direct naar inhoud van Artikel 5 Bedrijf
Plan: Buitengebied Leerdam, 2e herziening
Status: onherroepelijk
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0545.BPBUITENGEBIEDHER2-OH01

Artikel 5 Bedrijf

5.1 Bestemmingsomschrijving
5.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. agrarisch aanverwante bedrijven;
  • b. kleinschalig ambachtelijke bedrijven;
  • c. behoud van cultuurhistorische waarden;
  • d. waterhuishoudkundige doeleinden;
  • e. behoud en herstel van aanwezige poelen en watergangen;
  • f. onderhoudspaden langs watergangen;

één en ander met bijbehorende voorzieningen en overeenkomstig de in 5.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming.

5.1.2 Nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving
a Aantal bedrijven

Binnen deze bestemming is maximaal één bedrijf per aanduiding 'bouwvlak' toegestaan.

b Staat van agrarisch aanverwante bedrijven

Op de gronden met deze bestemming zijn ter plaatse van de aanduiding, zoals opgenomen in de navolgende Staat van agrarisch aanverwante bedrijven in de kolom 'Aanduiding' uitsluitend de bedrijven toegestaan zoals deze zijn opgenomen onder de bijbehorende kolom 'Betekenis', met dien verstande dat naast de bestaande vorm van een agrarisch aanverwante bedrijf ook andere vormen van agrarisch aanverwante bedrijven zijn toegestaan:

|Aanduiding   Betekenis   Bedrijf   Adres   Kern   Specificering  
(sb-low1)   specifieke vorm van bedrijf - loonwerk1;   loon- en aannemingsbedrijf gecombineerd met een neventak in vleesvee/ zoogkoeien en enkele paarden   Loosdorp 36      
c Kleinschalige ambachtelijke bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 en 2

Kleinschalige bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2 of daarmee gelijk te stellen bedrijven zijn uitsluitend toegestaan door toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in 5.7.1 .

d Bedrijfswoningen

Voor bedrijfswoningen geldt het volgende:

  • 1. Per bestemmingsvlak is maximaal één bedrijfswoning is toegestaan.
    Eén en ander met dien verstande dat wanneer een bedrijfswoning door afsplitsing of vervreemding niet langer deel uitmaakt van het bedrijf, daarvoor in de plaats geen nieuwe woning mag worden gebouwd; in dergelijke gevallen vervalt het recht op die bedrijfswoning.
e Niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit

Voor zover ingevolge deze regels een bedrijfswoning is toegestaan, mag ter plaatse ook een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit worden uitgeoefend, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • 1. ten behoeve van de activiteit mag maximaal 25% van het gezamenlijk vloeroppervlak van de bedrijfswoning met een maximum van 50 m2 worden gebruikt;
  • 2. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid;
  • 3. er vindt geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats;
  • 4. er mag geen afbreuk worden gedaan aan het woonkarakter van de omgeving;
  • 5. horeca is niet toegestaan;
  • 6. detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • 7. de activiteit wordt door de bewoner uitgeoefend.
f Publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit

Het gebruik van een deel van de woning en/of de bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis is uitsluitend toegestaan na verlening van een omgevingsvergunning ex 5.5.2.

5.2 Bouwregels
5.2.1 Algemeen

Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken ten dienste van de bestemming.

5.2.2 Bouwvlak

Gebouwen mogen uitsluitend worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'.

5.2.3 Inhoud en bebouwde oppervlakte bedrijfsgebouwen

Voor de inhoud en bebouwde oppervlakte van bedrijfsgebouwen geldt het volgende:

De gezamenlijke inhoud van de bedrijfsgebouwen mag maximaal de bestaande inhoud bedragen.

5.2.4 Maatvoeringseisen

De bouwwerken dienen te voldoen aan de volgende maatvoeringseisen:

Bedrijfsgebouwen   Min.   Max.  
Goothoogte   n.v.t.   6 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  

Bedrijfswoning   Min.   Max.  
Goothoogte   n.v.t.   6 m  
Bouwhoogte   n.v.t.   10 m  
Inhoud, inclusief aan-, uit- en bijgebouwen   n.v.t.   650 m3  
Afstand vrijstaande bedrijfswoning tot zijdelingse bouwperceelgrens   5 m   n.v.t.  

Bijgebouwen bij bedrijfswoning   Max.  
Inhoud bijgebouwen: zie tabel bedrijfswoning    
Goothoogte   3 m  
Bouwhoogte   6 m  

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde   Max.  
Bouwhoogte erfafscheidingen   Voor voorgevelrooilijn: 1 m;
Overige: 2 m  
Bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde   Voor voorgevelrooilijn: 1 m;
Hoogte toegangspoort (voor en achter voorgevelrooilijn): 2 m;
Overige: 3 m  
Paardenbakken zijn niet toegestaan    
5.2.5 Afwijkingenregeling

In afwijking van het bepaalde in 5.2.4 geldt, dat voorzover de bestaande goot- of bouwhoogte, de bebouwde oppervlakte of de inhoud meer bedraagt dan ingevolge bovenstaande tabel is toegestaan, de bestaande goot- of bouwhoogte, de bestaande bebouwde oppervlakte of de bestaande inhoud als maximum geldt, voorzover het gebouw legaal is gebouwd. Nieuwbouw hiervan is niet toegestaan.

5.3 Afwijken van de bouwregels
5.3.1 Afwijking bebouwde oppervlakte vrijstaande bijgebouwen

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.4 teneinde de toegestane bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen bij de bedrijfswoning te vergroten, mits voormalige bedrijfsgebouwen worden gesloopt. Hierbij dient aan het volgende te worden voldaan:

  • a. indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, kan een bebouwde oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 50 m2 vermeerderd met maximaal 20% van het meerdere van het oppervlak van het te slopen gebouw c.q. de te slopen gebouwen, tot een totaal maximum van 150 m2.
5.3.2 Afwijking inhoud bedrijfsbebouwing

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de in 5.2.3 opgenomen maximale inhoud van bedrijfsgebouwen van agrarische aanverwante bedrijven, van buitengebied gebonden bedrijven en van kleinschalige ambachtelijke bedrijven, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de inhoud mag eenmalig worden uitgebreid met maximaal 10% van de bestaande inhoud van bedrijfsgebouwen;
  • b. in afwijking van het bepaalde onder a. mag de inhoud voor agrarisch aanverwante bedrijven worden uitgebreid met maximaal 30% van de bestaande inhoud van bedrijfsgebouwen. Voorwaarde hiervoor is dat verplaatsing naar een bedrijventerrein niet mogelijk is;
  • c. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast;
  • d. er vindt geen toename van de milieubelasting plaats;
  • e. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats;
  • f. de noodzaak voor de uitbreiding wordt aangetoond via een bedrijfsplan;
  • g. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
  • h. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • i. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast.
5.3.3 Afwijking voor vergroting inhoud bedrijfswoning

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de maximale inhoud van bedrijfswoningen, inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot een maximum van 850 m3 onder de volgende voorwaarden:

  • a. er is sprake van een zorgvuldige stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing in de omgeving;
  • b. binnen het bestemmingsvlak ontstaat een ruimtelijke eenheid van bebouwing;
  • c. binnen het bestemmingsvlak is sprake van een aanvaardbare verhouding tussen het bebouwde en onbebouwde oppervlak;
  • d. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
  • e. de uitbreiding mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving.
5.3.4 Afwijking paardenbakken

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2.4 en 5.4.1 onder h. teneinde het realiseren van paardenbakken toe te staan, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast, waarbij in ieder geval een afstand van minimaal 25 m wordt aangehouden ten opzichte van (bedrijfs)woningen van derden;
  • b. de paardenbak mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de aanwezige landschappelijke waarden;
  • c. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
  • d. het gebruik van paardenbakken ten behoeve van deze bestemming is uitsluitend hobbymatig toegestaan;
  • e. de omvang van de paardenbakken mag in totaal niet meer bedragen dan 800 m2 per bouwperceel;
  • f. lichtmasten of anderszins verlichting zijn niet toegestaan;
  • g. de bouwhoogte van afrasteringen mag niet meer bedragen dan 1,5 m;
  • h. overige bouwwerken zijn niet toegestaan;
  • i. indien activiteiten die samenhangen met het aanleggen van een paardenbak omgevingsvergunningplichtig zijn vormt de afweging hierbij onderdeel van deze afwijking en is geen aparte omgevingsvergunning benodigd.
5.4 Specifieke gebruiksregels
5.4.1 Strijdig gebruik

Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of opstallen binnen deze bestemming ten behoeve van:

  • a. detailhandel, behoudens voor zover dit verkoop betreft als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen;
  • b. een seksinrichting;
  • c. zelfstandige bewoning of afhankelijke woonruimte van een bijgebouw;
  • d. een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis;
  • e. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest. Dit geldt echter niet indien dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en het plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' of, indien binnen een bestemmingsvlak geen aanduiding 'bouwvlak' is opgenomen, binnen het bestemmingsvlak;
  • f. het gebruik van gronden voor kamperen;
  • g. permanente bewoning van kampeermiddelen;
  • h. het gebruik van gronden voor paardenbakken.
5.5 Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Afhankelijke woonruimte (mantelzorg en rustende boer)

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 onder c. en toestaan dat een (bij)gebouw gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, hieronder mede begrepen het gebruik van de afhankelijke woonruimte door de rustende boer, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. afhankelijke woonruimte ten behoeven van mantelzorg is uitsluitend toegestaan indien een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg. Hiervoor is een medische indicatie benodigd door een van gemeenteweg erkende instelling;
  • b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
  • c. de afhankelijke woonruimte wordt ingepast binnen een aanwezig (bij)gebouw, met een maximale gebruiksoppervlakte van 80 m2;
  • d. het (bij)gebouw is gelegen op een afstand van maximaal 25 m van de woning;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder c. is nieuwbouw toegestaan ten behoeve van de afhankelijke woonruimte, indien inpassing in een bestaand (bij)gebouw redelijkerwijs niet mogelijk is èn gebouwen worden gesloopt met een oppervlakte minimaal gelijk aan de nieuw te bouwen oppervlakte. Nieuwbouw is uitsluitend toegestaan in de vorm van een aan de bedrijfswoning gebouwde aanbouw of uitbouw of een aan de bedrijfswoning aangebouwd bijgebouw;
  • f. geluid, geur en veiligheid vormen geen belemmeringen voor het toestaan van de woonfunctie.
5.5.2 Afwijking publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.4.1 onder d. voor het toestaan van een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. de publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis dient ondergeschikt te zijn aan de woonfunctie;
  • b. ten behoeve van de activiteit mag maximaal 25% van het gezamenlijk vloeroppervlak van de woning met een maximum van 50 m2 worden gebruikt;
  • c. in monumentale en karakteristieke panden ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' mag de bedrijfsfunctie in afwijking van het bepaalde onder a. en  b. in een grotere omvang plaatsvinden, mits een volwaardige woonfunctie aanwezig blijft, en indien dit bijdraagt aan het behoud van het pand c.q. de betreffende cultuurhistorische waarden;
  • d. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;
  • e. voldaan wordt aan de normen die gesteld zijn bij of krachtens de Wet geurhinder en veehouderij en er daarbij sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
  • f. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein;
  • g. er vindt geen onevenredige verkeersaantrekkende werking plaats;
  • h. er mag geen afbreuk worden gedaan aan het landelijke karakter van de buurt en de omgeving;
  • i. horeca is niet toegestaan;
  • j. detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd een beperkte verkoop ondergeschikt en ondersteunend aan de uitoefening van kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • k. de activiteit wordt door de bewoner uitgeoefend.
5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
5.6.1 Omgevingsvergunningplicht

Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning) de in het schema onder 5.6.3 opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te voeren, te doen uitvoeren of te laten uitvoeren.
De omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend als wordt voldaan aan de in de tabel genoemde criteria.

