| Plan: | Veegplan Pekela 2023 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0765.BPVeegplan2023-0401 |
Een aantal bestemmingsplannen binnen de gemeente Pekela zijn op een paar aspecten niet geheel in overeenstemming met de Omgevingsverordening van de provincie Groningen (POV, zogenaamde instructieregels). Dit betreft enkele aspecten met betrekking tot agrarische bedrijven in de bestemmingsplannen De Linten, Nieuwe Pekela en Oude Pekela (co-vergisten van mest: art. 2.43, het houden van dieren op een bouwlaag, anders dan de eerste: art. 2.30 en lichtuitstraling van ligboxenstallen: art. 2.24.2 POV) en de aanduding van twee diepe plassen die op grond van de Provinciale Omgevingsverordening zijn aangewezen als 'Diepe plassen en meren' (Afdeling 2.32 POV). Tenslotte ontbreekt binnen de kernen Oude Pekela en Nieuwe Pekela nog een gebiedsaanduiding vervoer gevaarlijke stoffen (2.23.4 POV).
Daarnaast hebben binnen de kern van Nieuwe Pekela, specifiek aan de straten 'Brik' en 'Praam' enkele perceelsgebonden ontwikkelingen plaatsgevonden en bevindt zich aan de Ericalaan in Oude Pekela nog een zogenaamde 'witte vlek' op ruimtelijkeplannen.nl.
Dit bestemmingsplan is een gedeeltelijke herziening van de bestemmingsplannen zoals genoemd in Bijlage 1 bij de regels. Dat wil zeggen dat de bestaande planologische regelingen van kracht blijven maar dat hierop middels dit veegplan een aanvulling wordt gedaan.
De uitzondering hierop is de 'witte vlek' aan de Ericalaan, op dit gebied worden de passende bestemmingen uit de bestemmingsplannen 'Oude Pekela' en 'Buitengebied Pekela' van toepassing verklaard.
In hoofdstuk 2 worden de wijzigingen ten opzichte van de op dit moment geldende bestemmingsplannen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de gevolgen van voorliggend plan op milieuaspecten. Hoofdstuk 4 beschrijft de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Hieronder worden de wijzigingen ten opzicht van de vigerende plannen onder elkaar gezet. Dit hoofdstuk dient ook ter onderbouwing van de juridische regeling.
De regeling van de agrarische neventak; covergisten van mest is in overeenstemming gebracht met de bepalingen uit het bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied 2019' en daarmee met de Omgevingsverordening van de provincie Groningen.
Binnen het bestemmingsplan bestond nog de mogelijkheid dieren te houden op meer dan één bouwlaag. Op grond van de Omgevingsverordening van de provincie Groningen is dit niet toegestaan. De mogelijkheid is verwijderd.
De regeling van de agrarische neventak; covergisten van mest is in overeenstemming gebracht met de bepalingen uit het bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied 2019' en daarmee met de Omgevingsverordening van de provincie Groningen.
Het bestemmingsplan is in overeenstemming gebracht met de Provinciale Omgevingsverordening door expliciet en duidelijk(er) op te nemen dat het bouwen van ligboxenstallen met een te grote lichtuitstoot niet is toegestaan.
Binnen het bestemmingsplan bestond nog de mogelijkheid dieren te houden op meer dan één bouwlaag. Op grond van de Omgevingsverordening van de provincie Groningen is dit niet toegestaan. De mogelijkheid is verwijderd.
De regeling van de agrarische neventak; covergisten van mest is in overeenstemming gebracht met de bepalingen uit het bestemmingsplan 'Veegplan Buitengebied 2019' en daarmee met de Omgevingsverordening van de provincie Groningen.
In de bestemming Woongebied van het bestemmingsplan Oude Pekela stond een verkeerd geformuleerde bouwregel. Deze luidde: "de afstand van de voorgevel tot de naar de weg gekeerde bouwgrens bedraagt niet minder dan 3 m, dan wel de bestaande afstand indien deze minder bedraagt; ;". Deze is aangepast naar de formulering: "de afstand van de voorgevel tot de naar de weg gekeerde bouwgrens bedraagt niet meer dan 3 m, dan wel de bestaande afstand indien deze meer bedraagt;". Omdat in de bestemming al is voorzien in bouwvlakken is gegarandeerd dat gevels niet te dicht aan de weg worden gebouwd. De regel beoogde te verzekeren dat woningen niet te ver naar achter in het bouwperceel werden gebouwd. Met de nieuwe formulering kan hierover geen misverstand meer bestaan.
Over de provinciale weg, de N367 vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Op grond van de Provinciale omgevingsverordening ('veiligheidszone 3, transport: art. 2.23.4 POV) is de zone direct grenzend aan de weg daarmee niet geschikt voor functies die zien op van minder zelfredzame personen. Op enkele plaatsen in de gemeente ontbrak deze zone in de vigerende bestemmingsplanen. Daarom is deze zone als gebiedsaanduiding opgenomen in de bestemmingsplannen Oude Pekela, Nieuwe Pekela, Bedrijventerrein West en Bedrijventerrein west herziening op de plaatsen waar deze ontbrak.
De plas Kruiselwerk (bestemmingsplan Buitengebied) en het Heeresmeer (bestemmingsplan Nieuwe Pekela) zijn door de provincie aangewezen als een 'Diepe plas of meer'. Daarbij hoort op grond van de Provinciale Omgevingsverordening de regel dat dit meer niet mag worden verondiept of gedempt. Aan de verbeelding van het plan is een aanduiding toegevoegd waaraan deze regel is gekoppeld. Het betreft de bestemmingen 'Bedrijf - zandwinning' (buitengebied en Nieuwe Pekela) en 'Water' (Nieuwe Pekela). Voor wat betreft de bestemming 'Bedrijf- zandwinning' zijn de gebieden waar dit in het onderliggende bestemmingsplan ook gold, wederom voorzien van de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie 3'.
Ter plaatse van de Ericalaan in Oude Pekela bestaat een zogenaamde 'witte vlek'. Dit betekent dat via ruimtelijkeplannen.nl niet inzichtelijk is welke bouw- en gebruiksregels hier gelden. Deze situatie is onwenselijk. De witte vlek heeft op basis van de bestaande situaties de bestemmingen Agrarisch, Groen - 1, Natuur, Water, Verkeer, en Woongebied gekregen op de verbeeldingen. Hieraan zijn de bestemmingsregels van de aangrenzende bestemmingen gekoppeld, zoals die respectievelijk luiden in de bestemmingsplannen 'Oude Pekela' en 'Buitengebied Pekela' (alleen de bestemming Natuur). Ten aanzien van deze bestemming Natuur is aangesloten bij de gebieden die in de POV (artikel 2.47) zijn aangewezen als 'Bos- en natuurgebieden buiten het NNN'.
De nieuwbouw van woningen aan Brik en Praam is in ontwikkeling, een aantal woningen is inmiddels vergund en gebouwd. Tijdens de ontwikkeling is afgeweken van de bouwregels en er is een aantal wijzigingen doorgevoerd met een beperkte impact op de openbare ruimte. Het betreft de volgende wijzigingen:
Deze wijzigingen worden in dit bestemmingsplan geformaliseerd en zijn vastgelegd in de verbeelding en regels.
In een bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat er sprake is van een 'goede ruimtelijke ordening'. Onderdeel hiervan is dat het plan niet in strijd is met een aantal milieuaspecten, zoals bodem en water.
Voorliggend bestemmingsplan betreft een veegplan. Dit betekent dat een aantal bestemmingsplannen slechts op enkele aspecten wordt aangepast. Daarnaast worden omgevingsvergunningen, die na vaststelling van de onderliggende bestemmingsplannen zijn vastgesteld of waarover na vaststelling een besluit is genomen, opgenomen in voorliggend plan.
Omdat het plan niet voorziet in het toestaan van nieuwe ontwikkelingen en de huidige functies in het gebied reeds zijn getoetst aan de milieuaspecten in de onderliggende bestemmingsplannen is opnieuw toetsen niet noodzakelijk. Voor toetsing aan de milieuaspecten wordt verwezen naar de toelichtingen van de onderliggende bestemmingsplannen.
De aanpassingen die in dit plan worden gedaan hebben alleen betrekking op het vastleggen van feitelijk bestaande situaties of ontwikkelingsmogelijkheden die reeds middels eerdere planologische herzieningen waren vastgelegd.
Mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen zijn in dit plan niet opgenomen. Hierdoor hoeven geen gemeenschapsgelden te worden aangesproken. Kostenverhaal in het algemeen en in het kader van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening is daarom ook niet aan de orde.
Het bestemmingsplan is in het kader van vooroverleg verstrekt aan de provincie. Zij heeft gereageerd bij brief, gedateerd 21 september 2022. De integrale reactie is opgenomen als Bijlage 1. Hieronder wordt puntgewijs ingegaan op de reactie van de provincie.
Provincie Groningen
De provincie Groningen heeft bij brief d.d. 21 september 2022 in een vooroverlegreactie gereageerd op het voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan. De provincie gaat uitgebreid in op een aantal onderdelen uit zowel de toelichting als de regeling van dit bestemmingsplan. Hieronder is per onderwerp uitgewerkt op welke wijze dit ontwerp afwijkt van het aan de provincie verstrekte voorontwerp op basis van de door haar gemaakte opmerkingen.
De provincie merkt op dat in de toelichting bij dit bestemmingsplan (dat in samenhang dient te worden gelezen met de onderliggende bestemmingsplannen, zie Hoofdstuk 3) niet in voldoende mate blijkt dat omwonenden van mestvergistingsinstallaties geen overlast van geur, geluid of verkeersbewegingen zullen ondervinden. De provincie ziet graag dat bovenstaande in de planregels als voorwaarde voor het afwijken van het bestemmingsplan wordt opgenomen. Daarnaast ziet de provincie graag terug in de planregels dat mestvergistingsinstallaties enkel binnen het bouwperceel mogen worden opgericht. De provincie ziet ook graag aandacht voor de artikelgewijze toelichting op artikel 2.43 en waar nodig een vertaling van de daarin opgenomen voorwaarden in de planregels.
Beantwoording:
Overlast
De uit artikel 2.43 lid 3 stammende voorwaarde voor het oprichten van een mestvergistingsinstallatie, letterlijk verwoord als 'Uit de toelichting op een bestemmingsplan dat voorziet in een mestvergistinstallatie moet blijken dat omwonenden van deze installatie geen overlast door geur, geluid of verkeersbewegingen zullen ondervinden' is vertaald naar 'omwonenden van deze installatie geen overlast door geur, geluid of verkeersbewegingen zullen ondervinden' en opgenomen als voorwaarde voor het oprichten van een mestvergistingsinstallatie in de bestemmingsplannen De Linten, Nieuwe Pekela en Oude Pekela.
De Linten
Een mestvergistingsinstallatie is een niet voor personen te betreden constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en daarmee een bouwwerk, geen gebouw zijnde. In het gewijzigde bestemmingsplan is reeds in artikel 3.2, onder d, sub 1. bepaald dat dergelijke bouwwerken enkel mogen worden opgericht binnen het bouwvlak. Daarnaast was in artikel 3.6 onder b. in aanvulling op het bovenstaande onder a ook nog opgenomen dat de mestvergistsinstallatie binnen het bouwvlak dient te worden gebouwd. Dit laatste is in de gewijzigde regeling herhaald in artikel 3.6 sub b onder 2. De regeling ten aanzien van het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwperceel blijft ongewijzigd.
Daarnaast is voorliggend plan geen plan dat een (co-mest)vergistingsinstallatie mogelijk maakt. Deze mogelijkheid was reeds opgenomen in het te wijzigen bestemmingsplan. De onderbouwing die daaraan ten grondslag heeft gelegen geldt onverminderd voor het voorliggende veegplan (Hoofdstuk 3). De nieuwe regeling als opgenomen in het veegplan betreft een modernere en strengere regeling waarbij negatieve gevolgen van een dergelijke installatie voor de omgeving verder uitgesloten zijn.
Daarnaast heeft een mestvergistingsinstallatie op grond van de VNG uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' (editie 2009) milieucategorie 3.2 met de daarbijbehorende richtafstand van 100 meter vanwege geur. Deze komt overeen met die voor een (intensief) agrarisch bedrijf. Ook hierin is een deel van de onderbouwing dat omwonenden geen onevenredige hinder mogen ondervinden ondervangen. Ook staat het omwonenden vrij in het kader van vergunningverlening bezwaar te maken en beroep in te stellen tegen een specifieke vergunning ten behoeve van het oprichten en exploiteren van een mestvergistingsinstallatie.
De artikelgewijze toelichting op artikel 2.43 luidt als volgt:
Gemeenten kunnen in hun bestemmingsplannen ruimte bieden aan de productie van duurzame energie en groene grondstoffen uit agrarisch materiaal onder de volgende voorwaarden.
De installaties en bijbehorende opslagfaciliteiten:
Als aan deze voorwaarden is voldaan is de installatie aan te merken als agrarische bebouwing.
Deze voorwaarden waren reeds als volgt vertaald in de planregels:
Mits:
Als aanvullende toelichting kan worden gesteld dat het oprichten van een mestvergistingsinstallatie enkel mogelijk is binnen de agrarische bestemming en dat het verwerken van eigen geproduceerde mest (in hoofzaak) of het toepassen van de mest op de eigen gronden een voorwaarde zijn. Daarmee is voldoende verzekerd dat sprake is van functionele ondergeschiktheid.
Nieuwe Pekela
Dit bestemmingsplan kende niet de mogelijkheid mestvergistingsinstallaties op te richten. Het bestemmingsplan kent slechts één agrarisch bouwperceel, dat op dit moment niet als zodanig in gebruik is. Direct grenzend aan dit bouwperceel zijn woonerven gelegen. Er is geen reden om aan te nemen dat het agrarisch bouwvlak als zodanig in gebruik zal worden genomen in de komende 10 jaar. De provinciale reactie heeft aanleiding gegeven de planologische mogelijkheid een agrarisch bedrijf op te richten op deze locatie weg te nemen.
Oude Pekela
Een mestvergistingsinstallatie is een niet voor mensen toegankelijke bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en daarmee een bouwwerk, geen gebouw zijnde. In het gewijzigde bestemmingsplan is reeds in artikel 3.2, onder d, sub 1. bepaald dat dergelijke bouwwerken enkel mogen worden opgericht binnen het bouwvlak. Daarnaast was in artikel 3.6 sub c, onder 3 in aanvulling op het bovenstaande onder a ook nog opgenomen dat de mestvergistsinstallatie binnen het bouwvlak (bouwperceel) dient te worden gebouwd. Dit laatste is in de gewijzigde regeling herhaald. De regeling ten aanzien van het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwperceel blijft ongewijzigd.
Daarnaast is voorliggend plan geen plan dat een (co-mest)vergistingsinstallatie mogelijk maakt. Deze mogelijkheid was reeds opgenomen in het te wijzigen bestemmingsplan. De onderbouwing die daaraan ten grondslag heeft gelegen geldt onverminderd voor het voorliggende veegplan (Hoofdstuk 3). De nieuwe regeling als opgenomen in het veegplan betreft een modernere en strengere regeling waarbij negatieve gevolgen van een dergelijke installatie voor de omgeving verder uitgesloten zijn.
Daarnaast heeft een mestvergistingsinstallatie op grond van de VNG uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' (editie 2009) milieucategorie 3.2 met de daarbijbehorende richtafstand van 100 meter vanwege geur. Deze komt overeen met die voor een (intensief) agrarisch bedrijf. Ook hierin is een deel van de onderbouwing dat omwonenden geen onevenredige hinder mogen ondervinden ondervangen. Ook staat het omwonenden vrij in het kader van vergunningverlening bezwaar te maken en beroep in te stellen tegen een specifieke vergunning ten behoeve van het oprichten en exploiteren van een mestvergistingsinstallatie.
De artikelgewijze toelichting op artikel 2.43 POV luidt als volgt:
Gemeenten kunnen in hun bestemmingsplannen ruimte bieden aan de productie van duurzame energie en groene grondstoffen uit agrarisch materiaal onder de volgende voorwaarden.
De installaties en bijbehorende opslagfaciliteiten:
Als aan deze voorwaarden is voldaan is de installatie aan te merken als agrarische bebouwing.
Deze voorwaarden waren reeds als volgt vertaald in de planregels:
Mits:
Als aanvullende toelichting kan worden gesteld dat het oprichten van een mestvergistingsinstallatie enkel mogelijk is binnen de agrarische bestemming en dat het verwerken van eigen geproduceerde mest (in hoofzaak) of het toepassen van de mest op de eigen gronden een voorwaarde zijn. Daarmee is voldoende verzekerd dat sprake is van functionele ondergeschiktheid.
De provincie merkt op dat uit de toelichting niet blijkt waarom de dubbelbestemming Waarde - archeologie 3 is opgenomen.
De bestemming komt voor op deze gronden in het onderliggende plan. In dit plan is deze enkel overgenomen. Voor een onderbouwing wordt verwezen naar de toelichting bij het onderliggende plan.
De provincie constateerd dat de witte vlek die is ontstaan door de vernietiging van het bestemmingsplan 'Compagniesterwijk' nu wordt ingevuld op basis van het bestaande gebruik en op de leest van de omliggende bestemmingsplannen. De provincie constateert dat dit een juridisch juiste keuze is.
Toch vraagt de provincie om een nadere toelichting ten aanzien van de gronden die zijn gelegen binnen de aanduiding 'Bos- en natuurgebieden buiten het NNN', specifiek verzoekt de provincie aan te geven of rekening gehouden is met artikel 2.47 POV.
Daarmee is rekening gehouden door de betreffende gronden als 'Natuur' te bestemmen. Binnen deze bestemming is het niet mogelijk bouwwerken te bouwen. Daarmee is in voldoende mate voorzien in het voorkómen van significante afbreuk van de natuurwaarden in het betreffende gebied.
Het milieuteam van de provincie wil graag weten of er bestaande objecten voor langdurig verblijf voor verminderd zelfredzame personen voorkomt binnen de aanduiding 'veilighedszone - vervoer gevaarlijke stoffen' nu in de bepaling was opgenomen dat bestaand legaal gebruik mocht worden voortgezet. Daarnaast verzocht het milieuteam de woorden 'groepen' en 'langdurig' uit artikel 12.1.1 te schrappen.
Het woord bestaand stond in het artikel omdat het artikel was overgenomen uit het plan 'Veegplan Buitengebie Pekela 2019'. In het plangebied komen dergelijke objecten echter niet voor. Het woord is daarom geschrapt. Ditzelfde geldt voor de woorden 'groepen' en 'langdurig'. Ter verduidelijking is wel de begripsomschrijvig van 'object voor verminderd zelfredzame personen' toegevoegd.
Het ontwerp-bestemmingsplan is op 22 februari 2023 ter inzage gelegd gedurende zes weken. Alle stukken konden gedurende deze periode in het gemeentehuis ingezien worden. Ook was het mogelijk om deze digitaal in te zien op de gemeentelijke website en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen genoemde termijn heeft een ieder zienswijzen naar voren kunnen brengen tegen het ontwerp-bestemmingsplan. Er is één zienswijze ingediend. De zienswijze is opgenomen en beantwoord in Nota zienswijzen, opgenomen in Bijlage 2. Naar aanleiding van de zienswijze is een regeling van het Veegplan aangevuld. Daarnaast wordt naar aanleiding van de ambtshalve wijziging de begrenzing van het plangebied aangepast.