| Plan: | Buitengaats |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1940.BPLEM18BUITENGAATS-VA01 |
De gemeente De Fryske Marren is bezig de geldende bestemmingsplannen te actualiseren. Als tussenstap in dit proces heeft de voormalige gemeente Lemsterland op 26 juni 2013 de beheersverordening Lemmer, Oosterzee-Gietersebrug en Bantega vastgesteld. In deze beheersverordening is het voorheen geldende bestemmingsplan Buitengaats van 1990 voor het bedrijventerrein Buitengaats gedeeltelijk verwerkt. De delen van Buitengaats die in het geldende bestemmingsplan zijn voorzien van een geluidzone, zijn nog geregeld in het bestemmingsplan Buitengaats van 1990. Daarnaast wordt in dit plangebied ook een deel van het bestemmingsplan Buitengebied 2010 herzien, voorzover de geluidzone hier van toepassing is. In het geldende bestemmingsplan is daar namelijk geen regeling voor opgenomen. Dat is met dit nieuwe bestemmingsplan gecorrigeerd. Tenslotte wordt ook een klein deel van het bestemmingsplan Lemmer Centrum meegenomen in dit nieuwe bestemmingsplan ter plaatse van een nutsgebouw aan de Vuurtorenweg. Dit nutsgebouw is namelijk geregeld in twee bestemmingsplannen.
Het nieuwe bestemmingsplan geeft één regeling voor dit gebied in Lemmer en heeft overwegend een conserverend karakter. Dit betekent dat er in het nieuwe bestemmingsplan geen (grootschalige) nieuwe ontwikkelingen zijn opgenomen. Het uitgangspunt is dat de bestaande (planologische en/of vergunde) situatie wordt vastgelegd en dat waar mogelijk wordt aangesloten bij de geldende planologische regelingen. Wel is daarbij rekening gehouden met recent beleid en regelgeving en de harmonisatie van regels als gevolg van de gemeentelijke herindeling.
Zoals al in de structuurvisie Lemsterland uit 2010 is aangeven, staat de gemeente open voor een transformatie van het gebied van bedrijventerrein naar andere functies. Met dit bestemmingsplan wordt hier een goede planologische basis voor geboden door de huidige situatie volgens de nieuwste standaarden goed te regelen.
In de volgende figuur is de exacte begrenzing van het plangebied aangegeven. Deze begrenzing is afgestemd op de omliggende bestemmingsplannen.
Figuur 1: Ligging plangebied
De toelichting bij het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd:
Lemmer is een kern gelegen aan het IJsselmeer, in het zuidwesten van Fryslân. Het dorp wordt ontsloten via de A6. Langs het plangebied loopt de N359, dit is een belangrijke ontsluitingsweg voor zuidwest Fryslân. Via de N359 en de Plattedijk is het plangebied bereikbaar. Een luchtfoto van het plangebied is opgenomen in de volgende figuur.
Figuur 2: Luchtfoto Buitengaats (bron: Bing maps)
Op het bedrijventerrein zijn naast reguliere bedrijven ook enkele jachthavens aanwezig en enkele andersoortige (bedrijfs)functies die zich vooral aan de noordzijde van het plangebied manifesteren. Een deel van het IJsselmeer maakt deel uit van het plangebied. Aan de Sluisweg zijn enkele burgerwoningen aanwezig en verspreid over het bedrijventerrein enkele bedrijfswoningen. Om het bedrijventerrein is een geluidzone voor industrielawaai aanwezig en in het plangebied is een waterkering van toepassing. In hoofdstuk 5 is aangegeven hoe deze functies zijn vertaald in de bestemmingen en welke uitgangspunten hiervoor gelden.
Alhoewel dit bestemmingsplan zich richt op het goed vastleggen van de huidige situatie, staat (zoals ook in paragraaf 3.2 is aangegeven) de gemeente open voor een opwaardering van het gebied Buitengaats. Dit kan in de vorm van een transformatie (van een deel van het gebied) naar andere functies dan bedrijventerrein. Het is van het belang dat de transformatie integraal wordt onderzocht en dat de consequenties voor de rest van Lemmer in ogenschouw gehouden worden. Om dit proces vorm te geven, bestaat de mogelijkheid om een globale totaalvisie op te stellen waarin de hoofddoelstellingen voor de ontwikkelingsmogelijkheden in beeld worden gebracht. Vervolgens kan dit per deelgebied worden uitgewerkt en zo nodig juridisch-planologisch worden uitgewerkt.
Bij eventuele toekomstige herontwikkelingen van Buitengaats ligt het zwaartepunt op de bestaande industriële bedrijvigheid die in de huidige vorm kan blijven functioneren. Hierbij kunnen de bestaande niet-gevoelige verblijfsfuncties die geen belemmering vormen voor de bestaande bedrijven worden voortgezet (waarbij bêd en brochje binnen het (bedrijfs-)wonen als ondergeschikte activiteit mogelijk blijft), ook na de invoering van de Omgevingswet.
Op verschillende niveaus gelden beleidsnota's die betrekking hebben op het plangebied. Op rijks- en provinciaal niveau zijn dit onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Streekplan Fryslân 2007, die verder zijn uitgewerkt in respectievelijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de Verordening Romte Fryslân. Op zowel rijks- als provinciaal niveau is het IJsselmeer aangewezen als Ecologische HoofdStructuur (EHS). Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die de natuurwaarden in gevaar brengen. Voor de natuurwaarden van het IJsselmeer en de EHS is in het bestemmingsplan een specifieke regeling getroffen, zie hiervoor paragraaf 4.8 en 5.2.10. Ook wordt op rijks- en provinciaal niveau de waterkering en de vrijwaringszone hiervan langs het IJsselmeer beschermd. Deze zijn in het bestemmingsplan geregeld. Paragraaf 5.2.7 en 5.2.13 gaan hier nader op in.
