| Plan: | Molenstraat 45, Deurne |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0762.BP201003-C001 |
De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan.
De waterparagraaf betreft een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie (oppervlaktewater, grondwater, hemelwater en afvalwater) in de huidige en toekomstige situatie.
Onderhavig plangebied ligt binnen het beheergebied van Waterschap Aa en Maas. De voor deze watertoets relevante beleidsdocumenten zijn:
Provinciaal waterplan
In het provinciaal waterplan staan de hoofdlijnen van het provinciale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het provinciale ruimtelijke beleid. Voor dit project zijn geen specifieke provinciale aspecten van toepassing.
Verordening ruimte
Zoals ook blijkt uit paragraaf 2.2.2 ligt het plangebied niet binnen een aanduiding grondwaterbeschermingsgebied in de Verordening ruimte.
Waterbeheerplan Aa en Maas 2010-2015
De hoofdlijnen van het waterschapsbeleid zijn beschreven in het Waterbeheerplan Aa en Maas 2010-2015. De belangrijkste doelstellingen in het stedelijk gebied zijn:
Van belang voor dit project is met name dat regenwater niet via het rioolstel afgevoerd dient te worden, maar zoveel mogelijk wordt vastgehouden.
Voor het plangebied is een bodemonderzoek uitgevoerd door Lankelma Geotechniek Zuid B.V., rapport: 'Resultaten grondonderzoek en Voorlopig Funderingsadvies, Nieuwbouw appartementen aan de Molenstraat 45 te Deurne', nr. 59357, d.d. 27 maart 2010. Het rapport is als bijlage 5 aan de planstukken toegevoegd.
De waterdoorlatendheid van de bodem is op verschillende diepten en met behulp van drie methoden berekend. De k-waarde direct aan de oppervlakte is het meest relevant, aangezien de bergingsvoorziening hier wordt gerealiseerd. In deze watertoets is gekozen voor de met de boring gevonden k-waarde. Deze is het meest nauwkeurig en in dit geval ook de meest conservatief. De waterdoorlatendheid van de bodem bedraagt ca 4 m/dag. Hiermee is sprake van een goede waterdoorlatendheid. De bodem is dus geschikt voor infiltratie.
Binnen het plangebied en in de directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig.
Lankelma Geotechniek Zuid B.V. heeft op basis van het uitgevoerde onderzoek de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) niet eenduidig kunnen vaststellen. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de GHG geschat op 24,0 meter + NAP. Het toekomstige maaiveld ligt op 27,4m-mv. De GHG binnen het plangebied ten opzichte van het maaiveld bedraagt dus 3,4 m -mv.
De tweede en derder kolom van onderstaande tabel geven respectievelijk het bebouwd oppervlak (dakoppervlak in het horizontale vlak) en verhard oppervlak (bestrating) voor de bestaande situatie en nieuwe situatie weer. In de laatste kolom staat het verschil in verhard oppervlak tussen de bestaande en nieuwe situatie.
| oppervlak | bestaand (m2) | nieuw (m2) | verschil (m2) |
| bebouwd oppervlak | 300 | 620 | 320 |
| verhard oppervlak | - | 225 | 225 |
| totaal | 300 | 845 | 545 |
Uitgangspunt is dat het vuile afvalwater en het schone hemelwater worden gescheiden.
De afvoer van het vuile afvalwater zal op de bestaande riolering worden aangesloten. Het ontwerp van de riolering zal in de civieltechnische ontwerp fase nader met de gemeente worden afgestemd.
Met behulp van de 'HNO-tool' is berekend hoeveel hemelwater bij bepaalde typen buien op de bebouwde en verharden oppervlakken valt (bufferopgave). In geval van een bui die eens in de 10 jaar valt (T=10) bedraagt de bufferopgave 12 m³. In geval van T=100 bedraagt de bufferopgave 20 m³.
Voor de afvoer van hemelwater geldt het uitgangspunt ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’. Dit houdt in dat het hemelwater dat op daken en verhardingen valt, niet versneld mag worden afgevoerd naar oppervlaktewater. Voor behandeling van dit water geldt de waterkwantiteitstrits:
| ad 1. | Het plan betreft een woonbestemming en geen bedrijf. |
| ad 2. | Het hemelwater wordt binnen het plangebied in een wadi opgevangen en geinfiltreerd. Infiltratie is gezien de goede waterdoorlatendheid van de bodem goed mogelijk. De wadi krijgt een bergingscapaciteit van 20 m3. In de tuin is voldoende ruimte aanwezig om deze voorziening te realiseren. Exacte afmetingen van de wadi worden in de civieltechnische uitvoeringsfase nader met de gemeente afgestemd. |
| ad 3. | In de directe omgeving is geen watergang aanwezig. Gezien punt 2 is bergen met een geknepen afvoer naar een watergang tevens niet van toepassing. |
| ad 4. | In de directe omgeving is geen oppervlaktewater aanwezig. gezien punt 2 is afvoeren naar oppervlaktewater niet van toepassing. |
Overeenkomstig de eis van het waterschap worden geen uitlogende materialen toegepast.
Aan de beleidsuitgangspunten van het waterschap wordt voldaan: