direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301

Regels

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Omgevingsplan gemeente Eindhoven
  • a. Dit TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur is onderdeel van het omgevingsplan Eindhoven.
  • b. Dit TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuuris in de plaats getreden van het voorheen ter plaatse van het Besluitgebied geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.
1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie als bedoeld in artikel 1.4.

1.3 Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat

De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur.

1.4 Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie ‘TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301

Artikel 2 Begripsbepalingen

2.1 Van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij artikel 2.2 een aanvullende of afwijkende begripsomschrijving bevat.

2.2 Aanvullende en afwijkende begrippen

In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit TAM-omgevingsplan onderstaande begrippen gehanteerd :

aanbestedingsprotocol

Het document waarin staat aangegeven op welke wijze de opdracht voor de uitvoering van Werken en werkzaamheden wordt gegund.

aandachtsgebied

een aandachtsgebied is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen.

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.


aardkundige waarden

landschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie, geomorfologie, reliëf, grondwaterhuishouding, (kwelgebieden), bodemopbouw / bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.

abiotische waarde

geheel van waarden in verband met het abiotische milieu (=niet levende natuur), in de vorm van specifieke aardkundige verschijnselen zoals steilranden en bodemovergangen.

activiteiten met externe veiligheidsrisico’s

activiteiten genoemd in bijlage VII onder A, B en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

archeologisch onderzoek

onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling dat voldoet aan de meest actuele versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

archeologische verwachting

de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden).

archeologische waarde

de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in het gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

bedrijf

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder in ieder geval niet begrepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden).

bedrijfsgebouw 

een gebouw ten behoeve van de bedrijfsvoering van het ter plaatse gevestigd bedrijf, gebouwde parkeervoorzieningen hieronder begrepen.

behoud ex situ

behoud van archeologische informatie door middel van een opgraving.

behoud in situ

behoud van archeologische resten op dezelfde plaats door planaanpassing (behoudsmaatregelen).

beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven 

bij collegebesluit van 18 juni 2024 vastgesteld toetsingskader voor klimaatrobuuste maatregelen ten aanzien van groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen.

beleidsregeling “Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen

bij collegebesluit van 20 april 2021 vastgestelde nadere regels ter uitwerking van de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019).

beleidsregeling "Nota parkeernormen 2024”

bij collegebesluit van 19 maart 2024 vastgestelde parkeernormen voor auto en fiets (gemeenteblad 19 april 2024, nummer 170450).

beperkt kwetsbare gebouwen

Gebouwen zoals opgenomen in bijlage VI onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

beperkt kwetsbare locaties

Locaties zoals opgenomen in bijlage VI onder B van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

besluitgebied

het gebied waarop dit TAM-omgevingsplan van toepassing is en waarvan de begrenzing is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0772023BICNoordASML-0301

Besluit activiteiten leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten die in de fysieke leefomgeving, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan.

Besluit kwaliteit leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan.

Besluit bouwwerken leefomgeving

Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan.

bestaand

  • bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning;
  • bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van dit omgevingsplan.

bestekken

De vastlegging naar plaats, omvang, materiaal en kwaliteit van tot stand te brengen objecten, tevens omvattende de administratieve voorwaarden, de algemene technische bepalingen en de bepalingen met betrekking tot de arbeidsomstandigheden waaraan tijdens de totstandkoming van deze objecten moet worden voldaan, dienende ter verkrijging van prijsopgaven van inschrijvers en ter contractuele vastlegging tussen opdrachtgever en aannemer/leverancier, welke vastlegging gebaseerd is op de systematiek van de RAW.

bevoegd gezag

het college van burgemeester en wethouders, tenzij op grond van of krachtens de Omgevingswet een ander bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen.

bouwactiviteit

een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit.

bouwgrens 

de grens van een bouwvlak.

bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

bouwperceelgrens

een grens van een bouwperceel.

bouwrijp maken 

In het Kostenverhaalsgebied zijn in het kader van het publiekrechtelijk kostenverhaal de volgende Werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken voorzien:

  • het ontdoen van bebouwing, bouwresten, verhardingen, funderingen, kabels- en leidingen en andere boven- en ondergrondse obstakels, inclusief afvoeren en storten volgen de geldende wet- en regelgeving;
  • het ontgraven, ophogen en egaliseren van het terrein, inclusief afvoeren en storten volgens de geldende wet- en regelgeving;
  • het verwijderen van struiken, gewassen, bomen en boomstronken, inclusief afvoeren en storten volgende de geldende wet- en regelgeving;
  • het dempen van sloten en watergangen;
  • het aanbrengen van drainage in de openbare ruimte;
  • het afvoeren van grondwater en reguleren van grondwater;
  • het aanleggen van duikers, rioleringen ((verbeterd) gescheiden stelsel) en (riool)gemalen, persleidingen;
  • het aanbrengen van wadi’s en/of andere waterbergingsvoorzieningen inclusief eventueel noodzakelijke grondkerende constructies zoals beschoeiing en/of damwand;
  • het aanleggen van de aansluiting op het omliggende wegennet;
  • het aanleggen van bouwwegen, (tijdelijke) openbare verlichting en (tijdelijke) parkeerplaatsen;
  • en overige voorkomende werkzaamheden.

bouwvlak

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.


brug

een bouwwerk of constructie als vaste of beweegbare verbinding voor het verkeer over een hindernis zonder de doorgang onder de verbinding te belemmeren.

cultuurhistorische waarde 

de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied.

dak

iedere boven beëindiging van een gebouw.

detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt.

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.

doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag:

bij functies of activiteiten waar in het Besluit kwaliteit leefomgeving is opgenomen de tekst: “doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is” wordt het onderstaande gehanteerd. Het gebouw wordt als beperkt kwetsbaar beschouwd als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

1. De populatie is niet groter dan 50 personen; en

2. de populatie is minder dan 40 uur per week aanwezig binnen het te realiseren gebouw inclusief gebruiksruimte.

Om de populatie te bepalen gelden navolgende kengetallen per bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) voor :

• bijeenkomstfunctie: 1 persoon per 30 m² bvo, tenzij het gaat over een functie waarbij groepen verminderd zelfredzame personen aanwezig zijn.

• industriefunctie: 1 persoon per 100 m² bvo.

• logistiekfunctie: 1 persoon per 650 m² bvo.

ecologische verbindings zone (EVZ) “Ekkersrijt” 

gronden met de functie Natuur-1 gelegen tussen de gronden met de functie Bedrijf aan de westzijde en de functie Verkeer-Verblijfsgebied aan de oostzijde, zoals opgenomen op de verbeelding.

ecologische waarden en kenmerken 

aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde.

eindafrekening

afrekening van betaalde kostenverhaalsbijdragen als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet.

erotisch getinte vermaaksfunctie

een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal.

evenementen

een evenement zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Eindhoven.

extensief recreatief medegebruik

die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen.

financiële bijdrage

de bijdrage die op grond van artikel 13.23 Ow in een omgevingsplan kan worden verhaald voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

functieregels 

regels die conform artikel 4.1 lid 1 en artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet in het Omgevingsplan kunnen worden opgenomen.

gebouwde parkeervoorziening 

gebouw ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen van werknemers of bezoekers van het ter plaatste gevestigde bedrijf.

gebruiken

het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken.

geprojecteerd

functies of activiteiten die zijn toegestaan op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

gevaarlijke stoffen

gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag (overslag e.d.), risico's met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit.

horeca

een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.

hotel

een bedrijf hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van logies (per nacht) met - al dan niet - als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en dranken voor consumptie ter plaatse.

ILS Instrument Landing System

een navigatiesysteem in de luchtvaart waarmee vliegtuigen een precieze nadering naar de landingsbaan kunnen maken.

kostenverhaalsbeschikking 

beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.

Kostenverhaalsbijdrage

de door een aanvrager van een bouwactiviteit aan de gemeente verschuldigde betaling in de kosten op grond van artikel 13.11 Omgevingswet.

kostenverhaalsgebied

het kostenverhaalsgebied ‘BIC Noord - ASML en wegenstructuur’ waarop de functieregels en de kostenverhaalsregels van dit plan van toepassing zijn zoals weergegeven op de verbeelding.

kostenverhaalsopzet

de kostenverhaalsopzet als bedoeld in de toelichting bij de kostenverhaalsregels.

kostenverhaalsregels

de kostenverhaalsregels als bedoeld in artikel 13.14 Ow en artikel 13.15 Omgevingswet.

kunstobject

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten.

kunstwerk

bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.

kwetsbare gebouwen 

Gebouwen zoals opgenomen in bijlage VI onder C van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

kwetsbare locaties

Locaties zoals opgenomen in bijlage VI onder D van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

landschappelijke waarden

het geheel van waarden in verband met bijzondere waarneembare landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, archeologische, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden die wordt bepaald door de onderliggende samenhang en beïnvloeding van levende en niet levende (abiotische) natuur.

natuurwaarde

de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.

nutsvoorzieningen

voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.

omgevingsplan

Omgevingsplan gemeente Eindhoven.

omgevingsplanactiviteit bouwwerken

omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.

omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken

omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan.

omgevingsregeling

regeling van 11 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, met inbegrip van wijzigingen die nadien zijn aangebracht.

openbare ruimte 

de gronden in en ten behoeve van het Kostenverhaalsgebied waarop de openbare voorzieningen worden gereconstrueerd of gerealiseerd, waaronder openbare wegen, waterwegen en groenvoorzieningen.

overbouwing

een verbinding tussen een gebouw van het ene bouwvlak met de functie bedrijf naar het andere bouwvlak met de functie bedrijf over de Ekkersrijt, met uitsluitend als doel inpandig verkeer van personen, goederen en gebouwinfrastructuur mogelijk te maken;


parkeervoorziening

een gebouwde of ongebouwde voorziening die geschikt is om één of meer motorvoertuigen te parkeren, voor privé en/of gemeenschappelijk gebruik, zoals parkeerterreinen en gebouwde parkeervoorzieningen.

peil

19.0m + NAP

plankaart 

de plankaart van het TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur.

plankosten

Plankosten als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingsregeling.

prostitutiebedrijf

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin tegen vergoeding seksuele handelingen worden verricht.

rijstrook

gemarkeerd gedeelte van de rijweg dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen met uitzondering van in- en uitvoegstroken, voorsorteerstroken en fietspaden.

ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan

ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht tijdelijk deel van dit omgevingsplan zijn, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn vervallen.

seksinrichting 

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.

TAM-Omgevingsplan

het 'TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur' met identificatienummer NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301 van de gemeente Eindhoven.

touchpoint

Gebouw, gedeelte van gebouw of onbebouwde ruimte waar uitwisseling van kennis en/of ideeën kan plaatsvinden tussen werknemers van op de locatie gevestigde bedrijf of bedrijven en derden e.e.a. in de vorm van voor gezamenlijk gebruik geschikte ruimten en/of diensten dan wel waar aan derden inzicht kan worden gegeven in openbare bedrijfsprocessen die op de locatie plaatsvinden.

uitgeefbare gronden

de gronden waarop één of meer bouwactiviteiten mogelijk zijn met bijbehorend erf.

verbeelding

de verbeelding van het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur'

verminderd zelfredzame functies

Functies voor verminderd zelfredzame personen, zoals kinderdagverblijf, gastouderopvang, basisschool, bejaardenhuis, verpleeghuis, ziekenhuis.

verminderd zelfredzame personen

Personen die alleen met individuele begeleiding een onveilige zone kunnen verlaten.

water

al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen.

waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.).

werk

een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde.

werken en werkzaamheden

werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in de omschrijving van Bouwrijp maken van het Kostenverhaalsgebied, de aanleg van Nutsvoorzieningen en het Woonrijp maken van het Kostenverhaalsgebied.

woonrijp maken 

In en ten behoeve van het Kostenverhaalsgebied zijn de volgende Werken en werkzaamheden voor het (her)inrichten van de Openbare ruimte voorzien:

  • het aanleggen, aanpassen dan wel herstellen van wegen en pleinen, zowel met een open verharding als asfalt, met bijbehorende (verkeers- en verkeersregulerende) voorzieningen en bermen;
  • het aanleggen van inritten, trottoirs, voet- en rijwielpaden en (definitieve) parkeerplaatsen;
  • het aanleggen van (definitieve) openbare verlichting;
  • het aanleggen van bluswatervoorzieningen of brandputten indien noodzakelijk vanuit veiligheidsdienst, waaronder begrepen brandkranen met aansluitingen;
  • het plaatsen van straatnaamborden, markeringen, verkeers- en waarschuwingsborden, bebakening en belijning;
  • het plaatsen van straatmeubilair, speelvoorzieningen, hondentoiletten, sierende elementen en afrasteringen in de openbare ruimte;
  • het aanleggen van groenvoorzieningen plus plantvakverbetering en watertoevoer / beluchtingsvoorzieningen inclusief het verzorgen van het eerstejaarsonderhoud hiervan;
  • het aanleggen van waterbergingsvoorzieningen;
  • het aanleggen van geluidwerende voorzieningen;
  • en overige voorkomende werkzaamheden.

zeer kwetsbaar gebouw

Gebouw zoals opgenomen in bijlage VI onder E van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

3.1 Algemeen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 1.8 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in artikel 3.2 tot en met artikel 3.4.

3.2 bebouwingspercentage:

een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.

3.3 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, inclusief ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.4 Norm op locatie

Als in een regel een norm is gegeven die geldt ter plaatse van een locatie, geldt de betreffende norm per afzonderlijke locatie.

Hoofdstuk 2 Gebruiksdoel van gronden en bouwwerken (regels over gebruik)

Artikel 4 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk heeft betrekking op het gebruiksdoel en het gebruik van gronden en bouwwerken.

Artikel 5 Ondergeschikte vormen van gebruik

5.1 Ondergeschikte horeca

Het uitoefenen van ondergeschikte horeca - niet zijnde een hotel - binnen de functie ‘Bedrijf’ is toegestaan als de uitoefening van ondergeschikte horeca plaatsvindt ten dienste en/of ter ondersteuning van een ter plaatse aanwezig bedrijf.

5.2 Ondergeschikte dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen

Het uitoefenen van ondergeschikte dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen is toegestaan als de uitoefening van ondergeschikte dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen plaatsvindt ten dienste en/of ter ondersteuning van een van een ter plaatse aanwezig bedrijf.

Artikel 6 Vangnetbepaling strijdig gebruik

Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in Hoofdstuk 2 aan een locatie gegeven gebruiksdoel en daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in Hoofdstuk 4.

Tot een strijdig gebruik wordt - tenzij in de regels anders is bepaald - in ieder geval begrepen:

  • a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover dit plaatsvindt in het kader van het op de functie gerichte gebruik;
  • b. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- en verwerken van producten, behoudens voor zover dit plaatsvindt in het kader van het op de functie gerichte gebruik;
  • c. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de functie gerichte gebruik en onderhoud;
  • d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie;
  • e. handel en dienstverlening zonder het direct verband houdt met de functie;
  • f. het uitoefenen van lawaaisporten en -hobby's, zoals racen/crossen met en beproeven van motoren en motorvoertuigen en het vliegen met modelvliegtuigen en drones uitgerust met verbrandings- en/of elektromotoren;
  • g. verblijfsrecreatie, waarbij gebruik gemaakt wordt van kampeermiddelen;
  • h. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor het plaatsen van zend-, ontvang- en/of sirenemasten;
  • i. conform het luchthavenbesluit Eindhoven oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare, natuurbeschermingsgebieden, vogelbeschermingsgebieden, vishouderijen met extramurale bassins, extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal en afvalwaterzuiveringsinstallaties;
  • j. in afwijking van het bepaalde is sub i. is het gebruik van de gronden zoals genoemd in sub i. toegestaan voor zover dit in overeenstemming is met een verklaring van geen bezwaar van de Minister van Defensie. Een verklaring van geen bezwaar wordt uitsluitend afgegeven als aan de hand van een fauna-effectenstudie kan worden aangetoond dat het gewenste grondgebruik niet leidt tot een toename van het risico op vogelaanvaringen voor het luchtverkeer van en naar de luchthaven Eindhoven;
  • k. het gebruik van gronden en bouwwerken voor woondoeleinden;
  • l. het gebruiken van gronden en bouwwerken voor kleinschalig kamperen.

Artikel 7 Bedrijf

7.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Bedrijf'.

7.2 Functieomschrijving

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:

    • a. bedrijven en activiteiten gericht op de vervaardiging van machines en apparaten op het gebied van geavanceerde lithografische systemen en andere aanverwante machines, behorende tot de milieucategorie 3 tot en met 4.2, met een productieoppervlakte groter dan 2000 m²;
    • b. met de bedrijfsactiviteiten samenhangende kantooractiviteiten;
    • c. touchpoint(s);

met de daarbij behorende

d. parkeervoorzieningen;

e. zendmasten voor internet- of hiermee vergelijkbare verbindingen;

f. erven en terreinen;

g. voet- en fietspaden;

h. voorzieningen voor openbaar vervoer, waaronder busbanen en busstations;

i. infrastructurele voorzieningen;

j. groenvoorzieningen;

k.nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken en distribueren van duurzame energie;

l. waterhuishoudkundige voorzieningen (o.a. waterlopen, waterpartijen en waterberging);

m. faunavoorzieningen;

n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

met inachtneming van het volgende:

o. geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige ruimten zijn niet toegestaan;

p. zeer kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan;

q. risicovolle activiteiten zijn niet toegestaan, behoudens het bepaalde in artikel 7.3 sub h en i.

7.3 Specifieke regels over gebruik
  • a. Het is verboden de gebouwen of gronden voor bedrijf in gebruik te nemen of te laten nemen als binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan de natuurcompensatie zoals beschreven in Bijlage 4 bij deze regels niet is gerealiseerd en nadien in stand wordt gehouden.
  • b. Het is per aanvraag omgevingsvergunning verboden de gebouwen en/of gronden die deel uitmaken van de aanvraag omgevingsvergunning voor bedrijf in gebruik te (laten) nemen als de landschappelijke kwaliteitsverbetering als bedoeld in artikel 5.11 Ovr Noord Brabant niet (gefaseerd) is gerealiseerd binnen twee jaar na onherroepelijk worden van de verleende omgevingsvergunning en nadien duurzaam in stand wordt gehouden dan wel een met deze landschappelijke kwaliteitsverbetering overeenkomend bedrag is gestort in een hiertoe per moment van vaststelling van dit TAM omgevingsplan opgericht gemeentelijk fonds.
  • c. Uit het gemeentelijke fonds kunnen bijdragen (terug) worden ontvangen indien invulling van het ASML buitenterrein zoals beschreven in Bijlage 3 opgenomen “DOSP landschapsplan ASML buitenruimte”, voldoet aan de eisen en uitgangspunten voor de landschappelijke kwaliteitsverbetering als bedoeld in artikel 5.11 Ovr Noord Brabant, waarbij de hoogte van de bijdrage vervolgens afhankelijk is van de omvang en kwaliteit van de landschappelijke kwaliteitsverbeteringen van het buitenterrein.
  • d. Het is verboden het aantal m² bvo’s zoals weergegeven in onderstaande tabel voor bedrijf in gebruik te nemen of te laten nemen voorafgaand aan de realisatie van de verkeersmaatregelen bestaande uit de aanpassingen van het omliggende wegennet, zoals weergegeven in onderstaande tabel en nader omschreven in Bijlage 2. afbeelding "i_NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301_0133.png"
  • e. In afwijking van het in sub d. bepaalde is het toegestaan een maximale hoeveelheid van 125.000 m² bvo’s in gebruik te nemen indien:
    • 1. de in de in bovenstaande tabel weergegeven en in Bijlage 2 nader omschreven benodigde maatregelen aan het omliggende wegennet als bedoeld onder 1.1 tot en met 1.3 zijn opgeleverd gereed voor gebruik, en;
    • 2. de in bovenstaande tabel weergegeven en in Bijlage 2 nader omschreven benodigde maatregelen aan het omliggende wegennet als bedoeld onder 1.4 en 1.5 in uitvoering zijn genomen, en;
    • 3. tot moment van oplevering en ingebruikname van de onder 2. bedoelde maatregelen sprake is van afwikkeling van verkeer als weergegeven in Bijlage 2 
  • f. De ontsluiting van een parkeervoorziening is alleen toegestaan vanuit en naar westelijke richting (Spottersweg);
  • g. Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebouwen of gronden voor bedrijf in gebruik te nemen of te laten nemen gelegen op een afstand van minder dan 30 meter tot gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Brabant - niet zijnde ecologische verbindings zone (EVZ) “Ekkersrijt” - zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De vergunning wordt verleend als met een onderzoek is vastgesteld, dat met dit gebruik geen indirecte verstoring van de ter plaatse aanwezige natuurwaarden ontstaat of kan ontstaan. Indien uit voormeld onderzoek blijkt dat gebruik kan leiden tot een indirecte verstoring van de natuurwaarden, dan wordt de omgevingsvergunning alleen verleend indien de indirecte gevolgen volledig door maatregelen worden voorkomen dan wel, indien zulks niet mogelijk is, conform de Omgevingsverordening Noord-Brabant volledig worden gecompenseerd.
  • h. In afwijking van artikel 7.1 lid 2. sub p. zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico's toegestaan voor zover de plaatsgebonden risicocontour (10-6/jaar) ligt binnen de aanduiding 'veiligheidszone - risicogebied';
  • i. In afwijking van artikel 7.1 lid 2 sub p. zijn activiteiten met externe veiligheidsrisico's toegestaan voor zover het brand- en explosieaandachtsgebied ligt binnen de aanduiding 'veiligheidszone - risicogebied', dan wel voorzover het brand- en explosieaandachtsgebied ligt buiten de aanduiding 'veiligheidszone - risicogebied' tot (geprojecteerde) zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen, beperkt kwetsbare gebouwen, kwetsbare locaties en beperkt kwetsbare locaties.

Artikel 8 Groen

8.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Groen'.

8.2 Functieomschrijving

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. bermen en beplantingen;
  • c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • d. faunavoorzieningen;
  • e. beheer en/of zuivering van oppervlakte- en rioolwater;
  • f. kunstobjecten;

met daarbij behorende:

  • g. verhardingen;
  • h. nutsvoorzieningen;
  • i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 9 Natuur - 1

9.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Natuur - 1'.

9.2 Functieomschrijving

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:

  • a. het behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van biotopen van flora en fauna, aardkundige waarden, natuurwaarden en landschappelijke waarden;
  • b. de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen;
  • c. het beschermen van de waterhuishouding en de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant;
  • d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • e. faunavoorzieningen;
  • f. extensief recreatief medegebruik;
  • g. instandhouding van (onverharde) wegen, kunstwerken, voet- en fietspaden;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' een (rond)weg;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' overbouwingen;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2'looppaden en loopbruggen tussen de locaties die zijn aangewijzen als 'Bedrijf';

met daarbij behorende:

  • k. bouwwerken geen gebouwen zijnde.

Artikel 10 Verkeer

10.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Verkeer'.

10.2 Functieomschrijving

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:

  • a. wegen en straten, busstroken en busbanen alsmede opstelstroken, in- en uitvoegstroken en op- en afritten, bestaande uit maximaal 3x2 doorgaande rijstroken,
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'brug' tevens voor oppervlaktewater, (recreatief) vaarwater, waterlopen alsmede het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - waterbergingsgebied' tevens voor water, waterhuishoudkundige voorzieningen, beheer en/of zuivering van oppervlakte- en rioolwater;
  • d. voet- en fietspaden;
  • e. groenvoorzieningen;
  • f. geluidwerende voorzieningen;
  • g. faunavoorzieningen;
  • h. kunstwerken, zoals bruggen, tunnels of duikers;

met daarbij behorende:

  • i. voorzieningen voor openbaar vervoer zoals bushaltes / busstations;
  • j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • k. nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie;
  • l. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

10.3 Specifieke regels over gebruik

Ter plaatse van de gronden die zijn aangewezen als 'Verkeer' moeten de maatregelen, zoals vermeld in Bijlage 5 bij de regels, binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan zijn gerealiseerd en vervolgens in stand worden gehouden.

Artikel 11 Verkeer - Verblijfsgebied

11.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Verkeer - Verblijfsgebied'.

11.2 Functieomschrijving

De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:

  • a. voet- en fietspaden;
  • b. pleinen;
  • c. groenvoorzieningen;
  • d. bermen en beplantingen;
  • e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. faunavoorzieningen;
  • g. kunstobjecten;
  • h. nutsvoorzieningen;
  • i. voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie;
  • j. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' overbouwingen;

met daarbij behorende:

  • k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

11.3 Specifieke regels over gebruik

Bij de aanleg van een voet- en/of fietspad wordt aan de zijde waar de functie grenst aan de functie 'Natuur-1' binnen het functievlak een zodanige groenvoorziening aangelegd, dat daarmee een bufferzone wordt gecreëerd die een directe toegang tot de aangrenzende gronden binnen de functie 'Natuur -1' vanuit het voet-/fietspad verhindert.

Artikel 12 Leiding - Gas

12.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Leiding - Gas'.

12.2 Functieomschrijving

De gronden en bouwwerken mogen behalve voor de andere daar voorkomende functies worden gebruikt voor:

  • a. een ondergrondse gasleiding;

met de daarbij behorende:

  • b. veiligheidszone;
  • c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 13 Leiding - Leidingstrook

13.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Leiding-Leidingstrook'.

13.2 Functieomschrijving

De gronden en bouwwerken mogen behalve voor de andere daar voorkomende functies worden gebruikt voor de aanleg, de bescherming, het beheer en de instandhouding van ondergrondse leidingen voor het transport en distributie van data, energie, gassen of vloeistoffen.

Artikel 14 Waarde - Archeologie - 4

14.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Waarde - Archeologie - 4' (hoge archeologische verwachting historische kern).

14.2 Functieomschrijving
  • a. de regels geldend op locaties aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 4' zijn gesteld met het oog op de bescherming en veiligstelling van de op en/of de in deze gronden voorkomende archeologische waarden.
  • b. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

Artikel 15 Waarde - Archeologie - 5

15.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Waarde – Archeologie - 5' (hoge archeologische verwachting).

15.2 Funtieomschrijving
  • a. De regels geldend op locaties aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 5' zijn gesteld met het oog op de bescherming en veiligstelling van de op en/of de in deze gronden voorkomende archeologische waarden.
  • b. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

Artikel 16 Waarde - Archeologie - 7

16.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Waarde - Archeologie - 7' (lage archeologische verwachting).

16.2 Functieomschrijving
  • a. De regels gelden op locaties aangewezen als 'Waarde - Archeologie - 7' zijn gesteld met het oog op de bescherming en veiligstelling van de op en/of de in deze gronden voorkomende archeologische waarden.
  • b. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

 

Artikel 17 Waarde - Ecologische verbindingszone

17.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Waarde - Ecologische verbindingszone'.

17.2 Functieomschrijving
  • a. De regels geldend op locaties aangewezen als 'Waarde - Ecologische verbindingszone' zijn gesteld met het oog op de instandhouding en ontwikkeling van ecologische verbindingszones tussen natuur- en natuurontwikkelingsgebieden.
  • b. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing.

Artikel 18 Waarde - Waterstaat waterbergingsgebied

18.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Waarde - Waterstaat waterbergingsgebied'.

18.2 Functieomschrijving
  • a. De regels geldend op locaties aangewezen als 'Waarde - Waterstaat waterbergingsgebied' zijn gesteld met het oog op het behoud van het waterbergend vermogen van het Regionale waterbergingsgebied als bedoeld in artikel 5.49 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant en Reservering waterbergingsgebied als 5.50 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant, met de daarbij behorende bouwwerken.
  • b. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.
18.3 Specifieke gebruiksregel

Ter plaatse van de gronden die zijn aangewezen als 'Waarde - Waterstaat waterbergingsgebied' moeten de maatregelen worden gerealiseerd en in stand gehouden zoals opgenomen in Bijlage 6 bij variant 2 in de volgorde c.q. fasering die ter goedkeuring aan het Waterschap De Dommel wordt voorgelegd en daarbij door het waterschap te stellen termijn ter realisatie.

Artikel 19 Waterstaat - Water

19.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Waterstaat - Water'.

19.2 Functieomschrijving
  • a. De regels geldend op locaties aangewezen als 'Waterstaat - Water' zijn gesteld met het oog op de bescherming en veiligstelling van het op deze gronden voorkomende oppervlaktewater met de daarbij behorende andere voorzieningen voor de waterhuishouding, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals oeverbeschoeiingen, kaden, keermuren, aanlegsteigers, bruggen en sluizen.
  • b. In geval van strijdigheid van bepalingen gaan de bepalingen van dit artikel voor de bepalingen die ingevolge andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn.

Hoofdstuk 3 Overige regels over het gebruik van gronden en bouwwerken

Artikel 20 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken.

Artikel 21 Overige zone - belemmeringenstrook

21.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Overige zone - belemmeringenstrook'.

21.2 Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - belemmeringenstrook' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de functie:

  • a. realisatie, instandhouding en bescherming van ondergrondse leidingen en de bijbehorende belemmeringenstrook;
  • b. toegangswegen en andere (tijdelijke) voorzieningen ten behoeve van de functie en andere bouwwerken.

21.3 Beoordelingsregels van bouwwerken

Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - belemmeringenstrook' wordt geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken verleend.

Artikel 22 Veiligheidszone - aandachtsgebied

22.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Veiligheidszone - aandachtsgebied'.

22.2 Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - aandachtsgebied' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de functie: het borgen van de omgevingsveiligheid.

22.3 Beoordelingsregels van gebouwen

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - aandachtsgebied' zijn:

  • a. zeer kwetsbare gebouwen verboden;
  • b. beperkt kwetsbare gebouwen, beperkt kwetsbare locaties, kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties uitsluitend toegestaan nadat de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost hierover heeft geadviseerd op basis van artikel 5.2 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en de bescherming van de groepen mensen in deze gebouwen en op deze locatie is verantwoord conform artikel 5.15 Besluit kwaliteit leefomgeving.

Artikel 23 Veiligheidszone - risicogebied

23.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Veiligheidszone - risicogebied'.

23.2 Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - risicogebied' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de functie: het borgen van de omgevingsveiligheid.

23.3 Beoordelingsregels gebouwen

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - risicogebied' zijn:

  • a. geen zeer kwetsbare gebouwen toegestaan;
  • b. geen beperkt kwetsbare gebouwen, beperkt kwetsbare locaties, kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties toegestaan;
  • c. in afwijking van het bepaalde in sub b zijn beperkt kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen, beperkt kwetsbare locaties en kwetsbare locaties binnen de 'Veiligheidszone - risicogebied' toegestaan indien het een van de onderstaande activiteiten betreft:
    • 1. bedrijven en activiteiten gericht op de vervaardiging van machines en apparaten op het gebied van geavanceerd lithografische systemen en andere aanverwante machines, behorende tot de milieucategorie 3 tot en met 4.2, met een productieoppervlakte groter dan 2.000 m2;
    • 2. met de in sub 1 genoemde bedrijfsactiviteiten samenhangende kantooractiviteiten;
    • 3. touchpoint(s).

Artikel 24 Veiligheidszone - luchtvaart

24.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Veiligheidszone - luchtvaart'.

24.2 Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de volgende functie: het borgen van de omgevingsveiligheid.

24.3 Beoordelingsregels van bouwwerken

Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart' zijn geen nieuwe objecten toegestaan waar(in) mensen verblijven.

Artikel 25 Veiligheidszone - luchtvaart 2

25.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Veiligheidszone - luchtvaart 2'.

25.2 Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart 2' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de functie: het borgen van de omgevingsveiligheid.

25.3 Beoordelingsregels van gebouwen

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart 2' zijn:

  • a. geen zeer kwetsbare gebouwen toegestaan;
  • b. geen onderwijsgebouwen en/of hybride leeromgevingen toegestaan.
25.4 Gebruiksverbod

Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart 2':

  • a. zijn geen grote publiekstrekkers en evenementen toegestaan;
  • b. geldt wat betreft personendichtheid een richtwaarde van 100 personen per hectare.

Artikel 26 Vrijwaringszone - weg

26.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op 'Vrijwaringszone - weg'.

26.2 Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - weg' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de functie: het beschermen van een veilig en doelmatig functioneren van wegen.

26.3 Beoordelingsregels bouwwerken
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - weg' zijn geen nieuwe bouwwerken toegestaan, met uitzondering van met de Rijksweg verband houdende bouwwerken, zoals geluidswerende voorzieningen en ecologische voorzieningen;
  • d. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a voor het bouwen van een bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone – weg', mits door de bouw van dit bouwwerk de verkeersbelangen niet onevenredig worden geschaad. Daartoe dient vooraf de betrokken wegbeheerder te worden gehoord.

Artikel 27 Gebruiksactiviteit - waarden voor geluid

Bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 2.11a Ow en 5.78b lid 1 Bkl:

  • a. is het langetijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid op 50 m afstand van de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht niet meer dan de standaardwaarden, bedoeld in onderstaande tabel:

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301_0134.png"

  • b. is het geluid op 50 m afstand van de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht niet meer dan de waarden voor het maximale geluidsniveau, bedoeld in onderstaande tabel:

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301_0135.png"

  • c. wordt bij de toepassing van sub a. en sub b. rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied tussen de grens van de locaties waar de activiteit wordt verricht en de afstand waar de waarde geldt.

Artikel 28 Algemene beoordelingsregels gebruiksactiviteiten

28.1 Werken en werkzaamheden - omgevingsplanactiviteit
28.1.1 Omgevingsplanactiviteit

Het is verboden zonder omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren die betrekking hebben op het bouw- en woonrijp maken van de uitgeefbare gronden, de aanleg van de nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte.

28.1.2 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning kan worden verleend en de werken en werkzaamheden op basis van een verleende vergunning mogen worden uitgevoerd onder de volgende voorwaarden:

  • a. De Bestekken en tekeningen voor de uitvoering van Werken en werkzaamheden voor het Bouw- en Woonrijp maken van de Uitgeefbare gronden, de aanleg van Nutsvoorzieningen en het inrichten van de Openbare ruimte, dienen te voldoen aan de technische eisen zoals opgenomen in het Handboek openbare ruimte van de gemeente Eindhoven, alsmede de door de gemeente gestelde beeldkwaliteitseisen in het DOSP Landschapsplan ASML buitenruimte zoals opgenomen in Bijlage 3 van de regels.
  • b. Als onderdeel van het Bouwrijp maken, dient het terrein te worden geëgaliseerd c.q. aangevuld met schoon zand c.q. grond (van milieucategorie Altijd toepasbaar (AW2000 Wonen en Industrie) tot maaiveldhoogte, een en ander zoals opgenomen in het document het Programma van Eisen.
  • c. Het is verboden te starten met de uitvoering van werken en werkzaamheden voor het Bouwrijp maken van het Kostenverhaalsgebied, de aanleg van Nutsvoorzieningen en de inrichting van de Openbare ruimte, voordat het Bestek ter goedkeuring is voorgelegd aan en is goedgekeurd door Burgemeester en wethouders.
  • d. De Bestekken en tekeningen zullen worden getoetst aan de gestelde eisen in de in sub a. genoemde stukken. Burgemeester en wethouders beslissen binnen zes weken na ontvangst van de Bestekken en tekeningen omtrent de goedkeuring van deze stukken.
  • e. De Werken en werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd in overeenstemming met de door de gemeente goedgekeurde Bestekken en tekeningen voor het Bouw- en Woonrijp maken van de Uitgeefbare gronden, de aanleg van Nutsvoorzieningen en het inrichten van de Openbare ruimte en overeenkomstig de eisen zoals opgenomen in de in sub a. genoemde stukken. De partij die uitvoert, is aansprakelijk voor schade die zijn Bouwactiviteiten veroorzaken.
  • f. De uitvoering van Werken en werkzaamheden voor het Bouwrijp maken, de aanlegvan Nutsvoorzieningen, en het irnichten van de Openbare ruimte vinden plaats onder toezicht van een door Burgemeester en wethouders aangewezen toezichthouder. De toezichthouder geeft aanwijzingen over de route van het bouwverkeer. Na de start van de uitvoering van de werkzaamheden heeft de toezichthouder te allen tijde toegang tot de gronden van het Kostenverhaalsgebied, waarop de uitvoering plaatsvindt. De aanwijzingen van de toezichthouder dienen te worden opgevolgd.
  • g. Partijen die de Werken en werkzaamheden uitvoeren, zijn verplicht tot het onderhouden van de bouwwegen, totdat deze wegen als onderdeel van de Openbare ruimte Woonrijp zijn gemaakt.
  • h. Zodra de Werken en werkzaamheden zijn voltooid, wordt hiervan door partijen schriftelijk melding gedaan aan Burgemeester en wethouders. Bij die melding wordt een voltooiingsverslag gevoegd, dat een aanduiding van de Werken en werkzaamheden inhoudt, waarop de melding betrekking heeft.
  • i. Een voltooiingsverslag behoeft de schriftelijke instemming van Burgemeester en wethouders. Uiterlijk 8 weken na ontvangst van dat verslag wordt omtrent de instemming besloten.
  • j. Burgemeester en wethouders onthouden zich van instemming met een voltooiingsverslag indien daarin naar hun oordeel niet aannemelijk is gemaakt, dat de daarin begrepen Werken en werkzaamheden zijn uitgevoerd in overeenstemming met de goedgekeurde Bestekken en tekeningen voor het Bouw- en Woonrijp maken, de aanleg van Nutsvoorzieningen en het inrichten van de Openbare ruimte en overeenkomstig de eisen, zoals opgenomen in de in sub a. en sub b. genoemde stukken.
  • k. Na overdracht van de Openbare ruimte aan de gemeente geldt een garantieperiode van 12 maanden, waarin eventuele gebreken dienen te worden hersteld voor rekening en risico van de partij die de Openbare ruimte heeft ingericht.
  • l. Het is verplicht de diensten, Werken en werkzaamheden namens de gemeente openbaar aan te besteden volgens de richtlijnen 2014/24/EU van het Europees Parlement en de raad van 26 februrari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG, zoals gepubliceerd in PbEU2014, L 94/65 d.d. 28 maart 2014. Wat betreft de opdrachten met een opdrachtsom onder het betreffende drempelbedrag uit de voornoemde richtlijnen, dient voorts het gemeentelijk aanbestedingsbeleid te worden gevolgd.
  • m. Om te garanderen dat het in sub b. l. bepaalde wordt voldaan, dient de raming van de Werken en werkzaamheden 13 weken voorafgaand aan de geplande aanleg ter controle aan de gemeente voor te leggen. Daarbij dient tevens een Aanbestedingsprotocol in overleg met de inkoopadviseur van de gemeente Eindhoven te zijn opgesteld, waarin is aangegeven op welke wijze de opdracht voor de uitvoering van Werken en werkzaamheden wordt gegund. Dit Aanbestedingsprotocol dient aan Burgemeester en wethouders te worden voorgelegd. Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk 8 weken na ontvangst van de raming en het protocol omtrent de instemming met het protocol.
  • n. De gunning van de opdrachten voor de Werken en werkzaamheden vindt plaats in overeenstemming met het Aanbestedingsprotocol waarmee door Burgemeester en wethouders is ingestemd.
  • o. Het is verboden werken, werkzaamheden en bouwwerken uit te voeren in strijd met de eisen zoals opgenomen in dit artikel 28.1.2.

 

Hoofdstuk 4 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken

Artikel 29 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van een omgevingsplanactiviteit bouwwerken.

Artikel 30 Beoordelingsregels, vergunningvoorschriften en aanvraagvereisten

30.1 Toepassingsbereik

De in dit artikel opgenomen beoordelingsregels gelden in aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan.

30.2 Beoordelingsregels parkeerplaatsen
  • a. Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen. Aan de hand van de normen zoals opgenomen in Bijlage 7 alsmede de NEN-norm 2443, wordt bepaald of hieraan wordt voldaan.
  • b. Bij ontwerp en realisatie van een gebouwde parkeervoorziening wordt zorg gedragen voor voldoende doorstroming van verkeer, zodat in geval van aan de omvang van de parkeervoorzienign gerelateerd gebruikelijk verkeersaanbod in ochtend- en avondspitsperiode terugslag op de openbare ruimte wordt voorkomen.
30.3 Maatwerkvoorschriften maatvoering (fiets)parkeervoorzieningen
  • a. Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over de maatvoering van de parkeervoorzieningen, indien dit, gelet op de feitelijke omstandigheden, noodzakelijk is.
  • b. Een aanvraag omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken met fietsparkeervoorzieningen moet voldoen aan de beleidsregeling 'Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen';
  • c. Als de onder b. genoemde beleidsregeling wordt gewijzigd, wordt aan de hand van de nieuwe beleidsregeling(en) bepaald of sprake is van voldoende fietsparkeergelegenheid.
30.4 Aanvraagvereisten beoordeling normering auto's en fietsen

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken worden gegevens en bescheiden verstrekt over de inrichting van parkeervoorzieningen.

30.5 Groenopgave
  • a. Een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat dat wordt voorzien in voldoende groenopgave. Aan de hand van de 'Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven' wordt bepaald of hieraan voldaan is.
  • b. De groenopgave zoals bepaald onder sub a. geldt uitsluitend voor zover deze verder reikt dn vereist op grond van de regeling voor kwaliteitsverbetering landschap uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
  • c. Als de onder sub a. bedoelde beleidsregeling wordt gewijzigd, wordt aan de hand van de nieuwe beleidsregeling bepaald of er sprake is van voldoende groenopgave.
30.6 Waterberging

In afwijking van de 'Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven' wordt een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als vaststaat dat wordt voorzien in een waterberging van tenminste 75 mm per m² verharding binnen bedrijf.

30.7 Stikstof
  • a. Een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat dat er geen sprake is van toename van stikstofemissie op Natura 2000 gebieden vanaf de betreffende gronden c.q. vanuit de betreffende bouwwerken, tenzij hiervoor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit is verleend dan wel op grond van de op dat moment van verlening van de omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit noodzakelijk is.
  • b. Bij de bepaling van de toename van stikstofemissie op Natura 2000-gebieden zoals bedoeld in sub a. moeten ook de aan de functie van de gronden en bouwwerken gerelateerde verkeersbewegingen worden meegerekend.
30.8 Bodemkwaliteit

Een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie.

30.9 Beeldkwaliteit gebouwen en buitenruimte
  • a. Met het oog op het bereiken van een goede beeldkwaliteit wordt een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als vaststaat dat wordt voldaan aan de beeldkwaliteit van het betreffende soort bouwwerk zoals opgenomen in het DSOP - beeldkwaliteit in Bijlage 1 bij deze regels.
  • b. In geval van een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken voor een bedrijfsgebouw (niet zijnde een gebouwde parkeervoorziening) in het oostelijke bouwvlak worden de eisen over de beeldkwaliteit van kantoorgebouwen toegepast op het betreffende bouwwerk.
  • c. Onderdeel van de aanvraag omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken is de aanwijzing van de bijbehorende buitenruimte. Een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat, dat voor wat betreft de inrichting van de bijbehorende buitenruimte wordt voldaan aan het bepaalde in Bijlage 3 “DOSP Landschapsplan ASML buitenruimte”.
30.10 Beoordelingsregel overbouwingen

Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken waarvan deel uitmaken een of meer overbouwingen, wordt alleen verleend als vaststaat, dat de overbouwingen zodanig van verlichting of lichtuitstraling beperkende maatregelen worden voorzien dat deze geen onevenredige aantasting opleveren voor de in de ecologische verbindingszone (EVZ) "Ekkersrijt" voorkomende soorten. Hieraan zal zijn voldaan indien geen sprake is van verlichting aan de buitenzijde van de overbouwing en aan de binnenzijde hiervan intern gerichte verlichting.

Hoofdstuk 5 Ruimtelijke regels over bouwwerken

Artikel 31 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op de omgevingsplanactiviteit bouwwwerken en bevat regels over bouwwerken.

Artikel 32 Vangnetbepaling ruimtelijke regels bouwwerken

Het is verboden een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in dit hoofdstuk opgenomen ruimtelijke regels over bouwwerken.

Artikel 33 Bouwwerken ter plaatse van Bedrijf

33.1 Gebouwen bij bedrijf

Ter plaatse van 'Bedrijf' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. een gebouw is uitsluitend toegestaan ter plaatse van een bouwvlak;
  • b. gronden ter plaatse van bedrijf mogen maximaal 80% worden bebouwd en/of verhard;
  • c. gebouwen mogen in totaal maximaal 428.400 m2 bvo bedrijfsvloeroppervlakte omvatten, waarbij gebouwde parkeervoorzieningen niet in de berekening van deze oppervlakte worden betrokken;
  • d. de maximale bouwhoogte bedraagt zoals op de verbeelding opgenomen;
  • e. in geval van bebouwing op een afstand van minder dan 30 meter tot gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuur Netwerk Brabant zoals opgenomen in de Omgevingsverordening Noord-Brabant - niet zijnde ecologische verbindings zone (EVZ) “Ekkersrijt” - is het bepaalde in artikel 7.3 lid g van toepassing;
  • f. in het oostelijke bouwvlak wordt bij de positionering van gebouwen c.q. gebouwensembles zorggedragen voor twee bebouwingsvrije zone's met een breedte van minimaal 25 meter waardoor een oost-west zichtlijn ontstaan vanaf de Rijksweg naar de Ekkersrijt;
  • g. In afwijking van het bepaalde in lid f mogen boven of in deze gronden overbouwingen worden gebouwd in de vorm van inpandige verbindingen met bijbehorende ondersteunde constructies tevens omvattende leidingentracés tussen bedrijfsbebouwing, met inachtneming van de volgende regels:
    1. de bouwhoogte bedraagt minimaal 4 m1 en maximaal 14 m1 ten opzichte van peil;
    2. de dakhelling bedraagt minimaal 0° en maximaal 10°;
    3. de breedte van de overbouwing bedraagt niet meer dan 10 m1
  • h. in het westelijk bouwvlak is aaneengesloten bebouwing al dan niet verbonden via een interne verbindingsgang (aorta) toegestaan;
  • i. ondergronds bouwen is toegestaan onder gebouwen en in gronden aansluitend aan deze gebouwen, mits de verticale diepte niet meer bedraagt dan 4 meter en het ondergronds bouwen niet leidt tot onevenredige waterhuishoudkundige effecten;
  • j. het totaal maximaal aantal parkeerplaatsen bedraagt 6.538, met inachtneming waarvan het maximaal aantal parkeerplaatsen in het westelijk bouwvlak 4.650 kan bedragen en het maximaal aantal parkeerplaatsen in het oostelijk bouwvlak 3.000 kan bedragen;
  • k. in afwijking van het bepaalde onder sub j., geldt in geval van toepassing van een lagere parkeernorm als bedoeld in Bijlage 7 een dienovereenkomstig lager maximaal aantal parkeerplaatsen voor nieuw te bouwen bedrijfsgebouwen, behoudens voorzover op dat moment sprake is van bestaande parkeerplaatsen in gebouwde parkeervoorziening(en);
  • l. parkeerplaatsen worden gerealiseerd in een gebouwde parkeervoorziening;
  • m. de gebouwde parkeervoorziening in het westelijk bouwvlak wordt ontsloten via de bestaande wegenstructuur (bestaande Dirk Noordhoflaan) waarbij de verkeersafwikkeling van en naar de Spottersweg zal plaatsvinden;
  • n. de gebouwde parkeervoorziening in het oostelijke bouwvlak wordt ontsloten via de nieuwe wegenstructuur zoals opgenomen in Bijlage 2 van deze regels (nieuwe Dirk Noordhoflaan) waarbij de verkeersafwikkeling van en naar de Spottersweg zal plaatsvinden en waarbij voorafgaand aan de realisatie van deze nieuwe wegenstructuur de gebouwde parkeervoorziening in het oostelijke bouwvlak kan worden wordt ontsloten als beschreven in sub m., voorzover het totaal aantal parkeerplaatsen (vanuit beide bouwvlakken) dat op deze wijze wordt ontsloten niet meer dan 4.650 bedraagt;
  • o. parkeervoorzieningen, voor zover het betreft invalideparkeerplaatsen, parkeerplaatsen voor hulpdiensten, taxi's en voor fietsverkeer alsmede tijdelijke parkeervoorzieningen vooruitlopend op de realisatie van een gebouwde parkeervoorziening mogen voor een periode van maximaal vijf jaar buiten een gebouwde parkeervoorziening worden gerealiseerd, waarbij het maximaal aantal parkeerplaatsen 50% bedraagt van de sub i. genoemde aantallen en uit onderzoek is gebleken dat als gevolg van de tijdelijke parkeervoorzieningen de aanwezige natuurwaarden niet direct of indirect worden aangetast.

33.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Bedrijf' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is maximaal 3 m1 en deze dienen te worden gerealiseerd met inachtneming van artikel 30.9;
  • b. blustanks en dergelijke zijn toegestaan mits deze achter de gevel van het bedrijvengebouw staan;
  • c. de bouwhoogte van lichtmasten en vlaggenmasten is maximaal 10 m1;
  • d. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde is maximaal 4 m1.

33.3 Beoordelingsregels van nutsvoorzieningen en voorzieningen voor duurzame energie

Ter plaatse van 'Bedrijf' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. de maximale bouwhoogte is 5 m1;
  • b. de maximale oppervlakte is 15 m2.

Artikel 34 Bouwwerken ten behoeve van groen

34.1 Beoordelingsregels van gebouwen

Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

34.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Groen' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is 2 m1;
  • b. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 3 m1;

Artikel 35 Bouwwerken ter plaatse van Natuur - 1

35.1 Beoordelingsregels van gebouwen - overbouwingen

Ter plaatse van 'Natuur - 1' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan overbouwingen in de vorm van inpandige verbindingen met bijbehorende ondersteunde constructies tevens omvattende leidingen-tracés tussen bedrijfsbebouwing op de locaties die zijn aangewezen als 'Bedrijf', met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. een overbouwing mag uitsluitend worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2';
    • 2. de bouwhoogte van een overbouwing bedraagt minimaal 4 m1 en maximaal 14 m1 ten opzichte van peil;
    • 3. de dakhelling bedraagt minimaal 0° en maximaal 10°;
    • 4. de breedte van de overbouwing bedraagt niet meer dan 10 m1;
    • 5. het aantal overbouwingen bedraagt niet meer dan 4;
    • 6. de ondersteunende constructies staan tenminste 5 meter uit het hart van de Ekkersrijt;
    • 7. de ondersteunende constructies mogen geen onevenredige afbreuk doen aan een gezond en functionerend ecosysteem van de EVZ-Ekkersrijt. Hiervan is sprake als toepassing wordt gegeven aan mitigerende maatregelen zoals natuurvriendelijke materialen, nestvoorzieningen etc. op, om of nabij de ondersteunende constructies zulks ter beoordeling van de gemeente.
35.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Natuur - 1' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. het oprichten van perceelafscheidingen is niet toegestaan, met uitzondering van open afrasteringen met een hoogte van maximaal 1 m1;
  • b. voor overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, niet zijnde zend-, ontvang- en/of sirenemasten, geldt een maximum bouwhoogte van 2 m1;
  • c. voor zover de bestaande situatie afwijkt van het bepaalde onder sub a tot en met c, gelden die maten als maxima;
  • d. voor loopbruggen over de Ekkersrijt op maaiveld ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – 2' geldt een breedte van maximaal 2,5 m1 en een maximum aantal van 3;
  • e. voor een verkeersverbinding ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – 1' als onderdeel van een rondweg voor de functie Bedrijf geldt een breedte van maximaal 8 m1;
  • f. de constructieve onderdelen van de loopbruggen moeten buiten de feitelijke oevers van de Ekkersrijt worden gesitueerd;
  • g. voor de onder d en e genoemde bouwwerken geldt dat, de betreffende bruggen geen onevenredige afbreuk mogen doen aan een gezond en functionerend ecosysteem van de EVZ-Ekkersrijt. Hiervan is sprake als toepassing wordt gegeven aan mitigerende maatregelen zoals natuurvriendelijke materialen, nestvoorzieningen etc. op, om of nabij de bruggen, zulks ter beoordeling van de gemeente.

Artikel 36 Bouwverkeer ter plaatse van Verkeer

36.1 Beoordelingsregels gebouwen

Ter plaatse van 'Verkeer' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 10 lid 2 bedoelde functies, voor onder andere nutsvoorzieningen en ten behoeve van voorzieningen voor duurzame energie. Daarbij gelden de volgende regels:
    • 1. de maximum bouwhoogte van gebouwen is 3 m1;
    • 2. de maximum oppervlakte van gebouwen is 15 m2;
  • b. een brug en de daarbij behorende verkeersvoorzieningen mag binnen de functieaanduiding 'brug' worden gebouwd.

36.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Verkeer' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is 2 m1;
  • b. de maximum bouwhoogte van kunstwerken is 10 m1;
  • c. de maximum bouwhoogte van overige gebouwen, geen gebouwen zijnde, is 4 m1.

Artikel 37 Bouwwerken ter plaatse van Verkeer - Verblijfsgebied

37.1 Beoordelingsregels van gebouwen en gebouwen - overbouwingen

Ter plaatse van 'Verkeer - Verblijfsgebied' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd anders dan overbouwingen in de vorm van inpandige verbindingen tevens omvattende leidingen-tracés tussen bedrijfsbebouwing op de locaties die zijn aangewezen als 'Bedrijf', met inachtneming van de volgende regels:
    • 1. een overbouwing mag uitsluitend worden gerealiseerd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2';
    • 2. de bouwhoogte bedraagt minimaal 4 m1 en maximaal 14 m1 ten opzichte van peil;
    • 3. de dakhelling bedraagt minimaal 0º en maximaal 10º;
    • 4. de breedte van de overbouwing bedraagt niet meer dan 10 m1;
    • 5. het aantal overbouwingen bedraagt niet meer dan 4.
    • 6. bijbehorende ondersteunde constructies zijn niet toegestaan.
  • b. op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 11 lid 2 bedoelde functies, voor onder andere nutsvoorzieningen en ten behoeve van voorzieningen voor duurzame energie. Daarbij gelden de volgende regels:
    • 1. de maximum bouwhoogte van gebouwen is 3 m1;
    • 2. de maximum oppervlakte van gebouwen is 15 m2.

37.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Verkeer - Verblijfsgebied' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. de maximum bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen is 2 m1;
  • b. de maximum bouwhoogte van kunstwerken is 8 m1;
  • c. de maximum bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 4 m1.

Artikel 38 Bouwwerken ter plaatse van Leiding - Gas

38.1 Beoordelingsregels van gebouwen

Ter plaatse van 'Leiding - Gas' mogen geen gebouwen worden gebouwd.

38.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Leiding - Gas' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 12 lid 1 omschreven functie:
    • 1. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is 5 m1.

Artikel 39 Bouwen ter plaatse van Leiding - Leidingstrook

39.1 Beoordelingsregels van gebouwen

Ter plaatse van 'Leiding - Leidingstrook' mogen geen gebouwen worden gebouwd.

39.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Leiding - Leidingstrook' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de in artikel 13 lid 1 omschreven functie;
  • b. de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is 5 m1.

Artikel 40 Bouwwerken ter plaatse van Waarde - Archeologie - 4

40.1 Aanwijzing vergunningplicht binnen 'Waarde - Archeologie - 4'

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten binnen Waarde - Archeologie - 4 (hoge archeologische verwachting, historische kern).

40.2 Uitzondering vergunningplicht

Een omgevingsvergunning, als bedoeld in 37.1, is niet benodigd indien:

  • a. maximaal 100 m2 van de grond wordt geroerd; en
  • b. werkzaamheden plaatsvinden vanaf 100 m2 tot een maximale diepte van 0,3 m onder maaiveld.

40.3 Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken binnen 'Waarde - Archeologie - 4'

Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 39 lid 1 wordt alleen verleend indien met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan.

Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de oprichting van het bouwwerk kan leiden tot een onevenredige verstoring van de archeologische waarden, dan wordt de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 40 lid 1 alleen verleend indien daaraan de volgende regels worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem te behouden en/of;
  • b. de verplichting tot het doen opgravingen op basis van een Programma van Eisen.

40.4 Aanvullende beoordelingsregels in plaats van vergunningplicht

Indien er al elders in dit TAM-omgevingsplan een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, dan gelden de beoordelingsregels in dit artikel aanvullend op de in dit TAM-omgevingsplan gestelde beoordelingsregels voor het bouwen en geldt de vergunningplicht zoals bedoeld in artikel 40 lid 1 niet.

Artikel 41 Bouwwerken ter plaatse van 'Waarde - Archeologie - 5'

41.1 Aanwijzing vergunningplicht binnen 'Waarde - Archeologie - 5'

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten binnen Waarde - Archeologie 5 (hoge archeologische verwachting).

41.2 Uitzondering vergunningplicht

Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 41 lid 1 is niet benodigd indien:

  • a. maximaal 250 m2 van de grond wordt geroerd; en
  • b. werkzaamheden plaatsvinden vanaf 250 m2 tot een maximale diepte van 0,3 m onder maaiveld.

41.3 Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken binnen 'Waarde - Archeologie 5'

Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 41 lid 1, wordt alleen verleend indien met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan.

Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de oprichting van het bouwwerk kan leiden tot een onevenredige verstoring van de archeologische waarden, dan wordt de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 41 lid 1, alleen verleend indien daaraan de volgende regels worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem te behouden en/of;
  • b. de verplichting tot het doen opgravingen op basis van een Programma van Eisen.

41.4 Aanvullende beoordelingsregels in plaats van vergunningplicht

Indien er al elders in dit TAM-omgevingsplan een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, dan gelden de beoordelingsregels in dit artikel aanvullend op de in dit TAM-omgevingsplan gestelde beoordelingsregels voor het bouwen en geldt de vergunningplicht zoals bedoeld in artikel 41 lid 1 niet.

Artikel 42 Bouwwerken ter plaatse van Waarde - Archeologie - 7

42.1 Aanwijzing vergunningplicht binnen 'Waarde - Archeologie - 7'

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten binnen Waarde - Archeologie – 7 (lage archeologische verwachting).

42.2 Uitzondering vergunningplicht

Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 42 lid 1, is niet benodigd indien:

  • a. maximaal 25.000 m2 van de grond wordt geroerd; en
  • b. werkzaamheden plaatsvinden vanaf 25.000 m2 tot een maximale diepte van 0,3 m onder maaiveld.

42.3 Beoordelingsregels bouwen van bouwwerken binnen 'Waarde - Archeologie - 7'

Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 42 lid 1, wordt alleen verleend indien met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan.

Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de oprichting van het bouwwerk kan leiden tot een onevenredige verstoring van de archeologische waarden, dan wordt de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 42 lid 1, alleen verleend indien daaraan de volgende regels worden verbonden:

  • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem te behouden en/of;
  • b. de verplichting tot het doen opgravingen op basis van een Programma van Eisen.
42.4 Aanvullende beoordelingsregels in plaats van vergunningplicht

Indien er al elders in dit TAM-omgevingsplan een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, dan gelden de beoordelingsregels in dit artikel aanvullend op de in dit TAM-omgevingsplan gestelde beoordelingsregels voor het bouwen en geldt de vergunningplicht zoals bedoeld in artikel 42 lid 1 niet.

Artikel 43 Bouwwerken ter plaatse van Waarde - Ecologische verbindingszone

43.1 Beoordelingsregels bouwen

Ter plaatse van 'Waarde – Ecologische verbindingszone' mogen geen gebouwen worden gebouwd.

43.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Waarde – Ecologische verbindingszone' mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functie verkeer worden gebouwd, zoals een brug, indien de landschappelijke en ecologische waarden van de ecologische verbindingszone niet onevenredig worden aangetast.

Artikel 44 Bouwwerken ten behoeve van Waarde - Waterstaat - waterbergingsgebied

44.1 Beoordelingsregels van gebouwen

Ter plaatse van 'Waarde – Waterstaat waterbergingsgebied' mogen geen gebouwen worden gebouwd.

44.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Waarde – Waterstaat waterbergingsgebied' mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de waterberging worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2 m1.

44.3 Afwijkende beoordelingsregels van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde

Het bevoegd gezag kan, in afwijking van artikel 44.1 en 44.2 een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken verlenen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en) mits het waterbergend vermogen van de gronden niet wordt aangetast.

44.4 Advies

Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 44.2 wint het bevoegd gezag advies in bij het waterschap.

Artikel 45 Bouwwerken ter plaatse van Waterstaat - Water

45.1 Beoordelingsregels van gebouwen

Ter plaatse van 'Waterstaat-Water' mogen geen gebouwen worden gebouwd.

45.2 Beoordelingsregels van bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Ter plaatse van 'Waterstaat - Water' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:

  • a. een brug en de daarbij behorende verkeersvoorzieningen mag binnen de functieaanduiding “brug” worden gebouwd.

Hoofdstuk 6 Aanlegactiviteiten

Artikel 46 Toepassingsbereik

Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van een omgevingsplanactiviteit voor een aanlegactiviteit.

Artikel 47 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'Natuur - 1'

47.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Natuur –1’, voor zover die bestaat uit:

  • a. het dieper dan 0,3 m1 afgraven, woelen, ploegen en verlagen van gronden;
  • b. het egaliseren, ophogen en/of anderszins wijzigen van de bodemstructuur;
  • c. het wijzigen van de perceelsindeling zoals die door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven;
  • d. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een totale oppervlakte van meer dan 100 m2;
  • e. het graven, verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, greppels en poelen;
  • f. het dempen van waterlopen, sloten, greppels en poelen;
  • g. het planten van houtgewas, het vellen, rooien of verminken van houtopstand;
  • h. het (onder)bemalen, het onttrekken van grondwater door het slaan van putten en het aanbrengen van drainage;
  • i. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen en het aanleggen van kaden en aanlegplaatsen;
  • j. het aanbrengen van (infrastructurele) leidingen, zoals ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen en het plaatsen/uitbreiden van de daarbij behorende installaties en apparatuur;
  • k. het aanbrengen van openbare verlichting ter plaatse van looppaden en loopbruggen.
47.2 Vergunningplicht

Ter plaatse van ‘Natuur – 1’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 47.1.

47.3 Uitzonderingen vergunningplicht

Het verbod zoals bedoeld in artikel 47.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend.
  • b. welke ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan legaal in uitvoering waren;
  • c. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Omgevingswet welke is verleend en van kracht is;
  • d. welke betreffen het normale onderhoud en beheer;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse (infrastructurele) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, binnen het profiel van bestaande paden en wegen.
47.4 Beoordelingsregels algemeen

De in artikel 47.2 genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria:

  • a. de werken of werkzaamheden zijn noodzakelijk in verband met natuurontwikkeling, natuur- en landschapsbeheer of extensief recreatief medegebruik, of
  • b. de werken of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de aanduidingen 'specifieke bouwaanduiding – 1' of 'specifieke bouwaanduiding – 2' en omvatten de hierbinnen toegestane bebouwing of gebruik;
  • c. een (rond)weg ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – 1' heeft een breedte van maximaal 8 m1;
  • d. het aantal looppaden ter plaatste van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – 2' tussen de locaties die zijn aangewezen als 'Bedrijf' is maximaal 3 en deze hebben een breedte van maximaal 2,5 m1;
  • e. de werken of werkzaamheden onder b, c en d mogen geen onevenredige afbreuk doen (al dan niet in combinatie met hiertoe uit te voeren compensatiemaatregelen) aan de aanwezige waarden en kenmerken zoals beschreven in artikel 9.2 sub a., sub b en/of sub c.
47.5 Beoordelingsregels openbare verlichting

De in artikel 47.2 genoemde omgevingsvergunning voor de aanleg van openbare verlichting wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria:

  • a. de aanvraag omgevingsvergunning gaat vergezeld van een verlichtingsplan ten behoeve van de openbare verlichting, opgesteld met inachtneming van de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor de kwaliteitscriteria openbare verlichting, NPR 13201-1;
  • b. het verlichtingsplan houdt rekening met de sociale veiligheid op looppaden en loopbruggen alsmede met de aanwezige soorten in de ecologische verbindings zone (EVZ) “Ekkersrijt”;
  • c. uit het verlichtingsplan blijkt dat de openbare verlichting op in de ecologische verbindingszone (EVZ) “Ekkersrijt” aanwezige soorten niet tot een onevenredige aantasting van deze soorten zal leiden. Hieraan zal zijn voldaan indien geen sprake is van directe lichtuitstraling in de ecologische verbindingszone (EVZ) “Ekkersrijt”;
  • d. het bevoegd gezag kan ter voorkoming van onevenredige aantasting van deze soorten als gevolg van lichthinder nadere regels aan de omgevingsvergunning stellen, mits hierdoor geen beperking van de sociale veiligheid optreedt.

Artikel 48 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'Verkeer - verblijfsgebied'

48.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Verkeer - verblijfsgebied, voor zover die aanlegactiviteit bestaat uit het uitvoeren van graafwerkzaamheden voor de aanleg van openbare verlichting.

48.2 Vergunningplicht

Ter plaatse van ‘Verkeer - verblijfsgebied’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 48.1.

48.3 Beoordelingsregels

De in artikel 48.2 genoemde omgevingsvergunning voor de aanleg van openbare verlichting wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria:

  • a. de aanvraag omgevingsvergunning gaat vergezeld van een verlichtingsplan ten behoeve van de openbare verlichting, opgesteld met inachtneming van de Nederlandse Praktijkrichtlijn voor de kwaliteitscriteria openbare verlichting, NPR 13201-1;
  • b. het verlichtingsplan houdt rekening met de sociale veiligheid ter plaatse van ‘Verkeer - verblijfsgebied alsmede met de aanwezige soorten in de ecologische verbindings zone (EVZ) “Ekkersrijt”;
  • c. uit het verlichtingsplan blijkt dat de openbare verlichting op in de ecologische verbindingszone (EVZ) “Ekkersrijt” aanwezige soorten niet tot een onevenredige aantasting van deze soorten zal leiden. Hieraan zal zijn voldaan indien geen sprake is van directe lichtuitstraling in de ecologische verbindingszone (EVZ) “Ekkersrijt”;
  • d. het bevoegd gezag kan ter voorkoming van onevenredige aantasting van deze soorten als gevolg van lichthinder nadere regels aan de omgevingsvergunning stellen, mits hierdoor geen beperking van de sociale veiligheid optreedt.

Artikel 49 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'Leiding - Gas'

49.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Leiding-Gas’, voor zover die bestaat uit:

  • a. het egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur;
  • b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden;
  • c. het aanbrengen, indrijven of verwijderen van voorwerpen in de bodem, zoals palen, lichtmasten, funderingen of ander straatmeubilair;
  • d. het aanleggen, verharden, verwijderen of wijzigen van wegen, paden, parkeerplaatsen en overige oppervlakteverhardingen;
  • e. het planten, rooien of vervangen van bomen of beplanting die diepwortelend is of kan worden;
  • f. het aanleggen, vergraven, verruimen, dempen of verleggen van sloten, vijvers, bermsloten, drainage of andere watergangen;
  • g. overige werkzaamheden die de bodemroering, belasting, stabiliteit of bereikbaarheid van de gastransportleiding kunnen beïnvloeden.
49.2 Vergunningplicht

Ter plaatse van ‘Leiding-Gas’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 49.1.

49.3 Uitzonderingen vergunningplicht

Het verbod zoals bedoeld in artikel 49.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend;
  • b. welke ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan legaal in uitvoering waren;
  • c. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Omgevingswet welke is verleend en van kracht is;
  • d. welke betreffen het normale onderhoud en beheer;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse (infrastructurele) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, binnen het profiel van bestaande paden en wegen.
49.4 Beoordelingsregels

De in artikel 49.2 genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria:

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder en uit het advies blijkt dat de veiligheid van de leiding is geborgd.

Artikel 50 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'Leiding - leidingstrook'

50.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Leiding-Leidingstrook’, voor zover die bestaat uit:

  • a. het egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur;
  • b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm;
  • c. het in de grond brengen van voorwerpen dieper dan 40 cm;
  • d. het aanleggen of verharden van andere oppervlakteverhardingen;
  • e. het planten van bomen en het aanbrengen van andere beplantingen die dieper wortelen of kunnen wortelen dan 40 cm.
50.2 Vergunningplicht

Ter plaatse van ‘Leiding-Leidingstrook’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 50 lid 1.

50.3 Uitzonderingen vergunningplicht

Het verbod zoals bedoeld in artikel is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend.
  • b. welke ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan legaal in uitvoering waren;
  • c. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Omgevingswet welke is verleend en van kracht is;
  • d. welke betreffen het normale onderhoud en beheer;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse (infrastructurele) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, binnen het profiel van bestaande paden en wegen.
50.4 Beoordelingsregels

De in artikel 50.2 genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria:

De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder en er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leidingen.

Artikel 51 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'Waarde - Archeologie - 4'

51.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 4’ (hoge archeologische verwachting, historische kern), voor zover die bestaat uit:

  • a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen;
  • b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
  • c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd;
  • f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt;
  • g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
  • h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies;
  • i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand;
  • j. het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt;
  • k. het aanbrengen van verhardingen.

51.2 Vergunningplicht

Ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 4’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 51.1.

51.3 Uitzonderingen vergunningplicht

Het verbod zoals bedoeld in artikel 51.2 is niet van toepassing bij:

  • a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 100 m2 van de grond wordt geroerd;
  • b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 100 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m1 onder maaiveld;
  • c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
    • 1. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud;
    • 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
    • 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit omgevingsplan;
    • 4. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek.
51.4 Beoordelingsregels
  • 1. De omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wordt alleen verleend als door de genoemde werken en werkzaamheden de archeologische waarden hetzij direct, hetzij indirect niet onevenredig worden aangetast.
  • 2. Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en/ of werkzaamheden kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan wordt de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 51.2, alleen verleend indien daaraan de volgende regels worden verbonden:
    • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem te behouden en/ of;
    • b. de verplichting tot het doen opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.
51.5 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wordt in ieder geval een archeologisch onderzoeksrapport verstrekt, waaruit naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het plangebied in voldoende mate blijkt.

51.6 Advies

Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviseur archeologie.

Artikel 52 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'Waarde - Archeologie - 5'

52.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 5’ (hoge archeologische verwachting), voor zover die bestaat uit:

  • a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen;
  • b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
  • c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd;
  • f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt;
  • g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
  • h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies;
  • i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand;
  • j. het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt;
  • k. het aanbrengen van verhardingen.
52.2 Vergunningplicht

Ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 5’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 52.1.

52.3 Uitzondering vergunningplicht

Het verbod zoals bedoeld in artikel 52.2 is niet van toepassing bij:

  • a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 250 m2 van de grond wordt geroerd;
  • b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 250 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m1 onder maaiveld.
  • c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
    • 1. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud;
    • 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
    • 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit omgevingsplan;
    • 4. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek.
52.4 Beoordelingsregels
  • 1. De omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wordt alleen verleend als door de genoemde werken en werkzaamheden de archeologische waarden hetzij direct, hetzij indirect niet onevenredig worden aangetast.
  • 2. Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en/ of werkzaamheden kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan wordt de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 52.2 alleen verleend indien daaraan de volgende regels worden verbonden:
    • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem te behouden en/ of;
    • b. de verplichting tot het doen opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.
52.5 Advies

Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviseur archeologie.

Artikel 53 Vergunningplichtige aaanlegactiviteiten 'Waarde - Archeologie - 7'

53.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 7’ (lage archeologische verwachting), voor zover die bestaat uit :

  • a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe ook wordt gerekend het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen;
  • b. het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
  • c. het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
  • d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
  • e. het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd;
  • f. het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt;
  • g. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
  • h. het aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies;
  • i. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand;
  • j. het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt;
  • k. het aanbrengen van verhardingen.
53.2 Vergunningplicht

Ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 7’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 53.1.

53.3 Uitzondering vergunningplicht

Het verbod zoals bedoeld in artikel 53.2 is niet van toepassing bij:

  • a. het bebouwen van gronden waarbij maximaal 25.000 m2 van de grond wordt geroerd;
  • b. het bebouwen van gronden waarbij werkzaamheden plaatsvinden over een oppervlakte vanaf 25.000 m2 tot een maximum diepte van 0,3 m1 onder maaiveld.
  • c. werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden die:
    • 1. van ondergeschikte betekenis zijn dan wel behoren tot het normale onderhoud;
    • 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning;
    • 3. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit omgevingsplan;
    • 4. benodigd zijn voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek.
53.4 Beoordelingsregels
  • 1. De omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wordt alleen verleend als door de genoemde werken en werkzaamheden de archeologische waarden hetzij direct, hetzij indirect niet onevenredig worden aangetast.
  • 2. Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en/ of werkzaamheden kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, dan wordt de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 53.2 alleen verleend indien daaraan de volgende regels worden verbonden:
    • a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem te behouden en/ of;
    • b. de verplichting tot het doen opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen.
53.5 Aanvraagvereisten

Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wordt in ieder geval een archeologisch onderzoeksrapport verstrekt, waaruit naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het plangebied in voldoende mate blijkt.

53.6 Advies

Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviseur archeologie.

Artikel 54 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'Waarde - Ecologische verbindingszone'

 

54.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van 'Waarde – Ecologische verbindingszone', voor zover die bestaat uit:

  • a. het dieper dan 0,3 m1 afgraven, woelen, ploegen en verlagen van gronden;
  • b. het egaliseren, ophogen en/of anderszins wijzigen van de bodemstructuur;
  • c. het wijzigen van de perceelsindeling zoals die door sloten, greppels en beplantingselementen is aangegeven;
  • d. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen met een totale oppervlakte van meer dan 100 m2;
  • e. het graven, verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten, greppels en poelen;
  • f. het dempen van waterlopen, sloten, greppels en poelen;
  • g. het planten van houtgewas, het vellen, rooien of verminken van houtopstand;
  • h. het (onder)bemalen, het onttrekken van grondwater door het slaan van putten en het aanbrengen van drainage;
  • i. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen en het aanleggen van kaden en aanlegplaatsen;
  • j. het aanbrengen van (infrastructurele) leidingen, zoals ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen en het plaatsen/uitbreiden van de daarbij behorende installaties en apparatuur.
54.2 Vergunningplicht

Ter plaatse van ter plaatse van 'Waarde – Ecologische verbindingszone' is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 54.1.

54.3 Uitzondering vergunningplicht

Het verbod zoals bedoeld in artikel 54.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend.
  • b. welke ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan legaal in uitvoering waren;
  • c. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Omgevingswet welke is verleend en van kracht is;
  • d. welke betreffen het normale onderhoud en beheer;
  • e. het aanbrengen van ondergrondse (infrastructurele) transport-, energie- en/of telecommunicatieleidingen, binnen het profiel van bestaande paden en wegen.
54.4 Beoordelingsregels

De in artikel 54.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als voldaan wordt aan de criteria:

  • a. de werken of werkzaamheden zijn noodzakelijk vanwege de aanleg en/of instandhouding van de ecologische verbindingszone;
  • b. de werken of werkzaamheden zijn noodzakelijk in verband met de realisatie en/of het onderhoud van de naastgelegen functie ‘Verkeer verblijfsgebied’ en
  • c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan (al dan niet in combinatie met hiertoe uit te voeren compensatiemaatregelen) aan de aanwezige waarden en kenmerken zoals beschreven in artikel 17.2 sub a.

Artikel 55 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'Waarde - Waterstaat waterberging'

55.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van 'Waarde – Waterstaat - waterbergingsgebied', voor zover die bestaat uit:

  • a. het ophogen van gronden;
  • b. het aanbrengen van kaden of het wijzigen daarvan.
55.2 Vergunningplicht

Ter plaatse van ter plaatse van 'Waarde – Waterstaat - waterbergingsgebied' is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 55.1.

55.3 Uitzondering vergunningplicht

Het verbod zoals bedoeld in artikel 55.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend.
  • b. welke ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan legaal in uitvoering waren;
  • c. waarvoor een vergunning is vereist krachtens de Omgevingswet welke is verleend en van kracht is;
  • d. welke betreffen het normale onderhoud en beheer.
55.4 Beoordelingsregels

De in artikel 55.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het waterbergend vermogen van de gronden.

55.5 Advies

Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 55.2 wint het bevoegd gezag advies in bij het waterschap.

Artikel 56 Vergunningplichtige aanlegactiviteiten 'Overige zone - belemmeringenstrook'

56.1 Toepassingsbereik

Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone – belemmeringenstrook’, voor zover die bestaat uit:

  • a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen;
  • b. het uitvoeren van graafwerkzaamheden;
  • c. het uitvoeren van heiwerken of het anderszins indringen van voorwerpen;
  • d. het aanbrengen van diepgewortelde beplanting en of bomen;
  • e. het vellen of rooien van houtgewas.
56.2 Vergunningplicht

Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - belemmeringenstrook’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 56.1.

56.3 Uitzondering vergunningplicht

Het verbod zoals bedoeld in artikel 56.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. het normaal onderhoud betreffen;
  • b. noodzakelijk zijn in verband met het op de functie gerichte beheer of gebruik van de grond;
  • c. al legaal in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit omgevingsplan;
  • d. waarvoor ten tijde van inwerkingtreding van dit omgevingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is verleend.
56.4 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 56.2 wordt verleend, indien door de werken en/of werkzaamheden geen veiligheidsrisico’s ontstaan en de aanwezige leiding(en) niet worden aangetast.

56.5 Advies

Alvorens het bevoegd gezag beslist op een daartoe strekkende omgevingsvergunning wordt advies ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.

Hoofdstuk 7 Algemene regels

Artikel 57 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

 

Artikel 58 Algemene mogelijkheid om bij omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken af te wijken van de ruimtelijke regels over bouwwerken

58.1 Afwijkende beoordelingsregels maten

Het bevoegd gezag kan, in afwijking van de maximale maten uit dit TAM-omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken ook verlenen indien worden overschreden:

  • a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages (niet zijnde het maximaal te bebouwen 428.400 m2 bvo bedrijfsvloeroppervlakte) tot niet meer dan 10 % van die maten, afmetingen en percentages, mits bij de beheerder van het ILS, te weten het Ministerie van Defensie, Rijksvastgoedbedrijf, schriftelijk advies is ingewonnen waaruit kan worden opgemaakt dat de ILS niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed;
  • b. de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot 10 m;
  • c. de regels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de maximum bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten 20 m is mits bij de beheerder van het ILS, te weten het Ministerie van Defensie, Rijksvastgoedbedrijf, schriftelijk advies is ingewonnen waaruit kan worden opgemaakt dat de ILS niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed;
  • d. de regels ten aanzien van de realisatie van gebouwen ten behoeve van het opwekken van duurzame energie en toestaan dat de maximum oppervlakte wordt vergroot tot maximaal 250 m².
58.2 Afwijkende beoordelingsregels bouwvlak

Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in dit TAM-omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken ook bij het bouwen buiten bouwvlak verlenen indien:

  • a. er een meetverschil of onnauwkeurigheid op de verbeelding ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft; en
  • b. maximaal 3 m buiten het bouwvlak wordt gebouwd.
58.3 Beoordelingsregels

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 58.1 en artikel 58.2 kan slechts worden verleend, indien:

  • a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad;
  • b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad;
  • c. wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Hoofdstuk 8 Kostenverhaalsregels

Artikel 59 Algemene regels kostenverhaal

59.1 Verdeling van de kosten over de activiteiten

Voor het verdelen van de kosten worden de in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen categorieën bouwactiviteiten per kostenverhaalsgebied onderverdeeld in uitgiftecategorieën.

Per uitgiftecategorie wordt:

  • a. een basiseenheid vastgesteld, uitgedrukt in een hoeveelheid vierkante meters grondoppervlakte of vloeroppervlakte, een aantal woningen of een daarmee vergelijkbare maatstaf;
  • b. het gewogen aandeel per basiseenheid berekend door de opbrengsten van de grond per basiseenheid te delen door de totale opbrengsten in het kostenverhaalsgebied, en
  • c. het bedrag van de te verhalen kosten per basiseenheid berekend door het totaal van de te verhalen kosten in het kostenverhaalsgebied te vermenigvuldigen met het gewogen aandeel als bedoeld onder b.

De opbrengsten van de grond per basiseenheid, bedoeld in het tweede lid, onder b, worden geraamd:

  • a. op basis van vastgestelde grondprijzen, of
  • b. met toepassing van de residuele methode, de comparatieve methode of een daarmee vergelijkbare methode voor raming van grondprijzen.

Onder het totaal van de te verhalen kosten wordt verstaan:

  • a. bij kostenverhaal met tijdvak: het bedrag van de kosten dat op grond van artikel 13.14, tweede lid, van de Omgevingswet ten hoogste kan worden verhaald, en
  • b. bij kostenverhaal zonder tijdvak: het maximum van de kosten, bedoeld in artikel 13.15, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet.
59.2 Methode raming plankosten

Bij de raming van de kosten per kostenverhaalsgebied wordt in dit omgevingsplan voor de plankosten uitgegaan van het bedrag aan plankosten dat kan worden verhaald op grond van artikel 13.2 van de Omgevingsregeling. In de basis zal hiervoor gebruik worden gemaakt van de rekenmodellen die horen bij de Omgevingsregeling. Wanneer bij een specifiek kostenverhaalsgebied aanleiding is om hiervan af te wijken zal dit bij dat kostenverhaalsgebied aangeduid worden.

59.3 Aanvraagvereisten kostenverhaalsbeschikking

Bij de aanvraag van een kostenverhaalsbeschikking moeten de volgende gegevens en bescheiden aan de gemeente worden verstrekt:

  • a. een aanduiding van de met de kostenverhaalplichtige activiteiten te realiseren aantallen bouwwerken, oppervlakten en gebruiksfuncties, en
  • b. een aanduiding van de gronden waarop de kostenverhaalplichtige activiteiten worden uitgevoerd, en
  • c. indien van toepassing, een opgave van de kosten van zelf verrichte werkzaamheden, onderbouwd met facturen en ingedeeld volgens de voor het kostenverhaalsgebied vastgestelde onderdelen van werken, werkzaamheden en maatregelen.
59.4 Aanspraak op vergoeding kosten werken, werkzaamheden en maatregelen openbare ruimte

Degene die in het omgevingsplan op de als openbaar gebied aangewezen locaties werken, werkzaamheden en maatregelen verricht, kan verzoeken om een vergoeding voor die kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen. Deze kosten mogen niet reeds in mindering zijn gebracht op de kostenverhaalsbijdrage in de kostenverhaalsbeschikking.

Bij de aanvraag van een vergoeding voor de op de als openbaar gebied aangewezen locaties uitgevoerde werken, werkzaamheden en maatregelen moeten de volgende gegevens en bescheiden aan de gemeente worden verstrekt :

  • a. een aanduiding van de gronden waarop de zelf verrichte werkzaamheden zijn uitgevoerd, en
  • b. een opgave van de kosten van de zelf verrichte werkzaamheden, onderbouwd met facturen en ingedeeld volgens de voor het kostenverhaalsgebied vastgestelde onderdelen van werken, werkzaamheden en maatregelen.
59.5 Weigering vergoeding kosten werken, werkzaamheden en maatregelen openbare ruimte

De vergoeding die wordt aangevraagd op grond van artikel 50.4 wordt geweigerd als:

  • a. de gemeente de in de aanvraag opgenomen uitgevoerde werken, werkzaamheden en maatregelen niet heeft goedgekeurd, en
  • b. tussen gemeente en aanvrager geen overeenkomst tot stand is gekomen over het beheer of de verkoop en levering aan de gemeente van de in de aanvraag aangeduide gronden.
59.6 Eindafrekening

Binnen drie maanden na het uitvoeren van de in een kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal in het kostenverhaalsgebied vast.

Bij de eindafrekening wordt de geldsom die op het moment van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking zou zijn verschuldigd, herberekend overeenkomstig de rekenmethodiek die is opgenomen in artikel 59.1, met dien verstande dat:

  • a. het bedrag van de te verhalen kosten de daadwerkelijke kosten betreft van de werken, werkzaamheden en maatregelen die zijn uitgevoerd of nog zullen worden uitgevoerd.
  • b. de totale opbrengsten van de grond worden herberekend op basis van het aantal basiseenheden per uitgiftecategorie dat is gerealiseerd of nog zal worden gerealiseerd.
  • c. voor de opbrengsten van de grond per basiseenheid van een uitgiftecategorie hetzelfde bedrag wordt toegepast als bij de afgifte van de Kostenverhaalsbeschikking.
  • d. bij kostenverhaal met tijdvak de kosten, bedoeld in artikel 13.18, tweede lid, van de Omgevingswet in mindering worden gebracht.

Indien een aanvrager van een kostenverhaalsbeschikking op basis van artikel 13.20, tweede lid, van de Omgevingswet recht heeft op terugbetaling, wordt rente vergoed vanaf de datum van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking.

59.7 Eindafrekening op verzoek

Op eindafrekeningen op verzoek, als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet, wordt jaarlijks op 1 juli door burgemeester en wethouders beslist, als de verzoeken ten minste 6 weken voor die datum zijn ontvangen.

Bij een verzoek om eindafrekening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a. een kopie van de kostenverhaalsbeschikking, en
  • b. een kopie van de eventuele al vergoedde kosten werken, werkzaamheden en maatregelen openbare ruimte, en
  • c. indien van toepassing, een opgave van de zelf verrichte werkzaamheden die niet vergoed zijn volgens de onder sub a. en sub b. genoemde bescheiden onderbouwd met facturen en ingedeeld volgens de voor het kostenverhaalsgebied vastgestelde onderdelen van werken, werkzaamheden en maatregelen, en
  • d. als het verzoek wordt ingediend door een andere belanghebbende dan degene op wiens naam is betaald: een bewijs dat de verzoeker recht heeft op de terugbetaling, en
  • e. naam, adres, telefoonnummer en rekeningnummer van verzoeker.

Een eindafrekening op verzoek wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 59.6.

59.8 Indexering

Tenzij voor een Kostenverhaalsgebied anders is bepaald, wordt bij de raming van de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een Kostenverhaalsbeschikking, een Eindafrekening op verzoek of een Eindafrekening:

  • a. de indexering van de kostenverhaalsbijdrage bij kostenverhaalsbeschikking 2% per jaar vanaf 1-1-2025.
  • b. de kostenstijging voor het jaar 2025 4,5%, de jaren 2026 en 2027 3,5% en voor de jaren 2028 en verder 2% per jaar.
  • c. de opbrengstenstijging voor de jaren 2025 en verder 2% per jaar.
  • d. de onder a t/m c genoemde parameters worden indien nodig geacht herzien in de ‘Meerjaren Prognose Grondbedrijf’ (MPG) van de gemeente Eindhoven. De eindafrekening wordt vastgesteld aan de hand van de dan vigerende en vastgestelde parameters van de gemeente Eindhoven.
59.9 Rente

Tenzij voor een Kostenverhaalsgebied anders is bepaald, worden bij de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een Kostenverhaalsbeschikking, een Eindafrekening op verzoek of een Eindafrekening de volgende renteparameters toegepast:

  • a. voor de debetrente in perioden waarin de gerealiseerde kosten, met uitzondering van de kosten van de inbrengwaarden, hoger zijn dan de opbrengsten met toepassing van renteparameter 2,5% per jaar.
  • b. voor de creditrente in perioden waarin de opbrengsten hoger zijn dan de gerealiseerde kosten, met uitzondering van de kosten van de inbrengwaarden, door toepassing van renteparameter 2,5% per jaar.

Als bij een Eindafrekening terugbetaling plaatsvindt, wordt het terug te betalen bedrag verhoogd met een samengestelde rente met toepassing van renteparameter 2,5% per jaar.

De onder 2.9.1 en 2.9.2 genoemde parameters worden indien nodig geacht herzien in de ‘Meerjaren Prognose Grondbedrijf’ (MPG) van de gemeente Eindhoven. De eindafrekening wordt vastgesteld aan de hand van de dan vigerende en vastgestelde parameters van de gemeente Eindhoven.

Artikel 60 Kostenverhaal kostenverhaalsgebied 'BIC Noord - ASML'

60.1 Aanduiding van het tijdvak

Het Kostenverhaalsgebied ‘BIC Noord - ASML’ kent een tijdvak van 8 jaar met ingang van inwerkingtreding van dit artikel.

60.2 Gehanteerde parameters

Op basis van de geraamde fasering worden alle kosten en opbrengsten, met inachtneming van indexeringen, naar het einde van het tijdvak gerekend (de eindwaarde) en vervolgens naar het begin van het tijdvak (de contante waarde). In onderstaande tabel zijn de parameters voor rente en indexering van de totale kosten en totale opbrengsten opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301_0136.png"

60.3 Raming van de inbrengwaarde

De totale inbrengwaarde, gevormd door de waarde van de gronden en opstallen, kosten voor vrijmaken van de grond van rechten en kosten sloop en dergelijke voor zover toe te rekenen aan het Kostenverhaalsgebied, wordt geraamd op € 41.614.508 inclusief kostenstijging, zie onderstaande tabel.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301_0137.png"

60.4 Raming van de andere (verhaalbare) kosten

De overige aan het Kostenverhaalsgebied ’BIC Noord - ASML’ toe te rekenen kosten worden geraamd op € 123.456.051 inclusief kostenstijging, zie onderstaande tabel.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301_0138.png"

60.5 Raming van de opbrengsten

In het Kostenverhaalsgebied worden tot de raming van de opbrengsten gerekend:

  • opbrengsten van uitgifte van de gronden in het Kostenverhaalsgebied;
  • opbrengsten van bijdrage en subsidies van derden;
  • opbrengsten die worden verkregen of toegekend in verband met het in exploitatie brengen van gronden die in de naaste toekomst voor bebouwing in aanmerking komen.

In onderstaande tabel wordt aangegeven welke opbrengsten, incl. opbrengstenstijging, worden verkregen uit de uitgifte van gronden in het Kostenverhaalsgebied.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301_0139.png"

60.6 Toets maximaal verhaalbare kosten

De totaalsom van de contante kosten (€ 140.925.161), volgens artikel 60.3 en artikel 60.4 in combinatie met de rente contante waarde uit artikel 60.2, is lager dan de totaalsom van de contante opbrengsten van de uitgifte van gronden (€ 157.257.512), volgens artikel 60.5, waardoor alle contante kosten kunnen worden verhaald.

60.7 Berekening Kostenverhaalsbijdrage per gewogen eenheid

De bruto Kostenverhaalsbijdrage, die bij het verlenen van de aanvraag voor een Bouwactiviteit moet worden berekend, wordt als volgt berekend:

  • 1. Ten eerste worden de uitgiftecategorieën vastgesteld (zie artikel 60.5 van deze Kostenverhaalsregels). Zo nodig wordt daarbinnen een verder onderscheid aangebracht.
  • 2. Vervolgens wordt per onderscheiden categorie een basiseenheid vastgesteld in een hoeveelheid vierkante meters grondoppervlakte, een hoeveelheid vierkante meters vloeroppervlakte of een andere hiermee vergelijkbare maatstaf.
  • 3. Daarna worden, door elke basiseenheid te vermenigvuldigen met een per categorie vastgestelde gewichtsfactor, gewogen eenheden vastgesteld.
  • 4. Vervolgens worden de gewogen eenheden in het Kostenverhaalsgebied bij elkaar opgeteld tot een totaal van gewogen eenheden van het Kostenverhaalsgebied.
  • 5. Ten slotte is het verhaalbare bedrag per gewogen eenheid dan het ten hoogste verhaalbare bedrag, bedoeld in artikel 13.14 lid 2 Omgevingswet, gedeeld door het overeenkomstig het totaal berekende aantal gewogen eenheden.

In onderstaande tabel is de berekening van het verhaalbare bedrag per gewogen eenheid weergegeven per contante waarde datum 1 januari 2025.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301_0140.png"

60.8 Kostenverhaalbijdrage voor een activiteit
60.8.1 >>>

Op basis van de aanvraag voor de Bouwactiviteit kan de bruto Kostenverhaalsbijdrage in het Kostenverhaalsgebied worden berekend. De bruto Kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald door het verhaalbare bedrag per gewogen eenheid te vermenigvuldigen met de uitgiftecategorieën die in de aanvraag voor de Bouwactiviteit zijn opgenomen.

60.8.2 >>>

De bepaalde bruto Kostenverhaalsbijdrage wordt met de navolgende kosten verminderd:

  • a. de inbrengwaarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, en
  • b. de kosten die door de aanvrager zijn gemaakt, voor zover die kosten gelijk zijn aan of lager zijn dan de raming van de kosten in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 13.14, derde lid, onder a. van de Omgevingswet.
60.8.3 >>>

Na aftrek van de bovenstaande inbrengwaarde van de Uitgeefbare gronden en de bovenstaande kosten resteert de netto Kostenverhaalsbijdrage. Deze netto Kostenverhaalsbijdrage is de aanvrager van de Bouwactiviteit aan de gemeente verschuldigd en wordt door burgemeester en wethouders bij beschikking vastgesteld. 

Artikel 61 Financiële bijdrage kostenverhaalsgebiedd 'BIC Noord-ASML

61.1 Raming van de financiële bijdrage

De financiële bijdrage voor het kostenverhaalsgebied BIC Noord - ASML wordt geraamd op € 9.755.537, zie onderstaande tabel.

afbeelding "i_NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301_0141.png"

61.2 Toets maximale financiële bijdragen

60.2 Toets maximale financiële bijdragen

De totaalsom van de contante kosten (€ 140.925.161) volgens artikel 60.6 6 plus de financiële bijdragen (€9.755.537) volgens artikel 61.1 in combinatie met de rente contante waarde uit artikel 60.2, is lager dan de totaalsom van de contante opbrengsten verminderd met de (gerealiseerde) bijdragen en subsidies van derden (€ 157.257.512) volgens artikel 60.6. Op basis van artikel 13.23 derde lid van de Omgevingswet kan het totaal van de financiële bijdragen verhaald worden.

61.3 Besteding financiële bijdragen

Financiële bijdragen die met toepassing van artikel 13.24 van de Omgevingswet is verhaald wordt uitsluitend besteed aan de in het vigerende ‘Programma bovenplanse investeringen’ van de gemeente Eindhoven opgenomen ontwikkelingen.

61.4 Periodieke verantwoording over besteding

De besteding van de met toepassing van artikel 13.24 van de Omgevingswet verhaalde financiële bijdrage wordt jaarlijks verantwoord in de jaarrekening van de gemeente.

61.5 Eindafrekening

De eindafrekening van de financiële bijdrage, als bedoeld in artikel 13.23, vierde lid sub b, van de Omgevingswet en artikel 8.22 van het Omgevingsbesluit, wordt berekend op basis van de gerealiseerde aangewezen bouwactiviteiten, de betaalde financiële bijdrage en het ten tijde van deze eindafrekening vigerende ‘Programma bovenplanse investeringen’ van de gemeente Eindhoven.

Hoofdstuk 9 Overgangsregels

Artikel 62 Overgangsrecht

62.1 Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,

  • a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
  • b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
62.2 Afwijken

Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van artikel 62.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 62.1 met maximaal 10%.

62.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Het bepaalde in artikel 62.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

62.4 Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

62.5 Strijdig gebruik

Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 62.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

62.6 Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in artikel 62.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

62.7 Uitzondering op het overgangsrecht gebruik

Het bepaalde in artikel 62.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.