| Plan: | Bestemmingsplan Multifunctionele Accommodatie Bisonspoor |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01 |
Het specifieke welzijnsbeleid ten aanzien van binnensport, binnenrecreatie, jeugdzorg en cultuur zijn niet specifiek beschreven. De ruimtelijke component in deze gemeentelijke beleidslijnen heeft enkel betrekking op de situering en omvang van de accommodatie, in het inleidende hoofdstuk is hier reeds een koppeling aangebracht.
In juni 2005 heeft de raad van de gemeente Maarssen de Structuurvisie Maarssen vastgesteld. De visie dient als richtinggevend kader voor het ruimtelijk beleid en geeft een duidelijke totaalvisie op het gehele grondgebied. Tevens vormt het de kapstok voor gekoppeld sectoraal beleid.
De doelstelling van het ruimtelijke beleid is kwaliteit boven kwantiteit, hetgeen terugkomt in de ondertitel van de structuurvisie 'Cultuur en kwaliteit'. Op de eerste plaats wordt aan de kwaliteit nadere invulling gegeven, door de cultuurhistorie bij de ruimtelijke ontwikkeling te betrekken en door uit te gaan van de waardevolle elementen die zich in een gebied bevinden. De ontwikkeling moet het bestaande versterken. Op de tweede plaats wordt bewust naar de ruimtelijke structuur van Maarssen als geheel gekeken en wordt bezien hoe een afronding kan worden vormgegeven, die nieuwe grootschalige ontwikkelingen voorkomt, of op zijn minst erg onlogisch maakt. Woningbouw kan alleen plaatsvinden op functieveranderingslocaties of in rood-voor-groen projecten. Het is nadrukkelijk de bedoeling om te werken aan de definitieve en logische afronding van Maarssen.
Bij de uitwerking per gebied wordt steeds bezien hoe ruimte zo kan worden geordend, dat tot een logisch geheel wordt gekomen, dat geen toevoegingen behoeft. Het plangebied maakt onderdeel uit van het deelgebied Maarssenbroek, meer specifiek Maarssenbroek-centrum. Het deelgebied Maarssenbroek is voornamelijk ingevuld als woongebied en dat het in deze wijk bij de ruimtelijke kwaliteit vooral gaat om goed onderhoud, zowel van de woningen als de openbare ruimte en om het mogelijk aanbrengen van verbeteringen, met name wat betreft het winkelcentrum en het verkeer. De ruimtelijke begrenzing van Maarssenbroek ligt vast.
Het ruimtelijke beleid spitst zich toe op de handhaving en versterking van de concurrentiepositie van het centrum in de regio en hoe het centrum attractiever kan worden. Gedacht wordt aan een herstructurering van het centrum, de parkeergarages en het openbaar gebied. Voor Maarssenbroek
De herstructurering en intensivering van het plangebied past goed binnen de ruimtelijke beleidslijnen van de structuurvisie. Het initiatief draagt bij aan het verbeteren en versterken van de concurrentiepositie van het centrum. De inpassing van het initiatief binnen het bestaand stedelijk gebied voorkomt nieuwe uitleglocatie en draagt bij aan de vorming van een logisch ruimtelijk geheel. Tot slot draagt de modernisering van de sportvoorzieningen en het toevoegen van nieuwe woonvormen bij aan de aantrekkelijkheid van de wijk in de toekomst.
In januari 2007 heeft de raad van de gemeente Maarssen de notitie Woningdifferentiatie vastgesteld, hetgeen een gewijzigde koers voor het volkshuisvestingsbeleid betreft. Het betaalbaar wonen heeft de hoogste prioriteit, ondanks beperkte nieuwbouwmogelijkheden.
Binnen de gemeente Maarssen zijn geen uitbreidingslocaties meer beschikbaar maar wel functieverandering- en inbreidingslocaties. Om te voorkomen dat op deze locaties alleen maar dure koopwoningen (vrije sector) worden gerealiseerd is in deze beleidsnotitie een gewenste verdeling weergegeven, namelijk: 25% sociale huurwoningen, 10% goedkope koopwoningen (starters), 30% middensegment koop- en huurwoningen en 35% vrije sector koop- en huurwoningen.
Als daar een goede reden voor is kan gemotiveerd van deze percentages worden afgeweken. In het plangebied is van de nagestreefde woningdifferentiatie afgeweken. De afwijking is ten gunste van het aantal betaalbare woningen en behoeft derhalve geen nadere onderbouwing.
Door de gemeente Maarssen is een beleidsnotitie omtrent mantelzorg opgesteld. Uit onderzoek is gebleken is dat er een vraag bestaat naar woonvormen, waarbij zorg kan worden verleend aan naasten die van zorg afhankelijk zijn. Daarbij wordt vooral gedacht aan de zorg die volwassen kinderen aan hun ouders willen geven. Onder mantelzorg wordt verstaan, het voldoen aan een tijdelijke, maar langer dan drie maanden durende behoefte aan zorg op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, waarbij de zorgverlening gebeurt op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.
De gemeente Maarssen staat twee vormen van mantelzorg toe die verbonden zijn aan huisvesting, te weten: inwonen en wonen in afhankelijke woonruimte. Ook is het mogelijk om hun mantelzorger te laten inwonen of om de mantelzorger op één perceel in een aparte woning te laten wonen.
Aangezien in het plangebied enkel appartementen mogelijk zijn, wordt in onderhavig bestemmingsplan niet verder ingegaan op het gemeentelijk beleid met betrekking tot mantelzorg.
De gemeente Maarssen heeft in september 2003 de welstandsnota vastgesteld. De welstandsnota is een sturend en stimulerend hulpmiddel bij de toetsing van bouwinitiatieven aan eisen van welstand. Door het opstellen van welstandsbeleid kan de gemeente een stimulerend, duidelijk en goed te handhaven welstandstoezicht inrichten en opdrachtgevers en ontwerpers in een vroegtijdig stadium informeren over de criteria die bij de welstandsbeoordeling van belang zijn.
Het doel van het welstandsbeleid is het streven naar behoud van en het versterken van de beeldkwaliteit van het beschermde dorpsgezicht, het karakter en de bebouwing langs de Vechtoevers, het landelijke gebied en het beeld van het Utrechtse landschap. De gemeente Maarssen stelt dat ontsieringen moeten worden tegengegaan en er mogen geen gebouwen ontstaan die afbreuk doen aan het karakter of de bestaande omgeving. De welstandscriteria zijn duidelijk geformuleerd en afgeleid van de bestaande omgeving, zodat een ieder de waardevolle karakteristieken van zijn eigen buurt kan herkennen. Bij het ontwerpen van nieuwe gebouwen of aanpassingen van bestaande bouwwerken moet daarmee rekening worden gehouden. De belangrijkste uitgangspunten in het welstandsbeleid:
In de welstandsnota zijn een viertal typen welstandscriteria opgenomen in volgorde van afnemend abstractieniveau: algemene criteria, gebiedsgerichte criteria, objectgerichte criteria en loketcriteria. Voor de algemene criteria wordt verwezen naar de welstandsnota en in het voorliggende geval zijn objectgerichte en loketcriteria niet van belang.
In de gebiedsgerichte criteria is voor het gebied Bisonspoor een duidelijke toekomstvisie en beleid opgenomen. Voor het plangebied geldt een regulier welstandsniveau. Met het oog op de toekomst is het doel de concurrentiepositie in de regio te handhaven en zo mogelijk te versterken wordt bezien hoe dit gebied attractiever kan worden. Gedacht wordt aan de presentatie van het gebied naar de omliggende woonbuurten, aan een herstructurering van het openbare gebied en de parkeergarages.
De relatie van het gebouw met de omgeving:
De bouwmassa en vormgeving:
In mei 2004 is door de gemeente Maarssen het GVVP vastgesteld met het gemeentelijke beleid op het gebied van verkeer en vervoer voor de komende 10 jaar. De doelstellingen van het GVVP zijn het bevorderen van de doorstroming, het verbeteren van de verkeersveiligheid, leefbaarheid en het beheer en onderhoud.
In de uitgangspunten voor het beleid zijn de ruimtelijke ontwikkelingen in het centrumgebied Bisonspoor meegenomen in de knelpuntenanalyse van de gehele gemeente. De doelen en bijbehorende maatregelen hebben geen of slechts indirect betrekking op het plangebied.
Tot slot is gemeentebreed extra aandacht voor het verbeteren van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Het toekomstige beheer en onderhoud vormt een aandachtspunt bij de herinrichtingsplannen voor de openbare ruimte in het plangebied.
