| Plan: | Dwingeloo - Lhee 78 - campercamping |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1701.509PHZLhee78-0002 |
Op het perceel Lhee 78 te Dwingeloo is een grondgebonden agrarisch bedrijf gevestigd. Bij het agrarisch bedrijf is ook een campercamping gevestigd. Het voornemen is om de agrarische activiteiten te beëindigen en om de bestaande campercamping te gaan uitbreiden. Verder is het plan om de bestaande gebouwen te gaan gebruiken voor caravanstalling.
De initiatiefnemer is gestopt met zijn melkveebedrijf maar niet met de akkerbouw. In 2019 is een nieuw partieel bestemmingsplan voor het perceel Lhee 78 vastgesteld waarbij een deel van het agrarische bouwvlak (A-2) bestemming de functie aanduiding “specifieke vorm van recreatie- campercamping als tweede tak” is opgenomen. Dat deel had voorheen een horecabestemming en hoorde destijds nog bij een hotel-restaurant in het bestemmingsplan 'Lhee Eemster Geeuwenbrug'.
Het initiatief is om de huidige campercamping te gaan uitbreiden. Hiervoor wordt in feite de rest van het agrarisch bouwvlak benut. Daar staat nu nog een mestsilo en waren nog sleufsilo's aanwezig. Dat gedeelte wordt ontmanteld om de campercamping uit te kunnen breiden. De bestemming wordt omgezet van agrarisch naar recreatief omdat dat de hoofdfunctie wordt van het perceel. De initiatiefnemer houdt zijn landerijen nog voor akkerbouw. Hiervoor is nog wel opslag nodig. De stallen en berging blijven staan omdat initiatiefnemer dat gaat gebruiken voor caravanopslag en opslag nog voor machines ten behoeve van de akkerbouw. Het bedrijfsmatig houden van vee is straks niet meer mogelijk. Opslag is een neven activiteit binnen de recreatieve bestemming. Door omstandigheden heeft initiatiefnemer gekozen om zijn melkveebedrijf te stoppen en over te gaan op een andere bedrijfstak, namelijk recreatie.
De ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan 'Dwingeloo - Lhee 78'. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan voor deze locatie noodzakelijk.
In april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot dit initiatief een positief principebesluit afgegeven.
Het plangebied betreft het gehele agrarische bouwperceel Lhee 78 te Dwingeloo, waar het voormalige grondgebonden agrarisch bedrijf was gevestigd inclusief de gronden van de huidige 'campercamping'. Het plangebied ligt in het buitengebied, aan de rand van het dorp Lhee. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1 Ligging plangebied
Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Dwingeloo - Lhee 78. Binnen dit bestemmingsplan kent het plangebied de enkel bestemming 'Agrarisch -2' met de daarbij behorende aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - agrarische bedrijfskavel grondgebonden bedrijf' én 'specifieke vorm van recreatie - campercamping als tweede tak'. Binnen de eerste aanduiding is een agrarisch bedrijf toegestaan en binnen de tweede aanduiding mogen de gronden gebruikt worden als campercamping.
Het toekomstig gebruikt van het plangebied is in strijd met de geldende bestemming. Er is straks namelijk geen agrarisch bedrijf meer gevestigd, waardoor het dan ook niet meer is toegestaan om standplaatsen te hebben voor kampeermiddelen. Op de beoogde locatie van de uitbreiding is in het geldende bestemmingsplan nog geen campercamping toegestaan. Ook is het niet toegestaan om de bedrijfsgebouwen te gebruiken voor opslag.
Het plangebied is gesitueerd op de rand van de Lheeder es en aan de rand van het dorp Lhee. In cultuurhistorisch opzicht gaat het om een waardevol en kwetsbaar gebied. In het bestemmingsplan zijn daarom dubbelbestemmingen opgenomen. Het gaat om de dubbelbestemmingen “Waarde - cultuurhistorie” en “Waarde – Archeologie 3”. In de volgende hoofdstukken van de plantoelichting wordt uiteen gezet hoe met deze waarden rekening wordt gehouden. De in het bestemmingsplan opgenomen aanduiding 'vrijwaringszone - laagvlieggebied' is voor de voorgenomen planontwikkeling niet relevant.
Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels, verbeelding en eventuele bijlagen. Deze toelichting is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 de bestaande ruimtelijke en toekomstige situatie in het plangebied beschreven. In hoofdstuk 3 is het beleidskader geschetst op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de planologische- en milieutechnische aspecten die betrekking hebben op dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de planologisch juridische opzet van het plan behandeld. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan komen aan bod in hoofdstuk 6.
Het plangebied van dit bestemmingsplan ligt aan de rand van het buurtschap Lhee, aan de gelijknamige weg richting Dwingeloo. Hier ligt, aangrenzend aan het kleinschalige open agrarisch gebied, een voormalig agrarisch grondgebondenbedrijf in de vorm van een melkveebedrijf. Het perceel ligt achter landhotel De Borken. Het perceel bestaat uit de bebouwing van het voormalige agrarische bedrijf én uit een bestaande campercamping. Verder bevindt zich aan de westkant een klein veld met daarop grondgebonden zonnepanelen.
Een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving is weergegeven in figuur 2.1.
Figuur 2.1 Luchtfoto van het plangebied in zijn directe omgeving
De campercamping met 60 plaatsen is in 2019 in gebruik genomen en kent vanaf de aanvang steevast een uitstekende bezetting. Gebleken is dan ook dat het destijds bestuurlijk beoogde resultaat om te komen tot een verbreding en verbijzondering van de verblijfsrecreatie is gerealiseerd en dat deze bedrijfsactiviteit een meerwaarde heeft voor het toeristisch product van de gemeente Westerveld. Ook de middenstand van Dwingeloo herkent de aanwezigheid van camperrecreanten op hun omzet, met name de detailhandel en horecabedrijven zijn hier positief over. In de notitie “Camperbeleid Drenthe” sprak het Recreatieschap Drenthe in 2018 de verwachting uit dat de vraag naar specifieke camperplaatsen de komende jaren verder zou gaan toenemen. Inmiddels is inderdaad gebleken dat het aantal campers in Nederland en Europa sindsdien enorm gegroeid is. Er zijn nog nooit zoveel nieuwe campers verkocht als in de afgelopen jaren.
De campercamping richt zich op mensen die de voorkeur geven aan een camperplaats boven een camping. Dit zijn veelal wat oudere camperaars, voornamelijk twee personen, die komen voor de rust van een terrein zonder voorzieningen voor bijvoorbeeld jonge kinderen zoals speeltoestellen. Het wordt gewaardeerd dat men zelf 24/7 kan inchecken en vertrekken. Dit sluit aan bij het ‘vrij reizen gevoel’ van camperaars. De voorzieningen voor campers zijn van een hoog niveau, hetgeen blijkens de recensies op diverse websites gewaardeerd wordt. Men is dan ook bereid om hiervoor een tarief te betalen dat vergelijkbaar is met dat van (mini)campings.
Het plan is om de agrarische activiteiten te stoppen en het agrarische perceel volledig te gaan benutten ten behoeve van een campercamping. In ondergeschikte mate worden de bestaande agrarische gebouwen gebruikt ten behoeve van (caravan) opslag. De voorgestelde inrichting van het plangebied is weergeven in figuur 2.2.
Daarnaast wordt ingezet op een duurzame bedrijfsvoering. Er liggen bestaande panelen op de bedrijfsgebouwen en veldopstelling. Een (klein) deel van het zonneveld ligt buiten het huidige bouwvlak. Dat wordt gelegaliseerd binnen dit nieuwe bestemmingsplan. Het opwekken van zonne-energie is een deel van de bedrijfsvoering. De panelen blijven behouden.
Figuur 2.2 Toekomstige inrichting plangebied (versie november 2022)
Parkeren
Voor reguliere campings geldt een parkeernorm (CROW publicatie 317) van gemiddeld 1,2 parkeerplaatsen per standplaats. De campercamping kent in principe geen parkeervraag, omdat de campers op zichzelf de vervoermiddelen zijn. In dit plan wordt rekening gehouden met een parkeervraag van 0,2 parkeerplaatsen per standplaats, voor eventuele bezoekers. Binnen het plangebied is hier voldoende ruimte voor.
De ontwikkeling vindt plaats op de rand van de Noord Lheeder es, grenzend aan het dorp Lhee. Het gebied kenmerkt zich in hoofdzaak als grootschalige es van hoge cultuurhistorische waarde. In groter geheel bezien ligt het gebied tussen het natuur- en bosgebied Dwingelderveld en het beekdal van de Dwingeler Stroom. Er is sprake van een kenmerkende besloten en onregelmatige verkaveling, waarin het hotel samen met het agrarisch bedrijf goed zijn ingepast. De campercamping wordt binnen de grenzen van het bestaande agrarische bedrijf ingepast, gedeeltelijk binnen de bestaande bossingel. Voor een passende landschappelijke inpassing worden de bestaande landschappelijke elementen versterkt door het aanplanten van inheemse singels. De camperplekken worden hierdoor landschappelijk ingepast. Daarnaast wordt 'overbodige' erfverharding inclusief een beeldverstorende betonnen mestsilo in het plangebied zoveel mogelijk opgeruimd. Dit komt de ruimtelijke kwaliteit ten goede.
Door de gewenste inrichting van het plangebied ontstaat een situatie waarbij de ruimtelijke impact beperkt is. Er wordt gebruik gemaakt van de bestaande ruimtelijke structuren en landschapselementen. Door deze op bepaalde plekken te versterken en door bestaande verhardingen te verwijderen ontstaat er een verantwoordelijke landschappelijke inpassing. De voorgestelde inrichting van het plangebied met de relevante landschapselementen is weergegeven in figuur 2.3.
Door het Oversticht is op 1 juli 2021 een advies gegevens. Hierin is aangegeven dat de beoogde ontwikkeling op een verantwoorde manier kan worden ingepast. Landschapsarchitect van Het Oversticht heeft geadviseerd over de inpassing van het zonnepanelenveld en heeft daarbij rekening gehouden met de wens tot uitbreiding van de campercamping. Er is aangegeven welke elementen versterkt zouden moeten worden en op welke wijze.
Het behoud van de bestaande beplanting en het aanbrengen van nieuwe beplanting is in dit bestemmingsplan gewaarborgd in de regels (voorwaardelijke verplichting). Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in Bijlage 2 van de regels van dit bestemmingsplan.
Figuur 2.3 Gewenste situatie plangebied (bron: Twan's Landschaps- en Tuinadvies)
Het behoud van de bestaande beplanting en het aanbrengen van nieuwe beplanting is in dit bestemmingsplan gewaarborgd in de regels (voorwaardelijke verplichting). Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in Bijlage 2 van de regels van dit bestemmingsplan.
Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de belangrijkste beleidskaders van het rijk, de provincie en de gemeente. Daarnaast beschrijft dit hoofdstuk de uitgangspunten vanuit het beleid waarmee in dit bestemmingsplan rekening gehouden is.
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI.
Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren.
Opgaven
Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in 4 opgaven:
Realiseren opgaven
In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren:
Voor Noord Nederland wordt in 2021 een omgevingsagenda opgesteld, waar Drenthe onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio.
Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie.
Conclusie
Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de NOVI.
Duurzame verstedelijking
In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. De regeling houdt in dat de toelichting bij een bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Het initiatief dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is het uitbreiden van een campercamping met een omvang van circa 84 standplaatsen en bijbehorende voorzieningen met ten hoogste 250 m2 aan bebouwing. Tevens wordt bestaande bedrijfsbebouwing gebruikt voor opslag van caravans. Dit kan niet worden gezien als een stedelijk ontwikkeling. Overigens valt recreatie onder de leisurevoorzieningen, hetgeen is aangewezen als een stedelijke functie. Of er sprake is van nieuwe verstedelijking zoals bedoeld in het Bro wordt bepaald door de mate waarop bouwmogelijkheden worden geboden voor een stedelijke functie. Dat is in dit bestemmingsplan zeer beperkt. Het gaat om enkele gebouwde voorzieningen, zoals een sanitair gebouw en enkele overkappingen ten behoeve van een barbecue. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe verstedelijking mogelijk maakt zoals bedoeld in het Bro.
Overigens speelt de initiatiefnemer in op een concrete vraag uit de markt. Kamperen met camper is een vorm van verblijfsrecreatie die in opmars is. Op deze manier speelt de camping in op de vraag van de recreant.
Voor recreatiefuncties zoals deze, in dit geval met kenmerken van het 'kamperen bij de boer", is ligging buiten bestaand stedelijk gebied een voor de hand liggende keuze, vanwege de landschappelijke kwaliteiten en de uitloopmogelijkheden in de omgeving. De vraag richt zich niet op stedelijke locaties, maar juist op landelijke locaties. De locatie ligt nabij verschillende campings, logiesverblijven en aansluitend op een hotel. Het kampeerterrein, specifiek gericht op campers, is aanvullend op het bestaande aanbod en vormt qua doelgroep een passende aanvulling op de bestaande recreatieve voorzieningen in het landelijk gebied. De ontwikkeling speelt in op een trend in de recreatiemarkt, mede door een onderscheidend aanbod.
Omgevingsvisie Drenthe (2018)
De essentie van de visie staat als volgt beschreven:
“Drenthe is geweldig! Drenthe wordt geroemd om haar prachtige landschap met es-dorpen, heide en bossen. Daarnaast vind je er tal van tastbare sporen van de rijke geschiedenis die het gebied kent, zoals de hunebedden, en staat Drenthe bekend om de rust die je er nog kunt vinden. Maar Drenthe is zoveel meer. Te midden van al het schoon vind je de ASTRON in Dwingeloo, WILDLANDS Adventure Zoo Emmen, het TT-circuit in Assen, een ruim recreatief aanbod en een ijzersterke agrarische sector. De wisselwerking tussen landschappelijke kwaliteiten en economische initiatieven schept een typisch Drentse dynamiek. Grotere 'spelers' bepalen veelal het beeld. Voor de werkgelegenheid speelt juist het midden- en kleinbedrijf een belangrijke rol. Meer dan 95% van het Drentse bedrijfsleven behoort tot het MKB. Het ondernemende deel van Drenthe willen wij volop de ruimte bieden, binnen de kaders van ons beleid. De missie voor onze Omgevingsvisie Drenthe luidt dan ook: Het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe passend bij deze kernkwaliteiten.
Deze ambitie vormt het hart van het provinciaal beleid. De provincie wil ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit, mede vanuit de wetenschap dat landschapskwaliteit een belangrijke vestigingsfactor is. In het beleid worden zes verschillende kernkwaliteiten die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven genoemd. Het gaat om landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur.
