| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, De Bunders, Heesch |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1721.TAM22d-VG01 |
Pre-ambule
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie 'De Bunders, Heesch' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22d]) van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22d] van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22d]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22d]' gelezen worden.
Dit TAM-omgevingsplan wijzigt het omgevingsplan van de gemeente Bernheze in die zin dat na hoofdstuk 22 een hoofdstuk 22d wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.
De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4.
De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van de regels van paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3, zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
De regels in dit hoofdstuk (22d) zijn van toepassing op de locatie De Bunders, Heesch waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1721.TAM22d-VG01.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in artikel 1.1 van het omgevingsplan gemeente Bernheze zijn van overeenkomstige van toepassing op dit TAM-omgevingsplan.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 2 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de volgende begrippen gehanteerd:
het omgevingsplan van de gemeente Bernheze.
het ''TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d, De Bunders, Heesch'' van het omgevingsplan gemeente Bernheze).
een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel.
de analoge en digitale voorstelling van de in het TAM-omgevingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie.
een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
een op de verbeelding aangegeven vlak met eenzelfde aanduiding, begrensd door een aanduidingsgrens.
een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen inclusief de van dit blok deel uitmakende eind- of hoekwoningen.
een uitbreiding van het hoofdgebouw, die wat afmetingen betreft ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
een bedrijf, niet zijnde een webshop, dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf.
een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep.
de gevel van een gebouw, die is gesitueerd tegenover de voorgevel van het betreffende gebouw.
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren, met inbegrip van andere activiteiten van ondergeschikte betekenis.
Met dien verstande dat een gebruiksgerichte paardenhouderij (manege) niet als agrarisch bedrijf wordt aangemerkt.
de aanwending van open grond ten behoeve van het agrarisch bedrijf.
een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
een kleinschalige verblijfsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben.
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een beroep c.q. een bedrijf aan huis of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke.
de bouwlaag van een gebouw, die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau dan wel waarvan de bovenkant van de vloer maximaal 1 m boven meetniveau is gelegen.
het aantal woningen per perceel of bouwvlak dat op het moment van terinzagelegging van het omgevingsplan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald.
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
een gebouw, dat in bouwkundig en visueel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
de grens van een bouwvlak.
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw.
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
de grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
de grens van een bouwvlak.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
een bouwwerk dat zowel feitelijk als in visueel ruimtelijke zin aan maximaal twee zijden, een gesloten, al dan niet eigen, wand kent.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
de eerste of laatste woning van een blok van aaneengebouwde woningen.
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover dit TAM-omgevingsplan die inrichting niet verbiedt.
een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel, in één bouwlaag.
recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, fietsen, varen, paardrijden, zwemmen en vissen; onder extensieve (dag)recreatie vallen geen gemotoriseerde sporten.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
gebruiken, het doen gebruiken, het laten gebruiken en het in gebruik geven.
woningen waarvan de hoofdgebouwen door middel van bijbehorende bouwwerken met elkaar verbonden zijn en waarbij één zijgevel van het hoofdgebouw in de zijdelingse bouwperceelsgrens is gebouwd.
geheel of gedeeltelijk boven en/of onder elkaar gelegen woningen in een gebouw of gebouwcomplex.
agrarisch bedrijf waaronder wordt begrepen een akkerbouw bedrijf en een veehouderij, niet zijnde intensieve veehouderij en geitenhouderij en waaronder mede begrepen een productiegerichte paardenhouderij en paardenfokkerij; intensief veehouderijbedrijf; glastuinbouwbedrijf; intensieve kwekerij, waaronder een viskwekerij en champignonkwekerij; melkveehouderij,
met dien verstande dat een gebruiksgerichte paardenhouderij (manege) niet als agrarisch bedrijf kan worden aangemerkt.
een gebouw dat uitsluitend één woning omvat, zijnde een vrijstaande-, twee-aaneengebouwde-, aaneengebouwde-, geschakelde- of patiowoning en waarvan op het bijbehorende bouwperceel geen andere woningen voorkomen en dat direct grenst aan en toegankelijk is vanaf de weg.
de zijgevel van een hoofdgebouw grenst aan openbaar gebied (een straat, openbaar groen of water).
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
één persoon of een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die alleen of gezamenlijk een eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning.
één en ander voor zover de onder a en b bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn in- of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
punt-, lijn- en vlakelementen, die een groene of blauwe component bezitten, en die voor de identiteit van het landschap van algemeen belang zijn vanwege hun leeftijd (ouder dan 35 jaar) of om andere redenen, zoals hun schoonheids- of plaatselijke zeldzaamheidswaarde of hun beeldbepalende functie voor de omgeving. Een en ander met dien verstande dat onder landschapselementen niet worden verstaan elementen die zijn opgericht in het kader van nieuw groen is vrij groen.
de grens van een locatievlak.
de grens van een maatvoeringsvlak.
een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt.
een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit TAM-omgevingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel. De nevengeschiktheid volgt in dit kader uit de afhankelijkheid van de hoofdfunctie.
een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt.
voorzieningen ten behoeve van openbaar nut.
de openbare weg, openbaar groen en water.
het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen.
een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen (bouw)perceel aanwezige gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
het feitelijk bewonen van een gebouw gedurende het hele jaar of het grootste deel van het jaar.
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
Een rug-aan-rug-woning is een woning waarbij de achtergevel gedeeld wordt met een andere woning.
een gebouw dat bedoeld is voor het bieden van beschutting en schuilruimte voor vee.
een als Bijlage 1 bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen.
een onderkomen met een maximale grootte van 30 m², onder welke benaming ook aangeduid, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen en dat door de aanwezigheid van een chassis, assenstelsel en wielen wel over korte afstand naar een vaste standplaats kan worden verreden, doch dat niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen als aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien dit onderkomen wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt het voor de toepassing van dit plan aangemerkt als stacaravan.
een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.
de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur, alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied.
blokken van maximaal twee aaneen gebouwde woningen, waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gekoppeld zijn.
een volledig uitgeruste woning, met een zeer klein oppervlakte en is bedoeld om het hele jaar door bewoond te worden. Het is een onderdeel van een leefstijl waar bewoners bewust voor kiezen.
niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw.
de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw, die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
de totale oppervlakte van alle vloeren op alle verdiepingen in een woning.
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt.
de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen.
de naar de weg gekeerde bouwperceelgrens of, indien het een bouwperceel betreft met meer dan één naar de weg gekeerde grens, de bouwperceelgrens die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt.
De grens van het bouwvlak gelegen aan de zijde van de weg.
een bijgebouw, dat gesitueerd is op een afstand van het hoofdgebouw en dat in functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.
een hoofdgebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander hoofdgebouw.
voorzieningen die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d., voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging, vijvers en poelen; bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen.
een bedrijf, dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op de opslag en distributie van aankopen die via internet tot stand zijn gekomen, alsmede het beheren van de bijbehorende website, door de gebruik(st)er van de woning, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan en dat het niet is toegestaan voor consumenten om ter plaatse goederen af te halen.
een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde.
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
een gebouw bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van het tijdelijke woon-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen.
een gebouw in gebruik als zelfstandige woning gericht op het verlenen van zorg.
Onderstaande begrippen zijn specifiek van toepassing op hoofdstuk 3 Algemene regels over functies en hoofdstuk 5 Kostenverhaalregels.
het gemeentelijk document waarin staat aangegeven op welke wijze de opdracht voor de uitvoering van werken en werkzaamheden wordt gegund.
de vastlegging naar plaats, omvang, materiaal en kwaliteit van tot stand te brengen objecten, tevens omvattende de administratieve voorwaarden, de algemene technische bepalingen en de bepalingen met betrekking tot de arbeidsomstandigheden waaraan tijdens de totstandkoming van deze objecten moet worden voldaan, dienende ter verkrijging van prijsopgaven van inschrijvers en ter contractuele vastlegging tussen opdrachtgever en aannemer/leverancier, welke vastlegging gebaseerd is op de systematiek van de RAW.
een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit.
in het Kostenverhaalsgebied zijn de volgende werken en werkzaamheden voor het bouwrijp maken voorzien:
afrekening van betaalde kostenverhaalsbijdragen als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet.
regels die conform artikel 4.1 lid 1 en artikel 4.2 lid 1 van de Omgevingswet in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen.
beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.
de door een aanvrager van een bouwactiviteit aan de gemeente verschuldigde betaling in de kosten op grond van artikel 13.11 Omgevingswet.
het kostenverhaalsgebied De Bunders, zoals aangeduid op de verbeelding (overige zone - kostenverhaalsgebied), waarop de kostenverhaalsregels uit hoofdstuk 5 en de overige regels van dit plan, waarin specifiek wordt verwezen naar het Kostenverhaalsgebied, van toepassing zijn.
de activiteiten, bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit.
de kostenverhaalsregels als bedoeld in artikel 13.14 en artikel 13.15 van de Omgevingswet.
in het Kostenverhaalsgebied zijn de volgende werken en werkzaamheden voor de aanleg van nutsvoorzieningen, inclusief bijbehorende bovengrondse voorzieningen, voorzien:
de gronden in en ten behoeve van het Kostenverhaalsgebied waarop de openbare voorzieningen worden gereconstrueerd of gerealiseerd, waaronder openbare wegen, waterwegen en groenvoorzieningen.
plankosten als bedoeld in bijlage I bij de Omgevingsregeling.
de gronden waarop één of meer bouwactiviteiten mogelijk zijn met bijbehorend erf.
werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in de omschrijving van bouwrijp maken van het Kostenverhaalsgebied, de aanleg van nutsvoorzieningen en het woonrijp maken van het Kostenverhaalsgebied.
in en ten behoeve van het Kostenverhaalsgebied zijn de volgende werken en werkzaamheden voor het (her)inrichten van de openbare ruimte voorzien:
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m2 of m3 zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel.
de maat tussen de zijdelingse grens van een (bouw)perceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is;
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;
de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel;
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de kaart en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.
Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.
bij de afstemming met het peil, zoals omschreven in de begrippen wordt bij nieuwe gebouwen de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer aangehouden.
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch - 1'.
Een als 'Agrarisch - 1' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, laad- en losvoorzieningen en toegangswegen.
Het is verboden om:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Agrarisch - 2'.
Een als 'Agrarisch - 2' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden en sloten.
Het is verboden om:
Aan huis verbonden beroepen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Als specifieke nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf zijn de volgende activiteiten toegestaan onder de volgende voorwaarden:
De omgevingsvergunning wordt ingetrokken indien de daaraan ten grondslag liggende tijdelijke grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is.
De omgevingsvergunning wordt ingetrokken en het tijdelijke gebruik als woonruimte wordt beëindigd als, en zodra de noodzaak inzake mantelzorg komt te vervallen.
| goothoogte | max. 6 m. |
| bouwhoogte | max. 12 m. |
| afstand tot bestemming Verkeer | min. 15 m. |
| afstand tot zijdelingse perceelsgrens | min. 5 m. |
| afstand tot voorgevelrooilijn | min. 2 m. |
| goothoogte | max. 6 m. |
| bouwhoogte | max. 10 m. |
| inhoud | max 750 m3. |
| afstand woning tot bedrijfsgebouwen | min. 3 m. |
| afstand tot zijdelingse perceelsgrens | min. 5 m. |
| afstand bijgebouwen tot voorgevelrooilijn | min. 2 m. |
| goothoogte | max. 3 m. |
| bouwhoogte | max. 6 m. |
| afstand tot zijdelingse perceelsgrens | min. 5 m. |
| gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen | max. 100 m2. |
| afstand tot bedrijfswoning | min. 3 m en max. 20 m. |
| afstand tot voorgevelrooilijn | min. 2 m. |
| bouwhoogte | gezamenlijke oppervlakte | aantal | |||
| erfafscheidingen | max. 2 m. | ||||
| erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn | max. 1 m. | ||||
| carport/overkapping | max. 3 m. | max 30 m2 | max 2 | ||
| overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | max. 12 m. | ||||
| overige teeltondersteunende voorzieningen (geen kassen) | max. 4,5 m. |
| tijdelijke vraat- en hagelnetten en regenkappen | max. 4,5 m. |
| goothoogte | max. 6 m. |
| bouwhoogte | max. 10 m. |
| inhoud | max. 750 m3 |
| afstand tot bestemming Verkeer | min. 15 m. |
| afstand tot zijdelingse perceelsgrens | min. 5 m. |
| afstand bijgebouwen tot voorgevelrooilijn | min. 2 m. |
| goothoogte | max. 3 m. |
| bouwhoogte | max. 6 m. |
| afstand tot zijdelingse perceelsgrens | min. 5 m. |
| afstand tot woning | min. 3 m en max 20 m. |
| afstand tot voorgevelrooilijn | min. 2 m. |
| bouwhoogte | gezamenlijke oppervlakte | aantal | |||
| erfafscheidingen | max. 2 m. | ||||
| erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn | max. 1 m. | ||||
| carport/overkapping | max. 3 m. | max. 30 m2 | max. 2 | ||
| overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | max. 3 m. | ||||
Een omgevingsvergunning kan worden verleend:
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Groen'.
Een als 'Groen' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
Tot een strijd gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor:
De voor 'Groen' aangewezen gronden mogen, uiterlijk tot het moment waarop de realisatie van de nieuwe woonwijk start en de gronden in het plangebied bouwrijp worden gemaakt, tijdelijk worden gebruikt ten behoeve van de voorzetting van het bestaande agrarisch grondgebruik, dit met uitzondering van de activiteit toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 'Agrarisch -1'.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal:
| lichtmasten en kunstwerken | 6 m. |
| erf- en terreinafscheidingen | 2 m. |
| overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 3 m. |
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Verkeer'.
Een als 'Verkeer' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
een en ander met bijbehorende gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde.
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staan van de in 8.2 genoemde functies.
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen, uiterlijk tot het moment waarop de realisatie van de nieuwe woonwijk start en de gronden in het plangebied bouwrijp worden gemaakt, tijdelijk worden gebruikt ten behoeve van de voorzetting van het bestaande agrarisch grondgebruik, dit met uitzondering van de activiteit toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 'Agrarisch -1'.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen.
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal:
| lichtmasten en kunstwerken | 6 m. |
| kunstobjecten | 6 m. |
| terreinafscheidingen | 2 m. |
| overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 3 m. |
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Water'.
Een als 'Water' aangewezen locatie heeft de volgende functies:
een en ander met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde waaronder bruggen, dammen en/of duikers.
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staan van de in 9.2 genoemde functies.
De voor 'Water' aangewezen gronden mogen, uiterlijk tot het moment waarop de realisatie van de nieuwe woonwijk start en de gronden in het plangebied bouwrijp worden gemaakt, tijdelijk worden gebruikt ten behoeve van de voorzetting van het bestaande agrarisch grondgebruik, dit met uitzondering van de activiteit toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 'Agrarisch -1'.
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde anders dan voor de waterwegaanduiding of geleiding, bedraagt maximaal voor:
| bruggen en viaducten | 8 m. |
| lichtmasten | 6 m. |
| erf- en terreinafscheidingen | 2 m. |
| overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 3 m. |
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locatie die op de verbeelding is aangewezen als 'Wonen'.
Een als 'Wonen' aangewezen locatie heeft de volgende functies :
een en ander met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Het is verboden om:
De voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen, uiterlijk tot het moment waarop de realisatie van de nieuwe woonwijk start en de gronden in het plangebied bouwrijp worden gemaakt, tijdelijk worden gebruikt ten behoeve van de voorzetting van het bestaande agrarisch grondgebruik, dit met uitzondering van de activiteit toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, een en ander overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 'Agrarisch -1'.
Aan huis verbonden beroepen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen van woningen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van carports/overkappingen/veranda's gelden de volgende regels:
De voorgevelrooilijn mag naar de wegzijde toe uitsluitend worden overschreden door ondergeschikte onderdelen van woningen (erkers) die voldoen aan de volgende kenmerken:
met dien verstande dat het doortrekken van een erker aan de voorgevel tot voorbij en aan één zijgevel is toegestaan mits:
Overkappingen boven de voordeur zijn toegestaan en voldoen aan de volgende kenmerken:
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal:
Ten aanzien van het oprichten van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bouwregels:
Een omgevingsvergunning wordt verleend voor het bouwen van de eindwoning van een rij aaneengebouwde of geschakelde woningen op minder dan 1 m van de zijdelingse bouwperceelsgrens (dit in afwijking van het bepaalde in lid 10.6.2 onder 1.3 ) mits:
Een omgevingsvergunning wordt verleend in afwijking van het bepaalde in lid 10.6.2 onder i voor het bouwen van een hoofdgebouw met een afwijkende goothoogte (dit in afwijking van het bepaalde in lid 10.6.2 ), mits:
Het verlenen van een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning dan wel het gebruiken van een woning op grond van artikel 10 is uitsluitend onder de voorwaarden zoals opgenomen in 12.1.1 tot en met 12.1.4 toegestaan waarbij tevens aan de Doelgroepenverordening gemeente Bernheze 2023 dient te worden getoetst.
Bij de aanvraag voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning dient te worden aangetoond dat het initiatief voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, waarbij getoetst wordt aan de volgende milieuaspecten:
Binnen het kostenverhaalsgebied, aangeduid als 'overige zone - kostenverhaalsgebied', worden vier gebieden onderscheiden. De gronden binnen deze gebieden zijn op de verbeelding aangeduid als 'overige zone - gebied 1', 'overige zone - gebied 2', 'overige zone - gebied 3' en 'overige zone - gebied 4'.
