| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22as Tullekensmolenweg 47-51 Beekbergen |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0200.tam0046-vas1 |
behorende bij TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22as Tullekensmolenweg 47-51 Beekbergen
Aan de Tullekensmolenweg 47-53 in Beekbergen ligt landgoed Ruiterserve. Op dit landgoed is onder andere de Ruitersmolen aanwezig; een watermolen die is aangewezen als gemeentelijk monument. Voorheen was een zorginstelling gevestigd op het landgoed, maar daar is nu enige tijd geen sprake meer van. Voor de instandhouding van het landgoed is het van belang dat er nieuw leven in geblazen wordt. De wens is om een functieverandering naar wonen te realiseren, en daarbij ook nieuwe woningen toe te voegen. Het gaat om 20 nieuwe woningen: een nieuwe, dubbele boerderijwoning, vier rijwoningen in een nieuw stalgebouw, drie woningen in een nieuwe droogschuur, drie woningen in het bestaande koetshuis en acht appartementen in het bestaande pand aan de Ruiterserve. Omdat dit voornemen niet past in het omgevingsplan is een wijziging van het omgevingsplan nodig.
De locatie is gelegen in het buitengebied van Beekbergen, op ongeveer 1 kilometer vanaf de dorpskern. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Beekbergen, sectie M, nummers 3373 en 3374.
Ligging in de omgeving
Voor de locatie geldt het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn. Het tijdelijk deel wordt (onder andere) gevormd door het bestemmingsplan Stuwwalrand Parkzone Zuid, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 april 2001, in combinatie met bestemmingsplan 1e partiële herziening Stuwwalrand Parkzone Zuid. Daarnaast is het paraplubestemmingsplan Parapluherziening parkeren, dat is vastgesteld door de gemeenteraad op 21 maart 2019, relevant voor de bouw- gebruiksmogelijkheden van de locatie.
Voor de locatie geldt de bestemming Maatschappelijke doeleinden. Daarmee zijn deze gronden in hoofdzaak bestemd voor doeleinden van onderwijs, opvoeding, religie, verenigingsleven, maatschappelijke dienstverlening, gezondheidszorg, cultuur, sport en recreatie. Ook is op de locatie een gemeentelijk monument aanwezig, die ook als zodanig is aangeduid op de verbeelding. Binnen de bestemming zijn geen bedrijfswoningen toegestaan. Voor bedrijfsgebouwen geldt een maximale goothoogte van 7 meter. Daarnaast geldt dat de maximale oppervlakte niet meer mag bedragen dan de bestaande oppervlakte van 450 m2.
Het parapluplan Parkeren regelt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw en/of voor het veranderen van de functie van een bouwperceel, voldoende parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd.
Uitsnede verbeelding
Het omgevingsplan maakt het project niet mogelijk. De geldende bestemmingsplannen voorzien niet in reguliere woningen. Een wijziging van het omgevingsplan is daarom noodzakelijk.
De motivering van de wijziging van het omgevingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en toekomstige situatie op de planlocatie. In hoofdstuk 3 wordt het relevante rijksbeleid, de rijksinstructieregels, provinciaal, regionaal en gemeentebeleid behandeld. Tevens wordt ingegaan op het relevante waterschapsbeleid. Hoofdstuk 4 behandeld de aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving en het milieu. In hoofdstuk 5 staat het juridisch kader van dit TAM-omgevingsplan beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de financiële en maatschappelijke haalbaarheid van dit TAM-omgevingsplan uiteengezet.
De locatie is gelegen in het buitengebied van Beekbergen, op ongeveer 1 kilometer vanaf de dorpskern. Het centrum van Apeldoorn ligt op ongeveer 5 kilometer afstand. Beekbergen is gelegen aan de rand van de Veluwe. De ligging van het dorp is aan de rand van de stuwwal, die op dat punt overgaat in de IJsselvallei, hierdoor is de ligging van het dorp een flankesdorp. Het landschapstype is het zogenoemde beekdallandschap. Het wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een beek of rivier die door een laaggelegen gebied stroomt.
Luchtfoto omgeving
In het open landschap van Beekbergen loopt de Beekbergse Beek, van ouds belangrijk om de drie watermolens die aan de Beekbergse Beek zijn gelegen, aan te drijven. Op landgoed Ruiterserve is de watermolen Ruitersmolen, een gemeentelijk monument, gevestigd. Verder is er een villa, koetshuis, bungalow en een aantal schuren aanwezig. De watermolen is nog in gebruik en wordt in stand gehouden door voor een actieve groep vrijwilligers die handelt onder de naam 'Stichting vrienden van de Ruitersmolen'. Op de eerste verdieping van de molen wordt papierscheppen verzorgd. Op de begane grond wordt met twee koppels stenen graan gemalen.
De molen is gelegen op het statige landgoed Ruiterserve wat ligt aan de doorgaande Tullekensmolenweg in het buitengebied van Beekbergen. Op het landgoed was jarenlang een afdeling van zorginstelling Het Hoogeland (later Iriszorg) gevestigd. De panden werden gebruik voor zorg en er was jarenlang sprake van zowel wonen als dagbesteding. Het terrein werd onderhouden door de bewoners. Landgoed Ruiterserve en de molen Ruitersmolen hebben in 2021 een nieuwe eigenaar gekregen. De nieuwe eigenaar heeft onderzocht of de gebouwen weer een zorgfunctie kunnen krijgen. Dat blijkt niet mogelijk. Het complex is te kleinschalig is en ook de niet-centrale ligging en onhandige indeling van de gebouwen zijn niet praktisch. Verder is de onderhoudsstaat van het terrein en de gebouwen achterstallig. Er is veel nodig om het weer terug te brengen naar de maatstaven van deze tijd. Veel inspanningen zijn nodig om het terrein weer duurzaam te krijgen.
Luchtfoto locatie
Bestaande situatie
Villa Ruiterserve
Koetshuis
Ruitersmolen
Bungalow
Aanleiding
De nieuwe eigenaar heeft landgoed Ruiterserve en de molen Ruitersmolen in eerste plaats verworven vanwege zijn liefde voor de plek. Daarnaast gaf dit de mogelijkheid om de rijke historie (weer) voor het voetlicht te brengen, met de overtuiging dat dit zeker niet verloren mag gaan. Dat is tegelijk een grote opgave en vraagt forse investeringen om het geheel toekomstbestendig te maken.
Het plan heeft als doelstelling de locatie te ontwikkelen naar woningbouw. De bestaande bebouwing is in een dusdanig matige staat van onderhoud dat grootscheepse renovatie noodzakelijk is. Daarnaast moeten de gebouwen, inclusief de molen, verduurzaamd worden. Het uiteindelijke doel is om het landgoed, de molen en de natuur eromheen te restaureren en terug te brengen naar een vitaal geheel. De stichting bedruipt zich met giften en kleine subsidies, maar dat is onvoldoende om het gebouw (met de molen en waterrad) goed in stand te houden. Zeker nu de energieprijzen tot een grote hoogte gestegen zijn. De restauratieplannen voor het koetshuis, Ruiterserve, de Ruitersmolen en het hekwerk zijn opgenomen als Bijlage 1, Bijlage 2, Bijlage 3 en Bijlage 4.
Nieuwbouw
Voor het verduurzamen is veel geld nodig. De eigenaar wil daarom een deel van de opbrengst uit de herbestemming van de gebouwen hiervoor te besteden. De opbrengsten, van de reguliere activiteiten, zijn daarvoor onvoldoende. Daarom is gezocht naar het toevoegen van bebouwing, in historische context, wat de exploitatie gunstiger maakt.
Het uitgangspunt is om het groene karakter van het terrein, wat een specifieke kwaliteit van deze plek is, te behouden. Om het bosachtige terrein weer vitaal te krijgen is groot onderhoud en nieuwe aanplant nodig. De wandelpaden om het landgoed blijven ook behouden en worden gedeeltelijk openbaar opengesteld. De route van het aanwezige klompenpad zal verlegd worden om voldoende privacy te waarborgen voor de woningen. Het klompenpad komt nu aan de noordwestkant, om de boomgaard, te lopen. Het klompenpad blijft wel toegankelijk; het startpunt en daarmee het parkeren voor het klompenpad zal verhuizen naar een andere plek op de route.
Uitwerking
Binnen de bestaande groene structuur wordt, op basis van historisch materiaal, de nieuwe bebouwing zorgvuldig ingepast. Hierbij wordt gekeken naar de bebouwingsopzet en hoeveelheid uit 1938. In het landschap wordt, net als de bestaande situatie, enkele kleinere woongebouwen of woningen gerealiseerd.
De open plekken worden ingericht als landschapstuin waarin bijvoorbeeld een klein gedeelte als bloemrijk grasland met boomgaard wordt ingericht. Dit geeft een rustieke, landelijke sfeer als verwijzing naar het agrarische landschap waar het deel vanuit maakt. Aan het ontwerp van de tuinen zal veel aandacht worden besteed en vooral zo dat er een vloeiende overgang gerealiseerd wordt van private buitenruimte naar het bosachtige landschap.
Het kleine bos aan de wegzijde zal groot onderhoud behoeven. Het historisch hekwerk langs de Tullekensmolenweg zal gerestaureerd worden en ontbrekende delen weer teruggebracht.
Het parkeren wordt zoveel mogelijk geconcentreerd, op meerdere plekken in het plangebied, daar waar het nodig is. Het voormalige agrarische deel was een statig pand (boerderij-hoeve) met hooiberg. Deze wat agrarische boerderij-hoeve zal de belangrijkste inspiratiebron worden voor de vormgeving van de gebouwen aan de Tullekensmolenwegzijde. Hier komen 4 rijwoningen en een twee-onder-één kap woning. In het landhuis en in het koetshuis worden respectievelijk 8 en 3 appartementen gerealiseerd. Achter het koetshuis komen 3 rijwoningen waarvan de architectuur verwijst naar een oude droogschuur. In totaal worden 20 burgerwoningen gerealiseerd. De bestaande bungalow wordt gesloopt.
Al met al moet de bebouwing een fraai ensemble vormen met een knipoog naar het rijke verleden. De tuin behorend bij het landgoed wordt, met uitzondering van de private gedeeltes, opengesteld voor de bewoners van het landgoed. Er wordt belangrijk onderhoud gedaan aan de Wijert en het 'sluisje' naar de beek, die een belangrijke functie vervulde voor de het in bedrijf houden van de molen.
Naast de molen is gedacht aan een kleine educatieruimte wat kan dienen als 'rustpunt' tijdens een educatieve route die de stichting wil gaan uitzetten. Het is de bedoeling om rondleidingen te geven over het terrein. Tevens kan een klein deel gebruikt worden voor opslag van gereedschap.
Uitgangspunten architectuur en stedenbouw
De volgende specifieke uitgangspunten voor de architectuur van de bebouwing zijn gehanteerd:
De stedenbouwkundige visie is mede gebaseerd op de volgende inrichtingsprincipes:
Terreininrichting nieuwe situatie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte uit 2012. De NOVI is een nieuw instrument uit de Omgevingswet en loopt vooruit op de verwachte inwerkingtreding 1 juni 2022. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving voor Nederland in 2050. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang.
Uitgangspunt van de NOVI is dat Nederland staat voor grote en complexe opgaven die zowel lokaal als regionaal, nationaal als internationaal spelen. Deze opgaven als klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Daarbij is Omgevingskwaliteit het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit.
De NOVI stelt daartoe als aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Op die manier zullen de volgende vier prioriteiten worden aangepakt:
Voor de vier prioriteiten geldt dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen:
Al deze ambities vragen veel van de leefomgeving. Daarbij moeten onvermijdelijk keuzes worden gemaakt. In de NOVI geeft het Rijk kaders en richting voor deze keuzes. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als van de ondergrond: een 'omgevingsinclusieve benadering'. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes:
Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes benut worden.
Betekenis voor dit plan
Dit initiatief schaadt geen rijksbelangen en is in overeenstemming met de NOVI.
Het Nationaal Water Programma 2022-2027 geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water, dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren.
Het Nationaal Water Programma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016-2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen werd geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het Nationaal Water Programma bevat:
Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water;
Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen.
Nederland heeft te maken met grote wateropgaven die bovendien in de toekomst steeds groter en complexer worden. Dit komt door een aantal samenhangende uitdagingen: klimaatverandering, bodemdaling, milieuverontreiniging, biodiversiteitsverlies en ruimtedruk. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving, zoals de energietransitie, de woningbouw, herstel natuur en de landbouwtransitie is noodzakelijk. Het bodem- en watersysteem stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen. Om deze randvoorwaarden ook juridisch te laten doorwerken zijn inhoudelijke kaders nodig voor de inrichting en gebruik van wateren alsook voor ruimtelijke inrichting, landgebruik en de wijze van bouwen. In Nederland komen veel opgaven voor de leefomgeving bij elkaar op een klein oppervlak. Niet alles kan, soms moeten keuzes worden gemaakt. Daarvoor zijn in het NWP een aantal afwegingsprincipes voor het waterbeleid en -beheer opgenomen. Het Rijk zorgt ervoor dat de weging van het waterbelang (voorheen de watertoets) behouden blijft als wettelijk procesinstrument, om klimaatbestendig en waterrobuust inrichten vroeg in het ruimtelijk proces mee te laten wegen bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Betekenis voor dit plan
Het voorgenomen initiatief raakt de hierboven geschetste ambities. Deze worden ingevuld met lokale kennis en de lokale opgaven. Het ruimtelijke plan voorziet in een afweging van het waterbelang.
De Ladder voor duurzame verstedelijking is als instructieregel in het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.129g) opgenomen. Doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een evenwichtige toedeling van functies aan locaties door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.
Betekenis voor dit plan
Met dit initiatief wordt voorzien in een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. Uit de regionale woonagenda (zie paragraaf 3.5.1) blijkt dat behoefte is aan nieuwe woningen. De locatie is buiten het bestaande, stedelijke gebied gelegen. De keus hiervoor komt voort uit het voornemen om de locatie een nieuwe invulling te geven. Op deze locatie zijn nu ook al stedelijke functies toegestaan. Daarnaast is, in de kern van Beekbergen, ruimte om 20 nieuwe woningen te bouwen praktisch schaars. Hiermee wordt aan de Ladder voldaan.
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) geeft instructieregels voor omgevingsplannen. Diverse instructieregels hebben betrekking op het waarborgen van verschillende nationale belangen, zoals het Waddengebied, het kustgebied, Rijksvaarwegen, het IJsselmeergebied, de grote rivieren, militaire terreinen en buisleidingen van nationaal belang.
Betekenis voor dit plan
In voorliggende situatie raakt dit omgevingsplan geen van de nationale belangen die in de instructieregels van het Bkl zijn opgenomen. Een nadere beschouwing van deze instructieregels is daarom niet vereist.
Op 19 december 2018 hebben provinciale staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie gaat over 'Gaaf Gelderland'. 'Gaaf' is een woord met twee betekenissen. 'Gaaf' betekent 'mooi' en gaat over wat – historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard. Maar 'Gaaf' verwijst ook naar dat wat 'cool' en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard. Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie.
Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal.
Gezond en veilig is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid.
Schoon en welvarend is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.
De visie geeft zeven ambities voor een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland, onder andere op het terrein van economisch vestigingsklimaat en het woon- en leefklimaat. Met vier spelregels of Doe-principes' – DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN – geeft de provincie hier werking aan. Tezamen vormen zij het kader waarbinnen de provincie werkt en afwegingen maakt.
ambitie klimaatadaptie
Gestreefd wordt naar een op de toekomst toegerust klimaatbeleid waarbij de provincie samen met partners zich goed voorbereidt en toerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar.
ambitie biodiversiteit
Gestreefd wordt naar een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit met als ambitie dat het in 2050 goed gaat met de biodiversiteit in Gelderland. In Gelderland wordt natuurinclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald.
woon- en leefklimaat
Gestreefd wordt naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Ambities vanuit dit streven zijn: Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. De bestaande bebouwde omgeving wordt optimaal benut met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. De provincie gaat, zo stelt de visie, in gesprek met de Gelderse regio's en maken regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van woningen. Het omvormen van bestaande en leegstaande bebouwing heeft de voorkeur voor de aanleg van nieuwe woonlocaties.
cultuurhistorie
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland stelt de provincie over cultuur en erfgoed het volgende: De Gelderse steden kenmerken zich door een sterk historisch karakter, door een hoge ruimtelijke kwaliteit, een goed ontwikkelde culturele infrastructuur en huisvesten enkele topinstellingen. Al deze kwaliteiten dragen in belangrijke mate bij aan een aantrekkelijk woon-, werk- en vestigingsklimaat. Om deze redenen investeert de provincie in de verdere ontwikkeling van erfgoed en cultuur, kennisontwikkeling, cultureel ondernemerschap en innovatie. In alle regio's stimuleert de provincie samen met gemeenten kunst en cultuur die bijdragen aan een sterk vestigingsklimaat, regionale identiteit en vrijetijdseconomie.
archeologie
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland hebben provinciale staten het provinciale beleid omtrent archeologie vastgelegd: De provincie streeft er naar archeologie expliciet te betrekken bij de integrale afweging bij planontwikkeling. Bij locatiekeuze en planuitwerking moet voldaan worden aan de basiskwaliteitseisen van de bodem, waaronder archeologie. Ruimtelijke plannen en projecten die archeologische gegevenheden in de bodem kunnen aantasten moeten zo veel mogelijk rekening houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Waterbeleid Omgevingsvisie
Het provinciale waterbeleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. Eén van de ambities uit de omgevingsvisie is klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. Ten aanzien van dit aspect, wat een belangrijk dwarsverband kent met het omgaan met water in ruimtelijke plannen zegt de omgevingsvisie het volgende:
“Overtollig water moet zonder problemen kunnen worden opgevangen, wegstromen en in de bodem kunnen zakken en verdroging van land- en tuinbouwgebieden en bossen moet worden tegengaan. Wij werken hier vooral aan vanuit onze betrokkenheid bij waterveiligheid, waterkwaliteit, bodem en natuur en houden daarbij rekening met de variatie van de Gelderse streken. In tijden van overvloed vangen we water op en houden het voor langere tijd vast in onze beken. En: we zorgen voor voldoende schoon en gezond grond- en oppervlaktewater voor onze Gelderse natuur en land- en tuinbouw. En: voldoende schoon en gezond drinkwater voor mens en dier.”
Verder is, onder andere, vastgelegd hoe het grondwater(winning) beschermd moet worden tegen negatieve effecten (kwaliteit en kwantiteit) en hoe moet worden gehandeld wanneer er toch een (dreigende) verontreiniging van het grondwater optreedt. Ook zijn verschillende zaken vastgelegd over het omgaan met natte landnatuur en oppervlaktewater. Op de kaarten zijn beschermingszones voor verschillende onderwerpen vastgelegd.
Betekenis voor dit plan
De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het woon- en leefklimaat in het buitengebied van Apeldoorn. Het groene karakter van de landschappelijke inpassing helpt bij het tegengaan van hittestress, wateroverlast en het versterken van de biodiversiteit. Het initiatief is in lijn met de ambities uit de Omgevingsvisie en is daarmee consistent met de gestelde doelstellingen.
Provinciale Staten van Gelderland hebben op 24 september 2014 de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Sindsdien is de Omgevingsverordening een aantal keren geactualiseerd en herzien. In deze Omgevingsverordening zijn de provinciale verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening samengevoegd. Voor zover het de provinciale verordening betreft bevat de omgevingsverordening alleen regels die tot de gemeentebesturen zijn gericht en geen rechtstreeks werkende, burgers bindende regels.
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.
De provincie zet de verordening als juridisch instrument voor het afdwingen van de doorwerking van het provinciaal beleid alleen in voor die onderdelen van het beleid waarvoor algemene regels noodzakelijk zijn om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
Hieronder worden de relevante bepalingen voor het plangebied besproken.
Artikel 4.35 (verbod mijnbouwactiviteit in intrekgebieden)
Het is verboden in een intrekgebied een mijnbouwwerk aan te leggen en te exploiteren, behalve voor het opsporen of winnen van aardwarmte.
Toetsing
Dit project voorziet niet in een mijnbouwactiviteit.
Artikel 5.5 (beschermen kwaliteit Gelders natuurnetwerk)
Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties in het Gelders natuurnetwerk, wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegelaten als uit onderzoek blijkt dat die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone.
De locatie ligt in het deelgebied Beekbergen. De kernkwaliteiten zijn daarvoor als volgt benoemd:
De ontwikkelingsdoelen voor het Gelders Natuurnetwerk zijn als volgt:
Toetsing
Concreet voorziet dit project in 20 woningen: een nieuwe, dubbele boerderijwoning, vier rijwoningen in een nieuw stalgebouw, drie woningen in een nieuwe droogschuur, drie woningen in het bestaande koetshuis en acht appartementen in het bestaande pand aan de Ruiterserve.
In Bijlage 5 is een overzichtskaart opgenomen van de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk gerpojecteerd over het inrichtingsplan en de verbeelding. De nieuwe bebouwing en verharding wordt niet binnen de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk gerealiseerd. Bij de Ruiterserve worden wel tuinen bij de nieuwe appartementen aangebracht, maar die gronden zijn nu ook al ingericht en in gebruik als tuin. Verder wordt het groene karakter van het terrein behouden en versterkt. De kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen worden hiermee versterkt, waaronder de ontwikkeling van bosranden en overgang naar cultuurgronden. Er zijn geen nadelige gevolgen voor de oppervlakte, samenhang of kwaliteit van het Gelders natuurnetwerk.
Grens Gelders natuurnetwerk
Artikel 5.20 (beschermen Groene ontwikkelingszone)
De locatie ligt in het deelgebied Beekbergen. De kernkwaliteiten daarvoor zijn bij het vorige artikel benoemd.
De ontwikkelingsdoelen voor de Groene ontwikkelingszone zijn als volgt:
Toetsing
In Bijlage 5 is een overzichtskaart opgenomen van de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone gerpojecteerd over het inrichtingsplan en de verbeelding. Voor dit project is de versterkingstoets uitgevoerd, opgenomen als Bijlage 6. De omvang van de Groene ontwikkelingszone in het plangebied bedraagt 6.265 m2. De huidige bestemming c.q. functie van de locatie is Maatschappelijk.
De verliesfactor betreft de te kappen bomen. In totaal hebben de kroonprojecties van de bomen een omvang van 900 m2.
In totaal maakt 5.843 m2 aan maatschappelijke bestemming plaats voor andere functies. Die oppervlakte is ingevoerd als negatieve impactfactor, onder de categorie bedrijventerrein tot categorie 1. De geldende maatschappelijke bestemming staat immers functies toe die ruimtelijk een grotere impact hebben dan woningen, waaronder klinieken, gezondheidscentra en brandweerkazernes toegestaan. Dergelijke functies hebben een groter verkeersaantrekkende werking en kennen een hogere parkeerbehoefte dan reguliere woningen.
Als positieve impactfactor zijn de 12 nieuwe woningen die in de Groene ontwikkelingszone, alsmede de omvang van de woonfunctie in de Groene ontwikkelingszone, ingevoerd. Die omvang bedraagt 3.540 m2.
Binnen de Groene ontwikkelingszone worden nieuwe scheerhagen als erf- en perceelafscheidingen gerealiseerd, die als versterkingsmaatregelen dienen. De totale omvang daarvan bedraagt 200 m2.
In totaal komt de balans hiermee neer op 340 punten, wat betekent dat dit project de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van de Groene ontwikkelingszone versterkt.
Grens Groene ontwikkelingszone
Artikel 5.33 (beschermen landschap algemeen)
Toetsing
De locatie ligt in het nationaal landschap Veluwe. De kernkwaliteiten zijn als volgt:
Deze kernkwaliteiten komen niet op de locatie voor.
Artikel 5.38 (beschermen landschap Gelderse streken: IJsselvallei)
Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek IJsselvallei wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek IJsselvallei.
Voor deze streek zijn de volgende kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen benoemd:
Toetsing
Naast de nieuwe woningen, wordt het groene karakter van het terrein behouden en versterkt. De afwisseling van landgoederen, bosschages en weiden wordt daarmee versterkt. Met het openstellen van het klompenpad wordt ook de recreatieve toegankelijkheid versterkt.
Artikel 5.85 (klimaatadaptatie)
Toetsing
Dit project voorziet in een klimaatadaptieve inrichting van de locatie. De bomen en hagen creëren een koelend effect tegen hitte. Hemelwater wordt opgevangen en afgevoerd naar de groenstrook en wadi, waar het de bodem kan infiltreren. Daardoor wordt zowel wateroverlast als droogte tegengegaan. Ook draagt dat bij aan waterveiligheid. Bij hevige regen wordt het water opgevangen waardoor overstromingen worden voorkomen. Het water zakt langzaam in de bodem of blijft tijdelijk staan, wat de druk op sloten en beken vermindert.
Artikel 5.64 (doorwerking regionale woonagenda)
Toetsing
Eind 2018 is de regionale Woonagenda Cleantech Regio 2018-2027 vastgesteld. Voor Apeldoorn betekent dit dat er voor periode 2018-2027 ruimte is voor het toevoegen van extra woningen. Daarin is uitgegaan van netto toevoeging van 5.500 woningen voor periode 2018-2027 in Apeldoorn. Dit plan voorziet in 20 nieuwe woningen. Dat past binnen de regionale afspraken. Verder wordt hier verwezen naar paragraaf 3.6.2.
Conclusie
Dit project is in overeenstemming met de Omgevingsverordening.
De 'Woonagenda Cleantech Regio 2018' van de Regio Stedendriehoek (vastgesteld door GS op 11 december 2018) is een uitwerking van de provinciale koers "Ruimte voor goed wonen", waarbij voor de komende 10 jaar afspraken worden vastgelegd hoe om te gaan met sturing op de woningbouwprogrammering en welke thema's regionaal verdere aandacht vragen. Dit betreffen de thema's "sterke steden, dynamische kernen en vitaal platteland". Ook wordt ingegaan op het verduurzamen en klimaatbestendig maken van de woningvoorraad alsmede op wonen en zorg.
De Regio zet in op het behouden en versterken van de woonkwaliteit door toevoeging van de juiste woning, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek in de regio, waarbij de volgende speerpunten van toepassing zijn:
Voor Apeldoorn wordt aangegeven dat, mede door de hoge instroom, de druk op de markt is toegenomen. De woningbouw in Apeldoorn heeft een hoge vlucht genomen. In dit tempo zijn in 2021/2022 alle huidige bouwplannen gerealiseerd en is er risico op een tekort en verder oplopende prijzen. Ook in de sociale huur is sprake van stijgende wachtlijsten. De groei in Apeldoorn bestaat voor een relatief groot deel uit gezinnen en sluit aan bij de inzet van Apeldoorn als gezinsstad. Apeldoorn zoekt naar nieuwe plekken voor woningbouw binnen de bestaande contouren van de stad. Het programma ligt de komende jaren (mede door de druk van buiten) tegen de bovenkant van de bandbreedte van de prognoses. In de sociale woningbouw is op korte termijn een toevoeging van 500 woningen aan de orde om de wachtlijsten te verkorten.
Naast inzet op het kwalitatief programmeren wordt er gekoerst op een kwantitatief realistisch woningbouwprogramma op basis van actuele Primos woningbehoefteprognoses Het is daarbij de bedoeling om deze regionale woonagenda om de twee jaar te herijken, waarbij wordt bekeken of het op basis van analyse van de woningmarkt en de genoemde woningbehoefteprognoses het wenselijk is om de woonvisie aan te passen.
De Woonagenda Cleantech Regio vervangt de "Kwantitatieve Opgave Wonen 2015-2024" en het "Afsprakenkader kwantitatieve woningbouwprogrammering 2015-2024" van de Regio Stedendriehoek. Na de vaststelling wordt een uitvoeringsagenda opgesteld, waarbij gemeenten jaarlijks presenteren wat de lokale voortgang in de bestaande voorraad is aan de hand van de jaarlijkse monitoringsgegevens.
Conclusie
Dit plan is in lijn met de uitgangspunten van de Woonagenda Cleantech Regio 2018
Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden.
De weging van het waterbelang zorgt ervoor dat er bij ruimtelijke plannen aandacht is voor de waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Het is een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt en ervoor zorgt dat bij alle ruimtelijke plannen de waterhuishouding voldoende toekomstbestendig is ingericht en aspecten als waterveiligheid en een goede waterkwaliteit geborgd zijn.
In november 2021 heeft Waterschap Vallei en Veluwe het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) 2022-2027 vastgesteld. In het BOP beschrijft het waterschap de ambities en doelen voor het waarborgen van de waterveiligheid, wonen en zuiveren, circulair econome en energietransitie. Het waterschap wil een waardevolle leefomgeving waarborgen. Daarom wordt er ingezet op vijf maatschappelijke thema's:
Het beheergebied van het waterschap is opgedeeld in vier deelgebieden. De gemeente Apeldoorn valt onder het deelgebied IJsselvallei. De vijf thema's zijn specifiek gemaakt voor de vier deelgebieden in gebiedsdoelen. De gebiedsdoelen zijn onderverdeeld in drie categorieën: Watersysteem, Waterveiligheid en Wonen en zuiveren.