De provincie streeft naar een robuuste ontwikkeling van de ruimtelijke dragers: de sociaaleconomische structuur, het landbouwsysteem, het watersysteem en het natuursysteem. Een systeem is robuust als het weinig gevoelig is voor verstoringen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. Waar geen dominant systeem aanwijsbaar is, spreken we over 'multifunctionele gebieden'.
De strategische opgave van de provincie wordt gevormd door ontwikkelingen die op Drenthe afkomen en die van invloed zijn op de robuuste systemen en die Drenthe blijvend veranderen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de gevolgen van klimaatverandering op het water-, natuur- en landbouwsysteem of de inpassing van duurzame energiesystemen binnen de Drentse landschappen. De opgaven vragen om een integrale en zorgvuldige afweging binnen en tussen de verschillende robuuste systemen. Daarbij zoekt de provincie naar toegevoegde waarde en streven naar het behoud, en zo nodig, de ontwikkeling van de Drentse ruimtelijke identiteit. Kortom, functies, kwaliteiten en strategische opgaven moeten met elkaar worden gecombineerd. Dit wordt het combinatiemodel genoemd.
Een nieuw bestemmingsplan mag niet strijdig zijn met het provinciaal omgevingsbeleid en moet voldoen aan de provinciale omgevingsverordening. Voor het voorliggende bestemmingsplan is in dit verband van belang dat voldoende rekening wordt gehouden met de provinciale bepalingen en zo mogelijk ook met de provinciale ambities, die overigens meestal wel overeen komen met de ambities van de gemeente. In de provinciale omgevingsvisie zijn diverse kernkwaliteiten benoemd en specifiek op kaarten aangegeven, die in beginsel niet mogen worden aangetast door nieuwe ontwikkelingen. Bij herziening van de vigerende bestemmingsplannen moeten de nieuwe bepalingen van het provinciaal omgevingsbeleid worden verwerkt. Dit betekent dat de bestaande planregels soms moeten worden aangescherpt, maar vaak is het ook zo dat de gemeente meer of nieuwe ontwikkelingsruimte in het bestemmingsplan mag bieden, mits voldoende rekening wordt gehouden met behoud en ontwikkeling van de kernkwaliteiten.
Met het voorliggende bestemmingsplan gaat het met betrekking tot de te beschermen kernkwaliteiten in hoofdzaak om de cultuurhistorische-, aardkundige- en landschappelijke waarden. Het 'Natura 2000' natuurgebied Dwingelderveld ligt weliswaar op korte afstand van het plangebied, maar wordt door het planvoornemen niet aangetast, gezien het feit dat met dit bestemmingsplan geen melkveebedrijf meer mogelijk wordt gemaakt. Voor een verdere beschrijving wordt verwezen naar paragraaf 4.8. Met betrekking tot de gewenste toekomstige ontwikkelingen en ambities zijn er raakvlakken met de thema's 'energietransitie', 'recreatie en toerisme' en 'toekomstgerichte landbouw'.
Volgens de kernkwaliteitenkaarten ligt het plangebied in een esdorpenlandschap, op een es, en in een aardkundig waardevol gebied (middel beschermingsniveau). Bij het opstellen van het landschappelijk inrichtingsplan voor de campercamping is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van het gebied. De waarden van dit gebied zijn vertaald en geregeld in het bestemmingsplan. Het gaat dan met name om de archeologische en cultuurhistorische waarden van de es. Gelet op de locatie waar de ontwikkeling plaatsvindt en de relatief kleinschalige bodemingrepen, wordt geen afbreuk aan deze waarden gedaan. Voor een blijvende bescherming is de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' uit het geldende bestemmingsplan overgenomen.
Energietransitie
De energietransitie heeft in hoofdzaak betrekking op grootschalige productie van hernieuwbare energie. Voor dergelijke initiatieven is provinciaal omgevingsbeleid in het leven geroepen. Het planvoornemen houdt onder andere in dat de bestaande, kleinschalig op de bedrijfslocatie hernieuwbare energie wordt opgewekt door middel van zonnepanelen. Dit als onderdeel van de totale bedrijfsvoering. De benodigde landschappelijke inpassing ten behoeve van het zonneveld is inmiddels aangebracht en de instandhouding hiervan wordt met dit bestemmingsplan gewaarborgd. Het provinciaal omgevingsbeleid stelt hier geen bijzondere voorwaarden aan. Met deze ontwikkeling wordt een kleine bijdrage geleverd aan de energietransitie.
Recreatie en toerisme (vrije tijdseconomie)
De vrijetijdssector is een belangrijke pijler voor de Drentse economie. Drenthe heeft de bezoeker veel te bieden. Drenthe is dé fiets- en vrijetijdsprovincie van Nederland. De kwaliteiten van Drenthe voor de vrijetijdseconomie liggen in een combinatie van natuur, landschap, erfgoed en cultuur. Dat wil de provincie zo houden en verder uitbouwen. De provincie zet daarom in op het versterken van de vrijetijdseconomie door het verbinden van de verblijfsrecreatie aan de lokale economie, aan de beleving van ruimtelijke kwaliteit en aan (dag-)attracties. De focus ligt op het vergroten van de aantrekkelijkheid van Drenthe als bestemming voor bezoek en verblijf, zowel recreatief als zakelijk. Voor de binnenlandse markt liggen er kansen voor het verstevigen van de eigen marktpositie door te focussen op hogere bestedingen. Van de buitenlandse markt verwacht de provincie de meeste groei en dan met name van de Duitse en Belgische markt in het voor- en naseizoen. Dit levert meer bezoekers, bestedingen en banen op. En daar profiteert de Drentse bevolking van, zowel wat betreft werk en leefbaarheid als ook aantrekkelijkheid van de eigen woonomgeving. De provincie biedt de recreatiesector ontwikkelingsruimte, zodat deze voldoende in kan spelen op veranderingen in vraag en aanbod. De sector zal dit zelf moeten doen om blijvend tevreden gasten aan te trekken in een dynamische markt. De provincie heeft samen met de gemeenten en andere partners een Drenthe-breed onderzoek laten uitvoeren naar de vitaliteit van de verblijfsrecreatiesector in Drenthe. Uit dit onderzoek blijkt dat revitalisatie noodzakelijk is en dat het hierbij om een meervoudige opgave gaat die een meer jaren, integrale aanpak vereist.
Ten aanzien van nieuw aanbod van verblijfsrecreatie onderstreept de provincie het belang van productontwikkeling en diversificatie. Dit vraagt een uitnodigend beleid en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het beleid voor nieuwvestiging kenmerkt zich door een uitnodigend karakter. Dit betekent dat de provincie op voorhand geen locaties aanwijst of uitsluit, maar maatwerk biedt per plan. De provincie biedt ontwikkelingsruimte aan nieuwvestiging , mits het plan onderscheidend is ten opzichte van het huidig aanbod en zich mee kan ontwikkelen met een veranderende vraag vanuit de markt. Bovendien moet de bedrijfsopzet duurzaam zijn, als het gaat om het gebruik van materialen, inrichting en inpassing in de omgeving en er dient sprake te zijn van een duurzame langjarige bedrijfsmatige exploitatie. Daarnaast wordt bij nieuwvestiging van recreatieparken de systematiek van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking toegepast. Dit betekent dat eerst wordt gekeken naar de mogelijkheden van de bestaande recreatielocaties, voordat nieuwe ontwikkelingen in beeld komen.
Het planvoornemen betreft de uitbreiding van een al bestaande campercamping binnen een voormalig agrarisch bouwvlak. Het gaat om een uitbreiding van bestaand aanbod dat onderscheidend is ten opzichte van het huidig aanbod en dat zich mee kan ontwikkelen met een veranderende vraag vanuit de markt. Bestaande recreatieterreinen kunnen gelegenheid bieden voor het plaatsen van campers en doen dat hier en daar ook al. De vraag naar camperplaatsen is op dit moment een groeimarkt. Het Recreatieschap Drenthe heeft onderzoek laten verrichten naar deze specifieke 'marktvraag' en met name naar de vraag of het wenselijk is te voorzien in openbare standplaatsen voor campers. Dit onderzoek heeft geleid tot een adviesrapport aan de gemeenten (november 2018). In dit adviesrapport wordt relevante informatie uit verschillende gezichtsvelden nader belicht en zijn aanbevelingen voor de gemeenten geformuleerd. Uit het rapport blijkt dat de vraag naar standplaatsen voor campers uit verschillende categorieën bestaat. Aan een groot deel van de vraag zou (in de toekomst) kunnen worden voldaan door de bestaande recreatiebedrijven. Uit het onderzoek blijkt echter ook dat een substantieel deel van de vraag/behoefte gericht is op kleinschalige specifieke standplaatslocaties. Een deel van deze categorie wil geen gebruik maken van 'reguliere' recreatieterreinen. Dit betekent dat de vraag/behoefte niet geheel door bestaande recreatielocaties kan worden opgevangen. In het adviesrapport wordt de aanbeveling gedaan om camperplaatsen op bedrijfsmatige grondslag aan te bieden. Het planvoornemen sluit hier goed op aan.
De directe omgeving heeft een hoge belevingswaarde. De dorpen Lhee en Dwingeloo en het Natura 2000 gebied Dwingelderveld liggen op korte afstand. Ligging aan de rand van de Lheeder es, is uniek te noemen.
Provinciale omgevingsverordening
In de verordening (geconsolideerde versie van 12-8-2021 inclusief wijziging van 1-6-2022) staan regels die de gemeente in acht moet nemen bij de vaststelling van bestemmingsplannen. Ook staan er algemeen verbindende voorschriften in, die uit oogpunt van provinciaal belang rechtstreeks van toepassing zijn op het grondgebruik. De verordening heeft de juridische status van handhaafbare wet- en regelgeving. De voor dit bestemmingsplan meest relevante bepalingen in de POV zijn de volgende:
Artikel 2.6, lid 2
Als bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn:
Artikel 2.21, Nieuwe verblijfsrecreatie en uitbreiding verblijfsrecreatie
Een ruimtelijk plan kan alleen voorzien in een nieuw park of uitbreiding van een park indien het ruimtelijk plan regels stelt ter waarborging van levensvatbare langjarige bedrijfsmatige exploitatie van het park, zodat permanente bewoning van recreatiewoningen wordt voorkomen.
Het planvoornemen voldoet aan de strekking van deze bepaling.
Artikel 2.24, Zonne-energie
Een ruimtelijk plan kan voorzien in de realisatie van zonne-akkers indien uit het desbetreffende ruimtelijk plan blijkt dat:
Het planvoornemen voldoet aan de strekking van deze bepaling.
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met het provinciaal omgevingsbeleid.
Omgevingsvisie Westerveld
Op 1 februari 2022 is de Omgevingsvisie Westerveld vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat het toekomstbeeld van en voor de gemeente Westerveld. De omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie op de ontwikkeling van zijn gemeente en gaat over de hele fysieke leefomgeving. De visie geeft richting aan wat de gemeente in 2040 bereikt wilt hebben.
De gemeente geeft aan een sterke, economische, recreatieve en agrarische gemeente te willen zijn. Hierbij is volop voor nieuwe ondernemingen. Onder andere op locaties van voormalige (agrarische) bedrijven ziet de gemeente nieuwe succesvolle ondernemingen. De gemeente wil daarbij ook een belangrijke toeristische trekpleister vormen. Vakantie en vrijetijdsbesteding in eigen land is populair. Daardoor is er meer behoefte aan kwaliteit en flexibiliteit in verblijfsrecreatie. De gemeente wil die ontwikkeling faciliteren en innovaties stimuleren.
Wat betreft recreatie en toerisme streeft de gemeente naar een verdere verbetering van het toeristisch-recreatieve palet. Daarbij geldt: ‘kwaliteit boven kwantiteit, wat betekent dat de gemeente initiatieven voor verbetering van bestaande recreatieterreinen zullen ondersteunen. Ook de vestiging van kwalitatief hoogwaardige en onderscheidende nieuwe recreatieterreinen wordt op voorhand niet uitgesloten.
In het buitengebied komen geregeld agrarische gebouwen en gronden vrij, en soms dreigt daar verpaupering of crimineel gebruik. Om dit te voorkomen wil de gemeente op deze plekken ruimhartig omgaan met plannen oor wonen/werken en recreatie, ambachtelijke bedrijvigheid, winkels met streekproducten of creatieve beroepen.
Voor bestaande recreatieve functies geldt als uitgangspunt dat deze kunnen worden voortgezet en dat recreatiebedrijven, indien wenselijk (en/of noodzakelijk) voor het voortbestaan van het bedrijf, kwalitatief mogen uitbreiden. Voor de uitbreiding worden voorwaarden gesteld met betrekking tot een goede landschappelijke inpassing. Tevens moet het bedrijf bij uitbreiding kunnen aantonen dat de beschermde ecologische- en natuurwaarden van het gehele gebied in hoofdzaak niet wordt aangetast
Met het voorliggende planvoornemen speelt de initiatiefnemer in op de vrij nieuwe en groeiende vraag naar camperplaatsen. Het relatief kleinschalig planvoornemen is grotendeels aanvullend en zal niet of nauwelijks verdringend effect hebben voor de reguliere recreatiebedrijven in de directe omgeving van het plangebied. Door de uitbreiding van het aantal camperplaatsen wordt ingespeeld op het verbeteren en aanvullen van het recreatieve aanbod. Belangrijk is dat de toekomstige inrichting op een zorgvuldige manier landschappelijk wordt ingepast. Hiervoor is een apart landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De ontwikkeling leidt verder ook niet tot aantasting van ecologisch- en natuurwaarden. Per saldo zal sprake zijn van een verbetering. Dit door het beëindigen van de agrarische activiteiten. Tot slot draagt de uitwerking van dit bestemmingsplan ook bij aan passende invulling van de bestaande agrarische gebouwen. Hierdoor wordt verpaupering voorkomen.
Beeldkwaliteitsplan Buitengebied Westerveld
Met het beeldkwaliteitsplan wil de gemeente bewerkstelligen dat bestaande bedrijfslocaties en nieuwe ontwikkelingen landschappelijk goed worden ingepast. Het beeldkwaliteitsplan is oorspronkelijk gebaseerd op de Kadernota buitengebied en vindt nu grondslag in de structuurvisie en het bestemmingsplan voor het buitengebied. Omdat de kleine dorpen Lhee, Eemster en Geeuwenbrug overwegend een landelijk karakter hebben waar landschappelijke waarden aan de orde zijn, is het beeldkwaliteitsplan ook verbonden aan het bestemmingsplan Lhee, Eemster en Geeuwenbrug, waarin het perceel van de campercamping valt. De landschappelijke inpassing is afgestemd op het beeldkwaliteitsplan en is in het bestemmingsplan vastgelegd door middel van een landschappelijk inrichtingsplan met bijbehorende planregels. Het beeldkwaliteitsplan is juridisch ook aan dit bestemmingsplan verbonden.
Recreatiebeleid
De gemeente heeft na vaststelling van de structuurvisie nog geen specifiek recreatiebeleid uitgewerkt. De gemeente wil de komende jaren voortvarend aan de slag met de uitvoering van het project Vitale vakantieparken. Zeer onlangs is hiervoor een plan van aanpak opgesteld. In algemene zin streeft de gemeente naar een toename van de bestedingen in de recreatieve sector. Het gaat hierbij niet alleen om verblijfsrecreatieterreinen, maar over de gehele recreatieve sector, dus inclusief dagrecreatie, evenementen en dergelijke. De ontwikkeling van het aantal recreatieve overnachtingen is één van de graadmeters die al enige jaren aanleiding gaf tot grote zorg. In 2018 is door de provincie, de Drentse gemeenten, het recreatieschap Drenthe, de vereniging van recreatieondernemers en met vele recreatieondernemers, samen gewerkt aan een Drenthe-brede inventarisatie en gemeenschappelijke aanpak.
Dit heeft geleid tot het rapport “Vitale vakantieparken Drenthe”, dat inzicht geeft in de bestaande situatie van de recreatiesector in Drenthe, waaronder de gemeente Westerveld. Het rapport betreft in hoofdzaak de 'reguliere' verblijfsrecreatie. Uit het rapport is de conclusie getrokken dat er een grote, voornamelijk kwalitatieve opgave ligt, maar ook dat er veel ontwikkelingskansen zijn, voor de betrokken overheden en de recreatieondernemers om te komen tot een (meer) vitale recreatiesector in Drenthe. De gezamenlijke aanpak zal gericht worden op een hoge kwaliteit en meer differentiatie van het recreatieve aanbod en meer dynamiek om de steeds veranderende recreatieve behoefte goed te kunnen blijven volgen. Dit kan betekenen dat de recreatiebedrijven meer of andere ontwikkelingsruimte zullen moeten krijgen. Tot de differentiatie van het aanbod behoren niet alleen de 'reguliere' recreatiebedrijven, maar ook andere bedrijven en inwoners die recreatieve mogelijkheden willen bieden, zoals bed & breakfast, groepsaccommodatie, recreatieappartementen, kamperen bij de boer. Deze kleinschalige bijzondere kampeervormen dragen bij aan de beoogde differentiatie en zullen ook rekening moeten houden met de steeds veranderende vraag, met name in kwalitatief opzicht.
Met het voorliggende planvoornemen speelt de initiatiefnemer in op de vrij nieuwe en groeiende vraag naar camperplaatsen. In het adviesrapport “Camperbeleid Drenthe 2018” van het Recreatieschap Drenthe wordt inzicht gegeven in de vraag naar camperplaatsen en wordt de gemeenten geadviseerd hoe tegemoet kan worden gekomen aan de vraag van camperaars. De 'reguliere' recreatiebedrijven waar toeristische kamperen is toegestaan, staat het vrij om ervoor te kiezen (ook) camperplaatsen aan te bieden. Hiervoor gelden geen andere voorwaarden dan het kamperen met een toercaravan. Sommige recreatiebedrijven hebben dit ook gedaan of gaan dat mogelijk nog doen. Hetzelfde geldt voor agrarische bedrijven die vergunning hebben voor 'kamperen bij de boer', zij het dat de randvoorwaarden van de vergunning onverkort blijven gelden. Uit het adviesrapport blijkt dat de vraag naar camperplaatsen zo is opgebouwd dat de reguliere recreatiebedrijven niet in alle opzichten aan deze vraag kan voldoen.
Het relatief kleinschalig planvoornemen is grotendeels aanvullend en zal niet of nauwelijks verdringend effect hebben voor de reguliere recreatiebedrijven in het gebied Dwingeloo/Lhee/Lheebroek.
In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:
In onderdeel D van het Besluit m.e.r. (D10) is onder andere de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen opgenomen. Het gaat om grootschalige recreatieve voorzieningen, waarbij de drempelwaarde op 25 hectare of 10 hectare in gevoelig gebied ligt. Verder geldt een bezoekersaantal van 250.000 bezoekers of meer per jaar als drempelwaarde. De ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt blijft met een oppervlakte van 2,6 hectare ruim onder de drempelwaarden en is daarmee niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig. Ook blijft het aantal bezoekers dat jaarlijks op de locatie aanwezig is, zelfs bij een jaarrond volledige bezetting, ruim onder de drempelwaarde.
In het Besluit m.e.r. is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan - ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft - mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft. Dit is een “vormvrije” m.e.r.-beoordeling. De aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling is als bijlage 1 toegevoegd. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Er is dan ook geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Het besluit hiervan is opgenomen in bijlage 2.
Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën.
Voor dit plan zijn de volgende functies relevant:
Voor het hotel geldt dat het kampeerterrein hier functioneel goed mee verenigbaar is. Tussen het hotel zelf en het bestaande kampeerterrein is een bossingel aangelegd die voor visuele afscherming zorgt en enige afstand waarborgt. Daarmee zijn de verschillende activiteiten op een verantwoorde manier van elkaar gescheiden. De onderlinge afstand tussen de opslaggebouwen en het kampeerterrein is in dit geval niet relevant, aangezien beide bedrijfsactiviteiten deel uitmaken van één inrichting. Overigens zorgt de toekomstige opslagfunctie niet voor overlast richting kampeerders. Er is namelijk slechts sprake van inpandige opslag. Van continu geluid zal geen sprake zijn.
De woonhuizen in het lint liggen op meer dan 150 meter vanaf het plangebied. Daarmee wordt voldaan aan de richtafstanden.
Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een verantwoorde milieuzonering waarbij oom een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.
Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het van belang om hinder door verkeer zoveel mogelijk te voorkomen. Om het effect van het project op de verkeersituatie te beoordelen is gebruik gemaakt van de kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van het CROW (publicatie 317). Er kan worden uitgegaan van een verkeersgeneratie van 0,4 verkeersbewegingen per etmaal per standplaats. Dit is exclusief 11% verkeersbewegingen als gevolg van gasten van de recreanten. De gewenst situatie omvat 84 standplaatsen voor campers. Dit betekent dat in de gewenste situatie 34 verkeersbewegingen per etmaal ontstaan. Deze verkeersbewegingen zullen opgaan in het heersende verkeersbeeld en hebben geen significant effect op de doorstroming en op wegverkeerslawaai.
Het plangebied wordt ontsloten op de Lhee, waarna het verkeer via verschillende ontsluitingswegen aansluit op de provinciale N855. De verschillende ontsluitingswegen binnen de bebouwde kom van Lhee zijn in de huidige situatie gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een 30 km/u regime. In noordelijke richting betreft de Lhee een 60 km/u regime en een wegbreedte die voldoende breed is voor het kunnen passeren van voertuigen. Ook grotere campers Binnen het gebied waarvan onder meer de Lhee deel uitmaakt, deelt de fietser de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer.
De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersgeneratie van 34 mvt/etmaal ten gevolgde. Alleen op de aankomst en vertrek dagen zal het verkeersaanbod het hoogst zijn, waarbij naar verwachting het meeste verkeer in de ochtend vertrekt en in de middag aan komt. Overigens zullen deze vervoersbewegingen nooit op het zelfde moment plaatsvinden. De ontsluitende wegen richting de N855 beschikken over voldoende capaciteit om de toename van het verkeer te kunnen opvangen. De toename aan verkeer zal dan ook opgaan in de dagelijkse fluctuatie van het verkeer. Deze geringe toename van verkeer kan zonder problemen worden afgewikkeld op de omliggende kruispunten en wegen. De afwikkeling van het verkeer zal daardoor niet voor problemen zorgen. Overigens verdwijnen de agrarische vervoersbewegingen met de beoogde ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Op piekmomenten is hierbij sprake van intensieve verkeersbewegingen bijvoorbeeld ten tijde van bemesten waarbij de hele dag met transporttanks gereden worden alsmede met vrachtauto's als met tractoren. De daadwerkelijke toename van het verkeer is daarmee minder dan 34 mvt/etmaal.
Ten aanzien van geluidshinder is de Wet geluidhinder (Wgh) van kracht. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidshinder in de toekomst. Voor het onderhavige plan is alleen geluidshinder als gevolg van wegverkeerslawaai van belang. In de Wet is bepaald dat elke weg in principe een zone heeft, waar aandacht aan geluidshinder moet worden besteed. De Wgh onderscheidt geluidsgevoelige objecten enerzijds en niet-geluidsgevoelige objecten anderzijds.
Het recreatieterrein is op grond van de Wgh geen geluidsgevoelig terrein. Het is daarom niet noodzakelijk om te toetsen aan de Wgh. De Lhee is overigens geen drukke verkeersroute en de camperplaatsen liggen op ruime afstand vanaf deze weg. Ter plaatse van de verblijfsrecreatie zal dan ook geen sprake zijn van onaanvaardbare geluidhinder door wegverkeerslawaai.
In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) gehanteerd.
Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2025) geldt in de directe omgeving van het projectgebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van 16 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 8 µg/m3. De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus zeer goed.
Plannen die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan voldoet hieraan als het een toename van minder dan 3% van de grenswaarden tot gevolg heeft.
Een kampeerterrein kan invloed hebben op de luchtkwaliteit door de verkeersgeneratie. Op basis van de kencijfers parkeren en verkeersgeneratie van het CROW (publicatie 317) kan worden uitgegaan van een verkeersgeneratie van 0,4 verkeersbewegingen per etmaal per standplaats. Dit is exclusief 11% verkeersbewegingen als gevolg van gasten van de recreanten. De gewenste situatie omvat 84 standplaatsen. Dit betekent verkeersbewegingen 34 per etmaal. Met de NIBM-tool is bepaald dat het plan hiermee niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Er zijn er geen belemmeringen voor het plan vanuit dit aspect.
Bij het aspect 'bodem' staat de vraag centraal of de bodemkwaliteit toereikend is voor het nieuwe gebruik. De bodem kan door eerdere (bedrijfs)activiteiten verontreinigd zijn. Voor de ruimtelijke procedure is het van het belang dat verdachte locaties worden gesignaleerd.
De gronden waarop de ontwikkeling plaatsvindt zijn vanaf 1980 in gebruik als voeropslag voor het (toenmalige) melkveebedrijf. Op deze plek hebben in het verleden geen activiteiten plaatsgevonden die mogelijk hebben geleid tot bodemverontreiniging. Daarom kan worden aangenomen dat de gronden geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik als recreatieterrein. Er is geen sprake van een verdachte locatie. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan niet nodig.
Verder worden de bestaande bedrijfsgebouwen nu ook weer in gebruik genomen ten behoeve van een bedrijfsvoering. Namelijk het opslaan van caravans. Volgens de Woningwet is er een bodemonderzoek vereist indien het een bouwwerk betreft waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (meer dan 2 uur per (werk)dag) mensen verblijven. In de gewenste situatie is hier geen sprake van. Een verkennend bodemonderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit.
Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Drents Overijsselse Delta. Het plan is, op 15-5-2022, via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap. Het toetsresultaat is opgenomen in Bijlage 3. Dit plan heeft geen relevante invloed op de waterhuishouding. Het plan ligt niet in een beperkingsgebied en er worden ook geen ingrepen gedaan in watergangen of grote verhardingsoppervlakten aangelegd. Volstaan wordt met het opnemen van een standaard wateradvies. Dit is hierna opgenomen.
Relevant beleid
Het beleid van het waterschap Drents Overijsselse Delta staat beschreven in het waterbeheerplan 2016-2021. Specifiek voor het stedelijke gebied heeft het waterschap het beleid geformuleerd in 'Water Raakt!'. Daarnaast is de Keur een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden.
Invloed op de waterhuishouding
Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het bestemmingsplan worden niet meer dan tien wooneenheden gerealiseerd en de toename van het verharde oppervlak bedraagt maximaal 1200 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast.
Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseert het waterschap om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater.
Voorkeursbeleid hemelwater
In het plan wordt gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Schoon hemelwater wordt afgevoerd op de watergangen in de omgeving. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen.
Er worden geen bedrijfsmatige activiteiten uitgevoerd die mogelijk leiden tot schadelijke lozingen op het oppervlaktewater. Er is slechts sprake van lozing van niet-verontreinigd hemelwater. Verder moet het bedrijf zich houden aan de voorwaarden voor lozingen uit het Activiteitenbesluit, om te voorkomen dat bijvoorbeeld meststoffen in het water terecht komen. Indien uitlogende bouwmaterialen, zoals zink, worden toegepast, wordt dit voorzien van een coating.
Oppervlaktewater
Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. Aan de noordzijde van het perceel ligt een watergang van het waterschap. De beschermingszone behorende bij deze watergang bedraagt hier 5 meter gerekend vanuit de insteek van de watergang.
Het gebruik van materialen
Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale watersysteem. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen, adviseert het waterschap om materialen zoals lood, koper en zink niet te gebruiken als het hemelwater vrij afstroomt naar het watersysteem.
Aanleghoogte van de bebouwing
Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand(GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast.
Wetgeving lozen in oppervlaktewater
In het plan vindt een lozing plaats van water in oppervlaktewater. Hemelwater van schone oppervlakken (zoals daken en tuinen) mag rechtstreeks geloosd worden. Hemelwater dat van een parkeerterrein afstroomt of anderszins vervuild raakt, dient via een bodempassage af te wateren. Indien er sprake is van het onttrekken van grondwater tijdens de aanleg, gelden specifieke regels voor het lozen in oppervlaktewater. Wanneer hier sprake van is, moet nader advies bij het waterschap worden ingewonnen.
Watervergunningen
Voor de ingrepen in het watersysteem is een watervergunning nodig.
Watertoetsproces
Het waterschap is geïnformeerd over het plan. Dit bestemmingsplan wordt in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan het waterschap voor een definitief wateradvies.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van natuurgebieden. Dit gaat om op Europees niveau aangewezen Natura 2000-gebieden. In de provinciale verordening worden gebieden die van belang zijn voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) beschermd. De bescherming van soorten en hun verblijfplaatsen is eveneens geregeld Wet natuurbescherming.
Gebiedsbescherming
Natura 2000-gebieden
Het plangebied maakt zelf geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Dwingelderveld ligt op 500 meter ten zuiden van het plangebied. Op grotere afstand richting het westen en noorden liggen ook Natura 2000-gebieden. De ligging van deze gebieden ten opzichte van het plangebied is weergegeven in figuur 4.2.
Figuur 4.2 Ligging Natura 2000-gebieden nabij het plangebied
Voor de beoordeling van de effecten van een ontwikkeling op Natura 2000-gebieden wordt onderscheidt gemaakt tussen directe verstoring als gevolg van geluid, licht, trillingen en verontreiniging enerzijds en vermesting en verzuring als gevolg van een toename in stikstofdepositie anderzijds. Gelet op de afstand tussen het recreatieterrein en het natuurgebied en het huidige intensieve gebruik van het plangebied en de directe omgeving, is uit te sluiten dat direct verstoring als gevolg van dit plan significant negatieve gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied.
Verkeer van en naar de camping rijdt via Lhee of Dwingeloo en sluit daar direct aan op de provinciale weg N855. Hier voegt het zich bij het heersende verkeersbeeld. Een eventuele toename van stikstofdepositie als gevolg van de extra verkeersbewegingen is verwaarloosbaar bij de huidige stikstofdepositie in het gebied.
In de bestaande Wnb-vergunning van de veehouderij heeft de veehouderij recht op emissie van een bepaalde hoeveelheid ammoniak. Het voornemen is om deze 'stikstofrechten' te gebruiken om de uitvoerbaarheid van de plannen van de Camping aan te tonen. Voor de locatie Lhee 78 te Dwingeloo is op 10 juni 2016 een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming verleend. Op basis van deze toestemming mag het bedrijf 2.333,0 kilogram ammoniak uitstoten.
Middels een AERIUS-berekening met interne saldering is aangetoond dat de plannen per saldo een positief effecten hebben en dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. De depositie van de veehouderij is vele malen hoger dan de depositie van de camping. In deze AERIUS-berekening zijn alle vastgelegde emissies (rechten) uit de Wnb-vergunning ingezet ten behoeve van de camping. Verkoop van de stikstofrechten aan andere partijen is niet mogelijk omdat alle vastgelegde emissies middels interne saldering worden ingezet ten behoeve van de camping. De activiteiten van de veehouderij worden dan ook beëindigd, de Wnb-vergunning komt te vervallen, waarna de camping wordt gerealiseerd.
De stikstofdepositie als gevolg van de toename aan verkeersbewegingen in het plangebied is lager dan de uitstoot die de agrarische bedrijfsvoering met zich meebrengt. Dit blijkt ook uit een stikstofonderzoek wat voor de ontwikkeling is uitgevoerd. In dit stikstofonderzoek is ook rekening gehouden met een berekening voor de aanlegfase.
De bijbehorende memo's en stikstofberekeningen zijn als bijlage 4, 5, en 6 toegevoegd. Geconcludeerd wordt dat het plan per saldo geen relevant negatief effect op de stikstofdepositie op de nabij gelegen Natura 2000-gebieden en mogelijk zelfs een positief effect.
Significant negatieve effecten voor de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Dwingelderveld zijn derhalve in het geheel uitgesloten. Er geldt met betrekking tot het Natura 2000-gebied geen vergunningplicht in relatie tot de Wet natuurbescherming.
Nederlands Natuurnetwerk
Het plangebied ligt niet binnen het Nederlands Natuurnetwerk (NNN). De dichtstbijzijnde gebieden die hier wel deel van uitmaken is het hiervoor genoemde Natura 2000-gebied. Een plan mag geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, die leiden tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van het NNN. Gelet op de afstand van het plangebied tot het NNN kan worden uitgesloten dat het plan afbreuk doet aan de kenmerken en waarden hiervan.
Soortenbescherming
Om de effecten van de ontwikkeling op in en rondom het plangebied aanwezige beschermde soorten in beeld te brengen is een ecologische quickscan uitgevoerd. De bijbehorende rapportage is opgenomen in Bijlage 9. Uit de QuickScan is gebleken dat er mogelijk jaarrond beschermde nesten van huismus, algemene broedvogels, verblijfplaatsen van vleermuizen en voortplantingswater en overwinteringshabitat van boomkikker, heikikker, kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn.
Voor algemene broedvogels dienen enkele mitigerende maatregelen genomen te worden. Het is de voorkeur om buiten het vogelbroedseizoen te werken. Indien toch gestart wordt met de werkzaamheden aan het begin of te midden van het vogelbroedseizoen, dienen de maatregelen gevolgd te worden zoals beschreven in paragraaf 5.1. van de QuickScan.
Daarnaast dient verstoring door bouwverlichting voorkomen te worden voor vleermuizen die mogelijk een verblijfplaats in de omliggende woning hebben, door de maatregelen te volgen zoals beschreven in paragraaf 5.2 van de QuickScan.
Voor de boomkikker, heikikker, kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad dient het bosschage verwijderd te worden buiten de overwinteringsperiode van de genoemde soorten (tussen 1 april en 1 oktober), of, indien dit niet mogelijk is een nader onderzoek te worden uitgevoerd. Voor de huismus zijn geen vervolgstappen, gezien de soort gewend is aan urbane omstandigheden.
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt uitvoerbaar is binnen de kaders van de Natuurbeschermingswet en de Wet natuurbescherming
In de Monumentenwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld.
Op grond van de Archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Westerveld is in het plangebied sprake van een hoge verwachtingswaarde (essen). De archeologische waarde is in het geldende bestemmingsplan vertaald naar de bestemming 'Waarde - Archeologie 3', alsmede de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. Voor bodemingrepen groter dan 1.000 m2 moet onderzoek worden uitgevoerd en ook zijn ingrepen slechts mogelijk indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de gronden.
Met de uitwerking van dit bestemmingsplan vinden geen bodemverstorende ingrepen plaats die de vrijstellingsgrens van 1.000 m2 overschrijden. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. In het nieuwe bestemmingsplan blijft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' gehandhaafd. Mochten bij de graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen geldt een meldingsplicht. Dit kan bij de gemeente Westerveld.
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.
De historische waarden van Drenthe zijn in belangrijke mate bepalend voor de identiteit en de ruimtelijke kwaliteit van Drenthe. Ze vormen de basis die Drenthe tot Drenthe maakt. De provincie Drenthe heeft in haar Omgevingsvisie de cultuurhistorische kernkwaliteiten in kaart gebracht. Voor het plangebied en de direct aangrenzende agrarische gronden gelden zeer specifieke kernkwaliteiten, namelijk die van de es. Deze oude open landbouwgronden liggen in een krans om de esdorpen (Lhee en Dwingeloo) heen. Om deze karakteristieke landschappen te behouden dienen ze gevrijwaard te blijven van bebouwing en beplanting.
Op de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente is te zien dat het gehele plangebied als waardevolle es is aangeduid. Een fragment van deze kaart is weergegeven in figuur 4.3.
Figuur 4.3 Fragment cultuurhistorische waardenkaart Westerveld
Het lint langs de Lhee, het hotel en het agrarisch bedrijf vormen de rand van de es. Met de plannen wordt de openheid en de belevingswaarde van de es gerespecteerd. De inrichting van het camperkampeerterrein wordt geheel landschappelijk ingepast. De impact op de es is hierdoor verwaarloosbaar. Er wordt op deze manier adequaat met de cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied omgegaan.
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen.
In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van de provincie Drenthe bekeken. Hieruit blijkt dat het hotel een risicovolle inrichting is. Dit komt door de opslag van chloor voor het aanwezig zwembad. Het camperkampeerterrein is gelegen binnen de inrichtingsgrens.
Gelet op de beperkte omvang van de opslag is er geen sprake van een Bevi-inrichting. Er is geen sprake van een plaatsgebonden risicocontour, waar geen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt mogen worden. Ook is het niet nodig nader onderzoek te verrichten naar de hoogte van het groepsrisico. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan daarom geen belemmeringen voor het plan.
Het zonnepark is risicovolle inrichting zoals bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en daarom dus ook geen BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen 2015)- of VR (Veiligheidsrapport)-plichtig bedrijf. Dit betekent dat de veiligheidsrisico's voor de omgeving (ook in termen van risicobeheersing) zeer klein zijn.
Het aspect externe veiligheid vormt voor dit bestemmingsplan dan ook geen beperkingen en aanvullend onderzoek kan achterwege blijven.
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht.
In of nabij het plangebied lopen geen hoofdleidingen of -kabels die voorzien moeten worden van een planologische regeling. Wel ligt het plangebied in een zone waar laag gevlogen mag worden. Gebouwen mogen hier niet hoger dan 30 meter worden. Dergelijk hoge gebouwen worden niet voorgesteld. Ter bescherming van deze zone is een vrijwaringszone opgenomen.
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden.
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
Recreatie - camperterrein
Voor de toekomstige recreatieve invulling van het plangebied is de bestemming 'Recreatie - 1' van toepassing. Binnen deze bestemming zijn standplaatsen voor campers mogelijk. Ook mogen de bestaande bedrijfsgebouwen gebruikt worden voor caravanstalling. Dit ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling'. De regels laten verder kleinschalige duurzame energiewinning toe en daarmee ook zonnepanelen (3.2.2.c). Recreatieve speelvoorzieningen zijn niet toegestaan.
Het behoud van de bestaande beplanting en het aanbrengen van nieuwe beplanting is in dit bestemmingsplan gewaarborgd in de regels (voorwaardelijke verplichting). Het landschappelijk inpassingsplan is opgenomen in Bijlage 2 van de regels van dit bestemmingsplan.
Waarde - Archeologie 3
De gebieden met hoge en middelhoge verwachtingswaarden zijn bestemd als 'Waarde - Archeologie 3'. Werkzaamheden boven een bepaalde omvang mogen niet plaatsvinden zonder omgevingsvergunning.
Waarde - Cultuurhistorie
De waardevolle essencomplexen zijn in het bestemmingsplan opgenomen binnen de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. De bescherming en het behoud van de essen staat centraal. Bebouwing is toegestaan indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de cultuurhistorische en archeologische waarden van de gronden.
Vrijwaringszone - laagvlieggebied
Binnen de vrijwaringszone van een laagvlieggebied is het bestemmingsplan terughoudend in het voorzien van bouwmogelijkheden voor masten, windmolens en andere hoge objecten. Binnen het laagvlieggebied wordt bebouwing uitgesloten dat hoger is dan 30 meter.
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. In dat verband wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
De bestemmingsplanprocedure geeft inzicht in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Voorafgaand aan deze procedure zijn de plannen al kenbaar gemaakt aan de direct omwonenden en gebruikers van de gronden in de omgeving. Het ontwerp voor de camping is naar aanleiding hiervan aangepast. Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure-stappen:
Vooroverleg en inspraak
In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. Bro is het concept ontwerpbestemmingsplan toegestuurd aan de provincie Drenthe, Waterschap, Natuur-en milieufederatie en Veiligheidsregio Drenthe. Er is besloten om het ontwerpbestemmingsplan ter visie te leggen zonder voorontwerp waarop een inspraakreactie gegeven kan worden. De initiatiefnemer heeft op 14 juni 2022 een informatiebijeenkomst gehouden voor de directe omgeving. Dit verliep overwegend positief. Er is een aantal inhoudelijke vragen gesteld over o.a. mogelijke horeca, aan-en afvoer en inpassing van de campers. Een geanonimiseerd verslag van deze bijeenkomst is als bijlage 10 bij de toelichting gevoegd.
Overlegreactie provincie Drenthe
In de reactie van de provincie wordt aangegeven dat door het ontbreken van een beeldkwaliteitsplan die de visuele impact op de es weergeeft het plan niet goed beoordeeld kan worden. Verder vindt de provincie dat het plan niet uitgaat van een kwaliteitsimpuls. Zij wil graag in overleg met aanvrager en gemeente over de genoemde punten. De reactie van de provincie is als bijlage 11 opgenomen.
Reactie gemeente
Naar aanleiding van deze reactie heeft de provincie op 27 oktober 2022 een bezoek gebracht aan de locatie en is gesproken met initiatiefnemer, zijn landschapsadviseur en gemeente. Uitgelegd is hoe en op welke wijze gekozen is voor de inpassing van het huidige terrein en het toekomstige terrein. Waar nodig worden bestaande groenelementen versterkt zoals het aanplanten van extra gebiedseigen groen (struiken en bomen). Het aanwezige panelenveld is reeds ingepast. Het veld ligt iets verdiept waardoor het als het ware wegvalt in het landschap. Het is voorzien van een lage grondwal met daarop bloemrijk graslandmengsel waardoor er een goede overgang is vanaf de es naar het erf. Dit is feitelijk een verbetering ten opzichte van de jarenlange aanwezige situatie als melkveebedrijf met daarbij o.a. buitenopslag, sleufsilo's en een mestbassin. Het inrichtingsplan welke gekoppeld is aan de regels, is naar aanleiding van het overleg aangepast en verduidelijkt. Hiermee is voldaan aan hetgeen de provincie heeft aangegeven.
Overlegreactie Waterschap Drents Overijsselse Delta
Het waterschap heeft aangegeven dat de waterparagraaf voldoende is opgenomen en heeft verder geen opmerkingen. De reactie van het waterschap is als bijlage 12 opgenomen.
Overlegreactie Veiligheidsregio Drenthe
De veiligheidsregio heeft aangeven akkoord te gaan met het plan. De reactie van de Veiligheidsregio Drenthe is als bijlage 13 opgenomen.
Natuur-en milieufederatie Drenthe
Geen reactie ontvangen.
Conclusie naar aanleiding van vooroverleg en inspraak
Bij de toelichting en de regels wordt het aangepaste inrichtingsplan toegevoegd.
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan “Dwingeloo-Lhee 78 campercamping” heeft met ingang van 1 december 2022 tot en met 18 januari 2023 ter inzage gelegen. Tijdens de periode van zes weken kon een ieder een zienswijze indienen. Er zijn twee zienswijze ontvangen. De argumenten in de zienswijze zijn in een zienswijzenota (zie bijlage 14) samengevat en voorzien van een inhoudelijk reactie. De zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven het bestemmingsplan aan te passen.
Vaststelling
Het bestemmingsplan is vervolgens op 28 maart 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).
Financiële haalbaarheid
De ontwikkeling is een particulier initiatief. Het perceel is eigendom van de aanvrager. De plan- en procedurekosten en de kosten voor de uitvoering van het plan worden verhaald uit de exploitatie van de standplaatsen.
Grondexploitatie
Doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden.
Dit bestemmingsplan maakt geen bouwplannen in de zin van het Bro mogelijk. Daarom is de grondexploitatieregeling niet van toepassing. Wel wordt met de initiatiefnemer een planschade overeenkomst afgesloten. Verder worden de plankosten via leges op de initiatiefnemer verhaald. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en wordt van het vaststellen van een exploitatieplan afgezien.