direct naar inhoud van 5.3 Milieueffectrapportage
Plan: Bestemmingsplan Multifunctionele Accommodatie Bisonspoor
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01

5.3 Milieueffectrapportage

5.3.1 Wettelijk kader

Milieueffectrapportage (m.e.r.) is een wettelijke regeling, ingesteld om het milieubelang volwaardig mee te nemen in de besluitvorming over grootschalige projecten met mogelijk belangrijke gevolgen voor het milieu. Via het Besluit m.e.r. (Wet milieubeheer, Wm) is in deze regeling onder meer opgenomen dat ten behoeve van de besluitvorming over de 'aanleg van één of meer recreatieve of toeristische voorzieningen de m.e.r-procedure moet worden doorlopen. In de gevallen waarin de voorgenomen activiteit betrekking heeft op een voorziening of een combinatie van voorzieningen die 500.000 bezoekers of meer per jaar aantrekt, is het doorlopen van de m.e.r.-procedure verplicht. Wanneer sprake is van de aanleg, wijziging of uitbreiding van één of meer recreatieve of toeristische voorzieningen en de voorgenomen activiteit betrekking heeft op 250.000 bezoekers of meer per jaar, dient allereerst te worden beoordeeld of de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen.

Verwacht wordt dat de multifunctionele accommodatie (MFA) meer circa 340.000 bezoekers per jaar zal ontvangen. Hierdoor is de voorgenomen activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig. Hoewel de herontwikkeling ter plaatse van de bibliotheeklocatie op zichzelf beschouwd niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is, wordt deze locatie wel in ogenschouw genomen en bij de besluitvorming betrokken. Dit omdat sprake is van samenhang tussen de ontwikkelingen die gezamenlijk mogelijk belangrijke gevolgen kunnen hebben voor het milieu.

Afhankelijk van de uitkomsten van de m.e.r.-beoordeling zal de gemeenteraad van de gemeente Maarssen overeenkomstig het bepaalde in de Wm als bevoegd gezag beslissen of een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het doorlopen van een m.e.r.-procedure betekent dat voor de betreffende activiteit onder meer een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld.

Algemeen uitgangspunt bij een m.e.r.-beoordeling is het 'Nee, tenzij principe', ofwel: in beginsel geen m.e.r.-procedure, tenzij bijzondere omstandigheden het tegendeel aangeven. De aanwezigheid van bijzondere omstandigheden wordt beoordeeld aan de hand van de volgende punten:

  • de kenmerken van de voorgenomen activiteit;
  • de locatie van de activiteit;
  • de samenhang met andere activiteiten;
  • de kenmerken van de milieueffecten.
5.3.2 m.e.r.-beoordelingsnotitie

In juli 2009 is door Aveco de Bondt een m.e.r.-beoordelingsnotitie opgesteld. Het doel van de m.e.r.-beoordelingsnotitie is te bepalen of voor de realisatie en het gebruik van de MFA alsmede de herontwikkeling van de bibliotheeklocatie, vanwege bijzondere omstandigheden, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen en daarmee een MER moet worden opgesteld. Onderstaand wordt volstaan met een beschrijving van de onderzoeksmethode en conclusies uit de m.e.r.-beoordelingsnotitie, voor de volledige rapportage wordt verwezen naar bijlage 2. De deelonderzoeken naar de verschillende milieu- en omgevingsaspecten, uitgevoerd in het kader van de m.e.r.-beoordelingsnotitie, vormen tevens de basis voor de verantwoording van inpasbaarheid van het initiatief in de omgeving en de mogelijke effecten van het initiatief op de omgeving in onderstaande paragrafen.

Onderzoeksmethode

Het Besluit m.e.r. (Wm) legt een relatie tussen een beoogde ontwikkeling als de realisatie van de MFA alsmede de herontwikkeling ter plaatse van de bibliotheeklocatie en het aantal bezoekers op jaarbasis. Dit impliceert dat de belangrijkste kenmerken van de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling verbonden zijn aan de verkeersaantrekkende werking en zodoende de mogelijke beïnvloeding van de luchtkwaliteit en het akoestisch klimaat betreffen. De belangrijkste kenmerken zijn bepaald op basis van het uitgangspunt dat 340.000 bezoekers per jaar de MFA zullen bezoeken, vermeerderd met het aantal bezoekers van de voorzieningen ter plaatse van de bibliotheeklocatie.

In de m.e.r-beoordelingsnotitie is het initiatief beschreven aan de hand van beoordelingspunten voor bijzondere omstandigheden, zoals opgenomen in subparagraaf 5.3.1.

  • Voor de kenmerken van de voorgenomen activiteit is een beschrijving van de activiteiten met bijbehorende bezoekersaantallen beschreven, alsmede de ontsluiting én het direct en indirect ruimtebeslag.
  • De locatie en de omgeving van de omgeving van de activiteit is getypeerd aan de hand van een beschrijving van de ruimtelijke situatie, planologische situatie, verkeer en vervoer en het woon- en leefmilieu - zie ook hoofdstuk 2 en 3.
  • De renovatie en uitbreiding van het winkelcentrum Bisonspoor en de ontwikkeling van het Haakgebouw zijn beschreven in het kader van samenhang met andere activiteiten - zie ook paragraaf 3.3.
  • De milieueffecten van de activiteit zijn in separate onderzoeken nader onderzocht, waarbij het accent ligt op verkeer en parkeren, luchtkwaliteit en geluid (wegverkeerslawaai en industrielawaai).

Conclusie

In het kader van de m.e.r.-beoordeling zijn op basis van de 'Massastudie Multifunctioneel centrum Bisonsport' - zie bijlage 1 - diverse onderzoeken uitgevoerd om te kunnen beoordelen of sprake is van bijzondere omstandigheden, welke noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure en derhalve het opstellen van een milieueffectrapport (MER). Uit de onderzoeken is het navolgende gebleken.

  • Verkeer en parkeren
    Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat, gezien de relatief beperkte bijdrage aan de verkeersintensiteiten alsmede de parkeerbehoefte, er geen bijzondere omstandigheden op het gebied van verkeer en vervoer zijn.
  • Luchtkwaliteit
    Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan worden gesteld dat de huidige en toekomstige luchtkwaliteit geen belemmeringen vormen voor de realisatie van de voorgenomen ontwikkelingen.
  • Geluid
    Op basis van de uitgevoerde akoestische onderzoeken, waarbij zowel het wegverkeerslawaai als het industrielawaai in beschouwing is genomen, kan worden gesteld dat de verandering van de akoestische situatie door de voorgenomen ontwikkelingen dermate gering is, dat dit niet als een bijzondere omstandigheid kan worden aangemerkt.
  • Overige aspecten
    Binnen de thema's bodem, water, flora en fauna, archeologie, externe veiligheid en bedrijven en milieuzonering zijn geen aspecten te benoemen, die als bijzondere omstandigheid kunnen worden gekwalificeerd.