direct naar inhoud van Regels (hoofdstuk 22B van het Omgevingsplan Hoeksche Waard)
Plan: TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22B Torensteepolder Veld 1D Numansdorp
Status: vastgesteld
Plantype: Omgevingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1963.TAM22bTSPv1dNDP-VG01

Regels (hoofdstuk 22B van het Omgevingsplan Hoeksche Waard)

Preambule

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie TAM-Omgevingsplan Torensteepolder Fase D en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22B) van het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.


De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/home uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22B van het omgevingsplan van de gemeente Hoeksche Waard. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22B' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22B' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Torensteepolder fase D

Afdeling 1 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Paragraaf 1.1 Voorrangsbepalingen
Artikel 1.1.1 Toepassingsbereik
  • 1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid.
  • 2. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.
  • 3. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22B Torensteepolder Veld 1D Numansdorp van de gemeente Hoeksche Waard, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1963.TAM22bTSPv1dNDP-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/

Paragraaf 1.2 Algemene bepalingen
Artikel 1.2.2 Begripsbepalingen
  • 1. Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in artikel 3, tweede lid, daarvan is afgeweken.

Artikel 1.2.3 Meet- en rekenbepalingen

Bij de toepassing van de regels wordt als volgt gemeten:

  • a. afstanden: afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn.
  • b. de bebouwde oppervlakte: van een (bouw)perceel, een bouwvlak of ander terrein, buitenwerks en neerwaarts geprojecteerd, als het totaal van de (grond)oppervlakten van alle op het terrein gelegen gebouwen en andere bouwwerken.
  • c. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
  • d. de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidsmuren (op 1 m boven peil). Wanneer de gevels niet evenwijdig lopen of verspringen wordt het gemiddelde genomen van de kleinste en grootste maat.
  • e. dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
  • f. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de van de bovenkant goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
  • g. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
  • h. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Artikel 1.2.4 Aanvraagvereisten

De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.

Artikel 1.2.5 Normadressaat

Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij in de regels van dit plan anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Afdeling 2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

Paragraaf 2.1 Gebieden
Subparagraaf 2.1.1 Woongebied
Artikel 2.1.6 Aanwijzing

Er is een gebiedstype 'Woongebied'.

Artikel 2.1.7 Geometrisch begrenzing gebiedstype

De regels van deze subparagraaf gelden ter plaatse van het werkingsgebied 'Woongebied'.

Artikel 2.1.8 Doelen

De regels voor dit gebiedstype zijn gesteld met het oog op:

  • a. het ontwikkelen van voldoende duurzame woningen die passen bij de woningbehoeften;
  • b. het komen tot een omgeving die klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht;
  • c. het bewaken van de leefbaarheid ter plaatse van bestaande woningen;
  • d. het bewerkstelligen van een goed woon- en leefklimaat voor nieuwe woningen.

Artikel 2.1.9 Waarden

In het gebiedstype 'Woongebied' gelden specifiek de volgende waarden:

Artikel 2.1.10 Gebruiksactiviteiten

Alleen de volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan:

  • a. Wonen, als bedoeld in Artikel 3.2.39, mits wordt voldaan aan de regels van Subparagraaf 3.2.1 ;
  • b. Het uitoefenen van een beroep aan huis, zoals bedoeld in Artikel 3.2.40, mits wordt voldaan aan de regels van Artikel 3.2.43;
  • c. Het exploiteren van een bedrijf aan huis, zoals bedoeld in Artikel 3.2.41, mits wordt voldaan aan de regels van Artikel 3.2.43;
  • d. Het gebruiken van gronden ten behoeve van water-, groen- en verkeersvoorzieningen;
  • e. Het gebruiken van gronden of bouwwerken ten behoeve van functioneel ondersteunende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven, woonstraten, woonerven, pleinen, fietspaden en/of -stroken en voetpaden, voorzieningen van algemeen nut, speelplaatsen, speelvoorzieningen, in- en uitritten en parkeervoorzieningen.

Artikel 2.1.11 Bouwactiviteiten

Het verrichten van bouw- en sloopactiviteiten is toegestaan, mits wordt voldaan aan de regels in paragraaf 3.3.1.

Artikel 2.1.12 Uitvoeren van werken en werkzaamheden

Het uitvoeren van werken en werkzaamheden is toegestaan.

Subparagraaf 2.1.13 Groen
Artikel 2.1.13 Aanwijzing

Er is een gebiedstype 'Groen'.

Artikel 2.1.14 Geometrisch begrenzing gebiedstype

De regels van deze subparagraaf gelden ter plaatse van het werkingsgebied 'Groen'.

Artikel 2.1.15 Doelen

De regels voor dit gebiedstype zijn gesteld met het oog op:

  • a. het komen tot een omgeving die klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht;
  • b. het bewaken van de leefbaarheid ter plaatse van bestaande woningen;
  • c. het bewerkstelligen van een goed woon- en leefklimaat voor nieuwe woningen.

Artikel 2.1.16 Waarden

In het gebiedstype 'Groen' gelden specifiek de volgende waarden:

Artikel 2.1.17 Gebruiksactiviteiten

Alleen de volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden voor groen, water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen, voet- en fietspaden, speel- en verblijfsvoorzieningen, ondergrondse afvalinzamelingssystemen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen.

Artikel 2.1.18 Bouwactiviteiten

Het verrichten van bouwactiviteiten is toegestaan, mits wordt voldaan aan:

Artikel 2.1.19 Uitvoeren van werken en werkzaamheden

Het uitvoeren van werken en werkzaamheden is toegestaan, mits wordt voldaan aan:

  • a. Subparagraaf 3.4.66 (activiteiten met betrekking tot het aanleggen en in stand houden van groen en water).

Subparagraaf 2.1.20 Water
Artikel 2.1.20 Aanwijzing

Er is een gebiedstype 'Water'.

Artikel 2.1.21 Geometrisch begrenzing gebiedstype

De regels van deze subparagraaf gelden ter plaatse van het werkingsgebied 'Water'.

Artikel 2.1.22 Doelen

De regels voor dit gebiedstype zijn gesteld met het oog op:

  • a. het komen tot een omgeving die klimaatadaptief en natuurinclusief is ingericht;
  • b. het bewaken van de leefbaarheid ter plaatse van bestaande woningen;
  • c. het bewerkstelligen van een goed woon- en leefklimaat voor nieuwe woningen.

Artikel 2.1.23 Waarden

In het gebiedstype 'Water' gelden specifiek de volgende waarden:

Artikel 2.1.24 Gebruiksactiviteiten

Alleen de volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden voor water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen, bermen, taluds, bruggen en duikers voor kruisingen met het wegverkeer.

Artikel 2.1.25 Bouwactiviteiten

Het verrichten van bouwactiviteiten is toegestaan, mits wordt voldaan aan:

Artikel 2.1.26 Uitvoeren van werken en werkzaamheden

Het uitvoeren van werken en werkzaamheden is toegestaan, mits wordt voldaan aan:

  • a. Subparagraaf 3.4.66 (activiteiten met betrekking tot het aanleggen en in stand houden van groen en water).

Subparagraaf 2.1.27 Verkeer
Artikel 2.1.27 Aanwijzing

Er is een gebiedstype 'Verkeer'.

Artikel 2.1.28 Geometrisch begrenzing gebiedstype

De regels van deze subparagraaf gelden ter plaatse van het werkingsgebied 'Verkeer'.

Artikel 2.1.29 Doelen

De regels voor dit gebiedstype zijn gesteld met het oog op:

  • a. het realiseren en behouden van een goede verkeersontsluiting;
  • b. het bewaken van de leefbaarheid ter plaatse van bestaande woningen;
  • c. het bewerkstelligen van een goed woon- en leefklimaat voor nieuwe woningen.

Artikel 2.1.30 Waarden

In het gebiedstype 'Verkeer' gelden specifiek de volgende waarden:

Artikel 2.1.31 Gebruiksactiviteiten

Alleen de volgende activiteiten zijn toegestaan:

  • a. Het gebruiken van gronden voor verkeersdoeleinden, groen, water, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen, bermen, taluds, parkeervoorzieningen en voet- en fietspaden, speel- en verblijfsvoorzieningen, ondergrondse afvalinzamelingssystemen, nutsvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen.

Artikel 2.1.32 Bouwactiviteiten

Het verrichten van bouwactiviteiten is toegestaan, mits wordt voldaan aan:

Artikel 2.1.33 Uitvoeren van werken en werkzaamheden

Het uitvoeren van werken en werkzaamheden is toegestaan, mits wordt voldaan aan:

  • a. Subparagraaf 3.4.1 (activiteiten met betrekking tot het aanleggen en in stand houden van infrastructuur).

Afdeling 3 Activiteiten

Paragraaf 3.1 Algemene bepalingen
Subparagraaf 3.1.1 Algemeen
Artikel 3.1.34 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a. de bewoonbaarheid van het land en de bescherming van het leefmilieu;
  • b. het beschermen van het milieu;
  • c. het beschermen van de gezondheid;
  • d. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; en
  • e. het waarborgen van de veiligheid.

Subparagraaf 3.1.35 Parkeren
Artikel 3.1.35 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen, het uitbreiden of wijzigen van gebouwen en het uitbreiden of wijzigen van de functie van gebouwen of gronden.

Artikel 3.1.36 Zorgplicht voorzien in voldoende parkeergelegenheid
  • 1. Er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto en fiets op eigen terrein. Onder voldoende parkeergelegenheid wordt verstaan datgene dat is vastgelegd in 'Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen' welke als Bijlage 1 bij deze omgevingsplanwijziging is opgenomen.
  • 2. In afwijking van hetgeen bepaald in lid 1 geldt voor sociale huurwoningen dat voorzien is in voldoende parkeergelegenheid indien een parkeernorm per woning wordt gehanteerd van:
    • a. 0,9 parkeerplaats bij een woning tot 75 m² inclusief bezoekersparkeren;
    • b. 1,1 parkeerplaats bij een woning 75 m2 tot 90 m2 inclusief bezoekersparkeren;
  • 3. In afwijking van hetgeen bepaald in lid 1 geldt voor grondgebonden woningen dat voorzien is in voldoende parkeergelegenheid indien een parkeernorm per woning wordt gehanteerd van:
    • a. 1,8 parkeerplaats bij een rijwoning (tussen- en hoekwoning) inclusief bezoekersparkeren;
    • b. 2,2 parkeerplaats bij een twee-onder-een kapwoning en vrijstaande woning inclusief bezoekersparkeren.

Artikel 3.1.37 Maatwerk- en vergunningvoorschriften

Met een maatwerkvoorschrift of een vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van Artikel 3.1.36 voor zover naar het oordeel van burgemeester en wethouders:

  • a. Op andere wijze in voldoende parkeer- of stallinggelegenheid wordt voorzien; of
  • b. Het voldoen aan dat artikel door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

Paragraaf 3.2 Gebruiksactiviteiten
Subparagraaf 3.2.1 Algemene regels wonen
Artikel 3.2.38 Toepassingsbereik

De regels van deze subparagraaf gelden binnen het werkingsgebied 'Woongebied'.

Artikel 3.2.39 Aanwijzing activiteit - wonen

Als activiteit 'wonen' wordt aangewezen het bewonen van een woning door een huishouden.

Artikel 3.2.40 Aanwijzing activiteit - beroep aan huis

Als activiteit 'beroep aan huis' wordt aangewezen het beroepsmatig uitoefenen van activiteiten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, cosmetisch, educatief, kunstzinnig, ontwerptechnisch, maatschappelijk, waaronder gastouderopvang, of daarmee gelijk te stellen gebied.

Artikel 3.2.41 Aanwijzing activiteit - bedrijf aan huis

Als activiteit 'bedrijf aan huis' wordt aangewezen het voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten.

Artikel 3.2.42 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a. een goed woon- en leefklimaat;
  • b. het beschermen van het milieu;
  • c. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties;
  • d. het ontwikkelen van een duurzame woningvoorraad; en
  • e. het beschermen van de gezondheid.

Artikel 3.2.43 Algemene regels voor het uitoefenen van een beroep aan huis of exploiteren van een bedrijf aan huis

De vloeroppervlakte waarop een beroep aan huis wordt uitgeoefend of een bedrijf aan huis wordt geëxploiteerd, bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² en met dien verstande dat:

  • a. het beroep of bedrijf moet worden uitgeoefend door de bewoner van het betreffende perceel;
  • b. horeca en detailhandel zijn uitgesloten.

Paragraaf 3.3 Bouwactiviteiten
Subparagraaf 3.3.1 Bouwregels Woongebied
Artikel 3.3.44 Aanwijzing activiteiten

Als activiteit wordt aangewezen het bouwen en in stand houden van bouwwerken.

Artikel 3.3.45 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken binnen het werkingsgebied 'Woongebied'.

Artikel 3.3.46 Oogmerken

De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu;
  • b. het gebruik van bouwwerken; en
  • c. een goede omgevingskwaliteit.

Artikel 3.3.47 Bouwregels hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen binnen het werkingsgebied 'Woongebied' gelden de volgende regels:

  • a. hoofdgebouwen worden uitsluitend binnen het werkingsgebied 'Overige zone - Woongebied - 1' en 'Overige zone - Woongebied - gestapelde woningen' gebouwd;
  • b. binnen het werkingsgebied 'Woongebied' worden maximaal 250 woningen gebouwd;
  • c. het bouwen van gestapelde woningen is uitsluitend toegestaan binnen het werkingsgebied 'Overige zone - Woongebied - gestapelde woningen';
  • d. de voorgevel van een hoofdgebouw wordt georiënteerd op de openbare weg dan wel een openbare groenvoorziening;
  • e. de afstand van de voorgevel van een grondgebonden rijwoning tot de naar de openbare weg openbare weg gekeerde perceelsgrens bedraagt ten minste 1,5 m;
  • f. de afstand van het hoofdvolume van een grondgebonden vrijstaande en/of twee onder één kapwoning tot de naar de openbare weg gekeerde perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m;
  • g. de afstand van het hoofdvolume van appartementen tot de naar de openbare weg dan wel openbare groenvoorziening gekeerde perceelsgrens bedraagt ten minste 1,5 m;
  • h. de goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan op de verbeelding aangegeven;
  • i. de bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal niet meer dan op de verbeelding aangeven;
  • j. de afstand tussen niet aaneen gebouwde woningen bedraagt minimaal 2 m.

Artikel 3.3.48 Bouwregels bijbehorende bouwwerken

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken binnen het werkingsgebied 'Woongebied', gelden de volgende regels:

  • a. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij vrijstaande en twee-onder-een-kapwoningen bedraagt ten hoogste 50% van het zij- en achtererf met een maximum van 75 m²;
  • b. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen dienen op een afstand van tenminste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd;
  • c. de goothoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan op de verbeelding aangegeven;
  • d. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen en aangebouwde overkappingen bedraagt ten hoogste de bouwhoogte van het hoofdgebouw, met een maximum van 5 m;
  • e. in afwijking van het bepaalde onder b, mag aan iedere woning een erker worden gebouwd met een maximum oppervlakte van 6 m2 en een goothoogte die niet meer bedraagt dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning.

Artikel 3.3.49 Bouwregels overige bouwwerken

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan de bouwwerken bedoeld in Artikel 3.3.47 en Artikel 3.3.48, geldt dat de bouwhoogte niet meer bedraagt dan:

  • a. 7 m voor palen en masten;
  • b. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen voorzover gelegen achter de naar de weg gekeerde gevel dan wel het verlengde van die gevel;
  • c. 1 m voor overige erf- en terreinafscheidingen;
  • d. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Artikel 3.3.50 Afwijking maatvoering, aantallen en percentages

In afwijking van het bepaalde in Artikel 3.3.47 tot en met Artikel 3.3.49, kunnen de maatvoeringen, aantallen en percentages in die artikelen worden overschreden met maximaal 10%, voor zover dat van belang is voor duurzaamheidsmaatregelen, een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover dat noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

Artikel 3.3.51 Aanwijzing woningbouwcategorieën

Binnen het werkingsgebied 'Woongebied' dient minimaal 30% van het aantal te bouwen woningen te worden uitgevoerd als sociale huurwoningen als bedoeld in artikel 5.161c van het Besluit kwaliteit leefomgeving, ten behoeve van de doelgroep huishoudens met een inkomen dat niet hoger is dan de inkomensgrens als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet.

Artikel 3.3.52 Instandhouding woningbouwcategorieën

De woningen bedoeld in 3.3.51 blijven voor een termijn van ten minste 25 jaar na de eerste ingebruikname beschikbaar en in stand voor de in dat artikellid genoemde doelgroep.

Artikel 3.3.53 Beeldkwaliteit
  • 1. Voor het bouwen van een bouwwerk ter plaatse van het werkingsgebied 'Overige zone - Woongebied - 1' geldt dat wordt voldaan aan de eisen over het uiterlijk daarvan, waaronder begrepen de vormgeving, kleur, materiaalgebruik en situering zoals die zijn opgenomen in Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan Torensteepolder fase D.

  • 2. Het beeldkwaliteitsplan 'Beeldkwaliteitsplan Torensteepolder fase D' maakt als bijlage 2 integraal onderdeel uit van dit omgevingsplan.

  • 3. Bij de beoordeling van aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk binnen dit gebied wint het college van burgemeester en wethouders advies in bij een daartoe aangewezen onafhankelijke deskundige of commissie ten aanzien van de verenigbaarheid van het plan met het beeldkwaliteitsplan.

  • 4. Het college van burgemeester en wethouders mag slechts afwijken van het beeldkwaliteitsplan indien uit het ingewonnen advies blijkt dat het beoogde uiterlijk ten minste gelijkwaardig is aan de in het beeldkwaliteitsplan gestelde kwaliteitseisen en dit gemotiveerd wordt onderbouwd in het besluit op de aanvraag.

Artikel 3.3.54 Bouwen langs watergangen

Binnen een zone van 1 m vanaf watergangen, gemeten vanaf de insteek, is het verboden bouwwerken te bouwen.

Subparagraaf 3.3.55 Bouwregels binnen werkingsgebied Verkeer
Artikel 3.3.55 Toepassingsbereik

De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op bouwactiviteiten binnen het werkingsgebied 'Verkeer'.

Artikel 3.3.56 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. het beschermen van het woon- en leefklimaat;
  • b. het gebruik van bouwwerken; en
  • c. het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 3.3.57 Bouwregels bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen het werkingsgebied 'Verkeer' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, waarbij geldt dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten hoogste 10 m bedraagt.

Subparagraaf 3.3.58 Bouwregels binnen werkingsgebied Groen
Artikel 3.3.58 Toepassingsbereik

De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op bouwactiviteiten binnen het werkingsgebied 'Groen'.

Artikel 3.3.59 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. het beschermen van het woon- en leefklimaat;
  • b. het bereiken en in stand houden van een landschappelijke inpassing die past bij het omliggende woongebied;
  • c. het beschermen van de gezondheid;
  • d. het beschermen van ecologische waarden;
  • e. ruimte creëren voor waterberging;
  • f. het behoud van cultureel erfgoed;
  • g. het gebruik van bouwwerken; en
  • h. het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 3.3.60 Bouwregels bouwwerken

Binnen het werkingsgebied 'Groen' mogen uitsluitend groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, watervoorzieningen, (ondergrondse) afvalverzamelsystemen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen worden gerealiseerd, waarbij de volgende bepalingen in acht dienen te worden genomen:

  • a. binnen het werkingsgebied mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m;
  • c. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt ten hoogste 3 m;
  • d. de bouwhoogte voor palen en (licht)masten bedraagt ten hoogste 7 m;
  • e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 2 m.


Subparagraaf 3.3.61 Bouwregels binnen werkingsgebied Water
Artikel 3.3.61 Toepassingsbereik

De regels in deze subparagraaf zijn van toepassing op bouwactiviteiten binnen het werkingsgebied 'Water'.

Artikel 3.3.62 Oogmerken

De regels in deze subparagraaf zijn gesteld met het oog op:

  • a. het beschermen van het woon- en leefklimaat;
  • b. het bereiken en in stand houden van een landschappelijke inpassing die past bij het omliggende woongebied;
  • c. het beschermen van de gezondheid;
  • d. het beschermen van ecologische waarden;
  • e. ruimte creëren voor waterberging;
  • f. het gebruik van bouwwerken; en
  • g. het beschermen van de ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 3.3.63 Bouwregels bouwwerken

Binnen het werkingsgebied 'Water' mogen uitsluitend watervoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, bruggen, kunstobjecten, oevers, en nutsvoorzieningen worden gerealiseerd, waarbij de volgende bepalingen in acht dienen te worden genomen:

  • a. binnen het werkingsgebied mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd;
  • b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 2 m.

Paragraaf 3.4 Uitvoeren van werken en werkzaamheden
Subparagraaf 3.4.1 Activiteiten met betrekking tot het aanleggen en in stand houden van infrastructuur
Artikel 3.4.64 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen en in stand houden van infrastructuur binnen de werkingsgebied 'Verkeer'.

Artikel 3.4.65 Algemene regels

Toegelaten activiteiten zijn het aanleggen en in stand houden van:

  • a. wegen
  • b. voet- en fietspaden
  • c. geluidswerende voorzieningen;
  • d. parkeervoorzieningen;
  • e. functioneel ondersteunende voorzieningen groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, speelvoorzieningen, bruggen, al dan niet ondergrondse afvalvoorzieningen, en voorzieningen van algemeen nut.

Subparagraaf 3.4.66 Activiteiten met betrekking tot het aanleggen en in stand houden van groen en water
Artikel 3.4.66 Aanwijzing activiteit

Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen en in stand houden van groen- en watervoorzieningen binnen het werkingsgebied 'Groen' en 'Water'.

Artikel 3.4.67 Algemene regels

Toegelaten activiteiten zijn het aanleggen van:

  • a. groenvoorzieningen;
  • b. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • c. functioneel ondersteunende voorzieningen waaronder speelvoorzieningen, ontsluitingen, parkeervoorzieningen, geluidsafschermende voorzieningen, al dan niet ondergrondse afvalvoorzieningen, en voorzieningen van algemeen nut.

Afdeling 4 Overgangsrecht

Paragraaf 4.1 Overgangsrecht
Artikel 4.1.68 Overgangsrecht met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken, bedoeld in paragraaf 3.2
  • 1. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip waarop deze wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, en dat als gevolg van die wijziging in strijd is met de regels over gebruik in afdeling 3.2 mag worden voortgezet.
  • 2. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat voorafgaand aan wijziging van dit omgevingsplan reeds in strijd was met de voorheen geldende regels over gebruik in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.
  • 3. Het is verboden het strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen in een ander met het omgevingsplan strijdig gebruik.
  • 4. Indien het strijdig gebruik, bedoeld in het eerste lid, na inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde wijziging voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

Artikel 4.1.69 Overgangsrecht met betrekking tot bouwwerken als bedoeld in paragraaf 3.3
  • 1. Een bouwwerk waarop het overgangsrecht voor bestaande bouwwerken in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet, van toepassing is, mag in stand worden gehouden.
  • 2. Een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is en afwijkt van het omgevingsplan na wijziging, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot:
      • I. in stand worden gehouden, gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd en in vernieuwde of veranderde staat in stand worden gehouden;
      • II. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd en in vernieuwde of veranderde staat in stand worden gehouden, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
  • 3. Onder een bouwwerk dat op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden aanwezig is, wordt in dit artikel tevens verstaan een bouwwerk dat in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen.
  • 4. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip dat een wijziging van dit omgevingsplan in werking is getreden, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met de voorheen geldende regels over bouwwerken in dit omgevingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen daarvan.