi of zaksloot). Uiteraard wordt dan ook de mogelijkheid bezien om alle (schoon) hemelwater op die manier af te koppelen en af te voeren.
Verontreinigd afvalwater dat onstaat bij het ter plaatse werken aan motoren wordt niet geloosd op het riool of open water, maar wordt opgevangen door middel van een zogeheten milieumat.
Waterberging en hemelwater
De aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen en/of riolering. Om te voorkomen dat door toename van verhard oppervlak wateroverlast ontstaat, is de aanleg van extra waterberging mogelijk van belang. Hiermee wordt het verlies van berging in de bodem gecompenseerd. Het waterschap Rivierenland hecht groot belang aan het zoveel mogelijk instandhouden van en compenseren in open water als onderdeel van het watersysteem.
Voor plannen die voorzien in een toename van verharding is compenserende waterberging nodig. Wel geldt voor dit plangebied een - eenmalig te gebruiken - vrijstelling van 500 m² voor plannen gelegen binnen de bebouwde kom. Met het vaststellen van voorliggend bestemmingsplan ontstaat uitsluitend de mogelijkheid voor de aanleg van nieuw verhard oppervlak in de vorm van een beperkte uitbreiding van het bestaande clubgebouw. Op het reeds bestaande motorcrossterrein ontstaan geen mogelijkheden voor een toename van het verhard oppervlak. Per saldo betekent dit dat de toename van het verhard oppervlak binnen het plangebied zal toenemen, maar dat de toename binnen de hiervoor genoemde vrijstelling blijft. Dit betekent dat er geen ruimte gereserveerd hoeft te worden binnen het plangebied voor compensatie in de vorm van waterberging.
Het gemeentelijk beleid echter kent genoemde vrijstelling overigens niet. De gemeente zal daarom met de crossclub de mogelijkheden nagaan om alsnog compenserende berging te realiseren voor toename verharding en hiervoor zo nodig vergunningvoorschriften opleggen. Hierbij sluit de gemeente aan bij hetgeen het Waterschap heeft opgemerkt inzake de wijze van watercompensatie: "Voor watercompensatie heeft het graven van nieuw oppervlaktewater de voorkeur boven het vergroten van bestaand water. Bij gebruik van bestaande watergangen gaat de voorkeur uit naar B-watergangen boven A-watergangen. Compensatie in C-water kan niet, tenzij deze na compensatie kan worden opgewaardeerd tot B-watergang."
Inzake het afkoppelen van schoon hemelwater bij uitbreiding van het clubgebouw is hiervoor o
Grondwater
Voorliggend bestemmingsplan maakt geen grondwerkzaamheden mogelijk, waarmee er geen invloed is op grondwater. Zie ook het vermelde onder het kopje Afvalwater/rioolaansluiting inzake het omgaan met vuil water vanwege het werken aan de motoren.
(Grond)waterkwaliteit
Het vaststellen van voorliggend bestemmingsplan heeft geen invloed op de (grond)waterkwaliteit.
Beheer en onderhoud
In de huidige situatie is er voldoende ruimte voor het beheer en onderhoud van de watergangen die in en rondom het plangebied gelegen zijn. Met het vaststellen van voorliggend bestemmingsplan blijven de obstakelvrije zones gehandhaafd, waarmee de situatie voor wat betreft beheer en onderhoud niet negatief wordt beïnvloed.
Watertoets
Aangezien voorliggend bestemmingsplan geen betrekking heeft op een ruimtelijke ontwikkeling, maar op het vastleggen en daarmee legaliseren van een bestaande situatie, is deze waterparagraaf op basis van de huidige situatie opgesteld en ingevoegd in het bestemmingsplan. Deze paragraaf wordt vervolgens in het kader van het vooroverleg aan waterschap Rivierenland voorgelegd. Op 4 november 2020 heeft het waterschap schriftelijk gereageerd op de wijze waarop het aspect water is opgenomen in voorliggend bestemmingsplan. De reactie is opgenomen in Bijlage 6 van deze toelichting. De opmerkingen van het wateschap zijn in dit plan (en met name in deze paragraaf) verwerkt. Voor wat betreft de opmerking in zake C-watergang heeft het waterschap op 25 januari 2021 aanvullend gereageerd met de opmerking dat de watergang al langere tijd niet meer bestaat en dat het daarom niet nodig is om de watergang te herstellen.
Conclusie
Het voorgenomen plan is uitvoerbaar voor wat betreft het aspect water. De watertoets is doorlopen.
Inleiding
Om te bepalen of vaststelling van dit bestemmingsplan aanvaardbaar is uit het oogpunt van externe veiligheid, is onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is het planvoornemen getoetst aan de normen die volgen uit wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in de rapportage "Onderzoek externe veiligheid Motorcrossterrein Geldermalsen" (Royal HaskoningDHV, 19 maart 2020. De rapportage is opgenomen in Bijlage 5 van deze toelichting.
In de rapportage worden de volgende vragen beantwoord:
Voor wat betreft het het toetsingskader externe veiligheid en de onderzoeksmethodiek wordt naar de rapportage verwezen. In de rapportage wordt uitvoerig op deze aspecten ingegaan. Hieronder wordt een samenvatting van de rapportage gegeven inzake de inventarisatie van risicobronnen, de toetsingsresultaten en de verantwoording van het groepsrisico.
Onderzoek
Uitgangssituatie
Het motorcrossterrein kan worden beschouwd als een recreatieterrein. Conform artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is een recreatieterrein een beperkt kwetsbaar object, mits hier niet meer dan 50 personen meerdere aaneengesloten dagen aanwezig zijn. De motorcrossbaan is op basis van de definitie beschouwd als een beperkt kwetsbaar object. De beoogde bestemming van het terrein wordt daarom als relevant beschouwd voor externe veiligheid.
Het bestemmingsplan maakt geen risicobronnen mogelijk. In de huidige situatie zijn ook geen risicobronnen aanwezig.
Mogelijke risicobronnen
Op basis van de risicokaart (afbeelding 4.3) en de omliggende bestemmingsplannen is onderzocht en beoordeeld welke risicobronnen relevant (kunnen) zijn voor het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn de volgende risicobronnen aanwezig:
1. PGS 15 - Landelijk distributiecentrum Geldermalsen AH.
2. PGS 15 - Flexpak Transparant Verpakkingsindustrie B.V.
3. Aardgastransportleiding Gasunie W-527-01.
4. Transport gevaarlijke stoffen spoorlijn Meteren - Utrecht.
5. Transport gevaarlijke stoffen Betuweroute.
6. Transport gevaarlijke stoffen Rijksweg A15.
7. Transport gevaarlijke stoffen N327.
8. Windturbinepark Avri.
Afbeelding 4.3: uitsnede risicokaart Geldermalsen met de geïnventariseerde risicobronnen (geraadpleegd 7 februari 2020)
Relevante risicobronnen
Van de in de nabijheid van het plangebied aanwezige risicobronnen zijn op basis van wettelijke risiconormen de volgende bronnen relevant:
4. Transport gevaarlijke stoffen spoorlijn Utrecht - Meteren.
5. Transport gevaarlijke stoffen Betuweroute.
5. Transport gevaarlijke stoffen Rijksweg A15.
7. Windturbinepark Avri.
Beoordeling relevante risicobronnen
Uit de inventarisatie blijkt dat het transport van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Utrecht - Meteren, de Betuweroute en de A15 en één van de windturbines van het Windpark Avri relevant zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid.
Transport gevaarlijke stoffen spoorlijn Utrecht - Meteren
Ten aanzien van de spoorlijn Utrecht - Den Bosch wordt conform het Bevt inzicht gegeven in de mogelijkheden voor de rampenbestrijding en zelfredzaamheid.
Transport gevaarlijke stoffen Betuweroute
Voor deze transportrouteroute zijn het Plaatsgebonden risico, het Plasbrandaandachtsgebied en het Groepsrisico zijn getoetst aan het Bevt, met het volgende resultaat:
Conform het Bevt dient enkel ingegaan te worden op de rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Hierbij dient de gemeente advies te vragen aan de veiligheidsregio. Zie hierna onder het kopje Verantwoording groepsrisico
Conform de Beleidsvisie externe veiligheid West Betuwe 2019 - 2023 dient toepassing gegeven te worden aan artikel 7:
Transport gevaarlijke stoffen Rijksweg A15
Voor deze transportrouteroute zijn het Plaatsgebonden risico, het Plasbrandaandachtsgebied en het Groepsrisico zijn getoetst aan het Bevt, met het volgende resultaat:
Conform het Bevt dient enkel gekeken te worden naar rampenbestrijding en zelfredzaamheid in het kader van de verantwoording groepsrisico. Hierbij dient de gemeente advies te vragen aan de veiligheidsregio. Zie hierna onder het kopje Verantwoording groepsrisico.
Conform de Beleidsvisie externe veiligheid West Betuwe 2019 - 2023 dient toepassing gegeven te worden aan artikel 7.
Windturbinepark Avri
Voor de windturbine geldt dat er in het bestemmingsplan rekening moet worden gehouden dat er geen kwetsbare objecten conform Artikel 1 Bevi binnen de PR10-6/jaar contour gerealiseerd worden.
Verantwoording groepsrisico
In hoofdstuk 6 van Bijlage 5 is een uitvoerige verantwoording van het groepsrisico opgenomen, op basis van het advies van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Op basis van maatgevende scenario's (zijnde incidenten op het spoor en op de weg) wordt inzicht gegeven in de mogelijkheden voor rampenbestrijding en zelfredzaamheid.
Op basis van de aanvraag bestemmingsplan Meersteeg 13 heeft de Veiligheidsregio Gelderland- Zuid geen inhoudelijke bezwaren/opmerkingen inzake het onderwerp externe Veiligheid. De Veiligheidsregio adviseert organisatorische maatregelen om de zelfredzaamheid te vergroten.
Conclusie
Resultaten risico-analyse
Voorw wat betreft de windturbine, deze vormt geen beperking nu in het plan een veiligheidszone wordt opgenomen met bijbehorende gebruiksbeperkingen in de regels.
Verantwoording groepsrisico
De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid geeft aan geen inhoudelijke bezwaren te hebben tegen het planvoornemen. De Veiligheidsregio adviseert organisatorische maatregelen om de zelfredzaamheid te vergroten. Het handelingsperspectief bij een giftige wolk dient opgenomen te worden in het calamiteitenplan. Verdere voorzieningen zijn de schuilmogelijkheden in het clubgebouw en afsluitbare ventilatie.
Conclusie
Gelet op het voorgaande is het bestemmingsplan op het aspect externe veiligheid aanvaardbaar.
Wettelijk kader
De Wet milieubeheer biedt de volgende grondslagen voor de onderbouwing dat een plan voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit:
Wanneer een plan voldoet aan één van bovenstaande grondslagen, kan het planvoornemen vanuit het aspect luchtkwaliteit doorgang vinden.
Onderzoek
Voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet langer te worden getoetst aan de grenswaarden. In de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen' zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als 'niet in betekenende mate' worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven tenzij er al sprake is van een overschrijding. Indien er geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden hoeft er ook niet aan de luchtkwaliteitseisen getoetst te worden.
Het voorliggende bestemmingsplan strekt ter legalisatie van de bestaande situatie. Hierbij staat vast dat het aantal wedstrijddagen en hiermee het aantal cross- en verkeerbewegingen, niet verder toeneemt. Daarnaast is er per saldo geen sprake van nieuwe ontwikkelingen die van significante invloed kunnen zijn op de luchtkwaliteit. Een gedetailleerd luchtkwaliteitsonderzoek is daarom niet nodig.
Conclusie
Het voorgenomen plan is uitvoerbaar voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit.
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. Alleen de regels en de verbeelding zijn juridisch bindend. De plantoelichting bevat de achtergronden, onderzoeken en motieven van het plan. De toelichting is enerzijds voor de besluitvorming van belang, maar kan daarnaast van belang zijn bij het interpreteren van de regels of de verbeelding. Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels en op de verbeelding van dit bestemmingsplan hun juridische vertaling gekregen in de vorm van bestemmingen. De juridische planopzet en de inhoud van de toegekende bestemmingen worden in dit hoofdstuk toegelicht.
Dit bestemmingsplan is opgezet conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voortvloeiende uit de Wro is het plan mede gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP).
Op de verbeelding zijn bestemmingen toegekend aan de geplande functies. Bij het opstellen van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN) en de kadastrale kaart.
Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Hierin zijn regels opgenomen over onder andere de indeling van de planregels en de naamgeving van bestemmingen. De planregels kennen standaard vier hoofdstukken.
Om het plangebied van de bestemmingsplanherziening voor het motorcrossterrein Geldermalsen te laten aansluiten bij het naastgelegen bestemmingsplan Bedrijventerrein Hondsgemet-Zuid 2017 (zie afbeelding 1.2 in paragraaf 1.3 Vigerend planologisch regime) zijn tevens een verkeers- (noordzijde) en groenbestemming (zuidzijde) opgenomen.
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen.
In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begrippen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 4 Sport - motorcrossterrein
Binnen de bestemming 'Sport - motorcrossterrein' zijn de activiteiten die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt ruimtelijk geregeld. Binnen deze bestemming wordt de activiteit motorcross, binnen kaders, mogelijk gemaakt. Binnen deze bestemming zijn tevens gebouwen, werken, groenvoorzieningen, ondergeschikte horecavoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Voor het bestaande clubgebouw is een bouwvlak opgenomen. Daarnaast is een specifieke gebruiksregel opgenomen die gebruik van het motorcrossterrein pas mogelijk maakt mits op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid is voorzien.
De bestemming 'Groen' is opgenomen met het oog op een logische planbegrenzing. Binnen deze bestemming zijn de (reeds aanwezige) openbare groene ruimten geregeld. Deze groenvoorzieningen vormen de groene dragers van het plangebied. Binnen de bestemming zijn tevens water, waterhuishoudkundige voorzieningen, toegestaan. De activiteit motorcross is nadrukkelijk niet toegestaan binnen deze bestemming.
Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied
Deze bestemming is opgenomen met het oog op een logische planbegrenzing. De reeds aangelegde verkeerstructuur is opgenomen binnen de bestemming ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Dit betreft een deel van de randweg, alsmede de reeds aangelegde interne verkeersontsluiting.
Deze bestemming is opgenomen met het oog op een logische planbegrenzing en omvat een klein gedeelte open water. Naast de sloten en waterpartijen die mogelijk zijn op grond van de andere terreinbestemmingen, voorziet de bestemming water in een regeling voor het water dat direct, voor wat betreft de situering en omvang van belang is in het kader van de waterhuishouding en als blusvoorziening. Binnen de bestemming zijn tevens de bijbehorende bermen en de aanleg van natuurvriendelijke oevers geregeld. Voorts is het mogelijk, om binnen de bestemming in- en uitritten te realiseren voor perceelsontsluitingen. Bouwwerken zijn beperkt mogelijk ten dienste van de bestemming.
Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 en Artikel 8 Waarde - Archeologie 5
De archeologische dubbelbestemmingen dienen ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de grond. In principe mogen alleen bouwwerken worden opgericht ten dienste van de bestemming. Bouwwerken ten dienste van de andere voorkomende bestemming(en) zijn pas toegestaan nadat is voldaan aan de voorwaarden zoals die binnen de betreffende archeologische dubbelbestemmingen zijn opgenomen.
Eveneens is het verboden zonder omgevingsvergunning bepaalde werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren. In de dubbelbestemmingen is opgenomen voor welke werken of werkzaamheden een omgevingsvergunning vereist is.
Hoofdstuk 3 Algemene regels
De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Artikel 10 Algemene gebruiksregels
De algemene gebruiksregels regelen welke vormen van gebruik expliciet verboden zijn. De algemene gebruiksbepalingen dragen bij aan het voorkomen van rechtsonzekerheid. Uiteraard zijn ook andere vormen van gebruik, die niet in overeenstemming zijn met de bestemmingsbepalingen, niet toegestaan.
Artikel 11 Algemene aanduidingsregels
Voor de gronden gelegen binnen de 10-5 per jaar PR-contour geldt een verbod voor het bouwen c.q. gebruiken van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Voor deze gronden is de aanduiding 'vrijwaringszone - windturbine' opgenomen. Binnen deze zone is tevens de wiekoverslag van de rotorbladen van de windturbines toegestaan. De activiteit motorcross is binnen deze aanduiding niet toegestaan.
Voor de gronden gelegen binnen de 10-6 per jaar PR-contour geldt een verbod voor het bouwen c.q. gebruiken van kwetsbare objecten (dus beperkt kwetsbare objecten zijn hier wél toegestaan). Voor deze gronden is de aanduiding 'veiligheidszone - windturbine' opgenomen.
Hoofdstuk 4 Slotregels
Het overgangsrecht regelt de verhouding tussen de rechtssituatie die met de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is ontstaan en de voordien geldende rechtssituatie. De bepalingen van het overgangsrecht in dit plan is vastgelegd conform de eisen uit het Besluit ruimtelijke ordening.
In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
Conform artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening dient de toelichting van een bestemmingsplan inzicht te geven over de economische uitvoerbaarheid van het plan.
Kostenverhaal grondexploitatie
Volgens de Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal op een andere wijze is gegarandeerd. Van een dergelijk bouwplan (artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening) is in dit geval geen sprake. Bovendien draagt de gemeente West Betuwe de plankosten en zijn er geen andere kosten te verhalen. Dat betekent dat er geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld en geen anterieure overeenkomst hoeft te worden afgesloten.
Financiële uitvoerbaarheid
De gemeente West Betuwe is initiatiefnemer voor dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van bijzondere plan- of uitvoeringskosten. De bestemmingen zijn reeds verwezenlijkt. Het bestemmingsplan is daarom financieel uitvoerbaar.
Gezien het doel van het plan, voortzetting en formele begrenzing van het bestaande gebruik, is geen participatieprocedure gevolgd.
Gezien het doel van het plan, voortzetting en formele begrenzing van het bestaande gebruik, is geen inspraakprocedure gevolgd.
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.
Er is een inhoudelijke reactie ontvangen van het Waterschap Rivierenland. Deze reactie is opgenomen in bijlage 6 van deze toelichting. De inhoudelijke punten zijn, waar nodig - verwerkt in dit plan.
De provincie Gelderland heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben over het plan. Deze reactie is opgenomen in bijlage 7.
Daarnaast is het concept-ontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan (en besproken met) Avri, die direct naast het crossterrein is gevestigd. De reactie van Avri is in bijlage 8 van deze toelichting opgenomen. Na overleg met Avri is het plan op enkele punten aangepast. Het verzoek inzake het opnemen van een juridische regel die de aanleg van een sproei-installatie vereist, is niet opgenomen. Uit overleg is gebleken dat een privaatrechtelijke overeenkomst tussen Avri en MCC reeds een bepaling bevat die tot hetzelfde doel strekt.
Van overige aangeschreven instanties is geen of geen inhoudelijke reactie ontvangen.
Vanaf 15 april 2021 tot en met 26 mei 2021 heeft het ontwerp bestemmingsplan "Meersteeg 13" Geldermalsen ter inzage gelegen in het kader van de ontwerpfase ex artikel 3.8 Wro.
De terinzagelegging is gepubliceerd in het Weekblad West Betuwe en de Staatscourant op woensdag 14 april 2021. Het ontwerp plan was digitaal te zien via www.ruimtelijkeplannen.nl en www.westbetuwe.nl. Daarnaast was het bestemmingsplan analoog op verzoek in te zien bij het gemeentelijk klantencontactcentrum.
Tijdens de terinzagelegging is een ieder in de gelegenheid gesteld om zijn of haar zienswijze omtrent het ontwerp bestemmingsplan aan de raad kenbaar te maken. Hiervan heeft een bewoner van Bommelweg 4 gebruik gemaakt. De brief is mede ondertekend door meerdere bewoners uit dezelfde straat en een bewoner uit de Dorpsstraat uit Est.
Een samenvatting van deze zienswijze en de ontvankelijkheidbeoordeling daarvan zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de Nota van Zienswijzen. Deze nota is opgenomen in Bijlage 9 van deze toelichting. Van de mogelijkheid om een mondelinge zienswijze in te dienen is geen gebruik gemaakt.