| Plan: | Franeker - Tuinen en Vliet |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1949.BPFraTuinenVliet-VAS1 |
De voormalige scheepswerf Draaisma aan de Vliet in Franeker (met bijbehorende jachthaven) is gekocht door een projectontwikkelaar met als doel om het gebied te ontwikkelen voor woningbouw. Het voornemen is om de bestaande bebouwing te slopen en om vervolgens 46 woningen toe te voegen. Het gaat hierbij om grondgebonden en niet grondgebonden woningen. De historische smidse is geen onderdeel van deze ontwikkeling. Het voorgenomen nieuwbouwproject is op basis van de huidige bestemming niet toegestaan. Hiervoor dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. In dit bestemmingsplan wordt de beoogde woningbouw planologisch geregeld, waarbij de planologische mogelijkheden van de voormalige scheepswerf volledig worden ontnomen. Voor de historische smidse houdt dit in dat deze locatie alleen nog voor lichte bedrijvigheid gebruikt kan worden. Omdat de voormalige scheepswerf een geluidzoneringsplichtige inrichting betreft, is op dit moment nog een geluidzone rondom de inrichting actief en planologisch geregeld. Dit bestemmingsplan heeft tevens tot doel om de planologische mogelijkheden van deze geluidzone te schrappen. Daartoe wordt het geldende bestemmingsplan op dit punt partieel herzien.
Het plangebied is gelegen langs het Van Harinxmakanaal ten zuiden van de historische binnenstad van Franeker. Het plangebied voor de woningbouwlocatie ligt op een eiland.
Figuur 1.1 Globale ligging van het plangebied (bron pdok.nl)
De geluidzone ligt op het gebied ten westen en zuiden van de woningbouwlocatie en op enkele locaties ten noorden van het plangebied.
Het gehele plangebied ligt in het geldende bestemmingsplan 'Franeker Zuid', zoals te zien is op figuur 1.2. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 17 mei 2018. Het plangebieddeel van de woningbouwlocatie heeft in het huidige bestemmingsplan de bestemming 'Bedrijventerrein'. Dit geldt ook voor de jachthaven. In het plangebied gelden verschillende functieaanduidingen, zijnde 'bedrijf tot en met categorie 2', 'specifieke vorm van bedrijf - scheepsbouw- en reparatiebedrijf en scheepsstalling'. Ook zijn er bouwvlakken opgenomen met voor de bebouwing in die bouwvlakken bepaalde goot- en bouwhoogtes. De gebiedsaanduiding 'geluidszone - Industrie' is van toepassing op het gebied ten westen en zuiden van de woningbouwlocatie en op enkele gebiedsdelen ten noorden van het plangebied. Op figuur 1.2 is het beloop van de geluidzone met een arcering aangegeven.
Figuur 1.2 Ligging van het plangebied met de geldende bestemmingsplannen (bron pdok.nl)
Dit bestemmingsplan valt onder het bereik van de Crisis- en herstelwet. Deze wet beoogt een versnelde ontwikkeling en realisering van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Het gaat er hierbij met name om dat de procedure van een plan sneller kan worden afgerond, waarmee in dit geval ook vlotter met de realisatie van de woningen kan worden gestart.
Hiertoe bevat de Crisis- en herstelwet twee hoofdstukken met bijzondere wettelijke voorzieningen van tijdelijke aard en een hoofdstuk met wijzigingen van een groot aantal wetten, waaronder de Wet ruimtelijke ordening. Deze wijzigingen hebben een blijvend karakter. Het toepassen van deze wet heeft als grootste voordeel een snelle afhandeling bij beroep. Bij beroep moet de Raad van State de zaak binnen zes maanden na indiening van het beroepschrift afhandelen.
Er is ook geen mogelijkheid voor belanghebbenden om een pro-forma beroep in te dienen en om beroepsgronden aan te voeren na het einde van de beroepstermijn. Een ander voordeel is dat een nieuw besluit na vernietiging (of na een tussenuitspraak) gebaseerd kan worden op de feiten waarop het oude besluit berustte, behalve wanneer die feiten reden waren voor de vernietiging. Bij de Crisis- en herstelwet geldt onder andere de verplichting dat bij het besluit en de bekendmaking of mededeling van het besluit wordt vermeld dat de procedurele versnellingen van de Crisis- en herstelwet van toepassing zijn. De gemeente Waadhoeke zal dit bij de vaststelling van het bestemmingsplan expliciet vermelden.
Dit bestemmingsplan bestaat uit 6 hoofdstukken. Na een inleidend hoofdstuk 1 wordt in hoofdstuk 2 zowel de huidige als de toekomstige situatie beschreven. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe er wordt omgegaan met de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing. In hoofdstuk 3 wordt het algemeen geldende Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid samengevat. Alleen het beleid wat van toepassing is op het voorliggende initiatief wordt in dit hoofdstuk benoemd. Specifiek beleid (Rijk, provincie en gemeente) voor omgevingsaspecten wordt in hoofdstuk 4 besproken. De uit het beleid voortkomende motiveringen en/of onderzoeken worden ook in hoofdstuk 4 samengevat en voorzien van een conclusie. In hoofdstuk 5 worden de bestemmingen juridisch toegelicht. Ten slotte wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op zowel de maatschappelijke als economische uitvoerbaarheid.
Het plangebied voor de woningbouwlocatie bevindt zich ten zuiden van het stadscentrum van Franeker op een eiland dat alleen voor autoverkeer vanaf de Zuiderkade is te bereiken. Het eiland bestaat uit de straten het Vliet en de Tuinen. Het Vliet is gelegen aan de westzijde van het eiland bij de gracht waar de straat zijn naam aan dankt. De Tuinen bestaat uit een noordelijk deel aan weerszijden van de ontsluiting van en naar de Zuiderkade en een centraal deel dat vanaf deze ontsluiting naar de zuidkant van het eiland gaat. Alle straten zijn doodlopend en maken deel uit van een 30 km/uur-gebied. Met uitzondering van het deel van de Tuinen dat vanaf de brug bij de Zuiderkade naar het plangebied toe loopt, geldt voor alle straten dat parkeren alleen voor vergunninghouders is toegestaan. Het noordelijke deel van de Tuinen en het Vliet maken evenals het stadscentrum van Franeker deel uit van het beschermd stadsgezicht van Franeker. Aan het begin van het Vliet is een fiets- en voetgangersbrug aanwezig die van en naar de Harlingerweg leidt. In dat opzicht kan het eiland worden beschouwd als een overloopgebied vanuit het centrum.
Het plangebied bevindt zich aan het deel van de zuidelijke deel van de Tuinen en ligt tussen dit deel van deze straat en het Vliet in. Al sinds 1762 is in dit gebied een scheepswerf aanwezig. Vanwege een veranderende markt en milieuwetgeving is begin 21ste eeuw de scheepswerf verhuisd naar een nieuwe locatie op industrieterrein West in Franeker. Nadien heeft in het bedrijfsbebouwing meer kleinschalige bedrijvigheid plaatsgevonden en zijn de gebouwen gebruikt als stalling. Het zuidoostelijk deel van het plangebied is ingevuld met de historische smidse aan het Vliet 145, het oudste deel van de scheepswerf. Het overige deel van de scheepswerf bevindt zich op het adres Tuinen 45.
Buiten en nabij het plangebied zijn bedrijven aanwezig zoals een autoschadeherstelbedrijf aan de Tuinen 47, een bedrijfsverzamelgebouw aan de Tuinen 33 en een andere scheepswerf (aan de Tuinen 32) waar men onderhoud pleegt aan boten, boten verkoopt en boten stalt. Ook deze scheepswerf zal op korte termijn verdwijnen. Het autoschadeherstelbedrijf beschikt ook over een bedrijfswoning die zich aan de noordzijde van het bedrijf bevindt aan de Tuinen 48. De woning tussen het plangebied en het autoschadeherstelbedrijf aan de Tuinen 46 is weliswaar ook bestemd als bedrijfswoning, maar wordt als reguliere woning voor derden gebruikt. Ook wordt ten zuiden van het plangebied (woon-werkkavels aan de Tuinen 34 - 44) en ten westen van het plangebied aan de Vliet gewoond. De loods aan de Tuinen 40 behoort tot het autoschadebedrijf en wordt gebruikt voor stalling. Hier zijn en worden geen werkzaamheden ten behoeve van het autoschadeherstelbedrijf mogelijk en toegestaan. De woningen aan de Vliet grenzen met hun achtertuinen aan het plangebied. Het beloop van de geluidzone bevindt zich deels over deze woonpercelen heen en over het water aan de west- en zuidzijde van de - nu nog - scheepswerflocatie.
Figuur 2.2 Ligging van het plangebied op luchtfoto (bron pdok.nl)
Het plangebied voor de woningbouwlocatie kent een verhard en stenig karakter zonder veel groen. Wel is langs de Tuinen een groenstrook aanwezig waar aan de weg ook mogelijkheden voor langsparkeren zijn.
De geluidzone ligt ten westen en zuiden van de scheepswerf over de bestaande woonpercelen en het water, ten noorden van het plangebied ligt deze op enkele onbebouwde gronden. In figuur 2.2 is het beloop van de geluidzone met een arcering aangegeven.