Uitgangspunt wijziging Omgevingsplan
Bij veranderingen op of rondom het oppervlaktewater en waterkeringen evenals bij de realisatie van voldoende waterberging voor nieuwe ontwikkelingen zijn de regels van de keur van het waterschap van toepassing.
De "Omgevingsvisie Apeldoorn woest aantrekkelijk Apeldoorn" (vastgesteld op 24 februari 2022) geeft de koers, die samen met de partijen uit de samenleving uitgestippeld is en waar vervolgens samen invulling aan gegeven wordt. Er wordt voortgeborduurd op bestaand beleid, zoals het koersdocument Apeldoorn 2030, het ambitiedocument Apeldoorn 2040, de structuurvisie 2030 en de regionale structuurvisie stedendriehoek 2030. De koers wordt bepaald door middel van vier samenhangende opgaven. Allereerst worden de opgaven 'stadmaken' en 'vitale dorpen en buitengebied' benoemd, waarbij de gemeente nieuwe woon- en werkmilieus wenst toe te voegen voor de Apeldoorn van 2040. Hiervoor dient vooral de bestaande stad langs het kanaal, het spoor en het gebied rond het centrum benut te worden, met een mix van hoog en laag en natuurlijk veel groen. Daarbij kan gedacht worden aan de bestaande stad en uitbreiding, zodat voldoende open ruimte in de stad overblijft. Nieuwe bedrijventerreinen worden zo veel mogelijk verbonden aan de snelwegen. Tevens wenst de gemeente meer duurzame energie op te wekken. In de stad zelf, maar ook gebundeld en goed ingepast in het landschap er omheen. Daarnaast wordt elektrisch vervoer gestimuleerd en worden overstapplekken van de auto naar openbaar vervoer en fiets gerealiseerd.
Een andere ambitie is om de dorpen vitaal te houden door wonen, lokale bedrijven en voorzieningen handig te combineren. Daarbij is het essentieel om goed te zorgen voor de kwaliteit van het buitengebied en ruimte te bieden aan de landbouw van de toekomst. De gemeente ambieert tempo te maken als het om de noodzakelijke energietransitie gaat door grootschalige energieopwekking te concentreren in het buitengebied. De groei van de stad biedt tegelijk kansen om het fysieke fundament én het sociale fundament te versterken. Met fysiek wordt de bodem waarop de stad is gegroeid bedoeld; het natuurlijk systeem van water, groen en erfgoed. Het sociaal fundament draagt bij aan de ondersteuning door te bouwen aan een inclusieve stad met een sociaal karakter. Dit karakter komt verder tot bloei in wijken en dorpen met een gezonde, groene buitenruimte. Op plekken waar voorzieningen binnen handbereik zijn en waar een gevarieerd aanbod van (betaalbare) nieuwe woningen voorhanden is.
De grote hoofdopgaven wenst Apeldoorn te realiseren in een zestal gebieden: de binnenstad, de spoorzone rond het centraal station, de kanaalzone, stadsrand-zuid langs de A1, stadsrand-noord langs de Oost-Veluweweg en het kanaal en Uddel. Nieuwe ontwikkelingen dienen hand in hand te gaan met het versterken van de groene kwaliteiten en het ondersteunen van de sociale samenhang. Dit dient bij te dragen aan een logische ontwikkeling van de bestaande stad; de infrastructuur, het groen en de voorzieningen. Ook wenst Apeldoorn de stad compact te houden en te streven naar meervoudig ruimtegebruik. Gebieden kunnen meerdere functies vervullen, zoals wonen, natuur en duurzame energie. Naast de gebiedsontwikkelingen dienen de bestaande wijken, dorpen en bedrijventerreinen gevarieerder en toekomstbestendig te worden.
Apeldoorn is zuinig op haar bodemschatten, historisch landschap en gebouwd erfgoed. De meest waardevolle elementen worden actief beschermd via de Erfgoedwet (rijksmonumenten) en de Omgevingswet. Hoge cultuurhistorische waarden kunnen indien nodig een beschermende regeling krijgen in het omgevingsplan. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat we erfgoedwaarden beschermen en waar mogelijk inzetten als identiteitsdrager.
De projectlocatie is in de omgevingsvisie aangewezen als zoekgebied voor nieuwe woonmilieus. Over gevarieerde woonmilieus is het volgende beschreven:
Apeldoorn gaat een gevarieerd aanbod realiseren. Stedelijke woonmilieus in de binnenstad, spoorzone en kanaalzone. En meer ontspannen woonmilieus in de dorpen en aan de randen van de stad. We zorgen voor doorstroming op de woningmarkt door te bouwen voor verschillende levensfasen en prijsniveaus, zowel huur als koop. We bouwen een extra contingent sociale huurwoningen en zorgen voor voldoende woonwagenstandplaatsen. Ook hebben we aandacht voor flexwonen, bijvoorbeeld voor arbeidsmigranten.
Toetsing
Concreet voorziet dit project in 20 woningen: een nieuwe, dubbele boerderijwoning, vier rijwoningen in een nieuw stalgebouw, drie woningen in een nieuwe droogschuur, drie woningen in het bestaande koetshuis en acht appartementen in het bestaande pand aan de Ruiterserve. Deze ontwikkeling vindt plaats op landgoed Ruiterserve, gelegen in het zoekgebied voor nieuwe woonmilieus. Dit project voorziet dan ook in een nieuw, gevarieerd woonmilieu net buiten de kern van Beekbergen.
In de Omgevingsvisie Woest aantrekkelijk Apeldoorn en in de Kadernota Maatschappelijke ontwikkeling staat wat de gemeente belangrijk vindt ten aanzien van wonen en de combinatie wonen en zorg. Dit is verder uitgewerkt in een volkshuisvestingskader.
Op 21 september 2023 is het Volkshuisvestingskader 2023-2027, 'Ruim en ontspannen wonen in de hoofdstad van de Veluwe', door de gemeenteraad van Apeldoorn vastgesteld. Dit Volkshuisvestingskader omschrijft, op basis van trends en ontwikkelingen, de gemeentelijke ambities op bovenstaande onderwerpen voor de langere termijn. Het is een kader voor woonprojecten en projecten voor wonen met zorg.
Belangrijke trends en ontwikkelingen zijn:
Het Volkshuisvestingskader gaat in op vier onderwerpen:
Toetsing
Het project is gelegen aan de rand van Beekbergen, een rustige woonlocatie, maar toch is de kern van Beekbergen op fietsafstand. In Beekbergen is veel behoefte aan nieuwbouw, mede door het feit dat er sinds 2015 geen grootschalige woningbouw meer heeft plaatsgevonden. Na 2000 zijn er maar 133 woningen toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad. Ter vergelijking: in het dorp Loenen, de helft zo klein, zijn 199 woningen gebouwd sinds 2000. De vergrijzing in Beekbergen is groot, maar liefst 43% is 55 jaar of ouder (bron: allecijfers.nl), waardoor er veel behoefte is aan levensloopbestendige woningen. De 55 plus categorie heeft veel sociale binding met het dorp, waardoor de behoefte groot is om in het dorp te blijven wonen. Dit is mede gebleken uit het bewonerspanelonderzoek 2021 (uitgevoerd door de gemeente Apeldoorn). Daarnaast trekken veel jonge stellen en jonge gezinnen naar de stad, omdat er geen betaalbare woningen beschikbaar zijn. Doordat er geen tot weinig aanbod is in Beekbergen, is het voor deze doelgroep niet mogelijk om in het dorp te blijven wonen.
De mix van woontypologieën bestaat uit:
Het woningbouwprogramma is in onderstaande tabel aangegeven. Dit project voldoet niet geheel aan de ambitie om 70% betaalbare woningen toe te voegen. Ondanks de druk op de sociale woningvoorraad, is het voor dit project niet haalbaar om sociale huur- of koopwoningen toe te voegen. Onder aan de streep komt het financiële plaatje dan niet uit. Het doel is immers om weer tot een duurzame instandhouding van het landgoed te komen; de nieuwe woningen zijn daarvoor een middel, en niet een doel. Desondanks draagt dit project wel indirect bij aan een verlichting van de druk op de sociale woningmarkt. Dit project maakt doorstroming immers mogelijk. Daarom wordt gesteld dat dit project wel in overeenstemming is met het volkshuisvestingkader.
| Categorie | Aantal | Percentage (afgerond) |
| Sociale huur / goedkope koop | 2 | 10% |
| Middeldure huur / middeldure koop, categorie 1 | 5 | 25% |
| Middeldure huur / middeldure koop, categorie 2 | 2 | 10% |
| Totaal betaalbaar | 9 | 45% |
| Duur huur/koop | 11 | 55% |
| Totaal duur | 11 | 55% |
| Totaal aantal woningen | 20 | 100% |
Voor 2025 gelden de volgende bovengrenzen van de VON- en huurprijzen:
|
VON-prijs BENG A+++ |
VON-prijs ZEW A++++ |
VON-prijs NOM A++++ met garantie |
Huurprijs BENG A+++ |
Huurprijs ZEW/NOM A++++/A++++ met garantie |
|
| Goedkoop/Sociaal | = € 260.000,00 | = € 270.000,00 | = € 280.000,00 | = € 900,07 | = € 900,07 |
| Middelduur-1 | = € 330.000,00 | = € 340.000,00 | = € 350.000,00 | = € 1.100,00 | = € 1.100,00 |
| Middelduur-2 | = € 405.000,00 | = € 415.000,00 | = € 425.000,00 | = € 1.303,30 | = € 1.303,30 |
| Duur | > € 405.000,00 | > € 415.000,00 | > € 425.000,00 | > € 1.303,30 | > € 1.303,30 |
| BENG = Bijna energieneutraal gebouw; ZEW = Zeer energiezuinige woning; NOM = Nul op de meter | |||||
Het Wegingsmodel ruimtelijke initiatieven stad, dorp en buitengebied hoort bij de Omgevingsvisie "Woest aantrekkelijk Apeldoorn", die in februari 2022 is vastgesteld door de gemeenteraad. Het biedt een instrument waarmee bij een ruimtelijke ontwikkeling integraal kan worden beoordeeld hoe er wordt bijgedragen aan de vastgestelde doelen voor 2040, zoals beschreven in de Omgevingsvisie. Dit is gemaakt voor het beoordelen van ruimtelijk initiatieven in de stad, de dorpen en het buitengebied.