Voor het bedrijventerrein geldt vanuit de Verordening Romte Fryslân. dat bedrijven tot en met milieucategorie 4 zijn toegestaan. De mogelijkheden in het bestemmingsplan zijn hiermee in overeenstemming (zie hiervoor ook paragraaf 5.2.2). Voor de aanwezige bedrijven uit een hogere categorie is een specifieke regeling getroffen. Verder is in de verordening aangegeven dat op een bedrijventerrein dat wordt ontsloten door een vaarweg voor de beroepsvaart op dat bedrijventerrein uitsluitend vaarweggebonden bedrijven of bedrijven met van watersport afhankelijke omvangrijke goederenstromen worden toegestaan. Hiervan kan worden afgeweken als op het bedrijventerrein voldoende ruimte is voor deze bedrijven. Dan zijn andere bedrijven ook toegestaan. Op het bedrijventerrein Buitengaats is voldoende ruimte voor de vaarweggebonden bedrijven. Andere bedrijven worden op basis van de geldende planologische mogelijkheden hier ook toegestaan overeenkomstig de bestaande planologische mogelijkheden.
Een deel van het plangebied ligt buitendijks. Hiervoor geldt vanuit de verordening dat er geen bouw- en gebruiksmogelijkheden worden opgenomen voor nieuwe recreatieve voorzieningen, nieuwe stedelijke functies of voor nieuwe bedrijven. Het plan is in overeenstemming met de verordening, omdat hierin geen nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de gronden worden opgenomen. Het plan geeft alleen een nieuwe regeling voor de bestaande planologische mogelijkheden.
Ook op gemeentelijk niveau gelden er diverse beleidsnota's.
De belangrijkste die relevant is voor het plangebied, is de structuurvisie Lemsterland uit 2010. Deze structuurvisie vormt het geldende beleid voor het plangebied totdat de nieuwe omgevingsvisie van De Fryske Marren is vastgesteld. Het bedrijventerrein Buitengaats kan volgens de Structuurvisie op termijn deel gaan uitmaken van het centrumgebied van Lemmer. Door het gebied geleidelijk aan te transformeren van een bedrijventerrein naar een gebied met een combinatie van centrum stedelijk wonen, werkgelegenheid, recreatieve en andere stedelijke voorzieningen, komt het centrum van Lemmer direct aan het IJsselmeer te liggen. Dit laatste biedt voor Lemmer unieke kansen om haar rol als voorzieningencentrum met een regionale functie te versterken. In de visie is voor Buitengaats aangegeven om het gebied te ontwikkelen tot centrumstedelijk woon-, werk- en recreatiegebied. De gemeente blijft de bedrijvigheid op dit terrein echter ook toestaan. Als zich echter in de toekomst de kans voordoet om dit gebied te transformeren, dan grijpt de gemeente dit met beide handen aan, mits hiervoor de middelen beschikbaar zijn. In tegenstelling tot wat is aangegeven in de structuurvisie is een transformatie van een woonfunctie hierbij uitgesloten. In de woningbouwprogrammering van de gemeente zijn hiervoor andere locaties aangegeven. De huidige bedrijfsfuncties van het gebied vormen het uitgangspunt bij dit bestemmingsplan.
Dit bestemmingsplan is in lijn met de structuurvisie. Het betreft een actualisatie van het huidige bestemmingsplan, waarbij het zwaartepunt van de functie van Buitengaats ligt op de bedrijvigheid.
Inmiddels heeft de gemeente een nieuwe omgevingsvisie voor de gemeente in voorbereiding. De ontwerpomgevingsvisie De Fryske Marren is op 3 juli 2018 in procedure gegaan en dient nog vastgesteld te worden. Voor Buitengaats zijn hier geen specifieke beleidsuitgangspunten voor genoemd. In zijn algemeenheid streeft de gemeente naar een opwaardering van haar grondgebied en zo ook voor Buitengaats.
Het detailhandelsbeleid voor Lemmer is in 2006 vastgesteld. Hierin is geregeld dat alleen het centrum van Lemmer ruimte biedt voor de vestiging van nieuwe winkels en dat alleen aan de Stationsweg en aan de Lijnbaan/Bantegastraat (voor zover gelegen binnen de begrenzing van het winkelgebied) ruimte wordt geboden aan grotere winkels dan 500 m2 bruto vloeroppervlakte. Deze gebieden zijn gelegen buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Voor perifere detailhandel kan men terecht op Lemsterpark. De Centrumvisie die in 2012 is vastgesteld, nuanceert het beleid en gaat uit van een versterking van het centrum door de ontwikkelingsruimte voor detailhandel te beperken. Hiermee wordt beoogd dat er geen verplaatsing van winkels naar de randen van het centrumgebied plaatsvindt en leegstand in het hart van het centrumgebied gaat ontstaan. Buiten de voorgenoemde gebieden wordt alleen detailhandel volgens de bestaande detailhandelsvormen op de bestaande locaties toegestaan. De bestemmingsplanregeling van dit plan is hierop afgestemd, de huidige detailhandelsmogelijkheden zijn in het bestemmingsplan geregeld. Perifere detailhandel kan alleen onder voorwaarden worden gevestigd indien onder andere blijkt dat vestiging in het kernwinkelgebied van Lemmer niet mogelijk is.
De andere beleidsnota's geven verder geen aspecten aan die voor het bestemmingsplan van belang zijn. Net als op rijks- en provinciaal niveau wordt gestreefd naar voortzetting en verbetering van het bestaande kwaliteitsniveau.
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de in en rond het plangebied voorkomende relevante milieu- en omgevingsaspecten.
Ten behoeve van de milieuzonering is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het systeem 'Bedrijven en milieuzonering' ontwikkeld, in de vorm van een bedrijvenlijst, waarin de bedrijven zijn gecategoriseerd op hun milieueffecten. Afhankelijk van de mate waarin de in deze lijst opgenomen bedrijven milieuhinder (uitgaande van de gemiddelde bedrijfssituatie) kunnen veroorzaken, kent de lijst aan de bedrijven een milieucategorie toe. Naarmate de milieuhinder toeneemt, loopt de milieu-indeling op van 1 tot en met 6, met bijbehorende richtafstanden. Het plangebied en de (directe) omgeving hiervan kunnen op grond van de aanwezige functies worden beschouwd als een 'gemengd gebied'. Het milieuaspect 'geluid' is hierbij voor de omgeving van het bedrijventerreinen geregeld in de geluidzone, zoals beschreven in paragraaf 4.2.
Voor het plangebied is een regeling gekozen die grotendeels is afgestemd op de regeling uit het voorheen geldende bestemmingsplan uit 1990. Dit houdt in dat aan de noordzijde bedrijven mogelijk zijn uit ten hoogste milieucategorie 3.2 en meer naar het zuiden bedrijven uit milieucategorie 4.2. Voor bedrijven uit een hogere categorie is een specifieke regeling geboden. De bestaande milieuhygiënische situatie is en blijft grotendeels gehandhaafd en een planologische verslechtering is niet mogelijk. Eventuele omgevingsvergunningen voor milieu van de bedrijven zijn afgestemd op de aanwezigheid van de (bedrijfs)woningen in het plangebied, waarmee ze in het plangebied op de huidige locaties kunnen blijven functioneren. Vanuit milieuzonering gelden er geen belemmeringen voor het plangebied.
De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen met betrekking tot de geluidbelasting van geluidsgevoelige gebouwen en terreinen door drie verschillende geluidsbronnen: wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. In en rondom het plangebied zijn geen spoorwegen aanwezig.
In de Wgh is bepaald dat met uitzondering van 30 km/uur-wegen elke weg een geluidszone heeft, waar aandacht aan geluidhinder moet worden besteed. In het gehele plangebied is sprake van een 30 km/gebied. Wel is de N359 een weg met een geluidzone voor gebiedsontsluitend en doorgaand verkeer. In het bestemmingsplan is een regeling opgenomen dat een geluidsgevoelig gebouw niet dichter naar een zoneplichtige weg kan worden gebouwd. Ook is het maximaal aantal rijstroken in de verkeersbestemming op twee vastgelegd.
In het plangebied is een geluidzone ex artikel 41 van de Wgh vastgesteld ten gevolge van de mogelijkheid voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen op het Buitengaats. De ligging van de geluidzone is hierna weergegeven.
Figuur 3: Ligging geluidzone
Voor deze geluidzone is in het plangebied een regeling getroffen. Paragraaf 5.2.11 gaat hier nader op in.
Uit het voorgaande kan worden geconcludeerd dat geluid geen belemmering is voor het plangebied.
Op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de daarop gebaseerde Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) gelden bepaalde normeringsafstanden tussen risicovolle en risicogevoelige functies. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In het Bevi wordt aangegeven hoe met het plaatsgebonden risico en het groepsrisico moet worden omgegaan.
De risicovolle inrichtingen zijn op de risicokaart van de provincie Fryslân weergegeven. In het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen en/of transportroutes/transportleidingen voor gevaarlijke stoffen die vallen onder het Bevi. Wel bevindt zich net ten noorden van een plangebied aan de Zeedijk 1 een lpg tankstation met een veiligheidscontour daaromheen. Paragraaf 5.2.12 gaat hier nader op in. Binnen het invloedsgebied van het lpg tankstation zijn in het plangebied geen milieugevoelige functies aanwezig.
In het plangebied bevindt zich ook een risicovolle inrichting die niet onder het Bevi valt.. Dit betreft een ammoniakkoelinstallatie met een inhoud van 1250 kg bij het bedrijf aan de Vuurtorenweg 12. Er gelden voor deze koelinstallatie geen grens- of richtwaarden waaraan getoetst moet worden. Voor het bestemmingsplan is deze inrichting niet relevant.
Externe veiligheid is daarom geen belemmering voor het plangebied. Dit blijkt ook uit de adviezen van de FUMO en de Brandweer, die in bijlage 1 en 2 zijn opgenomen. Hieruit blijkt ook dat er ten aanzien van de bereikbaarheid, de beschikbaarheid van bluswater, de opkomsttijden en de bereikbaarheid voor hulpdiensten geen knelpunten zijn. Op 20 november 2019 is daarnaast de vergunde doorzet van het lpg tankstation verlaagd naar maximaal 499 m3 per jaar waardoor de risicocontouren zijn verkleind. Dit heeft een positief effect op de omgeving.
Op basis van het voorgaande wordt het restrisico dan ook verantwoord geacht.
De Wet luchtkwaliteit is een onderdeel van de Wet milieubeheer. In de wet zijn normen opgenomen voor de luchtkwaliteit. De luchtkwaliteitseisen vormen onder andere geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde of als een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. In het plangebied zijn geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die nader luchtkwaliteitsonderzoek vereisen. Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor het plangebied.
Met betrekking tot de bodem wordt aangegeven dat in het plangebied geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen worden toegestaan waarvoor op voorhand bodemonderzoek noodzakelijk is. Vanuit het omgevingsaspect bodem zijn er dan ook geen belemmeringen voor het plangebied.
Het plangebied valt onder het beheer van het Wetterskip Fryslân, dat zorgdraagt voor de kwaliteit van het oppervlaktewater in het gebied en dat de grotere boezemwateren, sloten en de waterkeringen beheert, zoals geregeld in de Waterwet. Ook is het waterschap belast met het peilbeheer in het plangebied.
In het plangebied ligt een (primaire) waterkering en een vrijwaringszone ten behoeve van de waterkering. Hiervoor zijn regelingen in het bestemmingsplan opgenomen, paragraaf 5.2.7 en 5.2.13 gaan hier nader op in.Voor de watergangen en waterpartijen in het plangebied geldt dat de bestaande situatie wordt gecontinueerd. De kwaliteit- en kwantiteitsfunctie van het water in het plangebied is hiermee gewaarborgd. Bij ontwikkelingen in het plangebied waarbij sprake is van een toename van verhard oppervlak met meer dan 200 m2 in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied is eveneens de Keur van toepassing waarbij een vergunning van het Wetterskip benodigd is.