5.6.2 Uitzonderingen vergunningplicht

Het onder 5.6.2 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden:

  • a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning of omgevingsvergunning is verleend;
  • b. die ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren;
  • c. die betreffen het normale beheer en/of onderhoud.
5.6.3 Schema omgevingsvergunningen

Omgevingsvergunningplichtige werken/werkzaamheden   Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning  
het dempen van sloten en kleine oppervlaktewateren   het verkavelingspatroon mag niet onevenredig worden aangetast;
er mag geen verandering van de bodemstructuur optreden;
de waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder.  
het verwijderen van houtgewas, houtwallen, bosschages   de activiteiten mogen geen onevenredige aantasting betekenen van de aanwezige landschaps- en natuurwaarden.  
5.7 Wijzigingsbevoegdheid
5.7.1 Wijziging milieucategorie 1 en 2

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ingevolge artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, deze bestemming te wijzigen teneinde nieuwe kleinschalige ambachtelijke bedrijven toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. uitsluitend zijn toegestaan kleinschalige ambachtelijke bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 zoals opgenomen in Bijlage 1 Staat van bedrijfsactiviteiten;
  • b. bedrijven in milieucategorie 3 zijn uitsluitend toegestaan voorzover deze naar aard en invloed op het milieu vergelijkbaar zijn met bedrijven in milieucategorie 1 of 2. Hiertoe wordt advies gevraagd aan een onafhankelijke terzake deskundige;
  • c. het hergebruik van bedrijfsbebouwing dient te passen in de omgeving;
  • d. in opzet en ontwikkelingsperspectief dient het om een kleinschalige activiteit te gaan, met in beginsel slechts enkele werknemers;
  • e. als belangrijke voorwaarde voor hergebruik geldt dat, daar waar hergebruik plaatsvindt binnen gebouwen, dit uitsluitend binnen de aanwezige gebouwen is toegestaan; uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan;
  • f. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden;
  • g. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • h. de beoogde functie mag, gelet op de instandhoudingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk/Diefdijk Zuid, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk/Diefdijk Zuid niet laten verslechteren of een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen;
  • i. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • j. op eigen terrein wordt voldoende ruimte gereserveerd voor parkeervoorzieningen;
  • k. detailhandel is niet toegestaan;
  • l. de bedrijfsgebouwen worden landschappelijk ingepast. Hiertoe wordt een erfbeplantingsplan opgesteld;
  • m. de waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder;
  • n. de regels van de bestemming Artikel 5 Bedrijf zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de bedrijfsactiviteit een aanduiding in de tabel en op de verbeelding wordt opgenomen;
  • o. op de verbeelding wordt een bouwvlak op maat opgenomen.
5.7.2 Wijziging (nieuw)vestiging agrarisch bedrijf

