| Plan: | Schoolstraat 39, Noordwijkerhout |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | wijzigingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0576.WP201500020-0003 |
Ontwikkelaar Rotteveel M4 Almere BV, hierna te noemen ‘initiatiefnemers’, wensen op het perceel, plaatselijk bekend Schoolstraat 39 te Noordwijkerhout, 4 woningen te realiseren. Volgens het geldende bestemmingsplan 'Centrum Noordwijkerhout' (30 mei 2013) is de vestiging van 4 woningen op genoemd perceel niet mogelijk; het perceel heeft thans de bestemming 'Bedrijf'. Wel biedt het bestemmingsplan de mogelijkheid dat burgemeester en wethouders het plan kunnen wijzigen naar 'Wonen', alsmede Tuin, Groen en/of Verkeer, inclusief parkeren. Initiatiefnemers willen daarvan gebruik maken.
Het voorliggende wijzigingsplan dient het voorgenomen bouwplan mogelijk te maken. Dit wijzigingsplan is gebaseerd op de RO standaarden 2012, zoals SVBP, IMRO, STRI. Het wijzigingsplan bestaat uit de volgende stukken:
Het wijzigingsplan gaat vergezeld van deze toelichting.
Deze toelichting bevat een verwijzing naar het vigerende bestemmingsplan waar de hoofdlijnen van beleid ten aanzien van de planlocatie zijn weergegeven. De wijziging ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan is dermate gering dat om reden van efficiency geen sprake is van een volledig zelfstandig plan met alle beleidsaspecten die daar bij horen.
Hoofdstuk 2 beschrijft het plan; zowel de huidige als toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft de juridische planopzet. De aspecten Milieu, Water en Natuur worden in hoofdstuk 4 beschreven. In hoofdstuk 5 van deze toelichting wordt een beschrijving gegeven van de overige omgevingsaspecten. In hoofdstuk 6 worden de overige aspecten beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 de economische uitvoerbaarheid aangetoond.
In dit hoofdstuk wordt het plangebied beschreven. Er wordt ingegaan op de huidige situatie en de toekomstige situatie.
Het plangebied in het centrum van Noordwijkerhout aan de Schoolstraat, ter plaatse van nummer 39. De planlocatie grenst aan de achterzijde aan het parkeerterrein aan de Nieuwe Duinstraat en aan het terrein achter het appartementengebouw op de hoek van de Schoolstraat en de Havenstraat. Onderstaande plaatjes geven een beeld van de ligging van plangebied.
planlocatie met omlijning aangegeven en foto huidige situatie
In de toekomstige situatie wordt de huidige bebouwing gesloopt en vervangen door vier rijwoningen. De rij met woningen volgt de richting van de rooilijn van de huidige bebouwing en staat daardoor niet evenwijdig aan de weg. De rooilijn is gestaffeld, in het midden van de rij verspringt deze. De woningen worden twee lagen met kap hoog. Dit is vergelijkbaar met de naastgelegen bestaande woningen.
Het bestemmingsplan bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen.
Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven; deze vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en voorschriften.
Voor onderhavig wijzigingsplan 'Schoolstraat 39, Noordwijkerhout' is gebruik gemaakt van de in artikel 17.2 van de planregels van het bestemmingsplan 'Centrum Noordwijkerhout' opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Bij het opstellen van het wijzigingsplan wordt aangesloten bij het vigerende plan ‘Centrum Noordwijkerhout’ (30 mei 2013).
Per 1 januari 2010 is het verplicht ruimtelijke plannen geheel digitaal op te stellen en vast te stellen. Het wijzigingsplan is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).
Het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid dat op dit wijzigingsplan van toepassing is, is beschreven in het geldende bestemmingsplan Centrum Noordwijkerhout. Het wordt geacht mede van toepassing te zijn op dit wijzigingsplan.
Hierna wordt enkel ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking (rijksbeleid en provinciaal beleid) en het gemeentelijk beleid zoals is vastgelegd in het bestemmingsplan Centrum Noordwijkerhout, waar het ruimtelijke beleid ten aanzien van de planlocatie is vastgelegd.
In de structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (rijksbeleid) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 jo. 1.1.1, lid 3 Bro moet de toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoen aan de volgende voorwaarden:
De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing bij stedelijke ontwikkelingen. Op basis van jurisprudentie blijkt dat ontwikkeling van één of enkele woningen niet gezien worden als een stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, 201302867/1/R4 (Weststellingerwerf). Aangezien dit wijzigingsplan slechts enkele woningen betreft en niet gezien wordt als stedelijke ontwikkeling is de ladder voor duurzame verstedelijking in dit geval niet van toepassing.
De Verordening Ruimte is één instrumenten die de provincie Zuid-Holland kan gebruiken om haar beleid uit te voeren. Deze verordening werkt door in de gemeentelijke bestemmingsplannen. In de verordening staan met name zaken die generiek van aard zijn (relevant voor alle gemeenten of een bepaalde groep gemeenten) en in eerste instantie vooral een werend of beperkend karakter hebben. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen.
Volgens de Verordening Ruimte is het plangebied niet gelegen in gebieden waarvoor specifieke regels worden voorgeschreven vanuit het provinciaal belang. Gelet op het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het provinciaal beleid is wel de Ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing.
De geactualiseerde versie van de Verordening Ruimte van de provincie stelt dat er voor bestemmingsplannen waarin nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt sprake moet zijn in het voorzien in een aantoonbare behoefte en is gebaseerd op een regionale visie op het programma of tenminste sprake is van regionale afstemming.
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de plantoelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. De ladder voor duurzame verstedelijking is sinds 1 oktober 2012 opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en stelt eisen aan bestemmingsplannen met het oog op een zorgvuldige afweging, transparante besluitvorming en een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
De ladder voor duurzame verstedelijking heeft als doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering op regionaal niveau te voorkomen en bevat drie treden die doorlopen moeten worden in een ruimtelijke procedure. Ingevolge artikel 3.1.6 lid 2 Bro dient de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, te voldoen aan een drietal voorwaarden, ook wel 'treden' genoemd. De 'treden van de ladder' worden is artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven:
De definitie van 'stedelijke ontwikkeling' is: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. De term woningbouwlocatie is echter niet gedefinieerd in het Bro. Het onderhavig plan beoogt de ontwikkeling van 4 woningen planologisch mogelijk te maken.
Het betreft geen stedelijke ontwikkeling. Uit jurisprudentie blijkt (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS 201302867-1-R4) dat kleine ontwikkelingen van slechts enkele woningen niet te worden gezien als 'stedelijke ontwikkeling'.
Het onderhavig bestemmingsplan beoogt de de ontwikkeling van 4 woningen juridisch planologisch mogelijk te maken. Daarmee is trede 1 van de ladder niet van toepassing en kan de toetsing aan overige treden achterwege blijven.
Het betreffende bouwplan is wel opgenomen in de in Holland Rijnland regionaal afgestemde woningbouwplanlijst die op 3 novermber 2015 is goedgekeurd door Gedeputeerde staten.
De Verordening Ruimte stelt in artikel 2.2.1 eisen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. De ruimtelijke ontwikkeling dient te passen binnen de aard en schaal van het gebied en te voldoen aan de richtpunten van de kwaliteitskaart. Gezien het beperkte voornemen, het slopen van een bedrijf en de ontwikkeling van 4 woningen in bestaand stedelijk gebied wordt voldaan aan deze eis en kan verdere toetsing achterwege blijven. De ruimtelijke kwaliteit zal met de ontwikkeling zelfs iets verbeteren.
Dit bestemmingsplan maakt een gewijzigde invulling van een deel van het centrum Noordwijkerhout mogelijk en past binnen het provinciaal beleid en de ladder voor duurzame verstedelijking.
Het gemeentelijk ruimtelijk beleid ten aanzien van de planlocatie is vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan Centrum Noordwijkerhout, vastgesteld op 30 mei 2013. Volgens dat bestemmingsplan is aan de planlocatie de bestemming Bedrijf toegekend met daarop tevens de aanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 4’.
De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor (citaat bestemmingsplan):
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding en terreinen.
Aangezien de initiatiefnemers vier woningen willen bouwen op de locatie is de bestemming 'Wonen' nodig.
De planlocatie laat binnen het vigerende bestemmingsplan slechts één woning toe.
Artikel 17 van het bestemmingsplan geeft, voor zover relevant, aan (citaat):
Artikel 17.2 wro-zone - wijzigingsgebied 4
Burgemeester en wethouders kunnen, na instemming van de commissie Ruimte en Wonen, de bestemmingen van de gronden gelegen binnen de wro-zone - wijzigingsgebied 4, wijzigen in de bestemming Wonen, alsmede Tuin, Groen en/of Verkeer, inclusief parkeren, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
Het plan voor de locatie gaat uit van:
Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarden als genoemd in artikel 17.2 van de planregels van het vigerende bestemmingsplan.
Tevens geldt voor de planlocatie de dubbelbestemming Dubbelbestemming Waarde - Archeologische verwachting 2. Omdat het plan de bouw betreft van vier woningen betreft dient er archeologisch onderzoek te worden gedaan. Dit aspect is in paragraaf 6.2 Archeologische waarden en cultuurhistorie nader onderbouwd.
Het bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen eigendomsoverdracht en de aanvraag van een omgevingsvergunning. In het kader van de Woningwet/Gemeentelijke Bouwverordening dient een bouwaanvraag vergezeld te gaan van een rapportage inzake de chemische kwaliteit van de bodem.
Doel van het onderzoek is vast te stellen of het voormalige, dan wel het huidige, gebruik van de onderzoekslocatie heeft geleid tot een verontreiniging van de bodem. Het milieukundig bodemonderzoek beoogt het verkrijgen van inzicht in aard, plaats van voorkomen en concentraties van eventueel aanwezige verontreinigende stoffen in de bodem.
Tevens richt onderhavig onderzoek zich op het verifiëren van de huidige chemische bodemkwaliteit ten opzichte van reeds eerder uitgevoerde milieukundig onderzoeken en de daaraan gekoppelde conclusies.
Aan de hand van de resultaten van het onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd:
De gemeten waarden, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrondwaarden (grond) en de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende streefwaarden (grondwater), zijn dermate gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel en conform het gestelde in de Wet bodembescherming niet noodzakelijk wordt geacht.
Beperkingen inzake het verlenen van een bouwvergunning worden op basis van de onderzoeksresultaten uit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien.
Met betrekking tot de in het door Fugro uitgevoerd bodemonderzoek aangetoonde interventiewaarde overschrijding voor de parameter zink, wordt benadrukt dat in combinatie met onderhavige onderzoeksresultaten geconcludeerd kan worden dat deze stof heterogeen voorkomt in de bodem. Dit houdt in dat mogelijke hogere, dan wel lagere waarden kunnen worden aangetroffen in de grond ter plaatse van de onderzoekslocatie.
De planlocatie grenst weliswaar aan de openbare weg, echter in een 30 km zone. Omdat de maximum snelheid van 30 km per uur geldt hoeft er geen akoestisch onderzoek te worden gedaan.
Vanuit oogpunt van geluid zijn er geen belemmeringen van betekenis die de vaststelling van het plan in de weg staan.
Het plan behelst geen bijzondere voor binnenstedelijk gebied geldende functies. Er ontstaat geen verkeerstoename van betekenis. Het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van schadelijke stoffen in de buitenlucht. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden.
