| Plan: | Kollumersweach - Sparrewei 10-12 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1970.BpKzSparrewei1012-VA01 |
Op het perceel aan de Sparrewei 12 te Kollumersweach zijn de bedrijfsgebouwen van een voormalig overslagbedrijf gevestigd. De bedrijfsactiviteiten op deze locatie zijn gestaakt en op de vrijkomende locatie zullen 4 woningen worden gerealiseerd. De huidige bestemming op dit perceel is een bedrijfsbestemming. Dit geldt ook voor het perceel Sparrewei 10 waarop zich de bedrijfswoning bevindt. Binnen de bedrijfsbestemming is het bouwen van woningen niet toegestaan, waardoor de ontwikkeling niet mogelijk is op basis van het geldende bestemmingsplan.
Initiatiefnemer heeft een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Noardeast-Fryslân om de bedrijfsbestemming van de Sparrewei 10 en 12 te wijzigen in een woonbestemming ten behoeve van het realiseren van 4 woningen. Het college van burgemeester en wethouders heeft aangegeven planologische medewerking te willen verlenen om de bedrijfsbestemming te wijzen in een woonbestemming onder de voorwaarde dat het aantal, het type en de positionering van de woningen nader wordt uitgewerkt in overleg met de gemeente ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening en kwaliteit. Het ontwerp is afgestemd met de gemeente Noardeast-Fryslân en de Welstandscommissie.
Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Daarbij hoort een onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening. Het voorliggende plan voorziet hierin.
Het plangebied ligt in het zuiden van het dorp Kollumersweach, tussen de dorpen Zwaagwesteinde en Buitenpost. Kollumersweach is gelegen in het noordoosten van de provincie Fryslân. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1 Ligging van het plangebied (bron: Pdok viewer)
Het plangebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Kollumersweach dorp, dat is vastgesteld op 16 september 2009 door de voormalige gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland (tegenwoordig gemeente Noardeast Fryslân). Een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.
Figuur 1.2 Uitsnede geldende bestemmingsplan Kollumersweach dorp (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)
In het geldende bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Bedrijf' en heeft de aanduiding 'groothandel'. De gronden zijn bestemd voor bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2. In het plangebied is een gedeelte voorzien van de functieaanduiding 'groothandel'. Binnen de bestemming 'Bedrijf' mag het aantal bedrijfswoningen niet meer bedragen dan het bestaande aantal. De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan, omdat het bouwen van meer woningen binnen de bestemming 'Bedrijf' niet is toegestaan.
Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan. Tenslotte gaat hoofdstuk 6 in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
Dit bestemmingsplan is opgesteld om de beoogde ontwikkeling (het initiatief) mogelijk te kunnen maken. In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. De ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in de omgeving. Daarom is in dit hoofdstuk een beschrijving van de huidige situatie opgenomen.
Het plangebied is gelegen aan de Sparrewei in het zuidelijke gedeelte van het dorp Kollumersweach. In de huidige situatie zijn op het perceel ten behoeve van een voormalig bedrijf twee loodsen en een kantoor gesitueerd. Bij het bedrijf bevindt zich tevens een bedrijfswoning.
In figuur 2.1 is een foto van de huidige situatie weergegeven en in figuur 2.2 een luchtfoto van het plangebied.
Figuur 2.1 Huidige situatie Sparrewei 12 (bron: Google Maps)
Figuur 2.2 Luchtfoto van de bestaande situatie (bron: Pdok-viewer)
Het voornemen is de bedrijfsgebouwen aan Sparrewei 12 te slopen en op de vrijgekomen locatie 4 twee-onder-een-kap woningen te bouwen in 2 woningbouwtypes. De bedrijfswoning zal als reguliere woning in gebruik worden genomen. In figuur 2.3 is de situatieschets van de nieuw te bouwen woningen opgenomen.
Figuur 2.3 Situatieschets woningen aan de Sparrewei
De woningen
De woningen van zowel type A als type B hebben een oppervlakte van circa 67 m2, een nokhoogte van 9 meter en een goothoogte van 2,9 meter. Op de verdieping bevinden zich 3 (slaap)kamers en een badkamer. De omvang, goot- en nokhoogte van deze woningen sluit aan op de mogelijkheden die worden geboden in de bestemming 'Wonen-1' van het geldende bestemmingsplan.
In figuur 2.4 is een vooraanzicht van de nieuw te bouwen woningen weergegeven.
Figuur 2.4 Vooraanzicht twee-onder-een-kap woningen
De kavels van de vier nieuwe woningen liggen aan de Sparrewei. Aan de Sparrewei is geen sprake van een vaste rooilijn. Maar eerder van een verspringend patroon. Derhalve zullen de woningen niet in een rooilijn geplaatst worden. Voor de situering wordt aansluiting gezocht bij de reeds aanwezige bebouwing. De rooilijn van de 2 woningtypen is verschillend, waarbij de oostelijk gelegen woningen grotendeels de rooilijn van de huidige bebouwing volgen. Bovendien is de kaprichting van beide woningtypen verschillend, waarbij de nokrichting van het ene type haaks op de weg staat en van het andere parallel. Deze wisselende kaprichting komt ook voor in de directe omgeving van het plangebied.
Verkeersstructuur
Het dorp Kollumersweach bestaat uit een 30 km/uur-zone. De nieuw te bouwen woningen bevinden zich ook binnen deze zone. De verkeersstructuur voor de woningen aan de Sparrewei wordt niet gewijzigd; de woningen worden via de bestaande wegen ontsloten, te weten de Sparrewei in noordoostelijke richting en de Sânbultsterwei in zuidelijke richting. Deze wegen vormen een belangrijke ontsluiting voor Kollumersweach in zuidelijke richting. De Sparrewei is in westelijke richting een doodlopende weg voor gemotoriseerd verkeer.
Parkeren
Voor de parkeerbehoefte zijn de parkeercijfers uit de CROW publicatie 381 gehanteerd. Dit betekent dat voor de 4 woningen in het plangebied 8 parkeerplaatsen benodigd zijn. Het uitgangspunt is dat het parkeren op eigen terrein moet worden geregeld. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden om het parkeren op eigen terrein op te lossen.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het is de bedoeling er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI.
Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren.
Opgaven
Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven:
Realiseren opgaven
In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren:
De regio waarvan de gemeente Noardeast-Fryslân deel uitmaakt is niet aangewezen als NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen.
Ladder voor Duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.
Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking
In het plangebied zullen 4 woningen binnen stedelijk gebied worden gerealiseerd. Gezien het feit dat er minder dan 11 woningen worden gerealiseerd hoeft de laddertoets niet te worden toegepast. De gemeente heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan deze ontwikkeling, omdat deze passend is in het woonbeleid. In paragraaf 3.3 wordt zowel het woonbeleid als de visie beschreven.
Conclusie rijksbeleid
De ontwikkeling in Kollumersweach is niet in strijd met het rijksbeleid.
Omgevingsvisie Fryslân - De romte diele
Op 23 september 2020 is de omgevingsvisie Fryslân - De romte diele vastgesteld waarin de ambitie voor de provincie voor 2030-2050 is uitgesproken. Hierbij wordt gewerkt met 9 principes die richting geven bij het maken van keuzes. Enerzijds zijn de principes inhoudelijk van aard, zoals zuinig ruimtegebruik, omgevingskwaliteit als ontwerpbasis, koppelen van ambities, gezondheid en veilig. Anderzijds zijn er samenwerkingsprincipes, zoals rolbewust, decentraal wat kan, het ja, mits principe, aansluiting zoeken en sturen op proces, ruimer op inhoud.
Als uitgangspunt geldt dat veranderingen niet tegen moeten worden gehouden, maar dat ambities worden gerealiseerd door gewenste nieuwe ontwikkelingen te laten aansluiten bij bestaande kwaliteiten.
De planontwikkeling past binnen het principe van zuinig ruimtegebruik, omdat de ontwikkeling op een inbreidingslocatie plaatsvindt; bestaande bebouwing die niet meer wordt gebruikt, wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw die qua schaal en functie aansluit bij de omgeving. Het principe dat de bestaande omgevingskwaliteit de basis is voor het ontwerp wordt ook toegepast, omdat de situering en maatvoering van de nieuwbouw wordt afgestemd op de reeds aanwezige bebouwing in de directe omgeving. De principes van zuinig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit passen binnen de kwaliteiten die de provincie Fryslân wil behouden en bevorderen.
Verder wordt in de omgevingsvisie ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk als in het ontwerp rekening wordt gehouden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. In paragraaf 4.3 Ecologie wordt hier nader op ingegaan.
Verordening Romte 2014
Op 25 juni 2014 is de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld, deze is daarna een aantal keren partieel herzien. In de verordening zijn regels opgenomen die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. Het volgende artikel is van toepassing op de woningbouwontwikkeling in Kollumersweach:
Artikel 3.1.1
1. Een ruimtelijk plan kan mogelijkheden voor woningbouw bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft.
De provincie maakt met de woningbouwregio's bestuurlijke afspraken over de regionale woningbouwprogramma's. Dit wordt door de gemeenten vertaald in gemeentelijke woonplannen. Dit betekent dat in principe alle woningbouwmogelijkheden in een ruimtelijk plan moeten passen in een woonplan. De gemeente heeft afspraken gemaakt met de provincie over de invulling van de woningbouwplannen.
Conclusie provinciaal beleid
De woningbouwontwikkeling in Kollumersweach is niet in strijd met het provinciaal beleid.
Woonvisie 2020-2025
De Woonvisie van de gemeente Noardeast-Fryslân legt op hoofdlijnen vast wat de basis is voor verder uitgewerkte woonplannen en -afspraken in de komende vijf jaar. De hoofdlijnen worden uitgewerkt in een woonagenda.
De woonvisie bevat de volgende speerpunten:
Op basis van de woonvisie wordt de uitvoeringsagenda vastgesteld. De woonvisie is een dynamisch document waarbij aan de hand van het woonprogramma, de woningbouwprogrammering, de prestatieafspraken en overleg met de stakeholders jaarlijks zal worden bepaald of en op welke onderdelen een actualisatie nodig is. Mede gezien de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt en de impact van de coronacrisis is deze actualisatie extra urgent en noodzakelijk. Op basis van de nieuwe Woonvisie zal het college ook de woningbouwprogrammering heroverwegen en bijstellen. Deze programmering moet aansluiten op de doelen in de eigen woonvisie en op de regionale woningbouwafspraken die de regiogemeenten en de provincie Fryslân hebben gemaakt. Daarbij worden het reeds aanwezige Afwegingskader voor bouwplannen en de woningmarktmonitor gebruikt als hulpmiddelen. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft samen met de gemeenten Achtkarspelen, Dantumadiel en Tytsjerksteradiel zowel op bestuurlijk als ambtelijk niveau structureel afstemming over het woningbouwprogramma. De uitwerking krijgt een plek in de Woonagenda.
Voor de ontwikkeling in Kollumersweach is vooral speerpunt 2 van de woonvisie van toepassing. In de woonvisie wordt aangegeven dat in de woonkernen altijd ruimte is voor nieuwbouw. Dit moet wel op maat, passend bij de schaal en de behoefte in het dorp zijn. De bouw van de woningen in Kollumersweach past binnen het principe dat inbreiding voor uitbreiding moet gaan. Bovendien is er behoefte aan koopwoningen.
Afwegingskader
Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningbouwinitiatieven aansluiten bij de actuele, kwalitatieve woningbehoefte en de volkshuisvestelijke ambities van de gemeente, willen de regio Noordoost Friesland en de provincie de komende jaren sturen op basis van een gezamenlijke set van criteria. Hiervoor is in regionaal verband als werkdocument een Afwegingskader opgesteld waarmee nieuwe woningbouwinitiatieven op kwaliteit worden getoetst. Aan de hand van dit Afwegingskader wordt gekeken in hoeverre nieuwe plannen aantoonbaar inspelen op de kwalitatieve woningbehoefte en of zij bijdragen aan andere kwalitatieve ambities, zoals langer zelfstandig wonen, verduurzamen of het oplossen van een ruimtelijk knelpunt (bijvoorbeeld transformatie van leegstaand vastgoed). De woningbouwontwikkeling in Kollumersweach is getoetst op behoefte en kwaliteit.
Woonprogramma
De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een woonprogramma opgesteld waarin de woningbouwprojecten en -initiatieven zijn opgenomen. In november 2021 heeft de provincie Friesland hierop akkoord gegeven.
Woningmarktanalyse Noordoost-Fryslân en Woningmarktmonitor
In 2020 is een woningmarktanalyse opgesteld om op regionaal niveau inzicht te krijgen in de woningbouwbehoefte. Samenwerking binnen de regio, zowel tussen gemeenten als tussen dorpen, is van belang bij het vaststellen van de woonprogrammering. De woningmarktanalyse biedt een kwalitatief afwegingskader waar gemeenten gebruik van kunnen maken bij het ontwikkelen van woningbouwplannen. De provincie Fryslân vraagt de regio om een offensieve regionale visie te maken. Dat betekent dat er geen dorp op slot wordt gezet en dat er ruimte is voor toekomstbestendig en zorgvuldig toevoegen van woningen. Daarbij houdt de provincie vast aan de lijn "binnendorps vrij, buitendorps beperkt". In de woningmarktanalyse is per dorp inzichtelijk gemaakt hoe de woningmarkt er nu voor staat en welke ontwikkelingen er te verwachten zijn. Op deze manier kan snel worden ingespeeld op ontwikkelingen.
De kern Kollumersweach is een dorp met een goed voorzieningenpakket of goede bereikbaarheid. Hier geldt in principe hetzelfde als voor de pluskernen, maar dan in iets kleinere aantallen. Er blijkt onder andere behoefte aan projectmatige bouw van tweekappers op inbreidingslocaties.
De nieuwe Woningmarktmonitor is nog in concept en is nog niet vastgesteld door het college. Onder andere op basis van de woningmarktanalyse wordt in de (concept) Woningmarktmonitor aangegeven dat er vooral behoefte is aan extra koopwoningen. Toevoegen van woningen is altijd maatwerk, passend bij de lokale vraag en schaal van het dorp. Hoe het aantal huishoudens zich op de langere termijn (na 2030) ontwikkelt, is nog onzeker. Uit de nieuwe Woningmarktmonitor blijkt dat er in Kollumersweach vooral behoefte is aan twee-onder-één-kappers, vrijstaande woningen en patiowoningen.
Met de planontwikkeling in Kollumersweach worden 4 twee-onder-een-kapwoningen in de koopsector toegevoegd op een vrijkomende locatie in het dorp. Deze ontwikkeling voorziet in de behoefte en past binnen de beleidskaders.
Welstandsnota Noardeast-Fryslân
Het welstandsbeleid van de gemeente Noardeast-Fryslân is vastgelegd in de Welstandsnota Noardeast-Fryslân, die is vastgesteld op 13 augustus 2020. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor alle bouwplannen. Er worden 12 welstandsgebieden onderscheiden. Het plangebied ligt in de kern Kollumersweach in een gebied met reguliere lintbebouwing. Het bebouwingsbeeld is vrij open en hoe verder van de dorpskern verwijderd hoe groter de open ruimte tussen de bebouwing. De bebouwing volgt in de meeste gevallen beloop van de weg, maar is niet altijd in een strakke rooilijn gebouwd. In sommige linten zijn open plekken ingevuld met nieuwbouwwoningen. Over het algemeen voegen deze woningen zich in het bestaande bebouwingsbeeld. Het beleid in de linten is gericht op het beheer van de bestaande situatie. Voor deze gebieden worden over het algemeen geen ingrijpende veranderingen verwacht. Wel zal er in de toekomst incidenteel vervangende nieuwbouw worden gepleegd. Deze nieuwbouw dient zich te voegen in de kwaliteit van de bestaande omliggende bebouwing. Voor deze gebieden geldt een aanduiding als regulier welstandsgebied. De criteria zijn gericht op het handhaven en respecteren van de aanwezige basiskwaliteiten. In paragraaf 2.2.1 is ingegaan op de ruimtelijke inpassing. Hier wordt aangegeven dat met de ontwikkeling aan de Sparrewei wordt aangesloten op de bestaande situatie van de bebouwing in de directe omgeving.
Conclusie Gemeentelijk beleid
Uit het bovenstaande blijkt dat de ontwikkeling van 4 twee-onder-een-kapwoningen in de koopsector in het dorp Kollumersweach past binnen het gemeentelijk woonbeleid. De ruimtelijke kwaliteit van de inbreidingslocatie wordt afgestemd op de reeds aanwezige basiskwaliteit.
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet aandacht worden besteed aan wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten. Het gaat hierbij om het minimaliseren van de invloeden vanuit het plangebied op de omgeving en omgekeerd. Dat zijn de milieu- en omgevingsaspecten geluid, luchtkwaliteit, bodem, externe veiligheid, water, ecologie, archeologie, cultuurhistorie, bedrijven en milieuhinder, en kabels en leidingen.
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:
Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand.
Toetsing
Het plangebied ligt in de dorpskern van Kollumersweach. Ten zuidwesten van het plangebied, aan de Sparrewei, bevindt zich op een afstand van circa 180 meter een bedrijf met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - bedrijfsverzamelgebouw'. Op deze locatie zijn bedrijven in milieucategorie 1 en 2 toegestaan, waarvoor een richtafstand van 30 meter wordt gehanteerd. Gezien de afstand van het plangebied tot het bedrijventerrein vormt de aanwezigheid van dit bedrijf geen belemmering voor de ontwikkeling. Aan de Sparrewei is op circa 60 meter ten noordoosten van het plangebied hebben de gronden de bestemming 'Detailhandel'. Gezien de afstand van het plangebied tot deze bestemming zijn winkels geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor dit plan.
Toetsingskader
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving.
Gebiedsbescherming
De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:
Soortenbescherming
In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:
• soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;
• soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;
• overige soorten.
Toetsing
In het plangebied zullen 4 woningen worden gebouwd. In het kader van dit voornemen worden de op de kavel aanwezige bedrijfsgebouwen gesloopt. De haalbaarheid van dit planvoornemen in relatie tot de natuurwetgeving is door middel van een quickscan beoordeeld. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 1.
Gebiedsbescherming
Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden als Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland (Voormalige EHS). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het Lauwersmeer op 8,6 kilometer afstand tot het plangebied. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten.
Natura 2000-gebieden: stikstofdepositie
De ontwikkeling van het plangebied zou wel kunnen leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De ontwikkeling betreft de sloop van de bedrijfsgebouwen en nieuwbouw van woningen. De woningen worden gasloos gebouwd. Door de verkeersbewegingen is het mogelijk dat de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden toeneemt. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd waarvan de resultaten zijn opgenomen in bijlage 2. Hieruit blijkt dat de stikstofdepositie zowel tijdens de aanlegfase als de explotatiefase nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn niet aan de orde.
Soortenbescherming
Uit de quickscan blijkt dat het plangebied voldoende mogelijkheden biedt voor de huismus en de gierzwaluw om te broeden en de omgeving betreft voldoende mogelijkheden om als functioneel leefgebied te bestempelen. Het advies is om nader onderzoek uit te laten voeren om de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen en gierzwaluwen binnen het plangebied vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Wanneer jaarrond beschermde nesten worden vastgesteld in het plangebied, dient er ontheffing te worden aangevraagd voor de betreffende soort(en). Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd. Voor algemene broedvogels geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen dienen plaats te vinden. Verder biedt het plangebied mogelijkheden voor gebouw bewonende vleermuizen. Het advies is om nader onderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen in het te slopen gebouw om vast te stellen of vleermuizen daadwerkelijk in het gebouw verblijven. Indien er vleermuizen worden vastgesteld binnen het plangebied, dient er voor de desbetreffende soort(en) een ontheffing te worden aangevraagd, welke in de regel wordt afgegeven onder de voorwaarde dat er compenserende en mitigerende maatregelen worden uitgevoerd.
Verder heeft de provincie aangegeven dat bij het ontwerp van de woningen rekening moet worden gehouden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. De provincie geeft hierbij concrete mogelijkheden aan zoals gevelstenen met openingen voor verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen. Verder noemt de provincie de '40 punten checklist' van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging en advies van de ecoloog van de provincie.
Het aspect ecologie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd en de zorgplicht wordt nageleefd. Nader onderzoek naar de huismus, gierzwaluw en verblijfplaatsen van vleermuizen wordt geadviseerd. Indien er beschermde soorten als de huismus, gierzwaluw en vleermuis aanwezig zijn dienen er compenserende en mitigerende maatregelen te worden getroffen.
Toetsingskader
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.
Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd.
Toetsing
Om inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is ten behoeve van de ontwikkeling in het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten voor PAK-10 en PCB zijn gemeten. Bovendien is in het grondwater een licht verhoogde concentratie voor barium gemeten. De gehalten zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen plannen.
Voor het bestemmingsplan staat het aspect bodem de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Bij afvoer van grond vanaf het perceel dient wel rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit.
Toetsingskader
Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Toetsing
Het plangebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied. De wegen in Kollumersweach betreffen allen 30 km/uur wegen. Voor deze wegen is het niet noodzakelijk een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uit te voeren. Bovendien ligt het plangebied aan een doodlopende weg voor gemotoriseerd verkeer.
Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
Toetsingskader
Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân.
Toetsing
Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (aanvraagnummer: 00006809). De uitkomst van deze toets is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Dit houdt in dat het plan beperkte invloed heeft op de wateraspecten. Het resultaat van de watertoets is opgenomen in bijlage 4.
Waterkwantiteit
In het wateradvies is aangegeven dat door ruimtelijke ontwikkelingen de hoeveelheid verhard oppervlak toeneemt met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.
Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in het wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater.
In het plangebied is in de huidige situatie een bedrijfsruimte gesitueerd. In de huidige situatie is circa 1.400 m2 verhard. Met de sloop van de bedrijfsgebouwen en de bouw van vier woningen van 76 m2 per woning zal de oppervlakte van de verharding afnemen. De verhardingstoename zal niet meer dan 200 m2 zijn, waardoor geen watercompensatie hoeft plaats te vinden.
Afvalwaterketen en riolering
Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:
In dit geval wordt aangesloten op de bestaande riolering aan de Sparrewei. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd.
Watersysteemkwaliteit en ecologie
Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden.
Veiligheid en waterkeringen
De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving.
Vanuit het aspect water is er geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.1 weergegeven.
Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm
| Stof | Toetsing van | Grenswaarde | |
| stikstofdioxide (NO2) | jaargemiddelde concentratie | 40 µg/m³ | |
| fijn stof (PM10) | jaargemiddelde concentratie | 40 µg/m³ | |
| 24-uurgemiddelde concentratie | max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ | ||
| fijn stof (PM2,5) | jaargemiddelde concentratie | 25 µg /m³ | |
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht.
Besluit niet in betekenende mate
In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:
Toetsing
Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. De luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. Op voorhand kan gesteld worden dat dit plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Bovendien valt het project, met de bouw van 4 woningen, onder de NIBM-regeling.
Toetsingskader
In de Erfgoedwet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld.
FAMKE
Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie Friesland de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.).
Toetsing
Voor de planontwikkeling zijn de archeologische kaarten van FAMKE geraadpleegd. Deze kaarten geven de actuele status op het gebied van archeologie weer. Uit de advieskaart van FAMKE voor de periode ijzertijd-middeleeuwen blijkt dat karterend onderzoek 3 wordt geadviseerd. In deze gebieden kunnen zich archeologische resten bevinden uit de periode ijzertijd - middeleeuwen. Het gaat hier dan met name om vroeg en vol-middeleeuwse veenontginningen. Daarbij bestaat de kans dat er zich huisterpjes uit deze tijd in het plangebied bevinden. Ook de wat oudere boerderijen kunnen archeologische sporen of resten afdekken, hoewel de veengronden eromheen al afgegraven zijn. De provincie beveelt aan om bij ingrepen van meer 5.000 m² een historisch en karterend onderzoek te verrichten, waarbij speciale aandacht moet worden besteed aan eventuele Romeinse sporen en/of vroeg-middeleeuwse ontginningen. Mochten er, als gevolg van het karterend archeologisch onderzoek, een of meerdere vindplaatsen worden aangetroffen, dan zal uit nader (waarderend) onderzoek moeten blijken hoe waardevol deze vindplaatsen zijn. Gezien het feit dat de ontwikkeling kleiner is dan 5.000 m2 hoeft voor de periode ijzertijd-middeleeuwen geen archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd.
Uit de advieskaart van FAMKE blijkt tevens dat voor de periode steentijd-bronstijd onderzoek bij grote ingrepen noodzakelijk is. Van deze gebieden wordt vermoed, op basis van eerder onderzoek dat eventuele aanwezige archeologische resten uit de steentijd al ernstig verstoord zijn. Voor de meeste kleine ingrepen is hier dan ook geen verder onderzoek noodzakelijk. Dat geldt ook voor de ontwikkeling in het plangebied.
