| Plan: | TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22X Zeewolde - Watermolenbuurt |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | Omgevingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.0050.TAMWatermolenbuurt-VS01 |
Preambule
Dit plan beoogt maximaal 270 woningen te maken in de Watermolenbuurt, gelegen in de Polderwijk van Zeewolde.
Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Zeewolde.
De in deze wijziging van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk [22X] van het omgevingsplan van de gemeente Vlieland.
In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22X.]' gelezen worden.
In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘[22X]’ gelezen worden.
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit TAM-omgevingsplan, tenzij hierna hiervan is afgeweken.
Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden aanvullend de volgende begripsbepalingen:
het Omgevingsplan van de gemeente Zeewolde;
het TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22X Zeewolde - Watermolenbuurt met identificatienummer NL.IMRO.0050.TAMWatermolenbuurt-VS01;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
een bouwwerk, geen gebouw of overkapping zijnde;
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
een ter plaatse of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;
verwezen wordt naar het begrip brutovloeroppervlakte;
de totale vloeroppervlakte van gebouwen ten dienste van de bedrijfsactiviteiten, met inbegrip van de daartoe behorende opslag en overige dienstruimten.
de grens van een bouwvlak;
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
de grens van een bouwperceel;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of (af)leveren van goederen aan diegenen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
onderste horizontale lijn van een dakvlak dat geen goot heeft;
het deel van het bouwperceel dat buiten het bouwvlak ligt van een op de verbeelding voor de woonbestemming aangegeven grond;
het deel van het perceel binnen het gebied 'Wonen' dat niet tot het achtererfgebied behoort en dat op 1 meter achter de voorkant van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan ligt;
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
de in bijlage 1 genoemde aan huis verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten aan huis die door de beperkte omvang in of bij een woning met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend door uitsluitend de bewoner;
activiteiten waarbij het hoofddoel verband houdt met de normen en waarden van een stad, dorp of cultuur zoals: een buurthuis, een jongerensoos of een multifunctioneel centrum;
activiteiten waarbij het hoofddoel zorg in combinatie met begeleiding is zoals: artsenpraktijken, klinieken en uitgiftepunt van medicijnen;
beneden peil;
een bouwwerk met een dak met maximaal 2 wanden, al dan niet behorende bij de constructie;
een tuin die door een openbare weg of door een water van de woning wordt gescheiden;
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;
een woning welke is ingebouwd en door middel van de zijgevels aaneengebouwd tussen de twee naastgelegen woningen;
de naar de openbare ruimte (weg, voet-/fietspad) gekeerde gevel(s) van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan de openbare ruimte grenst: de als zodanig door Burgemeester en Wethouders aan te wijzen gevel(s);
een gebouw of gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt of bestemd voor de huisvesting van één huishouden;
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
vanaf het peil tot aan het diepste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
Niet genoemde functies en activiteiten en functies en activiteiten die in strijd zijn met dit TAM-omgevingsplan zijn niet toegestaan.
In het voor 'Groen' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik toegestaan:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
In het voor 'Tuin' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik toegestaan:
met de daarbij behorende:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
In het voor 'Tuin - Overtuin' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik toegestaan:
met de daarbij behorende:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Voor het bouwen van ander bouwwerken gelden de volgende regels:
In het voor 'Verkeer - 2' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik toegestaan:
waarbij gestreefd wordt naar een inrichting gericht op hoofdzakelijk een verblijfsfunctie;
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Voor het bouwen van andere bouwwerken geldt de volgende beoordelingsregel:
In het voor 'Water' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik toegestaan:
met daaraan ondergeschikt:
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
In het voor 'Wonen' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik toegestaan:
met daarbij behorende:
In het voor 'Wonen' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik verboden:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
In het voor 'Wonen - Woongebouw' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik toegestaan:
met daarbij behorende:
In het voor 'Wonen - Woongebouw' aangewezen gebied zijn de volgende functies en is het volgende gebruik verboden:
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden de volgende beoordelingsregels:
Het voor 'Leiding - Rioolpersleiding' aangewezen gebied is behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), ook bestemd voor een strook ten behoeve van een rioolpersleiding en het onderhoud en beheer daarvan.
In afwijking van het bepaalde bij de andere ter plaatse voorkomende functie(s) mogen op of in deze gronden geen gebouwen en andere bouwwerken, worden gebouwd, anders dan andere bouwwerken ten behoeve van deze functie.
Voor het bouwen van andere bouwwerken, geldt de volgende beoordelingsregel:
In aanvulling op het bepaalde in de leden 12.2.1 en 12.2.2 wordt de omgevingsvergunning voor bouwwerken ten behoeve van de andere functies die zijn toegestaan ook verleend als:
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist:
Het bepaalde in lid 12.3.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien met een vooraf ingewonnen advies van de betreffende leidingbeheerder wordt aangetoond dat de werken of werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd en er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een doelmatig en veilig functioneren van de leidingen.
Het voor 'Vrijwaringszone - Dijk 2' aangewezen gebied is behalve voor de andere daar voorkomende functie(s), ook bestemd voor de buitenbeschermingszone rondom een primaire waterkering.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bij een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk of een werkzaamheid worden gegevens en bescheiden verstrekt over:
| Jaar | Wonen |
Wonen - Woongebouw |
Totaal |
buurtgerichte voorzieningen |
|||
| 2029 | 84 | 68 | 152 | ||||
| 2030 | 68 | 0 | 68 | ||||
| 2031 | 8 | 0 | 8 | ||||
| 2032 | 20 | 0 | 20 | ||||
| 2033 | 0 | 15 | 15 | 600 m2 bvo | |||
| 2034 | 7 | 0 | 7 | ||||
| Totaal | 187 | 83 | 270 | 600 m2 bvo | |||
Voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie geldt een meldingplicht.
In aanvulling op de artikelen 5 tot en met 11 wordt de omgevingsvergunning ook verleend als wordt voldaan aan de volgende aanvullende beoordelingsregels:
Behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan bestaand gebruik, zijn de volgende overgangsregels van toepassing voor gebruik: