direct naar inhoud van 5.4 Verkeer, parkeren en openbare ruimte
Plan: Bestemmingsplan Multifunctionele Accommodatie Bisonspoor
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01

5.4 Verkeer, parkeren en openbare ruimte

In de massastudie is een indicatief inrichtingsplan opgenomen voor het toekomstige openbaar gebied rondom de multifunctionele accommodatie en de bibliotheeklocatie. Het definitieve inrichtingsplan zal worden opgesteld in samenhang met het definitief ontwerp voor de multifunctionele accommodatie en de bebouwing op de bibliotheek-locatie. In juli 2009 is door Goudappel Coffeng een verkeerskundige quickscan uitgevoerd met betrekking tot de aspecten verkeer en parkeren. Onderstaand zijn enkel de conclusies met betrekking tot de verkeersaantrekkende werking uit de quickscan opgenomen. De conclusies en aanbevelingen aangaande de parkeerbalans voor de ontwikkelingslocatie van de MFA en de bibliotheek-locatie zijn niet opgenomen en worden verder buiten beschouwing gelaten. Het aspect parkeren is namelijk in augustus 2009 nader onderzocht door Delft Infra Advies. In de quickscan van Goudappel Coffeng is enkel de parkeerbalans van de MFA en de bibliotheeklocatie onderwerp van onderzoek. Het beschouwen van enkel de parkeerbalans van de ontwikkelingslocaties in een druk centrumgebied kan echter leiden tot onjuiste conclusies met betrekking tot de gehele parkeerbalans van Bisonspoor, met name voor de aangrenzende gebieden van de ontwikkelingslocaties. In het rapport van Delft Infra Advies is derhalve de parkeerbalans voor heel Bisonspoor beschouwd. In het onderzoek van Delft Infra Advies zijn ook het effect van de renovatie en ontwikkeling van het winkelcentrum Bisonspoor en de ontwikkeling van De Eenhoorn op de parkeerbalans - zie paragraaf 3.3 - en het fietsparkeren betrokken. Voor de volledige rapportages wordt verwezen naar bijlage 3. Tot slot zijn in deze paragraaf een aantal randvoorwaarden en uitgangspunten opgenomen ten aanzien van het ontwerp en de inrichting van de toekomstige openbare ruimte.

5.4.1 Verkeer

De huidige verkeersintensiteit op Bisonspoor bedraagt ca. 1.100 - 1.200 motorvoertuigen per etmaal - verkeersmodel Utrecht, basisjaar 2006. De toename van de verkeersproductie en - attractie als gevolg van de functies en voorzieningen van het multifunctionele accommodatie (MFA) en de locatie van de bibliotheek zijn berekend met behulp van de tool 'verkeersgeneratie.nl' van Goudappel Coffeng.

De functies en voorzieningen van de MFA zorgen voor een verkeersproductie en -attractie van circa 162 motorvoertuigen per etmaal - zie tabel 5.1. De functies en voorzieningen op de bibliotheeklocatie leiden tot een verkeersproductie en -attractie van circa 324 motorvoertuigen per etmaal zie tabel 5.2. Als gevolg van de herontwikkeling neemt de verkeersintensiteit van Bisonspoor met circa 500 motorvoertuigen per etmaal toe.

afbeelding "i_NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01_0028.png"

Tabel 5.1: toename aantal mvt/etmaal per functie van de multifunctionele accommodatie.

afbeelding "i_NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01_0029.png"

Tabel 5.2: toename aantal mvt/etmaal per functie van de bibliotheeklocatie .

De totale intensiteit van Bisonspoor komt daarmee op circa 1.600-1.700 motorvoertuigen per etmaal. De capaciteit van Bisonspoor - 3.000 motorvoertuigen per etmaal - is voldoende om extra verkeersintensiteit op een goede manier op te vangen.

5.4.2 Parkeren
5.4.2.1 Parkeerbalans Bisonspoor

In augustus 2009 is door Delft Infra Advies een parkeerbalans opgesteld voor het gehele centrumgebied Bisonspoor. De doelstelling van het onderzoek is het bepalen van het benodigde aantal parkeervoorzieningen in en nabij de ontwikkelingslocatie, teneinde een te hoge parkeerdruk nabij en in de aangrenzende gebieden van de ontwikkelingslocatie te voorkomen. Onderstaand zijn de werkwijze en de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek opgenomen, voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 3. Tevens is het parkeeronderzoek aangevuld met een notitie met betrekking tot het fietsparkeren.

In januari 2010 is door Delft Infra Advies met behulp van de resultaten van parkeertellingen de parkeerbalans gecalibreerd. De uitkomsten hiervan zijn in deze paragraaf meegenomen. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 3.

Rekenmethodiek

De maximale parkeervraag van een bestemming wordt berekend op basis van de omvang en aard van de bestemming. De stichting CROW heeft op basis van onderzoek kencijfers opgesteld voor allerlei typen bestemmingen. De kencijfers van het CROW geven een gemiddeld beeld van de te verwachten situatie. De kencijfers zijn gebaseerd op meerdere onderzoeken en derhalve weergegeven binnen een bandbreedte met een minimale en maximale variant. In het onderzoek is een vertaalslag van de parkeerkencijfers naar de specifieke situatie in Maarssenbroek. Daar waar de beschikbare cijfers van het CROW onvoldoende uitkomst bieden of ontbreken, is gebruik gemaakt van de parkeerdatabase van Delft Infra Advies.

De verschillende bestemmingen in het gebied hebben niet tegelijkertijd een piek in de parkeervraag. Zo zijn veel bewoners niet thuis tijdens kantooruren en zijn de kantoren weer grotendeels leeg op koopavond. In het onderzoek zijn een viertal momenten in de week onderzocht om het maatgevende moment voor de parkeervraag te bepalen: werkdagmiddag, werkdagavond, koopavond en zaterdagmiddag. Om de parkeervraag te berekenen wordt gebruik gemaakt van zogenaamde aanwezigheidspercentages. De percentages zijn gebaseerd op praktijkonderzoek en geven de maximale bezetting van de bestemming op een tijdstip weer.

Parkeervraag en parkeeraanbod

De parkeervraag wordt berekend aan de hand van het toekomstige programma van alle functies in Bisonspoor, hetgeen is vertaald naar (bruto) vloeroppervlakten en aantallen woningen. Naast de bestaande functies is in het onderzoek rekening gehouden met de volgende ontwikkelingen:

  • herontwikkeling Multifunctionele Accommodatie inclusief 45 woningen;
  • herontwikkeling bibliotheek-locatie inclusief 33 woningen;
  • renovatie en uitbreiding winkelcentrum Bisonspoor fase 1;
  • ontwikkeling De Eenhoorn.

Het toekomstige parkeeraanbod in Bisonspoor is bepaald aan de hand van de meest recente ontwerptekeningen voor de multifunctionele accommodatie – AGS, 16-07-2009 - en de plandocumenten met betrekking tot de overige ontwikkelingen in Bisonspoor, zoals beschikbaar gesteld door de gemeente. De totale toekomstige parkeercapaciteit van geheel Bisonspoor bedraagt 2.207 parkeerplaatsen. De privéparkeerplaatsen in het gebied Bisonspoor zijn niet meegenomen in de berekening, daar deze alleen beschikbaar zijn voor de eigenaar.

Calibratie

Ten behoeve van het concretiseren van de theoretische berekende parkeerbehoefte is door middel van het uitvoeren van parkeertellingen in week 39 en week 40 van 2009 de parkeerbalans gecalibreerd.

Parkeerbalans

Uit de parkeerbalans en de calibratie hiervan blijkt dat in geheel Bisonspoor op geen enkel moment een tekort aan parkeerplaatsen ontstaat – zie figuur 5.3. De grootste parkeervraag – het maatgevende moment – voor geheel Bisonspoor is de koopavond. Op het maatgevende moment bestaat een overschot van 70 parkeerplaatsen, hetgeen resulteert in een bezettingsgraad van 97%. Op de overige piekmomenten varieert de bezettingsgraad van 41% tot 80%, ruim onder voorkeur van een bezettingsgraad van 85%.

In het onderzoek is het centrumgebied Bisonspoor opgedeeld in zeven sectoren. Per sector is voor de gedefinieerde piekmomenten een specifieke parkeerbalans opgesteld. Op deze wijze wordt inzicht verkregen in de mogelijkheden voor de opvang van de parkeervraag op de piekmomenten in andere sectoren. Tevens kan een kwalitatieve uitspraak worden gedaan met betrekking tot een acceptabele loopafstand tussen de opvanglocaties en de MFA.

Voor de locatie van de Multifunctionele Accommodatie Bisonspoor is de zaterdagmiddag het maatgevende moment, op deze momten bestaat er overschot van 1 parkeerplaats. In de omgeving van de Multifunctionele Accommodatie bestaat er een tekort aan parkeerplaatsen. Dit is het gevolg van het opheffen van de parkeerplaatsen van Bisonstaete. De vrije parkeerplaatsen zijn op het maatgevend moment aan de andere zijde van Bisonspoor – de parkeergarages P1 en P2. Uit een kwalitatief onderzoek naar de loopafstand tussen de beschikbare parkeerplaatsen en de ontwikkelingslocatie van de MFA, blijkt dat de loopafstand van ruim 300 m¹ relatief groot is. Het wordt dan ook niet aannemelijk geacht dat de parkeergarages als overloop voor de MFA kunnen dienen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01_0030.png"

Figuur 5.3 De parkeerbalans van geheel Bisonspoor en per sector, in rood zijn de sectorale tekorten weergegeven.

Conclusies en aanbevelingen

In geheel Bisonspoor is op het drukste moment een overschot aan parkeerplaatsen. Echter, doordat de vrije parkeerplaatsen zich aan de andere zijde van Bisonspoor (in P1 en P2) bevinden, is er in de omgeving van Bisonsport geen overschot; de balans is exact sluitend. In de praktijk zullen bezoekers van het winkelcentrum ook bij Bisonsport parkeren en kan er een tekort ontstaan. Aanbevolen wordt om maatregelen te treffen waardoor bezoekers van het winkelcentrum verleid worden om in de parkeerplaatsen P1 en P2 te parkeren.

Fietsparkeren

Op basis van het programma en het verwachte gebruik dienen bij de multifunctionele accommodatie circa 380 stallingsplaatsen voor fietsen te worden gerealiseerd. Een gedetailleerd overzicht van de parkeervraag is opgenomen in tabel 5.3.

afbeelding "i_NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01_0031.png"

Tabel 5.3 Toekomstige parkeervraag MFA voor fietsen.

Het ontwerp dient nabij de entree van de multifunctionele accommodatie te voorzien in een logische en zorgvuldig vormgegeven locatie voor het fietsparkeren in aansluiting op de omliggende vrije fietspaden. Hetgeen tevens afgestemd dient te worden op de looplijnen voor voetgangers vanuit de parkeerplaatsen en de omgeving.

5.4.2.2 Gemeentelijke eisen parkeervoorzieningen

In het gemeentelijke 'Programma van Technische Eisen (PvTE) ' d.d. 13 juni 2003 zijn de volgende kwalitatieve richtlijnen geformuleerd voor het ontwerp van parkeervoorzieningen.

  • Het ontwerp van de infrastructuur moet bij voorkeur met ‘niet-harde’ middelen - dus niet zijnde hekken en borden - automobilisten dwingen/stimuleren om gebruik te maken van parkeerplaatsen.
  • De uitstraling van het terrein - naast de weggedeelten - moet een zodanige sfeer oproepen dat men het eigenlijk niet kan maken om te parkeren op oneigenlijke plaatsen.
  • De parkeerplaatsen dienen herkenbaar te zijn ten opzichte van weggedeelten.
  • De parkeerplaatsen worden aangeboden daar waar deze nodig zijn en anti-parkeermaatregelen worden tot het uiterste beperkt.
  • De parkeerplaatsen zijn in de nabijheid en in het zicht van de woningen gesitueerd.
  • Parkeerterreinen zijn overzichtelijk. Elk terrein ligt in het zicht van tenminste twee woningen.
  • Grotere parkeerterreinen nabij woongebouwen of voorzieningen zijn sociaal veilig, overzichtelijk en goed verlicht.
  • Ter hoogte van de uitritten dient het trottoir door te lopen tot aan de rijbaan - zodat er lobben ontstaan tussen de parkeervakken.
  • De parkeerplaatsen mogen niet worden gesitueerd op uitzicht belemmerende plaatsen, zoals dicht bij een kruising - ook met langzaam verkeer - en dichtbij een uitrit.
5.4.3 Openbare ruimte

Het inrichtingsplan voor de openbare ruimte zal in een later stadium worden opgesteld in samenhang met het definitief ontwerp voor de multifunctionele accommodatie. Het openbaar gebied zal met name een gebruiksfunctie hebben voor het verkeer en parkeren, desondanks zijn er een aantal uitgangspunten en randvoorwaarden voor het inrichtingsplan op basis van het gemeentelijke beleid, het programma van eisen en het Politiekeurmerk Veilig Wonen - zie subparagraaf 5.10.1.

  • De voetganger dient in het ontwerp voor het inrichtingsplan voldoende aandacht te krijgen. Het voetpad van en naar de multifunctionele accommodatie is een duidelijke en logische looproute die aansluit bij omliggende voetpaden en dient bij voorkeur zoveel mogelijk te worden ontvlecht van de parkeerwegen.
  • Om de goed toegankelijke en bruikbare voetpaden ook voor minder mobiele personen te realiseren, dient zoveel mogelijk te worden aangesloten bij de richtlijn 'Voetpaden voor iedereen' d.d. december 2004, opgesteld door bouwtechnisch adviesbureau BAT. In deze notitie is puntsgewijs uitgewerkt aan welke criteria moet worden voldaan om een voetpad integraal toegankelijk te laten zijn. Het gaat niet alleen om het voetpad zelf, maar ook om de inrichting van oversteekplaatsen of de situering van straatmeubilair. Voor de betreffende criteria wordt verwezen naar de richtlijn.
  • In het ontwerp voor het inrichtingsplan dient zoveel mogelijk aansluiting te worden gezocht bij het gemeentelijke 'Programma van Technische Eisen (PvTE) ' d.d. 13 juni 2003. In het kader van de projecten van de afdeling openbare werken is een PvTE voor civiel- en cultuurtechnische werken opgesteld om twee doelstellingen te bereiken. Enerzijds een referentiekader voor het ontwerp en de uitvoering van werken, waarbij overeenstemming bestaat binnen de disciplines openbare werken van de gemeente Maarssen. Anderzijds om duidelijke afspraken te kunnen maken met externe partijen over de te leveren producten en kwaliteitsniveaus, waarbij de latere overdracht van werken (eigendom, beheer en onderhoud) in het openbare gebied van de gemeente Maarssen gewaarborgd is. Afwijken van het PvTE is mogelijk, doch moet gemotiveerd voorgelegd worden aan de betreffende discipline, zowel bij interne als externe voorbereiding en uitvoering.
  • In het ontwerp voor het inrichtingsplan dient rekening te worden gehouden met de mogelijkheden voor cameratoezicht op de openbare ruimte in het kader van de sociale veiligheid, met name de positionering van beplanting is in dit kader van belang.
  • In het ontwerp voor het inrichtingsplan dienen de eisen van de brandweer aan de inrichting van de openbare ruimte en/of de omliggende buitenruimte van de bebouwing als randvoorwaarden - zie subparagraaf 5.4.3.