| Plan: | TAM-omgevingsplan 22h Franeker omzetten geluidzone bedrijventerrein Zuid |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1949.TAMOP22H-VAS1 |
Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) verandert onder andere het beoordelingskader ten aanzien van industrielawaai. Dit betekent dat geluidzones voor industriegeluid die in het verleden op basis van de Wet geluidhinder zijn aangewezen, moeten worden omgezet naar de nieuwe systematiek zoals opgenomen in de Omgevingswet en het Bkl, namelijk op basis van zogeheten 'geluidproductieplafonds' (gpp's) met 'geluidaandachtsgebieden'.
In de gemeente Waadhoeke zijn in Franeker drie geluidzones voor industriegeluid aanwezig:
De gemeente heeft tot 2032 de tijd om deze bestaande geluidzones in het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke om te zetten naar de nieuwste systematiek. Deze omzetting is een geleidelijk proces, dat niet voor alle bedrijventerreinen tegelijkertijd plaatsvindt.
De gemeente heeft ervoor gekozen om de omzetting van bedrijventerrein Zuid als eerste vorm te geven. Deze omzetting betreft een technische omzetting, die niets wijzigt aan de onderliggende planologische mogelijkheden op het bedrijventerrein en het gebied waar de geluidzones rondom het bedrijventerrein van toepassing is. De omzetting is gebaseerd op een onderzoek van de Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (hierna: FUMO) dat is opgenomen in bijlage 1.
Om deze omzetting mogelijk te maken is een wijziging van het Omgevingsplan nodig. Deze motivering van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties maakt daar deel van uit.
Ligging plangebied
Het plangebied (zie figuur 1) van deze wijziging van het Omgevingsplan bestaat uit het bedrijventerrein Zuid zelf (het oranje gearceerde deel in figuur 1) en het gebied dat als geluidaandachtsgebied van dit bedrijventerrein is aangegeven in het onderzoek van de FUMO (het rood gearceerde deel in figuur 1).
Figuur 1: Ligging plangebied
Planologische regeling
Voor het plangebied is het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke van toepassing. Deze geldt per 1 januari 2024, bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, van rechtswege.
De juridisch- planologische regelingen uit de volgende bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen en beheersverordening maken deel uit van het omgevingsplan en zijn van toepassing op het plangebied:
| type plan | plannaam | datum vaststelling | |
| bestemmingsplan | Buitengebied 2013 | 25 juni 2015 | |
| bestemmingsplan | Franeker - Binnenstad | 27 oktober 2016 | |
| beheersverordening | Franeker - Bedrijventerrein Zuid en Alvestedewyk | 20 april 2017 | |
| bestemmingsplan | Franeker Zuid | 17 mei 2018 | |
| bestemmingsplan | Franeker - Lanenbuurt en Rietbuurt | 6 december 2018 | |
| bestemmingsplan | Franeker - Noord en Oost | 25 april 2019 | |
| uitwerkingsplan | Franeker - Rietbuurt fase 2 (Eiland 1 en 4) | 14 juli 2022 | |
| uitwerkingsplan | Franeker - Rietbuurt fase 2 (Eiland 2 en 3) | 24 juni 2024 | |
| bestemmingsplan | Franeker - Tuinen en Vliet | 3 juli 2025 (alleen deze is nog niet onherroepelijk) | |
In bijna al deze plannen is de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' opgenomen waarmee de huidige geluidzone is geregeld. Alleen in het voormalige bestemmingsplan Woongebied Franeker - Zuid (dat deel uitmaakt van de beheersverordening Franeker - Bedrijventerrein Zuid en Alvestedewyk) is voor de geluidzone de aanvullende bestemming 'Geluidzone' gehanteerd omdat dit plan op basis van oudere standaarden is opgesteld. Het bestemmingsplan Franeker - Tuinen en Vliet bevat geen regeling voor een geluidzone, maar is wel gelegen binnen het toekomstige geluidaandachtsgebied.
Strijdigheid met Omgevingsplan gemeente Waadhoeke
Op dit moment zijn de gpp's en het geluidaandachtsgebied niet in het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke geregeld. In dat opzicht is deze ontwikkeling in strijd met het geldende Omgevingsplan. Een wijziging van het Omgevingsplan is daarom noodzakelijk.
Huidige situatie
In de huidige situatie is er sprake van een gezoneerd industrieterrein bedrijventerrein Zuid en een geluidzone.
Figuur 2: Grens gezoneerde industrieterrein (bruin) en geluidzone (roze) (bron: FUMO)
Toekomstige situatie
In het rapport van de FUMO in bijlage 1 is aangegeven hoe de geluidzone wordt omgezet naar gpp's en een geluidaandachtsgebied. Deze zijn als volgt bepaald:
Figuur 3: Ligging geluidreferentiepunten (bron: FUMO)
Figuur 4: Ligging geluidaandachtsgebied (bron: FUMO)
Met deze wijzing van het Omgevingsplan worden deze gpp's en het geluidaandachtsgebied geregeld en komen de geluidzones voor industriegeluid te vervallen. Hierbij zijn regels opgenomen voor nieuwe geluidgevoelige gebouwen in het geluidaandachtsgebied en het geluid vanuit bedrijfsactiviteiten vanuit het bedrijventerrein Zuid zelf. In hoofdstuk 5 en bijlage 1 is dit verder beschreven.
In de bestemmingsplannen die deel uitmaken van het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke is een uitgebreide toetsing opgenomen aan het beleid en de gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De in deze wijziging van het Omgevingsplan voorgestelde omzetting past binnen deze toetsing. Inhoudelijk zijn er buiten de technische omzetting van de geluidzone naar gpp's en een geluidaandachtsgebied geen wijzigingen waarvoor een toetsing aan het beleid en de omgevingsaspecten nodig is. De waterbelangen zijn in de bestemmingsplannen op een zorgvuldige wijze afgewogen en hierbij heeft de watertoets ook plaatsgevonden. Het is daarom niet noodzakelijk om een wateradvies aan te vragen. Ook is er voor deze wijziging van het Omgevingsplan geen Mer-beoordeling noodzakelijk.
De wijziging van het Omgevingsplan moet economisch uitvoerbaar zijn. Dit houdt in dat:
Bij deze wijziging van het Omgevingsplan is sprake van het omzetten van een geluidzone voor industriegeluid naar gpp's en een geluidaandachtsgebied. De kosten hiervoor worden door de overheid gedekt waardoor het financieel uitvoerbaar is. Er is daarnaast geen sprake van een kostenverhaalplichtige activiteit op grond waarvan het kostenverhaal verzekerd moet zijn.
Participatie en omgeving
Participatie is een belangrijk element binnen de Omgevingswet. Om deze reden heeft gemeente het Participatiebeleid Omgevingswet gemeente Waadhoeke vastgesteld. In het beleid is aangegeven dat het college van B&W bij de voorbereiding van een beleidsvoornemen besluit of er wel of geen participatie plaatsvindt. Het college stelt de raad hiervan in kennis. In het beleid is aangegeven dat van participatie af kan worden gezien indien onder andere:
Voor deze wijziging van het Omgevingsplan is hier sprake van. Om deze redenen wordt afgezien van participatie. Wel zijn ondernemers op bedrijventerrein Zuid geïnformeerd over dit voornemen, voordat de ontwerpwijziging in procedure gaat.
Bestuurlijk vooroverleg
Onder de Omgevingswet is informeel vooroverleg over plannen mogelijk. Het vooroverleg voor wijzigingen van het omgevingsplan is in de Omgevingswet juridisch niet geregeld. Het vooroverleg is vormvrij. Door bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium met elkaar op te trekken, kunnen knelpunten in een vroeg stadium worden gesignaleerd.
Omdat deze wijziging van het omgevingsplan een technische omzetting van een geluidzone voor industriegeluid betreft naar gpp's en een geluidaandachtsgebied, wordt afgezien van vooroverleg.
Procedure
De ontwerp wijziging van het Omgevingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Een ieder kreeg tijdens deze periode de gelegenheid voor het indienen van zienswijzen. Tijdens deze periode zijn drie zienswijzen ingediend. De zienswijzen hebben niet geleid tot juridische inhoudelijke wijzigingen (zie hiervoor bijlage 2). De wijziging van het omgevingsplan is door de raad ongewijzigd vastgesteld op 21 mei 2026.
Daarna wordt de wijziging van het Omgevingsplan gepubliceerd en gedurende een termijn van zes weken ter inzage gelegd in het kader van de beroepsmogelijkheid bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De wijziging van het Omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag na bekendmaking van het vaststellingsbesluit.
Een (wijziging) omgevingsplan moet technisch voldoen aan de Omgevingswet standaarden STOP/TPOD. De wetgever heeft tot 1 januari 2026 gemeenten echter de mogelijkheid geboden om een omgevingsplan onder de Omgevingswet op te stellen op basis van de RO standaarden 2012 en te publiceren via www.ruimtelijkeplannen.nl. Met een overbruggingsfunctie van het Informatiehuis Ruimte wordt het omgevingsplan getoond in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) (regels op de kaart). Dit is het zogenaamde TAM-omgevingsplan. Het omgevingsplan conform TAM maakt dus juridisch wel deel uit van het omgevingsplan.
Met deze wijziging van het omgevingsplan wordt het geluidgezoneerde industrieterrein omgezet naar de systematiek volgens de Omgevingswet en het Bkl.
In het Bkl is aangegeven dat voor industrieterreinen waar activiteiten zijn toegestaan die een aanzienlijke mate van geluid kunnen produceren, geluidproductieplafonds en een geluidaandachtsgebied moeten worden opgenomen in de wijziging van het omgevingsplan. De regels in dit TAM-omgevingsplan wijzigen de regels van het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke, zoals opgenomen in de relevante artikelen die gaan over geluidzones in de bestemmingsplannen en beheersverordening zoals aangegeven in het toepassingsbereik (artikel 2). Tevens zijn hier plannen in opgenomen die geen regeling voor een geluidzone omvatten, maar wel deel uitmaken van het plangebied waar het geluidaandachtsgebied gaat gelden.
Deze wijziging van het omgevingsplan vervangt dus alleen de regels die onderdeel uitmaken van het (tijdelijk deel) van het Omgevingsplan gemeente Waadhoeke voor zover benoemd in het toepassingsbereik. De bruidsschat (inclusief vangnetregeling) en de gemeentelijke verordeningen die deel uitmaken van het omgevingsplan worden niet gewijzigd. Wel is aangegeven dat wanneer deze regels een strijdigheid opleveren met de regels uit dit wijzigingsbesluit, de regels uit het wijzigingsbesluit voorgaan.
De begripsbepalingen uit de bijlage van de Omgevingswet zijn van rechtswege van toepassing op het wijzigingsbesluit en hoeven dus niet bij de begrippen te worden opgenomen. De begripsbepalingen relevant voor deze wijziging van het omgevingsplan uit het Bbl, het Bkl en het Bal en de Omgevingsregeling zijn niet van van rechtswege van toepassing op het TAM-omgevingsplan. Daarom is in de begrippen hierop aangesloten door deze van toepassing te verklaren. Aanvullende begripsbepalingen zijn niet nodig, met uitzondering van het begrip bestaand geluidgevoelig gebouw. Dit is een geluidgevoelig gebouw dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan planologisch is toegestaan en/of mag worden gebouwd en/of aanwezig of in uitvoering is op grond van een verleende omgevingsvergunning. Op deze manier hoeven deze bestaande geluidgevoelige gebouwen niet opnieuw te worden beoordeeld, omdat sprake is van een omzetting van een in het kader van de Wet geluidhinder vastgestelde zone in GPP's.
De overige begrippen en geldende bestemmingen uit de onderliggende regelingen blijven van toepassing op de locaties. Deze wijziging van het omgevingsplan gaat enkel om het omzetten van het geluidgezoneerde industrieterrein naar de systematiek volgens de Omgevingswet en het Bkl.
Rondom het industrieterrein zijn geluidproductieplafonds industrielawaai (GPPIL) berekend op geluidreferentiepunten (zie bijlage 1). De tabel met de ligging van de punten en de waarden die gelden op de geluidreferentiepunten zijn vastgelegd in het omgevingsplan (artikel 3). Op basis van de huidige geluidzone en de in het verleden vastgestelde MTG-waarden en/of hogere waarden is een fictief bronmodel opgesteld dat de geluidruimte op basis van de Wet geluidhinder optimaal opvult. Deze berekeningen zijn uitgevoerd op basis van de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (HMRI), zoals ook voorgeschreven in het kader van de Wet geluidhinder. De geluidproductieplafonds zijn met behulp van dit fictieve opvulmodel berekend op basis van de daarvoor geldende rekenregels van bijlage IVg/h van de Omgevingsregeling.
Na omzetting is er een geluidaandachtsgebied berekend. Dit gebied moet worden opgenomen in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). De begrenzing van het geluidaandachtsgebied is aangegeven op de verbeelding en in de regels (artikel 6).
De begrenzing van het industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, zijn vastgelegd in deze wijziging van het omgevingsplan (artikel 6). Dit betreft een verplichting op grond van artikel 5.78e van het Bkl.
Ook zijn regels opgenomen voor geluid door (milieubelastende) activiteiten op bedrijventerrein Zuid. Daarbij geldt dat de verantwoordelijkheid om te voldoen aan de geluidproductieplafonds als omgevingswaarde bij de gemeente ligt. Dat wil zeggen dat de gemeente moet toetsen/monitoren of er bij vergunningaanvragen/meldingen blijft worden voldaan aan de geluidproductieplafonds. Dit is vergelijkbaar met het systeem van zonebewaking onder de Wet geluidhinder.
Ook zijn aanvraagvereisten opgenomen om nieuwe geluidgevoelige gebouwen te kunnen beoordelen in 'overige zone - geluidaandachtsgebied' en dus om te kunnen beoordelen of sprake is van aanvaardbaar geluid. Deze aanvraagvereisten gelden aanvullen op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in de bruidsschat en Omgevingsregeling Hiervoor is een akoestisch onderzoek of akoestische onderbouwing nodig. Deze wijziging van het omgevingsplan voorziet niet in het wijzigen van onderliggende bestemmingen dus juridisch-planologisch gezien blijven nieuwe geluidgevoelige gebouwen mogelijk. Voor de beoordeling daarvan zijn (grotendeels) de instructieregels uit artikel 5.78t tot en met 5.78aa van het Bkl. Deze instructieregels worden niet in dit omgevingsplan opgenomen omdat deze rechtstreeks werken (of moeten worden toegepast) op het moment dat sprake is van een aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een nieuw geluidgevoelig gebouw. De gemeente beoordeelt de aanvraag aan de hand van deze instructieregels. Wel is er een indieningsvereiste aan in de regels opgenomen ten behoeve van de toetsing aan de instructieregels van het Bkl.
Om het toetsen van (milieubelastende) activiteiten ten aanzien van geluid/geluidproductieplafonds mogelijk te maken, zijn hiervoor aanvraagvereisten in de regels opgenomen (artikel 5). Deze aanvraagvereisten gelden aanvullend op de aanvraagvereisten zoals opgenomen in de bruidsschat en Omgevingsregeling.
In artikel 22.71 van de bruidsschat is geregeld dat als de activiteit wordt verricht op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor de geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld, gelden de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT), bedoeld in artikel 22.63, eerste lid, en 22.64, eerste lid van de bruidsschat ook op een afstand van 50 meter vanaf de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht.
Het bevoegd gezag die de omgevingswaarden vaststelt moet ervoor zorgen dat de omgevingswaarden - de gpp's - worden behaald. Een gpp is een resultaatsverplichting (artikel 3.44 Bkl) De juridisch bindende werking ontstaat als de omgevingswaarde is vertaald naar bijvoorbeeld een omgevingsvergunning.
De regels van de bruidsschat worden met dit omgevingsplan niet gewijzigd. De regels behorend bij dit omgevingsplan zijn aanvullend daarop tot het moment dat deze gemeentebreed worden gewijzigd.
Samenvattend en van belang voor de uitvoering en monitoring:
De geluidproductieplafonds (omgevingswaarde) zijn vastgelegd (artikel 3) en deze mogen niet worden overschreden (artikel 4 en 5). Het geluidsaandachtsgebied is vastgelegd in artikel 6.2 en de begrenzing van het bedrijventerrein 6.1.
De geluidproductieplafonds en het geluidaandachtsgebied legt de gemeente vast in de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). De gemeente toetst bij aanvragen en meldingen of de veranderingen inpasbaar zijn in het beheersmodel van het bedrijventerrein Zuid en legt hiervoor voorschriften vast voor de bedrijven indien nodig. Voor bedrijventerrein Zuid, waar geen afwijkend tijdstip of afwijkende termijn is bepaald, moet de gemeente vijfjaarlijks verslag doen of aan de vastgestelde geluidproductieplafonds wordt voldaan.
De regels in het omgevingsplan moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen, moeten alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten zorgvuldig worden onderzocht en afgewogen. Dat is in de voorgaande hoofdstukken gebeurd. Voor de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten, voor zover betrekking hebbend op deze wijziging van het Omgevingsplan nader onderzocht in deze motivering. Hieruit blijkt dat deze wijziging van het omgevingsplan in overeenstemming is met de relevante beleidsuitgangspunten en instructieregels en dat het niet leidt tot belangrijke milieugevolgen. In de beoordeling is gebleken dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.