In opdracht van de ontwikkelaars heeft LAOS en LYVR architecten een stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan opgesteld. Dit stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage 1. In totaal worden er 46 nieuwe woningen gerealiseerd. Daarvan zullen er 21 appartementen zijn, en 25 grondgebonden woningen. Het uiterlijk van de woningen zal aansluiten bij de identiteit van de scheepswerf. Bestaande waardevolle elementen zoals de kadevorm en de historische bebouwing worden behouden. Vanaf de kade kunnen in de nieuwe situatie geen boten meer ter water worden gelaten. Tussen de ontsluitingsweg aan de westzijde van het plangebied en de hier geplande woningen wordt een afscheidingsmuur gerealiseerd van 2,6 meter hoog. Deze afscheidingsmuur heeft een decoratieve functie en dient tevens als terreinafscheiding.
Ingezet wordt op een woonbeleving waarbij wonen aan het water centraal staat. De diversiteit in woontypologieën past bij het oorspronkelijk werfgebied, maar sluit wel aan bij de hedendaagse woonwensen. Door het zo veel mogelijk hergebruiken van de bestaande materialen wordt ook ingespeeld op de sfeer van een werfgebied. Het is de bedoeling dat het verkeersnetwerk in het plangebied fijnmazig en langzaam wordt, dit valt samen met de groene verblijfsplekken en het duurzaam inrichten van de openbare ruimte waarin rekening gehouden wordt met klimaatadaptatie en biodiversiteit.
Figuur 2.3 Stedenbouwkundig plan (bron Laos landschapsarchitecten)
Figuur 2.4 Vogelvluchtperspectief (bron Laos landschapsarchitecten)
Ter plaatse van de historische smidse regelt dit bestemmingsplan dat de gronden niet meer gebruikt kunnen worden ten behoeve van de scheepswerf. Hier blijft alleen de onderliggende regeling voor bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 over met behoud van de bestaande bouwmogelijkheden. Aangaande de geluidzone voor industrielawaai, regelt dit bestemmingsplan het verwijderen van de gebiedsaanduiding hiervan met behoud van de onderliggende regelingen. Het bestemmingsplan vormt hiermee een partiële herziening van het geldende bestemmingsplan Franeker Zuid. Paragraaf 4.3 en 4.2 gaan hier gedetailleerder op in.
De nota parkeernormen van de gemeente Waadhoeke hanteert per functie en per gebied verschillende parkeernormen. Het plangebied ligt nu nog in de 'Schil binnenstad Franeker' van Franeker. Deze indeling is gebaseerd op het huidige gebruik van het plangebied en de omgeving voor bedrijfsdoeleinden. Met dit bestemmingsplan wordt de eerste transformatie van het bedrijventerrein naar een woongebied mogelijk gemaakt. Het beleid van de gemeente is er echter op gericht om in de toekomst het gehele bedrijventerrein aan de Tuinen te transformeren naar een woongebied. Dit woongebied sluit dan aan bij het centrum van Franeker. De enige toegangsweg voor gemotoriseerd verkeer loopt ook via de binnenstad van Franeker. Om deze reden kiest de gemeente ervoor om voor de parkeernormen ook aan de sluiten bij de normen die gelden voor 'Binnenstad Franeker'. Hiermee wordt wat betreft de parkeernormen alvast vooruitgelopen op de transformatie van het gebied.
Voor zowel appartementen als voor grondgebonden woningen in het plangebied geldt dan een parkeernorm van 1,3 parkeerplaats per woning. Deze norm is gebaseerd op 1 parkeerplaats per woning voor de bewoners en daarnaast 0,3 parkeerplaats per woning voor de bezoekers. Voor de 46 woningen in het plangebied zijn op basis van deze parkeernorm 60 parkeerplaatsen nodig. Zoals in bijlage 1 is aangegeven, worden in het plangebied 64 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de parkeernorm en de parkeervraag wordt in het plangebied zelf opgelost. De parkeerplaatsen zijn als volgt over het plangebied verdeeld:
Figuur 2.5 Indeling parkeerplaatsen in plangebied (bron Laos landschapsarchitecten)
Daarnaast zal dit deel van de Tuinen, overeenkomstig de binnenstad van Franeker, in de toekomst ook voor vergunningparkeren worden aangewezen en zijn er ter plaatse van de historische smidse ook nog mogelijkheden voor parkeren.
Ten aanzien van parkeren zijn er voor het bestemmingsplan geen belemmeringen. De gehanteerde parkeernormen zijn opgenomen in de juridische regeling van het bestemmingsplan, zie hiervoor ook paragraaf 3.3.5 en artikel 15.1.
Het plangebied wordt zowel via de Vliet als via de Tuinen ontsloten. Door het plangebied loopt een doorgaande weg zodat verkeer zowel via een Vliet als via de Tuinen het plangebied kunnen verlaten. De Vliet en de Tuinen komen bij elkaar bij de brug die het plangebied ontsluit met de rest van Franeker. Voor langzaam verkeer is er ook een mogelijkheid om via een voetgangersbrug aan de Vliet het plangebied te verlaten.
De verkeerstoename van de beoogde ontwikkeling is berekend op basis van de kencijfers uit CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Voor het bepalen van de te hanteren kencijfers wordt op basis van CBS-data voor de gemeente Waadhoeke een stedelijkheidsgraad van 'niet stedelijk' aangehouden. Het gebiedstype is gedefinieerd als 'schil centrum' in de huidige situatie en 'centrum' in de toekomstige situatie. Tenslotte wordt op basis van de omgevingsadressendichtheid en het gemiddelde autobezit in de gemeente Waadhoeke conform het CBS per kencijfer het minimum van de bandbreedte aangehouden. In de bestaande situatie is binnen het projectgebied een verzameling van scheepswerven aanwezig met een totale bruto vloeroppervlakte van circa 1.850 m². Als onderdeel van de beoogde ontwikkeling komt de bestaande invulling van het plangebied te vervallen om plaats te maken voor de realisatie van 21 appartementen en 25 grondgebonden woningen. Op basis van het stedenbouwkundig plan wordt voor de grondgebonden woningen aangesloten bij de functie 'koop, huis, tussen/hoek'. Voor de appartementen wordt voor het hanteren van een worst-case benadering aangesloten bij het type appartement met de hoogste verkeersgeneratie, zijnde 'koop, appartement, duur'. Op basis van de CROW-kencijfers is de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde weekdag berekend. Echter is voor het beoordelen van de verkeersafwikkeling de verkeersgeneratie gedurende een gemiddelde werkdag maatgevend. Voor het omrekenen van weekdag naar werkdag wordt op basis van CROW-381 voor woonfuncties een omrekenfactor van 1,11 toegepast en 1,33 voor werkfuncties. In de volgende tabel is de verkeersgeneratie van de beoogde ontwikkeling berekend.
|
Bestaande situatie |
|||||
| Functie | Aantal | Kencijfer | Weekdag (mvt/etmaal) | Werkdag (mvt/etmaal) | |
| Scheepswerf | Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief | 1.850 m² (bvo) | 3,3 per 100 m² bvo | 61,1 | 81,2 |
|
Beoogde ontwikkeling |
|||||
| Functie | Aantal | Kencijfer | Weekdag (mvt/etmaal) | Werkdag (mvt/etmaal) | |
| Grondgebonden woningen | Koop huis, tussen/hoek | 25 woningen | 6,8 per woning | 170,0 | 188,7 |
| Appartementen | Koop appartement, duur | 21 woningen | 6,8 per woning | 142,8 | 157,1 |
| Totaal beoogd | 312,8 | 345,8 | |||
|
Verkeerstoename (beoogd–bestaand) |
252 |
265 |
|||
Ten opzichte van de bestaande situatie zorgt de beoogde ontwikkeling voor een verkeerstoename van 265 mvt/etmaal. Dit verkeer wordt primair op het de Tuinen afgewikkeld, maar via het Vliet behoort dit ook tot de mogelijkheden. Voor beide wegen geldt dat de beoogde verkeerstoename dermate laag is dat het effect op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid verwaarloosbaar is.
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) naar de Tweede Kamer gestuurd. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving benoemd die in samenhang bekeken moeten worden. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economisch kansen die daarbij horen. Het Rijk heeft hiervoor vier integrale prioritaire opgaven benoemd, waarbij keuzes moeten worden gemaakt tussen nationale belangen. Deze prioriteiten zijn:
Afhankelijk van de aard, omvang en locatie van het plangebied zal per project een afweging gemaakt moeten. Centraal in de te maken afwegingen tussen belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Om aan dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, worden drie afwegingsprincipes gehanteerd. Deze zijn:
Uitvoeringsagenda
In de NOVI heeft het Rijk de nationale belangen en prioriteiten weergegeven, waarmee een richtinggevend kader is geschetst voor het maken van decentrale keuzes. In de Uitvoeringsagenda wordt voor de verschillende beleidskeuzes uit de NOVI aangegeven hoe het Rijk invulling gaat geven aan haar rol bij de uitvoering. Waar nog nadere uitwerkingen van beleidskeuzes nodig zijn vinden deze plaats in de verschillende programma's.
Toets
Dit bestemmingsplan raakt meerdere nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving zoals deze genoemd zijn in de NOVI:
Om aan te tonen of aan deze belangen / opgaven voldaan wordt, dient de voorgenomen ontwikkeling getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de voorloper van de NOVI geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder komt min of meer in zijn huidige vorm terug in de Omgevingswet (Bkl). De ladderonderbouwing maakt deel uit van de in de NOVI geformuleerde prioriteit 'Sterke en gezonde steden en regio's'.
Voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken, dient aangetoond te worden dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.1.6. Lid 2 Bro luidt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."
Van belang is wat volgens de Bro de definitie van bestaand stedelijk gebied en stedelijke ontwikkeling is.
Met dit bestemmingsplan wordt een stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Er worden meer dan 11 woningen bestemd op een locatie waar nu nog geen woningen zijn bestemd. Het plangebied ligt in stedelijk gebied waardoor een motivering van de locatiekeuze niet noodzakelijk is.
Op 28 mei 2020 heeft de gemeenteraad de woonvisie 'Waadhoeke 2020 2030 'Samen Sterk' vastgesteld. Voor het opstellen van deze Woonvisie is gebruik gemaakt van een actueel regionaal woningmarktonderzoek en gesprekken met de inwoners van de gemeente Waadhoeke. In de woonvisie is aangegeven dat Franeker een behoefte van 55 - 75 woningen heeft. De gemeente voorziet daarboven nog een extra vraag van circa 20 woningen. In deze woonvisie is de transformatielocatie Vliet/Tuinen specifiek genoemd. Met deze woningbouwontwikkeling is dus reeds rekening gehouden.
Uit het marktonderzoek blijkt verder dat in Franeker er ruimte is voor meer binnenstedelijke plannen voor gemengd grondgebonden en gestapeld in de huur- én koopsector met specifieke aandacht voor herinvulling van panden, plekken of vervanging van woningen. De transformatielocatie Vliet/Tuinen voldoet aan deze behoefte.
Conclusie
Dit bestemmingsplan raakt meerdere nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving. Deze belangen en opgaven richten zich met name op de duurzame verstedelijking. Uit de laddertoets duurzame verstedelijking blijkt dat de voorgenomen woningbouwopgave conform deze wettelijke voorschriften is voor een duurzame stedelijke ontwikkeling en dus voldoet aan het Rijksbeleid.
Op 23 september 2020 heeft Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'Fryslân - De romte diele' vastgesteld. De omgevingsvisie is geen eindbeeld, het biedt een perspectief voor de gewenste ontwikkeling van de Friese leefomgeving op de lange termijn (2030-2050). In deze omgevingsvisie is de hoofdambitie van de provincie Fryslân als volgt weergegeven: Brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. Om deze ambitie uit te kunnen voeren heeft de provincie principes (inhoudelijke en samenwerkingsprincipes), doelen en urgente opgave geformuleerd. Doelstelling is om uit te gaan van de bestaande kwaliteiten waarop gewenste nieuwe ontwikkelingen aansluiten. Specifieke aandacht krijgen vier opgaven die in overleg met de samenleving zijn benoemd als urgente opgaven. In het Veenweidegebied, het IJsselmeer en het Waddengebied komen veel belangen en aspecten samen. Voor deze gebieden is in de omgevingsvisie een gebiedsgerichte aanpak opgenomen. Dit sluit een gebiedsgerichte aanpak in andere gebieden niet uit.
De met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningbouwlocatie is niet in strijd met de provinciale beleidsuitgangspunten. Het plangebied heeft in het huidige bestemmingsplan nog een industriële bestemming (scheepswerf). Er is dus sprake van een binnenstedelijke herstructurering van industrie naar wonen (nabij het centrum van Franeker). Ook is in het landschappelijk en stedenbouwkundige ontwerp rekening gehouden met de omgevingskwaliteiten en de historie van dit gebied.
Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. Nadien is deze verordening nog op enkele punten gewijzigd (zon en wind). In deze verordening zijn de provinciale belangen vastgelegd. De gemeente dient bij het opstellen van een ruimtelijk plan rekening te houden met deze provinciale belangen.
In de Verordening Romte Fryslân zijn concrete regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen.
In de verordening is onder meer de grens tussen het bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied vastgelegd en hoe om te gaan met mogelijkheden voor woningbouw. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het landelijk gebied. Het plangebied bevindt zich voor een deel in het bestaand stedelijk gebied en voor een deel in het buiten stedelijk gebied, zoals dit door de provincie is aangewezen.
Op grond van de toelichting behorende bij de Verordening Romte Fryslân ligt de gehele ontwikkellocatie binnen bestaand stedelijk gebied.
Daarnaast is met betrekking tot woningbouwontwikkelingen in artikel 3.1.1 van de verordening opgenomen dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft.
Motivering
De transformatie locatie Vliet/Tuinen is al langere tijd voorzien en ook als zodanig opgenomen en benoemd in de woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk. Ook is de transformatie opgenomen in het gemeentelijk woonplan Waadhoeke. Het betreft een herstructurering in bestaand stedelijk gebied, waarmee deze woningbouwontwikkeling passend is conform de Verordening Romte Fryslân 2014 en daarbij binnen de actuele provinciale beleidskaders.
De ontwikkeling in dit bestemmingsplan behoort tot één van de projecten, die door de gemeente Waadhoeke is aangeleverd op de projectenlijst ten behoeve van de regionale woondeal Noordwest Friesland. De locatie Franeker Vliet en Tuinen is op deze projectenlijst ondergebracht onder Franeker 'Scheepswerf Draaisma'. Het voorliggende concept bestemmingsplan maakt 46 woningen mogelijk.
In totaal worden maximaal 46 woningen gerealiseerd. Hiervan behoren 16 woningen tot de goedkope koop, 15 woningen tot de duurdere koop en voor 15 woningen is het segment nog onbekend.
De te realiseren woningen voorzien in de woonbehoefte van deze regio. Middels marktonderzoek en gesprekken met omwonenden/geïnteresseerden is deze lokale behoefte vastgesteld.
Conclusie
Deze ontwikkeling vindt zijn grondslag in de gemeentelijke 'Woonvisie Waadhoeke 2020-2030, Samen sterk' en is nader geconcretiseerd in het Gemeentelijk Woonplan Waadhoeke. De ontwikkeling is tevens aangeleverd op de projectenlijst ten behoeve van de regionale woondeal Noordwest Friesland. Op 25 maart 2025 heeft Gedeputeerde Staten schriftelijk bevestigd dat het gemeentelijk woonplan Waadhoeke, gelezen in samenhang met de gemeentelijke Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk, een woonplan is zoals bedoeld in de Verordening Romte Fryslân 2014. In dezelfde brief heeft Gedeputeerde Staten ingestemd met het woonplan. Gelet op het hiervoor genoemde wordt voldaan aan het gestelde in de Verordening Romte Fryslân 2014.
Op 28 mei 2015 heeft de gemeenteraad van de voormalige gemeente Franekeradeel de structuurvisie 'Stad Franeker 2015 - 2025' vastgesteld. Deze structuurvisie bevat de hoofdlijnen voor de voorgenomen ontwikkeling van de stad Franeker en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid.
In de structuurvisie wordt in hoofdstuk 5 'Franeker woonstad' aangeven dat er meerdere locaties in Franeker zijn die in aanmerking komen voor een (geleidelijke) transformatie naar wonen. Een van deze locaties is bedrijventerrein Vliet en Tuinen. Voor dit gebied is aangegeven dat een transformatie naar grotendeels een woonfunctie op termijn tot de mogelijkheden behoort. De bedrijven op dit terrein zitten 'op slot' vanwege het feit dat het terrein grotendeels is omsloten door woonbebouwing.
De gemeente Waadhoeke bestaat uit de stad Franeker, veertig dorpen, acht wijken en meerdere buurtschappen. Er zijn ontwikkelingen die alle wijken en dorpen raken. Tegelijkertijd is elk dorp en elke wijk even belangrijk. De gemeente Waadhoeke is van mening dat plannen met oog voor het lokale en met ruimte voor maatwerk het meest opleveren, met als kanttekening dat er wel oog moet zijn voor het grotere geheel.
Om grip te krijgen op de balans tussen die twee aspecten, is de 'Woonvisie Waadhoeke 2020-3030 samen sterk' in het leven geroepen. De Woonvisie heeft als doel om projecten in gang te zetten die bijdragen aan het lange termijn doel. De hoofdlijn van de woonvisie geldt voor een periode van 10 jaar, tot 1 januari 2030.
Voorafgaand aan het vaststellen van de Woonvisie is een woningmarktonderzoek verricht. Uit dit woningmarktonderzoek komt naar voren dat de gemeente Waadhoeke drie grote(re) uitbreidingslocaties heeft; waaronder de stad Franeker. Het extra toevoegen van woningen aan de huidige woningvoorraad van de stad voorziet, gezien de combinatie ligging én woningmarkt, in de huidige vraagbehoefte. Uiteraard is het van belang om op deze locaties de gewenste woningtypen tegen de juiste verkoopprijzen aan te bieden. Daarnaast moet eveneens sprake zijn van nieuwbouw van een gewenste kwaliteit. Dit betekent onder meer dat stedenbouwkundige randvoorwaarden ervoor moeten zorgen dat de beoogde uitbreiding op zorgvuldige wijze wordt ingepast en gerealiseerd. Het hiervoor genoemde komt ook ruimschoots aan bod in paragraaf 3.2.2 Verordening Romte Fryslân 2014.
Conclusie
Dit bestemmingsplan voorziet in een woonuitbreiding van in totaal maximaal 46 woningen. Voor het bestemmingsplan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat is opgenomen als bijlage 1 van deze toelichting. Inhoudelijk wordt voldaan aan alle voorwaarden die vanuit de woonvisie worden gesteld om tot woningbouw te komen.
Op 13 maart 2025 heeft de gemeenteraad van Waadhoeke het gemeentelijk woonplan Waadhoeke vastgesteld. Dit woonplan moet worden gelezen in samenhang met de reeds door de gemeenteraad vastgestelde Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk. De gemeentelijke woningbouwprogrammering keert terug in dit woonplan, inclusief de voorgenomen ontwikkeling. Op 25 maart 2025 heeft Gedeputeerde Staten van Fryslân schriftelijk ingestemd met dit woonplan.
Conclusie
Het woningbouwproject is opgenomen in het door de gemeenteraad vastgestelde woonplan en voldoet hiermee (zoals in paragraaf 3.2.2 is aangegeven) aan het gestelde in artikel 3.1.1 van de Verordening Romte Fryslân 2014.
Op 12 december 2019 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota Waadhoeke vastgesteld (laatstelijk gewijzigd op 1 juli 2021). In deze welstandsnota is aangegeven dat het doel van het welstandstoezicht is om, in alle openheid, een bijdrage te leveren aan de belevingswaarde van de gemeente Waadhoeke. Uitgangspunt daarbij is dat met het opstellen van welstandsbeleid de gemeente een helder, controleerbaar en klantgericht welstandstoezicht levert. Burgers, ondernemers en ontwerpers worden in een vroeg stadium geïnformeerd over de criteria die bij de welstandsbeoordeling een rol spelen.
Het plangebied valt in het welstandsgebied voor bedrijventerreinen. De welstandsregels hierbij zijn afgestemd op de aanwezigheid van het bedrijventerrein en niet toereikend voor het plangebied. Voor deze woningbouwontwikkeling is daarom een stedenbouwkundig plan met een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat is opgenomen in bijlage 1. Het beeldkwaliteitsplan wordt apart vastgesteld. De criteria uit het beeldkwaliteitsplan vormen een wijziging van en aanvulling op de welstandsnota. Op die manier vormt dit in gezamenlijkheid het toetsingskader voor de welstandscommissie.
Op 8 november 2020 heeft het college de Nota Parkeernormen vastgesteld. In deze nota is de gemeentelijke parkeernorm voor verschillende gebieden en functies vastgelegd. Ook is aangegeven op hoe de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen de gemeente stelt aan de invulling van de parkeervraag. Uitgangspunt is dat de parkeervraag op eigen terrein wordt opgelost. Onder bepaalde omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie. Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden.
In de Nota Parkeernormen is onderscheid gemaakt in meerdere gebieden. Het bestemmingsplangebied ligt op dit moment in het gebied 'Schil binnenstad Franeker', maar voor dit project zal zoals in paragraaf 2.3.1 is aangegeven in verband met de transformatie van bedrijventerrein naar een woongebied worden aangesloten bij de parkeernormen van het gebied 'Binnenstad Franeker'. De regeling in artikel 15.1 is hierop afgestemd. Op deze wijze wordt voldaan aan dit beleid.
Op 1 juli 2016 is de nieuwe Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt onder meer de Monumentenwet 1988. In artikel 9.1 van de Erfgoedwet is echter bepaald dat tot het tijdstip waarop de nieuwe Omgevingswet in werking is getreden de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven. Ter implementatie van het Verdrag van Malta, is de Monumentenwet 1988 gewijzigd. De kern van de Monumentenwet 1988 is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Op welke plaatsen archeologisch onderzoek aan de orde is, wordt op grond van gemeentelijk of provinciaal beleid bepaald.
Ter ondersteuning van de gemeenten heeft de provincie Fryslân de Friese Archeologische Monumenten Kaart Extra (FAMKE) ontwikkelt. Op deze kaart is op basis van zowel de aanwezige archeologische monumenten als de te verwachten archeologische waarden een advies aangegeven. De FAMKE bestaat uit twee provincie dekkende advieskaarten, één voor de periode Steentijd - Bronstijd, en één voor de periode IJzertijd - Middeleeuwen. Deze kaart is ook gekoppeld aan de provinciale ruimtelijke verordening.
Op basis van de advieskaart voor de Steentijd - Bronstijd is geen onderzoek noodzakelijk. Uit de advieskaart voor de IJzertijd - Middeleeuwen blijkt dat in het plangebied zich archeologische resten kunnen bevinden uit de periode ijzertijd - middeleeuwen. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer dan 500 meter² een karterend archeologisch onderzoek uit te laten voeren. De resultaten van het karterend onderzoek kunnen ook uitwijzen dat de voorgenomen ingreep niet bezwaarlijk is, of met welke randvoorwaarden in het plan rekening dient te worden gehouden. Mocht het plangebied een bebouwde kom betreffen, dan dient in de onderzoeksstrategie rekening te worden gehouden met recente verstoringen die zich kunnen hebben voorgedaan. Worden er een of meerdere vindplaatsen aangetroffen, dan zal uit nader (waarderend) onderzoek moeten blijken hoe waardevol deze vindplaatsen zijn. De aard van dit waarderend (vervolg)onderzoek hangt af van het type aangetroffen vindplaats.
Archeologisch onderzoek
Lycens heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Franeker, Vliet en Tuinen. Dit onderzoek is als bijlage 2 toegevoegd aan deze toelichting. Het plangebied is de locatie geweest van scheepswerf Draaisma vanaf het einde van de 19e eeuw tot ver in de 20e eeuw. Op dit moment zijn er loodsen aanwezig waarin nu nog schepen gestald worden. Uitgaande van de bij het bureauonderzoek gebruikte bronnen bestaat de laagopeenvolging binnen het plangebied uit een verstoorde of ophogingslaag met puinresten op kleilagen en zandlagen met schelpresten. Het dekzand wordt op een diepte van 6 meter beneden maaiveld verwacht. De bodem in het plangebied is bij de bouw van de huidige bebouwing en het gebruik van het gebied als scheepswerf verstoord tot 1 tot 2 meter beneden maaiveld. Tevens zijn er geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het plangebied.
De archeologische verwachting in het plangebied is laag, bovendien is gebleken dat de bodem grotendeels is verstoord tot meer dan 1 meter beneden maaiveld. Daarom is de kans klein dat er archeologische resten aanwezig zijn en wordt geadviseerd om de locatie vrij te geven voor de voorgenomen ingreep. Voor de woningbouwlocatie in het plangebied zijn er ten aanzien van archeologie geen belemmeringen. Desondanks bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016 dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Het archeologisch onderzoek is niet uitgevoerd voor het deel van het plangebied van de historische smidse. Hiervoor is overeenkomstig de FAMKE een regeling opgenomen in het bestemmingsplan waarbij er vanaf 500 m2 aan bodemingrepen archeologisch onderzoek nodig is. Paragraaf 5.2 gaat hier nader op in.
Conclusie
Ten aanzien van archeologie heeft het archeologisch onderzoek aangetoond dat er voor het toekomstige woongebied geen belemmeringen zijn. Het is daarom niet nodig om een juridische regeling hiervoor op te nemen. Voor de historische smidse in het plangebied is wel een archeologische dubbelbestemming opgenomen. De archeologische belangen zijn daarmee in het bestemmingsplan geregeld.
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro dienen cultuurhistorische waarden meegewogen te worden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Dit betekent dat een analyse van de cultuurhistorische waarden moet worden verricht. In het ruimtelijk plan moet vervolgens inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze deze waarden geborgd worden. Op de CHK2 van de provincie Fryslân is te zien dat er binnen het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig zijn.
Figuur 4.1 Uitsnede Cultuurhistorische kaart Fryslân
Ondanks dat de oude smidse niet op de CHK2 staat, heeft het gebouw wel een cultuurhistorische waarde. In het bestemmingsplan zijn hiervoor de bestaande planologische mogelijkheden opgenomen, met uitzondering van de mogelijkheid tot uitoefening van een scheepswerf. Momenteel wordt onderzocht hoe aan het pand van de oude smidse een voor de toekomst geschikte en passende invulling kan worden gegeven. Hetzelfde geldt voor de terreininrichting van het plangebied. In het stedenbouwkundig ontwerp is een uitvoerige analyse gedaan waarvan ook de cultuurhistorie onderdeel uitmaakt en dat op basis daarvan rekening gehouden wordt met het hergebruik van bestaande materialen zoals stelconplaten. In de buitenruimte bevinden zich meerdere objecten die van cultuurhistorisch waarde zijn. Zoals de 'spoorlijn' richting de loods, de karakteristieke vorm van de kade en de steigers. Het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan laat het historisch gebruik van de werf goed zien. Hierin wordt bovendien aangegeven op wat voor manier de sfeer van de werf in de toekomst kan blijven bestaan.
Op grond van de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet in principe akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en bij een geluidzone voor industrielawaai is dit 50 db(A).
De navolgende paragrafen gaan in op industriegeluid, wegverkeergeluid en spoorweggeluid.
Het plangebied ligt in de huidige situatie binnen een gezoneerd industrieterrein van Vliet en Tuinen waar omheen een geluidzone ligt ex artikel 41 van de Wgh. Ten zuiden van het plangebied ligt de geluidzone vanuit bedrijventerrein Zuid. In figuur 4.3 zijn deze geluidzones weergegeven, waarbij het buiten het plangebied van dit bestemmingplan gelegen deel de geluidzone vanuit bedrijventerrein Zuid betreft. Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Dit is in het huidige geldende bestemmingsplan geregeld. Binnen de huidige bedrijventerreinbestemming gelden mogelijkheden voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen in de vorm van scheepswerven. Buiten de geluidzone mag de voorkeurgrenswaarde van 50 dB(A) niet worden overschreden. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen binnen de geluidzone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde. In tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde.
Figuur 4.2 Ligging plangebied met de contouren van de geluidzones BP Franeker Zuid
Omdat in het plangebied woningbouw mogelijk wordt gemaakt, kan het plangebied niet meer als gezoneerd industrieterrein worden aangemerkt en kan de mogelijkheid voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen komen te vervallen. in het bestemmingsplan is dit geregeld door de mogelijkheden voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen volledig te ontnemen en de geluidzone vanuit bedrijventerrein Vliet en Tuinen geheel te verwijderen. Paragraaf 5.2 gaat hier nader op in.
Omdat het plangebied buiten de geluidzone vanuit bedrijventerrein Zuid is gelegen, is akoestisch onderzoek hiernaar niet nodig.
Bij de realisatie van woningen moeten voor wegverkeersgeluid de wettelijke grenswaarden in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet er onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Zijn maatregelen niet mogelijk dan kunnen Burgemeester en Wethouders ontheffing van de voorkeursgrenswaarde verlenen. Indien met maatregelen niet kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB kan voor woningen in binnenstedelijk gebied een hogere waarde worden vastgesteld van ten hoogste 63 dB. De gemeente dient het vaststellen van de hogere waarde met eigen argumenten te motiveren en de vastgestelde hogere waardes zo snel mogelijk inschrijven in het kadaster.
Het plangebied ligt op circa 100 meter vanaf de Zuidelijke Industrieweg, waar een maximumsnelheid van 50 km/uur geldt. Formeel ligt het plangebied binnen de geluidzone van deze weg. Gezien het doodlopende karakter van deze weg, de grote afstand en de aanwezigheid van tussenliggende bebouwing is het onaannemelijk dat er knelpunten zijn te verwachten en dat niet aan de voorkeurgrenswaarde wordt voldaan.
De wegen Vliet en Tuinen zijn daarnaast wegen waarvoor een maximale snelheid van 30 km/uur geldt. Het zijn daardoor geen gezoneerde wegen. In jurisprudentie is bepaald dat voor dergelijke wegen bij een ruimtelijke procedure wel een akoestische afweging noodzakelijk is. Omdat het plangebied tegen deze wegen aan ligt, is door Geluidsmeesters een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Voor de beoordeling is aansluiting gezocht bij de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Dit akoestisch onderzoek is als bijlage 3 toegevoegd aan deze toelichting. De uitwerking van de geluidmetingen is opgenomen als bijlage 4.
Uit de resultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting (alle wegvakken gezamenlijk) op respectievelijk de werkplaatswoningen, pakhuiswoningen en loodswoningen ten hoogste 46, 45 en 45 dB Lden bedraagt. Daarmee is de gecumuleerde geluidsbelasting lager dan de wettelijke voorkeurswaarde voor afzonderlijke wegvakken van 48 dB Lden. Ten aanzien van wegverkeer is er dan ook bij de te realiseren woningen en appartementen sprake van een akoestisch goed woon- en leefklimaat.
Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er vanuit akoestisch oogpunt geen knelpunten zijn geconstateerd om de woningen te realiseren.
Bij de realisatie van woningen moet tenslotte ook de wettelijke grenswaarden van spoorweggeluid in acht worden genomen. De voorkeursgrenswaarde hiervoor bedraagt 55 dB en de maximale grenswaarde 68 dB. In het Besluit Geluidhinder is de zonebreedte van de spoortrajecten in Nederland vastgesteld waarbinnen akoestisch onderzoek moet plaatsvinden.
Het plangebied ligt op circa 250 meter van de spoorlijn Leeuwarden - Harlingen. Voor deze spoorlijn is een zonebreedte van 100 meter vastgesteld. Het plangebied ligt dus buiten deze zone, waardoor akoestisch onderzoek naar spoorweggeluid niet noodzakelijk is. Ook vanuit spoorweggeluid zijn dus geen knelpunten om de woningen te realiseren.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). De richtafstanden tussen bedrijven en woningen zijn gebaseerd op hinder (of risico) door geluid, geur, stof en gevaar. De grootste afstand is bepalend. In veel gevallen is dat geluid. Het aspect 'geluid' is voor zover er sprake is van het gezoneerde industrieterrein behandeld in de vorige paragraaf en geregeld door middel van de Wet geluidhinder. Voor de overige aspecten (geur, stof en gevaar) en voor zover het gaat om geluid dat niet geregeld wordt in de Wet geluidhinder, vindt er in de motivatie in deze paragraaf een toetsing plaats. De richtafstanden zijn gebaseerd op de milieuzoneringen van een 'gemiddeld' bedrijf en daarom preventief van aard. De afstanden worden gemeten tussen de bestemmingsgrens van de toe te laten milieubelastende functie en de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Om inzicht te krijgen in de daadwerkelijke milieubelasting dient zo nodig separaat onderzoek uitgevoerd te worden.
Hierbij dient de kanttekening gemaakt te worden dat de VNG-systematiek en de richtafstanden alleen toepasbaar zijn op de afstemming tussen bedrijven en gevoelige functies in een rustige woonomgeving of in een gemengd gebied, maar dat deze niet gaat over (bedrijfs)woningen op bedrijventerreinen. Ook is de VNG-publicatie bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties.
Toets en onderzoek
Wonen is geen milieubelastende functie maar wel een milieugevoelige functie. Om deze reden wordt bij het realiseren van woningen alleen gekeken naar de omgeving waarin de woningen worden gerealiseerd.
Voor de onderbouwing in dit plan wordt ervan uitgegaan dat het plangebied is gelegen in een gemengd gebied omdat er in de directe omgeving van het plangebied veel niet-woonfuncties aanwezig zijn en het plangebied gelegen is nabij het Van Harinxmakanaal en bedrijventerrein Zuid. in het plangebied zelf wordt de uitoefening van een scheepswerf in (die in het geldende bestemmingsplan met een aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - scheepsbouw- en reparatiebedrijf en scheepsstalling" is geregeld)" volledig ontnomen en zijn bij de historische smidse alleen bedrijven uit milieucategorie 2 nog toegestaan. Buiten het plangebied zijn op het bedrijventerrein Vliet en Tuinen in de basis bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 mogelijk. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter. Voor de historische smidse wordt hier aan voldaan. Voor de direct zuidoostelijk gelegen bedrijven aan de Tuinen 33 t/m 44 is sprake van woon- /werklocaties. De afstand tot aan de woningen in het plangebied bedraagt minimaal 11 meter. Uit visuele opname ter plaatse blijkt dat de nadruk hier ook ligt op wonen. Zo zijn er bijvoorbeeld geen bedrijfsactiviteiten waargenomen en ook geen reclame-uitingen. Gelet op het groot aantal (bedrijfs)woningen zijn de hier aanwezige bedrijven reeds begrensd in de akoestisch mogelijkheden. Gesteld wordt dan ook dat er bij de nieuwbouw in het plangebied sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat en dat de bedrijven niet in het functioneren worden beperkt.
In de omgeving van het plangebied zijn ook bedrijven aanwezig uit een hogere milieucategorie. Deze zijn in het geldende bestemmingsplan specifiek geregeld met aanduidingen. Hiervoor gelden de volgende richtafstanden tussen de nieuwe woningen en de perceelsgrens van deze functies:
| Functie | VNG-richtafstand | Afstand |
| Kuperus Autoschade B.V. (Tuinen 47) |
50 meter (milieucategorie 3.2) |
circa 36 meter |
| P. Valk Yachts B.V. (Tuinen 31) |
100 meter (milieucategorie 4.1) |
circa 70 meter |
| Huhtamaki (Zuidelijke Industrieweg 7) |
100 meter (milieucategorie 4.1) |
circa 140 meter |
Aan de richtafstand van Huhtamaki wordt voldaan, waarvoor voor dit bedrijf geen nader onderzoek nodig is. Het bedrijf Kuperus Autoschade B.V. is tevens eigenaar van het pand aan de Tuinen 40 dat aan het Van Harinxmakanaal is gelegen, hier gelden echter alleen mogelijkheden om bedrijven uit milieucategorie 2 uit te oefenen. Dit pand wordt niet voor autoschadeherstel en/of spuiten gebruikt, maar voor stalling.
De ligging van deze bedrijven is op figuur 4.3 aangegeven.
Figuur 4.3 Ligging bedrijven met hogere milieucategorie
Gelet op ligging van het woningbouwproject ten opzichte van deze bedrijven is een onderzoek naar industrielawaai bedrijven uitgevoerd. Dit onderzoek maakt deel uit van het akoestisch onderzoek 'Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Franeker Tuinen en Vliet'. Dit onderzoek is als bijlage 3 toegevoegd aan deze toelichting. De uitwerking van de geluidmetingen is opgenomen in bijlage 4.
Hierin is onder andere ingegaan op Kuperus Autoschade, in tegenstelling tot wat in het onderzoek is aangegeven, is er hier sprake van een tussenliggende woning van derden aan de Tuinen 46. Uit het akoestisch onderzoek blijkt met betrekking tot de geluidemissie van het bedrijf sprake van een akoestisch goed woon- en leefklimaat. Daarbij levert de tussenliggende woning in de huidige situatie ook al belemmeringen op.
Voor de scheepswerf P. Valk Yachts B.V. aan de Tuinen 31 geldt dat het terrein niet in gebruik is en ook deze scheepswerf locatie op korte termijn herontwikkeld zal worden naar een woongebied. Ook zijn hier op kortere afstand al woningen van derden aanwezig en is er sprake van tussenliggende afschermende (bedrijfs)gebouwen. De bedrijfslocatie van de scheepswerf wordt door de bestaande woningen reeds beperkt. Gesteld wordt dan ook dat er bij de nieuwbouw in het plangebied sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat en dat het bedrijfsperceel niet in het functioneren worden beperkt.
Conclusie
Ondanks dat de te realiseren woningen en appartementen nabij bedrijven worden gerealiseerd, is er sprake van een goed woon- en leefklimaat. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat er vanuit akoestisch oogpunt geen knelpunten zijn geconstateerd om de woningen en appartementen te realiseren. Dit blijkt tevens uit de aanvullende motivatie die in het kader van de ingediende zienswijzen is gemaakt in bijlage 11.
In het Besluit m.e.r. is in de D-lijst aangegeven welke activiteiten m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Wanneer een activiteit onder de in kolom 2 van deze D-lijst opgenomen drempelwaarde blijft, moet het bevoegd gezag zich er nog steeds van vergewissen of de activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen opleveren. In onderdeel D 11.2 zijn de drempelwaarden voor een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. In tegenstelling tot de Bro is in het Besluit m.e.r. het begrip stedelijk ontwikkelingsproject niet gedefinieerd.
Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het project. Onder meer de aard, de omvang en de milieugevolgen van de stedelijke ontwikkeling zijn relevant. Als een ontwikkeling negatieve milieugevolgen heeft dan is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Gelet op de huidige situatie waarin het plangebied als scheepsstalling wordt gebruikt is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Het aantal verkeersbewegingen zal door de bouw van 46 wooneenheden toenemen.
Dit woningbouwproject ligt onder de drempelwaarde. Het project is daarom niet MER plichtig. Omdat er wel sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is onderzocht of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Hiervoor is een vormvrij m.e.r.-aanmeldingsnotitie opgesteld. Deze notitie is als bijlage 5 toegevoegd aan deze toelichting. Het college heeft op basis van deze notitie besloten dat er geen m.e.r. procedure hoeft te worden doorlopen. De wijzigingen die naderhand in het bestemmingsplan zijn doorgevoerd (waaronder het vergroten van het plangebied en actualiseren van het stikstofonderzoek) hebben geen gevolgen voor deze beslissing.
Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kan worden afgestemd. In 2006 is voor het gehele plangebied een actualisatie en nader bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 6). Aanleiding voor dit onderzoek was eveneens een voorgenomen woningbouwontwikkeling. Op de locatie is sprake van een bodemverontreiniging met asbest, zware metalen, PAK en minerale olie welke is ontstaan vóór 1987 als gevolg van de activiteiten op de scheepswerf.
In verband met de voorgenomen bestemmingswijziging voor de realisatie van de beoogde woningbouwontwikkeling zijn saneringsmaatregelen noodzakelijk om de locatie geschikt te maken voor de functies die het krijgt zoals wonen, openbaar groen en verharding. Tot op heden hebben er nog geen saneringswerkzaamheden plaatsgevonden. Deze saneringswerkzaamheden moeten zijn uitgevoerd voorafgaand aan de werkzaamheden. Dit moet bij de vergunningsaanvraag bij de verdere uitwerking van het project worden aangetoond.
Om hiertoe te komen zal het bodemonderzoek uit 2006 worden geactualiseerd en moet een uitvoeringsplan worden gemaakt dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. In overleg met de FUMO is in beeld gebracht aan welke eisen moet worden voldaan, voordat met de werkzaamheden voor deze woningbouwontwikkeling kan worden gestart. Daarmee is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan gewaarborgd.
Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming.
Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden zoals Natura 2000-gebieden en gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied ligt namelijk op meer dan 7 kilometer van het Natura 2000-gebied Waddenzee (tevens een NNN-gebied). De Waddenzee is aldaar niet stikstofgevoelig. Andere (al dan niet stikstofgevoelige) natuurgebieden liggen op een grotere afstand van het plangebied. Gezien het relatief kleinschalige karakter van de voorgenomen ontwikkeling is het niet te verwachten dat de ontwikkelingen in het plangebied negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Met dit project wordt een verouderd deel van een bedrijventerrein vervangen door nieuwe gasloze woningen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten.
De geplande ontwikkeling zou echter kunnen leiden tot een toename in stikstofdepositie. Met behulp van de AERIUS calculator is voor dit project de depositie berekend voor de gebruiksfase, sloopfase en de aanlegfase, zie hiervoor bijlage 7. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn.
De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wnb. Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Gedeputeerde Staten kunnen hiervoor ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten vrijstelling verlenen van dit verbod. In de provinciale verordening dient deze mogelijkheden dan wel opgenomen te zijn. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan / onderbouwd, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden.
Quickscan flora en fauna
Natuurbank Overijssel heeft op 18 juli 2023 een quickscan flora en fauna in het plangebied uitgevoerd. Deze quickscan is als bijlage 8 toegevoegd aan deze toelichting. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen benutten het plangebied uitsluitend als foerageergebied.
Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten.
Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt mogelijk een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie beschadigd en vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt, in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen, een vrijstelling van de verbodsbepalingen `doden' en het `beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'.
Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.
Aanvullend op de quickscan flora en fauna heeft de provincie Fryslân aangegeven dat op minder dan 100 meter van het plangebied (aan de Leane) een kraamverblijf meervleermuis aanwezig is. Daarnaast wordt het van Harinxmakanaal door onder andere de meervleermuis gebruikt als migratieroute (kaartenkijkdoos.nl). Deze worden niet aangetast in het planvoornemen. Om verstoring van de soort te voorkomen dient gewerkt te worden gedurende de daglichtperiode. Er dient geen extra verlichting te worden ingezet. Hiermee wordt rekening gehouden door te werken in de daglichtperiode en daarbij geen extra verlichting te gebruiken.
Het externe veiligheidsbeleid stelt twee zaken centraal:
Voor het bereiken van de eerste doelstelling wordt gebruik gemaakt van het begrip plaatsgebonden risico (PR). Het PR geeft de kans per jaar aan dat een persoon op die plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij genoemde risicobronnen. De norm voor het PR is de kans van 1:1.000.000 (10-6). Het PR is alleen van toepassing indien binnen de PR contour (zone rondom een risicobron) kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woning, ziekenhuis, grote winkelcentra en bedrijven) zich bevinden. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld een kleine winkel of klein bedrijf) geldt een richtwaarde.
Voor het bereiken van de tweede doelstelling wordt gebruik gemaakt van het groepsrisico (GR). Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval waarbij tien of meer dodelijke slachtoffers vallen in de omgeving van de risicobron. Het aantal personen dat in de omgeving van de risicobron verblijft, bepaalt daardoor de hoogte van het GR. Voor het GR geldt geen norm, maar een oriëntatiewaarde en in bepaalde gevallen een verantwoordingsplicht. Dit betekent dat het bevoegde gezag bij het nemen van een besluit het GR moet verantwoorden.
De risicovolle inrichtingen zijn op de signaleringskaart Externe veiligheid weergegeven. In en nabij het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen die onder het Bevi vallen maar wel een hogedruk aardgasleiding. Voor deze gasleiding geldt geen plaatsgebonden risicocontour. Aan weerszijden van de gasleidingen geldt een belemmeringenstrook, hiervoor is in het bestemmingsplan een beschermende regeling voor geboden. Het plangebied ligt ook niet in het invloedsgebied (GR) van deze gasleiding. De 1% letaalzone ligt buiten het plangebied.
Figuur 4.4 Ligging plangebied ten opzichte van hogedrukaardgasleiding (bron signaleringskaart EV)
Motivatie fysieke veiligheid: Bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid
Gelet op de ligging aan het Van Harinxmakanaal is er voldoende bluswater nabij het plangebied aanwezig. Het plangebied is voor brandweerauto's slechts via een route bereikbaar. Over het water is het plangebied goed bereikbaar.
De Brandweer Fryslân heeft op 10 juli 2023 een advies op het voorgenomen woningbouwplan gegeven. Brandweer Fryslân heeft geen bezwaar tegen de bestemmingswijziging. Wel wordt in het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot de bluswatervoorziening en de bereikbaarheid voorzien. In overeenstemming met de punten die genoemd zijn in deze bijlage adviseert Brandweer Fryslân daarom om:
Initiatiefnemers hebben deze reactie inmiddels ook ontvangen en zullen bij de verdere planvorming hiermee rekening houden.
In het plangebied liggen geen kabels en leidingen zoals een hogedruk aardgasleiding, een rioolpersleiding, een waterleiding, een straalpad en een hoogspanningsverbinding waar planologisch rekening mee gehouden moet worden.
In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn op grond van de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Tevens moet worden bekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is voor de voorgenomen functie.
Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Dit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.
Woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vallen onder de NIBM regeling. In het plangebied worden maximaal 46 woningen gerealiseerd. Dit aantal is dusdanig klein, dat op voorhand gesteld kan worden dat dit niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project valt ook onder de NIBM-regeling.
Het voorliggende bestemmingsplan is in het kader van de watertoets op 29 september 2023 voorgelegd aan het Wetterskip Fryslân. Dit is gebeurd via de digitale watertoets. De aanmelding heeft ertoe geleid dat de normale procedure wordt doorlopen. Er is wel een aanvullend wateradvies afgegeven.
Waterkwantiteit
Het hemelwater dient zo schoon mogelijk te blijven. Het is daarom belangrijk om de waterkwaliteit te bewaken. Daartoe dient het gebruik van uitloogbare materialen (zoals zink) bij de bouw van de nieuwe woningen evenals bij toekomstige onderhouds- en renovatiewerkzaamheden zoveel mogelijk te worden vermeden.
Verhardingstoename
Door de meeste ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Ook kunnen alternatieve maatregelen worden toegepast.
Met dit woningbouwproject neemt het verhard oppervlak af. De huidige bebouwing wordt gesloopt. Ter vervanging wordt er minder grote (woon)bebouwing terug gebouwd. Ook neemt de bestaande oppervlakteverharding of doordat er meer groen in het plangebied wordt aangelegd. Compenserende maatregelen zijn derhalve niet vereist.
Klimaat
Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming.
In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met klimaatadaptatie door de toepassing van bomen en groen in de openbare ruimte.
Drooglegging
In relatie tot het waterpeil adviseert het Wetterskip om bij bebouwing zonder kruipruimte een drooglegging van 0,70 meter aan te houden en bij bebouwing met kruipruimte een drooglegging van 1,10 meter. Daarmee wordt het opdrijven van verharding voorkomen. De ontwikkelaar is niet voornemens bebouwing met kruipruimten te bouwen.
Waterveiligheid
Het plangebied ligt vrij voor de boezem (streefpeil: -0,52 m NAP). Dit betekent dat het plangebied niet door een boezemkade is beschermd tegen hoge waterstanden in de Friese boezem. Daarom moet rekening worden gehouden met het maatgevende boezempeil. Dit peil, behorend bij een situatie met een kans van voorkomen van 1/100 per jaar, mag tot 1 meter voor de gevel voorkomen. Voor dit plan is dit een peil van NAP -0,04 m. Boven op het maatgevende boezempeil komt een toeslag van 20 cm in verband met onder andere oplopende golven. Dit geeft een afkeurhoogte van NAP +0,16 m (-0,04 + 0,2).
Afhankelijk van het zichtjaar van het plan, dient ook rekening gehouden te worden met aspecten als zettingen en bodemdaling. De aanleghoogte dient zo gekozen te worden dat de afkeurhoogte (NAP +0,16 m) gegarandeerd is voor de komende 30 jaar. Dit betekent dat de aanleghoogte hoger zal zijn dan de afkeurhoogte op basis van het MBP.
Om de waterveiligheid van de toekomstige woningen te garanderen en een en ander goed te borgen is in de bestemmingsplanregels een vloerpeilhoogte opgenomen van 0,60+ NAP. Op deze manier worden de toekomstige woningen voldoende beschermd tegen hoge waterstanden.
Bestaande watergang in plangebied
Aan de noordzijde van het plangebied bevindt zich een bestaande watergang. Aangezien de aangrenzende percelen in particulier eigendom zijn, dragen zij zorg voor beheer en onderhoud. Met de planontwikkeling komt de (zuidelijke) helft van de sloot in eigendom bij de gemeente. De gemeente zal in de nieuwe situatie zorgdragen voor dat gedeelte van de sloot voor wat beheer en onderhoud ervan.
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen en aanduidingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
Met de bestemmingen "Groen", "Verkeer - Verblijfsgebied", "Water", "Wonen", "Wonen - Woongebied" is het beoogde woningbouwgebied met de openbare ruimte geregeld. Met de bestemming "Bedrijventerrein" is de bestaande locatie van de historische smidse geregeld en tenslotte is met de aanduiding "geluidzone - industrie vervallen" geregeld dat de geluidzone voor industrielawaai vanuit het bedrijventerrein Tuinen en Vliet komt te vervallen.
Deze paragraaf geeft nadere een toelichting op de uitgangspunten en de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van alle bestemmingen en aanduidingen zoals die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen.
De bestemming "Bedrijventerrein" is van toepassing op het gebied van de historische smidse. Met uitzondering van de mogelijkheden voor scheepsbouw- en reparatiebedrijven en scheepsstalling zijn de bestaande planologische mogelijkheden hier behouden gebleven. Dit houdt in dat bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 zijn toegestaan en dat de bouwvlakken en de maximale hoogten (een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 15 meter) gelijk zijn aan de bestaande planologische mogelijkheden.
Met deze bestemming wordt het beoogde groen in het plangebied geregeld. Er zijn daarom geen gebouwen en overkappingen toegestaan. In de bestemmingen zijn tevens functies mogelijk die de openbare ruimte en de leefbaarheid versterken. Het betreft bijvoorbeeld speelvoorzieningen en (wandel)paden. Om het groene karakter te benadrukken, zijn wegen en parkeervoorzieningen niet toegestaan.
De bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" heeft primair tot doel om de interne ontsluitingsweg te regelen en hier geen bebouwing op toe te staan. De voor "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor woonstraten, voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen. Ook bermen, groenvoorzieningen en speelvoorzieningen zijn in deze bestemmingen mogelijk.
Het binnen het plangebied aanwezige water is mede bedoeld voor aanleggelegenheid en daarom voorzien van de bestemming "Water".
Binnen de bestemming "Water" zijn grachten, vaarten en overige waterlopen, waterpartijen, oevers en kaden, bermen en beplanting, aanleggelegenheid, recreatief medegebruik, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, duikers en/of dammen toegestaan. Net als in de andere bestemmingen voor de openbare ruimte, zijn hier geen gebouwen toegestaan.
Er wordt onderscheid gemaakt in de bestemmingen "Wonen" en "Wonen - Woongebouw". De bestemming "Wonen” heeft betrekking op alle (beoogde) grondgebonden woningen. De bestemming "Wonen - Woongebouw" heeft betrekking op appartementengebouwen.
Per bouwvlak is het aantal woningen bestemd. Alleen voor woningen in de bestemming "Wonen" geldt dat het bouwen van bijbehorende bouwwerken is toegestaan. Voor de woongebouwen die bestemd zijn als "Wonen - Woongebouw" is het realiseren van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan. Voor deze woongebouwen zijn inpandige bergingen ontworpen. Aangezien ook per woningbouwtype een andere bouwhoogte geldt is ervoor gekozen om per bouwvlak de maximale goot- en bouwhoogte vast te leggen.
Voor de bijbehorende bouwwerken, die zijn toegestaan bij hoofdgebouwen bij de bestemming 'Wonen”, geldt een maximale oppervlakte van 50 m2. Het ontwerp van de woningen en de architectuur van het plangebied in combinatie met de individuele grootte van een perceel laat een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken vanuit stedenbouwkundig opzicht niet toe.
Tussen de ontsluitingsweg aan de westzijde van het plangebied en de hier geplande woningen is de 2,6 meter hoge afscheidingsmuur met een aanduiding geregeld omdat deze hoogte afwijkt van de standaardregeling.
In beide woonbestemmingen gelden overeenkomstig de standaardregeling van de gemeente ook onder voorwaarden mogelijkheden voor aan huis verbonden beroepen c.q. kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten.
Voor beide bestemmingen is een minimale vloerpeilhoogte opgenomen voor zowel hoofdgebouwen als bijbehorende bouwwerken. De gevolgen van klimaatverandering worden steeds beter en meer zichtbaar. Door klimaatverandering neemt de kans op (extreme) wateroverlast en overstromingen toe. Wateroverlast als gevolg van extreme buien kan leiden tot schade aan gebouwen en infrastructuur en tot uitval van delen van vitale en kwetsbare functies, zoals energie, telecom en IT voorzieningen. De woningen in het plangebied worden niet beschermd door een dijk of een kering. Gebleken is, dat de maaiveldhoogte niet overal voldoende hoog is om te waterveiligheid van de woningen te kunnen garanderen. Om in het plangebied zoveel mogelijk de gevolgen van wateroverlast en overstromingen te beperken is daarom een minimale vloerpeilhoogte (artikel 7.2.1 onder e, artikel 7.2.2 onder e en artikel 8.2.1 onder c) opgenomen.
Op grond van het provinciaal archeologiebeleid is voor het deel van het plangebied ter plaatse van de historische smidse de dubbelbestemming "Waarde - archeologie" opgenomen. Bepaalde (bouw)werken en werkzaamheden zijn omgevingsvergunningplichtig bij een omvang van meer dan 500 m2 en een diepte van meer dan 0,30 meter beneden maaiveld. Het beloop van deze bestemming komt overeen met het beloop van de bestemming "Bedrijventerrein". Het overige deel van het plangebied is (zoals in paragraaf 4.1 is aangegeven) vrijgesteld van archeologisch onderzoek.
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding "geluidzone - industrie vervallen" is (zoals de naam al aangeeft) geregeld dat de geluidzone vanuit industrieterrein Tuinen en Vliet volledig komt te vervallen. De regeling is zo opgezet dat de onderliggende bestemmingen vanuit het bestemmingsplan "Franeker Zuid" onveranderd blijven. Dit deel van het plangebied vormt alleen een partiële herziening van het voorgenoemde bestemmingsplan.
Participatie
In het voortraject van deze ontwikkeling is door initiatiefnemer een participatietraject uitgevoerd. Alle belanghebbenden en omwonenden zijn in kennis gesteld van de voorgenomen plannen. Op 21 december 2022 is hiertoe een inloopbijeenkomst georganiseerd. Deze bijeenkomst is door circa 60 mensen bezocht, waarvan de meesten overwegend positief waren. Naar aanleiding van de inloopbijeenkomst zijn met drie direct aanwonenden nog aparte overleggen gevoerd om tot maatwerkoplossingen te komen. Dit laatste is gelukt en de maatwerkoplossingen zullen worden gerealiseerd in de nadere uitwerking van het plan.
Vanuit de ontwikkelaar is op 20 maart 2023 schriftelijk aan alle omwonenden naar aanleiding van de inloopbijeenkomst van 21 december 2022 de laatste stand van zaken van dat moment medegedeeld (zie bijlage 9). Hierin valt onder andere te lezen, dat reeds vanaf het eerste ontwerp van deze woningbouwontwikkeling het kunnen rondrijden met de auto vanuit beide richtingen in dit gebied ingepland is. Eénrichtingsverkeer is hierbij niet aan de orde. Tevens zijn de kadewoningen (toen nog split level woningen genoemd) naar aanleiding van de reacties tijdens de inloopbijeenkomst op 21 december 2022 voorzien van een schuin dak in plaats van het in het toen voorliggende ontwerp platte dak.
Verder zijn er, tijdens ontwerpfase, meerdere overleggen gevoerd en participatiemomenten geweest met bewoners van de Tuinen en het Vliet naar aanleiding van ingediende zienswijzen. Zo heeft op 7 februari 2024 een gesprek plaatsgevonden met de zeven bewoners van Vliet 59 - 65, waarbij ook een tweetal personen van de Tuinen aanwezig waren. Toen echter telefonisch bleek dat de twee personen van de Tuinen niet als afvaardiging van de indieners van zienswijzen van de Tuinen 29 - 48 mochten worden gezien (aangekaart door de latere inspreker tijdens de raadsvergadering van 13 maart 2025 en initiatiefnemer van de rondleiding op 8 april 2025), is alsnog een overlegmoment met deze bewoners ingepland en gehouden op 12 juni 2024 in de raadszaal van de gemeente Waadhoeke.
Ook zijn tussentijdse gesprekken gevoerd met de andere indieners van zienswijzen (Tuinen 56 en Vliet 57 en 114) om een en ander te bespreken en waar mogelijk tot een oplossing te komen.
Op 10 juli 2024 is door initiatiefnemer tenslotte wederom een inloopbijeenkomst georganiseerd om het gewijzigde ontwerp te presenteren. Ook tijdens deze inloopbijeenkomst is het gewijzigde ontwerp overwegend positief ontvangen.
Ruimtelijke procedure
Via de procedure van het bestemmingsplan kan de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan worden aangetoond. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop gereageerd kan worden op de plannen.
Voorbereidingsfase
Het bestemmingsplan is in het kader van het voorontwerp aan de overlegpartners toegestuurd. Tijdens deze periode hebben deze instanties de mogelijkheid gekregen om een overlegreactie in te dienen. Hierop zijn twee overlegreacties ingediend, door Wetterskip Fryslân (via mail) en door Provincie Fryslân (bijlage 10). Hieronder zijn de reacties samengevat en voorzien van een gemeentelijke beantwoording:
Wetterskip Fryslân
De toekomstige woningen komen voor de boezem te liggen en worden niet beschermd door een dijk of een kering. Uit de hoogtekaart blijkt dat de maaiveldhoogte van het plangebied niet overal voldoende hoog is. Hiervoor is een aanvullend wateradvies afgegeven. Daarom wordt gevraagd om de vloerpeilhoogte van toekomstige woningen te borgen in het bestemmingsplan.
Daarnaast blijkt niet uit de waterparagraaf in de toelichting hoe het regulier onderhoud aan de bestaande waterpartij wordt uitgevoerd en geborgd.
Gemeentelijke reactie
De gemeente kan zich heel goed de zorgen voorstellen van Wetterskip Fryslân ten aanzien van de waterveiligheid van de woningen. Ook de gemeente vindt het van groot belang, dat de woningen op zodanige hoogte worden gebouwd, dat deze worden beschermd tegen (toekomstige) hoge waterstanden en overstromingen. Daarom neemt de gemeente in de bestemmingsplanregels overeenkomstig het verzoek van Wetterskip Fryslân een vloerpeilhoogte op. Er is overleg geweest tussen Wetterskip Fryslân en de gemeente over de gewenste hoogte hiervan. Een vloerpeilhoogte van 0,60+ NAP zou voor nu en in de toekomst voldoende moeten zijn. Die hoogte wordt dan ook opgenomen als vloerpeilhoogte.
Ten aanzien van het onderhoud voor de reeds bestaande watergang wordt het volgende opgemerkt. De watergang heeft een belangrijke functie, waarbij ook de afvoer goed moet worden geborgd. Ook hierover is contact geweest met Wetterskip Fryslân. Besproken is, dat de gemeente het onderhoud zal plegen voor het gedeelte dat in eigendom van de gemeente komt. De watergang wordt meegenomen bij de slag 'overdracht stedelijk water', waarbij dan zal worden beslist welk onderhoudsregime van toepassing wordt.
De waterparagraaf is met bovenstaande gegevens aangevuld.
Provincie Fryslân
De overlegreactie van de provincie ziet toe op een drietal aspecten. Per aspect is een samenvatting opgenomen, voorzien van een gemeentelijke reactie. De overlegreactie is opgenomen als bijlage 10 bij de toelichting.
Archeologie
Provincie kan zich vinden in de uitkomsten van het archeologisch onderzoek, mits in de toelichting wordt opgenomen dat de graafwerkzaamheden niet dieper reiken dan 1 meter beneden maaiveld. De paragraaf archeologie is hierop aangepast.
Daarnaast adviseert de provincie om een dubbelbestemming op te nemen ter bescherming van verwachtingswaarden dieper dan 1 meter beneden maaiveld. Het advies van de provincie wordt overgenomen. De dubbelbestemming "Waarde - archeologie 2" was opgenomen in de regels en de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. Op basis van nader archeologisch onderzoek is echter gebleken dat er voor het gebied waar de woningbouwontwikkeling met de openbare ruimte plaatsvindt geen beperkingen gelden voor archeologie. Om deze reden is de dubbelbestemming in het vastgestelde bestemmingsplan verwijderd. Omdat het gebied van de historische smidse in het vastgestelde bestemmingsplan is opgenomen en hier geen archeologisch onderzoek is uitgevoerd, is voor dit deel van het plangebied een archeologisch dubbelbestemming opgenomen die is afgestemd op de FAMKE.
Natuurinclusief bouwen
De provincie vraagt aandacht bij de verdere planvorming voor de mogelijkheden om de woningen natuurinclusief te bouwen en verwijst hier naar de factsheet 'Natuurinclusief bouwen'. De gemeente hecht eveneens waarde aan natuurinclusief bouwen. Op dit moment is dit echter niet juridisch afdwingbaar. De initiatiefnemer zal hierop worden gewezen om bij de uitvoering rekening te houden.
Waterrobuust bouwen
De provincie adviseert een grotere marge aan te houden voor de hoogteligging van de bebouwing dan in het concept ontwerp bestemmingsplan wordt aangehouden. Deze overlegreactie komt overeen met de inhoudelijke overlegreactie van Wetterskip Fryslân en wordt ondervangen door een (met Wetterskip Fryslân overeengekomen) hoogte voor bebouwing op te nemen in de bestemmingsplanregels van 0,60+ NAP.
Ontwerpfase
Het ontwerp bestemmingsplan heeft de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen formele bestemmingsplanprocedure doorlopen. Dit betekent dat het ontwerp bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage heeft gelegen. Een ieder kreeg de gelegenheid voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze periode zijn zienswijzen ingediend die door de gemeente zijn samengevat en zijn beantwoord. Het resultaat hiervan is opgenomen in bijlage 11.
Vaststellingsfase
Vervolgens is het bestemmingsplan mede op basis van bijlage 11 gewijzigd vastgesteld. De indieners van een zienswijze worden hiervan op de hoogte gebracht.
Ook is bij de vaststelling een aantal ambtshalve wijzigingen in het bestemmingsplan aangebracht. De belangrijkste zijn hieronder opgesomd:
Daarnaast zijn enkele redactionele aanpassingen in de regels aangebracht en is de toelichting van het bestemmingsplan in overeenstemming gebracht met het voorgaande en de reactienota zienswijze. Ook is hoofdstuk 3 aangepast in verband met de vaststelling van het Gemeentelijk woonplan Waadhoeke op 13 maart 2025 en de instemming daarmee door Gedeputeerde Staten op 25 maart 2025, zodat voldaan wordt aan de provinciale verordening. Tenslotte is bijlage 1 (het beeldkwaliteitsplan) in overeenstemming gebracht met de juiste toepassing van het parkeerbeleid.
Het bestemmingsplan wordt vervolgens gepubliceerd en gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegd in het kader van de beroepsmogelijkheid bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van een woning of de uitbreiding van een gebouw van 1000 m2 of meer.
Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.
Voor dit plan is een anterieure overeenkomst met de ontwikkelaar afgesloten. Daarmee is het kostenverhaal voldoende vastgelegd. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over het verhalen van planschade.