Het bestemmingsplan is volgens de watertoets voor een wateradvies in het kader van het vooroverleg naar Wetterskip Fryslân gestuurd en tevens is het digitale watertoets aangevraagd (zie hiervoor bijlage 3). De resultaten hiervan zijn verwerkt in het bestemmingsplan en hiermee is de watertoets doorlopen.
Voor het plangebied is op grond van de Wet op de archeologische monumentenzorg onderzocht of er archeologische waarden aanwezig zijn. Hiervoor is de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) van de provincie Fryslân gebruikt. Op deze kaart is op basis van de aanwezige archeologische monumenten en de te verwachten archeologische waarden een advies aangegeven. De FAMKE bestaat uit twee provinciedekkende advieskaarten, één voor de periode Steentijd - Bronstijd, en één voor de periode Ijzertijd - Middeleeuwen. Deze kaart is ook gekoppeld aan de provinciale ruimtelijke verordening.
Voor het plangebied geldt dat voor het overgrote deel pas onderzoek noodzakelijk is bij ingrepen vanaf 5.000 m2, behalve een klein deel van de Vuurorenweg waar zich op grond van de FAMKE-kaart voor de Ijzertijd - Middeleeuwen een vuursteenvindplaats bevindt. Dit is in het volgende figuur aangegeven.
Figuur 4: FAMKE advieskaart Ijzertijd - Middeleeuwen
Voor dit gebied dient bij ingrepen van meer dan 50 m2 een archeologisch onderzoek plaats te vinden. In het bestemmingsplan is voor deze gebieden een beschermende regeling door middel van een dubbelbestemming opgenomen. Zie hiervoor paragraaf 5.2.16. Vanuit archeologie gelden er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.
Het is verplicht om in het bestemmingsplan aandacht te schenken aan de cultuurhistorische waarden in het plangebied. Het kan nodig zijn om cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan te beschermen. Hieronder vallen bijvoorbeeld monumenten, karakteristieke panden, maar ook cultuurhistorisch waardevolle landschappen. In het plangebied zijn dergelijke cultuurhistorische waarden niet aanwezig. Verder betreft het een conserverend bestemmingsplan waar het behoud en versterking van het bestaande karakter van het plangebied voorop staat.
Vanuit cultuurhistorie gelden er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.
Het plangebied is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Wat betreft de gebiedsbescherming, maakt het plangebied geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Wel is het IJsselmeer aangewezen als Natura 2000-gebied, ter plekke van het plangebied heeft het IJsselmeer echter alleen de status van Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk die negatieve gevolgen hebben voor het IJsselmeer of voor andere Natura 2000- of NNN-gebieden in de omgeving. In het plangebied wordt een conserverende regeling getroffen voor de bestaande (planologische) situatie. Voor de natuurwaarden van het IJsselmeer is in het bestemmingsplan een specifieke regeling getroffen, zie hiervoor paragraaf 5.2.10. Wat betreft de gebiedsbescherming, zijn er geen belemmeringen te verwachten. Hetzelfde geldt ook voor de soortenbescherming.
In dit hoofdstuk wordt een motivatie gegeven van de gehanteerde bestemmingen en de daarbij behorende uitgangspunten van het bestemmingsplan.
Het bestemmingsplan omvat de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels. Dit is opgenomen in een GML-bestand. De bestemmingen zijn juridisch vastgelegd in de regels behorende tot dit plan en zijn vertaald naar de verbeelding.
Het bestemmingsplan is opgezet als een digitaal raadpleegbaar plan. Deze digitale versie is bedoeld om de burger 'online' informatie te verschaffen over het bestemmingsplan. Bovendien is de digitale versie bedoeld voor uitwisseling van gegevens binnen de gemeente en met andere overheidsinstanties. Het bestemmingsplan is opgezet volgens de verplichte landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP). Deze standaard is wettelijk verplicht en is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Zo voorziet de SVBP in een standaardopbouw van een bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voldoet bovendien aan de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die per 1 oktober 2010 in werking is getreden.
Na de herindeling van de voormalige gemeenten Lemsterland, Skarsterlân en Gaasterlân-Sleat in de gemeente De Fryske Marren zijn de verschillende bestemmingsplansystematieken die in de oude gemeenten golden, geharmoniseerd. In het handboek zijn standaardregels opgenomen die bij nieuwe bestemmingsplannen als basis genomen moeten worden. De bestemmingsplanregeling van dit bestemmingsplan is opgezet volgens de meest recent vastgestelde versie van het handboek. Paragraaf 5.2 gaat hier per bestemming specifiek op in.
De regels bevatten allereerst een bestemmingsomschrijving. Hierin staat beschreven voor welke functie(s) de gronden mogen worden ingericht, gebruikt en hoe de onderlinge rangorde van functies is. Indien van toepassing, worden ook de aan de hoofdfunctie ondergeschikte functies mogelijk gemaakt. De ondergeschiktheid is altijd gerelateerd aan het bestemmingsvlak en dient per geval geïnterpreteerd te worden vanuit de aard, omvang en tijd(sduur) van de ondergeschikte functie ten opzichte van de hoofdfunctie.
Door middel van aanduidingen worden op enkele specifieke locaties extra bestaande functiemogelijkheden geboden. Naast de bestemmingsomschrijving zijn in de regels bouwregels en gebruiksregels opgenomen. In de bouwregels is - gerelateerd aan de toegelaten gebruiksfuncties - aangegeven welke gebouwen en andere bouwwerken in principe zijn toegestaan en welke maatvoering daarbij moet worden aangehouden.
De gebruiksregels verbieden bepaalde vormen van gebruik of begrenzen toegelaten vormen van gebruik binnen een bestemming (specifieke gebruiksregels) dan wel verbieden alle gebruik in strijd met de gegeven bestemming (algemene gebruiksregels).
In de toekomst kunnen zich omstandigheden voordoen (die op dit moment nog niet zijn voorzien), waaruit blijkt dat de bouw- en gebruiksregels niet voldoende zijn. In deze gevallen kan door het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de bouw- en gebruiksregels. Van geval tot geval zal een afweging worden gemaakt. Er zijn ook gebruiksvormen die beleidsmatig wel mogelijk zijn, maar die vanwege een zorgvuldige afweging onder een afwijking zijn gebracht. Deze vergunning wordt afgegeven na een zorgvuldige afweging van waarden en functies in de bestemmingen.
Het plan bevat voor een aantal gevallen mogelijkheden om bestemmingen te wijzigen binnen de in de regels aangegeven grenzen. Voor zo'n wijziging bestaan aparte procedureregels. De gemeenteraad heeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om het plan te wijzigen. Voor zover het een wijziging binnen de bestemming zelf betreft, bijvoorbeeld het verwijderen van een aanduiding, staat deze in het betreffende artikel genoemd. Voor zover het een wijziging naar een andere bestemming betreft, kan deze in het betreffende artikel zijn opgenomen of in een algemeen artikel.
In het bestemmingsplan is in de overige regels een regeling opgenomen die voldoende parkeergelegenheid waarborgt. De gemeente hanteert hiervoor de parkeernormen uit de Nota beleidsregels parkeren De Fryske Marren vastgesteld (31 januari 2018 door de gemeenteraad en 19 februari 2018 door het college van burgemeester en wethouders).
In de begripsomschrijving van 1.13 is aangegeven wat onder het begrip 'bestaand' wordt verstaan, dat in verschillende bestemmingen voorkomt. Hierbij wordt verwezen naar de regelingen die in de beheersverordening Lemmer, Oosterzee, Gietersebrug en Bantega en het daarbij behorende bestemmingsplan Buitengaats uit 1990 zijn opgenomen.
Het overgangsrecht is gericht op bouwwerken die ooit met een bouwvergunning of een melding zijn gebouwd, of een gebruik dat ooit is toegestaan, maar die nu, vanwege een bestemmings- of beleidswijziging onder het overgangsrecht zijn gebracht. Het overgangsrecht is er op gericht dat deze bouwwerken uiteindelijk zullen verdwijnen of het gebruik ervan wordt beëindigd, zodat de situatie in overeenstemming geraakt met de gegeven bestemming.
Deze paragraaf geeft een toelichting op de uitgangspunten en de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van alle bestemmingen en aanduidingen zoals die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen.
Het algemene uitgangspunt voor het plangebied is het behoud en de versterking van de aanwezige functies en de huidige ruimtelijke kwaliteit. De mogelijkheden in het plangebied zijn afgestemd op de huidige situatie. Hierbinnen is er ruimte voor kwaliteitsverbetering.
Uitgangspunt
Deze bestemming regelt een nutsgebouw aan de Vuurtorenweg 12 T die niet vergunningsvrij is (groter dan 15 m2 en 45 m3). Het behoud van het bestaande gebouw is het belangrijkste uitgangspunt. Ook zijn binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' (niet-vergunningsvrije) nutgebouwen mogelijk.
Bestemmingsbeschrijving
De bestemmingsomschrijving biedt een flexibele invulling ten behoeve van de toelaatbaarheid van nutsvoorzieningen op het perceel. De bouwregels zijn afgestemd op de bestaande afmetingen van het gebouw. Het bouwvlak is hier strak omheen getrokken.
Uitgangspunt
De bestemming 'Bedrijventerrein' is van toepassing op het grootste deel van het plangebied. Het behoud van de bestaande mogelijkheden is het belangrijkste uitgangspunten voor de bestemming. Overeenkomstig de bestaande mogelijkheden zijn bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 3 in het noordelijke deel en categorie 4 in het overige deel van het bedrijventerrein toegestaan op. Voor de anderssoortige functies (zoals perifere detailhandel, bedrijfswoningen, detailhandel ter plaatse van de supermarkt en een casino) en bedrijven uit een hogere categorie biedt het bestemmingsplan een regeling die is afgestemd op de huidige mogelijkheden. Voor bedrijfswoningen geldt dat deze alleen op de huidige locaties zijn toegestaan en dat er geen mogelijkheden worden geboden voor nieuwe bedrijfswoningen. De bouwmogelijkheden in de bestemming (zoals de ligging van de bouwvlakken en de maximale bouwhoogten) zijn ook afgestemd op de huidige mogelijkheden.
Omdat de bedrijventerrein is voorzien van een geluidzone, zijn op het bedrijventerrein geluidzoneringsplichtige inrichtingen geregeld.
Bestemmingsbeschrijving
In de bedrijvenlijst in bijlage 1 van de regels is aangegeven welke bedrijven zijn toegestaan. Voor de andersoortige functies (waaronder bedrijfswoningen) en bedrijven uit een hogere categorie zijn aanduidingen opgenomen waarmee deze functies ter plekke zijn geregeld. Voor bedrijven die niet zijn opgenomen in deze lijst, of bedrijven uit een hogere categorie is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om ze (onder voorwaarden) toe te staan. Voor nieuwe perifere detailhandel is er een afwijkingsmogelijkheid opgenomen op dit onder voorwaarden toe te staan. Met de aanduiding 'overige zone - gezoneerd industrieterrein' is op de verbeelding aangegeven dat het bedrijventerrein als gezoneerd terrein is aangewezen.
De gebouwen en overkappingen moeten binnen de bouwvlakken worden gebouwd, waarbij de maximale bouwhoogten volgens de geldende mogelijkheden (10 meter) zijn vastgelegd op de verbeelding. In alle gevallen is een bebouwingspercentage va 75 % en een minimale afstand van 3,0 meter ten opzichte van de zijdelingse en de achterperceelgrens van toepassing. Hiermee wordt voorkomen dat de bouwvlakken te vol worden gebouwd en deze regeling komt ook de brandveiligheid ten goede.
Ook zijn er afwijkingsmogelijkheden opgenomen om onder voorwaarden gebouwen en/of overkappingen buiten het bouwvlak te bouwen, het bebouwingspercentage te verhogen, de bouwhoogte te vergroten en de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens te verkleinen.
Voor bedrijfswoningen wordt onderscheid gemaakt tussen inpandige bedrijfswoningen en vrijstaande bedrijfswoningen. Hierbij bestaan er onder voorwaarden mogelijkheden voor bêd en brochje als ondergeschikte activiteit toegestaan. Een beperking van laatstgenoemde functies is niet aan de orde.
Uitgangspunt en bestemmingsbeschrijving
De groenbestemming is van toepassing op de groenstroken bij de woningen aan de Sluisweg. Het behoud van deze groenstroken is het belangrijkste uitgangspunt. Er zijn daarom geen gebouwen en overkappingen toegestaan.
Uitgangspunt
De bestemming 'Recreatie - Jachthaven' is van toepassing op de jachthavens met bijbehorende voorzieningen aan de Vuurtorenweg. Bij de jachthaven aan de Vuurtorenweg 19-20 is horeca en een jachtreparatiebedrijf aanwezig. Bij de jachthaven ten zuiden hiervan is een voorzieningengebouw aanwezig. Het behoud van de bestaande functies en bebouwingskarakteristieken en waar mogelijk versterken is het belangrijkste uitgangspunt.
Bestemmingsbeschrijving
De jachthavens zijn in de volledige bestemmingsvlakken toegestaan, waarbij de hiervoor genoemde gebouwen en functies alleen op de locaties zijn toegestaan die zijn voorzien van een aanduidingsvlak dan wel een bouwvlak. De maatvoering hiervan is grotendeels afgestemd op de bestaande situaties dan wel het vorige bestemmingsplan.
Uitgangspunt en bestemmingsbeschrijving
De wegen en straten in het plangebied zijn onder de bestemming 'Verkeer' gebracht. Ook bermen, sloten, begeleidende groenstroken, parkeerplaatsen en dergelijke zijn in deze bestemming meegenomen. In de bestemming bevinden zich garageboxen en een vuurtoren. Daarnaast wordt de Willemskade ook (niet doorlopend) gebruikt voor scheepsbouw- en reparatie ten behoeve van de aansluitende bedrijven.
Het behoud van de bestaande wegen- en stratenstructuur in het plangebied en het opnemen van andere functies ter ondersteuning van de openbare ruimte in de bestemmingen zijn de belangrijkste uitgangspunten. Om deze reden zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan, behalve ter plaats van de garageboxen en de vuurtoren die zijn aangeduid. In verband met de akoestische aspecten vanuit de Wet geluidhinder is het niet mogelijk het aantal rijstroken uit te breiden naar meer dan twee. Het gebied aan de Willemskade waar scheepsbouw- en reparatie plaatsvindt, is voorzien van een aanduiding. Dit geldt ook voor het aansluitende gebied in de bestemming 'Water'.
Uitgangspunt en bestemmingsbeschrijving
De bestemming 'Water' is van toepassing op de grote waterpartijen en waterlopen in het plangebied, waaronder een deel van het IJsselmeer en het water bij het bedrijventerrein en de jachthaven dat voor de scheepswerven of tankstation gebruikt wordt. Daarnaast zijn in het water ook een laad- en losplaats en een reddingstation aanwezig. Het behoud van het water en de hiervoor genoemden functies is het belangrijkste uitgangspunt, waarbij er ondergeschikt ook mogelijkheden bestaan voor extensief dagrecreatief medegebruik en groenvoorzieningen.
Om het karakter van de openbare ruimte te bewaren, zijn geen gebouwen en overkappingen in de bestemming toegestaan, behalve voor het gebouw van het reddingstation dat is aangeduid. Wat betreft de aanleggelegenheid geldt dat aanleggen voor maximaal drie aaneengesloten dagen is toegestaan. Hiermee wordt voorkomen dat het water voor langere periode wordt gebruikt voor de aanleg van boten en dergelijke. De laad- en losplaats en het water dat gebruikt wordt voor scheepsbouw- en reparatie zijn voorzien van aanduidingen.
Uitgangspunt en bestemmingsbeschrijving
Ter bescherming van de waterkering (en een deel van reserveringszone hiervan) is de bestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ opgenomen. De bescherming van de waterkerende functie staat hierin voorop en vormt het hoofduitgangspunt. Er mogen dan ook geen gebouwen worden gebouwd, behalve een bestaand gebouw in de zuidkant van het plangebied. Hier is recentelijk een steiger gerealiseerd die in verband met de hoogte specifiek dient te worden. Het gebouw en de stijger zijn volgens de bestaande karakteristieken geregeld in het bestemmingsplan met een bouwvlak en een aanduidingsvlak. Ook is er voor diverse werkzaamheden (ter bescherming van de waterkering) een omgevingsvergunning nodig, zie hiervoor artikel 9.3.
Uitgangspunt
In het zuidoosten van het plangebied aan de Sluisweg staan enkele woningen. Het behoud en de versterking van de woonfunctie en aan de woonfunctie aanverwante functies is het belangrijkste uitgangspunt. Het betreft een rij van 5 woningen die zijn uitgevoerd in twee lagen met een kap. Op grond van het gemeentelijke handboek zijn deze woningen bestemd door middel van de bestemming 'Wonen - 2' met een aanduiding voor het maximum aantal aaneen te bouwen woningen.
In deze woonbestemming wordt gewerkt met een vaste bouwvlakdiepte, waarbij de achterbouwgrens tegen de achtergevel van de woningen aanligt.
De afstand tot de zijdelingse perceelgrens is, onder andere in verband met brandveiligheidsaspecten, in de regels standaard vastgelegd op minimaal drie meter (met uitzondering van bestaande situaties). Via een binnenplanse afwijking met bijbehorende toetsingscriteria kan deze afstand worden verkleind.
Binnen de woonbestemming is een uniforme erfbebouwingsregeling gehanteerd waarbij rekening is gehouden met een maximale oppervlakte en bebouwingspercentage aan bijbehorende bouwwerken (zoals aanbouwen, uitbouwen en vrijstaande bijgebouwen). Hiermee wordt voorkomen dat de percelen te vol worden gebouwd, dit is onder andere van belang voor de brandveiligheid. Afhankelijk van de oppervlakte van het bouwperceel gelden er afwijkingsmogelijkheden om de hoeveelheid erfbebouwing te vergroten. Hiervoor geldt het uitgangspunt dat voor grotere bouwpercelen meer mogelijkheden gelden. Verder zijn er mogelijkheden voor erkers opgenomen in de woonbestemming.
Er zijn onder voorwaarden verschillende functies bij het wonen toegestaan, zoals aan huis verbonden werkactiviteiten en 'bêd en brochje'. Het uitgangspunt hiervoor is dat deze functies ondergeschikt aan de woonfunctie worden uitgeoefend.
Bestemmingsbeschrijving
In de bestemming is onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen (woonhuizen) en bijbehorende bouwwerken. De hoofdgebouwen moeten in de bouwvlakken gebouwd worden, er is een afwijkingsmogelijkheid in de bestemmingen opgenomen om het hoofdgebouw onder voorwaarden gedeeltelijk buiten het bouwvlak te bouwen. In de bestemming 'Wonen - 2' zijn woningen met een goot- en bouwhoogte van maximaal 6,5 en 12 meter toegestaan (twee lagen met kap).
Bij de woonbestemming zijn ten hoogste 70 m2 aan bijbehorende bouwwerken toegestaan tot een maximaal oppervlak van 50% per bouwperceel. De oppervlakte van het hoofdgebouw telt hier niet in mee. Afhankelijk van de grootte van het bouwperceel kan deze oppervlakte onder voorwaarden vergroot worden tot ten hoogste 200 m2.
In de specifieke gebruiksregels is opgenomen dat de gronden en bouwwerken niet gebruikt mogen worden voor detailhandel en bedrijvigheid, met uitzondering van aan huis verbonden werkactiviteiten en bêd en brochje. Bij deze functies is het van belang dat ze ondergeschikt zijn aan de woonfunctie, zodat de woonfunctie voor het overgrote deel behouden blijft. De regeling is hierop afgestemd.
Uitgangspunt en bestemmingsbeschrijving
In het plangebied is op één locatie bij de Vuurtorenweg (zie paragraaf 4.7.1) sprake van archeologische waarden die beschermd moeten worden volgens de FAMKE-kaart. Voor deze gronden geldt het uitgangspunt dat eerst archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden voordat bouwwerken groter dan 50 m2 gebouwd kunnen worden. Hierom zijn bepaalde werken en werkzaamheden (zie hiervoor artikel 11.3 van de regels) omgevingsvergunningsplichtig.
Omdat het IJsselmeer voor de natuur van groot belang is, is hiervoor de dubbelbestemming 'Waarde - Natuur en Landschap' opgenomen. Het uitgangspunt hiervoor is het behoud, het herstel en/of het versterken van de landschappelijke en natuurlijke waarden. Voor een aantal werken en werkzaamheden die deze waarden kunnen scharen is een omgevingsvergunning benodigd. Zie artikel 12.2 voor een overzicht hiervan.
Uitgangspunt en aanduidingsbeschrijving
Het bedrijventerrein heeft een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder. Deze geluidzone ligt over een deel van het plangebied buiten (de uitbreiding van) het bedrijventerrein. Het is wettelijk verplicht om deze geluidzone in het bestemmingsplan te regelen. Binnen de geluidzone wordt gestreefd naar het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting, dit is ook het uitgangspunt. Geluidsgevoelige bebouwing mag hier alleen worden opgericht als is aangetoond dat de geluidsbelasting niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarden of een verkregen hogere waarde.
Uitgangspunt en aanduidingsbeschrijving
Binnen deze zone rondom (het buiten het plangebied gelegen) lpg-vulpunt aan de Zeedijk mogen geen nieuwe beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten worden toegelaten en mogen bestaande objecten ook niet worden gebruikt als beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten. Afwijking daarvan is mogelijk als is aangetoond dat daardoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de veiligheid van personen. Mocht het lpg-vulpunt verdwijnen of worden verplaatst, dan biedt het plan de mogelijkheid om met wijziging het plan hierop aan te passen.
Uitgangspunt en aanduidingsbeschrijving
De reserveringszone van de waterkering is geregeld met de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk'. De ligging van het aanduidingsvlak is afgestemd op de provinciale verordening. De reserveringszone is opgenomen voor toekomstige versterking van de waterkering langs het IJsselmeer vanwege de te verwachten stijging van de IJsselmeerpeil. Dit is ook het uitgangspunt van de regeling. Hiermee kunnen ongewenste ontwikkelingen worden voorkomen die toekomstige versterking in de weg staan.
De aanduidingsregeling geldt 'boven' de onderliggende bestemmingen en houdt in dat er behalve de bestaande gebouwen en overkappingen bij recht geen andere zijn toegestaan. Nieuwe gebouwen of overkappingen zijn alleen mogelijk als is gebleken dat er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de werking van de waterkering. Dit is geregeld door middel van een afwijking, waarbij een positief advies van de dijkbeheerder verkregen moet worden. Tevens moet er voor alle activiteiten een watervergunning aangevraagd en verkregen worden.
Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een bestemmingsplan en de grondexploitatie. Bij de uitvoerbaarheid wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.
Het voorontwerp van het bestemmingsplan is door de gemeente op basis van de inspraakverordening met ingang van 9 maart 2020 gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegd met de mogelijkheid om daarop schriftelijk of mondeling te reageren. Tegelijkertijd is ook het overleg ex artikel 3.1.1. Bro gevoerd met de gebruikelijke overleginstanties.
De gemeente heeft in deze periode overlegreacties ontvangen van
In het kader van de inspraak zijn vier schriftelijke inspraakreacties ingediend over het voorontwerpbestemmingsplan. Onder A. worden de overlegreacties beschreven en van een gemeentelijke reacties voorzien, onder B. de inspraakreacties.
A. Overlegreacties ex artikel 3.1.1. Bro
Provincie Fryslân.
De provincie geeft aan dat de provinciale belangen op juiste wijze zijn verwerkt en dat het plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen.
Reactie gemeente:
Deze reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
Wetterskip Fryslân.
Verzocht wordt om de digitale watertoets te doorlopen. Het is niet duidelijk welke wateraspecten worden geraakt en hoe deze zijn geborgd.
In relatie met hoofdstuk 5.2.7 van de plantoelichting wordt gevraagd hoe de reserveringszones en buitenbeschermingszones zijn geborgd.
Verder wordt gevraagd welke werkzaamheden zullen plaatsvinden waar het gaat om een toename van 200 m2 verharding in stedelijk gebied en meer dan 1500 m2 in landelijk gebied.
Reactie gemeente:
De watertoets is uitgevoerd waaruit is gebleken dat er geen waterschapsbelang is. Het bestemmingsplan is alleen een actualisatie van de geldende beheersverordening voor het bedrijventerrein Buitengaats en het geldende bestemmingsplan.
Via de bestemming 'Water-Waterkering' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone -dijk'
zijn de reserveringszones voldoende geborgd. In hoofdstuk 5.2.13 'vrijwaringszone - dijk' is
hier nader op ingegaan.
In hoofdstuk 4.6 van de plantoelichting wordt in algemene zin verwezen naar de Keur van
het Wetterskip en de vergunningplicht voor de genoemde activiteiten.
Brandweer Fryslân.
In de brief van 18 maart 2020 geeft Brandweer Fryslân een advies over het hulpverleningsperspectief en het optimaliseren van de veiligheidssituatie waar het gaat om externe veiligheid wat betreft risicovolle inrichtingen en buisleidingen. Aandacht wordt gevraagd voor bestaande kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 van het LPG tankstation en het verwerken van dit standpunt in de stukken bij het bestemmingsplan.
Reactie gemeente:
We voegen de reactie van brandweer (en de informatie van de Fumo) toe aan het ontwerpbestemmingsplan, met de opmerking dat de vergunning voor het LPG-tankstation aan de Zeedijk 1 op 20 november 2019 ambtshalve is gewijzigd. Er was een doorzet vergund tot 1.000 m3. Dat is met de ambtshalve verandering in overleg met het bedrijf verlaagd naar maximaal 499 m3 per jaar. De daarbij behorende risicocontouren zijn daarmee ook verkleind. In het ontwerpbestemmingsplan wordt rekening gehouden met de verminderde doorzet en de verkleining van de risicocontouren. Dit leidt tot een positief effect voor de omgeving.
Aan het ontwerpbestemmingsplan voegen we verder de informatie van de Fumo toe over de
ammoniakkoelinstallatie aan de Vuurtorenweg 12 die volgens de Professionele Risicokaart is
vergund voor 1.250 kg ammoniak. In de plantoelichting wordt dit benoemd.
Gelet op de vergunde hoeveelheid ammoniak is een groepsrisicoberekening en verantwoording van het groepsrisico niet nodig.
Tennet.
Binnen de grenzen van dit plan heeft Tennet noch bovengrondse-, noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer. Tennet heeft geen opmerkingen.
Redactie gemeente:
De reactie is voor kennisgeving aangenomen.
B. Inspraakreacties.
In het kader van de inspraak over het voorontwerpbestemmingsplan zijn vier schriftelijke inspraakreacties ontvangen. De reacties worden schriftelijk beantwoord. De reacties geven hebben geen aanleiding gegeven om fundamentele aanpassingen in het plan aan te brengen. Wel is het plan op enkele punten aangepast en verduidelijkt. Hierna zijn de inspraakreacties en de beantwoording daarop kort weergegeven.
Daarna is het bestemmingsplan gereed gemaakt voor de wettelijke vaststellingsprocedure. Er is gelegenheid geweest tot het mondeling en schriftelijk kenbaar maken van zienswijzen bij de gemeenteraad. Op basis hiervan is het bestemmingsplan op 29 september 2021 gewijzigd vastgesteld. In bijlage 4 zijn de wijzigingen aangegeven. Tegen de vaststelling van het bestemmingsplan is beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor het bestemmingsplan. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. Indien sprake is van bepaalde bouwplannen, moet de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan vaststellen. Van het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien als voornoemde kosten 'anderszins verzekerd' zijn, bijvoorbeeld door overeenkomsten, en het stellen van eisen met betrekking tot kwaliteit en fasering niet noodzakelijk wordt geacht. Een combinatie van een exploitatieplan en overeenkomsten is ook mogelijk.
Dit bestemmingsplan (de toegestane functies en de bouwregels) is gebaseerd op de bestaande situatie en geldende regelingen voor het plangebied. Geheel nieuwe bouwplannen (volgens het Bro) worden niet mogelijk gemaakt. De grondexploitatieregeling is niet van toepassing en de vaststelling van een exploitatieplan daarom niet nodig.
In principe verandert de economische onderbouwing niet ten opzichte van de eerder geldende plannen. Het weergeven van de economische uitvoerbaarheid voor de inzet van gemeentelijke middelen door middel van een cijfermatige opzet, is daarom voor dit bestemmingsplan niet relevant.