direct naar inhoud van Motivering
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Bolmeer 6 Zevenhuizen
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1969.TPZE24HERG01-VA01

Motivering

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

Initiatiefnemer heeft het voornemen om de functie (het gebruik) van het perceel Bolmeer 6 in Zevenhuizen planologisch te willen wijzigen van een bedrijfsfunctie (Recreatie-Verblijfrecreatie) naar een woonfunctie (Wonen). De voormalige bedrijfswoning met inpandige Bed & Breakfast (twee kamers) en de vrijstaande blokhut (55 m2) op het perceel, blijven na de planologische wijziging bestaan en in gebruik als particuliere woning met inpandige Bed & Breakfast en een vrijstaande blokhut als recreatiewoning.

Daarbij heeft een deel van de gronden op het perceel Bolmeer 6 planologisch gezien nog steeds een agrarische bestemming, maar is vanaf 2013 al feitelijk in gebruik en ingericht is als woonerf en/of tuin (incl. zwemvijver) behorende bij de voormalige bedrijfswoning. Deze gronden worden middels voorliggend TAM-omgevingsplan eveneens planologisch gewijzigd naar een woonfunctie.

Om dit te realiseren, wordt het omgevingsplan op deze punten aangepast. Er worden geen fysieke ingrepen gedaan; het betreft enkel een functiewijziging. Met de voorliggende motivering wordt aangetoond dat er sprake is een evenwichtige toedeling is van functies aan locaties.

1.2 Ligging werkingsgebied

Het werkingsgebied heeft betrekking op de gronden behorende bij het perceel Bolmeer 6 in Zevenhuizen, kadastraal bekend als gemeente Leek, sectie F, nummer 2438. Op de onderstaande figuur is een globale begrenzing van het werkingsgebied weergegeven ten opzichte van de omgeving.

afbeelding "i_NL.IMRO.1969.TPZE24HERG01-VA01_0001.jpg"
Figuur 1. Ligging werkingsgebied (bron: Omgevingsloket)

1.3 Planologische regeling

Het gemeentelijk omgevingsplan bestaat vooralsnog uit het omgevingsplan van rechtswege. Dit betreft het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bestaande uit (art. 22.1 Ow):

  • de besluiten, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet;
  • de kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet;
  • de regels waarvoor op grond van artikel 22.2, eerste lid, is bepaald dat ze tijdelijk deel uitmaken van het omgevingsplan.

De besluiten, kaarten en regels die voor dit plan voornemen relevant zijn komen hieronder nader aan de orde.

Toets huidige bestemmingsplanregels
In eerste aanleg maakt het werkingsgebied onderdeel uit van het bestemmingsplan Buitengebied Leek, partiële en correctieve herziening 2016' (vastgesteld op 01 juli 2020). In dat bestemmingsplan zijn de functies 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' en 'Agrarisch' en bijbehorende bouw- en gebruikregels aan het plangebied toegekend.

Via het bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan Buitengebied Westerkwartier (vastgesteld 26 november 2025) zijn de regels opnieuw vastgesteld. Dit in het kader van de harmonisatie van alle in het buitengebied van de voormalige gemeenten geldende regels. In de regeling die hoort bij de toegekende functie 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' is opgenomen dat op het perceel Bolmeer 6 niet meer dan één kamphuis/groepsaccommodatie is toegestaan. Hiermee wordt de zogenoemde blokhut bedoeld. Ook is specifiek voor dit perceel opgenomen dat een terrasvoorziening voor passanten is toegestaan. Daarnaast is opgenomen dat bedrijfswoningen binnen deze bestemming mede gebruikt mogen worden ten behoeve van een bed & breakfast tot een oppervlakte van niet meer dan 50 m2.

Op het zuidoostelijke deel van het plangebied geldt, zoals gezegd, de functie agrarisch.

Tevens gelden er voor het werkingsgebied op dit moment de volgende facet(bestemmings)plannen:

  • Geitenhouderijen (vastgesteld op 29 september 2021);
  • Parapluplan parkeren Westerkwartier (vastgesteld op 14 juni 2023);
  • Facetbestemmingsplan kruimelregeling (vastgesteld op 20 november 2024).

Hieronder is een uitsnede van de verbeelding opgenomen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1969.TPZE24HERG01-VA01_0002.jpg"
Figuur 2. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan (bron: Omgevingsloket)

Om de functiewijziging naar wonen mogelijk te maken, is een wijziging van het gemeentelijke omgevingsplan noodzakelijk.

1.4 Leeswijzer

Hoofdstuk 2 gaat in op de uitgangssituatie en de planuitgangspunten. In Hoofdstuk 3komt het relevante rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid aan bod. Hoofdstuk 4beschrijft de verschillende milieu- en omgevingsaspecten. In Hoofdstuk 5volgt de planbeschrijving in de vorm van een toelichting op de systematiek en een toelichting op de bestemmingen. Ten slotte verwoordt Hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

2.1 De bestaande situatie

In het werkingsgebied is een woning gesitueerd. In dit hoofdgebouw is ook, inpandig, een bed & breakfast met twee kamers aanwezig. De totale oppervlakte van de bed & breakfast met twee kamers is circa 120 m2. Daarnaast staat er een schuur en een blokhut op het perceel. De schuur staat ten noorden van het hoofdgebouw. De blokhut staat ten noordwesten van het hoofdgebouw en is in gebruik als recreatiewoning voor de verhuur. Het werkingsgebied heeft de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'.

Een deel van de gronden op het perceel Bolmeer 6 heeft weliswaar planologisch een agrarische bestemming, feitelijk zijn de betreffende gronden in gebruik en ingericht als woonerf en/of tuin (incl. zwemvijver).

afbeelding "i_NL.IMRO.1969.TPZE24HERG01-VA01_0003.jpg"
Figuur 3. Bestaande functionele indeling

Rondom het werkingsgebied zijn de gronden bestemd voor 'Agrarisch'. Ten noorden grenst het gebied tegen een vaart aan. Aan de oostkant loopt de weg Bolmeer. Op deze weg wordt het perceel ontsloten.

afbeelding "i_NL.IMRO.1969.TPZE24HERG01-VA01_0004.png"
Figuur 4. Luchtfoto huidige situatie werkingsgebied (bron: Bing Maps)

2.2 Voorgenomen situatie

Het planvoornemen betreft enkel een functiewijziging. De recreatiebestemming wordt veranderd naar een woonfunctie. Er vinden met het planvoornemen geen fysieke ingrepen plaats en er worden geen extra bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt. De huidige situatie blijft behouden. Het gaat in de nieuwe situatie om:

  • een woning;
  • een inpandige bed & breakfast met twee kamers;
  • een blokhut als recreatiewoning.

Het betreft een conserverende ontwikkeling; onder de oude bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie was planologisch meer mogelijk wat betreft het gebruik, dan wel bouwen. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om bij het perceel een terrasvoorziening voor passanten te realiseren, zoals nu planologisch is toegestaan, komt niet terug in de nieuwe regeling.

Vanaf 2013 is de omliggende grond al feitelijk in gebruik en ingericht als woonerf en/of tuin (incl. zwemvijver) behorende bij de voormalige bedrijfswoning. Middels voorliggende wijziging is dit deel van het perceel voorzien van een nadere aanduiding 'tuin'. De gebruiksmogelijkheden blijven daarmee beperkt tot tuininrichting en er mogen geen bouwwerken worden gebouwd.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht geworden. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI.

In zijn totaliteit kent de NOVI 21 nationale belangen en opgaven die het verder uitwerkt. Die opgaven zijn niet meer op zichzelf staand op te lossen, maar grijpen in elkaar. Met de NOVI zoekt het Rijk een perspectief om de grote opgaven aan te pakken, om Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Om die reden worden binnen de NOVI prioriteiten gesteld. De NOVI stelt daarbij een integrale aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk.

Het initiatief betreft slechts een functiewijziging. Het is niet strijdig met de NOVI.

3.2 Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie provincie Groningen

Op 1 juni 2016 is door Provinciale Staten de Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 vastgesteld. Op 8 november 2023 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsvisie op een aantal onderdelen gewijzigd. Doel van de Omgevingsvisie is het aantrekkelijke woon- en leefklimaat in de provincie verder verbeteren. Het accent in het beleid ligt op het benutten van de ontwikkelingsmogelijkheden, naast het beschermen van de karakteristieke bebouwde en onbebouwde elementen. De provincie wil ruimte bieden voor ondernemerschap om in te spelen op de dynamische ontwikkelingen. Activiteiten lopen steeds meer door elkaar heen. Dat heeft gevolgen voor het ruimtegebruik. Functies, als wonen en werken, zijn steeds minder van elkaar gescheiden. Door samenwerking met medeoverheden en andere partijen en het leveren van maatwerk wil de provincie haar doelen bereiken.

Een belangrijk doel van de Omgevingsvisie is om op strategisch niveau samenhang aan te brengen in het beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarom zijn in deze Omgevingsvisie zoveel mogelijk de visies op verschillende terreinen zoals ruimtelijke ontwikkeling, landschap en cultureel erfgoed, natuur, verkeer en vervoer, water, milieu en gebruik van natuurlijke hulpbronnen samengevoegd en inhoudelijk met elkaar verbonden. Er zijn ook onderdelen opgenomen van het provinciale beleid voor economie, energie en cultuur en welzijn, voor zover die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. In deze Omgevingsvisie is al het provinciale beleid dat op een of andere manier raakt aan de fysieke leefomgeving geformuleerd en geordend in vijf samenhangende thema's en elf provinciale belangen:

  • 1. Ruimte:
  • Ruimtelijke kwaliteit
  • Aantrekkelijk vestigingsklimaat
  • Ruimte voor duurzame energie
  • Vitale landbouw
  • 2. Natuur en landschap:
  • Beschermen landschap en cultureel erfgoed
  • Vergroten biodiversiteit
  • 3. Water:
  • Waterveiligheid
  • Schoon en voldoende water
  • 4. Mobiliteit:
  • Bereikbaarheid
  • 5. Milieu:
  • Tegengaan milieuhinder
  • Gebruik van de ondergrond

De Omgevingsvisie is een kaderstellend document voor de uitwerking van het beleid op deelterreinen door de provincie zelf en door gemeenten en waterschappen. Ook voor andere partijen (bedrijven) die iets willen dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, biedt de Omgevingsvisie houvast. De provincie wil met de Omgevingsvisie ruimte bieden en uitnodigen. Maar uit deze Omgevingsvisie vloeien ook richtlijnen en voorschriften voort, die zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening. Hiermee werkt het omgevingsbeleid (ruimtelijke ordening, water, mobiliteit en milieu) door in plannen van gemeenten en waterschappen.

3.2.2 Omgevingsverordening provincie Groningen

De Omgevingsverordening Provincie Groningen (hierna Omgevingsverordening) bevat regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, milieu en ontgrondingen. De Omgevingsverordening is nauw verbonden met de Geconsolideerde Omgevingsvisie provincie Groningen 2023 zoals hierboven is beschreven.

Het voornemen is om een bestaande bedrijfswoning planologisch te wijzigen naar een reguliere woning. De woning wordt daardoor onttrokken van het gebruik waarvoor het oorspronkelijk is opgericht. Dit maakt het een vrijgekomen woning. De volgende instructieregels zijn van toepassing op het voornemen:

Artikel 3.16 Instructieregel gebruik vrijgekomen gebouwen in het buitengebied

  • 1. Een omgevingsplan kan een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 3.12 (van de Omgevingsverordening provincie Groningen) mogelijk maken voor het hergebruik van vrijgekomen gebouwen, mits:
    • a. de functie wonen slechts wordt toegekend aan het hoofdgebouw of een bij het hoofdgebouw behorend karakteristiek gebouw of beeldbepalend gebouw;
    • b. geen afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het betrokken erf;
    • c. bedrijfsactiviteiten worden beperkt tot wat naar aard en omvang ruimtelijk, milieuhygiënisch en verkeerskundig inpasbaar is;
    • d. regels worden opgenomen voor de opslag van materialen en goederen op het erf; en
    • e. regels worden opgenomen over de uitoefening van detailhandel.
  • 2. De regels, als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, worden alleen vastgesteld als de omgevingsplanactiviteit past in een woonvisie als bedoeld in Artikel 3.30 of de gemeentelijke omgevingsvisie.

Het hoofdgebouw op het perceel is de voormalige bedrijfswoning met inpandige B&B. De wijziging van het gebruik betreft de voormalige bedrijfswoning; deze wordt nu gewijzigd naar een reguliere woning of woonfunctie. Naast het huidige hoofdgebouw (voormalige bedrijfswoning met inpandige B&B) is een schuur (opslag) en een blokhut (recreatiewoning) aanwezig. Het bijbehorend erf is ingericht als tuin inclusief zwemvijver. Het plan is conserverend van aard; er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Daarmee wordt voldaan aan de regels zoals opgenomen in artikel 3.16.

In dit artikel wordt ook verwezen naar artikel 3.12 Instructieregel aanwijzing omgevingsplanactiviteiten, waarin staat dat als omgevingsplanactiviteit wordt in ieder geval aangewezen het ontwikkelen van stedelijke voorzieningen in het buitengebied, voor zover het gaat over:

  • a. niet-agrarische bedrijven, woningen, kantoren;
  • b. voorzieningen voor de uitoefening van detailhandel, zaalsport en vrijetijdsbesteding, dienstverlening of horeca;
  • c. instellingen voor onderwijs, zorg, cultuur of bestuur; of
  • d. andere stedelijke voorzieningen.

Artikel 3.17 Instructieregel bouwactiviteiten vrijgekomen gebouwen in het buitengebied

  • 1. Een omgevingsplan kan een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 3.12 (van de Omgevingsverordening provincie Groningen) mogelijk maken voor zover het gaat over:
    • a. het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van vrijgekomen gebouwen met niet meer dan 20%;
    • b. het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van vrijgekomen gebouwen met meer dan 20%;
    • c. het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van nieuwe gebouwen anders dan vervangende nieuwbouw met niet meer dan 20%; of
    • d. het vergroten van de gezamenlijke oppervlakte van nieuwe gebouwen anders dan vervangende nieuwbouw met meer dan 20%.
  • 2. Het omgevingsplan stelt beoordelingsregels op grond waarvan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in het eerste lid, slechts kan worden verleend als de ruimtelijk relevante kenmerken van de gebouwen passen in het aanwezige bebouwingsbeeld.
  • 3. Het omgevingsplan stelt beoordelingsregels op grond waarvan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in:
    • a. het eerste lid, aanhef en onder b, slechts kan worden verleend met toepassing van de maatwerkmethode; en
    • b. het eerste lid, aanhef en onder d, slechts kan worden verleend met toepassing van de maatwerkmethode onder begeleiding van een bij de provincie werkzame deskundige op het gebied van stedenbouw en landschapsarchitectuur.

Het hoofdgebouw op het perceel is de voormalige bedrijfswoning met inpandige B&B. Het betreft het planologisch wijzigen van een bedrijfswoning naar een reguliere woonfunctie; er worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er is in dit geval dus geen sprake van vergroting van de oppervlakte van bebouwing.

Daarnaast is er een verbod op het permanent bewonen van recreatieverblijven. Dit maakt dat de volgende instructieregel van toepassing is op het voornemen:

Artikel 3.35 Instructieregel permanente bewoning van recreatieverblijven

Een omgevingsplan dat betrekking heeft op het buitengebied voorziet niet in de mogelijkheid van gebruik als feitelijk hoofdverblijf van verblijfsruimten waaraan een recreatieve functie is toegedeeld.

In artikel 3 van dit TAM-omgevingsplan is een toepassingsbereik opgenomen. In dit toepassingsbereik worden de regels uit het Parapluplan parkeren Westerkwartier (vastgesteld: 14 juni 2023), het bestemmingsplan Geitenhouderijen (vastgesteld: 29 september 2021) en het facetbestemmingsplan kruimelregeling (vastgesteld: 20 november 2024) van overeenkomstige toepassing verklaard op de locatie Bolmeer 6 Zevenhuizen. Het toepassingsbereik zorgt ervoor dat er niet apart in dit plan nog regels opgenomen hoeven te worden. Het vergroten van de oppervlakte van vrijgekomen gebouwen is in dit TAM-omgevingsplan niet aan de orde. Er worden immers geen fysieke ingrepen gedaan. Tot slot is er ook geen sprake van permanente bewoning van recreatieverblijven. Dit TAM-omgevingsplan wijzigt de functie naar 'wonen'. Dat levert geen problemen op voor het huidige gebruik van het bestaande bijgebouw op het perceel.

Conclusie
Er kan worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met het geldende provinciale beleid nu het voldoet aan de punten die voortkomen uit de instructieregels uit de omgevingsverordening van de provincie.

3.3 Waterschapsbeleid

Het initiatief valt onder het gebied van Waterschap Noorderzijlvest. Zij hebben beleid vastgesteld rondom het water, namelijk de Notitie water en ruimte 2014, het Waterbeheerprogramma 2022-2027 en de Waterschapsverordening. Het initiatief is niet in strijd met dit beleid, omdat het gaat om een functiewijziging.

3.4 Gemeentelijk beleid

Het initiatief is niet in strijd met de Omgevingsvisie Westerkwartier 2040 (vastgesteld op 16 februari 2022). Omdat er met het initiatief geen fysieke ingrepen plaatsvinden is het niet relevant om te toetsen aan de gemeentelijke welstandsnota. Het planvoornemen betreft het vastleggen van een bestaande woning in een woonfunctie. Zoals beschreven vinden er met het planvoornemen geen fysieke ingrepen plaats en er worden geen extra bouwmogelijkheden mogelijk gemaakt ten opzichte van het huidige planologische regime. De woning past binnen de bandbreedte van de Woonvisie 2020-2025. Het initiatief is daarmee niet in strijd met het gemeentelijk beleid.

Hoofdstuk 4 Milieu- en Omgevingsaspecten

4.1 Algemeen

Het plan betreft enkel de omzetting van een recreatiebestemming naar een woonfunctie. Er vinden geen fysieke ingrepen plaats en er komen geen extra mogelijkheden ten opzichte van het huidige planologische regime. Thema's zoals archeologie en ecologie zijn daarom niet relevant. In dit hoofdstuk worden alleen de voor dit plan relevante aspecten behandeld. Dit betreft eventuele hinder van bedrijven uit de omgeving op het perceel, het aspect bodem en volksgezondheid.

4.2 Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader
Met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn er instructieregels van het Rijk over onder andere geluid en geur van activiteiten (paragraaf 5.1.4.2 en 5.1.4.6 van het Bkl). Het omgevingsplan moet ervoor zorgen dat het geluid en de geur van activiteiten op geur- en geluidsgevoelige gebouwen (zoals woningen) aanvaardbaar is. In de aanwijzing van geur- en geluidsgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming. Daarom moet het omgevingsplan in beginsel hierover regels bevatten. De benodigde regels over geluid en geur van activiteiten zijn opgenomen in de bruidsschat.

Onderzoek
Zoals gezegd, heeft het voornemen betrekking op het omzetten van een recreatiefunctie naar een woonfunctie (met bed & breakfast en een recreatiewoning). Er moet daarom worden getoetst of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van het perceel, en ook andersom, op milieugevoelige objecten in de omgeving.

