direct naar inhoud van Artikel 4 Agrarisch - Kwekerij
Plan: Butengebiet Dantumadiel
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1891.bpBUbuitengeb-0401

Artikel 4 Agrarisch - Kwekerij

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ' Agrarisch - Kwekerij ' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een kwekerij, met dien verstande dat:

  • a. per bestemmingsvlak niet meer dan 1 kwekerij is toegestaan;
  • b. de gronden mede zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke waarden zoals deze zijn bestemd in de aangrenzende bestemming ' Agrarisch - Terpenlandschap ', ' Agrarisch - Veenlandschap ' of ' Agrarisch - Woudenlandschap ';
  • c. de gronden mede zijn bestemd voor landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting;
  • d. de gronden mede zijn bestemd voor de waterhuishouding;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'houtsingel' de gronden uitsluitend zijn bestemd voor een houtsingel;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein' de gronden mede zijn bestemd voor een kleinschalig kampeerterrein;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'hovenier' de gronden mede zijn bestemd voor hoveniersactiviteiten;
  • h. in het bestemmingsvlak gelegen aan de Haadwei 54 te Broeksterwâld tevens een showtuin, een theetuin en ondergeschikte detailhandel in eigen en aanverwante producten zijn toegestaan;

met daarbij behorende:

  • gebouwen;
  • bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden;

met dien verstande dat het aantal bedrijfswoningen per bestemmingsvlak niet meer mag bedragen dan het bestaande aantal bedrijfswoningen.

4.2 Bouwregels

Op de voor ' Agrarisch - Kwekerij ' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de in de tabel genoemde verplichte situering, maximale oppervlakte, maximale goothoogte, maximale bouwhoogte en minimale dakhelling:

bouwwerk   verplichte situering   maximale oppervlakte   max. goot- hoogte   max. bouw- hoogte   min.
dak-
helling  
gebouwen   1. binnen het bouwvlak;
2. met inachtneming van het beginsel van bebouwings- concentratie;
3. met inachtneming van een minimale afstand van:
- 30 m tot de beheersgrens van de N356, N361 en N910;
- 10 m tot de as van overige wegen;
- 10 m tot de grens van gronden met de dubbelbestemming ' Waarde - Reliëf ' of ' Waarde - Terp '  
75% van het bouwvlak        
bedrijfsgebouwen met uitzondering van de bedrijfswoning   achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning     5 m   8 m   15º  
bedrijfswoning   op de locatie van de huidige bedrijfswoning   de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning en de bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 300 m2   3,5 m   9 m   30º  
bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning   achter de voorgevellijn van de bedrijfswoning   de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning en de bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 300 m2   3,5 m   9 m   30º  
erfafscheidingen   binnen het bouwvlak       3 m    
erfafscheidingen   buiten het bouwvlak       1,5 m    
overige bouwwerken, geen gebouw zijnde   binnen het bouwvlak       10 m    
overige bouwwerken, geen gebouw zijnde   buiten het bouwvlak       8 m    

4.3 Nadere eisen

Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van:

  • a. het bebouwingsbeeld;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden, waaronder begrepen de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving.
4.4 Afwijken van de bouwregels
4.4.1 Afwijken

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in:

  • a. 4.2 ten behoeve van het bouwen van een bedrijfswoning met een hogere goothoogte, mits de goothoogte niet meer bedraagt dan 5,5 m;
  • b. 4.2 ten behoeve van het bouwen van een bedrijfswoning met een hogere bouwhoogte, mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 11 m;
  • c. 4.2 ten behoeve van het herbouwen van de bedrijfswoning op een andere locatie in het bestemmingsvlak, indien en voor zover de bebouwing landschappelijk goed wordt ingepast, hetgeen moet blijken uit een door aanvrager ingediend erfinrichtingsplan, dat in overeenstemming is met Bijlage 4 Richtlijnen voor nieuwe ontwikkelingen;
  • d. 4.2 ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen en bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning vóór de voorgevellijn van de bedrijfswoning;
  • e. 4.2 ten behoeve van het bouwen van een bijbehorend bouwwerk bij een bedrijfswoning met een hogere goothoogte respectievelijk bouwhoogte, mits de goothoogte niet meer bedraagt dan 5 m en de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 11 m.
4.4.2 Afwegingskader

Een in 4.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. het bebouwingsbeeld;
  • b. de milieusituatie;
  • c. de verkeersveiligheid;
  • d. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden, waaronder begrepen de waarde van nabijgelegen natuurgebieden en de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving .
4.5 Specifieke gebruiksregels
4.5.1 Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend:

  • a. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen anders dan toegestaan als kleinschalig kampeerterrein;
  • b. het gebruik van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale agrarische bedrijfsvoering;
  • c. het gebruik van assimilatiebelichting, met dien verstande dat kassen (gevels en dak) aan de binnenzijde volledig moeten zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling als gevolg van het gebruik van assimilatiebelichting.
4.5.2 Toegestaan gebruik

Tot een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt niet gerekend ondergeschikte detailhandel in eigen gekweekte producten.

4.6 Wijzigingsbevoegdheid
4.6.1 Wijziging

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en:

4.6.2 Afwegingskader

Een in 4.6.1 genoemde wijziging kan slechts worden vastgesteld, indien en voor zover geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. de milieusituatie;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen gronden, waaronder begrepen de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving;
  • d. de waarden en functies die het plan beoogt te beschermen.