In het wegingsmodel is beschreven dat Bij functieverandering, naar wonen of werken, moeten alle huidige fysiek aanwezige en niet her te gebruiken vrijkomende bebouwing worden gesloopt. Waardevolle erfgoedgebouwen vormen hier echter een uitzondering, hiervoor wordt gezocht naar maatwerkoplossingen.
Toetsing
Voor dit initiatief is het wegingsformulier voor het Buitengebied van toepassing. Uit deze weging is een positieve beoordeling naar voren gekomen. Aan vijf van zes pijlers, waaronder de verplichte pijler, wordt voldaan. In totaal worden er bij het initiatief 120 punten behaald, dit is onder onderstaande tabel weergegeven:
In de Omgevingsvisie Apeldoorn en het Wegingsmodel Ruimtelijke Initiatieven is vastgelegd hoe de gemeente wil omgaan met ontwikkelingen in het buitengebied. Het beleidskader ‘Regels voor functieverandering in het buitengebied’, vastgesteld door de gemeenteraad op 16 mei 2024, werkt deze uitgangspunten verder uit. Het vormt het nieuwe kader voor het herbestemmen van vrijkomende agrarische en niet-agrarische bebouwing in het buitengebied en vervangt het eerdere beleid ‘Waar de stallen verdwijnen: Oude erven, nieuwe functies’.
Belangrijke uitgangspunten zijn:
Het beleidskader biedt ruimte voor maatwerk via het Wegingsmodel Ruimtelijke Initiatieven, dat ontwikkelingen toetst op hun bijdrage aan de gemeentelijke doelen voor 2040. Functieverandering moet altijd bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving door sloop van overtollige bebouwing, verduurzaming, en een goede ruimtelijke inpassing in het landschap.
Bij functieverandering naar wonen geldt een basis ontwikkelprogramma van:
Daarnaast wordt om in aanmerking te komen voor functieverandering een ondergrens van minimaal 750 m2 aan bestaande, legale bedrijfsbebouwing gehanteerd (exclusief bedrijfswoningen en erfgoedgebouwen).
Erfgoedgebouwen nemen binnen dit beleid een bijzondere positie in. Hergebruik van waardevolle, cultuurhistorische bebouwing wordt nadrukkelijk gestimuleerd, omdat dit bijdraagt aan de identiteit en kwaliteit van het buitengebied. Voor deze gebouwen geldt een maatwerkbenadering: zij zijn uitgezonderd van de sloopverplichting en worden per locatie beoordeeld op ruimtelijke kwaliteit, behoud en passende nieuwe functie. Daarmee biedt het beleidskader ruimte om historische erven duurzaam te behouden en nieuw leven in te blazen.
Toetsing
Het project past binnen het beleidskader. Er is sprake van functieverandering van bestaande erfgoedbebouwing, gericht op behoud, restauratie en verduurzaming. Omdat het om waardevolle gebouwen gaat, geldt geen sloopverplichting en wordt maatwerk toegepast. De toevoeging van enkele woningen is financieel noodzakelijk om de restauratie en het toekomstbestendig beheer van het landgoed, de molen en de omliggende natuur mogelijk te maken. De nieuwe bebouwing wordt zorgvuldig ingepast binnen de bestaande landschappelijke structuur en versterkt de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit van de locatie.
De nota ‘Fundament Voor Buitengewoon Talent, Apeldoornse Cultuur- en Erfgoednota 2025-2030’ is door de gemeenteraad vastgesteld en ingegaan op per 1 januari 2025. In de nota wordt gesteld: “We gaan vormgeven aan nieuwe gebiedsontwikkelingen. Die moeten niet kleurloos zijn, maar een karaktervolle Apeldoornse invulling krijgen. We bouwen voort op de al bestaande kwaliteiten. De geschiedenis van Apeldoorn is uitgangspunt en inspiratiebron bij deze ruimtelijke ontwikkelingen.”
Bij ruimtelijke ontwikkelingen is cultuurhistorische onderbouwing verplicht. Afhankelijk van deze onderbouwing kan nader onderzoek worden vereist. Er dient te worden gestreefd naar behoud, herstel en versterking van de cultuurhistorische waarden.
Gebieden met hoge cultuurhistorische waarden krijgen indien relevant een beschermende regeling in het omgevingsplan.
Toetsing
Het plangebied betreft een molencomplex dat bestaat uit de Ruitersmolen (gemeentelijk monument); villa op nummer 47, met terreinaanleg en hekwerk (kandidaat gemeentelijk monument); en andere gebouwen, waaronder het cultuurhistorisch waardevolle koetshuis op nummer 51.
De planlocatie ligt in een cultuurlandschap met hoge cultuurhistorische waarde. Het complex van de Ruitersmolen, met beek en wijerd vormt een samenhangend geheel binnen een omgeving met cultuurhistorische waardevolle structuren als de Oude Beek en de Tullekensmolenweg. Ook de enk ten zuiden van het plangebied is waardevol. Het geheel van bebouwing, opgaande groen, agrarisch gebruik in de omgeving, historische verkaveling en inrichting van de openbare ruimte draagt bij aan de hoge cultuurhistorische waarde van het complex en de omgeving.
Conclusie
De stedenbouwkundige opzet van het plan houdt voldoende rekening met de karakteristieken en structuren van de omgeving waartoe het besluitgebied behoort. Daarmee wordt gesteld dat de ontwikkeling niet zorgt voor eventuele aantasting van de directe omgeving van aanwezige monumenten en overige aanwezige cultuurhistorische waarden.
Op grond van artikel 4.2 van de Omgevingswet bevat een omgevingsplan in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk worden de verschillende milieu- en omgevingsaspecten onderbouwd.
Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels (paragraaf 5.1.4.5) in het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) opgenomen. Het Rijk stelt instructieregels aan gemeenten voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. De gemeente moet daarom regels voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem opnemen in het omgevingsplan. De gemeente zorgt ervoor dat nazorg en instandhouding van bodemmaatregelen na het saneren in het omgevingsplan komt. Het kan zowel gaan om een sanering die is uitgevoerd volgens paragraaf 4.121 van het Bal, een omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift. De gemeente neemt in het omgevingsplan een bodemfunctieklassenkaart op. Deze kaart geeft de bodemfunctieklassen van de landbodem van het gemeentelijk grondgebied weer. De bodemfunctieklasse beschrijft het gebruik van de bodem 3 klassen van bodemfuncties:
Bij de aanwijzing van deze klassen wordt rekening gehouden met de functie die in het omgevingsplan aan die locatie is toegedeeld. Bijvoorbeeld: wonen met tuin komt in de bodemfunctieklasse wonen.
Het bevoegd gezag gebruikt de bodemfunctieklassen voor het vaststellen van de toepassingseisen voor de milieubelastende activiteit toepassen van grond en baggerspecie. De bodemfunctieklassen zijn nader uitgewerkt in de Regeling bodemkwaliteit. De maximale waarden van deze bodemfunctieklassen zijn medebepalend voor de vraag aan welke kwaliteit de toe te passen grond of baggerspecie moet voldoen. Dit volgt uit artikel 5.89p van het Bkl.
Toetsing
Voor dit project is door adviesbureau Certicon een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 7. In de bodem zijn op verschillende plekken lichte verontreinigingen aangetroffen met metalen (zoals lood, zink, kwik en nikkel) en stoffen zoals PAK en PCB. De licht verhoogde gehalten in de bovengrond brengen geen onaanvaardbare milieuhygiënische risico's met zich mee. De bodemkwaliteit staat de uitvoerbaarheid niet in de weg.
Onder de Omgevingswet is ook een goede afstemming nodig om hinder tussen woningen en bedrijven te voorkomen. Waar onder de Wet milieubeheer gesproken werd over milieubelastende 'inrichtingen', gaat het in de Omgevingswet over milieubelastende 'activiteiten'. Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Lozingsactiviteiten op oppervlaktewater of een zuiveringsinstallatie of wateronttrekking vallen hier niet onder.
Milieuzonering heeft twee doelen:
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009 gebruikt. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
Toetsing
Dit project voorziet in 20 (burger)woningen. Daarmee is sprake van inwaartse zonering. In de omgeving zijn zowel bedrijven, recreatiebedrijven als reguliere woningen aanwezig.
Aan de Tullekensmolenweg 48 is een groothandel in zand en grind toegestaan. Daarvoor geldt milieucategorie 3.1, met een richtafstand van 50 meter. De kortste afstand van de woningen op de projectlocatie tot de grens van dit bedrijf is 52 meter. Er wordt dus aan de richtafstand voldaan. Daarbij komt dat het bedrijf op deze locatie al tientallen jaren niet meer actief is.
Aan De Els 34 is een kwekerij aanwezig. Daarvoor geldt milieucategorie 2, met een richtafstand van 30 meter. De afstand tot de projectlocatie bedraagt meer dan 100 meter.
Rond de planlocatie liggen agrarisch bestemde gronden, die mede aangewezen zijn voor behoud van natuur- en landschapswaarden en in bestemmingsplan Stuwwelrand Parkzone Zuid grotendeels ook aangeduid zijn met 'natte verspreide natuurwaarden'. Voor de agrarische gronden geldt vanuit dat bestemmingsplan een (aanleg)vergunningplicht voor de toepassing van chemische gewasbeschermingsmiddelen.
Overige milieubelastende activiteiten zijn op grotere afstand gelegen. Milieuzoneringen vormen geen belemmering voor dit project.