Burgemeester en Wethouders kunnen met toepassing van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening de bestemming van (een deel van) de gronden binnen deze bestemming wijzigen teneinde de bestemming om te zetten in de bestemming Agrarisch - Bouwvlak en eventueel de bestemming Agrarisch met waarden ten behoeve van de nieuwvestiging van een grondgebonden agrarisch bedrijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. voor een grondgebonden agrarisch bedrijf geldt dat alle grondgebonden agrarische bedrijven zijn toegestaan, met uitzondering van boom-, (bloem)bol-, sierteelt- en fruitteeltbedrijven;
  • b. de nieuwvestiging ter plaatse moet noodzakelijk zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering: dit betekent dat voor zover de betrokken agrariër elders een agrarisch bedrijf heeft, eerst dient te worden aangetoond dat op de betreffende locatie geen reële bedrijfseconomische of planologisch verantwoorde uitbreidingsmogelijkheden aanwezig zijn;
  • c. het dient te gaan om een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel een bedrijf dat naar verwachting binnen redelijke termijn zal uitgroeien tot een volwaardig bedrijf; hierover dient tevoren een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijk, agrarisch deskundige te worden gehoord;
  • d. er dient een bouwvlak op maat te worden toegekend;
  • e. maximaal is één bedrijfswoning toegestaan;
  • f. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
  • g. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • h. voor de (nieuw)vestiging geldt dat het woon- en leefklimaat van omliggende functies niet onevenredig mogen worden aangetast;
  • i. (nieuw)vestiging is niet toegestaan indien er geen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de beoogde functie;
  • j. de beoogde functie mag, gelet op de instandhoudingsdoelstelling van het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk/Diefdijk Zuid, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in het Natura 2000-gebied Zuider Lingedijk/Diefdijk Zuid niet laten verslechteren of een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen;
  • k. de waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder;
  • l. door middel van een flora- en faunaonderzoek dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de natuurbeschermingswetgeving;
  • m. uit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevel van een geluidsgevoelig object de voorkeursgrenswaarde niet overschrijdt;
  • n. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven waarden;
  • o. de regels van bestemming Artikel 3 Agrarisch - Bouwvlak en eventueel Artikel 4 Agrarisch met waarden van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de bedrijfsactiviteit een aanduiding in de tabel en op de verbeelding wordt opgenomen.
5.7.3 Wijziging wonen

Burgemeester en Wethouders kunnen met toepassing van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening deze bestemming wijzigen in de bestemming Wonen en eventueel Agrarisch met waarden waarbij na bedrijfsbeëindiging het gebruik van een voormalige bedrijfswoning of boerderijgebouw voor woondoeleinden kan worden toegestaan; tevens kan daarbij woningsplitsing worden toegestaan. Één en ander mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. uitsluitend de (voormalige) bedrijfswoning(en) mag (mogen) worden gebruikt voor bewoning;
  • b. uitsluitend de aanwezige gebouwen, niet zijnde glasopstanden, mogen worden gebruikt als bijgebouw;
  • c. de nieuwe functie mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • d. voldaan wordt aan de normen die gesteld zijn bij of krachtens de Wet geurhinder en veehouderij en er daarbij sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
  • e. uit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevel van een geluidsgevoelig object de voorkeursgrenswaarde niet overschrijdt;
  • f. de waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder;
  • g. de nieuwe functie mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven waarden;
  • h. de nieuwe functie mag niet leiden tot een onevenredige belasting van de verkeersafwikkeling ter plaatse;
  • i. de woningsplitsing mag niet leiden tot strijdigheid met het Bouwbesluit;
  • j. de regels van de bestemming Artikel 6 Wonen zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf' wordt opgenomen, met dien verstande dat de bebouwde oppervlakte van de bijgebouwen niet meer mag bedragen dan 50 m2 per woning; bij sloop van de bovenmatige voormalige bedrijfsgebouwen, mag het genoemd oppervlak van 50 m2 worden verhoogd met 25% van het meerdere van het oppervlak van het te slopen gebouw c.q. de te slopen gebouwen, met dien verstande dat het maximaal toegestaan gezamenlijk oppervlak van de bijgebouwen per woning, na bedoelde afbraak, niet meer dan 150 m2 bedraagt.
5.7.4 Wijziging opslag