In de deelnota bij het GVVP ´Aanpak sluipverkeer' richt het uitvoeringsprogramma zich op maatregelen om hinderlijk sluipverkeer door Maarssen terug te dringen. De betreffende maatregelen hebben geen betrekking op het plangebied en anderzijds heeft het initiatief geen invloed op de beoogde maatregelen.
In de deelnota 'Veilige fiets- en schoolroutes' zijn geen verkeersmaatregelen opgenomen, die direct betrekking hebben op het plangebied. De gemeente heeft echter wel uitgangspunten geformuleerd voor nieuwe situaties, zoals de nieuwe aansluiting op de Bisonspoor van de bestaande fietsroutes in het plangebied. De gemeente hanteert als uitgangspunt dat op de oversteekplaatsen de fietser bij voorkeur voorrang geniet. Hetgeen dient te worden beoordeeld in relatie tot de intensiteit en toegestane snelheid ter plaatse.
Het natuur- en beleidsplan van de gemeente Maarssen – vastgesteld 23 oktober 2008 - geeft invulling aan de opgave om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en waar mogelijk te verbeteren. Het Natuur- en Milieubeleidsplan is integraal en gebiedsgericht opgesteld. Hetgeen aansluit bij de wens van het Rijk en de provincie Utrecht om in het ruimtelijk beleid van gemeenten meer gebruik te maken van gebiedstypen en bijbehorende milieukwaliteitsprofielen, conform de 'Leidraad Water en Milieu'.
In het plan zijn de ambities en doelen geformuleerd van het gemeentelijk natuur- en milieubeleid. De huidige toestand van de natuur en het milieu vormt het uitgangspunt voor het te voeren beleid. Principes als de vervuiler betaalt, voorkomen is beter dan genezen, het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van de bevolking en het bedrijfsleven voor het in stand houden en verbeteren van de eigen leefomgeving, compensatie van verlies aan natuur en bij toename van milieudruk bij nieuwe ontwikkelingen liggen hieraan ten grondslag. De gemeente stimuleert hierbij de gunstige randvoorwaarden en heeft een voorbeeldfunctie.
Het beleidsplan is gebiedsgericht vormgegeven om de samenhang tussen natuur en milieu met de andere beleidsvelden en ontwikkelingen te verduidelijken. Bij de uitwerking van het beleid zullen in de toekomst niet langer uniforme normen of kwaliteiten worden gehanteerd. Afhankelijk van de functies van het gebied en de hier aanwezige milieukwaliteiten kunnen de normen en kwaliteiten per gebied verschillend zijn. Per gebied is derhalve een milieukwaliteitsprofiel opgesteld dat is gebaseerd op de door de provincie Utrecht opgestelde strategienota Water en Milieu (2002). Deze milieukwaliteitsprofielen kunnen gebruikt worden als kader voor de toetsing van ruimtelijke plannen, maar ook als uitgangspunt bij de ontwikkeling van nieuwe plannen of activiteiten in deze gebieden.
Het plangebied behoort samen met het dorpscentrum van Maarssen tot het deelgebied 'Centrum Dorps'. Een publieksaantrekkende werking is inherent aan de functie van het gebied en zorgt voor de belangrijkste aandachtspunten: het verkeerslawaai en in mindere mate de luchtkwaliteit (met name dorpscentrum Maarssen). Daarnaast wordt het centrumgebied getypeerd als 'steens', er is weinig groen en water aanwezig. De ambities voor het deelgebied zijn het beperken van verkeerslawaai (niet meer dan 56 dB), de luchtkwaliteit kent in de huidige situatie geen overschrijdingen meer, oplossen en het huidige aandeel groen behouden. Op basis van deze ambities zijn voor het plangebied de volgende concrete acties van belang:
Voor het plangebied geldt het kwaliteitsprofiel zoals opgenomen in figuur 4.3, voor de toetsing van de milieu- en natuuraspecten aan de gewenste 'basiskwaliteit' en 'gebiedsambitie' wordt verwezen naar de betreffende paragrafen in hoofdstuk 5.