De provincie heeft aangegeven dat een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is, maar gezien de eisen die de Erfgoedwet stelt adviseert de provincie om ter bescherming van de archeologische verwachtingswaarden een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' op te nemen. Dit advies heeft de gemeente Noardeast-Fryslân overgenomen, waardoor deze dubbelbestemming aan het plangebied is toegevoegd.
Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Toetsingskader
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.
Toetsing
Om te onderzoeken of sprake is van cultuurhistorische waarden is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Op deze kaart wordt de Sparrewei genoemd bij de Oude Paden Nieuwe Wegen. Met de ontwikkeling wordt de structuur van de weg niet gewijzigd.
Het aspect cultuurhistorie staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
Toetsingskader
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Toetsing
In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waarmee rekening moet worden gehouden. Daarom vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
Toetsingskader
In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden.
Toetsing
Binnen het plangebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Wel adviseert de brandweer de brandkraan ter hoogte van Sparrewei 14a weer operationeel te maken. Hierover heeft afstemming plaatsgevonden. Na inspectie blijkt de brandkraan vrij van begroeiing, de standpijp past er op en het aanwijsmiddel is aanwezig (vermeld op huisnummer 23). De leiding staat wel droog, wat de gemeente heeft doorgegeven aan Vitens.
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied in dit plan heeft twee bestemmingen gekregen. Deze zijn opgezet volgens het geldende bestemmingsplan en de recente standaarden van de gemeente Noardeast- Fryslân.
Tuin
De gronden met de bestemming 'Tuin' zijn bedoeld voor de tuinen bij de woningen. Binnen de bestemming 'Tuin' mogen geen gebouwen worden gebouwd. Erkers, vlaggenmasten en erf- en terreinafscheidingen mogen wel worden gerealiseerd.
Wonen - 1
De gronden met de bestemming 'Wonen - 1' zijn bedoeld voor woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep. Ondergeschikt, maar binnen deze bestemming zijn onder andere ook tuinen, wegen, straten en nutsvoorzieningen mogelijk.
Binnnen het aangegeven bouwvlak is een hoofdgebouw toegestaan. De goothoogte van een hoofdgebouw is maximaal 3,5 meter en de bouwhoogte van een hoofdgebouw is maximaal 9,5 meter.
Ondergeschikte bebouwing is toegestaan binnen het aangegeven bouwvlak als binnen de aanduiding erf. Ten hoogste 50% van het bouwperceel mag worden bebouwd tot een oppervlakte van 100 m². Ondergeschikte bebouwing is op minimaal 3 meter achter de voorgevel toegestaan. De bouwhoogte van ondergeschikte bebouwing is maximaal 6 meter.
De bouwhoogte van erf- en terrein afscheidingen is maximaal 2 meter.
Waarde - Archeologie
Ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden in de grond is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' toegekend. Archeologische waarden bij gebiedsoverstijgende ingrepen boven de 5.000 m² en dieper dan 30 cm, worden hiermee beschermd.
Het plangebied heeft de bestemmingen 'Wonen -1' en 'Tuin' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. In de verbeelding is binnen de bestemming 'Wonen - 1' een bouwvlak opgenomen waarbinnen maximaal één woning mag worden gebouwd, tenzij een maximum aantal wooneenheden is aangegeven. Verder mag alleen ondergeschikte bebouwing worden gebouwd binnen het bouwvlak dan wel op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'erf'.
Vooroverleg
Het concept-ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ter beoordeling voorgelegd aan de overlegpartners. De volgende overlegpartners hebben hierop gerageerd:
De reactie van de provincie heeft geleid tot een aanvulling op paragraaf 3.2 Provinciaal beleid, paragraaf 4.3 Ecologie en paragraaf 4.8 Archeologie en van de brandweer op paragraaf 4.11 Kabels en leidingen.
Zienswijzeperiode
Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.
Vaststelling
Het bestemmingsplan wordt op 26 april 2023 vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat voor belanghebbenden die eerder een zienswijze hebben ingediend de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).
Financiële haalbaarheid
Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling en een ontwikkeling van de gemeente Noardeast Fryslân.
Grondexploitatie
Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.
De gemeente heeft in de reactie op het informatieverzoek aangegeven dat een exploitatie- of planschadeovereenkomst wordt gesloten met de initiatiefnemer.