| Plan: | TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22h Jean Amentstraat-Truppertstraat |
|---|---|
| Status: | ontwerp |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0988.TAMJAmentTruppert-ON01 |
Pre-ambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie Jean Amentstraat - Truppertstraat en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk 22h van het omgevingsplan van de gemeente Weert. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22h van het omgevingsplan van de gemeente Weert.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22h gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22h gelezen worden.
De begripsbepalingen in de volgende bijlagen zijn van toepassing voor dit TAM-omgevingsplan, tenzij in artikel 2 daarvan is afgeweken:
In aanvulling op het bepaalde in artikel 1 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de volgende begrippen gehanteerd:
Het omgevingsplan van de gemeente Weert.
Het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22h Jean Amentstraat-Truppertstraat, van de gemeente Weert met indenfiticatienummer NL.IMRO.0988.TAMJAmentTruppert-ON01
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
Een verrichting die gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving.
het (bedrijfsmatig) telen van gewassen en/of het houden van dieren.
een bedrijf dat middels bedrijfsmatige activiteiten gericht is op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden en/of het voortbrengen van dieren en dierlijke producten, met daarin onderscheid tussen:
met dien verstande dat een manege niet als agrarisch bedrijf wordt aangemerkt.
een bedrijf, dat is gericht op het geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken of herstellen en het installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen verband houdende met het ambacht.
kleinschalig agrarisch gebruik, anders dan ten behoeve van een agrarisch bedrijf.
een bedrijf dat is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het verrichten van loonwerk (inclusief verhuurbedrijven voor landbouwwerktuigen), het verrichten van grondverzet, veetransportbedrijven en veehandelsbedrijven. Mestopslag, mesthandel en mestverwerking valt hier niet onder.
een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden zoals dierenasiels, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, instellingen voor agrarische praktijkonderwijs, proefbedrijven en volkstuinen.
een op een agrarisch bedrijf uitgeoefende vorm van agrarisch verwante bedrijvigheid in de omvang van een nevenactiviteit.
hobbymatige agrarische activiteiten, die ondergeschikt aan de woonfunctie worden uitgeoefend.
Onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingvergunning ex artikel 45 van de Monumentenwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden.
een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Een dienstverlenend ambachtelijk bedrijf, dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Het bedrijf wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning.
De beleidsregel 'beeldkwaliteitsplan Jean Amentstraat-Truppertstraat Tungelroy', zoals vastgesteld op PM of diens rechtsopvolger.
Een dienstverlenend beroep, dat op kleine schaal in een woning en/of daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Onder een aan huis gebonden beroep worden hier eveneens begrepen consument verzorgende activiteiten (bijvoorbeeld kapper, schoonheids-specialist(e), nagelstudio, atelier). Het beroep wordt uitgeoefend door één van de bewoners van de woning en aan maximaal 2 personen tegelijk mogen diensten worden aangeboden.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
de grens van een bouwvlak
Een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat bestaat uit één of meer ruimten, waarbij de bovenkant van de afgewerkte vloeren van twee aan elkaar grenzende ruimten niet meer dan 1,5m in hoogte verschillen, zulks met uitzondering van een onderbouw of zolder.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten
de grens van een bouwperceel
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
het gebruiksdoel dat een onderdeel van de fysieke leefomgeving op een bepaalde locatie heeft.
de wijze waarop gronden en bouwwerken worden gebruikt, waarbij het kan gaan om functies en gebruiksactiviteiten.
de afstand welke krachtens de Wet geurhinder en veehouderij dan wel het Activiteitenbesluit minimaal moet worden aangehouden tussen een emissiepunt van een veehouderij en geurgevoelig objecten, dan wel tussen het gebied rondom een veehouderij dat volgens dit omgevingsplan en rekening houdend met bestaande belemmeringen voor het oprichten van dierenverblijven in aanmerking komt, die wordt begrensd door een bij of krachtens de Wet geurhinder en veehouderij dan wel Activiteitenbesluit geldende maximale waarde voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten.
een agrarische bedrijfsvoering die geheel dan wel grotendeels afhankelijk is van de groeikracht van de bodem waarop het bedrijf wordt uitgeoefend. Tot een grondgebonden agrarisch bedrijf worden met name een akkerbouwbedrijf, een veehouderij (niet zijnde een intensief veehouderijbedrijf), alsmede een productiegerichte en/of gebruiksgerichte paardenhouderij gerekend.
het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22h Jean Amentstraat-Truppertstraat met identificatienummer NL.IMRO.0988.TAMJAmentTruppert-ON01 van de gemeente Weert.
Een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een locatie met een bepaald gebruiksdoel.
de gehele omgeving van een molen, voor zover van invloed op het functioneren van de molen als maalwerktuig én als monument, waarbij naast windvang ook gelet moet worden op de belevingswaarde van de molen.
het gebied zoals weergegeven in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.0988.TAMJAmentTruppert-ON01 bestaande uit de locaties waar de regels uit dit hoofdstuk van toepassing zijn.
de verbeelding van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22h Jean Amentstraat-Truppertstraat.
het wonen in een woning.
een (gedeelte van een) gebouw dat uitsluitend dient voor de huisvesting van één zelfstandige huishouding.
de kleinste binnen één of meer gebouwen gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik die in functioneel opzicht zelfstandig is.
Beleidsregel
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel.
Tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is.
De bouwhoogte van een bouwwerk wordt gemeten vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, ventilatiekanalen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Daar waar een gevellijn staat aangegeven op de verbeelding wordt de goothoogte gemeten in de gevellijn.
De inhoud van een bouwwerk wordt gemeten tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
De oppervlakte van een bouwwerk wordt gemeten tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, technische installaties, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. functiegrenzen niet meer dan 0,50 meter bedraagt. Voor luifels, erkers en balkons geldt dat de bouw- c.q. functiegrenzen met maximaal 1,20 meter wordt overschreden.
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
Het is verboden locaties of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten.
Een locatie die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Agrarisch - Binnen kern.
Een voor 'Agrarisch - Binnen kern' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met daaraan ondergeschikt:
Op locaties die zijn aangewezen met deze functie mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de aard, hoogte en situering van bouwwerken indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing, ter voorkoming van onevenredige aantasting en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en ter verbetering van de gebiedskwaliteit.
De genoemde maatwerkvoorschriften mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 8.3 voor het bouwen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met dien verstande dat:
Onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met de functie wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Agrarisch - Buitengebied.
Een voor 'Agrarisch - Binnen kern' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met daaraan ondergeschikt:
Op locaties die zijn aangewezen met deze functie mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing en aan de inrichting van het functievlak:
De onder a. en b. genoemde maatwerkvoorschriften mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.3 voor het bouwen van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.3 voor het oprichten van hagelnetten en/of het aanleggen van containervelden, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.3 voor het oprichten van geringe bouwwerken ten behoeve van het recreatief medegebruik, zoals speel- en schuilgelegenheden, informatieborden en bewegwijzering, met dien verstande dat:
Onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met de functie wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het in artikel 9.7.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
Werken en werkzaamheden als bedoeld onder 9.7.1 zijn slechts toelaatbaar, indien door deze werken en werkzaamheden, dan wel door daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de stedenbouwkundige en/of landschappelijke waarden van de desbetreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. Hierbij gelden de volgende toetsingscriteria:
| Omgevingsvergunningplichtige werken/werkzaamheden | Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning |
| 3.7.1 sub a. het aanleggen van wegen en het aanbrengen van overige verhardingen |
- de wegen en overige verhardingen moeten noodzakelijk zijn voor onderhoud of bereikbaarheid ten behoeve van de doeleinden zoals omschreven in artikel 3.1.1 - de wegen en overige verhardingen betekenen geen aantasting van de aanwezige landschappelijke inpassing, danwel er wordt anderszins voorzien in een zorgvuldige landschappelijke inpassing |
| 3.7.1 sub a. het verharden van onverharde paden |
- verharding van fietspaden is toegestaan over een strook van ten hoogste 50% van het onverharde pad tot een maximum van 1,50 m - de recreatieve belevingswaarde mag niet onevenredig worden aangetast |
| 3.7.1 sub b. het aanleggen van boomgaarden binnen een afstand van 50 m van de functie 'Recreatie - Dagrecreatie', 'Recreatie - Kampeerterrein', 'Wonen' en 'Bedrijf' |
er mag geen onevenredige aantasting van het op dat moment aanwezige woon- en leefklimaat optreden |
| 3.7.1 sub c. het aanplanten van bomen en struiken voorzover het een gebied betreft met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - open gebied/akkercomplexen' |
er zijn uitsluitend beplantingen van geringe omvang aan de randen van open gebieden toegestaan die qua aard, omvang en hoogte geen inbreuk zijn op het open karakter van het gebied en die een compacte eenheid vormen met en aansluiten op bestaande bebouwing en beplanting |
| 3.7.1 sub c. het aanplanten van bomen en struiken voorzover het een gebied betreft met de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - open gebied/heideontginningen' |
er zijn uitsluitend beplantingen toegestaan die aansluiten op bestaande bebouwing of beplanting en hiermee een compacte eenheid vormen |
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Agrarisch - Agrarisch Bedrijf.
Een voor 'Agrarisch - Agrarisch Bedrijf' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met daaraan ondergeschikt:
Op locaties die zijn aangewezen met deze functie mogen uitsluitend worden gebouwd:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
| Maatvoering |
Bedrijfs- gebouwen |
Mest-silo's | Sleuf-silo's | Overige silo's | Erfafscheidingen | Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Bedrijfswoning |
Bijgebouwen bij de bedrijfs- woning |
| Goothoogte | Max. 5,50 m. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Max. 5,50 m. | Max. 3,20 m. |
| Bouwhoogte | Max. 5,50 m. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Max. 5,50 m. | Max. 3,20 m. |
| Dakhelling | Min. 120. uitgezonderd onderge-schikte bouwdelen | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Min. 120 | Min. 120. |
| Inhoud | N.v.t. | Max. 2.500 m3 | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Max. 750 m3 | N.v.t. |
| Bebouwd oppervlak | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | N.v.t. | Max. 150 m² |
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van de bebouwing en aan de inrichting van het functievlak:
De onder a. en b. genoemde maatwerkvoorschriften mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.3 voor het uitbreiden van kassen bij een vollegrondstuinbouwbedrijf tot maximaal 2.000 m², met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.3 voor het toestaan van een bouwhoogte van bedrijfsgebouwen van maximaal 12 m, met dien verstande dat de afwijking nodig is in verband met bedrijfseconomische dan wel andere zwaarwegende bedrijfsomstandigheden en dat de bouwhoogte ruimtelijk aanvaardbaar is.
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.3 voor het toestaan van stageverblijven of het toestaan van stageverblijven elders dan uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch – stageverblijven', met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.3 voor het oprichten van geringe bouwwerken ten behoeve van het recreatief medegebruik, zoals speel- en schuilgelegenheden, informatieborden en bewegwijzering, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.3 ten behoeve van het uitbreiden van de inhoud van de bedrijfswoning naar meer dan 750 m³ doch niet meer dan 1.000 m3, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.3 voor het uitbreiden van kassen bij een vollegrondstuinbouwbedrijf tot maximaal 2.000 m², met dien verstande dat:
Onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met de functie wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en opstallen voor:
Elk bedrijf dient te voorzien in de behoefte aan parkeergelegenheid (zowel voor personeel als voor bezoekers) en in gelegenheid voor laden en lossen, waarbij voldaan dient te worden aan de normen opgenomen in de Parkeerbeleidsnota 2006, tenzij voldoende openbare plaatsen aanwezig zijn volgens een beoordeling van burgemeester en wethouders.
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.6.1 teneinde toe te staan dat een aangebouwd bijgebouw aan de bedrijfswoning gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.6.1 voor een grotere oppervlakte dan 50 m2, of als bedrijfsruimte voor een aan huis gebonden bedrijf of een ambachtelijk bedrijf in een deel van een woning of de daarbij behorende bijgebouwen, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 10.6.1 voor handel in de vorm van digitale verkoop via internet, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.6.1 ten behoeve van de huisvesting van (buitenlandse) werknemers in bestaande tot woongebouw te verbouwen bedrijfsgebouwen, dan wel nieuw te bouwen woongebouwen, met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.6.1 ten behoeve van:
met dien verstande dat:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.6.1 ten behoeve van het toestaan van bewoning van de voormalige bedrijfswoning door derden, met dien verstande dat:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Groen.
Een voor 'Groen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met daaraan ondergeschikt:
Op locaties die zijn aangewezen met deze functie mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het in artikel 11.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
De in artikel 11.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden zijn toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. In verband hiermee kunnen compenserende maatregelen worden vereist.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Verkeer.
Een voor 'Verkeer' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met daarbij behorende:
Op locaties die zijn aangewezen met deze functie mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders ter plaatse van de aanduiding 'groen' de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het in artikel 12.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
De in artikel 12.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden zijn toelaatbaar, indien door die werken en werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de landschappelijke waarden niet onevenredig worden aangetast. In verband hiermee kunnen compenserende maatregelen worden vereist.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Waarde - Archeologie hoog.
Een voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen locatie is, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), bestemd voor:
In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige dan wel naar verwachting aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in subsubparagraaf 13.3.2, zonder een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders op en in de in artikel 13.2 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van meer dan 250 m²:
Het in subsubparagraaf 13.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden indien:
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover:
Aan de omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg de volgende voorschriften worden verbonden:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Waarde - Gebied met kwetsbaar reliëf.
De voor 'Waarde - Gebied met kwetsbaar reliëf aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), mede bestemd voor:
Op locaties die zijn aangewezen met deze functie mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Op locaties die zijn aangewezen met deze functie mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken geen gebouw zijnde van geringe omvang welke noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de aanwezige hoogteverschillen in de bodemopbouw, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 2,00 meter mag bedragen.
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 14.3 ten behoeve van het bouwen bouwwerken, geen gebouwen zijnde , met dien verstande dat:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het in artikel 14.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 14.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 14.2 genoemde waarden en doeleinden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden niet wezenlijk worden verkleind.
Hierbij gelden de volgende toetsingscriteria:
| Omgevingsvergunningplichtige werken/werkzaamheden | Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning |
| 37.7.1 sub a. ophogen, afgraven, egaliseren, diepploegen, diepwoelen, aanbrengen ondergrondse leidingen |
de werken dienen noodzakelijk te zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsuitoefening dan wel ontsluiting of nutsvoorziening van in het gebied aanwezige woningen of bedrijfsgebouwen, waarbij de bestaande hoogteverschillen niet onevenredig mogen worden aangetast |
| 37.7.1 sub b. het aanbrengen van verhardingen |
de bestaande hoogteverschillen mogen slechts plaatselijk en in geringe mate worden aangetast |
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Water.
Een voor Water aangewezen locatie heeft de volgende functies:
een en ander met de daarbij behorende voorzieningen, zoals bermen, paden, beschoeiingen e.d.
Op locaties die zijn aangewezen met deze functie mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij water gelden de volgende regels:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het in artikel 15.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
Werken en werkzaamheden als bedoeld onder 15.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits deze werkzaamheden noodzakelijk zijn ten behoeve van:
Hierbij geldt de volgende toetsingscriteria:
er mag geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterstructuur en de waterhuishoudkundige situatie. Hiertoe kunnen compenserende maatregelen worden vereist.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als Wonen.
Een voor Wonen aangewezen locatie heeft de volgende functies:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij woningen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels:
Op de locatie(s) die zijn aangewezen als 'Wonen' gelden voor ondergronds bouwen de volgende regels:
Voor het realiseren en gebruiken van woningen gelden de volgende regels:
Het uitoefenen van een beroep aan huis, of hiermee naar aard, uitstraling en omvang gelijk te stellen bedrijfsmatige activiteiten, vanuit de woning is toegestaan mits:
Het gebruik van de gronden overeenkomstig het bepaalde in 16.2 is uitsluitend toegestaan onder voorwaarde dat voldaan wordt aan de regeling in artikel 17.1.
Het gebruik van de gronden overeenkomstig het bepaalde in 16.2 is uitsluitend toegestaan onder voorwaarde dat voldaan wordt aan de regeling in artikel 17.1 lid.
Het gebruik van de gronden overeenkomstig het bepaalde in 16.2 is uitsluitend toegestaan onder voorwaarde dat voldaan wordt aan de regeling in artikel 17.3.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt slechts verleend, indien voldaan wordt aan de voorwaarden zoals opgenomen in de regeling in artikel 17.6.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - geurzone' is het gebruiken en/of laten gebruiken van de gronden waarop het gebruiksdoel van toepassing is, alleen toegestaan, mits middels onderzoek is aangetoond dat de geurbelasting op de woonkavel lager is dan de in de ‘Geurverordening geurhinder en veehouderij Weert 2007’, dan wel de opvolger(s) hiervan, gestelde gemeentelijke geurnorm .
Het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarop het gebruiksdoel van toepassing is, is alleen toegestaan op basis van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd stedenbouwkundig plan, waarbij voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden:
Het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarop het gebruiksdoel van toepassing is, is alleen toegestaan op basis van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan, waarbij voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden:
Het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarop het gebruiksdoel van toepassing is, danwel het verlenen van een omgevingsvergunning is uitsluitend toegestaan wanneer is aangetoond dat het initiatief voldoet aan een goede fysieke leefomgeving, waarbij getoetst wordt aan de volgende milieuaspecten:
Het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarop het gebruiksdoel van toepassing is, is alleen toegestaan indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Het oprichten van gebouwen en/of gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarop het gebruiksdoel van toepassing is, is alleen toegestaan indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
In afwijking van het overige in dit TAM-omgevingsplan bepaalde is het niet toegestaan op de gronden gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Milieuzone - spuitvrije zone', vanwege het garanderen van een goed woon- en leefklimaat, gebruik te maken van verspuitbare gewasbeschermings- en bestrijdingsmiddelen.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als 'vrijwaringszone - molenbiotoop'.
Ongeacht hetgeen in de regels voor de op deze gronden rustende functie is bepaald, mag er ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' niet worden gebouwd voorzover de windvang van de molen daardoor in onevenredige mate wordt aangetast. Uitgangspunt hierbij is dat de optimale windvang tot maximaal 5% mag worden beperkt. Voor de bepaling van de hierbij toegestane bouwhoogten worden de formules, alsmede de afwijkingen, zoals opgenomen in bijlage 5 bij de regels gehanteerd.
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18.2.2 voor het oprichten van beboung tot een grotere (bouw)hoogte dan bepaald in dat artikel, mits vooraf de Molenstichting Weerterland of diens opvolger om advies is gevraagd.
Het is verboden om zonder omgevingsvergunning:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.1 sub a wordt verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 19.1 sub b wordt verleend, indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 20.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 20.1.1 met maximaal 10 %.
Het bepaalde in 20.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, uitgezonderd gebruik van gewasbeschermingsnmiddelen.
Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 20.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit plan strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in 20.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in 20.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.