| Plan: | TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301 |
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie als bedoeld in artikel 1.4.
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het omgevingsplan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur.
De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie ‘TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn ook van toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij artikel 2.2 een aanvullende of afwijkende begripsomschrijving bevat.
In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit TAM-omgevingsplan onderstaande begrippen gehanteerd :
aanbestedingsprotocol
Het document waarin staat aangegeven op welke wijze de opdracht voor de uitvoering van Werken en werkzaamheden wordt gegund.
aandachtsgebied
een aandachtsgebied is het gebied waarbinnen aanwezigen mogelijk kunnen overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen.
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
aardkundige waarden
landschapswaarden die samenhangen met (abiotische) milieukenmerken, zoals geologie, geomorfologie, reliëf, grondwaterhuishouding, (kwelgebieden), bodemopbouw / bodemsamenstelling, afzonderlijk of in onderlinge samenhang.
abiotische waarde
geheel van waarden in verband met het abiotische milieu (=niet levende natuur), in de vorm van specifieke aardkundige verschijnselen zoals steilranden en bodemovergangen.
activiteiten met externe veiligheidsrisico’s
activiteiten genoemd in bijlage VII onder A, B en E van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling dat voldoet aan de meest actuele versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
archeologische verwachting
de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten (resten uit het verleden).
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in het gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden.
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder in ieder geval niet begrepen, detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden).
bedrijfsgebouw
een gebouw ten behoeve van de bedrijfsvoering van het ter plaatse gevestigd bedrijf, gebouwde parkeervoorzieningen hieronder begrepen.
behoud ex situ
behoud van archeologische informatie door middel van een opgraving.
behoud in situ
behoud van archeologische resten op dezelfde plaats door planaanpassing (behoudsmaatregelen).
beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven
bij collegebesluit van 18 juni 2024 vastgesteld toetsingskader voor klimaatrobuuste maatregelen ten aanzien van groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen.
beleidsregeling “Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen
bij collegebesluit van 20 april 2021 vastgestelde nadere regels ter uitwerking van de Actualisatie Nota Parkeernormen (2019).
beleidsregeling "Nota parkeernormen 2024”
bij collegebesluit van 19 maart 2024 vastgestelde parkeernormen voor auto en fiets (gemeenteblad 19 april 2024, nummer 170450).
beperkt kwetsbare gebouwen
Gebouwen zoals opgenomen in bijlage VI onder A van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
beperkt kwetsbare locaties
Locaties zoals opgenomen in bijlage VI onder B van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
besluitgebied
het gebied waarop dit TAM-omgevingsplan van toepassing is en waarvan de begrenzing is vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0772023BICNoordASML-0301
Besluit activiteiten leefomgeving
Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over activiteiten die in de fysieke leefomgeving, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan.
Besluit kwaliteit leefomgeving
Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de uitoefening van taken en bevoegdheden, zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan.
Besluit bouwwerken leefomgeving
Besluit van 3 juli 2018, houdende regels over bouwwerken in de fysieke leefomgeving zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit TAM-omgevingsplan.
bestaand
bestekken
De vastlegging naar plaats, omvang, materiaal en kwaliteit van tot stand te brengen objecten, tevens omvattende de administratieve voorwaarden, de algemene technische bepalingen en de bepalingen met betrekking tot de arbeidsomstandigheden waaraan tijdens de totstandkoming van deze objecten moet worden voldaan, dienende ter verkrijging van prijsopgaven van inschrijvers en ter contractuele vastlegging tussen opdrachtgever en aannemer/leverancier, welke vastlegging gebaseerd is op de systematiek van de RAW.
bevoegd gezag
het college van burgemeester en wethouders, tenzij op grond van of krachtens de Omgevingswet een ander bestuursorgaan als bevoegd gezag is aangewezen.
bouwactiviteit
een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 8.13 Omgevingsbesluit.
bouwgrens
de grens van een bouwvlak.
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel.
bouwrijp maken
In het Kostenverhaalsgebied zijn in het kader van het publiekrechtelijk kostenverhaal de volgende Werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken voorzien:
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
brug
een bouwwerk of constructie als vaste of beweegbare verbinding voor het verkeer over een hindernis zonder de doorgang onder de verbinding te belemmeren.
cultuurhistorische waarde
de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of gebied.
dak
iedere boven beëindiging van een gebouw.
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt.
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen.
doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag:
bij functies of activiteiten waar in het Besluit kwaliteit leefomgeving is opgenomen de tekst: “doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is” wordt het onderstaande gehanteerd. Het gebouw wordt als beperkt kwetsbaar beschouwd als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
1. De populatie is niet groter dan 50 personen; en
2. de populatie is minder dan 40 uur per week aanwezig binnen het te realiseren gebouw inclusief gebruiksruimte.
Om de populatie te bepalen gelden navolgende kengetallen per bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) voor :
• bijeenkomstfunctie: 1 persoon per 30 m² bvo, tenzij het gaat over een functie waarbij groepen verminderd zelfredzame personen aanwezig zijn.
• industriefunctie: 1 persoon per 100 m² bvo.
• logistiekfunctie: 1 persoon per 650 m² bvo.
ecologische verbindings zone (EVZ) “Ekkersrijt”
gronden met de functie Natuur-1 gelegen tussen de gronden met de functie Bedrijf aan de westzijde en de functie Verkeer-Verblijfsgebied aan de oostzijde, zoals opgenomen op de verbeelding.
ecologische waarden en kenmerken
aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, mate van stilte, donkerte, openheid, landschapsstructuur en belevingswaarde.
eindafrekening
afrekening van betaalde kostenverhaalsbijdragen als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet.
erotisch getinte vermaaksfunctie
een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal.
evenementen
een evenement zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van Eindhoven.
extensief recreatief medegebruik
die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen.
financiële bijdrage
de bijdrage die op grond van artikel 13.23 Ow in een omgevingsplan kan worden verhaald voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.
functieregels
regels die conform artikel 4.1 lid 1 en artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet in het Omgevingsplan kunnen worden opgenomen.
gebouwde parkeervoorziening
gebouw ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen van werknemers of bezoekers van het ter plaatste gevestigde bedrijf.
gebruiken
het gebruiken, in gebruik geven of laten gebruiken.
geprojecteerd
functies of activiteiten die zijn toegestaan op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
gevaarlijke stoffen
gevaarlijke stoffen zijn stoffen waarvan het gebruik, het transport of de opslag (overslag e.d.), risico's met zich meebrengt. Het kan gaan om explosiegevaar, brand, giftigheid of radioactiviteit.
horeca
een bedrijf, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.
hotel
een bedrijf hoofdzakelijk gericht op het verstrekken van logies (per nacht) met - al dan niet - als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en dranken voor consumptie ter plaatse.
ILS Instrument Landing System
een navigatiesysteem in de luchtvaart waarmee vliegtuigen een precieze nadering naar de landingsbaan kunnen maken.
kostenverhaalsbeschikking
beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.
Kostenverhaalsbijdrage
de door een aanvrager van een bouwactiviteit aan de gemeente verschuldigde betaling in de kosten op grond van artikel 13.11 Omgevingswet.
kostenverhaalsgebied
het kostenverhaalsgebied ‘BIC Noord - ASML en wegenstructuur’ waarop de functieregels en de kostenverhaalsregels van dit plan van toepassing zijn zoals weergegeven op de verbeelding.
kostenverhaalsopzet
de kostenverhaalsopzet als bedoeld in de toelichting bij de kostenverhaalsregels.
kostenverhaalsregels
de kostenverhaalsregels als bedoeld in artikel 13.14 Ow en artikel 13.15 Omgevingswet.
kunstobject
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of onderdelen van bouwwerken die worden aangemerkt als uitingen van één der beeldende kunsten.
kunstwerk
bouwwerk, geen gebouw zijnde ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.
kwetsbare gebouwen
Gebouwen zoals opgenomen in bijlage VI onder C van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
kwetsbare locaties
Locaties zoals opgenomen in bijlage VI onder D van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
landschappelijke waarden
het geheel van waarden in verband met bijzondere waarneembare landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, archeologische, cultuurhistorische en visueel-ruimtelijke waarden die wordt bepaald door de onderliggende samenhang en beïnvloeding van levende en niet levende (abiotische) natuur.
natuurwaarde
de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang.
nutsvoorzieningen
voorzieningen ten behoeve van algemeen nut in ruime zin zoals: voorzieningen / installaties ten behoeve van gas, water en elektriciteit, signaalverdeling, telecommunicatieverkeer, waterzuivering, waterbeheersing, waterhuishouding, vuil- en afvalverwerking, compostering, wijkverwarming, milieuvoorzieningen e.d.
omgevingsplan
Omgevingsplan gemeente Eindhoven.
omgevingsplanactiviteit bouwwerken
omgevingsplanactiviteit bestaande uit het bouwen van een bouwwerk en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk.
omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken
omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan.
omgevingsregeling
regeling van 11 november 2019, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, met inbegrip van wijzigingen die nadien zijn aangebracht.
