direct naar inhoud van 5.2 Waarden
Plan: Molenstraat 45, Deurne
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0762.BP201003-C001

5.2 Waarden

5.2.1 Archeologie en cultuurhistorie

De navolgende afbeelding geeft een uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2005 van de provincie Noord-Brabant weer. Onderhavig plangebied is hierop aangeduid.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BP201003-C001_0016.jpg"

uitsnede cultuurhistorische waardenkaart

5.2.1.1 Archeologie

In de Wet op de archeologische monumentenzorg is onder meer opgenomen dat voor bouwwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 m² én gelegen binnen een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde een archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden.

Het plangebied ligt binnen een zone die niet op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart is aangeduid.

Archeologische basiskaart gemeente Deurne
De gemeente Deurne heeft sinds juli 2008 een eigen archeologiebeleid. Aan de hand van dit beleid wordt bepaald of in gebieden waar (bouw)ontwikkelingen plaatsvinden archeologisch onderzoek vereist is. Onderstaand afbeelding toont een uitsnede van het plangebied uit de gemeentelijke archeologische beleidskaart, vastgesteld in juli 2008.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BP201003-C001_0017.jpg"

uitsnede archeologische basiskaart gemeente Deurne

Het plangebied is gelegen op een locatie waar lage en gematigde archeologische verwachtingen zijn. Voor gebieden met een gematigde archeologische verwachting geldt voor bodemingrepen dieper dan 50 cm onder maaiveld, met een omvang van minder dan 1000 m2 en die bovendien buiten het bestemmingsplan Buitengebied zijn gelegen, een algemene vrijstelling voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden die mogelijk archeologische waarden kunnen verstoren.

Voor onderhavig project zal de omvang van de bodemingrepen minder dan 1000 m2 beslaan, als maatgevend criterium is de oppervlakte van het bouwvlak genomen (circa 700 m2). De algemene vrijstelling inzake archeologie is derhalve op het project van toepassing.

Conclusie
Het aspect archeologie vormt geen planologische belemmering voor onderhavig project.

5.2.1.2 Cultuurhistorie

De Molenstraat is op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant aangeduid als een historische lijn met een redelijk hoge waarde. Het project doet hier geen afbreuk aan.

Molenbiotoop
Daarnaast valt onderhavig plangebied binnen de molenbiotoop van de Holtens molen aan de Veldweg.

De biotoopformule is een eenvoudige manier om de maximaal aanvaardbare hoogte van obstakels rond een molen te berekenen, dusdanig dat de molen hier geen onoverkomelijke hinder van ondervindt. De biotoopformule wordt dus vooral toegepast om te kunnen bepalen of een obstakel op een bepaalde afstand van de molen al dan niet ‘te hoog’ is. De eerste 100 meter dient vrij te zijn van obstakels. Vanaf 100 meter geldt een oplopende lijn die met de volgende formule te bepalen is: H(x) = x/n+c*z, waarin:

  • H(x) = maximaal toelaatbare hoogte van een obstakel op afstand x (in meters)
  • x = afstand van een obstakel tot de molen (in meters)
  • n = een constante, afhankelijk van de ruwheid van de omgeving en de maximaal toelaatbare windreductie. Hiervoor worden de volgende waarden gebruikt: 140 voor open, 75 voor ruw en 50 voor gesloten gebied
  • c = een constante, afhankelijk van de maximaal toelaatbare windreductie, gewoonlijk met de waarde 0,2
  • z = askophoogte (helft van lengte gevlucht + eventueel de hoogte van de belt, berg of stelling)

De volgende waarden zijn gebruikt om de maximaal toelaatbare hoogte te berekenen.

  • x = 340 meter (kortste afstand van molen tot plangebied)
  • n = 50 (stedelijk gebied)
  • c = 0,2
  • z = 0,5 * gevlucht + hoogte van belt = 0,5 * 25,90 + 4,50 = 17,45

(gegevens molen afkomstig van molendatabase Nederland)

Bovenstaande leidt tot het volgende:
H(x)= 340/50 + 0,2 x 17,45 =     10,3 m.

Het appartementengebouw zal een bouwhoogte krijgen van 14 m (exclusief liftopbouw). Deze hoogte past niet binnen de molenbiotoop.

Juridisch is de molenbiotoop niet geregeld. Toch is bekeken wat de gevolgen zijn van onderhavig bouwplan op de molenbiotoop. Van belang zijn daarbij:

  • de invloed van het bouwplan op de windvang van de molen;
  • de invloed van het bouwplan op de molen als herkenningspunt (landschappelijke waarde).

Het gebied tussen de Holtens molen en het planvoornemen is bestemd als Woongebied in het vigerende bestemmingsplan Heiakker. Binnen de bestemming Woongebied is bebouwing tot 11 meter toegestaan. De aanwezige bebouwing bestaat uit twee lagen plus kap. De windvang van de Holtens molen wordt hierdoor in de huidige situatie reeds belemmerd. Zie navolgende afbeelding.

afbeelding "i_NL.IMRO.0762.BP201003-C001_0018.jpg"

profiel plangebied - Holtens molen

De huidige (omliggende) bebouwing zorgt er tevens voor dat er geen zicht op de molen is ter plaatse van het plangebied. Het planvoornemen heeft daar geen extra invloed op.

Overige cultuurhistorische waarden zijn niet aanwezig in de nabije omgeving van het plangebied.

Conclusie
Er worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.

5.2.2 Flora en fauna

In dit onderdeel wordt ingegaan op de (wettelijk beschermde) waarden betreffende flora en fauna.

Onderhavig perceel wordt omsloten door het stedelijk gebied van Deurne. Het perceel is thans deels bebouwd en verhard en is voorts ingericht als tuin.

Het bouwplan doet geen schade aan / verstoort geen biotopen/ leefgebieden van beschermde soorten.

Conclusie
Een ontheffing van de Flora- en faunawet wordt niet nodig geacht.