De voorgenomen ontwikkeling maakt een specifiek luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk. De Wet milieubeheer staat de uitvoering van het wijzigingsplan niet in de weg.
In het geldende bestemmingsplan Centrum Noordwijkerhout is in paragraaf 5.3.1 Bedrijven en milieuzonering opgenomen dat voor de wijzigingsbevoegdheden zoals deze in dit plan zijn opgenomen, geen knelpunten worden verwacht. Voor de wijzigingsbevoegdheden waarmee nieuwe niet-woonfuncties en/of woonfuncties mogelijk worden gemaakt, geldt dat het maken van nadere afwegingen en motivering ten aanzien van dit aspect, onderdeel is van de wijzigingsregels.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:
Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en gevoelige functies met betrekking tot milieu in voldoende mate mee te nemen is gebruik gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (2009). Hierin wordt onderscheid gemaakt in drie gebiedstyperingen, namelijk 'rustige woonwijk / rustig buitengebied', 'gemengd gebied' en 'gebieden met functiemenging'. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn onder meer winkelgebieden van dorpskernen. In navolging hiervan, wordt het voorliggende plangebied aangemerkt als gebied met functie-menging. Binnen dergelijke gebieden zijn milieubelastende en milieugevoelige functies op korte afstand van elkaar gesitueerd. In de VNG-publicatie is een aparte lijst opgenomen die specifiek gericht is op de toelaatbaarheid van milieubelastende activiteiten binnen gebieden met functiemenging. Bij toepassing ervan wordt niet gewerkt met richtafstanden, maar met het principe van aanpandigheid en bouwkundige afscheiding. De toelaatbaarheid van milieubelastende functies in gebieden met functie-menging wordt beoordeeld aan de hand van de volgende ruimtelijk relevante milieucategorieën:
Achter het plangebied, ongeveer halverwege de Nieuwe Duinstraat, bevindt zich bebouwing; een KPN verdeelstation. Een dergelijk verdeelstation valt volgens de Bedrijven en milieuzonering in bedrijfscategorie 1. De richtafstand voor een milieucategorie 1 bedrijf tot een gevoelige functie als wonen is 10 meter. De afstand tot de nieuwe woningen is circa 25 meter.
De functie heeft geen verkeersaantrekkende werking.
Er wordt geconcludeerd dat het aspect bedrijven en milieuhinder de uitvoering van het plan niet in de weg staat.
De planlocatie ligt in de 200 meter -toetsingszone van de provinciale weg N206. Derhalve is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Door ontwikkeling van vier woningen ter plaatse van een garagebedrijf en woning zal de dichtheid van personen slechts minimaal wijzigen en zal het groepsrisico met niet meer dan 10 % toenemen. Op basis van artikel 8 Besluit externe veiligheid transportroutes tweede lid is derhalve een verdere onderbouwing van de externe veiligheid niet nodig.
Verder zijn in de nabijheid van de planlocatie geen inrichtingen aanwezig die van overwegende invloed zijn op de planlocatie en de beoogde functie. De planlocatie kent bovendien voldoende en verschillende vluchtwegen. Er is geen sprake van verminderde zelfredzaamheid.
Vanuit oogpunt van externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van het wijzigingsplan.
Het plan betreft de sloop van de huidige bebouwing en het bouwen van vier woningen. Daarmee zal het verharde oppervlak in het plangebied afnemen. Hierdoor is het aspect ‘waterhuishouding’ geen issue voor het plan. Voor het overige blijft gelden hetgeen het vigerende bestemmingsplan over de waterhuishouding weergeeft.
Het plan voldoet aan de beleidsuitgangspunten van het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Flora- en faunawet beschermde plant- en diersoorten. Dit onderzoek is als Bijlage 4 bij deze toelichting gevoegd.
Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied van strikt beschermde soorten worden aangetast. Wel dient met de plannen rekening gehouden te worden met een tweetal algemene voorwaarden vanuit de Flora- en faunawet. Deze voorwaarden zijn altijd van toepassing:
Het aspect 'Flora en fauna' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
De planlocatie wordt ontsloten via de Schoolstraat. De Schoolstraat is een 30 km weg. De ontsluiting voor voetgangers en langzaam verkeer is goed. Daarnaast wordt de locatie aan de achterzijde deels ontsloten via het parkeerhof aan de Nieuwe Duinstraat. De kavels van de twee noordelijke woningen grenzen hieraan. De kavels van de twee zuidelijke woningen grenzen deels aan het achterterrein van het appartementen op de hoek van de Schoolstraat en Havenstraat.
De nieuwe situatie gaat uit van 4 woningen. Voor deze woningen geldt een parkeernorm van 1,7 parkeerplaats per woning. Er dienen 7 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Daarvan worden er twee op eigen erf gerealiseerd (bij de twee zuidelijke woningen). De overige 5 parkeerplaatsen worden voor de woningen langs de Schoolstraat gerealiseerd.
Zowel voor wat betreft de ontsluiting als het parkeren zijn geen problemen te verwachten.
De planlocatie maakt deel uit van een gebied met een archeologische verwachtingswaarde en heeft daarom de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2‘. De voor Waarde - Archeologische verwachting 2 aangewezen gronden zijn, naast de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen, ook bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. Hier mag alleen worden gebouwd, mits is aangetoond dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
In opdracht van Rotteveel M4 Almere heeft IDDS Archeologie in augustus 2015 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Schoolstraat 39 in Noordwijkerhout, gemeente Noordwijkerhout. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 1 Archeologisch onderzoek concept bij deze toelichting.
De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Daarnaast wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap in het plangebied, voor zover deze vormeenheden van invloed kunnen zijn geweest op de bruikbaarheid van de locatie door de mens in het verleden.
Uit het archeologisch bureauonderzoek blijkt dat het plangebied gelegen is op een strandvlakte die is ontstaan in het Laat Neolithicum. De top van de strandvlakte wordt verwacht tussen 360 en dieper dan 440 cm –mv. Op dit niveau kunnen archeologische resten voorkomen vanaf het Laat Neolithicum tot aan de vorming van het veen, waarschijnlijk in de Bronstijd. Aangezien de omstandigheden in de strandvlakte relatief ongunstig waren ten opzichte van de hoger gelegen strandwallen worden voornamelijk resten van landbouw verwacht, zoals ploegsporen, greppels en kuilen. Ook kunnen losse vondsten voorkomen, bestaande uit natuursteen of aardewerk. Losse vondsten kunnen ook worden aangetroffen in het veen en kunnen dan naast natuursteen of aardewerk ook bestaan uit metaal en organisch materiaal.
Op het veen in de strandvlakte is vermoedelijk na de Ijzertijd een pakket duinzand afgezet. Dit duinzand kan in verschillende fases bruikbaar zijn geweest voor de mens, waardoor op diverse niveaus akkerlagen of vegetatieniveaus kunnen voorkomen. Of deze niveaus voorkomen in het plangebied en op welke dieptes is niet bekend. Eerder onderzoek in de omgeving heeft aangetoond dat in de omgeving akkerbouw plaatsvond, waarschijnlijk in de Ijzertijd. Hier kunnen sporen van worden aangetroffen in de vorm van ploegsporen, greppels en kuilen. Ook moet er in de omgeving sprake zijn geweest van bewoning. Resten hiervan kunnen voorkomen in de vorm van huisplattegronden en sporen als paalsporen, afvalkuilen en waterputten. Te verwachten vondstmateriaal bestaat voornamelijk uit aardewerk, natuursteen en glas. Onder de grondwaterspiegel kan ook organisch materiaal worden aangetroffen.
Het plangebied staat op historisch kaartmateriaal vanaf 1615 aangegeven als onbebouwd. Milieukundige boringen geven aan dat de bovengrond verstoord is. Op basis hiervan wordt de kans op archeologische resten uit de Nieuwe tijd klein geacht. In het noordwesten van het plangebied heeft een bodemsanering plaatsgevonden en daar kunnen diepere lagen ook verstoord zijn.
Het booronderzoek heeft de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek bevestigd. In het plangebied zijn meerdere archeologische niveaus aanwezig. Het diepste niveau, namelijk de top van de strandvlakte, is binnen de geboorde diepte van 450 cm –mv niet aangetroffen. In het op de strandvlakte gelegen veenpakket, waarvan de top zich op 330 cm –mv (0,3 m +NAP) bevindt, is de kans op het aantreffen van archeologische resten klein. Voor de humeuze niveaus die zijn aangetroffen op 120 cm –mv (2,50 m +NAP) in boring 4 en tussen 160 en 175 cm –mv (2,0 en 1,85 m +NAP) in boring 5 geldt een hoge verwachting voor archeologische resten vanaf de Ijzertijd. Deze niveaus kunnen worden geïnterpreteerd als vegetatieniveaus of akkerlagen. De horizontale omvang van de niveaus is niet bekend. Het hoogste archeologisch niveau betreft de top van het duinzand, direct onder de humeuze toplaag die intact is aangetroffen in boringen 3 en 4. Dit niveau bevindt zich op 70 à 80 cm –mv (2,70 à 3,0 m +NAP). Aangezien de verstoringen in boringen 2 en 5 niet dieper reiken dan 80 cm –mv is de kans groot dat dit niveau ook in die boringen nog relatief intact is. Alleen de noordwestelijke zone van het plangebied wordt als verstoord beschouwd. De bodem is daar gesaneerd tot een diepte van 120 à 210 cm –mv (1,7 à 2,6 m +NAP).
Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt geadviseerd om, indien geplande graafwerkzaamheden dieper reiken dan 60 cm - mv, vervolgonderzoek uit te laten voeren .
Het bovengenoemde advies wordt overgenomen door de gemeente Noordwijkerhout. Het selectiebesluit (Bijlage 2 Selectiebesluit) luidt dus dat het gebied onder de huidige bebouwing wordt vrijgegeven tot een diepte van 0,75 m -mv en daarbuiten tot een diepte van 0,6 m - m v ten gunste van de voorgenomen ontwikkeling. Dit houdt in dat indien er diepere grondwerkzaamheden plaats gaan vinden, dat nader karterend onderzoek noodzakelijk is.
In het gebied waar de bodemsanering heeft plaatsgevonden, worden geen archeologische resten meer verwacht. Hier wordt dus geen vervolgonderzoek aanbevolen.
Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden ten aanzien van het archeologisch vrijgegeven terrein toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 53 en 54 van de Monumentenwet 1988 aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap e.g. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht.
Er moet overeenkomstig het beleid van de gemeente aandacht besteedt worden aan duurzaam bouwen.
In 2013 is het Energieakkoord ondertekend. Met dit akkoord willen partijen een besparing van jaarlijks 1,5 % van het finale energieverbruik realiseren. Volgens de richtlijn EPBD moeten lidstaten ervoor zorgen dat eind 2020 alle nieuwe gebouwen bijna-energieneutraal zijn. Om resultaten te boeken en om innovatie te stimuleren is de energieprestatie-coëfficiënt voor nieuwe woningen in het Bouwbesluit (wettelijk kader) in 2015 aangescherpt van 0,6 naar 0,4 en wordt deze in 2020 verder verlaagd naar bijna energieneutraal (0 – 0,2).