openbare ruimte
de gronden in en ten behoeve van het Kostenverhaalsgebied waarop de openbare voorzieningen worden gereconstrueerd of gerealiseerd, waaronder openbare wegen, waterwegen en groenvoorzieningen.
overbouwing
een verbinding tussen een gebouw van het ene bouwvlak met de functie bedrijf naar het andere bouwvlak met de functie bedrijf over de Ekkersrijt, met uitsluitend als doel inpandig verkeer van personen, goederen en gebouwinfrastructuur mogelijk te maken;
parkeervoorziening
een gebouwde of ongebouwde voorziening die geschikt is om één of meer motorvoertuigen te parkeren, voor privé en/of gemeenschappelijk gebruik, zoals parkeerterreinen en gebouwde parkeervoorzieningen.
peil
19.0m + NAP
plankaart
de plankaart van het TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur.
plankosten
Plankosten als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingsregeling.
prostitutiebedrijf
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin tegen vergoeding seksuele handelingen worden verricht.
rijstrook
gemarkeerd gedeelte van de rijweg dat voldoende plaats biedt aan een enkele rij motorvoertuigen op meer dan twee wielen met uitzondering van in- en uitvoegstroken, voorsorteerstroken en fietspaden.
ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan
ruimtelijk besluit of ruimtelijke besluiten, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, die bij wijze van overgangsrecht tijdelijk deel van dit omgevingsplan zijn, totdat deze bij wijzigingsbesluit voor een locatie zijn vervallen.
seksinrichting
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
TAM-Omgevingsplan
het 'TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur' met identificatienummer NL.IMRO.0772.023BICNoordASML-0301 van de gemeente Eindhoven.
touchpoint
Gebouw, gedeelte van gebouw of onbebouwde ruimte waar uitwisseling van kennis en/of ideeën kan plaatsvinden tussen werknemers van op de locatie gevestigde bedrijf of bedrijven en derden e.e.a. in de vorm van voor gezamenlijk gebruik geschikte ruimten en/of diensten dan wel waar aan derden inzicht kan worden gegeven in openbare bedrijfsprocessen die op de locatie plaatsvinden.
uitgeefbare gronden
de gronden waarop één of meer bouwactiviteiten mogelijk zijn met bijbehorend erf.
verbeelding
de verbeelding van het TAM-omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur'
verminderd zelfredzame functies
Functies voor verminderd zelfredzame personen, zoals kinderdagverblijf, gastouderopvang, basisschool, bejaardenhuis, verpleeghuis, ziekenhuis.
verminderd zelfredzame personen
Personen die alleen met individuele begeleiding een onveilige zone kunnen verlaten.
water
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen.
waterhuishoudkundige voorzieningen
voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit (zoals duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.).
werk
een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde.
werken en werkzaamheden
werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in de omschrijving van Bouwrijp maken van het Kostenverhaalsgebied, de aanleg van Nutsvoorzieningen en het Woonrijp maken van het Kostenverhaalsgebied.
woonrijp maken
In en ten behoeve van het Kostenverhaalsgebied zijn de volgende Werken en werkzaamheden voor het (her)inrichten van de Openbare ruimte voorzien:
zeer kwetsbaar gebouw
Gebouw zoals opgenomen in bijlage VI onder E van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 1.8 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in artikel 3.2 tot en met artikel 3.4.
een aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, inclusief ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, liftopbouwen, installatieruimten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
Als in een regel een norm is gegeven die geldt ter plaatse van een locatie, geldt de betreffende norm per afzonderlijke locatie.
Dit hoofdstuk heeft betrekking op het gebruiksdoel en het gebruik van gronden en bouwwerken.
Het uitoefenen van ondergeschikte horeca - niet zijnde een hotel - binnen de functie ‘Bedrijf’ is toegestaan als de uitoefening van ondergeschikte horeca plaatsvindt ten dienste en/of ter ondersteuning van een ter plaatse aanwezig bedrijf.
Het uitoefenen van ondergeschikte dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen is toegestaan als de uitoefening van ondergeschikte dienstverlenende bedrijven en/of dienstverlenende instellingen plaatsvindt ten dienste en/of ter ondersteuning van een van een ter plaatse aanwezig bedrijf.
Het is verboden gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met een in Hoofdstuk 2 aan een locatie gegeven gebruiksdoel en daarop betrekking hebbende regels, of op een wijze die in strijd is met de regels over gebruik, bedoeld in Hoofdstuk 4.
Tot een strijdig gebruik wordt - tenzij in de regels anders is bepaald - in ieder geval begrepen:
Dit artikel is van toepassing op 'Bedrijf'.
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
met de daarbij behorende
d. parkeervoorzieningen;
e. zendmasten voor internet- of hiermee vergelijkbare verbindingen;
f. erven en terreinen;
g. voet- en fietspaden;
h. voorzieningen voor openbaar vervoer, waaronder busbanen en busstations;
i. infrastructurele voorzieningen;
j. groenvoorzieningen;
k.nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken en distribueren van duurzame energie;
l. waterhuishoudkundige voorzieningen (o.a. waterlopen, waterpartijen en waterberging);
m. faunavoorzieningen;
n. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
met inachtneming van het volgende:
o. geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige ruimten zijn niet toegestaan;
p. zeer kwetsbare gebouwen zijn niet toegestaan;
q. risicovolle activiteiten zijn niet toegestaan, behoudens het bepaalde in artikel 7.3 sub h en i.
Dit artikel is van toepassing op 'Groen'.
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
met daarbij behorende:
Dit artikel is van toepassing op 'Natuur - 1'.
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
met daarbij behorende:
Dit artikel is van toepassing op 'Verkeer'.
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
met daarbij behorende:
Ter plaatse van de gronden die zijn aangewezen als 'Verkeer' moeten de maatregelen, zoals vermeld in Bijlage 5 bij de regels, binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van dit TAM-omgevingsplan zijn gerealiseerd en vervolgens in stand worden gehouden.
Dit artikel is van toepassing op 'Verkeer - Verblijfsgebied'.
De gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
met daarbij behorende:
Bij de aanleg van een voet- en/of fietspad wordt aan de zijde waar de functie grenst aan de functie 'Natuur-1' binnen het functievlak een zodanige groenvoorziening aangelegd, dat daarmee een bufferzone wordt gecreëerd die een directe toegang tot de aangrenzende gronden binnen de functie 'Natuur -1' vanuit het voet-/fietspad verhindert.
Dit artikel is van toepassing op 'Leiding - Gas'.
De gronden en bouwwerken mogen behalve voor de andere daar voorkomende functies worden gebruikt voor:
met de daarbij behorende:
Dit artikel is van toepassing op 'Leiding-Leidingstrook'.
De gronden en bouwwerken mogen behalve voor de andere daar voorkomende functies worden gebruikt voor de aanleg, de bescherming, het beheer en de instandhouding van ondergrondse leidingen voor het transport en distributie van data, energie, gassen of vloeistoffen.
Dit artikel is van toepassing op 'Waarde - Archeologie - 4' (hoge archeologische verwachting historische kern).
Dit artikel is van toepassing op 'Waarde – Archeologie - 5' (hoge archeologische verwachting).
Dit artikel is van toepassing op 'Waarde - Archeologie - 7' (lage archeologische verwachting).
Dit artikel is van toepassing op 'Waarde - Ecologische verbindingszone'.
Dit artikel is van toepassing op 'Waarde - Waterstaat waterbergingsgebied'.
Ter plaatse van de gronden die zijn aangewezen als 'Waarde - Waterstaat waterbergingsgebied' moeten de maatregelen worden gerealiseerd en in stand gehouden zoals opgenomen in Bijlage 6 bij variant 2 in de volgorde c.q. fasering die ter goedkeuring aan het Waterschap De Dommel wordt voorgelegd en daarbij door het waterschap te stellen termijn ter realisatie.
Dit artikel is van toepassing op 'Waterstaat - Water'.
Dit hoofdstuk is van toepassing op het gebruik van gronden en bouwwerken.
Dit artikel is van toepassing op 'Overige zone - belemmeringenstrook'.
Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - belemmeringenstrook' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de functie:
Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - belemmeringenstrook' wordt geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken verleend.
Dit artikel is van toepassing op 'Veiligheidszone - aandachtsgebied'.
Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - aandachtsgebied' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de functie: het borgen van de omgevingsveiligheid.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - aandachtsgebied' zijn:
Dit artikel is van toepassing op 'Veiligheidszone - risicogebied'.
Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - risicogebied' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de functie: het borgen van de omgevingsveiligheid.
Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - risicogebied' zijn:
Dit artikel is van toepassing op 'Veiligheidszone - luchtvaart'.
Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de volgende functie: het borgen van de omgevingsveiligheid.
Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart' zijn geen nieuwe objecten toegestaan waar(in) mensen verblijven.
Dit artikel is van toepassing op 'Veiligheidszone - luchtvaart 2'.
Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart 2' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de functie: het borgen van de omgevingsveiligheid.
Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart 2' zijn:
Ter plaatse van de aanduiding 'Veiligheidszone - luchtvaart 2':
Dit artikel is van toepassing op 'Vrijwaringszone - weg'.
Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - weg' hebben de gronden, behalve voor de daar voorkomende functies, tevens de functie: het beschermen van een veilig en doelmatig functioneren van wegen.
Bij het verrichten van een activiteit als bedoeld in artikel 2.11a Ow en 5.78b lid 1 Bkl:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren die betrekking hebben op het bouw- en woonrijp maken van de uitgeefbare gronden, de aanleg van de nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte.
De omgevingsvergunning kan worden verleend en de werken en werkzaamheden op basis van een verleende vergunning mogen worden uitgevoerd onder de volgende voorwaarden:
Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van een omgevingsplanactiviteit bouwwerken.
De in dit artikel opgenomen beoordelingsregels gelden in aanvulling op artikel 22.29 van het omgevingsplan op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken, bedoeld in artikel 22.26 van het omgevingsplan.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken worden gegevens en bescheiden verstrekt over de inrichting van parkeervoorzieningen.
In afwijking van de 'Beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven' wordt een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als vaststaat dat wordt voorzien in een waterberging van tenminste 75 mm per m² verharding binnen bedrijf.
Een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken wordt alleen verleend als vaststaat dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie.
Een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken waarvan deel uitmaken een of meer overbouwingen, wordt alleen verleend als vaststaat, dat de overbouwingen zodanig van verlichting of lichtuitstraling beperkende maatregelen worden voorzien dat deze geen onevenredige aantasting opleveren voor de in de ecologische verbindingszone (EVZ) "Ekkersrijt" voorkomende soorten. Hieraan zal zijn voldaan indien geen sprake is van verlichting aan de buitenzijde van de overbouwing en aan de binnenzijde hiervan intern gerichte verlichting.
Dit hoofdstuk is van toepassing op de omgevingsplanactiviteit bouwwwerken en bevat regels over bouwwerken.
Het is verboden een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in dit hoofdstuk opgenomen ruimtelijke regels over bouwwerken.
Ter plaatse van 'Bedrijf' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van 'Bedrijf' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van 'Bedrijf' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Ter plaatse van 'Groen' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van 'Natuur - 1' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van 'Natuur - 1' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van 'Verkeer' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van 'Verkeer' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van 'Verkeer - Verblijfsgebied' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van 'Verkeer - Verblijfsgebied' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van 'Leiding - Gas' mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Ter plaatse van 'Leiding - Gas' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Ter plaatse van 'Leiding - Leidingstrook' mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Ter plaatse van 'Leiding - Leidingstrook' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten binnen Waarde - Archeologie - 4 (hoge archeologische verwachting, historische kern).
Een omgevingsvergunning, als bedoeld in 37.1, is niet benodigd indien:
Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 39 lid 1 wordt alleen verleend indien met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan.
Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de oprichting van het bouwwerk kan leiden tot een onevenredige verstoring van de archeologische waarden, dan wordt de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 40 lid 1 alleen verleend indien daaraan de volgende regels worden verbonden:
Indien er al elders in dit TAM-omgevingsplan een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, dan gelden de beoordelingsregels in dit artikel aanvullend op de in dit TAM-omgevingsplan gestelde beoordelingsregels voor het bouwen en geldt de vergunningplicht zoals bedoeld in artikel 40 lid 1 niet.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten binnen Waarde - Archeologie 5 (hoge archeologische verwachting).
Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 41 lid 1 is niet benodigd indien:
Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 41 lid 1, wordt alleen verleend indien met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan.
Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de oprichting van het bouwwerk kan leiden tot een onevenredige verstoring van de archeologische waarden, dan wordt de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 41 lid 1, alleen verleend indien daaraan de volgende regels worden verbonden:
Indien er al elders in dit TAM-omgevingsplan een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, dan gelden de beoordelingsregels in dit artikel aanvullend op de in dit TAM-omgevingsplan gestelde beoordelingsregels voor het bouwen en geldt de vergunningplicht zoals bedoeld in artikel 41 lid 1 niet.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten binnen Waarde - Archeologie – 7 (lage archeologische verwachting).
Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 42 lid 1, is niet benodigd indien:
Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 42 lid 1, wordt alleen verleend indien met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat met de oprichting van het bouwwerk dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan.
