direct naar inhoud van Toelichting
Plan: Berltsum - Hemmemawei tussen 1 en 3
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1949.BPBerltsumHW-VAS1

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding

1.1 Aanleiding

De initiatiefnemer is eigenaar van het bedrijfspand en het perceel aan de Hemmemawei 1 te Berltsum. Inmiddels is dit perceel kadastraal gesplitst en is de initiatiefnemer van plan om van de noordelijke kavel, gelegen tussen Hemmemawei 1 en 3, een woonkavel te maken met ruimte om één vrijstaande woning te realiseren. Dit is echter niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan.

Om deze ontwikkeling een passende juridisch-planologische regeling te bieden, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende plan voorziet hierin.

1.2 Ligging plangebied

Het plangebied betreft het perceel 1285 binnen sectie E in de kadastrale gemeente Berlikum, gelegen tussen Hemmemawei 1 en 3. De begrenzing is afgestemd op de kadastrale begrenzing. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPBerltsumHW-VAS1_0001.jpeg"

Figuur 1.1 Ligging plangebied

1.3 Planologische regeling

Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Berltsum Wier, dat is vastgesteld op 7 december 2017. Hierin is het plangebied bestemd als 'Dienstverlening'. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor gebouwen ten behoeve van dienstverlening met de daarbijbehorende wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen, erven en terreinen waterlopen en bouwwerken geen gebouwen zijnde.

Gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd, waarbij de maximum goot- en bouwhoogte op de verbeelding zijn weergegeven. Binnen het plangebied is echter geen sprake van een bouwvlak. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen moeten tenminste 3,00 meter achter de voorgevel worden gebouwd. De gezamenlijke oppervlakte hiervan mag niet meer dan 75 m² bedragen.

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPBerltsumHW-VAS1_0002.png"

Figuur 2.1 Uitsnede geldend bestemmingsplan Berltsum Wier

De voorgenomen woonfunctie past niet binnen de geldende bestemming. Tevens is het niet mogelijk een woning te realiseren binnen het plangebied omdat hier geen sprake is van een bouwvlak. Om deze reden is dit nieuwe bestemmingsplan opgesteld.

1.4 Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

Het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling (het initiatief) is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en wordt in dit hoofdstuk beschreven. De ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in de huidige situatie. Een beschrijving van de huidige situatie is om die reden ook in dit hoofdstuk opgenomen.

2.1 De bestaande situatie

Het plangebied bevindt zich tussen Hemmemawei 1 en 3 en betreft perceel 1285 sectie E van de kadastrale gemeente Berlikum. Het perceel ligt op de oostelijke rand van de bebouwde kom van Berltsum. In de huidige situatie maakt het perceel deel uit van het erf van het naastgelegen (aan de zuidkant aanwezige) dienstverlenende bedrijf. Het perceel is grotendeels ingericht met gras. Ook valt een deel van het parkeerterrein van het bedrijf op het perceel en loopt de toegangsweg naar het bedrijf door het perceel heen. In figuur 2.1 is de huidige situatie in het plangebied weergegeven. In figuur 2.2

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPBerltsumHW-VAS1_0003.png"

Figuur 2.1 Huidige situatie in het plangebied

afbeelding "i_NL.IMRO.1949.BPBerltsumHW-VAS1_0004.png"

Figuur 2.2 Vooraanzicht van het plangebied

Ten westen van het plangebied ligt de bebouwde kom van Berltsum. In de nabije omgeving is voornamelijk sprake van woningen. Daarnaast is er ten noordwesten van het plangebied een fysiotherapiepraktijk aanwezig. Ten noorden van het plangebied staat een vrijstaande woning. Achter deze woning begint het buitengebied in de vorm van agrarische gronden. Aan de Bitgumerdyk 69 is wel een niet-agrarisch bedrijf aanwezig. Het betreft Rondaan's Carrosserie en Wagenbouw BV. Ten oosten van het plangebied begint, achter de Hemmemawei het buitengebied. Tevens loopt aan deze zijde de N383 op enige afstand van het plangebied.

2.2 Voorgenomen situatie

In de voorgenomen situatie wordt de functie van het perceel gewijzigd van dienstverlening naar wonen. Daarbij wordt de mogelijkheid tot het bouwen van één vrijstaande woning planologisch geregeld. Er zijn nog geen ontwerpen van een woning beschikbaar gemaakt. In de regels wordt aangesloten bij de regeling van de bestemming 'Wonen' uit het geldende bestemmingsplan Berltsum Wier. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen. Ter plaatse mag een vrijstaande woning worden gebouwd met een maximale goot- en bouwhoogte van 3,5 en 8,5 meter. De woningdiepte mag maximaal 15 meter bedragen. Dit komt overeen met de bouwmogelijkheden voor vergelijkbare woningen in de omgeving.

Ruimtelijke inpassing

Met het nieuwe plan wordt de mogelijkheid tot het bouwen van een vrijstaande woning planologisch mogelijk gemaakt. In de bouwregels wordt aangesloten op de woonbestemming uit het geldende woonplan. Daarmee wordt qua maatvoeringseisen aangesloten bij de woningen in de omgeving. Aan de Hemmemawei is aan de noordzijde sprake van een vrijstaande woning. Aan de zuidzijde staat een bedrijfspand, die de uitstraling van een woonhuis heeft. Rondom het plangebied is sprake van veel woningen. Door een woning in het plangebied te realiseren wordt aangesloten bij deze functie. Bovendien zorgt de plaatsing van de woning tussen de Hemmemawei 1 en 3 voor een aaneengesloten bebouwingslint.

Wanneer er een ontwerp van de woning beschikbaar is, dan wordt deze getoetst aan de welstand. De welstandscommissie geeft pas een welstandsadvies wanneer het ontwerp voldoet aan de welstandscriteria en daarmee qua uitstraling past in de omgeving.

Verkeer en parkeren

Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Hemmemawei. Dit is een erftoegangsweg met een ontsluitende functie voor omliggende percelen. Via de Hemmemawei wordt in zuidelijke richting aangesloten op de Bitgumerdyk. Via de Bitgumerdyk is vervolgens de N383 te bereiken. Op deze wijze is het plangebied op een goede manier ontsloten. De verkeersgeneratie bedraagt 9,1 mvt/etmaal op basis van publicatie 381. Dit geringe aandeel extra verkeer wikkelt zich af over de Hemmemawei en de Bitgumerdyk en zal niet leiden tot problemen in de verkeersafwikkeling. De parkeerbehoefte bedraagt 3 parkeerplaatsen. Op het perceel is voldoende ruimte om te voorzien in deze parkeerbehoefte.

De ontsluiting van het plangebied is goed. De nieuwe ontwikkeling zal niet leiden tot problemen in de verkeersafwikkeling en parkeren. Het aspect verkeer staat het plan dan ook niet in de weg.

Hoofdstuk 3 Beleidskader

3.1 Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Voor het bestemmingsplan zijn geen nationale belangen van belang of van invloed op het bestemmingsplan.

Ladder voor Duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In 2017 is de Ladder herzien. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.

Toepassing Ladder voor duurzame verstedelijking

Met dit plan wordt de mogelijkheid tot het realiseren van één vrijstaande woning binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk gemaakt. De ontwikkeling van één woning is voor de ladder van duurzame verstedelijking geen stedelijke ontwikkeling. Daarom is het niet noodzakelijk om het voornemen te toetsen aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.2 Provinciaal beleid

Het provinciale beleid is uiteengezet in het Streekplan 'Om de kwaliteit van de romte' (structuurvisie). De belangrijkste uitgangspunten uit het provinciale beleid zijn vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. Hierin zijn voor de provinciale belangen regels opgenomen, waar in bestemmingsplannen rekening mee gehouden moet worden.

Streekplan Fryslân

Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is onder meer neergelegd in het Streekplan Fryslân.

In het Streekplan geeft de provincie aan dat nieuwe woningen zoveel mogelijk in het bestaande bebouwde gebied van kernen worden opgevangen. Door dit gebied optimaal te gebruiken wordt bijgedragen aan een efficiënt gebruik van de ruimte. Het benutten van ruimtewinst in bestaand bebouwd gebied is geen doel op zich. Het is een manier om de ruimtelijke kwaliteit te verhogen. Het gaat erom iedere plek functioneel zo goed mogelijk te benutten. Niet de hoeveelheid steen per m2 telt, maar de hoeveelheid functie. Dit geldt ook voor nieuwe uitbreidingslocaties. Het bestaande bebouwde gebied heeft geen vaste harde grens, maar deze schuift mee met nieuwe gerealiseerde uitbreidingen.

De provincie stelt dat goed en betaalbaar wonen voor iedereen een belangrijke voorwaarde is voor een leefbare ruimtelijke inrichting. Regio's en gemeenten krijgen de ruimte om woningen te bouwen voor de woningvraag die voortkomt uit het gebied zelf. Buiten de bundelingsgebieden vangen de regionale centra de woningbehoefte in de regio meer dan evenredig op. De provincie legt het accent op locaties in/bij kernen die goed met het openbaar vervoer ontsloten zijn.

Toetsing

Met dit plan wordt één woning planologisch mogelijk gemaakt, binnen het bestaand bebouwd gebied van Berltsum. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het Streekplan Fryslân.

Verordening Romte Fryslân

In de Verordening Romte Fryslân is het beleid, zoals verwoord in het Streekplan, vertaald naar regels voor bestemmingsplannen. De verordening is met name gericht op regels met betrekking tot het landelijk gebied.

In artikel 3 van de Verordening Romte Fryslân is opgenomen dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In afwijking hiervan kan een ruimtelijk plan een woningbouwproject bevatten dat niet is opgenomen in een woonplan indien, gelegen binnen stedelijk gebied, het plan niet meer dan 11 woningen bevat,

Toetsing

In dit geval betreft het plan de realisatie van één vrijstaande woning. Hoewel het plan niet expliciet in het woonplan is opgenomen, is het wel mogelijk om deze woning te realiseren op basis van de in de Verordening opgenomen afwijking. De provincie Friesland heeft met de regio Noordwest Friesland de afspraak gemaakt dat het binnenstedelijk toevoegen van een woning vrij toegestaan is.

In het coalitieakkoord 'Geluk op 1' van de Provincie Fryslân is ten aanzien van leefbaar wonen opgenomen dat de provincie het uitgangspunt 'inbreiding voor uitbreiding' hanteert. Daarom stelt de provincie geen grenzen aan projecten op inbreidingslocaties, onder voorwaarde dat de provincie met de gemeente tot goede afspraken komt over uitbreidingen b van steden en dorpen. In dit geval is sprake van een inbreidingslocatie waaraan de provincie dus geen grenzen stelt. Daarmee is het plan in overeenstemming met de Verordening Romte 2014.

3.3 Gemeentelijk beleid

Woonvisie gemeente Menameradiel

De huidige gemeente Waadhoeke heeft nog geen nieuwe gemeentelijke woonvisie opgesteld. Daarom wordt in het kader van de toetsing aan het gemeentelijk beleid teruggegrepen naar het woonbeleid van de voormalige gemeente Menameradiel; de gemeentelijke woonvisie “Krachtige regiogemeente met karakteristieke kernen”. De woonvisie geeft zowel kwalitatieve als kwantitatieve beleidskeuzes en ambities. De hoofdlijnen hiervan zijn verwoord in zes uitgangspunten voor beleid:

  • 1. Krachtige gemeente in de regio;
  • 2. Dorpen met identiteit en kwaliteit;
  • 3. Slimme clusters van dorpen die op elkaar bouwen;
  • 4. Differentiatie van bevolking en woningvoorraad;
  • 5. Werken aan duurzaamheid;
  • 6. De gemeente als regisseur.

De woonvisie is voor het laatst op 4 april 2012 getalsmatig herzien.

Welstandsnota Menameradiel 2012

Voor de welstandsnota geldt, evenals in het geval van de woonvisie, dat de gemeente Waadhoeke nog geen nieuwe gemeentelijke welstandsnota heeft opgesteld. Hiervoor wordt ook teruggegrepen op de welstandsnota van de voormalige gemeente Menameradiel.

In de "Welstandsnota Menameradiel" van september 2012 zijn criteria voor de beeldkwaliteit opgenomen. Het doel van welstandstoezicht is een bijdrage leveren aan de schoonheid en de aantrekkelijkheid van het gemeentelijk grondgebied. Het welstandsbeleid geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en de beoordeling van bouwplannen. Het plangebied ligt in het welstandsgebied '4. Individuele bebouwing'.

Voor deze gebieden is een regulier ambitieniveau van kracht De nadruk ligt op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit. Incidentele veranderingen worden mogelijk geacht, mits deze respect tonen voor het reeds aanwezige bebouwingsbeeld. Op dit moment zijn er nog geen tekeningen van de woning beschikbaar. Te zijner tijd zullen de ontwerpen worden getoetst door de welstandscommissie. Er wordt voor het bestemmingsplan vanuit gegaan dat in samenspraak met de welstandscommissie tot een ontwerp kan worden gekomen dat geen afbreuk doet aan de geldende welstand.

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

4.1 Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand.

Toetsing

Rondom het plangebied is sprake van twee bedrijfsfuncties binnen het bestaand stedelijk gebied. Daarnaast ligt ten oosten van het plangebied een provinciale weg en een aantal autobedrijven in het buitengebied. Daarom kan gesproken worden van een gemengd gebied.

Direct ten zuiden van het nieuwe perceel en de voorgenomen woning, is sprake van een notariskantoor. Dit perceel is bestemd als dienstverlening. Voor een dergelijke functie geldt een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Ten noordwesten van het plangebied is sprake van een fysiotherapiepraktijk. Voor een dergelijke functie geldt eveneens een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Omdat feitelijk dus geen afstand ten opzichte van deze bedrijven hoeft te worden aangehouden, wordt voldaan aan de richtafstanden ten opzichte van naastgelegen bedrijven.

Ten zuidoosten van het plangebied, aan de Bitgumerdyk, is sprake van meerdere autogarage en -handelsbedrijven. Voor dergelijke bedrijven geldt binnen gemengd gebied een richtafstand van 10 meter. Daaraan wordt ruimschoots voldaan. Daarmee is er geen noodzaak tot nader onderzoek en vormt de milieuzonering geen belemmering voor dit plan.

4.2 Ecologie

Toetsingskader

Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekkingen tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming.

Gebiedsbescherming

De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening. Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden.

Toetsing

Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden als Natura 2000 en het Natuur Netwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Waddenzee en ligt op circa 7,7 kilometer afstand tot het plangebied. Het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Binnen het plangebied wordt één woning ontwikkeld. Naar verwachting zal het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied slecht zeer beperkt toenemen. Gezien deze beperkte toename van verkeersbewegingen en de ruimte afstand ten opzichte van Natura 2000-gebieden, kan redelijkerwijs gesteld worden dat de ontwikkeling in het plangebied geen significante gevolgen heeft voor deze beschermde natuurgebieden.

Soortenbescherming

In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Toetsing

Binnen het plangebied wordt een woning gerealiseerd. Ten behoeve hiervan vinden geen sloopwerkzaamheden plaats en worden geen bomen gekapt. Het plangebied is nu ingericht als onderdeel van het perceel van het naastgelegen bedrijf. Het is deel ingericht met gras en deels als parkeerplaats. De kans dat zich hier beschermde soorten ophouden is nihil te noemen. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.

4.3 Bodem

Toetsingskader

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In de wet is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval.

Toetsing

In de huidige situatie is de grond geschikt bevonden voor de functie 'Dienstverlening'. De gronden doen in de huidige situatie dienst als erfgrond, horende bij het naastgelegen kantoorpand. De gronden zijn ingericht met een deel gras en een deel is ontwikkeld als parkeerterrein. Vanuit het huidige gebruik is de kans op een bodemverontreiniging als nihil in te schatten, omdat bodemverontreinigende activiteiten hier niet plaatsvinden. Op de bodemloket is daarnaast af te lezen dat ook vanuit het verleden geen bodemverontreinigende activiteiten ter plaatse van het plangebied bekend zijn. Daarom kan worden aangenomen dat de grond niet verontreinigd is, en van voldoende kwaliteit is om de functie wonen op uit te oefenen. Voor dit bestemmingsplan is om die reden een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk. In het kader van de vergunningsaanvraag zal wel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd worden.

4.4 Geluid

Toetsingskader

Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet in principe akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Toetsing

Het plangebied ligt in de oostelijke grens van de bebouwde kom van Berltsum. De wegen ten westen van het plangebied betreffen allemaal 30 km/uur-wegen, die toegang bieden tot de woningen in de aangrenzende woonwijk. Ten oosten van het plangebied ligt, direct grenzen aan het plangebied, de Hemmemawei. Dit betreft een 60 km/uur-weg. Het plangebied valt formeel binnen de geluidzone van deze weg. Echter betreft de weg een erftoegangsweg voor de percelen aan de Hemmemawei met een naar verwachting lage verkeersintensiteit. Voor het overige wordt de weg minimaal door anderen gebruikt. Dit is zo omdat de weg naar het buitengebied leidt en niet direct zorgt voor ontsluiting van andere functies. Het aantal verkeersbewegingen is daarmee zeer beperkt. Door het zeer lage aantal verkeersbewegingen op deze weg kan worden gesteld dat een akoestisch onderzoek niet noodzakelijk is en zal worden voldaan aan de grenswaarde van 48 dB. Een akoestisch onderzoek voor wegverkeerslawaai afkomstig van deze weg derhalve niet noodzakelijk.

Verder richting het oosten ligt ook nog de provinciale weg N383. Hier geldt een maximale snelheid van 80 km/uur. Dit is een doorgaande weg waar veel verkeersbewegingen plaatsvinden. Daarom is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd naar het wegverkeerslawaai afkomstig van deze weg, op de voorgenomen woningbouwlocatie. Omdat er nog geen concrete tekeningen zijn van de woning is hierbij getoetst aan de ligging van het bouwvlak. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 1.

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat de voorkeursgrenswaarde van Lden= 48 dB. De maximale grenswaarden van Lden= 53 dB wordt niet overschreden. De realisatie van het plan is mogelijk binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder middels een hogere waarde procedure. Omdat het plan slechts van beperkte omvang is, is het treffen van maatregelen financieel niet doelmatig en ligt buiten de reikwijdte van het plan.

4.5 Water

Toetsingskader

Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân.

Toetsing

Het plan is via de digitale watertoets (kenmerk: 20190307-2-20043) kenbaar gemaakt aan Wetterskip Fryslân. Hieruit is naar voren gekomen dat de korte procedure gevolgd moet worden. Het plan heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Dit betekent dat de beperkte invloed van het plan kan worden opgevangen met standaard maatregelen die vermeld staan in de leidraad watertoets. Het resultaat van de watertoets is opgenomen als bijlage 2.

Veilig

Meerlaagse veiligheid en klimaatadaptie: Voor het aspect 'veilig' gaat het over overstromingsrisico's. Het plangebied grenst niet aan een regionale waterkering. Ook ligt het niet vrij voor de boezem. Ook is er geen sprake van een gebied met een verhoogd overstromingsrisico.

Voldoende

Peilbeheer: Er dient rekening gehouden te worden met voldoende drooglegging. Dit is de afstand tussen het grondwaterpeil en de aanleghoogte van bebouwing. Uit de informatie uit het wateradvies blijkt dat het plangebied voldoet aan de droogleggingsnorm. Wel moet bij de uitvoering rekening worden gehouden met voldoende ontwateringsdiepte.

Compensatie: Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak voor een deel (10%) wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen water watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen.

Als gevolg van het plan neemt de verharding niet met meer dan 200 m² toe in stedelijk gebied, waardoor de grenswaarde voor watercompensatie niet overschreden wordt. Daarom is watercompensatie niet noodzakelijk.

Schoon:

Afvalwater en regenwatersysteem:  Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren.

Waterkwaliteit: De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn om verontreiniging van het water te voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen.

Vervolg

Waterwet: Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet.

Procedure: Het wateradvies wordt gecommuniceerd met de initiatiefnemer en geldt als uitgangspunt voor de uitvoering van het plan. De watertoets is hiermee afgerond.

4.6 Luchtkwaliteit

Toetsingskader

In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn op grond van de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Tevens moet worden bekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is voor de voorgenomen functie.

Toetsing

Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Dit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. De realisering van één woning zorgt voor een zeer beperkte verkeerstoename. Er kan worden gesteld dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit aspect vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

4.7 Archeologie

Toetsingskader

Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze naar verwachting in 2021 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie.

FAMKE

Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.).

Conform de steentijd-bronstijd advieskaart is geen onderzoek noodzakelijk, ongeacht de grootte van de ontwikkeling. Conform de ijzertijd-middeleeuwen advieskaart valt het plangebied binnen het gebied 'karterend onderzoek 1', waar voor ontwikkelingen met een minimale oppervlakte van 500 m² archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

Toetsing

Met dit plan wordt de ontwikkeling van één woning binnen het plangebied mogelijk gemaakt. De oppervlakte van de woning blijft onder de grenswaarde van 500 m². Daarom is een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.8 Cultuurhistorie

Toetsingskader

Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden.

Toetsing

Om te onderzoeken of sprake is van cultuurhistorische waarden, is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Hieruit is naar voren gekomen dat geen sprake is specifieke van cultuurhistorische waarden in het plangebied waar rekening mee gehouden moet worden. Daarom is geen nader onderzoek naar cultuurhistorie noodzakelijk.

4.9 Externe veiligheid

Toetsingskader

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Toetsing

Inrichtingen met gevaarlijke stoffen

In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen.

Transport gevaarlijke stoffen over de weg

Ten oosten van het plangebied, op circa 144 meter, loopt de provinciale weg N383. Daarmee ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van deze transportroute. Over deze weg vindt geen structureel vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. In principe wordt de weg alleen voor de bevoorrading gebruikt van het in de nabijheid aanwezige LPG-tankstation aan de Bitgumerdyk. Het plangebied ligt achter het LPG tankstation waarmee feitelijk geen LPG langs het plangebied zal worden getransporteerd. Het toevoegen van een extra woning heeft geen gevolgen op het GR.

Buisleidingen

Ten oosten van het plangebied, onder de Hemmemawei is sprake van een tweetal aardgastransportleidingen. Voor leiding N-502-45-deel 1 geldt een maximale werkdruk van 40 bar en een diameter van 108 mm. De 100% letaliteitszone bedraagt 25 meter en het invloedsgebied 45 meter. Voor leiding N-502-49-deel 1 geldt een maximale werkdruk van 40 bar en een diameter van 219.1 meter. de 100 % letaliteitszone bedraagt 47 meter en het invloedsgebied bedraagt 92 meter.

Plaatsgebonden risico

Beide buisleidingen hebben geen PR 10-6 contour. Deze buisleidingen vormen geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

Groepsrisico

Uit het externe veiligheids-advies van de FUMO is naar voren gekomen dat het groepsrisico onder de oriëntatiewaarde ligt. Hoewel het GR in de nieuwe situatie iets toeneemt, leidt de realisatie van één woonbestemming niet tot een toename van het GR.

Verantwoordingsplicht groepsrisico

Wanneer een plangebied in het gebied tussen de 100% en 1% letaliteitszone ligt, dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. In deze verantwoording wordt ingegaan op de aspecten zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid en de omvang van een incident.

Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid

De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten, in hoeverre zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de regionale brandweer de richtlijnen zoals beschreven in de NVBR publicatie “Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid”.

Uit bovengenoemde handreiking volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen, waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied goed bereikbaar is. Het plangebied wordt in zuidelijke richting ontsloten via de Hemmemawei en de Bitgumerdyk. Deze sluit aan op de N383. In noordelijke richting kan als alternatieve route via de Hemmemawei en de Bildtdijk het plangebied worden aangevlogen. Beide routes kunnen tevens worden gebruikt als vluchtroute. Op deze wijze is het plangebied voldoende bereikbaar.

Zelfredzaamheid

Het uitgangspunt is dat de meerderheid van de aanwezige personen binnen het plangebied zelfredzaam zullen zijn. Aanwezige kinderen en ouderen worden beschouwd als minder zelfredzame personen. Er wordt  uitgegaan van het feit dat de ouders/verzorgers de kinderen en ouderen kunnen begeleiden. In het kader van een effectieve zelfredzaamheid kan het hulpsysteem 'Hartveilig Wonen' gehanteerd worden waarbij vrijwilligers opgeroepen kunnen worden om iemand te reanimeren in afwachting van een ambulance.

4.10 Kabels en leidingen

Toetsingskader

In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden.

Toetsing

Binnen het plangebied is geen sprake van kabels en leidingen waar rekening mee gehouden dient te worden. Het aspect kabels en leidingen vormt daarom geen belemmering voor dit plan.

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting

5.1 Het juridisch systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.

Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2 Toelichting op de bestemming

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied in dit plan is daarbij in één bestemming geregeld.

Wonen

Binnen het plangebied wordt aangesloten bij de regeling uit het bestemmingsplan Berltsum Wier, om zo een eenduidige regeling binnen Berltsum aan te houden. Dit houdt in dat de gronden zijn aangewezen voor woonhuizen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf. Om te voorkomen dat het beroep aan huis de woonfunctie gaat overheersen, wordt een maximale oppervlakte van 30% van het gezamenlijke begane vloeroppervlak - ten behoeve van het gebruik voor beroep/bedrijf aan huis - toegestaan. Een hoofdgebouw mag uitsluitend een woonhuis betreffen en dient binnen het bouwvlak gebouwd te worden. De maximum goot- en bouwhoogte zijn afgestemd op de goot- en bouwhoogte van naastgelegen woningen en zijn bepaald op respectievelijk 3,5 en 8,5 meter. Buiten het bouwvlak zijn er mogelijkheden voor andere soorten bouwwerken zoals aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen volgens dezelfde mogelijkheden als in het geldende bestemmingsplan.

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid

6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak en overleg

Het bestemmingsplan is eerst als voorontwerp aan overlegpartners en belanghebbenden ter inzage gelegd. Tevens zijn de direct omwonenden nauw betrokken in de totstandkoming van de planvorming. Hierop is van de provincie een reactie binnengekomen op het bestemmingsplan. Deze reactie is opgenomen als bijlage 4.

Reactie gemeente: In paragraaf 3.2 is een nadere onderbouwing van de provinciale verordening opgenomen. Hierin wordt verwezen naar de regionale woningbouwafspraak tussen de provincie en de regio Noordwest Friesland waarin is opgenomen dat het binnenstedelijk toevoegen van een woning vrij uit te voeren is.

Zienswijze

Vervolgens is het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

Vaststelling

Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.

6.2 Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

Financiële haalbaarheid

Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling. De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het plan financieel haalbaar is.

Grondexploitatie

Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.

In dit bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. In dergelijke gevallen is de grondexploitatieregeling van toepassing, tenzij het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn. Hiervoor wordt tussen de gemeente en de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten. Hiermee is het voor het plan relevante kostenverhaal anderszins verzekerd. De gemeenteraad wordt voorgesteld om geen exploitatieplan vast te stellen.