Schets van de omgeving
In de nabije omgeving van het plangebied zijn diverse woningen gelegen. Op ca. 80 meter ligt de woning Gravelandsewijk 7. Op ca. 100 meter ligt de woning Bolmeer 7 en op ca. 160 meter ligt de woning Gravelandsewijk 5 met gastenverblijf. De woningen en het gastenverblijf zijn geurgevoelige objecten die buiten de bebouwde kom zijn gelegen.
In de omgeving van het plangebied is voorts één bedrijf gelegen. Het gaat om het pluimveebedrijf aan de Gravelandsewijk 10. Bolmeer 6 is het meest nabij gelegen geurgevoelig object voor het pluimveebedrijf. Het pluimveebedrijf heeft vier stallen (stal A t/m D) waarvan stal D het dichtste bij het perceel Bolmeer 6 staat. De stal staat op ca. 30 meter afstand tot de perceelgrens Bolmeer 6 en op ca. 60 meter afstand tot het hoofdgebouw op het perceel Bolmeer 6. Het hoofdgebouw Bolmeer 6 ligt op ca. 50 m afstand tot de perceelsgrens van de pluimveehouderij.

Invloed van het voornemen op de omgeving
Om na te gaan of het geluid door activiteiten op het plangebied aanvaardbaar is, is de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering, editie 2009 geraadpleegd. De richtafstanden uit deze VNG-publicatie gelden tot het gebiedstype 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied'. In bepaalde gevallen kan gemotiveerd worden dat er geen sprake is van een 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied', maar een 'gemengd gebied'. In dit geval ligt het werkingsgebied in 'rustig buitengebied'.

Voor een bed & breakfast en een recreatiewoning zijn in de VNG-brochure geen richtafstanden opgenomen. Er zijn wel meer grootschalige activiteiten opgenomen, zoals een kampeerterrein met keuken, een hotel, pension, conferentieoord, en dergelijke. Hiervoor gelden richtafstanden tussen de 10 en 50 meter. Gezien de aard van de activiteiten aan Bolmeer 6 worden de afstanden die er nu zijn ten opzichte van omliggende woningen, in alle gevallen meer dan 50 meter, als voldoende gezien.

Invloed van de omgeving op het voornemen
De recreatiewoning en bed&breakfast zijn volgens het Bkl niet geur- of geluidgevoelig. De woning is dat wel. Uit raadpleging van de VNG-brochure blijkt dat er voor geluid een richtafstand van 50 meter geldt voor pluimveehouderijen (van perceelsgrens pluimveebedrijf tot gevel geluidgevoelig object). Voor geur geldt een richtafstand van 200 meter (van emissie punten pluimveebedrijf tot gevel hoofdgebouw).

Op basis van de korte afstand op de intensieve veehouderij is er nader onderzocht welke effecten geur en geluid hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning. Hieronder is daarop nader ingegaan.

Geur

Agrarisch bedrijf Gravelandsewijk 10
Door de Omgevingsdienst Groningen (ODG) is geadviseerd om de eerder uitgevoerde V-stacks berekening, voor het aspect geur, te actualiseren. Bij dit advies was het uitgangspunt de functiewijziging én het toevoegen van een minicamping, echter gaat deze motivering nu enkel uit van een functiewijziging. Het advies is toepasbaar op het voornemen.

De geurnorm voor het buitengebied van gemeente Westerkwartier is 8 OU/m3. Op figuur 5 is de geurcontour van het pluimveebedrijf in het blauw weergeven.

afbeelding "i_NL.IMRO.1969.TPZE24HERG01-VA01_0005.jpg"
Figuur 5. Geurcontouren pluimveebedrijf Gravelandsewijk 10 (bron: V-Stacks berekening, d.d. 12 maart 2024)

Figuur 5 laat zien dat het hoofdgebouw van het perceel Bolmeer 6 buiten de geurcontour valt. Er is bij de berekening uitgegaan van maximaal 79.800 opfokhennen (emissie: 15.120 OUe/s), verdeeld over drie emissie-punten. Volgens artikel 6.1 onder a zijn ter plaatse maximaal 39.900 opfokhennen toegestaan (7182 OUe/s). Er is echter uitgegaan van 79.800 opfokhennen omdat er hiervoor, volgens het advies van de ODG, een vergunning is afgegeven wat betreft emissie. Te zien is dat ook bij 79.800 opfokhennen het hoofdgebouw van het perceel Bolmeer 6 buiten de 8 OU/m3 contour valt.

Werkschuur perceel 2437
Op het naastgelegen perceel 2437, zie figuur 6, is een werkschuur aanwezig. Er zijn in het verleden geen milieumeldingen en/of omgevingsvergunningen verleend op dit perceel. In het vigerende bestemmingsplan is aan de werkschuur de aanduiding 'werkschuur' toegekend. Een werkschuur is in artikel 1.105 van het vigerende bestemmingsplan gedefinieerd als: een gebouw bestemd voor de opslag van materieel en producten ten behoeve van het agrarisch bedrijf. Op basis hiervan mag de schuur, nu en in de toekomst, niet in gebruik worden genomen voor het stallen van vee. Dit maakt dat het aspect geur wat betreft deze werkschuur niet relevant is voor het voornemen. Nader geuronderzoek is derhalve niet nodig.

afbeelding "i_NL.IMRO.1969.TPZE24HERG01-VA01_0006.png"
Figuur 6. Bestaande afstanden (Bron: gemeente Westerkwartier)

Geluid

Agrarisch bedrijf Gravelandsewijk 10
Bij bestaande woningen geldt bij het bepalen van de afstand tot een geluidsgevoelig object, de afstand van de gevel van het hoofdgebouw tot de perceelsgrens van het bedrijf. De richtafstand bedraagt 50 meter. De feitelijke afstand bedraagt 52,7 meter. Aan de richtafstand wordt derhalve voldaan. In het voorliggende TAM-Omgevingsplan is tevens de aanduiding 'tuin' opgenomen. Deze aanduiding volgt strak de bestaande gevel van de woning Bolmeer 6. In de regels is bepaald dat binnen de aanduiding 'tuin' niet mag worden gebouwd. Op deze manier wordt voorkomen dat de bestaande afstand wordt verkleind.

Aanvullend zijn de in tabel 1 genoemde geluidwaarden relevant. Deze geluidwaarden zijn opgenomen in artikel 22.63 (bruidsschat) van het gemeentelijk omgevingsplan.

afbeelding "i_NL.IMRO.1969.TPZE24HERG01-VA01_0007.png"
Tabel 1. Geluidwaarden omgevingsplan

Desalniettemin is op basis van beschikbaar gestelde gegevens, waaronder de milieuvergunning van de pluimveehouderij, een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarmee de geluidbelasting ten gevolge van de pluimveehouderij op de gevels van de recreatiewoning globaal is berekend. De berekende geluidniveaus geven inzicht in de mogelijke geluidbelasting van de beoogde woning.

Aan de situering, omvang en fysieke kenmerken van het gebouw en de omgeving vinden geen wijzigingen plaats. De feitelijke geluidbelasting ter plaatse blijft daardoor ongewijzigd. Ten behoeve van deze functiewijziging is beoordeeld of de bestaande geluidbelasting aanvaardbaar is voor een reguliere woning. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat ook bij uitgaan van een maximale representatieve bedrijfssituatie van de omliggende activiteiten wordt voldaan aan de standaard geluidgrenswaarden. De inpandige ‘bed & breakfast’ kwalificeert als een ondergeschikte nevenfunctie bij wonen en leidt niet tot een zelfstandige nieuwe geluidgevoelige functie. Vanuit akoestisch oogpunt is derhalve sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en vormt de functiewijziging geen belemmering. Het volledige onderzoek is als Bijlage 1 aan deze motivering toegevoegd.

Werkschuur perceel 2437
De afstand tussen de werkschuur en de gevel van het hoofdgebouw op het perceel Bolmeer 6 bedraagt 45,5 meter (zie afbeelding 6). Via de eerder besproken aanduiding 'Tuin' wordt voorkomen dat de bestaande afstand van 45,5 meter wordt verkleind.

Ter plaatse van de werkschuur vinden 'activiteiten plaatsen ten behoeve van het agrarisch bedrijf' (zie artikel 1.105 van het vigerend bestemmingsplan) welke geluid (kunnen) veroorzaken. Te denken valt aan geluid als gevolg van laden, lossen en het gebruik van machines. Ook voor deze activiteiten geldt dat middels het hierboven genoemde akoestisch onderzoek is aangetoond dat aan de relevante geluidwaarden wordt voldaan.

Conclusie
Het voornemen heeft wat betreft geur geen nadelige gevolgen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de Bolmeer 6. Wat betreft geluid is middels het akoestisch onderzoek aangetoond dat aan de grenswaarden wordt voldaan. Gelet op de huidige afstanden en het uitgevoerde akoestisch onderzoek, is er geen sprake van evidente onuitvoerbaarheid van het voornemen.

4.3 Bodem

Toetsingskader
Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (artikel 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie artikel 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, artikel IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en zijn de activiteiten opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving:

  • Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2).
  • Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22 Bal).
  • Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4).

Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit.

Onderzoek
In de huidige situatie is er voor de bedrijfswoning aan Bolmeer 6 al sprake van gebouwen waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen (langer dan twee uur per dag) verblijven. Er worden met dit initiatief geen bodemingrepen uitgevoerd en ook is er geen bodemverontreiniging bekend. Daarom is een bodemonderzoek niet noodzakelijk.

Conclusie
Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wat betreft het aspect bodem.

4.4 Water

Het voornemen vindt plaats in het waterschapsgebied van het waterschap Noorderzijlvest. In dit gebied gelden de beleidsstukken en regelgeving, zoals genoemd in paragraaf 3.3. Het initiatief is niet in strijd met deze stukken, omdat het gaat om een functiewijziging.

Daarnaast is het van belang om kort in te gaan op het afvoeren van hemelwater. De manier waarop hemwelwater nu wordt afgevoerd wordt met dit plan niet gewijzigd. De bestaande situatie blijft.

Er kan daarmee worden gesteld dat er geen nadelige effecten optreden wat betreft het aspect water.

4.5 Volksgezondheid

In het kader van de bestemmingsplan 'Geitenhouderijen' is er een zone van 2 km om bestaande geitenhouderijen. Binnen deze zone is er een eventueel verhoogd gezondheidsrisico. Het plangebied bevindt zich buiten dit werkingsgebied.

Er kan daarmee worden gesteld dat er geen nadelige effecten optreden wat betreft het aspect volksgezondheid.

4.6 Spuitzones

Binnen een afstand van circa 50 meter van de woning en het woonperceel aan de Bolmeer 6 liggen enkele agrarische percelen. Op deze percelen kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen plaatsvinden. Op figuur 7 is ter illustratie een zone van 50 meter rond het plangebied aangegeven. De figuur laat zien dat, uitgezonderd de noordoostzijde sprake is van overlap van agrarische gronden. Aan de noord- en noordoostzijde bevinden zich een agrarisch bedrijf en een werkschuur.

afbeelding "i_NL.IMRO.1969.TPZE24HERG01-VA01_0008.jpg"
Figuur 7. Zone 50 meter rond woonperceel

In de rechtspraak wordt bij gevoelige functies, zoals woningen en recreatieve verblijfsfuncties, als vuistregel een afstand van 50 meter tussen agrarische gronden en de gevoelige functie gehanteerd. Deze afstand volgt uit vaste jurisprudentie en wordt in de praktijk gebruikt als toetsingskader bij ruimtelijke besluiten en omgevingsplannen. Dat betekent dat ook bij een wijziging van een bestaande functie moet worden beoordeeld of de blootstelling van bewoners aan drift van gewasbeschermingsmiddelen aanvaardbaar blijft.

In dit geval gaat het om het wijzigen van een recreatieve functie naar een woonfunctie. De bestaande woning op het perceel kent in bestaande situatie reeds een bestemming die permanente bewoning toelaat. De voorliggende planologische regeling sluit met de nieuwe woonbestemming aan bij deze feitelijke situatie. Daarnaast is de woning op dit moment al een gevoelige functie, doordat deze op grond van het gemeentelijke omgevingsplan kan en mag worden gebruikt voor verblijf en nachtelijk verblijf. De wijziging van recreatief gebruik naar wonen leidt daarom niet tot een nieuwe gevoelige functie op deze locatie.

Met voorliggende omgevingsplanwijziging worden voorts geen nieuwe gebouwen mogelijk gemaakt. De bestaande bebouwing en de situering daarvan ten opzichte van de agrarische percelen veranderen niet. Het perceel krijgt geen extra bouw- of gebruiksmogelijkheden dichter naar de agrarische gronden toe. Ook wordt de gebruiksintensiteit niet vergroot ten opzichte van de bestaande legale situatie.

De omliggende agrarische gronden behouden voorts hun huidige agrarische bestemming en gebruiksmogelijkheden. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op deze gronden wordt primair gereguleerd via het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de bruidsschatregels die in het tijdelijke deel van het omgevingsplan zijn opgenomen. De voorgestelde omgevingsplanwijziging brengt hierin geen verandering. De voorschriften uit het Bal en overige relevante milieuregels blijven volledig van toepassing op de agrarische bedrijven rondom Bolmeer 6. Tegelijkertijd wordt met deze planwijziging geen extra beperking gelegd op de agrarische bedrijfsvoering. De agrarische percelen liggen in de huidige situatie al binnen 50 meter van een woning. De agrariërs worden door de omzetting van de recreatieve functie naar een woonfunctie niet verder beperkt dan zij op grond van de bestaande situatie al waren.

Daarmee is naar het oordeel van de gemeente sprake van een evenwichtige afweging tussen de belangen van de bewoners en de agrarische bedrijven. In deze concrete situatie is er geen aanleiding om aanvullende spuitzoneregels in dit omgevingsplan op te nemen.

Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving

5.1 Inleidende regels

5.1.1 Inleiding

Dit TAM-Omgevingsplan vormt een alternatieve mogelijkheid om het omgevingsplan te wijzigen, wanneer dit nog niet via de nieuwe standaard kan worden gedaan. Het doel van dit TAM-plan is om te voorkomen dat planvorming (en in het bijzonder gebiedsontwikkeling) onaanvaardbare vertraging oploopt onder de Omgevingswet. Het TAM-plan wordt met de techniek van de Wet ruimtelijke Ordening (Wro)-standaard (IMRO-standard) wijzigingsbesluit van het omgevingsplan bekendgemaakt. Dit gebeurt conform de eisen inhoudelijke eisen van de Omgevingswet. De bekendmaking vindt niet plaats via publicatie naar de LVBB, maar via het vaststellingsbesluit via DROP in het Gemeenteblad wordt gepubliceerd. Het voorliggende TAM-plan is vervolgens ook direct raadpleegbaar in het DSO.

Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de vorige hoofdstukken, hebben in de regels van dit TAM- Omgevingsplan hun juridische vorm gekregen in de vorm van functies en activiteiten. Deze paragraaf bespreekt de juridische vormgeving van het TAM-Omgevingsplan.

Onder de Omgevingswet is er geen standaard zoals men dat onder de SVBP 2012 kende. Voorliggend TAM-plan wordt gemaakt conform de inhoudelijke eisen van de Omgevingswet, maar zal technisch gezien het 'oude' format hebben (IMRO).

5.1.2 Dit TAM-omgevingsplan

De regels in dit TAM-omgevingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken:

Hieronder worden deze hoofdstukken puntgewijs besproken.

5.1.3 Inleidende regels

Deze artikelen geven aan wat in de regels onder bepaalde begrippen moet worden verstaan en hoe moet worden gemeten bij de toepassing van de bouwregels of sommige gebruiksregels van het plan. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, in overeenstemming met normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Alle begrippen worden in alfabetische volgorde opgenomen, met uitzondering van het eerste begrip 'plan' en 'omgevingsplan'. Voor de overige onderdelen te weten; de meet- en rekenbepalingen is aansluiting gezocht bij andere bestemmingsplannen in de gemeente Westerkwartier. Aanvullend zijn de begripsbepalingen, toepassingsbereik, meet- en rekenbepalingen en aanvraagvereisten conform de inhoudelijke vereisten van de Omgevingswet opgesteld.

5.1.4 Functies en activiteiten

Wonen
De voorliggende ontwikkeling heeft de functie Wonen. De ontwikkeling ziet op een functiewijziging van recreatiefunctie naar woonfunctie. Aanvullend is een aanduiding 'tuin' opgenomen, waarbinnen bouwen ten behoeve van een woonfunctie is uitgesloten. Daarmee wordt voorkomen dat de bestaande afstand tussen de woning en het dierenverblijf op het naastgelegen perceel van een derde (Gravelandsewijk 10 en Bolmeer 5A) wordt verkleind.
Tot slot is een aanduiding 'recreatiewoning' opgenomen. Bepaald is dat ter plaatse een recreatiewoning overeenkomstig de bestaande situatie en afmetingen is toegestaan.

5.1.5 Algemene regels

In het hoofdstuk algemene regels zijn de 'Anti-dubbeltelregel', de 'Algemene gebruiksregels', 'Algemene afwijkingsregels' en de 'Algemene regels voor functies en activiteiten' opgenomen.

5.1.6 Overgangsregels

Tot slot bevat hoofdstuk 4 de 'Overgangsregels' waarin het overgangsrecht voor bouwwerken en functioneel gebruik is geregeld.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Participatie

In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling staat een plicht voor de aanvrager van een omgevingsvergunning om bij de aanvraag aan te geven:

  • of de aanvrager aan participatie heeft gedaan;
  • zo ja: hoe de aanvrager aan participatie heeft gedaan en wat de resultaten zijn.

Vanuit deze verplichting is de aanvrager in gesprek geweest met verschillende bewoners en gebruikers rondom de locatie Bolmeer 6 te Zevenhuizen. Deze gesprekken hebben plaatsgevonden in het voorjaar van 2024. Het verslag is opgenomen in bijlage 4.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Voor dit TAM-IMRO omgevingsplan heeft vooroverleg plaatsgevonden met de provincie Groningen en het Waterschap Noorderzijlvest. Dit is verwerkt in het plan en de stukken zijn bijgevoegd in bijlage 2 en 3.

De procedure voor vaststelling van een omgevingsplan is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. Het ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p Bolmeer 6 Zevenhuizen heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens de terinzagelegging kon iedereen het plan inzien via internet en bij het Klant Contact Centrum in het gemeentehuis in Zuidhorn. Naar aanleiding van de terinzagelegging zijn drie zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in de Zienswijzennota die als Bijlage 5 aan deze motivering is toegevoegd. De zienswijzen hebben aanleiding gegeven tot het wijzigen van de motivering en de regels. Zo is artikel 7.5, welke ingaat op maatvoorschriften voor het realiseren van een kleinschalig kampeerterrein op het perceel Bolmeer 6 terwijl dit expliciet verboden is in artikel 9.2 en 11.1 onder d zonder dat daarvoor een binnenplanse afwijking is opgenomen, uit de regels gehaald. Daarnaast zijn er tekstuele zaken aangepast in de motivering zodat de motivering beter aansluit op hetgeen wat juridisch in de regels is geregeld en op de planverbeelding is vastgelegd.

6.3 Economische uitvoerbaarheid

De kosten die gepaard gaan met de functiewijziging worden door de initiatiefnemer gedragen.