Indien uit archeologisch onderzoek blijkt dat de oprichting van het bouwwerk kan leiden tot een onevenredige verstoring van de archeologische waarden, dan wordt de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 42 lid 1, alleen verleend indien daaraan de volgende regels worden verbonden:
Indien er al elders in dit TAM-omgevingsplan een verbod is opgenomen om zonder omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, dan gelden de beoordelingsregels in dit artikel aanvullend op de in dit TAM-omgevingsplan gestelde beoordelingsregels voor het bouwen en geldt de vergunningplicht zoals bedoeld in artikel 42 lid 1 niet.
Ter plaatse van 'Waarde – Ecologische verbindingszone' mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Ter plaatse van 'Waarde – Ecologische verbindingszone' mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de functie verkeer worden gebouwd, zoals een brug, indien de landschappelijke en ecologische waarden van de ecologische verbindingszone niet onevenredig worden aangetast.
Ter plaatse van 'Waarde – Waterstaat waterbergingsgebied' mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Ter plaatse van 'Waarde – Waterstaat waterbergingsgebied' mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de waterberging worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2 m1.
Het bevoegd gezag kan, in afwijking van artikel 44.1 en 44.2 een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken verlenen voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en) mits het waterbergend vermogen van de gronden niet wordt aangetast.
Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 44.2 wint het bevoegd gezag advies in bij het waterschap.
Ter plaatse van 'Waterstaat-Water' mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Ter plaatse van 'Waterstaat - Water' wordt een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken alleen verleend als wordt voldaan aan de volgende regels:
Dit hoofdstuk is van toepassing op het verrichten van een omgevingsplanactiviteit voor een aanlegactiviteit.
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Natuur –1’, voor zover die bestaat uit:
Ter plaatse van ‘Natuur – 1’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 47.1.
Het verbod zoals bedoeld in artikel 47.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
De in artikel 47.2 genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria:
De in artikel 47.2 genoemde omgevingsvergunning voor de aanleg van openbare verlichting wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria:
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Verkeer - verblijfsgebied, voor zover die aanlegactiviteit bestaat uit het uitvoeren van graafwerkzaamheden voor de aanleg van openbare verlichting.
Ter plaatse van ‘Verkeer - verblijfsgebied’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 48.1.
De in artikel 48.2 genoemde omgevingsvergunning voor de aanleg van openbare verlichting wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria:
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Leiding-Gas’, voor zover die bestaat uit:
Ter plaatse van ‘Leiding-Gas’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 49.1.
Het verbod zoals bedoeld in artikel 49.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
De in artikel 49.2 genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder en uit het advies blijkt dat de veiligheid van de leiding is geborgd.
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Leiding-Leidingstrook’, voor zover die bestaat uit:
Ter plaatse van ‘Leiding-Leidingstrook’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 50 lid 1.
Het verbod zoals bedoeld in artikel is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
De in artikel 50.2 genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend als voldaan wordt aan de criteria:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien vooraf advies wordt ingewonnen van de leidingbeheerder en er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leidingen.
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 4’ (hoge archeologische verwachting, historische kern), voor zover die bestaat uit:
Ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 4’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 51.1.
Het verbod zoals bedoeld in artikel 51.2 is niet van toepassing bij:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wordt in ieder geval een archeologisch onderzoeksrapport verstrekt, waaruit naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het plangebied in voldoende mate blijkt.
Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviseur archeologie.
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 5’ (hoge archeologische verwachting), voor zover die bestaat uit:
Ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 5’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 52.1.
Het verbod zoals bedoeld in artikel 52.2 is niet van toepassing bij:
Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviseur archeologie.
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 7’ (lage archeologische verwachting), voor zover die bestaat uit :
Ter plaatse van ‘Waarde – Archeologie – 7’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 53.1.
Het verbod zoals bedoeld in artikel 53.2 is niet van toepassing bij:
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wordt in ieder geval een archeologisch onderzoeksrapport verstrekt, waaruit naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het plangebied in voldoende mate blijkt.
Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een aanlegactiviteit archeologie wint het bevoegd gezag advies in bij de gemeentelijke adviseur archeologie.
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van 'Waarde – Ecologische verbindingszone', voor zover die bestaat uit:
Ter plaatse van ter plaatse van 'Waarde – Ecologische verbindingszone' is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 54.1.
Het verbod zoals bedoeld in artikel 54.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De in artikel 54.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als voldaan wordt aan de criteria:
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van 'Waarde – Waterstaat - waterbergingsgebied', voor zover die bestaat uit:
Ter plaatse van ter plaatse van 'Waarde – Waterstaat - waterbergingsgebied' is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 55.1.
Het verbod zoals bedoeld in artikel 55.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De in artikel 55.2 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het waterbergend vermogen van de gronden.
Voordat wordt besloten over een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 55.2 wint het bevoegd gezag advies in bij het waterschap.
Dit artikel is van toepassing op een aanlegactiviteit ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone – belemmeringenstrook’, voor zover die bestaat uit:
Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - belemmeringenstrook’ is het verboden zonder omgevingsvergunning een aanlegactiviteit te verrichten als bedoeld in artikel 56.1.
Het verbod zoals bedoeld in artikel 56.2 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 56.2 wordt verleend, indien door de werken en/of werkzaamheden geen veiligheidsrisico’s ontstaan en de aanwezige leiding(en) niet worden aangetast.
Alvorens het bevoegd gezag beslist op een daartoe strekkende omgevingsvergunning wordt advies ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het bevoegd gezag kan, in afwijking van de maximale maten uit dit TAM-omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken ook verlenen indien worden overschreden:
Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in dit TAM-omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken ook bij het bouwen buiten bouwvlak verlenen indien:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 58.1 en artikel 58.2 kan slechts worden verleend, indien:
Voor het verdelen van de kosten worden de in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen categorieën bouwactiviteiten per kostenverhaalsgebied onderverdeeld in uitgiftecategorieën.
Per uitgiftecategorie wordt:
De opbrengsten van de grond per basiseenheid, bedoeld in het tweede lid, onder b, worden geraamd:
Onder het totaal van de te verhalen kosten wordt verstaan:
Bij de raming van de kosten per kostenverhaalsgebied wordt in dit omgevingsplan voor de plankosten uitgegaan van het bedrag aan plankosten dat kan worden verhaald op grond van artikel 13.2 van de Omgevingsregeling. In de basis zal hiervoor gebruik worden gemaakt van de rekenmodellen die horen bij de Omgevingsregeling. Wanneer bij een specifiek kostenverhaalsgebied aanleiding is om hiervan af te wijken zal dit bij dat kostenverhaalsgebied aangeduid worden.
Bij de aanvraag van een kostenverhaalsbeschikking moeten de volgende gegevens en bescheiden aan de gemeente worden verstrekt:
Degene die in het omgevingsplan op de als openbaar gebied aangewezen locaties werken, werkzaamheden en maatregelen verricht, kan verzoeken om een vergoeding voor die kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen. Deze kosten mogen niet reeds in mindering zijn gebracht op de kostenverhaalsbijdrage in de kostenverhaalsbeschikking.
Bij de aanvraag van een vergoeding voor de op de als openbaar gebied aangewezen locaties uitgevoerde werken, werkzaamheden en maatregelen moeten de volgende gegevens en bescheiden aan de gemeente worden verstrekt :
De vergoeding die wordt aangevraagd op grond van artikel 50.4 wordt geweigerd als:
Binnen drie maanden na het uitvoeren van de in een kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal in het kostenverhaalsgebied vast.
Bij de eindafrekening wordt de geldsom die op het moment van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking zou zijn verschuldigd, herberekend overeenkomstig de rekenmethodiek die is opgenomen in artikel 59.1, met dien verstande dat:
Indien een aanvrager van een kostenverhaalsbeschikking op basis van artikel 13.20, tweede lid, van de Omgevingswet recht heeft op terugbetaling, wordt rente vergoed vanaf de datum van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking.
Op eindafrekeningen op verzoek, als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet, wordt jaarlijks op 1 juli door burgemeester en wethouders beslist, als de verzoeken ten minste 6 weken voor die datum zijn ontvangen.
Bij een verzoek om eindafrekening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Een eindafrekening op verzoek wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 59.6.
Tenzij voor een Kostenverhaalsgebied anders is bepaald, wordt bij de raming van de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een Kostenverhaalsbeschikking, een Eindafrekening op verzoek of een Eindafrekening:
Tenzij voor een Kostenverhaalsgebied anders is bepaald, worden bij de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een Kostenverhaalsbeschikking, een Eindafrekening op verzoek of een Eindafrekening de volgende renteparameters toegepast:
Als bij een Eindafrekening terugbetaling plaatsvindt, wordt het terug te betalen bedrag verhoogd met een samengestelde rente met toepassing van renteparameter 2,5% per jaar.
De onder 2.9.1 en 2.9.2 genoemde parameters worden indien nodig geacht herzien in de ‘Meerjaren Prognose Grondbedrijf’ (MPG) van de gemeente Eindhoven. De eindafrekening wordt vastgesteld aan de hand van de dan vigerende en vastgestelde parameters van de gemeente Eindhoven.
Het Kostenverhaalsgebied ‘BIC Noord - ASML’ kent een tijdvak van 8 jaar met ingang van inwerkingtreding van dit artikel.
Op basis van de geraamde fasering worden alle kosten en opbrengsten, met inachtneming van indexeringen, naar het einde van het tijdvak gerekend (de eindwaarde) en vervolgens naar het begin van het tijdvak (de contante waarde). In onderstaande tabel zijn de parameters voor rente en indexering van de totale kosten en totale opbrengsten opgenomen.
De totale inbrengwaarde, gevormd door de waarde van de gronden en opstallen, kosten voor vrijmaken van de grond van rechten en kosten sloop en dergelijke voor zover toe te rekenen aan het Kostenverhaalsgebied, wordt geraamd op € 41.614.508 inclusief kostenstijging, zie onderstaande tabel.
De overige aan het Kostenverhaalsgebied ’BIC Noord - ASML’ toe te rekenen kosten worden geraamd op € 123.456.051 inclusief kostenstijging, zie onderstaande tabel.
In het Kostenverhaalsgebied worden tot de raming van de opbrengsten gerekend:
In onderstaande tabel wordt aangegeven welke opbrengsten, incl. opbrengstenstijging, worden verkregen uit de uitgifte van gronden in het Kostenverhaalsgebied.
De totaalsom van de contante kosten (€ 140.925.161), volgens artikel 60.3 en artikel 60.4 in combinatie met de rente contante waarde uit artikel 60.2, is lager dan de totaalsom van de contante opbrengsten van de uitgifte van gronden (€ 157.257.512), volgens artikel 60.5, waardoor alle contante kosten kunnen worden verhaald.
De bruto Kostenverhaalsbijdrage, die bij het verlenen van de aanvraag voor een Bouwactiviteit moet worden berekend, wordt als volgt berekend:
In onderstaande tabel is de berekening van het verhaalbare bedrag per gewogen eenheid weergegeven per contante waarde datum 1 januari 2025.
Op basis van de aanvraag voor de Bouwactiviteit kan de bruto Kostenverhaalsbijdrage in het Kostenverhaalsgebied worden berekend. De bruto Kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald door het verhaalbare bedrag per gewogen eenheid te vermenigvuldigen met de uitgiftecategorieën die in de aanvraag voor de Bouwactiviteit zijn opgenomen.
De bepaalde bruto Kostenverhaalsbijdrage wordt met de navolgende kosten verminderd:
Na aftrek van de bovenstaande inbrengwaarde van de Uitgeefbare gronden en de bovenstaande kosten resteert de netto Kostenverhaalsbijdrage. Deze netto Kostenverhaalsbijdrage is de aanvrager van de Bouwactiviteit aan de gemeente verschuldigd en wordt door burgemeester en wethouders bij beschikking vastgesteld.
De financiële bijdrage voor het kostenverhaalsgebied BIC Noord - ASML wordt geraamd op € 9.755.537, zie onderstaande tabel.
60.2 Toets maximale financiële bijdragen
De totaalsom van de contante kosten (€ 140.925.161) volgens artikel 60.6 6 plus de financiële bijdragen (€9.755.537) volgens artikel 61.1 in combinatie met de rente contante waarde uit artikel 60.2, is lager dan de totaalsom van de contante opbrengsten verminderd met de (gerealiseerde) bijdragen en subsidies van derden (€ 157.257.512) volgens artikel 60.6. Op basis van artikel 13.23 derde lid van de Omgevingswet kan het totaal van de financiële bijdragen verhaald worden.
Financiële bijdragen die met toepassing van artikel 13.24 van de Omgevingswet is verhaald wordt uitsluitend besteed aan de in het vigerende ‘Programma bovenplanse investeringen’ van de gemeente Eindhoven opgenomen ontwikkelingen.
De besteding van de met toepassing van artikel 13.24 van de Omgevingswet verhaalde financiële bijdrage wordt jaarlijks verantwoord in de jaarrekening van de gemeente.
De eindafrekening van de financiële bijdrage, als bedoeld in artikel 13.23, vierde lid sub b, van de Omgevingswet en artikel 8.22 van het Omgevingsbesluit, wordt berekend op basis van de gerealiseerde aangewezen bouwactiviteiten, de betaalde financiële bijdrage en het ten tijde van deze eindafrekening vigerende ‘Programma bovenplanse investeringen’ van de gemeente Eindhoven.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van artikel 62.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 62.1 met maximaal 10%.
Het bepaalde in artikel 62.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
Het is verboden het met dit TAM-omgevingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 62.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit TAM-omgevingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
Indien het gebruik, bedoeld in artikel 62.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Het bepaalde in artikel 62.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.