| Plan: | Spoorzone - deelgebied Lochtstraat |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | projectbesluit |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0855.PBS2009003-e001 |
Het plangebied is gelegen in het stroomgebied van de Beneden Dommel en Zandleij en behoort zowel kwalitatief als kwantitatief tot het beheergebied van Waterschap de Dommel.
Het plan omvat een oppervlakte van ongeveer 8.140 m². In de bestaande situatie is het plangebied geheel verhard.
Het plan is onderdeel van de Spoorzone. In het kader van het globaal bestemmingsplan Spoorzone is het nieuwe watersysteem vastgesteld.
Het terrein in het plangebied ligt ongeveer op dezelfde hoogte, namelijk tussen 14,20+ en 14,50+. De openbare ruimte in de Lochtstraat is ongeveer 0,10 m lager gelegen. De spoorweg ligt ongeveer op 18,00+ ten zuiden van het plangebied.
In verband met het structuurplan Spoorzone en het bouwplan Lochtstraat, zijn verschillende bodemkundig / hydrologisch onderzoeken gedaan. Daaruit blijkt dat de bodemopbouw over het algemeen bestaat uit een deklaag van ongeveer 8 - 9 m onder het maaiveld. Het betreft slecht doorlatende lemig zand. Daaronder bevindt zich het eerste watervoerende pakket, met een dikte van ongeveer 45 m. Deze laag is goed doorlatend, en bestaat uit grindhoudend grove zanden. Daaronder ligt de eerste scheidende laag, bestaande uit fijn zand en klei. Uit de boringen blijkt dat de eerste meters van de toplaag bestaan uit matig fijn, matig siltig zand. Op 1 - 1,5 m diepte ligt een mogelijk aaneengesloten, 1,5 - 2 m dik, zwak tot sterk zandig leemlaag.
In de hele Spoorzone bevinden zich diverse (potentiële) bodem- en grondwaterverontreinigingen. Uit historisch onderzoek blijkt de noodzaak voor nader onderzoek. Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich een grondwaterverontreiniging met VOCL. En een grondwaterverontreiniging met metalen en PAK.
De regionale grondwaterstroming is overwegend noordoostelijk, in het eerste watervoerende pakket ter plaatse van het plangebied. Uit beschikbare gegevens, blijkt de gemiddelde hoogste grondwaterstand ongeveer op 12,00+. Met maatgevende grondwaterstanden ruim 2,00 m onder het maaiveld, is de ontwatering in de bestaande situatie voldoende. n verband met het structuurplan Spoorzone en het bouwplan Lochtstraat, zijn verschillende bodemkundig / hydrologisch onderzoeken gedaan. Daaruit blijkt dat de bodemopbouw over het algemeen bestaat uit een deklaag van ongeveer 8 - 9 m onder het maaiveld. Het betreft slecht doorlatende lemig zand. Daaronder bevindt zich het eerste watervoerende pakket, met een dikte van ongeveer 45 m. Deze laag is goed doorlatend, en bestaat uit grindhoudend grove zanden. Daaronder ligt de eerste scheidende laag, bestaande uit fijn zand en klei. Uit de boringen blijkt dat de eerste meters van de toplaag bestaan uit matig fijn, matig siltig zand. Op 1 - 1,5 m diepte ligt een mogelijk aaneengesloten, 1,5 - 2 m dik, zwak tot sterk zandig leemlaag.
In de hele Spoorzone bevinden zich diverse (potentiële) bodem- en grondwaterverontreinigingen. Uit historisch onderzoek blijkt de noodzaak voor nader onderzoek. Direct ten zuiden van het plangebied bevindt zich een grondwaterverontreiniging met VOCL en een grondwaterverontreiniging met metalen en PAK.
Er bevindt zich geen oppervlaktewater in of in de nabijheid van het plangebied. In de bestaande situatie ligt riolering van het gemengde stelsel in en rond het plangebied. Het afvalwater stroomt af naar de afvalwaterzuiveringinstallatie Tilburg, in beheer van waterschap De Dommel.
Bij de ontwikkeling van de naastliggende plan gekend als Fraterhuis, is een infiltrerende riool aanglegd, ten behoeve van de toekomstige Burgemeester Brokxlaan. Deze doorlatende leidingen ontvangen het regenwater afkomstig van daken; het water infiltreert in de bodem.
Onderzoeken
In het plangebied zijn talloze bodemonderzoeken naar de grondwater- en de bodemkwaliteit. Door de vroegere bedrijvigheid zijn tientallen verdachte locaties, waar verontreiniging mogelijk, c.q. bekend, is. Ten aanzien van duurzaam stedelijk water, zijn de volgende rapporten van belang:
De bovengenoemde onderzoeken en de ontwikkelingen in het plangebied zijn reeds voor het Structuurplan gehanteerd voor het verkennen van de kansen om duurzaam om te gaan met regenwater, zoals omschreven in het gemeentelijke waterplan (GWP) en zijn vertaling in het Waterstructuurplan (WSP), het gemeentelijk rioleringsplan (GRP-3) en de vierde nota waterhuishouding (NW4). Verder is de Structuurvisie Water en Riolering (SWR) gehanteerd bij de afwegingen; dit thematische structuurvisie bevat het gemeentelijk rioleringsplan voor het planperiode 2010 - 2015.
Afwegingen
Het overslagriool 'Wandelboslaan' is aangelegd met hoofdzakelijk twee doelen: de gevallen van wateroverlast in Tilburg West te voorkomen en het vuiluitworp terug te dringen. Het gebied langs de Spoorlaan is ook onder druk bij hevige neerslag: in de berekeningen van het Basisrioleringplan 2005 zou water op straat ontstaan, welke in de praktijk niet waargenomen is als wateroverlast. Het niet doorvoeren van fase drie van het overslagriool in de Wandelboslaan leidde tot een aanzienlijke kostenbesparing. Om geen afbreuk te doen aan de hydraulische capaciteit van de bestaande rioolstelsels, is het afkoppelen van verharde oppervlakten in de Spoorzone een noodzakelijk alternatief.
Per 1 januari 2010 treedt de Structuurvisie Water en Riolering in werking. Daarin zijn het Waterplan, het Waterstructuurplan en het Gemeentelijk Rioleringsplan geactualiseerd en de nieuwe wet- en regelgeving geïmplementeerd. Het regenwater dient doelmatig verzameld en verwerkt worden. Hiervoor heeft de gemeente gekozen voor het afkoppelen bij gebieden die van belang zijn om een bui met een herhalingstijd van 2 jaar te verwerken, en bij stadsvernieuwing en herstructureringen.
In de Structuurplan Spoorzone en het bestemmingsplan Spoorzone is de insteek geweest het regenwater van de daken af te koppelen en te infiltreren in de bodem. Het water uit bestrating wordt afgevoerd via / richting de bestaande gemengde rioolstelsel.
In de Structuurvisie Water en Riolering is breder gekeken naar de maakbaarheid en houdbaarheid van infiltratievoorzieningen, de impact op bodem en grondwater en de doelmatigheid van de keuzes. In overleg met de waterpartners is gekozen voor doelmatig afkoppelen. Het water wordt dan ook verzameld en getransporteerd door middel van regenwaterriolering (Blauwe Aders) naar de stadsranden, waar het verwerkt wordt in zogenaamde waterparken. In de Spoorzone zijn delen Blauwe Aders aangelegd in de Spoorlaan en in de Burgemeester Brokxlaan.
Voor het plangebied betekent dat het afval- en regenwater inpandig gescheiden verzameld worden. Regenwater afkomstig van terreinen en bestrating wordt verder afgevoerd via de bestaande gemengde stelsels. Het regenwater afkomstig van daken wordt verzameld, getransporteerd en verwerkt via het aan te leggen secundaire afwateringssysteem (Blauwe Aders). Een deel hiervan is reeds aangelegd in de Burgemeester Brokxlaan. De bergingsopgave voor af te koppelen oppervlakten is 10 mm; voor onverharde oppervlakten in de bestaande situatie, die omgebouwd worden naar afwaterende oppervlakten: 40 mm.
Met de ontwikkelingen van de Spoorzone, wordt de NS-werkterrein omgebouwd tot nieuw stedelijk gebied. Daarbij wordt de Burgemeester Brokxlaan (verder) aangelegd voor de ontsluiting en de aanleg van nutsvoorzieningen. Daarin wordt een gescheiden stelsel aangelegd, met voldoende capaciteit om het dakregenwater te verzamelen, te bergen en te transporteren. Ten oosten van het plangebied is een deel van de nieuwe weg thans aangelegd, inclusief riolering.
In de plansituatie wordt binnen het plangebied van ongeveer 2.900 m² dakoppervlakte. De parkeerdek wordt deels groen ingericht (ongeveer 2.600 m²), deels verhard (ongeveer 850 m²). Buiten de bebouwde delen wordt de bestaande groene strook aan de westkant gehandhaafd (ongeveer 600 m²); de oostelijke en noordelijke randen worden verhard (ongeveer 1.250 m²).
In het kader van de structuurplan en bestemmingsplan Spoorzone, wateren de daken en de verharde delen van de parkeerdek af anders dan naar de gemengde riolering. De verharde terrein op maaiveld en eventueel de groen ingerichte delen wateren af richting de gemengde riolering. De wateropgave bedraagt dan ook ongeveer 37 m³. Het regenwater wordt dan ook verzameld in de aan te leggen Blauwe Ader in de Lochtstraat. Deze leiding wordt aangesloten op de reeds aangelegde stuk in de Burgemeester Brokxlaan.
De bergingsopgave zoals de Structuurvisie Water en Riolering beoogt is groter dan vastgesteld in het bestemmingsplan (bui 08 van de Leidraad Riolering verwerken), maar kan pas gerealiseerd worden bij de aanleg van de waterparken. De Blauwe Aders van de Spoorzone voeren af richting en lozen op het Wilhelminakanaal. Door de verbreiding en verdieping van het kanaal, is daar geen afvoercapaciteitsprobleem te verwachten. Wel is afstemming noodzakelijk op dit plan bij het ontwerp van kunstwerken. Voorbij de huidige sluis II wordt in de toekomst een waterpark ingericht, waar de resterende berging gerealiseerd wordt.
Zolang de Blauwe Ader niet kan lozen op het kanaal, werkt deze leiding als bergingsriool. Omwille van de veiligheid, en omdat deze verbinding pas te maken is als de werkzaamheden de Ringbaan West bereiken, worden nooduitlaten op het bestaande riolering voorzien. Na voltooiing van de Blauwe Ader, worden alle overstorten op de riolering afgesloten.
Watersysteem
Op grond van de bovengenoemde studies, beleidsdocumenten en afwegingen, zijn vervolgens in overleg met de waterbeheerder de bouwstenen vastgelegd voor het nieuwe watersysteem.
In het plangebied en voor rekening van de ontwikkelende partij(en), dienen de volgende randvoorwaarden in acht genomen te worden bij het herontwikkelen van het plangebied:
Onderzoeken
In het plangebied zijn talloze bodemonderzoeken naar de grondwater- en de bodemkwaliteit. Door de vroegere bedrijvigheid zijn tientallen verdachte locaties, waar verontreiniging mogelijk, c.q. bekend, is. Ten aanzien van duurzaam stedelijk water, zijn de volgende rapporten van belang:
De bovengenoemde onderzoeken en de ontwikkelingen in het plangebied zijn reeds voor het Structuurplan Spoorzone gehanteerd voor het verkennen van de kansen om duurzaam om te gaan met regenwater, zoals omschreven in het gemeentelijke waterplan (GWP) en zijn vertaling in het Waterstructuurplan (WSP), het gemeentelijk rioleringsplan (GRP-3) en de vierde nota waterhuishouding (NW4). Verder is de Structuurvisie Water en Riolering (SWR) gehanteerd bij de afwegingen; dit thematische structuurvisie bevat het gemeentelijk rioleringsplan voor het planperiode 2010 - 2015.
Afwegingen
Het overslagriool 'Wandelboslaan' is aangelegd met hoofdzakelijk twee doelen: de gevallen van wateroverlast in Tilburg West te voorkomen en het vuiluitworp terug te dringen. Het gebied langs de Spoorlaan is ook onder druk bij hevige neerslag: in de berekeningen van het Basisrioleringplan 2005 zou water op straat ontstaan, welke in de praktijk niet waargenomen is als wateroverlast. Het niet doorvoeren van fase drie van het overslagriool in de Wandelboslaan leidde tot een aanzienlijke kostenbesparing. Om geen afbreuk te doen aan de hydraulische capaciteit van de bestaande rioolstelsels, is het afkoppelen van verharde oppervlakten in de Spoorzone een noodzakelijk alternatief.
Per 1 januari 2010 treedt de Structuurvisie Water en Riolering in werking. Daarin zijn het Waterplan, het Waterstructuurplan en het Gemeentelijk Rioleringsplan geactualiseerd en de nieuwe wet- en regelgeving geïmplementeerd. Het regenwater dient doelmatig verzameld en verwerkt worden. Hiervoor heeft de gemeente gekozen voor het afkoppelen bij gebieden die van belang zijn om een bui met een herhalingstijd van 2 jaar te verwerken, en bij stadsvernieuwing en herstructureringen.
In de Structuurplan Spoorzone en het bestemmingsplan Spoorzone is de insteek geweest het regenwater van de daken af te koppelen en te infiltreren in de bodem. Het water uit bestrating wordt afgevoerd via / richting de bestaande gemengde rioolstelsel.
In de Structuurvisie Water en Riolering is breder gekeken naar de maakbaarheid en houdbaarheid van infiltratievoorzieningen, de impact op bodem en grondwater en de doelmatigheid van de keuzes. In overleg met de waterpartners is gekozen voor doelmatig afkoppelen. Het water wordt dan ook verzameld en getransporteerd door middel van regenwaterriolering (Blauwe Aders) naar de stadsranden, waar het verwerkt wordt in zogenaamde waterparken. In de Spoorzone zijn delen Blauwe Aders aangelegd in de Spoorlaan en in de Burgemeester Brokxlaan.
Voor het plangebied betekent dat het afval- en regenwater inpandig gescheiden verzameld worden. Regenwater afkomstig van terreinen en bestrating wordt verder afgevoerd via de bestaande gemengde stelsels. Het regenwater afkomstig van daken wordt verzameld, getransporteerd en verwerkt via het aan te leggen secundaire afwateringssysteem (Blauwe Aders). Een deel hiervan is reeds aangelegd in de Burgemeester Brokxlaan. De bergingsopgave voor af te koppelen oppervlakten is 10 mm; voor onverharde oppervlakten in de bestaande situatie, die omgebouwd worden naar afwaterende oppervlakten: 40 mm.
Met de ontwikkelingen van de Spoorzone, wordt de NS-werkterrein omgebouwd tot nieuw stedelijk gebied. Daarbij wordt de Burgemeester Brokxlaan (verder) aangelegd voor de ontsluiting en de aanleg van nutsvoorzieningen. Daarin wordt een gescheiden stelsel aangelegd, met voldoende capaciteit om het dakregenwater te verzamelen, te bergen en te transporteren. Ten oosten van het plangebied is een deel van de nieuwe weg thans aangelegd, inclusief riolering.
In de plansituatie wordt binnen het plangebied een oppervlakte van ongeveer 3.600 m² groen ingericht boven een parkeergarage; de resterende 4.100 m² wordt nagenoeg volledig dak en verhard park. De wateropgave bedraagt dan ook ongeveer 37 m³. Het regenwater wordt dan ook verzameld in de aan te leggen Blauwe Ader in de Lochtstraat. Deze leiding wordt aangesloten op de reeds aangelegde stuk in de Burgemeester Brokxlaan.
De bergingsopgave zoals de Structuurvisie Water en Riolering beoogt is groter dan vastgesteld in het bestemmingsplan (bui 08 van de Leidraad Riolering verwerken), maar kan pas gerealiseerd worden bij de aanleg van de waterparken. De Blauwe Aders van de Spoorzone voeren af richting en lozen op het Wilhelminakanaal. Door de verbreiding en verdieping van het kanaal, is daar geen afvoercapaciteitsprobleem te verwachten. Wel is afstemming noodzakelijk op dit plan bij het ontwerp van kunstwerken. Voorbij de huidige sluis II wordt in de toekomst een waterpark ingericht, waar de resterende berging gerealiseerd wordt.
Zolang de Blauwe Ader niet kan lozen op het kanaal, werkt deze leiding als bergingsriool. Omwille van de veiligheid, en omdat deze verbinding pas te maken is als de werkzaamheden de Ringbaan West bereiken, worden nooduitlaten op het bestaande riolering voorzien. Na voltooiing van de Blauwe Ader, worden alle overstorten op de riolering afgesloten.
Watersysteem
Op grond van de bovengenoemde studies, beleidsdocumenten en afwegingen, zijn vervolgens in overleg met de waterbeheerder de bouwstenen vastgelegd voor het nieuwe watersysteem.
In het plangebied en voor rekening van de ontwikkelende partij(en), dienen de volgende randvoorwaarden in acht genomen te worden bij het herontwikkelen van het plangebied:
De laatste jaren is het inzicht gegroeid dat er in tegenstelling tot vroeger, meer rekening gehouden moet worden met water. Het huidige beleid van het rijk, de provincie, de waterbeheerder en de gemeente is gericht op een duurzamer waterbeheer. Het Rijk heeft met het Kabinetsstandpunt Anders omgaan met Water, Waterbeleid 21ste eeuw (2000) het advies van de Commissie Waterbeheer 21ste eeuw omarmd. Het waterbeheer moet veranderen om Nederland in de toekomst, wat water betreft, veilig, leefbaar en aantrekkelijk te houden. Belangrijk in de nieuwe aanpak is het realiseren van veerkrachtige watersystemen die weer de ruimte krijgen, het niet afwentelen van knelpunten in tijd of plaats, de drietrapsstrategie 'vasthouden, bergen, afvoeren', en het reserveren van de ruimte die nodig is voor de wateropgave.
Sinds 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht. De KRW stelt doelen voor een goede ecologische en chemische toestand van het oppervlakte- en grondwater in 2015. De EU stelt de normen voor prioritaire stoffen. De ecologische doelstellingen mogen de lidstaten en regio's zelf vaststellen. Voor grondwater gelden aparte normen voor chemische stoffen. Ook moet de grondwatervoorraad stabiel zijn en mogen natuurgebieden niet verdrogen door een te lage grondwaterstand.
In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) hebben rijk, provincies, waterschappen en gemeenten afgesproken het beleid van WB21 en de KRW uit te voeren. Het NBW houdt simpel gezegd in dat de watersystemen in 2015 op orde moeten zijn wat betreft waterkwantiteit (WB21) en kwaliteit en ecologie (KRW).
Het waterbeleid van de gemeente Tilburg is vastgelegd in het Waterplan (1997) en verder uitgewerkt en ruimtelijk vertaald in het Waterstructuurplan (2002). In het Waterplan zijn algemene doelstellingen geformuleerd op de lange termijn, gebaseerd op de duurzaamheidgedachte. Het Waterstructuurplan koppelt het actieprogramma uit het Waterplan aan ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en geeft hiermee onder andere invulling aan water als ordenend principe. In het waterstructuurplan zijn de volgende hoofddoelstellingen voor het gemeentelijk waterbeleid opgenomen:
De principes van duurzaam waterbeheer zoals verwoord in het Waterplan en het Waterstructuurplan zijn nog steeds actueel. Ze zijn ook meegenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan 3 dat in 2005 is vastgesteld. In bestaand stedelijk gebied kan het vasthouden van gebiedseigen water een belangrijke bijdrage leveren aan het herstel van het natuurlijk watersysteem. Afkoppelen van het regenwater van de riolering en infiltratie in de bodem leidt tot herstel van de grondwateraanvulling. Het ambitieniveau ligt op ongeveer 5 ha per jaar.
De paragraaf waterhuishouding en riolering is gebaseerd op het gemeentelijk waterbeleid en het concept is eerst voorgelegd aan de waterbeheerder.
De plannen in De Spoorzone zijn voorgelegd aan de waterbeheerder, het waterschap De Dommel, in het kader van het Structuurplan en het bestemmingsplan. De uitgangspunten voor de bergingsopgave zijn daarbij vastgesteld. De uitwerking van dit deelplan is via de e-mail van 4 augustus 2009 voorgelegd aan De Dommel. Het waterschap stemt in met deze waterparagraaf, zoals blijkt uit haar wateradvies in de brief met kenmerk U-09-06215, d.d. 25 augustus 2009. Dit advies is als bijlage toegevoegd.