|
Kwaliteit |
Indicator | Basiskwaliteit gebied | Gebiedsambitie | ||
| Bodem |
Bodemkwaliteit | Licht verontreinigd: klasse wonen |
Licht verontreinigd: klasse wonen | ||
| Externe veiligheid |
Plaatsgebonden risico Groepsrisico |
Tussen 10-6 en 10-7: kwetsbare functies toegestaan Voldoen aan de oriënterende waarde voor groepsrisico |
Tussen 10-6 en 10-7: kwetsbare functies toegestaan Groepsrisico < 0,1 x oriënterende waarde |
||
| Geluid |
Geluidsbelasting Wegverkeer Railverkeer Bedrijven |
Lawaaiig 57-60 dB 61-65 dB 50 dB (A) |
Levendig tot druk 53-56 dB 56-60 dB 40 dB (A) |
||
| Luchtkwaliteit |
Grenswaarden | Voldoen aan de eisen van de Wet milieubeheer |
Voldoen aan de eisen van de Wet milieubeheer | ||
| Natuur en Groen | Ecologische waarde Afstand tot gebruiksgroen Habitat |
Functioneel groen: aankledingsgroen, beperkt aantal doelsoorten Meer dan 500m Habitat ongeschikt (voor doelsoorten) |
Groen dat siert: groene ruimte voor groene beleving, beperkt aantal doelsoorten Maximaal 300m Habitat minder geschikt (geschikt voor stadsdieren) |
||
| Waterkwaliteit | Belevingswaarde Natuurvriendelijke oevers |
Water dat behaagt: waterkwaliteit onder MTR (Maximaal Toelaatbaar Risico) 0-5% |
Water dat behaagt: waterkwaliteit onder MTR 0-5% |
||
| Waterkwantiteit |
Wateroppervlak Afgekoppeld oppervlak |
6-7% 10-20% |
6-7% 10-20% |
||
Figuur 4.3: Milieukwaliteitsprofiel 'Centrum Dorps' uit het Natuur- en Milieubeleidsplan 2008-2012.
De gemeente Maarssen heeft een klimaatbeleid vastgesteld om een bijdrage te leveren aan het beperken van klimaatverandering. De gemeente heeft naar de burgers en het bedrijfsleven een voorbeeldfunctie als het gaat om milieuvriendelijke maatregelen. Het klimaatbeleid is verwoord in het 'Plan van aanpak klimaatbeleid 2008-2012' en is een weergave van de gemeentelijke ambitie om onder meer het energieverbruik te verminderen. Het plan van aanpak vormt een onderdeel van de aanvraag van de SLOK (Stimuleringsregeling Lokaal Klimaatinitiatieven). De gemeente Maarssen kiest voor het pluspakket, zoals omschreven in de Circulaire SLOK.
Om de gewenste reductie in energiegebruik te bewerkstellingen, zijn de gemeentelijke doelstellingen en ambities met betrekking tot energiebesparing en -gebruik, toepassing en de opwekking van duurzame energie in een plan van aanpak vastgesteld. De ambities zijn uitgewerkt naar haalbare, concrete en meetbare activiteiten.
Voor de herontwikkeling van Bisonsport is met name de 'Duurzaamheidsambitie voor projecten' van belang. Per project wordt in overleg met betrokken partijen nagegaan of er mogelijkheden bestaan om hogere prestaties te realiseren op het gebied van energie en duurzaamheid. Voor de multifunctionele accommodatie en de bibliotheeklocatie zijn de thematische ambities voor 'eigen gebouwen' en 'woningen' van belang, zoals weergegeven op de prestatiekaart onder A. en B. in het plan van aanpak. In beide gevallen kiest de gemeente voor het 'actieve' ambitieniveau:
Om het verhoogde ambitieniveau voor het project te realiseren wordt voor de multifunctionele accommodatie een energieonderzoek uitgevoerd - zie voor een nadere beschrijving subsubparagraaf 5.6.1.3. In deze paragraaf zijn tevens aandachtspunten voor het ontwerp van de multifunctionele accommodatie en de bibliotheeklocatie opgenomen.
Samenvattend is de conclusie dat het initiatief passend is binnen de verschillende beleidskaders op rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zoals beschreven in het bovenstaande hoofdstuk 4. Bij de uitwerking van het initiatief in bouw- en inrichtingsplannen dient wel rekening te worden gehouden met de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals gesteld in diverse beleidsnota's.