Binnen deze gebieden gelden de volgende regels ten aanzien van koppelingen van activiteiten:
(Graaf)werkzaamheden in de bodem, ter plaatse van de in het bodemonderzoek aangetroffen asbestverontreinigingen (bijgevoegd als bijlage 3), zijn niet zondermeer mogelijk zonder toestemming van het bevoegd gezag. Het gebruiken en/of laten gebruiken van de genoemde gronden is alleen toegestaan, mits voorafgaand aan de werkzaamheden een door het bevoegd gezag goedgekeurd saneringsplan is opgesteld en eventuele saneringsmaatregelen getroffen zijn om de bodem geschikt te maken voor het beoogde gebruik.
een en ander beschreven in bijlage 4 bij deze regels.
Tot een gebruik in strijd met de functies wordt in ieder geval begrepen:
Het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarop dit plan van toepassing is, is alleen toegestaan, mits:
Het gebruiken en/of laten gebruiken van de gronden van de bestemmingen 'Agrarisch - 1', 'Agrarisch - 2' en 'Wonen' is alleen toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Het is verboden zonder omgevingsvergunning werken en werkzaamheden uit te voeren die betrekking hebben op het bouw- en woonrijp maken van de uitgeefbare gronden, de aanleg van de nutsvoorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte.
De omgevingsvergunning kan worden verleend en de werken en werkzaamheden op basis van een verleende vergunning mogen worden uitgevoerd onder de volgende voorwaarden:
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 22.26, kan in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 worden verleend van:
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 15.1 kan slechts worden verleend, mits:
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1721.TAM22d-VG01 is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3'.
Een locatie die is aangewezen als 'Waarde - Archeologie 3' heeft als functie bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 22.26, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 40 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van de vergunningverlener in voldoende mate zijn vastgesteld, waarbij advies wordt ingewonnen van een senior-archeoloog over de aard van het uit te voeren onderzoek.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in 16.3 bedoelde gronden de volgende andere-werken uit te voeren:
Het in 16.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien:
Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend, indien door de werken en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
De regels van dit artikel zijn van toepassing op de locatie die in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1721.TAM22d-VG01 is aangewezen voor de functie 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'.
Een locatie die is aangewezen als 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' heeft als functie de bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen dan wel daaraan grenzende watergang.
Op of in deze gronden mag niet worden gebouwd.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen gebouwen zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het in 17.6.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden:
Een in 17.6.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien de werken en/of werkzaamheden dan wel de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen niet in strijd zijn met het plan. Met betrekking tot de gevolgen voor de waterbergend vermogen wordt advies gevraagd aan de beheersinstantie.
Voor het verdelen van de kosten worden de in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen categorieën bouwactiviteiten per kostenverhaalsgebied onderverdeeld in uitgiftecategorieën.
Per uitgiftecategorie wordt:
De opbrengsten van de grond per basiseenheid, bedoeld in het tweede lid, onder b, worden geraamd:
Onder het totaal van de te verhalen kosten wordt verstaan:
Bij de raming van de kosten per kostenverhaalsgebied wordt in dit omgevingsplan voor de plankosten uitgegaan van het bedrag aan plankosten dat kan worden verhaald op grond van artikel 13.2 van de Omgevingsregeling.
Bij de aanvraag van een kostenverhaalsbeschikking moeten de volgende gegevens en bescheiden aan de gemeente worden verstrekt:
Binnen drie maanden na het uitvoeren van de in een kostenverhaalsgebied voorziene werken, werkzaamheden en maatregelen stellen burgemeester en wethouders bij beschikking een eindafrekening van het kostenverhaal in het kostenverhaalsgebied vast.
Bij de eindafrekening wordt de geldsom die op het moment van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking zou zijn verschuldigd, herberekend overeenkomstig de rekenmethodiek die is opgenomen in artikel 18.1, met dien verstande dat:
Indien een aanvrager van een kostenverhaalsbeschikking op basis van artikel 13.20, tweede lid, van de Omgevingswet recht heeft op terugbetaling, wordt rente vergoed vanaf de datum van de afgifte van de kostenverhaalsbeschikking.
Op eindafrekeningen op verzoek, als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet, wordt jaarlijks op 1 juli door burgemeester en wethouders beslist, als de verzoeken ten minste vier weken voor die datum zijn ontvangen.
Bij een verzoek om eindafrekening worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
Een eindafrekening op verzoek wordt vastgesteld met overeenkomstige toepassing van artikel 18.4.
Tenzij voor een kostenverhaalsgebied anders is bepaald, wordt bij de raming van de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een kostenverhaalbeschikking, een eindafrekening of een eindafrekening op verzoek:
Tenzij voor een kostenverhaalsgebied anders is bepaald, worden bij de te verhalen kosten en opbrengsten, het vaststellen van een kostenverhaalbeschikking, een eindafrekening of een eindafrekening op verzoek de volgende renteparameters toegepast:
Als bij een eindafrekening terugbetaling plaatsvindt, wordt het terug te betalen bedrag verhoogd met een samengestelde rente met toepassing van renteparameter 0,5%.
Het 'Kostenverhaalsgebied De Bunders' kent een tijdvak van 10 jaar met ingang van de dag van inwerkingtreding van dit artikel.
Op basis van de geraamde fasering worden alle kosten en opbrengsten, met inachtneming van indexeringen, naar het einde van het tijdvak gerekend (de eindwaarde) en vervolgens naar het begin van het tijdvak (de contante waarde). In onderstaande tabel zijn de parameters voor rente en indexering van de totale kosten en totale opbrengsten opgenomen, een en ander zoals uitgewerkt en nader onderbouwd in bijlage 7.
PARAMETERS KOSTENVERHAALSOPZET
De totale inbrengwaarde, gevormd door de waarde van de gronden en opstallen, kosten voor vrijmaken van de grond van rechten en kosten sloop voor zover toe te rekenen aan het kostenverhaalsgebied, wordt geraamd op € 6.772.240,- inclusief kostenstijging, zie onderstaande tabel en de onderbouwing in bijlage 7.
RAMING VAN DE INBRENGWAARDE EN SLOOPKOSTEN
De overige aan het kostenverhaalsgebied De Bunders toe te rekenen kosten worden geraamd op € 10.599.661,00 inclusief kostenstijging, zie onderstaande tabel en de onderbouwing in bijlage 7.
RAMING VAN DE ANDERE KOSTEN VAN HET KOSTENVERHAALSGEBIED
In het Kostenverhaalsgebied worden tot de raming van de opbrengsten gerekend:
In onderstaande tabel is aangegeven welke opbrengsten, incl. opbrengstenstijging, worden verkregen uit de uitgifte van gronden in het Kostenverhaalsgebied. Voor de onderbouwing wordt verwezen naar bijlage 7.
RAMING VAN DE OPBRENGSTEN VAN HET KOSTENVERHAALSGEBIED
De totaalsom van de contante kosten (€16.526.722,00) volgend uit artikel 19.3 en artikel 19.4 gecorrigeerd met de (gerealiseerde) contante overige opbrengsten (€ 9.720,00) volgend uit artikel 19.5 is € 16.517.002,00. Dit is lager dan de totaalsom van de contante opbrengsten uit uitgifte, €18.538.901,00 volgend uit artikel 19.5 waardoor alle contante kosten kunnen worden verhaald. Voor de onderbouwing wordt verwezen naar bijlage 7.
De bruto Kostenverhaalsbijdrage, die bij het verlenen van de aanvraag voor een Bouwactiviteit moet worden berekend, wordt als volgt berekend:
In onderstaande tabel is de berekening van het verhaalbare bedrag per gewogen eenheid weergegeven per contantewaardedatum 1 januari 2024. Voor de onderbouwing wordt verwezen naar bijlage 7.
BEREKENING VERHAALBARE BEDRAG PER GEWOGEN EENHEID
Op basis van de aanvraag voor de Bouwactiviteit kan de bruto kostenverhaalsbijdrage in het kostenverhaalsgebied worden berekend. De bruto kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald door het verhaalbare bedrag per gewogen eenheid te vermenigvuldigen met de uitgiftecategorieën die in de aanvraag voor de Bouwactiviteit zijn opgenomen.
De bepaalde bruto Kostenverhaalsbijdrage wordt met de navolgende kosten verminderd:
Na aftrek van de bovenstaande inbrengwaarde van de Uitgeefbare gronden en de bovenstaande kosten resteert de netto Kostenverhaalsbijdrage. Deze netto Kostenverhaalsbijdrage is de aanvrager van de Bouwactiviteit aan de gemeente verschuldigd en wordt door Burgemeester en wethouders bij beschikking vastgesteld.