Burgemeester en Wethouders kunnen met toepassing van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening deze bestemming wijzigen teneinde hergebruik van de bebouwing toe te staan voor inpandige statische opslag in combinatie met wonen in de voormalige bedrijfswoning, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a. deze wijziging ten behoeve van de opslag wordt doorlopen tezamen met de wijzigingsbevoegdheid als opgenomen in 5.7.3 teneinde het bewonen van de voormalige bedrijfswoning mogelijk te maken;
  • a. het hergebruik dient te passen in de omgeving;
  • b. in opzet en ontwikkelingsperspectief dient het om een kleinschalige en introverte activiteit te gaan;
  • c. als belangrijke voorwaarde voor hergebruik geldt dat hergebruik uitsluitend plaatsvindt binnen de aanwezige gebouwen; uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan;
  • d. in een bedrijfsplan dient te worden aangetoond welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de hergebruikfunctie, met dien verstande dat dit maximaal 1500 m3 mag bedragen; overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt;
  • e. de opslag mag niet plaatsvinden in kassen;
  • f. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden;
  • g. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • h. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • i. detailhandel is niet toegestaan; be- en verwerking zijn evenmin toegestaan;
  • j. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven waarden;
  • k. de regels van de bestemming Artikel 6 Wonen zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij voor de bedrijfsactiviteit een aanduiding in de tabel en op de verbeelding wordt opgenomen.
  • l. op de verbeelding wordt de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voormalig agrarisch bedrijf opgenomen'.
5.7.5 Wijziging dag- en verblijfsrecreatie

Burgemeester en wethouders kunnen de gronden met deze bestemming met de nadere aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - voormalig agrarisch bedrijf' wijzigen in de bestemming 'Recreatie - Dagrecreatie' of 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' teneinde hergebruik van de bebouwing toe te staan voor dag- en verblijfsrecreatieve activiteiten en eventueel deels in de bestemming Agrarisch met waarden, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. hergebruik voor dagrecreatieve doeleinden kan uitsluitend worden toegestaan:
      • aan de Lingedijk of
      • ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied kernrandzone'

waarbij de navolgende doeleinden kunnen worden toegestaan: kinderboerderij, theeschenkerij en qua aard en omvang overeenkomstige bedrijven; één en ander met de bijbehorende voorzieningen;

  • b. hergebruik voor maneges is niet toegestaan;
  • c. hergebruik voor verblijfsrecreatieve doeleinden kan uitsluitend worden toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied kernrandzone' waarbij de navolgende doeleinden kunnen worden toegestaan: kleinschalig kamperen, bed & breakfast, vakantieappartementen en groepsaccommodatie en qua aard en omvang overeenkomstige bedrijven; één en ander met de bijbehorende voorzieningen;
  • d. vakantieappartementen en groepsaccommodatie zijn uitsluitend toegestaan in het aanwezige hoofdgebouw;
  • e. het aantal bedden wordt in het wijzigingsbesluit vastgesteld;
  • f. in aanvulling op het bepaalde onder d. geldt dat per appartement het vloeroppervlak niet meer dan 100 m2 mag bedragen;
  • g. maximaal 15 kampeerplaatsen zijn toegestaan;
  • h. het hergebruik dient te passen in de omgeving;
  • i. ten behoeve van de recreatieve activiteiten is ondergeschikte ondersteunende horeca toegestaan;
  • j. in opzet en ontwikkelingsperspectief moet het gaan om een kleinschalige activiteit, met in beginsel slechts enkele werknemers;
  • k. het bouwvolume mag niet worden vergroot;
  • l. in een bedrijfsplan dient te worden aangetoond welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de hergebruikfunctie; overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt.
  • m. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden;
  • n. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
  • o. het woon- en leefklimaat van omliggende functies mogen niet onevenredig worden aangetast;
  • p. de beoogde functie is niet toegestaan indien er geen sprake is van een goed leef- en verblijfsklimaat voor de beoogde functie;
  • q. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
  • r. de waterhuishouding wordt niet onevenredig aangetast; hiertoe wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder;
  • s. uit onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de gevel van een geluidsgevoelig object de voorkeursgrenswaarde niet overschrijdt;
  • t. de wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 5.1 omschreven waarden.
5.7.6 Wijziging geen bedrijfswoning

Burgemeester en Wethouders kunnen met toepassing van het bepaalde in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening deze bestemming wijzigen teneinde na splitsing van gronden op de verbeelding de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' op te nemen, teneinde te regelen dat geen bedrijfswoning is toegestaan.