| Plan: | Bestemmingsplan Multifunctionele Accommodatie Bisonspoor |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01 |
Het begrip cultuurhistorie omvat het cultureel erfgoed met betrekking tot archeologie, historische geografie en historische bouwkunde. De zorg voor het cultureel erfgoed is ondergebracht bij de Rijksdienst voor Archeologie Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) - voorheen de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek.
In het geval van ruimtelijke planvorming dient de waarde van het cultuurhistorisch erfgoed in het toetsingskader voor het plangebied te worden meegenomen, daar deze van invloed kan zijn op de ontwikkelingsmogelijkheden van de betreffende locatie - zie ook het gemeentelijk ruimtelijk beleid in subparagraaf 4.3.1. In de planvorming dient onder andere rekening te worden gehouden met historische geografische elementen, beschermde stad- en dorpsgezichten, monumenten en de archeologische waarde in de bodem. De bescherming van de archeologische waarden en de historisch (steden)bouwkunde zijn geïmplementeerd in een wettelijk kader - Monumentenwet 1988. De historische geografie dient vanuit de beleidsmatige invalshoek als aandachtspunt meegenomen te worden.
De woonwijk Maarssenbroek is gerealiseerd in een voormalige polder tussen het Amsterdam-Rijn kanaal en de A2 met achterliggende polders. De polder werd gebruikt als agrarische productiegebied - in hoofdzaak weilanden - met een enkel bebouwingslint - Maarssenbroek.
Bij de aanleg van de wijk in jaren zeventig en tachtig is de gehele verkaveling van de polder en bestaande bebouwing geamoveerd - tabula rasa. De huidige stedenbouwkundige structuur en bebouwing is naar de inzichten van deze periode ontworpen zonder een historisch-geografische relatie met de voorliggende periode. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Utrecht zijn in en om het plangebied dan ook geen waardevolle historisch-geografische elementen aanwezig.
Het plangebied heeft geen status als beschermd stads- of dorpsgezicht, ook zijn in het plangebied geen (rijks-)monumenten of objecten van cultuurhistorische waarde gelegen.
In juli 2009 is door het archeologisch adviesbureau Van Spréw een archeologische quickscan uitgevoerd om de archeologische verwachtingswaarde van het plangebied te bepalen. Onderstaand zijn de doelstelling, onderzoeksresultaten en conclusies samenvattend weergegeven voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 3.
Op basis van het verzamelde informatiemateriaal wordt een archeologisch bureauonderzoek - conform de vastgelegde normen en specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 3.1 - niet nodig geacht en kan worden volstaan met een quickscan om te komen tot een globale archeologisch verwachting van het plangebied en een advies inzake het archeologietraject.
Het plangebied heeft derhalve een lage archeologische verwachting en een archeologisch vervolgonderzoek wordt niet nodig geacht. De archeologische vondst 400 meter ten noorden van het plangebied bewijst dat de aanwezigheid van archeologische sporen nooit helemaal uit te sluiten is. Een meldingsplicht blijft daarom dan ook van kracht. Indien bij de reguliere sloop- of graafwerkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dient dit direct bij de gemeente te worden gemeld.
Resumerend zijn in het plangebied geen behoudenswaardige archeologische waarden, historisch-geografische en/of (steden)bouwkundige waarden te verwachten danwel aangetroffen, die een belemmering vormen voor de ontwikkeling van het plangebied.