Op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de planologische medewerking aan nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers-, railverkeers- en industrielawaai. Er wordt onderscheid gemaakt tussen geluidbronnen met een basisgeluidemissie en geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde. De beoordeling van deze geluidbronnen bij gevoelige gebouwen ligt bij het bevoegd gezag.
Toetsing
Voor dit project is door adviesbureau Tecmap een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dat onderzoek is opgenomen als Bijlage 8. Uit de berekeningen volgt dat voor de nieuw te bouwen woningen en appartementen een hogere waarde dan de standaardwaarde moet worden vastgesteld voor wegverkeer (rijksweg A1). Vanwege het verkeer over de gemeentelijke wegen wordt de standaardwaarde niet overschreden. De hogere waarde wegverkeer vanwege de A1 bedraagt maximaal 55 dB. Dit is een aanvaardbare overschrijding van de standaardwaarde. Er zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen. Voor het binnenniveau zijn geen tot nauwelijks aanpassingen nodig om voldoende gevelwering te realiseren om zo aan de norm voor het binnenniveau te voldoen.
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor luchtkwaliteit. In paragraaf 5.1.4.1 Bkl zijn omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) opgenomen. Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Er zijn 2 mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft:
Toetsing
Een van de standaardgevallen NIBM is 1.500 woningen bij 1 ontsluitingsweg. Dit project voorziet in 20 woningen. Daarmee valt dit project onder de Regeling niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)', namelijk in de categorie '1.500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg'. Daarom is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren.
Luchtkwaliteit staat de uitvoerbaarheid van dit project niet in de weg.
De instructieregels voor omgevingsveiligheid zijn opgenomen in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het gaat om de volgende soorten activiteiten:
Kwetsbare gebouwen en locaties
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan 3 categorieën 'gebouwen en locaties' waarvoor de regels bescherming bieden: zeer kwetsbaar, kwetsbaar en beperkt kwetsbaar. De gemeente moet regels opnemen in het omgevingsplan om deze gebouwen en locaties te beschermen vanwege externe veiligheidsrisico's.
Plaatsgebonden risico
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels over het plaatsgebonden risico voor het omgevingsplan. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht nemen. Dit is een grenswaarde van 1 op de 1.000.000 per jaar. Dit geldt voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties. De waarden voor het plaatsgebonden risico worden ruimtelijk vertaald in afstanden tot gebouwen en locaties. (Zeer) kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties mogen niet binnen de PR-10-6-contour van een activiteit komen. In acht nemen van de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico betekent dat de gemeente alleen van de grenswaarde mag afwijken onder de voorwaarden die in het Bkl staan. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties moeten gemeenten rekening houden met een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico. De standaardwaarde is 1 op de 1.000.000 per jaar.
Aandachtsgebieden
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico. Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Dat betekent dat zich binnen dat gebied bij een ongeval met gevaarlijke stoffen levensbedreigende gevaren voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Ook al is de kans daarop klein. Het aandachtsgebied vormt een instrument om het gesprek over veiligheid en bescherming door het treffen van maatregelen te starten. Er is een onderscheid tussen drie soorten gevaren: warmtestraling (brand), overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Daarmee zijn er ook drie typen aandachtsgebieden:
De gemeente moet in het omgevingsplan binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Dit staat in het eerste lid van artikel 5.15 van het Bkl.
Uitsnede risicokaart
Toetsing
Uit de risicokaart blijkt dat de locatie niet gelegen is binnen de invloedsfeer van risicovolle activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving en transportassen voor gevaarlijke stoffen. De locatie is niet gelegen in of nabij een aandachtsgebied. Externe veiligheidsrisico's vormen geen belemmering.
In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. De instructieregels voor trillingen door activiteiten gelden voor:
Het gaat hierbij om activiteiten die trillingen veroorzaken in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, in een frequentie van 1 tot 80 Hz. Uitgezonderd van de instructieregels uit het Bkl zijn:
Toetsing
In de directe omgeving vinden geen activiteiten plaats die trillingen veroorzaken. Dit aspect staat de uitvoerbaarheid van dit project daarom niet in de weg.
De gemeente moet in het omgevingsplan rekening houden met de geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De geur van een activiteit moet op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat de gemeente moet beoordelen of waarden, afstanden of gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente bepaalt zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt.
In de Omgevingswet staat dat de overheid bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening moet houden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet). Hierbij moet de gemeente rekening houden met de lokale specifieke omstandigheden en de gevolgen van de activiteiten voor de gezondheid van haar burgers (artikel 2.1 en 2.4 Omgevingswet). Dit is bijvoorbeeld ook cumulatie van geur van bedrijven. Rekening houden met geur werkt 2 kanten op:
De gemeente moet dus overwegen wat de beste locatie is voor een activiteit. Of de beste locatie voor een geurgevoelig gebouw.
Toetsing
In de omgeving van de locatie vinden geen geurveroorzakende activiteiten plaats. Daarmee staat dit aspect de uitvoerbaarheid van het project niet in de weg.
Dit project maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. De milieueffecten zijn onderzocht in deze paragraaf. Daaruit volgt geen aanleiding om tot een vormvrije m.e.r.-beoordeling over te gaan.
De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5.130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek.
De verplichting om ook cultuurhistorische waarden te beschermen is in de Omgevingswet meegenomen. De instructieregels uit artikel 5.130 lid 2 van het Bkl geven aan voor welke punten onder meer bescherming benodigd is (o.a. ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en aantasting van de omgeving of karakteristieke stadsgezichten, dorpsgezichten en cultuurlandschappen.
Op de locatie is een gemeentelijk monument aanwezig. Dit project zorgt ervoor dat het monument, en het bijbehorende landgoed, duurzaam in stand gehouden kunnen worden.
Voor dit project is door adviesbureau De Steekproef een archeologisch onderzoek uitgevoerd, opgenomen als Bijlage 9. Hierna worden de uitkomsten kort besproken.
De locatie ligt in het Utrechts-Gelders zandgebied, op de overgang tussen droogdal en stuwwalglooiing, en is historisch altijd droog en potentieel bewoonbaar geweest. Archeologisch onderzoek wijst op een hoge verwachting voor resten uit de steentijd tot Romeinse tijd en de middeleeuwen tot nieuwe tijd. Veldwerk, bestaande uit vijf boringen, heeft echter uitgewezen dat de bodem verstoord is tot in de C-horizont en dat er geen relevante archeologische indicatoren of lagen aanwezig zijn. Op basis hiervan kan de archeologische verwachting voor alle perioden naar laag worden bijgesteld en wordt het plangebied vrijgegeven van verder archeologisch onderzoek. De gemeente heeft deze conclusies echter niet overgenomen.
Op 7 november 2025 is door het de gemeente een selectiebesluit (Bijlage 10) opgesteld. De gemeente stemt in met het handhaven van de hoge archeologische verwachtingswaarde op de terreindelen waar geen verkennend booronderzoek heeft plaatsgevonden. Hier kunnen de gebruikelijke dubbelbestemmingen opgenomen. De gemeente stemt niet in met de vrijgave van het oostelijke deel van het plangebied, dat door middel van verkennend booronderzoek is onderzocht. De resultaten geven namelijk onvoldoende aanleiding om archeologische waarden (met name historische bebouwing) uit te sluiten. Hierop is besloten dat in het oostelijke deel van het plangebied een archeologisch vervolgonderzoek onderzoek uitgevoerd dient te worden, in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
Het archeologisch vervolgonderzoek dient in eerste instantie te bestaan uit een proefsleuvenonderzoek. Voor dit onderzoek is een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) vereist. Het PvE is opgenomen als Bijlage 11. Het uitvoeren van het proefsleuvenonderzoek is voorwaardelijk bepaald in de planregels. Dit moet uitgevoerd zijn, voordat de nieuwe woningen gebouwd kunnen worden.
Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet waarborgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit.
Voor dit project is door adviesbureau Ecofect een natuurtoets uitgevoerd, opgenomen als Bijlage 12. Hierna worden de uitkomsten kort besproken.
Soortenbescherming
Ten aanzien van vleermuizen worden mogelijk schadelijke handelingen. een flora en fauna-activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet, verwacht. Nader onderzoek gebouwbewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht. Dat nadere onderzoek is inmiddels uitgevoerd en opgenomen als Bijlage 13. In het voorjaar, zomer en najaar van 2025 is de planlocatie door middel van vijf inventarisaties onderzocht op de aanwezigheid van een vaste rust en/of voortplantingsplaats van gebouwbewonende vleermuissoorten. Er zijn geen vast rust- en/of voortplantingsplaatsen waargenomen op de planlocatie. De mogelijkheid dat gebouwbewonende vleermuizen zullen worden verwond of gedood tijdens de realisatie van het project is daarmee uitgesloten. Verdere actie in de vorm van maatregelen of een vergunningsaanvraag wordt niet noodzakelijk geacht.
Voor overige soorten worden geen schadelijke handelingen verwacht. Wel wordt geadviseerd om bij de (bouw)werkzaamheden van met name de villa een reptielenscherm te plaatsen zodat soorten de bouwplaats niet zullen betreden en derhalve gewond of gedood worden. Dit advies wordt overgenomen; tijdens de bouwwerkzaamheden wordt een reptielenscherm toegepast.
Ten alle tijden geldt bij het uitvoeren van flora- en fauna-activiteiten dient de initiatiefnemer / uitvoerder van de activiteit te kunnen aantonen hoe tegemoetgekomen wordt aan de specifieke zorgplicht (art. 11.27, Bal).
Gebiedsbescherming
Gezien de (effect)afstand, namelijk ruim een kilometer, tot het Natura 2000-gebied en in relatie tot de geplande ontwikkelingen, worden geen significante invloeden op de beschermde natuurwaarden of de aangewezen (beheer)doelstellingen verwacht. Effecten zoals licht, trillingen en geluid zullen naar verwachting geen noemenswaardige impact hebben. Daarom wordt een voortoets Natura 2000 niet noodzakelijk geacht.
In relatie tot de geplande ontwikkelingen wordt echter wel stikstofdepositie verwacht, zowel in de aanlegfase als in de nieuwe gebruiksfase. Om die reden wordt een AERIUS-berekening noodzakelijk geacht.
De locatie is deels gelegen binnen het Gelders Natuurnetwerk (Natuurnetwerk Nederland). De kernkwaliteiten en landschappelijke waarden worden niet aangetast. De nieuwe bebouwing valt buiten de NNN-grens, waardoor nadere toetsing niet noodzakelijk is.
Stikstof
Door adviesbureau Teus' Advies is een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Dat onderzoek is opgenomen als Bijlage 14. Uit de berekeningen voor zowel de aanleg- als gebruiksfase zijn geen toenames hoger dan 0,00 mol/ha/jaar berekend. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van dit project zijn daarmee niet aan de orde. Het project is niet vergunningplichtig op grond van de Omgevingswet (Natura 2000-activiteit).
Boomeffectanalyse
Voor dit project is door adviesbureau Ormel Boomverzorging een boomeffectanalyse (BEA) uitgevoerd, opgenomen als Bijlage 15. Hieruit blijkt dat 17 bomen niet duurzaam behouden kunnen blijven vanwege hun ligging binnen het plangebied; de meeste bevinden zich in cluster 1, enkele in cluster 3. De overige bomen kunnen behouden blijven mits tijdens de uitvoering zorgvuldig wordt omgegaan met de kwetsbare wortelzones. Hiervoor is een boombeschermingsplan opgesteld dat onder andere voorschrijft dat binnen de kroonprojectie van bomen niet gegraven, gereden of opgeslagen mag worden, en dat deze zones afgeschermd worden met bouwhekken of rijplaten. Daarnaast dient een boomtechnisch toezichthouder toe te zien op de naleving van deze maatregelen. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden wordt hiermee gestuurd op behoud van de aanwezige boomstructuren binnen het plangebied.
Parkeren
Concreet voorziet dit project in 20 woningen: een nieuwe, dubbele boerderijwoning, vier rijwoningen in een nieuw stalgebouw, drie woningen in een nieuwe droogschuur, drie woningen in het bestaande koetshuis en acht appartementen in het bestaande pand aan de Ruiterserve.
Volgens de Beleidsregel Parkeren 2024 van de gemeente Apeldoorn geldt de parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen voor zowel de appartementen als de overige woningen. De parkeerbehoefte voor de woningen komt neer op 30 parkeerplaatsen.
Voor de Ruitersmolen zijn geen geschikte normen opgenomen. Daarom is een inschatting van de te verwachten parkeerbehoefte gemaakt. De molen krijgt een educatieve functie, waar rondleidingen gegeven zullen worden. Dat zal in groepen van maximaal 12 personen gebeuren. Uitgaande van 2 personen per auto plus een begeleider, komt dat neer op een parkeerbehoefte van 7 parkeerplaatsen.
In totaal worden 35 parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor het parkeren bij de molen wordt deels uitgegaan van dubbelgebruik. De molen zal in het weeekend het drukst bezet zijn. De woningen hebben dan een aanwezigheidspercentage van 75%. Van de 30 parkeerplaatsen voor de woningen, zijn er dan 23 bezet. Op dat moment is er een overschot van 12 parkeerplaatsen. Dat is meer dan voldoende om de parkeerbehoefte van de molen op te vangen.
Verkeersgeneratie
Aan de hand van CROW-publicatie 744 is een inschatting van de te verwachten toename van de verkeersgeneratie te maken. Voor de appartementen geldt het kengetal van 6,4, voor de boerderijwoning 8,2 voor de rijwoningen 7,8 verkeersbewegingen per woning per etmaal. Voor de molen wordt er, worst-case, vanuit gegaan dat er wekelijks 5 groepen van maximaal 13 personen (inclusief begeleider) rondgeleid worden. Op doordeweekse dagen zal dat niets zijn maar in het weekend wel meer. Zodoende is daarvoor uitgegaan van 520 verkeersbewegingen per maand voor de molen en 141,4 verkeersbewegingen per etmaal voor de woningen . Deze verkeersbewegingen zijn eenvoudig op te vangen in de bestaande capaciteit van de Tullekensmolenweg en andere aansluitende wegen.
De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. In deze waterparagraaf worden de watertoets en de uitkomsten van een eventueel o verleg opgenomen.
Toetsing
Het watertoetsproces voor de beoogde ontwikkeling is digitaal doorlopen via www.hetwateradvies.nl. Het resultaat hiervan is opgenomen als Bijlage 16. Hieruit blijkt dat mogelijk waterschapsbelangen geraakt worden, vanwege de ligging in/nabij een leggerwatergang, HEN- of SED-watergang en de ligging in een grondwaterfluctuatiezone.
Voor dit project is een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd om de bodemopbouw, grondwater- en oppervlaktewatersituatie en de infiltratiemogelijkheden in beeld te brengen voor de geplande ontwikkeling. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 17. Uit boringen en infiltratiemetingen blijkt dat de ondergrond overwegend uit (fijn) zand bestaat en goed doorlatend is (representatieve k-waarde ca. 2–5 m/dag), waardoor infiltratievoorzieningen goed toepasbaar zijn; daarbij wordt geadviseerd een veiligheidsfactor 2 te hanteren. Daarnaast wordt de representatief hoge grondwaterstand voor het plangebied ingeschat op circa NAP +16,5 m (ongeveer 2,5 m-mv) en worden geen noemenswaardige risico’s verwacht voor kwel en opbarsten; bij werkzaamheden onder de grondwaterstand kan wel een bemalingsadvies nodig zijn.
Op basis van het beleid dient hemelwater binnen het plangebied te infiltreren. Hoewel door de beperkte toename van verhard oppervlak (ca. 1.330 m²) formeel geen waterbergingseis geldt, wordt aanbevolen om rekening te houden met circa 36 mm (T=10), wat neerkomt op ongeveer 135 m³ statische berging. Hiervoor worden passende maatregelen genoemd zoals infiltratiekratten op eigen terrein, waterbergende fundering, IT-riool, infiltratievelden en infiltratieputten.
Negatieve effecten op de waterhuishouding zijn niet aan de orde.
Onderhavig TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22as Tullekensmolenweg 47-51 Beekbergen vormt een wijziging van het omgevingsplan. Het realiseren van een woning op deze locatie is in strijd met de van het tijdelijke deel van het omgevingsplan onderdeel uitmakende bestemmingsplan 'Stuwwalrand Parkzone Zuid, 1e partiële herziening', waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden.
Het TAM-omgevingsplan is op het oog een plan dat losstaat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan van rechtswege, wordt het als het ware als een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden, in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan. Daarom is er in de regels van onderhavig TAM-omgevingsplan een pre-ambule opgenomen, waarin staat dat het plan vigeert als hoofdstuk 22as van het omgevingsplan.
Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen
Dit TAM-omgevingsplan maakt als hoofdstuk 22as onderdeel uit van het omgevingsplan van de gemeente Apeldoorn. Dat betekent dat in principe alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling van het besluitgebied behorende bij dit TAM-omgevingsplan (tenzij ze daarmee strijdig zijn). In artikel 3 (toepassingsbereik) wordt dit toegelicht. Daarom worden in de regels alleen maar bepalingen opgenomen welke specifiek relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling aan de Tullekensmolenweg 47-53 te Apeldoorn. Zo is er voor dit plan ook gekozen om niet de specifieke bepaling over het afwijken van bepalingen uit de bruidsschat op te nemen, aangezien er bij dit TAM-omgevingsplan niet wordt afgeweken van de bruidsschat.
Hoofdstuk 2 - functies en activiteiten
Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten beschreven voor een specifieke locatie binnen het plangebied. Alhoewel de regels niet hoeven te voldoen aan de SVBP, en er dus over 'functies en activiteiten' wordt gesproken in plaats van 'bestemmingen', staan deze op de verbeelding behorend bij onderhavig plan nog wel aangeduid als zijnde 'bestemming'. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet juist gepubliceerd kan worden op de (nog tijdelijke) landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor onderhavig TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22as Tullekensmolenweg 47-51 Beekbergen is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit het tijdelijk deel omgevingsplan Apeldoorn. Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Daar waar mogelijk is voorgesorteerd op het nog op te stellen nieuwe, permanente omgevingsplan voor de gemeente Apeldoorn dat op dit moment nog in ontwikkeling is.
Natuur
Deze functie is toegekend aan alle locaties waar de hoofdfunctie bos- of natuurgebied is.
Maatschappelijk
De functie maatschappelijk blijft behouden voor de Ruitersmolen.
Wonen
Daar waar de nieuw te bouwen woningen zijn gesitueerd geldt de functie Wonen. Het realiseren van woningen is uitsluitend toegestaan binnen de bouwvlakken, overeenkomstig de daar geldende bouwaanduiding en, indien aanwezig, de maximaal opgenomen te bebouwen oppervlakte aan hoofdgebouw. De te realiseren woningen kunnen enigszins geschoven worden binnen de bouwvlakken. Er wordt een maximum te bebouwen oppervlakte per bouwvlak opgenoem om ervoor te zorgen dat er niet te grote volumes ontstaan. De opgenomen goot- en bouwhoogte regelen de maximale te bouwen goot- en bouwhoogte van woningen. Voor bijbehorende bouwwerken wordt aangesloten bij de regels uit artikel 22.36 van het omgevingsplan.
Hoofdstuk 3: Algemene regels
Voor dit hoofdstuk zijn er algemene bepalingen opgenomen die alleen betrekking hebben op de artikelen uit dit TAM-omgevingsplan. Hier zijn bijvoorbeeld opgenomen de algemene bouw- en functieregels, alsmede afwijkingsregels en maatwerkvoorschriften, zoals deze voorheen in de bestemmingsplannen golden. Deze zijn ook opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Apeldoorn.
Hoofdstuk 4: Algemene procedureregeling
In TAM-omgevingsplannen hoeven geen bepalingen te worden opgenomen voor het overgangsrecht. Echter, in onderhavig TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22as Tullekensmolenweg 47-51 Beekbergen wordt een bestaande functie wegbestemd, waarvoor een andere functie in de plaats komt. Daarom zijn er overgangsrechtelijke bepalingen kopgenomen, zodat de bestaande functies mogen worden voortgezet zolang de nieuwe ontwikkeling nog niet is gerealiseerd.
Bijlagen bij de regels
Conform kernvereiste 1 wordt er zo min mogelijk gebruik gemaakt van bijlagen bij regels, om het plan zo overzichtelijk mogelijk te houden. Voor dit plan zijn er drie bijlagen opgenomen bij de regels die uiteenzetten welke beroeps- en/of bedrijfsfuncties aan huis zijn toegestaan, welke beoordelingsregels voor parkeren gelden en hoe de locatie dient te worden ingericht.
Verbeelding
De verbeelding die is opgesteld voor het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22as Tullekensmolenweg 47-51 Beekbergen dient te worden opgesteld conform de technische eisen van IMRO2012. Dat betekent dat de verschillende functies in het plangebied op de verbeelding als 'bestemmingen' respectievelijk 'functies' zijn opgenomen. Maatvoeringsaanduidingen zijn als zodanig op de verbeelding opgenomen. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet door de validator van ruimtelijke plannen komt.
Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. Hierbij is overeengekomen dat de kosten, die verband houden met het wijzigen van het Omgevingsplan voor rekening van initiatiefnemer komen. In deze overeenkomst is vastgelegd dat de eventuele nadeelcompensatie op initiatiefnemer wordt verhaald.
De procedure voor vaststelling van een wijzigingsbesluit op het Omgevingsplan is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb.
Het ontwerp-omgevingsplan (wijzigingsbesluit) en de daarbij behorende stukken worden gedurende een periode van zes weken voor iedereen ter inzage gelegd (artikel 3:11 Awb). Binnen deze termijn heeft iedereen de mogelijkheid een zienswijze in te brengen. Dit kan zowel digitaal, schriftelijk als mondeling.
De wijziging van het omgevingsplan wordt digitaal gepubliceeerd via de Landelijke voorziening. De regels van het ontwerp-omgevingsplan komen dan in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) c.q. Omgevingsloket. Via het onderdeel 'Regels op de kaart' kan iedereen zien welke regels waar gelden.
In het kader van de ontwikkeling aan de Tullekensmolenweg 47–53 in Beekbergen zijn diverse vooroverlegreacties ontvangen van de Veiligheidsregio en de Provincie Gelderland.
De Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) ziet geen belemmeringen vanuit omgevingsveiligheid of klimaatrisico’s. Bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zijn voldoende, maar aandacht voor brandveilig bouwen en goede toegang voor ambulances blijft noodzakelijk. Deze aandachtspunten zullen bij de verdere planrealisatie worden betrokken.
De Provincie Gelderland brengt een negatief advies uit, omdat de belangen rond woningbouw, het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) nog onvoldoende zijn onderbouwd. Het plan moet aantonen hoe wordt voldaan aan de Woondeal Stedendriehoek (met nadruk op betaalbare woningen) en hoe natuurverlies wordt gecompenseerd en versterking van ecologische waarden wordt verzekerd. Positief beoordeeld zijn de onderdelen landschap en klimaatadaptatie. Naar aanleiding van de provinciale reactie is de motivering op diverse punten bijgesteld en uitgebreid. Ook is het plan aangepast om nieuw ruimtebeslag in GNN te voorkomen. Voor het GO is een versterkingstoets gemaakt waaruit een positief saldo volgt. Verder zijn de programmatische aspecten van de planontwikkeling nu nader toegelicht in de motivering.
De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. Onder de Omgevingswet wordt met participatie bedoeld: 'het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit'. Met belanghebbenden bedoelt de wet burgers, vertegenwoordigers van bedrijven, professionals van maatschappelijke organisaties en bestuurders van overheden. In de Omgevingswet en in het Omgevingsbesluit zijn daarom regels over participatie opgenomen bij de toepassing van de gemeentelijke kerninstrumenten. Daarnaast zijn gemeenten verplicht gesteld participatiebeleid op te stellen waarin wordt vastgelegd hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden.
De gemeenteraad van Apeldoorn heeft op 23 november 2023 de 'Notitie Participatie en participatieregels onder de Omgevingswet' vastgesteld. In deze notitie zijn voorwaarden gesteld aan de participatie bij wijzigingen van het omgevingsplan.
Participatie bij wijziging Omgevingsplan
Vanuit de gemeente wordt verwacht dat de ontwikkelende partij investeert in draagvlak door in gesprek te gaan met omwonenden. Zo kan in een vroegtijdig stadium nog bijsturing plaatshebben. Aan de hand van de regels kan worden beoordeeld of de participatie voldoet en of de initiatiefnemer hiermee aan zijn verplichting tot participatie heeft voldaan. De kring van belanghebbenden/omwonenden en aanpak is onder meer afhankelijk van de grootte, complexiteit en ligging van het initiatief, plan of project. In de regels is opgenomen dat met belanghebbenden/omwonenden in het stedelijk gebied en een dorpskern in ieder geval binnen een straal van 150 meter dient te worden geparticipeerd. Voor het buitengebied geldt een straal van 500 meter. Voor initiatieven/projecten met een meer beperkte of grotere impact op de omgeving en op de kring van belanghebbenden/omwonenden wordt in overleg met de gemeente het participatiegebied bepaald. Eventuele criteria zijn dan bijvoorbeeld zicht hebben op of geluid.
Als een gemeente een omgevingsplan gaat maken dan moet daarvan een kennisgeving worden gedaan. Op grond van het Omgevingsbesluit moet in die kennisgeving ook staan hoe de participatie is vormgegeven. Daaraan voorafgaand dient initiatiefnemer hiervoor een participatieplan bij de gemeente aan te leveren. Na doorlopen van het participatieproces en het aanbieden van een participatieverslag aan de gemeente is er een eerste indruk van de draagkracht. De uitkomsten van de participatie worden betrokken bij de besluitvorming al dan niet een anterieure overeenkomst aan te bieden voor het opstellen van een ontwerp (wijziging) van een omgevingsplan of om een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit met adviesrecht aan de gemeenteraad voor te leggen. Daarmee is participatie onderdeel van de weging bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Resultaten participatie
Voor deze ontwikkeling is een zorgvuldig participatietraject uitgevoerd, conform de Participatieverordening Apeldoorn 2025. Het participatieverslag is opgenomen als Bijlage 18. Omwonenden zijn in twee rondes huisbezoeken betrokken en daarnaast is overleg gevoerd met de Dorpsraad Beekbergen. Hiermee is een breed beeld verkregen van de wensen, zorgen en verwachtingen in de omgeving.
Tijdens de eerste ronde, op 19 december 2024, zijn alle direct aanwonenden bezocht. Dit betrof de adressen Tullekensmolenweg 48, 52, 54, 54A, 56, 56/2 en 49. Op alle adressen behalve nummer 52 is een gesprek gevoerd en zijn de plannen toegelicht met schetsen en animaties. Bewoners reageerden positief en gaven aan blij te zijn dat het terrein na langdurige leegstand eindelijk ontwikkeld wordt. De plannen werden als passend en rustig ervaren en er zijn in deze ronde geen negatieve reacties naar voren gekomen.
Begin november 2025 is een tweede, uitgebreidere ronde huis-aan-huisbezoeken uitgevoerd. Hierbij is een plangebied van circa 500 meter rondom de locatie aangehouden. Alle adressen in dit gebied zijn aangeschreven en zo veel mogelijk persoonlijk bezocht. Waar bewoners niet thuis waren, is een toelichting achtergelaten. De reacties in deze bredere omgeving waren wederom positief en vaak uitgesproken enthousiast. Veel bewoners gaven aan opgelucht te zijn dat er geen zorginstelling terugkeert, gezien de eerdere overlast op deze locatie. De groene inpassing, waarbij de nieuwe bebouwing grotendeels uit het zicht blijft, wordt breed gewaardeerd. Ook de mix van starters-, doorstroom- en seniorenwoningen sluit volgens bewoners goed aan bij de behoefte in het dorp. Daarnaast spreekt men waardering uit voor de niet-seriematige, dorps passende bouwopzet.
In deze ronde zijn onder andere bewoners bereikt aan de Tullekensmolenweg (nrs. 26 t/m 59), Bosjeslaan (1 t/m 15), Tullekensbocht (58 en 70) en de Oude Apeldoornseweg (7, 11 en 20). Bij alle adressen zijn positieve reacties ontvangen of informerende briefjes achtergelaten.
Op 7 november 2025 is daarnaast een toelichting gegeven aan de Dorpsraad Beekbergen. Twee vertegenwoordigers zijn op het terrein ontvangen en hebben de plannen bekeken. De dorpsraad reageerde positief op zowel de kwaliteit als de toekomstbestendige opzet van het plan en gaf aan dat de woningmix goed aansluit op de uitkomsten van hun dorpsenquête van juli 2024. Er zijn geen bezwaren of aandachtspunten meegegeven.
Samengevat laat het participatieproces zien dat de omgeving positief staat tegenover de ontwikkeling. De buurt waardeert de invulling, de groene uitstraling en de gekozen woningtypologie en ziet de komst van woningen als een duidelijke verbetering ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is sprake van een breed draagvlak voor de verdere planuitwerking.
Van 24 december 2025 tot en met 3 februari 2026 heeft het ontwerp van het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22as Tullekensmolenweg 47-51 Beekbergen ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijze ingediend, door de provincie Gelderland. De inhoud van die zienswijze en de beantwoording daarvan is opgenomen in Bijlage 19 Nota beantwoording zienswijzen.
Naar aanleiding van de zienswijze van de provincie Gelderland zijn de volgende ambtshalve wijzigingen doorgevoerd: