direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Bestemmingsplan Bedrijventerrein Energie en Gas Grijpskerk
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0056.BPNA16BEHE-VA01

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

De gemeente Zuidhorn zet in op een actuele planologische regeling - een nieuw bestemmingsplan - voor het bedrijventerrein Energie en Gas in Grijpskerk. Omdat het huidige bestemmingsplan meer dan 10 jaar oud is moet gelet op de actualiseringsplicht dit bestemmingsplan herzien worden. Momenteel vigeren de bestemmingsplannen bestemmingsplan Bedrijventerrein energie en gas Grijpskerk en de partiële herziening van het bestemmingsplan Buitengebied (Hoofdaardgastransportleiding Grijpskerk-Wieringermeer (vastgesteld d.d. 11 september 2006) en het bestemmingsplan Grijpskerk Noord - Uitbreiding NAM-locatie (vastgesteld d.d. 27 juni 2011).

Het voorliggende plan heeft betrekking op het bestaande bedrijventerrein Energie en Gas in Grijpskerk, ten noorden van het dorp. Met dit nieuwe bestemmingsplan wordt in een actuele planologische regeling voorzien. Omdat het gaat om een actualisering vormen de bestaande situatie en het vigerende bestemmingsplan de basis voor het nieuwe bestemmingsplan.

1.2 Plangebied

Het plangebied wordt bepaald door het bestaande bedrijventerrein met de daaromheen liggende groenstrook. De plangrenzen sluiten aan op het bestemmingsplan Buitengebied, dat de gemeenteraad van Zuidhorn bij besluit van 12 april 2010 heeft vastgesteld en het bestemmingsplan Schiere Dörpkes (vastgesteld d.d. 21 oktober 2015).

afbeelding "i_NL.IMRO.0056.BPNA16BEHE-VA01_0001.jpg"

Figuur: Overzicht plangebied

1.3 Inhoud toelichting

In deze plantoelichting wordt ingegaan op de achtergronden van en de uitgangspunten voor dit nieuwe bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten voor dit plan verwoord. In hoofdstuk 4 staat het provinciale en gemeentelijke beleid centraal. De randvoorwaarden vanuit het milieu-, water- en omgevingsbeleid komen in hoofdstuk 5 aan de orde. In hoofdstuk 6 wordt een toelichting op de in de regels opgenomen bestemmingen gegeven. Ten slotte komen in hoofdstuk 7 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan bod.

Hoofdstuk 2 Beleidskader

2.1 Provinciaal beleid

Het Provinciale Omgevingsplan 2009 - 2015 (POP) is op 1 juni 2016 opgevolgd door de Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 (hierna: Omgevingsvisie). De Omgevingsvisie heeft, net als het voorgaande POP, de status van een structuurvisie. Net zoals in het POP heeft de provincie Groningen het beleid (milieubeleidsplan, verkeers- en vervoersplan, regionaal waterplan en de aanwijzing van het basisnet artikel 23 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen) in één document gebundeld, dat de provincie Groningen in het kader van de in ontwikkeling zijnde Omgevingswet, de Omgevingsvisie noemt.


Tegelijk met de Omgevingsvisie is ook de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 (hierna: Omgevingsverordening) vastgesteld. In de Omgevingsverordening zijn de regels voor de fysieke leefomgeving gebundeld in een document.

In de Omgevingsvisie staat het omgevingsbeleid van de provincie op het gebied van ruimte, natuur en landschap, water, mobiliteit en milieu. De provincie wil een aantrekkelijke en leefbare provincie, waar voldoende werk en dynamiek is. Het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat is net als ruimtelijke kwaliteit een integrale opgave waar veel andere provinciale belangen een bijdrage aan leveren.

De provincie wil overaanbod en als gevolg daarvan onnodig ruimtebeslag voorkomen. Om deze reden wordt van gemeenten gevraagd in regionaal verband een visie op te stellen waarin in wordt gegaan op:

  • de kwantiteit en kwaliteit van het aanbod aan bedrijventerreinen;
  • het wegnemen van overcapaciteit (door bijvoorbeeld temporisering, herstructurering, transformatie of intrekken van capaciteit in bestemmingsplannen);
  • de herstructurerings- en/of transformatieopgave.

Op grond van het provinciaal beleid is uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen dan ook alleen mogelijk als is aangetoond dat op het bedrijventerrein direct aansluitend aan het bedrijf redelijkerwijs geen ruimte meer beschikbaar is of kan worden verkregen na herstructurering, revitalisering of intensivering. Uitbreiding van het bedrijventerrein is hier niet aan de orde.

2.2 Gemeentelijk beleid

2.2.1 Huidige bestemmingsplannen

De vigerende bestemmingsplannen zijn:

  • Bedrijventerrein energie en gas Grijpskerk (vastgesteld d.d. 11 september 2006);
  • Partiële herziening van het bestemmingsplan Buitengebied (Hoofdaardgastransportleiding Grijpskerk-Wieringermeer (vastgesteld d.d. 11 september 2006);
  • Grijpskerk Noord - Uitbreiding NAM-locatie (vastgesteld d.d. 27 juni 2011).
2.2.2 Toekomstvisie 2030

Op 14 december 2009 is de Toekomstvisie 2030 van de gemeente Zuidhorn vastgesteld.De inhoud van de toekomstvisie is opgesteld in een intensief traject, waarin bewoners, ondernemers en organisaties gezamenlijk de richtingen hebben uitgezet voor de toekomst van de gemeente Zuidhorn. Identiteit vormt het sleutelwoord in deze toekomstvisie. De huidige identiteit van de gemeente Zuidhorn wordt bepaald door de drie clusters van kernkwaliteiten: rust & ruimte, gemeenschapszin en als schakel tussen stad en land. De gemeente wil deze identiteit behouden en versterken door nieuwe ontwikkelingen nadrukkelijk te koppelen aan de bestaande identiteit en schaal van de gemeente en haar kernen.

De nabijheid van de stad Groningen heeft duidelijk invloed op de ontwikkeling van de gemeente Zuidhorn en dat zal de komende jaren niet veranderen. De gemeente Zuidhorn streeft naar het versterken van de ‘stadse’ identiteit op de ontwikkelingsas. Niet stads zoals Groningen, maar stads voor de schaal van Zuidhorn. Het verbinden van het stedelijke en landelijke potentieel wordt gebundeld via de dragers van de as: de Friesestraatweg, het spoor en het Van Starkenborghkanaal. Zo ontstaat een duurzaam economisch netwerk waarin Zuidhorn zich specialiseert in een lokaal georiënteerde economie. Zoals onderstaande afbeelding laat zien, is Grijpskerk gelegen in de 'Ontwikkelingsas'. Het bedrijventerrein ligt hier net boven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0056.BPNA16BEHE-VA01_0002.jpg"

Figuur: Kaart Toekomstvisie 2030

2.2.3 Structuurvisie 2030

De Structuurvisie Zuidhorn 2030 geeft het ruimtelijk beleid op hoofdlijnen voor de gemeente weer. Deze visie is door de gemeenteraad bij besluit van 6 juni 2011 vastgesteld. Deze structuurvisie vormt het ruimtelijk kader voor de gemeente Zuidhorn voor de periode tot 2030 waarin het ruimtelijke programma (ontwikkelingen en ambities) voor de korte en lange termijn zijn vastgelegd.

Het bedrijventerrein Energie en Gas Grijpskerk is één van de drie bedrijventerreinen binnen de gemeente. Het streven is de capaciteit van deze drie aanwezige bedrijventerreinen de komende jaren beter te benutten. Hierbij is de ambitie om de uitstraling van de terreinen te versterken. Door een betere benutting van de aanwezige ruimte is uitbreiding van de bedrijventerreinen vooralsnog niet aan de orde. Dit uitgangspunt sluit aan bij het provinciaal beleid voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen.

afbeelding "i_NL.IMRO.0056.BPNA16BEHE-VA01_0003.jpg"

Figuur: Kaart Structuurvisie 2030

2.2.4 Archeologie

Door Vestigia is in 2014 onderzoek gedaan naar archeologische en cultuurhistorische waarden in het Westerkwartier. Dit onderzoek heeft wat betreft archeologie tot nieuw beleid geleid.

In de vier Westerkwartiergemeenten liggen unieke archeologische waarden. Samen vormen zij het bodemarchief. Dit bodemarchief is van groot maatschappelijk belang, omdat voor de geschiedschrijving de samenleving voor het merendeel afhankelijk is van archeologisch onderzoek. Pas voor de periode vanaf de Middeleeuwen kunnen wij ons tot papieren en nu ook digitale archieven en bibliotheken wenden. Tegelijkertijd faciliteert het bodemarchief als onderdeel van de ondergrond allerlei ruimtelijke functies die verband houden met wonen, werken en recreëren. Deze functies gaan niet altijd goed samen met het streven naar behoud en een goed beheer van het bodemarchief. Archeologische waarden zijn namelijk gevoelig voor bodemingrepen, zoals ploegen, heien, graven en veranderingen in het waterpeil. Daarom is het noodzakelijk dat de gemeenten in het ruimtelijk beleid waarborgen inbouwen, zodat belangrijke archeologische waarden zoveel mogelijk worden ontzien dan wel, indien dit om redenen van zwaarder wegende maatschappelijke belangen niet mogelijk is, worden veiliggesteld door middel van professionele archeologische opgravingen.

De gemeente wil met het archeologiebeleid bereiken dat bij ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig wordt omgegaan met archeologische waarden, zodat deze waar mogelijk behouden blijven voor toekomstige generaties. Gemeenten zijn op grond van artikel 38a van de gewijzigde Monumentenwet verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen en het bestemmen van gronden, rekening te houden met het behoud van archeologische waarden. Ten behoeve hiervan heeft de gemeente een archeologische beleidskaart ontwikkeld die het instrument vormt voor de uitvoering van het gemeentelijk archeologiebeleid in het kader van de besluitvorming bij ruimtelijke plannen.

De archeologische beleidskaart laat zien dat in het plangebied categoriën 6 en 8 voorkomen. Categorie 6 houdt in dat er een lage archeologische verwachting is, en dat er geen onderzoeksplicht geldt. Categorie 8 houdt in dat er geen archeologische waarden zijn te verwachten.

afbeelding "i_NL.IMRO.0056.BPNA16BEHE-VA01_0004.jpg"

afbeelding "i_NL.IMRO.0056.BPNA16BEHE-VA01_0005.jpg"

Figuur: archeologische beleidsadvieskaart (bron: Vestigia, rapportnummer: V1019a)

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving

Het bestemmingsplan heeft betrekking op het bestaande bedrijventerrein van Grijpskerk. Op navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied in zijn omgeving weergegeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.0056.BPNA16BEHE-VA01_0006.jpg"

Figuur: ligging plangebied (bron: gemeentenatlas.nl)

afbeelding "i_NL.IMRO.0056.BPNA16BEHE-VA01_0007.jpg"

Figuur: ligging plangebied luchtfoto (bron: Bingmaps)

Het dorp Grijpskerk ligt in het zuidwestelijke deel van de gemeente Zuidhorn, ten noorden van het Van Starkenborghkanaal. Het bedrijventerrein ligt ten noorden van het dorp, grenzend aan Kommerzijl. Het bedrijventerrein ligt in het buitengebied en grenst aan agrarisch gebied. Aan de westzijde is de N388 gelegen, de verkeersverbinding van de Friesestraatweg tussen Leeuwarden en Groningen, met in noordelijke richting aansluiting op de N361, de gebiedsontsluitingsweg voor Noordwest-Groningen.

Het terrein bestaat voor een groot deel uit grasland. Daarnaast staan er installaties met daaromheen verharding. Rondom het bedrijventerrein is een randzone aangelegd die wordt gebruikt als extensief wandel- en fietsgebied door bewoners van de omliggende kernen Grijpskerk en Kommerzijl. De randzone is aangelegd om de landschappelijke inpassing van het terrein te waarborgen en fungeert als afscherming van het terrein ten opzichte van de omgeving.

Op het terrein bevinden zich de installaties voor onder meer het winnen, het bewerken en de (ondergrondse) opslag van aardgas. Vanaf het terrein loopt een aantal grote hoofdaardgastransportleidingen richting het zuidwesten en richting het oosten. Enkele kleinere leidingen (van de NAM) zijn vanaf het station gelegen in noordelijke, zuidelijke en noordwestelijke richting.

Het gaat hier om een 'laag dynamisch'-gebied waar zich de komende jaren geen ruimtelijke ontwikkelingen in de zin van de Wro voordoen. Binnen het plangebied worden alleen 'ontwikkelingen' meegenomen die deel uitmaken van de vigerende bestemmingsplannen.

Hoofdstuk 4 Effecten op de omgeving en maatregelen

In het navolgende worden de effecten van het bestemmingsplan op de omgeving afgewogen. Daarbij de opmerking dat het bestemmingsplan de bestaande planologische situatie als uitgangspunt neemt. Vanuit die conserverende insteek kunnen planologische onderzoeken zich beperken tot bureauonderzoek.

4.1 Water

Op grond van artikel 3.1.6 uit het Besluit op de ruimtelijke ordening dient in de toelichting op ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen. Deze doet verslag van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie. Op 14 januari 2016 is de digitale watertoets voor het plan doorlopen. De watertoets is opgenomen in bijlage 3. Vanwege het conserverende karakter van voorliggend plan is er geen waterschapsbelang.

4.1.1 Beleid

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder verbouw- en nieuwbouwplannen, wordt getoetst welke consequenties deze plannen hebben voor de waterhuishouding en hoe in de plannen wordt omgegaan met aspecten van water. Het beleid van het waterschap is neergelegd in het Waterbeheerprogramma 2016-2021 en de Notitie Water en Ruimte. In beide documenten is vastgelegd hoe het waterschap invulling geeft aan het integrale waterbeheer, nu en in de toekomst.

Waterplan Regio West-Groningen

Samen met de betrokken gemeenten in het Westerkwartier en het Waterschap Noorderzijlvest is Waterplan Regio West-Groningen opgesteld. In dit intergemeentelijke waterplan is een visie voor het jaar 2020 gegeven.

Het beheer van het watersysteem blijft gericht op veiligheid en functionaliteit. Het waterbeheer is gericht op integratie van aanwezige functies (als wonen, landbouw, natuur en recreatie). Het watersysteem wordt ingericht met zo min mogelijk technische ingrepen en de natuurlijke veerkracht is dan waar mogelijk hersteld, zodat ook extreme weersituaties kunnen worden opgevangen. Verder is het water goed bereikbaar voor recreanten, bewoners en vissers. De waterkwaliteit past bij de functie van het aanwezige water (c.q. aanwezige waterlopen). Uit ruimtelijk oogpunt is er aandacht voor de verscheidenheid in water en wordt de inrichting van de oevers op het karakter van de omgeving afgestemd.

4.1.2 Toetsing en uitgangspunten bestemmingsplan: watertoets

Het voornemen om het bestemmingsplan te herzien is bekend gemaakt aan het waterschap. Omdat het bestemmingsplan een conserverende aard heeft is er geen waterschapsbelang. Het waterschap heeft aangegeven dat nader overleg niet nodig is.

4.2 Geluid

Het bedrijventerrein behoort tot een geluidszoneringsplichtig terrein (industrieterrein) als bedoeld in de Wet geluidhinder. In dat kader is een geluidszone vastgesteld. Buiten deze zone mag de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. Binnen de zone gelden beperkingen voor geluidsgevoelige bestemmingen.

De geluidszone is voor het grootste gedeelte geregeld in het vigerend bestemmingsplan voor het buitengebied. Aan de uiterste noord- en zuidzijde van het terrein is in dit bestemmingsplan nog een gedeelte opgenomen. De geluidszone wijzigt niet ten opzichte van de bestaande zone. Onderstaand is de geluidszone zoals deze in het bestemmingsplan Buitengebied is opgenomen weergegeven. Voor zover de geluidzone binnen het voorliggende bestemmingsplan valt is deze opgenomen in de bestemmingen Groen en Bedrijf - Opslag.

afbeelding "i_NL.IMRO.0056.BPNA16BEHE-VA01_0008.jpeg"

Grens geluidzone bestemmingsplan Buitengebied

In het plangebied ligt geen geluidsgevoelige bebouwing.

Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk waarvoor onderzoek is vereist.

4.3 Bodem

Op basis van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo) treedt een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk niet eerder in werking dan nadat is vastgesteld dat er geen sprake is van een ernstige bodemverontreiniging, ofwel wanneer er saneringsmaatregelen zijn uitgevoerd. Voorafgaand aan het verlenen van omgevingsvergunningen - in geval van nieuwe ontwikkelingen - zal de gemeente beoordelen of de bodemgesteldheid afdoende is onderzocht en het beoogde grondgebruik toelaat.

4.4 Geurhinder

De bedrijvigheid op het industrieterrein is niet geurgevoelig, noch valt er geuroverlast te verwachten naar aanleiding van de toegestane bedrijvigheid. Het aspect geur behoeft daarmee geen verdere aandacht in dit bestemmingsplan.

4.5 Externe veiligheid

Voor de bestaande installaties en gasleidingen zijn in het verleden onderzoeken gedaan naar het plaatsgebonden risico en is het groepsrisico verantwoord. Het plaatsgebonden risicocontour van de inrichtingen ligt nagenoeg geheel binnen het plangebied. Op grond van externe veiligheid doen zich geen knelpunten voor.

afbeelding "i_NL.IMRO.0056.BPNA16BEHE-VA01_0009.jpg"

Overzicht plaatsgebonden risicocontouren

De Veiligheidsregio Groningen heeft de veiligheidssituatie van het plangebied beoordeeld. Geadviseerd wordt het plangebied te voorzien van adequate bluswatervoorzieningen. Het advies van de Veiligheidsregio is als Bijlage opgenomen.

4.6 Luchtkwaliteit

Nederland heeft de regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing).

NSL/nibm

Op 15 november 2007 is dit deel van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht-kwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden.

Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm (bijvoorbeeld: 2.000 woningen).

In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.

Bestemmingsplan

Wat betreft de effecten van dit bestemmingsplan op de luchtkwaliteit: deze dragen in termen van de regeling 'niet in betekende mate' bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteitssituatie. Het gaat in hoofdzaak om een bestemmingsplan dat op de aanwezige functies is afgestemd. Er is derhalve sprake van een 'nibm'-situatie waardoor (nieuw) onderzoek achterwege kan blijven.

4.7 Ecologie

In een bestemmingsplan moet, voor zover aan de orde, rekening worden gehouden met beleid en wetgeving op het gebied van de natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Wat betreft de gebiedsbescherming gaat het om de bescherming van gebieden die onderdeel zijn van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en/of om gebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied.

De soortenbescherming vindt primair plaats op grond van de Flora- en faunawet. Op basis daarvan mogen beschermde dieren en planten niet gedood, gevangen, verontrust, geplukt of verzameld worden en is het niet toegestaan om nesten, holen of andere vaste verblijfplaatsen van beschermde dieren te beschadigen, vernielen of te verstoren. Onder voorwaarden is ontheffing van deze verbodsbepalingen mogelijk.

Afweging

Vanuit het oogpunt van gebiedsbescherming liggen er geen beschermde natuurgebieden noch ecologische verbindingszones in het plangebied. Vanuit het oogpunt van soortbescherming wordt opgemerkt dat het plan een conserverend karakter heeft. Het bestemmingsplan staat geen ontwikkelingen toe waarvoor onderzoek in het kader van de Flora- en faunawet en/of Natuurbeschermingswet 1998 vereist is.

4.8 Archeologie

Zoals in hoofdstuk 2 aangegeven, hebben de vier gemeenten in het Westerkwartier gezamenlijk een onderzoek gedaan naar de archeologische waarden. Aangezien in het plangebied uitsluitend de categoriën 6 en 8 voorkomen is er geen beschermende regeling opgenomen. Voor categorie 6 geldt geen onderzoeksplicht, categorie 8 kent geen verwachting.

4.9 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Het bestemmingsplan is conserverend van aard. Op basis daarvan zal geen sprake zijn van zodanige milieueffecten dat dit een belemmering vomt voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Hoofdstuk 5 Toelichting op de bestemmingen

5.1 Algemeen

Voorliggend bestemmingsplan is een bestemmingsplan dat is gebaseerd op artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Het primaire doel van het bestemmingsplan is het actualiseren van het geldende planologische regime. Het nieuwe bestemmingsplan heeft betrekking op het bedrijventerrein Energie en Gas in Grijpskerk.

Het plan is overeenkomstig artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening vervat in:

  • a. een verbeelding (schaal 1:2.000) met bijbehorende verklaring, waarop de bestemming van de in het plan begrepen gronden is aangewezen. De verbeelding is getekend op de Grootschalige BasisKaart Nederland (GBKN);
  • b. een omschrijving van de bestemming, waarbij het toe te kennen doel is of de toe te kennen doeleinden zijn aangegeven;
  • c. regels omtrent het gebruik van de in het plan begrepen grond en van de zich daarop bevindende opstallen.

Het bestemmingsplan is opgezet overeenkomstig de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP). De standaard heeft betrekking op de presentatie van de verbeelding en de hoofdopzet van de regels.

5.2 Opzet van de regels

Hieronder worden de in het plan voorkomende bestemmingen toegelicht. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde in de planregels opgenomen. Na inleidende regels met de in de regels gehanteerde begrippen en de wijze van meten, volgen de bestemmingen.

5.2.1 Bestemmingen

Bedrijf - Energie en gas

De hoofdbestemming in het bestemmingsplan is de bestemming Bedrijf - Energie en gas. Binnen deze bestemming is de ondergrondse opslag van een buffervoorraad aardgas, het injecteren, winnen, bewerken en meten van aardgas en gascompressie en gastransport toegestaan. Inhoudelijk is aangesloten op de regelingen zoals die in de vigerende bestemmingsplannen is opgenopmen.

Bedrijf - Opslag

Het bestaande bedrijf aan de Waardweg is bestemd als Bedrijf - Opslag, in deze bestemming zijn opslagdoeleinden en expositieruimte toegestaan.

Groen

De randzone rondom het bedrijventerrein is bestemd als groen. Deze zone voorziet in de inpassing van het bedrijventerrein. Binnen deze zone zijn, naast groenvoorzieningen, onder meer voet- en fietspaden toegestaan. De bestaande schuur die in agrarisch gebruik is, is voorzien van een specifieke aanduiding. Het erf rondom de schuur wordt waardevol geacht.

5.2.2 Dubbelbestemmingen

Leiding - Gas

De dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’ is opgenomen om een veilig(e) ligging en functioneren van de hogedruk aardgastransportleidingen te waarborgen. Deze bepalingen gelden naast de basisbestemmingen die voor de betreffende gronden zijn aangewezen en waarbinnen de leidingen op de verbeelding zijn aangeduid. Mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding kan af worden geweken van het bouwverbod, onder voorwaarde dat vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

Verder is in deze bestemming een verbodsbepaling opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van bepaalde werken of werkzaamheden, anders dan te beschouwen als normaal onderhoud of werken die reeds in uitvoering zijn. Voor de gasleiding betreft dit het aanbrengen van gesloten wegdek, door graven veranderen van de maaiveldhoogte, het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of het indrijven van voorwerpen in de grond.

Leiding - Hoogspanning

De dubbelbestemming ‘Leiding - Hoogspanning' is opgenomen om een veilig(e) ligging en functioneren van de ondergrondse hoogspanningsleiding Winsum Brillerij - Grijpskerk te waarborgen. Deze bepalingen gelden naast de basisbestemmingen die voor de betreffende gronden zijn aangewezen en waarbinnen de leidingen op de verbeelding zijn aangeduid. Mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding kan af worden geweken van het bouwverbod, onder voorwaarde dat vooraf advies wordt ingewonnen van de betreffende leidingbeheerder.

Verder is in deze bestemming een verbodsbepaling opgenomen op grond waarvan een omgevingsvergunning is vereist voor het uitvoeren van bepaalde werken of werkzaamheden, anders dan te beschouwen als normaal onderhoud of werken die reeds in uitvoering zijn. Voor de hoogspanningsleiding betreft dit onder ander het aanbrengen van gesloten wegdek, door graven veranderen van de maaiveldhoogte, het aanbrengen van diepwortelende beplanting en/of het indrijven van voorwerpen in de grond.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Economische uitvoerbaarheid

Voorliggend bestemmingsplan betreft een overwegend conserverend plan. Het gaat om een actualisering van bestaande bestemmingen en niet om nieuwe ontwikkelingen. Een exploitatieopzet of een exploitatieplan is daarom niet aan de orde.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Overleg

Het voorontwerpbestemmingsplan is ten behoeve van het wettelijk verplichte vooroverleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, gestuurd aan de provincie Groningen, de Omgevingsdienst Groningen, de Veiligheidsregio Groningen, het Waterschap Noorderzijlvest en de Commissie Bouwen en Wonen.
Van het Ministerie van Economische Zaken, Ministerie van Defensie en de Commissie Bouwen en Wonen zijn geen reacties ontvangen. De reacties van de overige overleginstanties zijn hieronder samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. De gehele overlegreacties zijn in Bijlage 2 opgenomen.


Inspraakreactie Waterschap Noorderzijlvest

Samenvatting

Waterschap Noorderzijlvest geeft aan akkoord te zijn met het voorontwerp bestemmingsplan.

Reactie gemeente

De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.

Gasunie

  • a. Geluidzone

Samenvatting

De Gasunie vraagt zich af of de opgenomen (kleinere delen) geluidzone niet binnen de bestaande geluidzone moeten liggen. Waarbij er over het hele terrein een geluidzone ligt maar op de twee kleinere delen niet.

Reactie gemeente

Het bedrijventerrein behoort tot een geluidszoneringsplichtig terrein (industrieterrein) als bedoeld in de Wet geluidhinder. In dat kader is een geluidszone vastgesteld. Op grond van de Wet geluidhinder dient deze zone in een bestemmingsplan te worden vastgelegd. De zone geeft de grens aan waarbuiten de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. Binnen de zone gelden beperkingen voor geluidsgevoelige bestemmingen. De beperkingen voor geluidsgevoelige bestemmingen zijn in het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen in de gebiedsaanduiding 'geluidszone industrie'. In de regels behorende bij deze gebiedsaanduiding is bepaald dat op deze gronden geluidsgevoelige functies uitsluitend zijn toegestaan indien de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in artikel 57 van de Wet geluidhinder in acht wordt genomen of een hogere grenswaarde is vastgesteld. Op het bedrijventerrein zelf zijn op grond van de bestemming Bedrijf - Gas en energie helemaal geen geluidsgevoelige bestemmingen toegestaan. De regeling zal hier dan ook geen toegevoegde waarde hebben en de zone ligt derhalve om het bedrijventerrein heen. Dit geldt overigens ook voor de andere bestemmingen in het bestemmingsplan, te weten Groen en Bedrijf - Opslag. Omdat de zonegrens aan de noord en zuidzone binnen het bestemmingsplan ligt, dient dit inzichtelijk te zijn. Er is derhalve voor gekozen om de gebiedsaanduiding binnen deze bestemmingen wel op te nemen. In het voorontwerpbestemmingsplan was deze aanduiding voor de delen aan de uiterste noord- en zuidzijde abusievelijk buiten de zonegrens gelegd.

De geluidszone blijft voor het grootste gedeelte geregeld in het vigerend bestemmingsplan voor het buitengebied. De geluidszone wijzigt niet ten opzichte van de bestaande zone.

  • b. Elektriciteits- en datakabels

Samenvatting

De Gasunie vraagt om de elektriciteits- en datakabels die buiten het hekwerk liggen mee te nemen in de verbeelding zodat deze beschermd kunnen worden en kenbaar zijn. De kabels zijn te vinden in het digitale leidingenbestand die reeds ontvangen is (zwarte lijn van noord naar zuid).

Reactie gemeente

Elektriciteits- en datakabels worden doorgaans niet in een bestemmingsplan vastgelegd. De gegevens omtrent de kabels worden verzameld in een elektronisch informatiesysteem dat beheerd wordt door de Dienst voor het kadaster en de openbare registers. Ingevolge de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten is het verplicht om voor elke graafwerkzaamheid een zogenaamde klic-melding te doen. De kabels zijn hiermee afdoende beschermd.

  • c. Bebouwingspercentage

Samenvatting

De Gasunie vraagt of de gemeente het bebouwingspercentage van 7% los wil laten (gelijk als in het noordelijke deel), zodat bij eventuele uitbreiding geen ontheffing van het bestemmingsplan nodig is. Zij geven hierbij aan dat zij niet de plannen hebben om het gebied vol te bouwen en dat er op dit moment geen concrete plannen zijn.

Reactie gemeente

Het bestemmingsplan betreft de actualisering van het vigerende bestemmingsplan en is conserverend van aard. Omdat er op dit moment nog geen concrete plannen zijn zal in het bestemmingsplan niet worden voorzien in een dergelijke uitbreidingsmogelijkheid.


Provincie Groningen

  • a. Onderzoeken en verantwoording externe veiligheid

Samenvatting

De provincie Groningen geeft aan dat bij de externe veiligheid aan moet worden gegeven om welke onderzoeken en verantwoordingen het gaat. Tevens is de regelgeving omtrent Externe Veiligheid afgelopen jaren gewijzigd waardoor de informatie uit de onderzoeken en verantwoordingen niet meer actueel zijn. Mocht dit laatste het geval zijn dan adviseert de Provincie Groningen om een bijlage Externe Veiligheid door de Omgevingsdienst Groningen op te laten stellen en tevens de Veiligheidsregio om advies te vragen.

Reactie gemeente

De reactie geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. Zoals verzocht zal de Omgevingsdienst Groningen worden verzocht de verantwoording van het groepsrisico te beschrijven en zal de Veiligheidsregio om advies gevraagd worden.

  • b. Gezoneerde deel industrieterrein

Samenvatting

De Provincie Groningen verzoekt om in de verbeelding en de planregels duidelijk op te nemen waar het gezoneerde deel van het industrieterrein ligt en hierbij ook de plantoelichting aan te vullen op dit punt.

Reactie gemeente

De gehele zone van het industrieterrein zal inzichtelijk gemaakt worden in de toelichting van het bestemmingsplan. Omdat de zonegrens grotendeels is gelegen in het buitengebied en de zone niet wijzigt zal de gehele zone niet in de verbeelding worden opgenomen.


NAM

  • a. Ontbrekende buisleidingen

Samenvatting

De NAM geeft aan dat er een aantal leidingen missen die wel op grond van het Besluit Externe veiligheid buisleidingen (Bevb) opgenomen dient te worden. Zij zullen een digitaal bestand aanleveren zodat deze opgenomen kunnen worden in de verbeelding.

Reactie gemeente

De reactie geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. De belemmeringenstroken van de leidingen zullen conform de aangeleverde informatie worden opgenomen in het bestemmingsplan.

  • b. Schoorstenen

Samenvatting

De NAM geeft aan dat de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - schoorsteen' die op de verbeelding staan, niet overeenkomen met de exacte locaties van de schoorstenen. Gevraagd wordt of het noodzakelijk is dit aan te passen of dat deze aanduiding betekend dat er schoorstenen in het bouwvlak voorkomen (wanneer dit het geval is, is er geen probleem). Wanneer het gaat om specifieke aanduidingen dan zal de NAM de exacte locaties digitaal aanleveren. Tevens is de aanduiding 'schoorsteen 2' in het verkeerde bouwvlak weergeven, deze hoort in het bouwvlak aan de oostkant van de locatie met een maximale bouwhoogte van zes meter.

Reactie gemeente

De reactie geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. De exacte locaties van de schoorstenen zijn niet aangeduid, de aanduidingsvlakken geven aan waar schoorstenen tot 40 m zijn toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - schoorsteen 1' geldt dat binnen dit vlak maximaal 3 schoorstenen tot 40 m hoog zijn toegestaan. De begrenzing van dit aanduidingsvlak zal worden aangepast zodat alle 3 bestaande schoorstenen hierbinnen passen.

  • c. Geluidzone

Samenvatting

De NAM vraagt zich af of niet het hele gebied als geluidzone bestemd moet zijn (met uitzondering van een klein deel aan de noordzijde en een klein deel aan de zuidzijde).

Reactie gemeente

Het bedrijventerrein behoort tot een geluidszoneringsplichtig terrein (industrieterrein) als bedoeld in de Wet geluidhinder. In dat kader is een geluidszone vastgesteld. Op grond van de Wet geluidhinder dient deze zone in een bestemmingsplan te worden vastgelegd. De zone geeft de grens aan waarbuiten de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. Binnen de zone gelden beperkingen voor geluidsgevoelige bestemmingen. De beperkingen voor geluidsgevoelige bestemmingen zijn in het bestemmingsplan Buitengebied opgenomen in de gebiedsaanduiding 'geluidszone industrie'. In de regels behorende bij deze gebiedsaanduiding is bepaald dat op deze gronden geluidsgevoelige functies uitsluitend zijn toegestaan indien de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting als bedoeld in artikel 57 van de Wet geluidhinder in acht wordt genomen of een hogere grenswaarde is vastgesteld. Op het bedrijventerrein zelf zijn op grond van de bestemming Bedrijf - Gas en energie helemaal geen geluidsgevoelige bestemmingen toegestaan. De regeling zal hier dan ook geen toegevoegde waarde hebben en de zone ligt derhalve om het bedrijventerrein heen. Dit geldt overigens ook voor de andere bestemmingen in het bestemmingsplan, te weten Groen en Bedrijf - Opslag. Omdat de zonegrens aan de noord en zuidzone binnen het bestemmingsplan ligt, dient dit inzichtelijk te zijn. Er is derhalve voor gekozen om de gebiedsaanduiding binnen deze bestemmingen wel op te nemen. In het voorontwerpbestemmingsplan was deze aanduiding voor de delen aan de uiterste noord- en zuidzijde abusievelijk buiten de zonegrens gelegd.

De geluidszone blijft voor het grootste gedeelte geregeld in het vigerend bestemmingsplan voor het buitengebied. De geluidszone wijzigt niet ten opzichte van de bestaande zone.

  • d. Bestemmingsomschrijving Leiding - Gas

Samenvatting

De NAM wil dat de omschrijving van Artikel 6 Leiding - Gas aangepast wordt. Er wordt aangegeven dat de aangewezen gronden bestemd zijn voor leidingen ten behoeve van het transport van aardgas. De aangewezen gronden worden echter ook gebruikt voor het transport van aardgascondensaat. Dit moet dus toegevoegd worden in Artikel 6.

Reactie gemeente

De bestemmingsomschrijving van de bestemming Leiding - Gas zal op dit punt worden aangepast.

  • e. Vormvrije mer

Samenvatting

De NAM geeft aan dat de tekst bij de paragraaf vormvrije mer-beoordeling niet klopt met de aanleiding voor het actualiseren van dit bestemmingsplan (er wordt over woningen gesproken) aanpassing is vereist.

Reactie gemeente

Het bestemmingsplan zal op dit punt aangepast worden.

  • f. Zonnepanelen

Samenvatting

De NAM vraagt of er in het bestemmingsplan de mogelijkheid kan worden opgenomen voor het plaatsen van zonnepanelen op het eigen terrein voor zover het huidige bestemmingsplan hierin niet voorziet. Zij horen graag of dit mogelijk is.

Reactie gemeente

Het plangebied is door de provincie niet begrensd als stedelijk gebied. Volgens provinciaal beleid kunnen zonneparken alleen worden toegestaan binnen stedelijk gebied of aansluitend aan stedelijk gebied. Dat is hier niet het geval. Ook verleent de provincie alleen medewerking via een tijdelijk afwijkingsprocedure en niet via het bestemmingsplan. Zowel provincie als gemeente is positief over dit voornemen. Voordat de gemeente via een tijdelijke omgevingsvergunning medewerking kan verlenen zal eerst een integrale gebiedsvisie moeten worden vastgesteld waarmee ook Gedeputeerde Staten kunnen instemmen. Over de verdere mogelijkheden van het plaatsen van zonnepanelen treedt de gemeente graag nader in gesprek.


Omgevingsdienst Groningen

  • a. Bedrijf - Opslag

Samenvatting

In het noordwesten van het plan is een bestemming B-OPS gelegen, de omgevingsdienst vraagt zich af of het hier ook om een opslag van gevaarlijke stoffen gaat.

Reactie gemeente

Het betreft hier geen opslag van gevaarlijke stoffen. Ter verduidelijking zullen de regels op dit punt worden aangevuld in die zin dat risicovolle inrichtingen worden uitgesloten.

  • b. Risicovolle inrichtingen

Samenvatting

De omgevingsdienst geeft aan dat zij het wenselijk vinden als de volgende risicovolle inrichtingen mee te nemen op de verbeelding: gasontvangststation A493 van de Gasunie, gascompressorstation (Brzo-bedrijf) en een gasbehandelingsinstallatie van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V (NAM).

Reactie gemeente

Het gehele terrein is bestemd voor risicovolle inrichtingen. Aangezien op het terrein geen (beperkt) kwetsbare inrichtingen zijn toegestaan en er nieuwe risicovolle inrichtingen bij kunnen komen is er voor gekozen de inrichtingen niet specifiek aan te duiden en te voorzien van een risicocontour.

  • c. Risicovolle buisleidingen

Samenvatting

Het is de omgevingsdienst niet duidelijk of alle relevante onder het Bevb vallende buisleidingen op de verbeelding zijn opgenomen. Toetsing aan het Bevb is volgens hen niet nodig.

Reactie gemeente

Naar aanleiding van de overlegreactie van de NAM zullen een aantal buisleidingen worden toegevoegd.

  • d. Risicocontouren en groepsrisico

Samenvatting

De omgevingsdienst geeft aan dat een overzicht van de ligging van de 10-6 plaatsgebonden risicocontouren en de hoogte van het groepsrisico is niet beschreven zijn. Dit moet nog gebeuren.

Reactie gemeente

Het bestemmingsplan zal op dit punt worden aangevuld.

6.2.2 Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan conform artikel 3.8 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn, die liep van 15 maart tot en met 25 april 2017, kon een ieder zienswijzen indienen bij de gemeente. Er zijn twee zienswijzen ingekomen, te weten van Tennet en van de Gasunie. De reacties van de indieners zijn hieronder samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. De gehele zienswijzen zijn in Bijlage 4 opgenomen.

Tennet

Samenvatting

Verzocht wordt om de bestaande ondergrondse hoogspanningskabels op te nemen in de regels en de verbeelding van het plan met een bijbehorende belemmerde strookbreedte van 3,00 meter vanuit de buitenste hoogspanningskabels.

Reactie gemeente

Het bestemmingsplan zal worden aangevuld, in die zin dat de ondergrondse hoogspanningsleiding op de verbeelding wordt toegevoegd en in de regels de dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanning' wordt opgenomen. Een en ander volgens de informatie zoals door Tennet verstrekt.

Gasunie

a. Belemmeringenstrook niet correct weergegeven

Samenvatting

De belemmeringenstrook voor een drietal gastransportleidingen is niet correct weergegeven. Verzocht wordt om dat aan te passen.

Reactie gemeente

Het bestemmingsplan zal worden aangevuld, in die zin dat de verbeelding wordt aangepast. Een en ander volgens de informatie zoals door de Gasunie verstrekt.

b. Te smalle belemmeringenstrook hoofd-aardgastransportleiding

Samenvatting

Verzocht wordt om de belemmeringenstrook van de hoofdgastransportleidingen te verbreden tot 5 meter ter weerszijden van de hartlijn van de leiding.

Reactie gemeente

Het bestemmingsplan zal worden aangepast, in die zin dat de verbeelding wordt aangepast.

c. Bebouwingspercentage gascompressorstation

Samenvatting

In lid 3.2.1 van de regels is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' het bouwvlak voor ten hoogste het daar aangegeven percentage (7%) mag worden bebouwd. Dit percentage is niet toereikend in de huidige situatie. Wellicht dient dit 70% te zijn. Verzocht wordt om het juiste bebouwingspercentage op te nemen.

Reactie gemeente

De bestaande oppervlakte aan gebouwen/overkappingen is 2.262 m2.Het totale bouwvlak heeft een oppervlakte van 38.139 m2. Een bebouwingspercentage van 7% houdt in dat 2.669 m2 bebouwd mag worden met gebouwen en overkappingen. Het percentage van 7% is dus toereikend in de huidige situatie.Het bestemmingsplan wordt op dit punt niet aangepast.