In de komende jaren gaat Nederland steeds energiezuiniger bouwen, tot (bijna) energieneutraal in 2020. Dat ligt vast in Europees en Nederlands overheidsbeleid. Er is geen afzonderlijke subsidie voor energieneutraal bouwen. Er zijn wel andere vormen van ondersteuning, bijvoorbeeld in de Regeling Groenprojecten, waar net als bij energieneutraal bouwen een lage EPC en duurzame energieopwekking meetellen. Daarnaast schrijft het programma EnergieSprong van Platform31 tenders uit voor zeer energiezuinige bouw- en renovatieprojecten. Voor meer informatie zie: http://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/woningbouw/nieuwbouw-woningbouw
GPR Gebouw is een programma voor het omzetten van ontwerpgegevens van een gebouw naar prestaties op het gebied van kwaliteit en duurzaamheid. GPR gebouw gaat over woonkwaliteit, de toekomstwaarde én de gebruikelijke thema's van duurzaam bouwen. Het is een hulpmiddel voor het maken van keuzes bij nieuwbouw en renovatie van woningen, scholen en andere gebouwen
Om inzicht te krijgen in de duurzaamheid van nieuwbouwprojecten stimuleert de gemeente Noordwijkerhout het gebruik van GPR Gebouw. GPR Gebouw is een relatief eenvoudig instrument waarmee prestaties worden uitgedrukt in rapportcijfers van 1 tot 10.
Keuzemodules geven aan hoe scores zijn te verhogen (tot maximaal een tien) voor de vijf verschillende onderdelen energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde.
Binnen het ontwerp (of de renovatie) is men vrij om binnen de verschillende modules voorzieningen naar keuze te realiseren, zolang deze keuzes leiden tot het gewenste ambitieniveau. Per project wordt door de Omgevingsdienst IJmond (gratis) digitaal een sublicentie voor het programma GPR Gebouw verstrekt. De ambitie van de gemeente Noordwijkerhout is minimaal een 7 te scoren op het de thema's energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde
Het plan betreft de bouw van vier woningen. De gemeente Noordwijkerhout heeft met de initiatiefnemers een zogenoemde anterieure overeenkomst gesloten. Dit betekent dat het kostenverhaal is verzekerd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van Wro te worden vastgesteld.
De realisering van het plan wordt verzorgd door de initiatiefnemers. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.
Tussen de gemeente en de initiatiefnemers is ter afdekking van eventuele planschadeclaims een planschadeovereenkomst ex artikel 6.4a Wro afgesloten.
Bij het opstellen van dit plan wordt de wettelijk voorgeschreven procedure doorlopen. Het ontwerpplan wordt voorgelegd aan het college. Het college beslist of het plan gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd zodat door belanghebbenden zienswijzen kunnen worden ingediend. Het ontwerpwijzigingsplan Schoolstraat 39 heeft vanaf woensdag 13 juli 2016 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen. Gedurende de terinzagelegging van het wijzigingsplan zijn drie zienswijzen ingekomen. In de Nota van zienswijzen inzake het wijzigingsplan Schoolstraat 39, zijn de zienswijzen samengevat en van een reactie voorzien. De zienswijzen hebben geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het wijzigingsplan. De Nota van zienswijzen is als Bijlage 7 opgenomen bij deze toelichting.
Brandweer
De Veiligheidsregio Hollands Midden heeft op 18 mei 2016 het concept wijzigingsplan toegezonden gekregen en heeft een risicobeoordeling gemaakt. De uitkomst hiervan is dat er vanuit veiligheidsoogpunt er geen bijzondere risico´s zijn te verwachten. Het advies van de Veiligheidsregio is bijgevoegd als Bijlage 5 Advies Veiligheidsregio.
Commissie voor Monumenten
De monumentencommissie van de gemeente geeft advies over alle bouwplannen in het centrum van Noordwijkerhout. Op 17 november 2015 is het bouwplan voor de Schoolstraat 39 behandeld in de commissie en heeft de commissie een positief advies af gegeven. Dit advies is bijgevoegd als Bijlage 6 Advies monumentencommissie.
.