| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d Hofzichtlaan 4,6,8, Noord-Lierweg 45, St-Aechtenland 12, Arckelweg 7 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1783.TAMGTGWHOFSAARW-VA01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het wijzigen van de functie van een aantal bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Westland en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22d) van het omgevingsplan van de gemeente Westland. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl en www.omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22d van het omgevingsplan van de gemeente Westland. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22d' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22d' gelezen worden.
Op 21 juni 2023 en 29 mei 2024 heeft de gemeenteraad van Westland de bestemmingsplannen LOS (Legalisering Oude Strijdigheden)-percelen (delen 1 & 2) vastgesteld. Deze bestemmingsplannen voorzien (o.a.) in de legalisering van de langdurige en ongewijzigde burgerbebewoning van bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied. Bij unaniem aangenomen amendement bij de vaststelling van het bestemmingsplan LOS percelen deel 1 heeft de gemeenteraad bij amendement bij het raadsbesluit ter vaststelling van het plan bepaald dat de woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8 (De Lier) uit het bestemmingsplan verwijderd werden. De bewoners van deze woningen zouden volgens het plan een persoonsgebonden overgangsrecht krijgen om de woningen als burgerwoning te mogen bewonen, omdat niet voldaan werd aan bepaalde criteria voor een woonbestemming. De raad wilde echter in afwachting van een eventuele heroverweging van de wegencategorisering (zoals opgenomen in het Werkboek Westland) voor de woningen langs de Hofzichtlaan niet dat er een bestemming 'glastuinbouw' (met een persoonsgebonden overgangsrecht) zou worden vastgesteld.
Tijdens een raadsinformatieavond met als thema 'woningen in het glastuinbouwgebied' op 2 november 2023 heeft het college van b&w bij de gemeenteraad in meerderheid de wens gesignaleerd om de genoemde woningen aan de Hofzichtlaan een woonfunctie te geven. Als gevolg hiervan zijn ook andere woningen die voldoen aan dezelfde LOS-criteria als de woningen aan de Hofzichtlaan opnieuw beoordeeld om te bezien of deze in aanmerking komen voor een functie wonen (in plaats van een persoonsgebonden overgangsrecht). Dit resulteert in dit TAM-omgevingsplan, waarin woonfuncties voor de woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8, Sint Aechtenland 12 (De Lier), Noord-Lierweg 45 (De Lier) en Arckelweg 7 (Poeldijk) mogelijk worden gemaakt in de vorm van een aanduiding als 'voormalige bedrijfswoning'.
Dit TAM-omgevingsplan is het sluitstuk van de Handhavingsstrategie thema glastuinbouw uit 2020 en de daarop gebaseerde bestemmingsplannen LOS-percelen delen 1 en 2. Uit de beroepsprocedures bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en later gewijzigde omstandigheden is gebleken dat ook voor de woningen Nieuweweg 45 te Honselersdijk en Monstersepad 4a te Naaldwijk op basis van de criteria die zijn opgesteld voor de LOS percelen een vergroting van de woonfunctie (Nieuweweg 45) en een woonfunctie (Monstersepad 4a) gerechtvaardigd zijn. Deze percelen worden met de vaststelling van het TAM-omgevingsplan meegenomen.
De woningen liggen in het glastuinbouwgebied van Westland. De woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8 liggen in De Lier:
Woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8 te De Lier
De woningen Noord-Lierweg 45 en Sint Aechtenland 12 liggen ook in De Lier, terwijl de woning Arckelweg 7 in Poeldijk ligt:
Sint Aechtenland 12 te De Lier
Noord-Lierweg 45 te De Lier
Arckelweg 7 te Poeldijk
De met het vastgestelde TAM-omgevingsplan toegevoegde woningen Nieuweweg 45 en Monstersepad 4a liggen in Honselersdijk en Naaldwijk:
Nieuweweg 45 te Honselersdijk
Monstersepad 4a te Naaldwijk
Het projectgebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Westland. Ter plaatse van het projectgebied is sprake van een omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit de geldende bestemmingsplannen, de verordeningen tijdelijk deel omgevingsplan en de bruidsschat (de bruidsschat bevat een aantal voormalige rijksregels die met inwerktreding van de Omgevingswet zijn vervallen). Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse van het projectgebied uit de volgende bestemmingsplannen:
Het vaststellen van een omgevingsplan staat volledig in het teken van het bereiken van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet.
Artikel 1.3 van de Omgevingswet geeft aan dat de wet, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, is gericht op het in onderlinge samenhang:
Artikel 2.1, eerste lid van de Omgevingswet schrijft voor dat bestuursorganen, dus ook het gemeentebestuur, de taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefenen met het oog op deze maatschappelijke doelen.
Een TAM-IMRO omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat los staat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan.
Een TAM-IMRO omgevingsplan maakt gebruik van de techniek voor planvorming zoals dat gebruikt werd onder de Wet ruimtelijke ordening. Deze techniek betreft de uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl.
De TAM-IMRO plannen maken deel uit van het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het is immers een wijziging van het omgevingsplan van rechtswege, alleen wordt die opgesteld, bekendgemaakt en beschikbaar gesteld met de IMRO-techniek. TAM-IMRO plannen hebben weliswaar de technische vorm van de bestemmingsplannen die deel zijn van het tijdelijk deel, maar juridisch gezien vallen ze onder het nieuwe deel. Ze moeten dus ook voldoen aan de instructieregels uit het Bkl en van de provincie.
De toelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 is een beschrijving opgenomen van het plan en in hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In Hoofdstuk 4 wordt het project getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving, waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. De juridische planbeschrijving volgt in hoofdstuk 5. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de economische uitvoerbaarheid en de resultaten van overleg en inspraak.
In de huidige situatie zijn de woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8, Noord-Lierweg 45 en Sint Aechtenland 12 te De Lier en de woning Arckelweg 7 te Poeldijk allen nog voorzien van de functie 'glastuinbouw', wat betekent dat de woningen nog geacht worden bedrijfswoningen bij glastuinbouwbedrijven te zijn. Het gebruik van de woningen is echter al zeer lange tijd niet meer aan het (voormalig bijbehorende) glastuinbouwbedrijf verbonden.
Met dit TAM-omgevingsplan krijgen de woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8, Noord-Lierweg 45 en Sint Aechtenland 12 te De Lier en de woning Arckelweg 7 te Poeldijk een functieaanduiding 'voormalige bedrijfswoning' waardoor de functie weliswaar die van 'glastuinbouw' blijft, maar de woning wel door een derde bewoond kan worden. Juridisch wordt de woning nog geacht onderdeel uit te maken van het bedrijf, terwijl de bewoning dus niet als bedrijfswoning plaatsvindt.
Voor een TAM-omgevingsplan zal sprake zijn van afwijking van het geldende omgevingsplan, daarom zal ook getoetst moeten worden aan de geldende beleidskaders. Er dient te worden onderbouwd op welke wijze de ontwikkeling passend is in het geldende beleid van de verschillende overheden op Rijks-, provinciaal- en lokaal niveau.
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten:
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond.
De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's):
Het Omgevingsbesluit (Ob) regelt onder meer welk bestuursorgaan bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen, de betrokkenheid van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming, procedures en een aantal op zichzelf staande onderwerpen zoals de milieueffectrapportage. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) geven aan, aan welke regels burgers en bedrijven zich moeten houden bij bepaalde activiteiten.
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. In het Bkl staan dan ook regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring. Het Bkl geldt voor het Rijk en decentrale overheden.
Voor dit TAM-omgevingsplan is vooral het Bkl van belang.
Voor de volgende onderwerpen gelden er op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels voor het vaststellen van een (wijziging van het) omgevingsplan:
Op grond van het Bkl kunnen in het omgevingsplan normen voor geluid, trillingen en geur niet van toepassing verklaard worden op gebouwen (woningen) die eerder functioneel verbonden waren met de activiteiten die dat geluid, die trillingen of die geur veroorzaken.
Dit TAM-omgevingsplan wordt opgesteld om voor een zestal bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied van Westland burgerbewoning (bewoning door niet aan het bedrijf gebondenden) mogelijk te maken. Doordat voorliggend plan naar aard en omvang beperkt is, is er geen sprake van effecten op het nationale belang.
Uit de resultaten in hoofdstuk 4 blijkt dat in het plangebied de veiligheid gewaarborgd is, de waterbelangen voldoende meegewogen zijn en dat de gezondheid en het milieu voldoende beschermd zijn.
In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie, een Omgevingsprogramma en een Omgevingsverordening.
Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan wordt richting gegeven door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit provinciale opgaven en belangen. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de provinciale verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.
In de visie is sprake van acht sturingsprincipes voor de fysieke leefomgeving:
De provincie heeft diverse ambities:
Zuid-Holland ligt op het raakvlak van de Randstad en de Zuidwestelijke Delta, op de as tussen Amsterdam en Antwerpen. Het netwerk van BrabantStad sluit op die as aan. De Zuid-Hollandse economie staat in direct verband met de stedelijke netwerken in de buurlanden: de Vlaamse Ruit en de Rijn-Ruhrregio. Deze strategische ligging in de grootste delta van Noordwest-Europa bepaalt de identiteit van Zuid-Holland. Dankzij de ligging in de delta kon Zuid-Holland doorgroeien tot een van de belangrijkste economische regio’s van Noordwest-Europa en een wereldwijde draaischijf voor goederen, diensten en kennis: de toegangspoort van Europa. Binnen een relatief klein gebied hebben zich sterke, internationaal georiënteerde stedelijke, kennis-en agro-industriële clusters ontwikkeld. Binnen de Randstad zijn goede relaties en afstemming met de Noordvleugel van de Randstad van belang.
De opgaven waar het openbaar bestuur voor gesteld staat, zijn de afgelopen jaren onmiskenbaar complexer geworden. Vooral de transitieopgaven (bijv. sociaal domein, energietransitie, landbouw en klimaatadaptatie) vragen om meer integraliteit en samenwerking tussen overheden en met de samenleving.
Zuid-Holland is de toegangspoort van Europa en de dichtstbevolkte provincie van Nederland. We hebben een gevarieerde provincie met hoogstedelijk én landelijk gebied. Dat maakt mobiliteit hier uniek en biedt kansen voorloper te zijn in een mobiliteitstransitie. Voor personen- en goederenvervoer beschikken we over goede netwerken, waaronder de grootste en modernste haven van Europa. Voor Nederland en dus Zuid-Holland is een goede internationale bereikbaarheid van de mainports, steden en andere economische kerngebieden, een basisvoorwaarde voor onze welvaart.
De provincie zet in op lopen, fietsen, openbaar vervoer én de auto. Zo geven we de reiziger verschillende mogelijkheden om een goede en betaalbare reis van deur tot deur te maken. Het optimaal benutten van alle vervoerswijzen beperkt bovendien files op de weg. Door de opmars van de elektrische fiets wordt vaker en verder gefietst. Voor goederen stimuleren we vervoer over spoor en het water als alternatief voor vrachtverkeer over de weg en streven we naar toegevoegde economische waarde in Zuid-Holland. Door economische groei worden naar verwachting niet alleen meer reizen gemaakt door bestaande inwoners, maar er komen tot 2040 ook nog 240.000 huizen bij.
De energietransitie is in Zuid-Holland van en voor iedereen; het is haalbaar en betaalbaar. Onze focus ligt op de gebouwde omgeving, industrie, mobiliteit, en land- en glastuinbouw. Wij willen een slimme en schone economie zijn waar fossiele bronnen zijn vervangen door hernieuwbare bronnen. Dat brengt nieuwe verdienmodellen, nieuwe exportproducten en nieuwe banen met zich mee.
Wij zetten in op het benutten van duurzame energiebronnen en hernieuwbare opwek die als bewezen technieken kunnen worden ingezet. Wij sluiten op voorhand geen CO2-emissievrije technieken uit. Verbranding van groene grondstoffen (zoals hout) voor energie is een laagwaardige toepassing en heeft niet onze voorkeur. We zijn geen voorstander van nieuwe aardgasboringen en schaliegaswinning en maken ons hard voor een afbouw van de huidige aardgaswinning.
Zuid-Holland herbergt het grootste Haven Industrieel Complex van Europa, met een sterk proces- en petrochemisch, logistiek en maritiem cluster. In de directe nabijheid van dit complex bevindt zich het grootste glastuinbouwcluster van de wereld: een belangrijke speler in de wereldwijde voedingsketen.
De Zuid-Hollandse economie bevindt zich in een omvangrijk vernieuwingsproces. Er zijn drie thema’s die de verandering van onze economie aanjagen: energietransitie, circulair en digitalisering. De op fossiele grondstoffen gebaseerde industriële sectoren staan voor een grote transitie.
Zorg voor die natuur en leefomgeving is van groot belang. De provincie wil immers dat de inwoners van Zuid-Holland kunnen wonen, werken en recreëren in een prettige en aantrekkelijke leefomgeving, met directe toegang tot hoogwaardig groen, erfgoed en water. Natuur is daarbij onmisbaar en staat zwaar onder druk. Bovendien draagt de provincie de verantwoordelijkheid, op basis van een wettelijke provinciale taak vanuit de Wet natuurbescherming, voor het behoud van gezonde populaties en leefgebieden van planten en dieren die in dit landschap thuishoren.
Zuid-Holland staat voor de opgave om in het komende decennium een fors aantal betaalbare woningen te realiseren en de bestaande woonvoorraad te verduurzamen. Tegelijkertijd zijn de groeiende steden ook plaatsen waar sociale problematiek zich manifesteert. In het landelijk gebied vormt het behoud van voorzieningen en leefbaarheid een opgave. Onze uitdaging is om een gezonde, sociale, groene en duurzame leefomgeving in te richten. Om die vitale samenleving werkelijkheid te laten worden is meer nodig dan woningbouw alleen. Het leef- en vestigingsklimaat kan versterkt worden door stad en land goed te verbinden, door ruimte te bieden voor groen en water in de stad, door een evenwichtige woningvoorraad en passende werklocaties. De vitaliteit van de stad is ook gebaat bij cultuur, kenniscentra en aantrekkelijke binnensteden.
Het beschermen van de hier voorkomende natuur is dan ook een vanzelfsprekende en urgente opgave waarin de provincie een voorbeeldfunctie heeft. Een gezonde, uitgebalanceerde en beleefbare natuur vormt de basis voor maatschappelijke en economische activiteiten in de provincie. Als het natuurlijk systeem op orde is, schept dat ruimte voor een gezond woonklimaat en bedrijvigheid. Het is dan ook de ambitie van Zuid-Holland om de biodiversiteit te versterken. Zodat iedereen er ook in de toekomst goed gebruik van kan blijven maken. De provincie werkt aan voldoende drinkwater, schoon oppervlaktewater, gezonde bodems (die CO2 vastleggen) en een duurzame zoetwatersituatie.
De provinciale taken die invloed hebben op gezondheid en veiligheid liggen voor een belangrijk deel op het terrein van de leefomgeving. Zuid-Holland besteedt aandacht aan gezondheid binnen alle beleidssectoren. Dit vraagt om een innovatieve en gecoördineerde beleidsaanpak en om extra inzet binnen bestaande provinciale taken.
De verwachting is dat er meer extreem weer komt, en hogere temperaturen, wat de gezondheid, leefomgeving, welvaart en veiligheid in het geding brengt. De provincie wil zich beter voorbereiden op zaken als hittestress of wateroverlast na hevige stortbuien en de fysieke leefomgeving zo inrichten dat deze klimaatbestendig blijft. Zuid-Holland werkt met verschillende overheden en andere organisaties samen aan regionale adaptatiestrategieën en het nationale Deltaprogramma.
Ook sport en bewegen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van de bewoners en bezoekers. Door te zorgen voor robuuste, toekomstbestendige recreatienetwerken (waaronder voor fiets, varen en paardrijden) en voldoende toegankelijk groen en water, wil de provincie mensen stimuleren meer te bewegen, sporten of juist lekker te ontspannen.
Bedrijven in Zuid-Holland behoren tot de meest innovatieve ter wereld en zijn belangrijk voor de werkgelegenheid, maar moeten ook veilig zijn met zo min mogelijk uitstoot van gevaarlijke stoffen. Daar ziet Zuid-Holland op toe. De provincie wil zorgdragen voor een goede milieukwaliteit.
De uitstoot van broeikasgassen wil men in 2030 hebben teruggedrongen met 49% van de uitstoot in 1990 en in 2050 naar 5% van de uitstoot die we in 1990 hadden. Dit alles is er op gericht om de klimaatverandering tot stilstand te brengen en de stijging van de zeespiegel te beperken en niet in de laatste plaats om het effect in Zuid-Holland met de kwetsbare ligging te beperken. Windenergie en zonnevelden zijn onder voorwaarden mogelijk binnen het glastuinbouwgebied. In aansluiting op het Klimaatakkoord vormt het Tuinbouwakkoord en het Energieakkoord Greenport West het kader van waaruit de provincie inzet pleegt. De ambitie van de glastuinbouwsector om te komen tot een klimaatneutrale energievoorziening in 2040 wordt daarbij ondersteund.
Westland
Nieuwe ontwikkelingen in de glastuinbouw sluiten aan bij bestaande landschappelijk structuren en dragen waar mogelijk bij aan versterking van de groenblauwe structuur. Ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Voor de kust geldt dat ontwikkelingen de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever) versterken en gebruiken waar mogelijk. Nieuwe strandbebouwing voor verblijfsrecreatie nabij duingebied op rustige stranden is daarmee niet toegestaan.
De provincie streeft naar een bovenregionaal warmtetransportnet voor het transporteren van restwarmte uit de Rotterdamse haven waarbij uitbreidingen naar gebieden met grote warmtevragers zoals in de greenports Westland en Oostland en de regio Leiden.
De provincie geeft in de Omgevingsverordening instructieregels voor de volgende aspecten:
Op verzoek kunnen GS ontheffing verlenen van de instructieregels (artt. 7.82 ev).
In het glastuinbouwgebied van Westland zijn alleen glastuinbouwbedrijven toegestaan, evenals de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking.
figuur: het glastuinbouwgebied van Westland
Afwijken middels art. 7.54 Omgevingsverordening
Bij uitzondering kan een bedrijf worden toegelaten dat behoort tot de keten glastuinbouw en een bijdrage levert aan de ontwikkeling van het glastuinbouwgebied als internationaal centrum voor teelt, kennis en handel van glastuinbouwproducten indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. In geval van zwaarwegende belangen en er geen andere reële mogelijkheid is, kan bij uitzondering ook een andere ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Tenslotte kan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate worden aangepast aan de randen van het glastuinbouwgebied, alsmede langs linten waar reeds afwijkende functies aanwezig zijn, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang van de locaties en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied.
Gemeente Westland en provincie Zuid-Holland waren verenigd in de Coalitie Herstructurering Ontwikkeling Tuinbouw (HOT) om de modernisering van de glastuinbouw een impuls te geven. Dit om een goede concurrentiepositie te behouden. Voor het Westland bestaat een urgente opgave en vallen diverse opgaven samen. Het Werkboek Westland is een richtinggevend naslagwerk en een inspiratiebron voor een ieder die betrokken is bij ontwikkelingen in het glastuinbouwgebied van Westland. Het werkboek is op 11 oktober 2016 aangeboden aan zowel het college van b&w van Westland als GS van de provincie Zuid-Holland. In de provinciale omgevingsvisie wordt nog naar het document verwezen als het gaat om de huisvesting van arbeidsmigranten.
In het Werkboek Westland zijn de (woon)linten en woningen in het glastuinbouwgebied beoordeeld met inachtneming van de vraag in hoeverre een (woon)lint of woning de (toekomst van de herstructurering van de) glastuinbouw belemmert. Woonlinten zijn gekwalificeerd als primaire linten (blijvend) en secundaire linten (eventueel te verwijderen) en woningen als "niet noodzakelijk uit te plaatsen" (cat. 3), "gewenst uit te plaatsen" (cat. 2) en "noodzakelijk uit te plaatsen" (cat. 1).
Door het wijzigen van bedrijfswoningen in 'voormalige bedrijfswoningen' worden de woningen juridisch nog geacht onderdeel uit te maken van het bedrijf. De woningen vormen geen belemmeringen voor de omliggende (en voorheen bij de woningen behorende) bedrijven. De woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8, Noord-Lierweg 45 zijn in het Werkboek Westland aangemerkt als "gewenst uit te plaatsen" (cat. 2):
Hofzichtlaan 4, 6 en 8 en Noord-Lierweg 4 als cat. 2 woning
Ook de woning Sint-Aechtenland 12 is in het Werkboek Westland opgenomen als categorie 2 woning:
Sint-Aechtenland 12 als cat. 2 woning
Ook de woning Arckelweg 7 is opgenomen als categorie 2 woning:
Arckelweg 7 als cat. 2 woning
Nieuweweg 45 is een cat. 3 woning
Monstersepad 4a is een cat. 1 woning
De woningen zijn aangemerkt als "wenselijk" om uit te plaatsen, niet als "noodzakelijk" om uit te plaatsen. De woning Nieuweweg 45 is zelfs "niet noodzakelijk" uit te plaatsen. Alleen de woning Monstersepad 4a is aangemerkt als een woning die "noodzakelijk" is om uit te plaatsen, maar omdat direct tegenover dat perceel een aantal uitplaatskavels wordt gerealiseerd, is die noodzaak niet langer aanwezig. Gelet op het feit dat de woningen als zeer lange tijd geen onderdeel meer uitmaken van de glastuinbouw (in ieder geval voor 4 december 2008), er nooit een verzoek om uitplaatsing of handhaving tegen strijdige bewoning is gedaan en er sprake is van blijvende weginfrastructuur, is het niet realistisch te verwachten dat deze woningen nog zullen worden aangekocht en verplaatst vanwege herstructurering van de glastuinbouw.
Alhoewel de woningen die worden aangewezen als 'voormalige bedrijfswoning' in juridische en planologische zin nog onderdeel uitmaken van het glastuinbouwgebied -ze worden immers nog geacht onderdeel uit te maken van het bedrijf waartoe ze behoorden-, zullen de woningen wel door derden bewoond mogen worden. Langs de linten waar reeds afwijkende functies aanwezig zijn, zijn beperkte aanpassingen van de begrenzing van het glastuinbouwgebied mogelijk. Met het bestemmingsplan LOS percelen is de woning Hofzichtlaan 2 reeds een burgerwoning geworden. Aan het Sint Aechtenland zijn de woningen nummers 6 en 16 reeds burgerwoningen en heeft nummer 14 een bedrijfsfunctie. Aan de Noord-Lierweg zijn de woningen met nummers 35, 49, 51 en 53 reeds burgerwoningen. De woning Arckelweg 7 ligt naast een burgerwoning (nummer 9) en direct gelegen in de buurt van een woonwijk en een bedrijventerrein. De woning Nieuweweg 45 is al een burgerwoning waarbij de vergroting van het perceel niet ten koste gaat van de glaslijn. De woning naast Monstersepad 4a is al een burgerwoning en direct tegenover die woning komen ook een aantal burgerwoningen (d.m.v. uitplaatskavels). Voor alle woningen geldt zodoende dat er reeds afwijkende functies aanwezig zijn. Er is geen sprake van onevenredige aantasting van het glastuinbouwgebied, omdat de woningen niet langer noodzakelijk zijn voor de glastuinbouw (en voor de voormalige bedrijfswoningen geldt dat zij juridisch gezien worden geacht onderdeel van uit te maken).
Dit TAM-omgevingsplan is zodoende in overeenstemming met provinciaal beleid.
Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie 2.0: Visie op Westland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat onder andere in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed. De Omgevingsvisie is breder dan alleen de fysieke leefomgeving; ook onderwerpen als gezondheid, veiligheid en duurzaamheid moeten onderdeel uitmaken van de visie. De Omgevingsvisie geeft weer waar we met Westland naartoe willen en bindt de gemeente aan haar eigen voornemens en ambities.
De Omgevingsvisie werkt door in het (later nog op te stellen) omgevingsprogramma, waarin beleidsvoornemens en maatregelen staan die dienen om de doelen in de leefomgeving te bereiken. De Omgevingsvisie geeft ook richting aan het ontwikkelen van het omgevingsplan. Hierin worden de algemene regels en vergunningsplichten vastgelegd die bindend zijn voor burgers en bedrijven (bestemmingsplannen en verordeningen worden hiermee vervangen).
De belangrijkste opgave is het verhogen van de leefkwaliteit in Westland, waarbij het sociaal-maatschappelijke en economische belang van het tuinbouwcluster niet uit het oog wordt verloren. De oorspronkelijke structuren in het landschap moeten behouden blijven, net als de gemeenschapszin in de dorpen. Westland wil een groenere, gezonde en aantrekkelijke gemeente zijn. Met een people - planet - profit benadering, vindt vergroening plaats langs de belangrijke groene verbindingen en in de wijken, terwijl initiatiefnemers en ontwikkelaars worden gevraagd groeninclusief te ontwerpen en in te richten. Een klimaatbestendig beleid wordt doorgevoerd in ruimtelijke inrichting, nieuwbouw en verkeersmaatregelen. Bodemwarmte moet worden benut en er wordt aangesloten op warmtenetten in de regio. Betere bereikbaarheid en een toonaangevende rol op het gebied van kennis, innovatie en duurzaamheid in de Greenport blijven een belangrijke rol spelen.
De autonome groei van inwoners wordt geaccommodeerd door het invullen van de zachte plannen voor woningbouw in combinatie met inbreiding door bv. hoger te bouwen. De kwaliteit van de omgeving wordt verbeterd met een groen/blauwe inrichting (groene daken, beleefbaar groen en waterberging) om hittestress en wateroverlast tegen te gaan. Voor 2040 wordt één vierkante meter groen per huishouden extra gerealiseerd, voor nieuwbouwprojecten geldt een norm van 50 m2 verblijfsgroen per woning. Bij projectontwikkeling worden zoveel mogelijk de minimale eisen uit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen gehanteerd en is het uitgangspunt dat niet langer gebruik wordt gemaakt van fossiele brandstoffen. Het woningaanbod moet aansluiten uit bij de Westlandse behoeften en economisch verbondenen. Westland wil meer dan 8000 woningen realiseren, waarvan een grote opgave betaalbaar wonen. Er ligt ook een opgave voor de huisvesting van (tijdelijke) arbeidsmigranten.
Het duurzaam glastuinbouwgebied behoudt voldoende kritische massa om een innovatieve glastuinbouwgemeente te blijven, maar het toevoegen van beleefbaar groen mag ten koste gaan van glastuinbouw. De glastuinbouw produceert in de toekomst circulair, wordt energieneutraal en klimaatadaptief. Om de modernisering en herstructurering op gang te brengen moet er letterlijk ruimte worden gemaakt, bv. door het uitplaatsen van (bedrijfs)woningen naar de dorpen. Integrale gebiedsplannen moeten betaalbaar en met voldoende draagvlak gerealiseerd kunnen worden. Langs de kust is een strand dat uitblinkt in rust en ruimte met een goede balans tussen natuur en recreatie. Daarnaast wil Westland sluitende recreatieve netwerken creëren voor verschillende gebruiksgroepen d.m.v. robuuste groen-blauwe aders. Er wordt ingezet op een hoogwaardige OV verbinding tussen Den Haag en de Hoekse Lijn richting Delft.
Bepaalde bedrijventerreinen kunnen uitbreiden, in de kernen worden (compacte) kernwinkelgebieden aangewezen. Rond 2030 zijn grote ingrepen nodig om de infrastructuur op orde te houden (vrijliggend logistiek netwerk, ongelijkvloerse kruispunten), er komt een verkenning naar de mogelijkheden voor lightrail. Het fietsnetwerk binnen en van/naar Westland wordt verbeterd met o.a. metropolitane fietspaden. Vrachtverkeer krijgt wellicht hubs en goede doorstroming naar de A4/A20 blijft een belangrijk aandachtspunt.
Natuurgebieden (Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland) moeten robuust, veerkrachtig, aaneengesloten en beleefbaar worden gemaakt. Voor 2030 zijn ontbrekende zones en schakels in ecologische verbindingen ingevuld, zodat de biodiversiteit bevorderd wordt. De waterkwaliteit moet worden verbeterd en er komt meer ruimte voor het vasthouden van water. Dit vraagt ook inspanningen van de glastuinbouw om meer circulair te worden, minder grondwater te onttrekken en water te bergen.
De toekomstkaart van Westland:
Op 8 december 2020 heeft de gemeenteraad van Westland de 'Handhavingsstrategie glastuinbouwgebied Westland 2020' vastgesteld. In deze strategie is bepaald dat in Westland onder strikte voorwaarden een éénmalige legalisering van oude strijdigheden plaats moet vinden.
Aan die strikte voorwaarden zit een sterke belangenafweging vast. Immers, de belangen die met handhaving worden gediend hebben primair betrekking op het faciliteren van de uitoefening van de toegekende bestemming aan een perceel. In het geval van handhaving in het glastuinbouwgebied betreft dit uiteraard primair het beschikbaar houden van gronden om deze te kunnen gebruiken voor de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf met alle daarbij behorende voorzieningen.
Om invulling te geven aan de strikte voorwaarden is een centrale doelstelling geformuleerd:
Het legaliseren van langdurig, ongewijzigd, strijdig privégebruik van gronden en/of opstallen in het duurzaam glastuinbouwgebied voor zover dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de (uitoefening van de) bestemming .
In de uitwerking van deze doelstelling zijn de navolgende strikte voorwaarden van belang.
Voor oude gevallen, ofwel langdurig strijdig gebruik is een concreet kantelpunt benoemd, namelijk de openbaarmaking van het ontwerp bestemmingsplan 'Parapluherziening bestemmingsplannen buitengebied Westland' op 4 december 2008.
In de afweging of legalisatie wenselijk is dienen de belangen van de (omvang van) de overtreding tegen de belangen die gediend zijn bij uitoefening van de bestemming te worden gezet. In de basis wijkt dit niet af van de gebruikelijke beoordeling in een handhavingszaak. Immers, afzien van handhaving kan indien legalisatie mogelijk is.
Voor de beoordeling in een handhavingszaak wordt gehandeld binnen de kaders van het bestaande beleid of, in gevallen van een maatschappelijke opgave, in het belang van een ruimere beoordeling over een goede ruimtelijke ordening. Daarbij wordt immer de precedentwerking die uitgaat van een beoordeling tot legalisatie in ogenschouw meegenomen.
Voor oude gevallen wordt eenmalig afgeweken. De beoordeling of sprake is van onevenredigheid is namelijk een andere dan de toetsing of sprake is van het handelen overeenkomstig het huidige beleid. Dit impliceert niet dat het huidige beleid onevenredig is, maar wel dat met inachtneming van de historische context van de totstandkoming van de overtreding het huidige beleid niet altijd recht doet aan die context. Kortom, de (on)evenredigheid komt vanwege de historisch context in een ander daglicht te staan dan overtredingen die onder de geharmoniseerde wet- en regelgeving zijn ontstaan.
In de beoordeling van de evenredigheid betekent een ruimere toetsing voornamelijk dat maximale maatvoeringen in het huidige beleid niet leidend zijn in een toetsing. De nadruk ligt op de impact van het gebruik op de ruimtelijke structuur voor de glastuinbouw.
Voor de beoordeling van strijdige bewoning ligt evenredigheid daarnaast ook in de beoordeling of het behouden van ten minste één bedrijfswoning bij een glastuinbouwbedrijf nog redelijk is indien gedurende meer dan tien jaar geen aanspraak is gemaakt op deze woning als bedrijfswoning, deze eis is niet (langer) van toepassing. Daarin dient mede beoordeeld te worden of de overtreder zich daartoe niet heeft verzet of anderszins heeft doen voorkomen dat gebruik van de woning overeenkomstig de bestemming op enige wijze is bemoeilijkt.
Handhavend optreden kan grote gevolgen hebben voor mensen. Dit geldt in het bijzonder voor handhavend optreden tegen het in afwijking van het bestemmingsplan bewonen van een glastuinbouw dienstwoning door een ander dan (het huishouden van) de ondernemer of het op zijn glastuinbouwbedrijf werkzaam personeel. Deze 'strijdige bewoning' komt, door de gestage terugloop van het aantal glastuinbouwbedrijven, veelvuldig voor in Westland.
Handhavend optreden tegen deze strijdige bewoning grijpt diep in de levens van mensen, aangezien een 'dak boven je hoofd' een primaire levensbehoefte is. Zeker in gevallen waarin er geen concrete interesse bestaat vanuit de glastuinbouw zal handhaving als onevenredig worden ervaren.
Voor de 'oude gevallen', zijnde de gevallen die al strijdig gebruikt werden voor 4 december 2008 wordt daarom een legalisatie mogelijk gemaakt met het bestemmingsplan LOS-percelen.
Een substantieel deel van de agrarische bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied voldoet echter niet aan het criterium van 'onevenredige aantasting'. Dit is er voornamelijk in gelegen dat de woningen op een dusdanige locatie zijn gelegen dat deze aldaar niet duurzaam kunnen blijven. De woningen liggen de ontwikkeling van de glastuinbouw dus onevenredig in de weg. In de bij de Handhavingsstrategie behorende 'Beslisboom oude strijdigheden' is voor de beantwoording van de vraag of een woning de glastuinbouw in de weg ligt aangesloten bij het 'Werkboek Westland". Dit document is opgesteld door gemeente Westland en de provincie en bevat een inventarisatie van het glastuinbouwgebied van Westland.
In het Werkboek is aangegeven dat zich binnen het glastuinbouwgebied van het Westland 3.847 bedrijfs- en burgerwoningen bevinden, die zowel langs linten tussen de dorpen als ook verspreid in het glastuinbouwgebied staan. Omdat volgens het gemeentelijk beleid het glastuinbouwgebied primair ten dienste aan glastuinbouwbedrijven staat, en andere bestemmingen - waaronder ook het wonen - hieraan ondergeschikt zijn, zijn alle woningen in het glastuinbouwgebied (beoordeeld op ligging en eigenschappen) gecategoriseerd naar de mate waarin zij de ontwikkeling van de glastuinbouw (herstructurering en schaalvergroting) kunnen hinderen. De woningen zijn ingedeeld naar "noodzakelijk uit te plaatsen" (cat. 1 woning), "gewenst uit te plaatsen" (cat. 2 woning) en "niet noodzakelijk uit te plaatsen" (cat. 3 woning).
Als gevolg van deze constatering komt de bewoning van de woningen in categorie 1 niet in aanmerking voor een woonbestemming in geval van legalisatie, maar slechts voor een persoonsgebonden overgangsrecht. Voor de woningen in categorie 2 is in de Beslisboom nog een nader toetsingskader opgenomen dat bepalend is voor de vraag of een woonbestemming kan worden verleend. De volgende vragen zijn dan van belang: a. heeft minimaal 50% van de woningen aan dezelfde zijde van de laan/het lint de functie 'wonen'?, b. bedraagt de afstand tot de zijgevel van de woning en een eerstvolgende woning minder dan 150 meter?, c. heeft de laan/het lint geen invloed op de minimale schaalgrootte van het gebied?, en d. kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd?
De legalisatie van de oude strijdigheden heeft zijn beslag gekregen in de bestemmingplannen LOS (Legalisering Oude Strijdigheden) percelen 1 en 2. Het eerste bestemmingsplan LOS percelen is door de gemeenteraad van Westland vastgesteld op 21 juni 2023 en het tweede op 29 mei 2024.
Naar aanleiding van het vastgestelde bestemmingsplan LOS percelen op 21 juni 2023 bleek in de raad de wens te bestaan om voor de woningen langs de Hofzichtlaan te De Lier een woonfunctie mogelijk te maken. Deze categorie 2 woningen voldeden niet aan de criteria zoals opgenomen in de bij de Handhavingsstrategie behorende "beslisboom oude strijdigheden" van de gemeenteraad en kwamen volgens beleid alleen in aanmerking voor een persoonsgebonden overgangsrecht (waarbij de bestemming glastuinbouw behouden blijft en alleen de huidige bewoners de woning in strijd met die bestemming mogen blijven bewonen). Een unaniem aangenomen amendement bij het bestemmingsplan LOS percelen spreekt van een ’heroverweging van de woonlintenkaart’ die zou volgen en dat de bewoners van de Hofzichtlaan daarvan niet het slachtoffer zouden mogen zijn door in dit plan een persoonsgebonden overgangsrecht te geven.
Op 2 november 2023 is een raadsinformatieavond gehouden waar verschillende thema’s aangaande het glastuinbouwgebied besproken zijn, waaronder de woningen langs de Hofzichtlaan. Een meerderheid was voor een woonfunctie voor de woningen langs de Hofzichtlaan. Als gevolg hiervan zijn ook de overige "categorie 2 woningen" die op grond van de "LOS criteria" in aanmerking kwamen voor een persoonsgebonden overgangsrecht opnieuw beoordeeld. In plaats van een persoonsgebonden overgangsrecht komen de woningen nu in aanmerking voor een aanduiding "voormalige bedrijfswoning". Een 'heroverweging van de woonlintenkaart' zal vooralsnog niet plaatsvinden.
Voor de woningen Nieuweweg 45 en Monstersepad 4a geldt dat eerder verzoeken zijn gedaan om de woningen op te nemen in de bestemmingsplannen LOS-percelen. Tijdens beroepszaken bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn beide woningen ingebracht en heeft het college van burgemeester en wethouders toegezegd alsnog tegemoet te komen aan de eerder gedane verzoeken.
Voor woningen die vanwege schaalvergroting overbodig zijn geworden voor het glastuinbouwbedrijf en die in aanmerking zouden komen voor een woonbestemming (gelegen zijn op een plek waardoor de glastuinbouw niet wordt belemmerd), maar deze niet kunnen krijgen vanwege een te korte afstand tot de functie glastuinbouw, heeft gemeente Westland het 'paraplubestemmingsplan plattelandswoningen Westland' vastgesteld. Hiermee zijn de voorwaarden bepaald waaronder medewerking wordt verleend aan een voormalige bedrijfswoning. Dit plan is op de met dit TAM-omgevingsplan voorgenomen ontwikkelingen niet van toepassing. Dit TAM-omgevingsplan betreft woningen met een bijzondere voorgeschiedenis die vanuit het bestemmingsplan Legalisering Oude Strijdigheden voor de aanduiding 'voormalige bedrijfswoning' in aanmerking komen.
Hofzichtlaan 4 betreft een woning welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de functie 'agrarisch-glastuinbouw'.
De woning werd al voor de peildatum van de Handhavingsstrategie (4 december 2008) gebruikt als burgerwoning. De woning is in het Werkboek Westland aangemerkt als categorie 2 woning, een woning waarvan het "gewenst" is dat hij wordt uitgeplaatst. De woning kwam niet in aanmerking voor een woonfunctie in een bestemmingsplan Legalisering Oude Strijdigheden omdat niet meer dan 50% van de woningen aan die zijde van de Hofzichtlaan een woonfunctie heeft. Dit was opgenomen in de aanvullende criteria van de bij de Handhavingsstrategie vastgestelde Beslisboom oude strijdigheden.
De Hofzichtlaan is in het Werkboek Westland aangewezen als een secundair woonlint, een woonlint dat 'eventueel' te verwijderen is. Echter, gelet op het feit dat achter de woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8 een grootschalige reconstructie heeft plaatsgevonden waarbij een glastuinbouwbedrijf van ruim 3 ha. is ontstaan, is het niet realistisch te verwachten dat de infrastructuur waaraan de woningen gelegen zijn nog zal worden 'overbouwd' ten behoeve van de glastuinbouw. De Hofzichtlaan vervult een belangrijke functie voor de ontsluiting van het gebied. Langs de Hofzichtlaan is sprake van meerdere woningen die binnen een afstand van 100 meter van elkaar gelegen zijn en er is sprake van een wegbreedte van tenminste ca. 5 meter. Achter de woning Hofzichtlaan 4 is een smalle watergang gelegen die de kavel duidelijk onderscheid van het achtergelegen glastuinbouwbedrijf. Behoud van de woning Hofzichtlaan 4 leidt niet tot een onevenredige aantasting van het glastuinbouwgebied.
De woning Hofzichtlaan 4 (midden foto) en het achtergelegen glastuinbouwbedrijf
De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerende glastuinbouwbedrijf bevindt zich op ca. 20 meter van de gevel van de woning. De woning is al ruim 15 jaar een 'woning van een derde', zodat de omliggende glastuinbouwbedrijven daar al rekening mee hebben te houden.
De achtergevel van de woning ligt op ca. 17 meter van de functie 'agrarisch - glastuinbouw'. De gevel aan de zijde van Hofzichtlaan 2 ligt op ca. 5 meter van de functie 'agrarisch - glastuinbouw'. Dat perceel is niet ingericht ten behoeve van de glastuinbouw, maar dient als (te grote) privétuin van de burgerwoning Hofzichtlaan 2. Niet uit te sluiten valt dat hier in de toekomst nog glastuinbouw activiteiten plaats zullen vinden (de gronden hebben in het bestemmingsplan LOS percelen de aanduiding 'wetgevingszone - moderniseringsgebied' gekregen), zodat een onderzoek heeft plaatsgevonden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leeflklimaat. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit het geval is (zie ook Hoofdstuk 4).
De woning Hofzichtlaan 4 wordt voorzien van de functieaanduiding "voormalige bedrijfswoning" waarbij op een tekening in de bijlage bij de regels duidelijk wordt dat de woning bij het achtergelegen glastuinbouwbedrijf heeft behoord.
Hofzichtlaan 6 betreft een woning welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de functie 'agrarisch-glastuinbouw'.
De woning werd al voor de peildatum van de Handhavingsstrategie (4 december 2008) gebruikt als burgerwoning. De woning is in het Werkboek Westland aangemerkt als categorie 2 woning, een woning waarvan het "gewenst" is dat hij wordt uitgeplaatst. De woning kwam niet in aanmerking voor een woonfunctie in een bestemmingsplan Legalisering Oude Strijdigheden omdat niet meer dan 50% van de woningen aan die zijde van de Hofzichtlaan een woonfunctie heeft. Dit was opgenomen in de aanvullende criteria van de bij de Handhavingsstrategie vastgestelde Beslisboom oude strijdigheden.
De Hofzichtlaan is in het Werkboek Westland aangewezen als een secundair woonlint, een woonlint dat 'eventueel' te verwijderen is. Echter, gelet op het feit dat achter de woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8 een grootschalige reconstructie heeft plaatsgevonden waarbij een glastuinbouwbedrijf van ruim 3 ha. is ontstaan, is het niet realistisch te verwachten dat de infrastructuur waaraan de woningen gelegen zijn nog zal worden 'overbouwd' ten behoeve van de glastuinbouw. De Hofzichtlaan vervult een belangrijke functie voor de ontsluiting van het gebied. Langs de Hofzichtlaan is sprake van meerdere woningen die binnen een afstand van 100 meter van elkaar gelegen zijn en er is sprake van een wegbreedte van tenminste ca. 5 meter. Achter de woning Hofzichtlaan 6 is een smalle watergang gelegen die de kavel duidelijk onderscheid van het achtergelegen glastuinbouwbedrijf. Behoud van de woning Hofzichtlaan 6 leidt niet tot een onevenredige aantasting van het glastuinbouwgebied.
De woning Hofzichtlaan 6 (midden foto) en het achtergelegen glastuinbouwbedrijf
De woning staat op voldoende afstand van de omliggende glastuinbouwbedrijven. Het dichtstbijzijnde functionerende glastuinbouwbedrijf bevindt zich op ca. 18 meter van de gevel van de woning. De woning is al ruim 15 jaar een 'woning van een derde', zodat de omliggende glastuinbouwbedrijven daar al rekening mee hebben te houden.
De achtergevel (met aanbouw) van de woning ligt op ca. 14 meter van de functie 'agrarisch - glastuinbouw'. De gevel aan de zijde van Hofzichtlaan 6a ligt op ca. 11 meter van de functie 'agrarisch - glastuinbouw'. Dat perceel is ingericht ten behoeve van het grootschalige achtergelegen glastuinbouwbedrijf en bevat een dockshelter. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leeflklimaat. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit het geval is (zie ook Hoofdstuk 4).
De woning Hofzichtlaan 6 wordt voorzien van de functieaanduiding "voormalige bedrijfswoning" waarbij op een tekening in de bijlage bij de regels duidelijk wordt dat de woning bij het achtergelegen glastuinbouwbedrijf heeft behoord.
Hofzichtlaan 8 betreft een woning welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de functie 'agrarisch-glastuinbouw'.
De woning werd al voor de peildatum van de Handhavingsstrategie (4 december 2008) gebruikt als burgerwoning. De woning is in het Werkboek Westland aangemerkt als categorie 2 woning, een woning waarvan het "gewenst" is dat hij wordt uitgeplaatst. De woning kwam niet in aanmerking voor een woonfunctie in een bestemmingsplan Legalisering Oude Strijdigheden omdat niet meer dan 50% van de woningen aan die zijde van de Hofzichtlaan een woonfunctie heeft. Dit was opgenomen in de aanvullende criteria van de bij de Handhavingsstrategie vastgestelde Beslisboom oude strijdigheden.
De Hofzichtlaan is in het Werkboek Westland aangewezen als een secundair woonlint, een woonlint dat 'eventueel' te verwijderen is. Echter, gelet op het feit dat achter de woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8 een grootschalige reconstructie heeft plaatsgevonden waarbij een glastuinbouwbedrijf van ruim 3 ha. is ontstaan, is het niet realistisch te verwachten dat de infrastructuur waaraan de woningen gelegen zijn nog zal worden 'overbouwd' ten behoeve van de glastuinbouw. De Hofzichtlaan vervult een belangrijke functie voor de ontsluiting van het gebied. Langs de Hofzichtlaan is sprake van meerdere woningen die binnen een afstand van 100 meter van elkaar gelegen zijn en er is sprake van een wegbreedte van tenminste ca. 5 meter. Achter de woning Hofzichtlaan 8 is een watergang gelegen die de kavel duidelijk onderscheid van het achtergelegen glastuinbouwbedrijf. Behoud van de woning Hofzichtlaan 8 leidt niet tot een onevenredige aantasting van het glastuinbouwgebied.
De woning Hofzichtlaan 8 (midden) met het naast- en achtergelegen glastuinbouwbedrijf
De woning is al ruim 15 jaar een 'woning van een derde', zodat de omliggende glastuinbouwbedrijven daar al rekening mee hebben te houden. De woning Hofzichtlaan 8 staat op ca. 4 meter van de functie 'glastuinbouw', terwijl daar een verticale WOT (warmwater opslagtank) is gebouwd. Aan de achterzijde is de afstand ca. 12,5 meter tot de functie glastuinbouw (vanaf de uit/aanbouw). Er heeft een onderzoek plaatsgevonden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leeflklimaat. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit het geval is (zie ook Hoofdstuk 4).
De woning Hofzichtlaan 8 wordt voorzien van de functieaanduiding "voormalige bedrijfswoning" waarbij op een tekening in de bijlage bij de regels duidelijk wordt dat de woning bij het achtergelegen glastuinbouwbedrijf heeft behoord.
Noord-Lierweg 45 betreft een woning welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de functie 'agrarisch-glastuinbouw'.
De woning werd al voor de peildatum van de Handhavingsstrategie (4 december 2008) gebruikt als burgerwoning. De woning is in het Werkboek Westland aangemerkt als categorie 2 woning, een woning waarvan het "gewenst" is dat hij wordt uitgeplaatst. De woning kwam niet in aanmerking voor een woonfunctie in een bestemmingsplan Legalisering Oude Strijdigheden omdat er geen strijdige bewoning plaatsvindt vanwege een verleende tijdelijke omgevingsvergunning voor burgerbewoning. Tevens heeft niet meer dan 50% van de woningen aan die zijde van de Noord-Lierweg een woonfunctie. Dit was opgenomen in de aanvullende criteria van de bij de Handhavingsstrategie vastgestelde Beslisboom oude strijdigheden. In de Nota van beantwoording zienswijzen behorende bij het vastgestelde bestemmingsplan LOS percelen 2 is opgenomen dat voor deze woning in een aparte procedure de aanduiding voormalige bedrijfswoning zal worden opgenomen.
De Noord-Lierweg is in het Werkboek Westland aangewezen als een secundair woonlint, een woonlint dat 'eventueel' te verwijderen is. Echter, gelet op het feit dat achter de woningen Noord-Lierweg 41 t/m 55 al grootschalige reconstructies hebben plaatsgevonden waarbij verschillende grote glastuinbouwbedrijven zijn ontstaan, is het niet realistisch te verwachten dat de infrastructuur waaraan de woningen gelegen zijn nog zal worden 'overbouwd' ten behoeve van de glastuinbouw. Ook niet gelet op drie reeds aanwezige woonbestemmingen (nummers 49, 51 en 53). De Noord-Lierweg vervult een functie voor de ontsluiting van de aangelegen woningen en glastuinbouwbedrijven. Langs de Noord-Lierweg is sprake van meerdere woningen die binnen een afstand van 100 meter van elkaar gelegen zijn. Behoud van de woning Noord-Lierweg 45 leidt niet tot een onevenredige aantasting van het glastuinbouwgebied.
De woning Noord-Lierweg 45 met het achtergelegen glastuinbouwbedrijf
De woning is al ruim 15 jaar een 'woning van een derde', zodat de omliggende glastuinbouwbedrijven daar al rekening mee hebben te houden. De woning Noord-Lierweg 45 staat op ca. 8,5 meter van de functie 'glastuinbouw' aan de achterzijde en op ca. 2 meter van die functie aan de oostzijde. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leeflklimaat. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit het geval is (zie ook Hoofdstuk 4).
De woning Noord-Lierweg 45 wordt voorzien van de functieaanduiding "voormalige bedrijfswoning" waarbij op een tekening in de bijlage bij de regels duidelijk wordt dat de woning bij het achtergelegen glastuinbouwbedrijf heeft behoord.
Sint-Aechtenland 12 betreft een woning welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de functie 'agrarisch-glastuinbouw'.
De woning werd al voor de peildatum van de Handhavingsstrategie (4 december 2008) gebruikt als burgerwoning. De woning is in het Werkboek Westland aangemerkt als categorie 2 woning, een woning waarvan het "gewenst" is dat hij wordt uitgeplaatst. De eigenaar heeft in het verleden meegewerkt aan herstructurering en schaalvergroting van het achterliggende glastuinbouwbedrijf. De woning kwam niet in aanmerking voor een woonfunctie in een bestemmingsplan Legalisering Oude Strijdigheden omdat niet meer dan 50% van de woningen aan die zijde van Sint Aechtenland een woonfunctie heeft. Deze voorwaarde was opgenomen in de aanvullende criteria van de bij de Handhavingsstrategie vastgestelde Beslisboom oude strijdigheden. In de Nota van beantwoording zienswijzen behorende bij het vastgestelde bestemmingsplan LOS percelen 2 is opgenomen dat voor deze woning in een aparte procedure de aanduiding voormalige bedrijfswoning zal worden opgenomen.
Sint-Aechtenland is in het Werkboek Westland aangewezen als een secundair woonlint, een woonlint dat 'eventueel' te verwijderen is. Echter, gelet op het feit dat achter de woningen aan het Sint-Aechtenland een grootschalige reconstructie heeft plaatsgevonden waarbij een glastuinbouwbedrijf van ruim 8 ha. is ontstaan, is het niet realistisch te verwachten dat de infrastructuur waaraan de woningen gelegen zijn nog zal worden 'overbouwd' ten behoeve van de glastuinbouw. Sint-Aechtenland vervult een belangrijke functie als verbinding tussen de Coldenhovelaan en de Oudecampsweg. Langs Sint-Aechtenland is sprake van meerdere woningen die binnen een afstand van 100 meter van elkaar gelegen zijn. Achter de woning Sint-Aechtenland 12 is een watergang gelegen die de kavel duidelijk onderscheidt van het achtergelegen glastuinbouwbedrijf. Behoud van de woning Sint-Aechtenland 12 leidt niet tot een onevenredige aantasting van het glastuinbouwgebied.
De woning Sint-Aechtenland 12 (links) met het achtergelegen glastuinbouwbedrijf
De woning is al ruim 15 jaar een 'woning van een derde', zodat de omliggende glastuinbouwbedrijven daar al rekening mee hebben te houden. De woning Sint-Aechtenland 12 staat op ca. 12,5 meter van de functie 'glastuinbouw' aan de achterzijde, dat is meer dan de vereiste afstand van 10 meter op grond van de VNG Brochure "Bedrijven en milieuzonering", zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten opzichte van dit glastuinbouwbedrijf aannemelijk is. en op ca. 2 meter van die functie aan de oostzijde. Ten opzichte van de glastuinbouwfunctie aan de oostzijde (de woning Sint-Aechtenland 10) geldt dat deze gronden niet meer in gebruik zijn ten behoeve van de glastuinbouw. Bovendien kan uit artikel 32.2.1 onder f van het omgevingsplan, onderdeel bestemmingsplan glastuinbouwgebied Westland worden afgeleid dat bij aanwezigheid van een bedrijfswoning een woning dichterbij de functie glastuinbouw kan worden gebouwd. Dit omdat twee woonfuncties zich goed tot elkaar verhouden en (aldus) kan worden uitgegaan van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
De woning Sint-Aechtenland 12 wordt voorzien van de functieaanduiding "voormalige bedrijfswoning" waarbij op een tekening in de bijlage bij de regels duidelijk wordt dat de woning bij het achtergelegen glastuinbouwbedrijf heeft behoord.
Arckelweg 7 betreft een woning welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de functie 'agrarisch-glastuinbouw'.
De woning werd al voor de peildatum van de Handhavingsstrategie (4 december 2008) gebruikt als burgerwoning. De woning is in het Werkboek Westland aangemerkt als categorie 2 woning, een woning waarvan het "gewenst" is dat hij wordt uitgeplaatst. De woning kwam niet in aanmerking voor een woonfunctie in een bestemmingsplan Legalisering Oude Strijdigheden omdat niet meer dan 50% van de woningen aan die zijde van de Hofzichtlaan een woonfunctie heeft. Dit was opgenomen in de aanvullende criteria van de bij de Handhavingsstrategie vastgestelde Beslisboom oude strijdigheden. In de Nota van beantwoording zienswijzen behorende bij het vastgestelde bestemmingsplan LOS percelen 2 is opgenomen dat voor deze woning in een aparte procedure de aanduiding voormalige bedrijfswoning zal worden opgenomen.
De Arckelweg is in het Werkboek Westland niet aangewezen als een woonlint, het is een belangrijke doorgaande weg die niet zal worden 'overbouwd' ten behoeve van de glastuinbouw. De Arckelweg vervult een belangrijke functie voor de ontsluiting van het gebied. De achter/naastgelegen woning (nr. 9) heeft een woonbestemming en aan de andere zijde bevindt zich een waterberging. Het achter/naastgelegen tuinbouwcluster is toekomstbestendig in te richten, waarbij dit gebied ontsluit op de Arckelweg. Naast de woningen nummers 7 en 9 is voldoende ruimte voor een voorterrein en volwaardige ontsluiting. Behoud van de woning Arckelweg 7 leidt niet tot een onevenredige aantasting van het glastuinbouwgebied.
De woning Arckelweg 7 (links) met het naastgelegen glastuinbouwbedrijf
De woning is al ruim 15 jaar een 'woning van een derde', zodat de omliggende glastuinbouwbedrijven daar al rekening mee hebben te houden. De woning Arckelweg 7 is (nog) niet kadastraal gesplitst van het bijbehorende bedrijf, maar de woning is nooit als bedrijfswoning bewoond geweest. De afstand naar het voorterrein van het glastuinbouwbedrijf is ca. 4 meter. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leeflklimaat. Uit dit onderzoek is gebleken dat dit het geval is (zie ook Hoofdstuk 4).
De woning Arckelweg 7 wordt voorzien van de functieaanduiding "voormalige bedrijfswoning" waarbij op een tekening in de bijlage bij de regels duidelijk wordt dat de woning bij het achtergelegen glastuinbouwbedrijf heeft behoord.
Nieuweweg 45 betreft een woning welke in gebruik is als burgerwoning. De woning is in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' ook voorzien van de bestemming 'Wonen'. De woonbestemming heeft een oppervlakte van ca. 980 m2. De resterende gronden, welke wel in privé gebruik zijn, met een oppervlakte van ca. 720 m2, zijn voorzien van de bestemming 'agrarisch-glastuinbouw'. Deze gronden werden al voor de peildatum (4 dec. 2008) van de bestemmingsplannen LOS-percelen gebruikt als gronden behorende bij een burgerwoning. De woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering niet hindert (categorie 3 woning). De achterliggende gronden (niet in eigendom) zijn voor de peildatum verkocht ten behoeve van een grootschalige herstructurering.
Gelet ook op een reeds aanwezige burgerbestemming (Nieuweweg 49) en het feit dat er reeds grootschalige herstructurering heeft plaatsgevonden zijn de gronden niet langer bruikbaar voor de glastuinbouw. Vergroting van de woonfunctie leidt zodoende niet tot een onevenredige aantasting van de omvang van de locaties en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied.
Vergroting woonfunctie Nieuweweg 45, geen belemmering glastuinbouw
Nieuweweg 45 (witte woning in het midden)
Monstersepad 4a betreft een woning welke in gebruik is als burgerwoning, maar in het bestemmingsplan 'Glastuinbouwgebied Westland' is voorzien van de bestemming 'agrarisch-glastuinbouw'. De woning werd al voor de peildatum (4 dec. 2008) van de bestemmingsplannen LOS-percelen gebruikt burgerwoning. Alhoewel de woning is aangemerkt als een woning welke de herstructurering hindert (categorie 1 woning) in het Werkboek Westland, zijn er ontwikkelingen die maken dat dit niet langer het geval is.
De woning is een "LOS-perceel", een woning die op grond van het bestemmingsplan LOS 2 een persoonsgebonden overgangsrecht heeft gekregen. In beroep bij de ABRvS heeft de eigenaar aangegeven dat de zaken gewijzigd zijn met de terinzagelegging van het TAM-omgevingsplan "Hoge Geest nabij 6". Direct aan de overzijde van Monstersepad 4a komt een "uitplaatskavel wijkje" voor tien woningen, waarbij de woning Monstersepad 4a met de reeds aanwezige burgerwoning Monstersepad 4 een logisch onderdeel uitmaakt van de aldus ontstane woonenclave. Met de ontwikkeling direct aan de overkant kan de woning niet langer gezien worden als "categorie 1 woning". In een advies van de Adviescommissie Glastuinbouw (15 okt. 2025) is aangegeven dat met de uitgevoerde schaalvergroting achter de woning Monstersepad 4a een glaslijn is ontstaan waar de woning buiten valt. De achtergelegen ondernemer heeft aangegeven geen belangstelling voor de woning en omliggende gronden te hebben. De woning vormt geen belemmering meer voor de glastuinbouw. Een woonfunctie is dan passend, waarbij wel het Monstersepad (in particulier eigendom) de functie "glastuinbouw" houdt, want die gronden zijn voor de ontsluiting van de achterliggende glastuinbouwbedrijven.
Woning 4a = logische woonfunctie, gele cirkels onder woning nr. 4 zijn eerder gedachte uitplaatskavels
(na reconstructie 2017)
De woning staat op 12,5 meter (richting de weg) en 20 meter (richting de achtergelegen kas) van de functie glastuinbouw, zodat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd is (en volgens beleid van Westland een woonfunctie ook passend is).
Monstersepad 4a (links)
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke manier bij de voorgenomen activiteiten rekening is gehouden met diverse aspecten uit de fysieke leefomgeving om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een aantal aspecten zijn nadere onderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze ruimtelijke motivering toegevoegd.
De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is.
De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Het gaat dus om een stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft.
De woningen die worden voorzien van een aanduiding 'voormalige bedrijfswoning' zijn fysiek al aanwezig en hebben reeds een woonfunctie. Er is derhalve geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, alleen de gebruiksbeperkingen (bedrijfsgebonden bewoning) vervallen (zie ook nABRvS 28 juni 2017, nr. 201608869/1/R3). De laddertoets hoeft niet te worden doorlopen.
Om te voorkomen dat bedrijven milieubelastend zijn ten opzichte van gevoelige functies en daarmee de leefbaarheid en woonkwaliteit verslechteren, wordt gebruik gemaakt van een milieuzonering. Door het hanteren van afstandsnormen wordt de overlast ten opzichte van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden.
Hoewel op grond van het Bkl normen voor geluid, trillingen en geur in een omgevingsplan niet van toepassing verklaard kunnen worden op gebouwen (woningen) die eerder functioneel verbonden waren met de activiteiten die dat geluid, die trillingen of die geur veroorzaken, moet er ook voor een "voormalige bedrijfswoning" sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Voor het mogen bewonen van woningen nabij bedrijven hanteert de gemeente de normen uit de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierin wordt onderscheid gemaakt in type bedrijvigheid en soort overlast. Deze normen zijn niet wettelijke bepaald maar vormen wel een richtlijn. Een afwijking is in beginsel mogelijk met dien verstande dat het moet worden gemotiveerd.
De richtafstanden van de VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk'. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk', maar van een 'gemengd gebied'. Dit is bijvoorbeeld het geval bij lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid en woningen. Die situatie doet zich hier voor. Bij een 'gemengd gebied' kunnen de richtafstanden met één afstandsstap verkleind worden.
Het betreft hier voormalige bedrijfswoningen bij glastuinbouwbedrijven. De woningen worden nu in planologische zin getransformeerd naar voormalige bedrijfswoningen. Jurisprudentie (zie bv. ABRvS 23 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1340) aangaande voormalige bedrijfswoningen wijst uit, dat deze weliswaar niet hoeven te worden beschermd tegen de milieugevolgen van het bedrijf waar de woning voorheen bij behoorde, maar dat dit onverlet laat dat er wel sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Om die reden is hierna aan dat aspect aandacht besteed.
De glastuinbouwbedrijven waar de woning onderdeel van uitmaakten zijn volgens de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' milieucategorie 2 bedrijven. De richtafstanden van een glastuinbouwbedrijf in gemengd gebied bedragen: geur 10 m, stof 10 , geluid 30 m, gevaar 10 m. Omdat er één afstandsstap verkleind mag worden gelden de richtafstanden van een categorie 1 bedrijf zodat geur, stof en gevaar op 0 meter komen en geluid op 10 meter. Geluid is derhalve het maatgevende milieuaspect.
Voor de woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8 (zie bijlage 1) en de woningen Noord-Lierweg 45 (zie bijlage 2) en Arckelweg 7 (zie bijlagen 3 en 6) zijn onderzoeken industrielawaai verricht.
Uit alle onderzoeken is gebleken dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de woningen Hofzichtlaan 6 en de woning Noord-Lierweg 45 geldt dat er slechts een overschrijding plaatsvindt voor de piekbelastingen in de dagperiode. Voor de woning Arckelweg 7 geldt dat er in de dagperiode een overschrijding plaatsvindt van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van 2 dB(A) (52 dB(A) in plaats van 50 dB(A) en is er sprake van een overschrijding van het piekniveau en in incidentele bedrijfssituaties.
Het betreffende gebied is als glastuinbouwconcentratiegebied te typeren, met een overwegend glastuinbouw-bedrijfsmatig karakter. De aanwezigheid van bedrijfsactiviteiten (zoals verwarmingsinstallaties, beluchting, vrachtbewegingen, en kasventilatie) is kenmerkend en wordt als inherent onderdeel van de omgeving beschouwd. De aanwezige woningen hebben geen functie als reguliere burgerwoningen, maar zijn voormalige bedrijfswoningen die binnen het glastuinbouwlint liggen. Daardoor ligt het niet voor de hand om deze woningen te beoordelen volgens de richtafstanden die gelden voor een rustige woonomgeving of zelfs een gemengd gebied. Op grond van de aard en intensiteit van het omliggende gebruik is sprake van een bedrijfsomgeving, zodat toepassing van stap 3 uit de VNG-systematiek gerechtvaardigd is.
Voor de piekniveaus geldt dan dat de overschrijdingen -die slechts het gevolg zijn van aan- en afrijdend verkeer- buiten beschouwing worden gelaten voor de dagperiode, terwijl voor de overschrijding van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de overschrijdingen in incidentele bedrijfssituaties wordt afgewogen dat deze aanvaardbaar zijn. Binnen het glastuinbouwgebied is het achtergrondgeluidniveau reeds verhoogd door continue installaties en verkeer van glastuinbouw bedrijven. De geluidbijdrage van de onderzochte glastuinbouwbedrijven blijft binnen dit bestaande geluidsbeeld en leidt niet tot een onevenredige toename van hinder.
In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels over het omgevingsaspect trillingen opgenomen. De regels zien op activiteiten, anders dan wonen, die trillingen veroorzaken in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw. Uit artikel 5.79 Bkl volgt dat deze paragraaf van toepassing is op trillingen door alle denkbare activiteiten.
In de omgeving van het plangebied zijn geen trillingveroorzaken functies en activiteiten aanwezig. Het aspect 'trillingen' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. In de Bruidsschat is het onderdeel geluid geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.
De instructieregels uit afdeling 3.5 (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen heeft invloed op de omgeving. Het bevoegd gezag beoordeelt geluid van deze bronnen bij geluidgevoelige gebouwen (artikel 3.20 Bkl).
Er is sprake van een bestaande bedrijfswoning waarvan slechts een gebruikswijziging ten aanzien van de bedrijfsgebonden bewoning plaatsvindt. Voor het geluid van de weg maakt het niet uit of er sprake is van een bedrijfswoning, een burgerwoning of een voormalige bedrijfswoning (zie bv. ABRvS 2 aug. 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2106). Voor de aanwijzing van de woningen in dit plan als voormalige bedrijfswoningen is derhalve geen beoordeling van het weggeluid vereist.
Op grond van de Atlas voor de Leefomgeving blijkt dat de geluidniveaus in ieder geval aanvaardbaar zijn: Hofzichtlaan 4: 46 dB(A), Hofzichtlaan 6: <46 dB(A), Hofzichtlaan 8: 46 dB(A), Noord-Lierweg 45: 46 dB(A), Sint-Aechtenland 12: 51 dB(A), Arckelweg 7: 61 dB(A).
Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het (wettelijk) kader voor de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten:
De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Plaatsgebonden risico
Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl).
Groepsrisico
Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht.
Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV).
Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl).
Activiteiten (met gevaarlijke stoffen)
Uit de Atlas voor de leefomgeving blijkt dat in de omgeving van de voormalige bedrijfswoningen geen Bevi-inrichtingen aanwezig zijn. Zo zijn er geen bedrijven met een ammoniak installatie of LPG-tankstations.
Vervoer gevaarlijke stoffen
Geen van de woningen ligt nabij een weg waar gevaarlijke stoffen over vervoerd worden.
Buisleidingen
De woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8 liggen binnen een aandachtsgebied voor brand vanwege in de buurt gelegen aardgastransportleidingen. Ze liggen echter ruim buiten de belemmeringenstrook voor kwetsbare gebouwen van deze leidingen. Omdat er slechts een planologische wijziging plaatsvindt en er geen kwetsbare functie wordt toegevoegd, is verder onderzoek naar plaatsgebonden- of groepsrisico niet noodzakelijk.
Aandachtsgebied gifwolk
Volgens de Atlas voor de Leefomgeving ligt de locatie van de voormalige bedrijfswoningen binnen het gifwolk aandachtsgebied. Dit betekent dat in geval van een ongeval met gevaarlijke stoffen een toxische wolk het plangebied kan bereiken. De kans op een dergelijk scenario is zeer klein.
De ontwikkeling betreft woningen (beperkt kwetsbare objecten). Er is voorzien in afsluitbare ventilatie, waardoor bewoners bij een calamiteit binnen kunnen schuilen. Daarnaast wordt risicocommunicatie via NL-Alert en informatie aan bewoners geborgd. Daarmee wordt het risico aanvaardbaar en verantwoord geacht.
Explosieven
Uitsnede Explosievenkaart Westland
Er zijn nabij de voormalige bedrijfswoningen geen explosieven aanwezig.
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. Om de luchtkwaliteit in Nederland te beschermen geeft het Besluit kwaliteit leefomgeving in hoofdstuk 5 instructieregels om de luchtkwaliteit te beschermen.
De gemeente moet voor een aantal activiteiten de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) in acht nemen, behalve als een activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 microgram/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Deze grenswaarde volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Aantonen dat een project of activiteit valt onder NIBM kan op twee manieren:
In artikel 5.54 Bkl is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:
In artikel 2.3 tot en met 2.7 van het Bkl zijn de omgevingswaarden voor de kwaliteit van de buitenlucht voor verschillende stoffen opgenomen voor de concentraties in de buitenlucht. In Nederland zijn de stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) het meest kritisch. In het algemeen geldt dat bij voldoen aan de normen voor deze stoffen, een overschrijding van de normen voor de overige stoffen redelijkerwijs kan worden uitgesloten.
Overzicht normen luchtverontreinigende stoffen
De voorgenomen ontwikkeling betreft de gebruikswijziging van een bedrijfswoning naar een voormalige bedrijfswoning. Er is geen sprake van een gewijzigde bron van luchtverontreiniging die leidt tot een toename van de hoeveelheid luchtverontreiniging. Een onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit van de aanduidingen als voormalige bedrijfswoningen kan achterwege blijven.
Luchtkwaliteit omgeving
Bij de beoogde voormalige bedrijfswoningen moet sprake zijn een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De Atlas voor de Leefomgeving is geraadpleegd om de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied vast te stellen. Hieruit blijkt dat ten aanzien van NO2 en PM10 geen grenswaarden worden overschreden in de omgeving van het plangebied.
Wat betreft de invloed van het glastuinbouwbedrijven waartoe de voormalige bedrijfswoningen behoorden, is voor de woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8 (zie bijlage 4), Noord-Lierweg 45 (zie bijlage 5) en Arckelweg 7 (zie bijlage 6) nog een extra onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit. Hieruit blijkt (ook) dat er geen belemmeringen zijn.
Derhalve kan gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de voorziene voormalige bedrijfswoningen.
Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsdocumenten vastgesteld over water en klimaatadaptatie (EU, rijk, provincie, waterschap en gemeente). Deze paragraaf geeft een overzicht van een aantal van de voor het plangebied relevante beleidsnota's, waarbij het beleid van het Hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld.
Weging waterbelang in plannen fysieke leefomgeving
Bij plannen in de fysieke leefomgeving is de weging van het waterbelang verplicht. Voor het doorlopen van dit proces heeft Delfland een handreiking opgesteld. Een handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de procedure voor de weging van het waterbelang in plannen voor de fysieke leefomgeving op gemeentelijk niveau.
Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit, verdroging en beheer en onderhoud.
Strategie klimaatadaptatie Westland
De Omgevingsvisie 2.0 stelt dat Westland in 2040 klimaatadaptief moet zijn ingericht. Om deze ambitie waar te kunnen maken, is een Westlandse strategie vastgesteld om richting en kader te geven aan deze lange termijn ontwikkeling. Het bevat een beschrijving van de effecten van klimaatverandering voor de gemeente Westland, urgentie en de strategische ontwikkellijnen voor de gemeente Westland. Dit betekent dat de gemeente klimaatadaptatie borgt in al haar beleid en uitvoeringsprogramma's, waarbij er specifieke aandacht uitgaat naar verder onderzoek naar risicogebieden en kwetsbare groepen. Daarnaast ziet de gemeente een grote betrokkenheid van haar inwoners en bedrijven als noodzakelijk, om ook een bijdrage te leveren in de (gezamenlijke) opgave. Klimaatadaptatie kan immers niet alleen afgewenteld worden op de openbare ruimte. Bedrijven en inwoners hebben een eigen verantwoording voor wat betreft private eigendommen.
Hemelwaterverordening nieuwbouw Westland
Vanaf 20 december 2023 heeft de gemeente Westland beleid op het bergen en vasthouden van regenwater op privaat terrein binnen een nieuwbouwplan. Vanaf 1 januari maakt deze verordening automatisch deel uit van het omgevingsplan. Dat wil zeggen dat elke ruimtelijke ontwikkeling groter dan 50 m2 hieraan moet voldoen. Voor iedere m² bebouwd oppervlak moet 50 liter berging worden aangelegd. Bij bedrijventerreinen tellen ook de verharde onbebouwde oppervlaktes mee. Voor het aanleggen van de waterberging bestaan verschillende mogelijkheden. In het handboek 'Omgaan met Hemelwater bij nieuwbouw in Westland' staan voorbeelden ter inspiratie.
Veiligheid en waterkeringen
Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op het (veilig) functioneren en het beheer en onderhoud van waterkeringen. Om die reden is het van belang, dat initiatiefnemers van ruimtelijke plannen rekening houden met de effecten van die plannen op de aanwezige waterkeringen.
In de legger van het Hoogheemraadschap van Delfland zijn de ligging en de minimale afmetingen van de waterkeringen vastgelegd. Rondom de keringen is een keurzone vastgesteld. Deze bestaat uit het waterstaatswerk (de daadwerkelijke kering) en een beschermingszone. Binnen het waterstaatswerk en de beschermingszone zijn op basis van de Keur Delfland beperkingen gesteld aan activiteiten die het waterkerend vermogen van de kering nu en in de toekomst kunnen aantasten.
Uitsnede legger HHD woningen Hofzichtlaan 4, 6 en 8 (De Lier)
Uitsnede legger HHD woning Noord-Lierweg 45 (De Lier)
Uitsnede legger HHD woning Sint-Aechtenland 12 (De Lier)
Uitsnede legger HHD woning Arckelweg 7 (De Lier)
Bij geen van de beoogde voormalige bedrijfswoningen komen waterkeringen voor. Er zijn geen risico's voor het waterkerend vermogen of de veiligheid.
Waterkwantiteit / waterkwaliteit
Delfland streeft naar een duurzame, robuuste waterstructuur met voldoende mogelijkheden voor waterberging. Dit streven heeft uiteindelijk tot doel wateroverlast voor de nieuwe en de al aanwezige functies in het gebied te voorkomen. Bij het voorkomen van wateroverlast en het verwerken van hemelwater hebben perceeleigenaar, gemeente en Delfland elk een verantwoordelijkheid. De perceeleigenaar moet het hemelwater zoveel mogelijk zelf verwerken en vasthouden bij de plaats waar het valt, bijvoorbeeld een (slimme)regenton. De gemeente draag zorg voor de inzameling en verwerking van het afstromend hemelwater. Dit betekent, dat de gemeente in eerste instantie en initiatiefnemers/perceel eigenaren inspanning moet doen om dit hemelwater vast te houden of terug te brengen in de bodem. Vervolgens kan het (al dan niet na zuivering) worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Delfland is vervolgens verantwoordelijk voor de ontvangst van hemelwater in het oppervlaktewater.
Het planvoornemen betreft het aanwijzen van bedrijfswoningen als voormalige bedrijfswoningen. De aanwijzing brengt geen bouwkundige aanpassingen met zich mee, uitbreiding van de bebouwing is niet aan de orde. Eveneens vindt geen uitbreiding van de erfverharding plaats. Gezien het feit dat met de voorgenomen ontwikkeling het aantal vierkante meters verhard oppervlak niet zal toenemen, zal er geen sprake zijn van een verslechtering van het waterkwantiteits- dan wel het waterkwaliteitssysteem.
Onderhoud en bagger
Delfland is verantwoordelijk voor het onderhoud van het primaire watersysteem en de waterkeringen. Voor secundair boezemwater en polderwateren zijn veelal andere partijen (gemeente, grondeigenaar) onderhoudsplichtig. Onderhoudsplichtigen zijn in de Legger Delfland vastgesteld. Onderhoud aan water en waterkering betekent dat deze toegankelijk moeten zijn voor onderhoud. De woningen aan de Hofzichtlaan zijn gelegen aan secundair water, waarvoor de eigenaren zelf verantwoordelijk zijn voor het gewone onderhoud.
Bodem en grondwater
Het plan betreft enkel de wijziging van de bestemming , er vinden geen fysieke werkzaamheden plaats. Daarom is dit thema verder niet van toepassing.
Afvalwater en riolering
De bestaande woningen zijn aangesloten op het gemeentelijke rioleringsstelsel ter plaatse. Afvalwater wordt afgevoerd naar de dichtsbijzijnde afvalwaterzuivering. Voor zover bekend zijn er geen problemen bekend omtrent de capaciteit van riolering of zuivering.
De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. In de Omgevingswet worden zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming geregeld.
Flora- en fauna-activiteiten (soortenbescherming)
Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet definieert een flora- en fauna-activiteit als volgt: 'Activiteiten met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten'.
Door deze brede formulering van een flora- en fauna-activiteit is het bij activiteiten in de fysieke leefomgeving nodig om te controleren of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn.
Gebiedsbescherming
Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland.
Natura 2000
De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) wijst de Natura 2000-gebieden aan. Ook worden de instandhoudingsdoelstellingen vastgelegd in artikel 2.44 van de Omgevingswet. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. In Nederland voor ruim 160 gebieden. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit.
Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie.
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.
In het kader van het planvoornemen treden geen veranderingen in de fysieke situatie op. De bestaande bebouwings- , verhardings- en beplantingssituatie blijft intact. Ook worden geen nieuwe activiteiten mogelijk gemaakt, die een grotere impact kunnen hebben op natuurwaarden in de omgeving.
Het planvoornemen voorziet niet in wijziging van de bestaande fysieke situatie. Er vindt geen sloop plaats en er wordt geen beplanting verwijderd. Aangenomen mag worden dat het planvoornemen dan ook geen nadelige gevolgen voor de aanwezige soorten flora en fauna met zich mee zal brengen.
Het plangebied of de directe omgeving daarvan maakt geen deel uit van beschermde natuurgebieden. De woningen liggen op grote afstand van Natura 2000 of Natuurnetwerk Nederland gebieden (meest dichtbij gelegen is de woning Arckelweg 7, op ca. 3 kilometer van Natura 2000 gebied). Omdat het planvoornemen daarnaast ook niet voorziet in het opstarten van activiteiten, die een grote(re) impact kunnen hebben op beschermde natuurgebieden in de wijdere omgeving, mag aangenomen worden dat het planvoornemen geen nadelige gevolgen heeft voor de gebiedsbescherming.
Op basis van paragraaf 5.1.4.5 uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en artikel 22.2 uit het Besluit activiteiten leefomgeving dient in planvorming rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. Onder bepaalde omstandigheden kan het oprichten van gebouwen pas plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij veel nieuwbouwactiviteiten de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld.
Het planvoornemen voorziet niet in de oprichting van een nieuw bodemgevoelig gebouw. De voor het planvoornemen benodigde gronden hebben reeds een functie die de aanwezigheid van de betreffende woning mogelijk maakt. Binnen de functie glastuinbouw is een glastuinbouwbedrijf mogelijk, met daarbij eveneens een bedrijfswoning toestaat. Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn de betreffende gronden qua bodemkwaliteit reeds geschikt bevonden voor de realisering en bewoning van deze woning.
Het planvoornemen brengt daarin geen verandering. De woning wordt aangeduid als voormalige bedrijfswoning, wat in feite een bijzondere vorm van een bedrijfswoning is doordat deze ook bewoond mag worden door derden zonder binding met het bedrijf. Derhalve behoeft in het kader van het planvoornemen geen onderzoek naar de bodemkwaliteit te worden uitgevoerd.
Algemeen
De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5.130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek.
Archeologie
Voor archeologie dient de gemeente projecten kleiner dan 100 m2 in beginsel vrij te stellen van de archeologische onderzoeksplicht (artikel 5.130 lid 4 Bkl). De gemeente kan in een omgevingsplan echter grotere of kleinere vrijstellingsgrenzen vastleggen, bijvoorbeeld in historische binnensteden waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen heel groot is. Archeologisch onderzoek kan in dergelijke gevallen ook al bij projecten kleiner dan 100 m2 belangrijke informatie opleveren. In gebieden met een lage verwachtingswaarde kan de gemeente kiezen om een grotere vrijgestelde oppervlakte vast te leggen in het omgevingsplan. Dit om te voorkomen dat de gemeente een initiatiefnemer belast met het doen van archeologisch onderzoek dat naar verwachting niet of nauwelijks zinvol is.
Cultuurhistorie
Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving volgt dat gemeenten voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime moeten opnemen in het omgevingsplan. Het Bkl bevat hiervoor instructieregels.
Omdat het planvoornemen niet leidt tot het oprichten van bebouwing of het doen van ingrepen in de bodem kan geconcludeerd worden dat er geen archeologisch onderzoek nodig is. Tevens worden cultuurhistorische waardevolle objecten ongemoeid gelaten. De fysieke situatie ter plaatse van de voormalige bedrijfswoningen wijzigt immers niet.
De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten - waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om:
Met dit plan worden bedrijfswoningen gewijzigd naar voormalige bedrijfswoningen. Zoals uit voorgaande paragrafen blijkt voldoet het plan aan de geldende (milieu)normen en is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
De verkeersstructuur zal als gevolg van dit plan niet wijzigen. Het privé-verkeer van de woning blijft aanwezig en hier treden geen wijzigingen op. Er zal geen extra/nieuwe inrit worden gerealiseerd.
Als gevolg van dit plan zal er geen extra verkeersaantrekkende werking ontstaan ten opzichte van de bestaande planologische situatie. Tevens is sprake van een ruim erf waar geparkeerd kan worden. Het aspect parkeren vormt daarom geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt.
De aanwezigheid van kabels en leidingen met betrekking tot de nutsvoorzieningen in de omgeving is evident. Bij het nader uitwerken van de aansluitingen, dient met de verschillende netwerkbeheerders contact te worden opgenomen.
Voor voorliggend plan is gebruik gemaakt van de Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) om op basis van de RO standaarden 2012 na inwerktreden van de Omgevingswet het omgevingsplan te kunnen ontsluiten in het DSO.
Dit TAM-omgevingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het TAM-omgevingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de functies aangewezen op locaties. Aan deze locaties zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer die aan het TAM-omgevingsplan ten grondslag liggen. Ook is de motivatie van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het TAM-omgevingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het TAM-omgevingsplan.
Op de verbeelding worden de functies en activiteiten weergegeven, met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Voor het opstellen van de planregels is uitgegaan van de gemeentelijke standaard. Op deze wijze beschikt de gemeente over zoveel als mogelijk uniforme plannen.
De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I bevat de algemene bepalingen voor het hele plangebied. Hoofdstuk II bevat aan locatie toegedeelde functies en activiteiten. Hoofdstuk III geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsregels. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in hoofdstuk II. Ten slotte regelt hoofdstuk IV de overgangs- en slotbepalingen.
Het plan omvat de verbreden van de gebruiksmogelijkheid van een aantal bedrijfswoningen in Westland tot voormalige bedrijfswoningen, het vergroten van een woonfunctie en het toekennen van een woonfunctie. De percelen zijn in eigendom bij de initiatiefnemers. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemer. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.
Het vaststellen van een exploitatieplan is niet vereist, aangezien er geen nieuwe voorzieningen of bouwmogelijkheden worden gerealiseerd.
In de periode augustus - oktober 2025 heeft over het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan bestuurlijk overleg plaatsgehad. Het plan is (onder andere) ter kennisname toegestuurd aan: provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Delfland en Glastuinbouw Nederland.
Van 12 december 2025 tot en met 22 januari 2026 heeft het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegen voor het indienen van zienswijzen.
Gedurende de periode van tervisielegging zijn drie zienswijzen ingediend.
De ontvangen zienswijzen zijn beoordeeld. Voor een overzicht van de zienswijzen wordt verwezen naar bijlage 7 van deze toelichting.
Als gevolg van de ingediende zienswijzen zijn nog twee percelen aan het vastgestelde TAM-omgevingsplan toegevoegd, te weten een vergroting van een woonfunctie voor de woning Nieuweweg 45 te Honselersdijk en het toekennen van een woonfunctie (in plaats van een persoonsgebonden overgangsrecht in een eerder bestemmingsplan LOS-percelen deel 2) voor de woning Monstersepad 4a te Naaldwijk.
Het toevoegen van deze twee percelen betekent niet dat er na vaststelling sprake is van een "wezenlijk ander plan" (met als gevolg dat het ontwerp opnieuw ter inzage moet worden gelegd). Volgens vaste jurisprudentie is er geen sprake van een wezenlijk ander plan wanneer: a. wijzigingen passen binnen de systematiek van het ontwerpplan, b. het gaat om beperkte uitbreiding of correctie, c. de wijziging voortvloeit uit hetzelfde beleid of dezelfde beoordelingscriteria, d. geen nieuwe ruimtelijke effecten ontstaan voor de omgeving.
De te vergroten woonkavel (Nieuweweg 45) en de woonfunctie (Monstersepad 4a) worden toegevoegd op basis van dezelfde Handhavingsstrategie en beslisboom als de eerdere LOS-percelen, de bestemmingsplannen die ook de basis vormen voor dit TAM-omgevingsplan.
Van een wezenlijk ander plan zou sprake kunnen zijn als er veel meer woningen worden toegevoegd, het plan geografisch sterk wordt uitgebreid, er nieuwe planregels of afwijkende regimes worden toegevoegd of als er nieuwe ruimtelijke effecten ontstaan (bijv. extra bouwmogelijkheden). Dat is hier allemaal niet aan de hand. In eerdere zaken (bijv. ECLI:NL:RVS:2015:2088) oordeelt de Afdeling dat wijzigingen bij vaststelling zijn toegestaan, zolang de grondslag van het plan niet wijzigt. Omdat deze woningen simpelweg in de reeds gekozen systematiek passen, blijft de "identiteit" van het plan behouden.