direct naar inhoud van 5.8 Bodem en grondwater
Plan: Bestemmingsplan Multifunctionele Accommodatie Bisonspoor
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01

5.8 Bodem en grondwater

Bij het opstellen of wijzigen van de planologische situatie dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hier inzicht in te krijgen is door Aveco de Bondt in juni 2009 een onderzoek uitgevoerd. De doelstelling van het onderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocatie. Onderstaand zijn de werkwijze en conclusies samenvattend weergegeven voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 3.

De mate waarin het milieukundig bodemonderzoek in dit kader moet plaatsvinden, kan van situatie tot situatie verschillen. Veelal betreft het een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740, waarin een vooronderzoek NEN 5725 gevolgd wordt door een verkennend onderzoek conform de NEN 5740. Uitgangspunt is dat minimaal een historisch vooronderzoek moet worden verricht. Indien sprake is van een verdachte locatie, moet het vooronderzoek worden aangevuld met een verkennend onderzoek conform de NEN 5740.

Aveco de Bondt heeft het onderzoek tot op heden conform het advies van de Milieudienst Noord-West Utrecht uitgevoerd. De milieudienst heeft de volgende aandachtspunten benoemd voor het uit te voeren onderzoek:

  • Ten behoeve van de nieuwbouw dient een bodemonderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd.
  • Uit het historisch bodembestand van de provincie Utrecht blijkt dat op het terrein in het verleden vermoedelijk een tweetal sloten zijn gedempt, waarvan de kwaliteit van het dempingsmateriaal onbekend is. Er dient middels luchtfoto-onderzoek hierover duidelijkheid te worden verschaft. Dit aspect dient te worden verwoord in een onderzoeksrapport.
  • Op basis van artikel 2.1.5 van de gemeentelijke bouwverordening 2007 dient het bodemonderzoek te worden uitgevoerd nadat eventuele sloopwerkzaamheden zijn afgerond.
  • Ten noordwesten van het zwembad is in 1994 een bodemonderzoek uitgevoerd waarbij de grond en het grondwater maximaal licht verontreinigd is met de onderzochte stoffen. Ten oosten van de huidige bibliotheek (nabij Winkelcentrum Bisonspoor) is in 1995 bodemonderzoek uitgevoerd, waarbij de grond en het grondwater maximaal licht verontreinigd is met de onderzochte stoffen.
  • Mogelijk is in het verleden bij een calamiteit chloorhoudend zwemwater in de bodem terechtgekomen.

In deze situatie is vooralsnog alleen een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. Het daadwerkelijk uit te voeren verkennend bodemonderzoek wordt, gezien de huidige bestaande bebouwing en de fase waarin de herontwikkeling zicht bevindt, niet zinvol geacht. Voorgesteld wordt om de uitvoering van het bodemonderzoek ná de sloop van de bestaande bebouwingen plaats te laten vinden.

Uit het luchtfoto-onderzoek (historisch bodemonderzoek) is het volgende gebleken:

  • In de (nabije) omgeving van het plangebied zijn in het verleden bodemonderzoeken uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de grond en het grondwater maximaal licht verontreinigd is met de onderzochte stoffen.
  • Voorheen (jaren '50) had het plangebied een agrarische functie (weilanden).
  • Uit het luchtfoto-onderzoek is alleen een indicatie gekregen van de ligging van de voormalige sloten. De exacte ligging is niet achterhaald. Een verkennend bodemonderzoek kan uitsluitsel geven over een mogelijke demping van de sloten (bodemvreemd materiaal e.d.).