direct naar inhoud van Regels
Plan: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Langeweg Ooltgensplaat
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1924.TAMOLPLngwg-OP30

Regels

Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het realiseren van een gebiedontwikkeling aan de Langeweg in Ooltgensplaat en is als een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk [22a]) opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Goeree-Overflakkee. Dit hoofdstuk is bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP/TPOD beschikbaar te stellen.

De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk [22a] van het omgevingsplan van de gemeente Goeree-Overflakkee. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '[22a.]' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '[22a.]' gelezen worden.

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Toepassingsbereik

1.1 Tijdelijk omgevingsplan - bestemmingsplan

De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in lid 1.4.

1.2 Tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat

De regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in lid 1.4, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

1.3

De artikelen 22.26 en 22.29 zijn van overeenkomstige toepassing op de regels in dit hoofdstuk.

1.4 Verwijzing naar verbeelding

De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Langeweg Ooltgensplaat, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1924.TAMOLPLngwg-OP30.

Artikel 2 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de volgende begripsbepalingen:

2.1 van toepassing verklaring

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk van het omgevingsplan.

2.2 aanvullende begripsbepalingen

In aanvulling op het bepaalde in 2.1 worden voor de toepassing van de regels in dit hoofdstuk de begrippen als bedoeld in 2.3 tot en met 2.50 gehanteerd.

2.3 plan

Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a, Langeweg Ooltgensplaat met identificatienummer NL.IMRO.1924.TAMOLPLngwg-OP30 van de gemeente Goeree-Overflakkee bestaande uit de geometrisch bepaalde planobjecten zoals vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1924.TAMOLPLngwg-OP30 met de in dit plan opgenomen regels en de daarbij behorende bijlagen.

2.4 aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

2.5 aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

2.6 aan- en uitbouw

een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

2.7 achtererfgebied

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen.

2.8 ander bouwwerk

een bouwwerk, geen gebouw zijnde zonder dak.

2.9 bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.10 bebouwingsgebied

achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.

2.11 bed & breakfast

het bieden van recreatief nachtverblijf, kortdurend, in de vorm van logies al dan niet met ontbijt, binnen een oorspronkelijk voor een andere functie gebouwd (deel van een) hoofdgebouw, aan- of uitbouw of bijgebouw.

2.12 bedrijfsmatige activiteiten aan huis

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten – geen detailhandelsbedrijf zijnde – en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (voor wat betreft milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is, dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving, zoals een kapper, bloemschikker en meubelmaker.

2.13 beeldende kunst

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat strekt tot het tot uitdrukking brengen van een kunstzinnig idee, door het op creatieve wijze vorm geven aan materiaal of materialen, zoals steen, hout, brons, glas en dergelijke.

2.14 begane grond

de bouwlaag van een gebouw die ter hoogte van het maaiveld is gelegen, waarop in de meeste gevallen de hoofdtoegang van het gebouw is gesitueerd, en waaronder zich een kruipruimte, kelder of souterrain kunnen bevinden.

2.15 beroepsmatige activiteiten aan huis

het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang in een woning kan worden uitgeoefend en dat geen onevenredige afbreuk doet aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving, zoals een advocaat, belastingconsulent, dierenarts, fysiotherapeut, huisarts, interieurarchitect, juridisch adviseur, kunstenaar, medisch specialist, notaris, psycholoog, registeraccountant, stedenbouwkundige, tandarts, tolk/vertaler.

2.16 bijbehorend bouwwerk

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

2.17 bijgebouw

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in bouwkundig en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

2.18 bouwen

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.

2.19 bouwperceel

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

2.20 bouwperceelgrens

de grens van een bouwperceel.

2.21 bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

2.22 carport/overkapping

een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen.

2.23 dakkapel

een constructie ter vergroting van een gebouw, die zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie zich onder de noklijn bevindt en de voorzijde van de constructie binnen de gevel van het gebouw is gelegen.

2.24 detailhandel

het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

2.25 duurzaam gemeenschappelijke huishouding

een vaste groep van personen tussen wie een duurzame band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen, waarbij sprake is van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen.

2.26 eerste bouwlaag

de bouwlaag op de begane grond.

2.27 erf

al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw.

2.28 erker

hoekige of ronde uitbouw aan een gevel.

2.29 gebouw

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

2.30 hoofdgebouw

een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

2.31 hoofdverblijf

een gebouw of een deel van een gebouw dat fungeert als de vaste verblijfplaats van een persoon, hetgeen blijkt uit de basisregistratie personen (BRP).

2.32 huishouden

een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren.

2.33 kelder

een geheel ondergronds gelegen ruimte, die is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk.

2.34 kunstwerken

een overig bouwwerk ten behoeve van civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct, een sluis, dan wel een daarmee gelijk te stellen voorziening.

2.35 locatie

een geometrisch bepaald vlak of figuuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge dit hoofdstuk regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en het bebouwen van de gronden.

2.36 motorvoertuig

gemotoriseerd voertuig, niet zijnde een bromfiets, snorfiets, invalidenvoertuig of tram.

2.37 nutsvoorziening

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van ondergrondse afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

2.38 ondergeschikte functie

functie die ondergeschikt is aan de hoofdfunctie.

2.39 overig bouwwerk

een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

2.40 overkapping

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak dat in functioneel en bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw.

2.41 pand

de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

2.42 parkeerbehoefte

het aantal benodigde parkeerplaatsen per eenheid van een functie in een gebied.

2.43 parkeergelegenheid

een plek in het openbaar gebied of op eigen grond waar iemand zijn of haar motorvoertuig/(brom)fiets mag parkeren, dit kan zowel betaald als onbetaald zijn.

2.44 peil
  • a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg;
  • b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
2.45 perceel

een of meerdere aaneengesloten kadastrale percelen behorend bij het hoofdgebouw.

2.46 voorgevel

de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt.

2.47 voorgevelrooilijn

de lijn waarin de voorgevel van het hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan.

2.48 waterhuishoudkundige voorzieningen

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit, waaronder duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater.

2.49 wonen

de huisvesting van één duurzaam huishouden dat het hoofdverblijf houdt op één dezelfde locatie gedurende tenminste 2/3 deel van een aaneengesloten periode van 6 maanden.

2.50 woning

een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk duurzaam huishouden als hoofdverblijf.

Artikel 3 Meet- en rekenbepalingen

3.1 Meetbepalingen

In aanvulling op het bepaalde in artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meetbepalingen:

3.2 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk.

3.3 bebouwd oppervlakte van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.

3.4 goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

3.5 inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

3.6 bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

3.7 hoogte van de eerste bouwlaag

wordt gemeten 0,30 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning.

3.8 oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

3.9 toepassing van maten

Bij de toepassing van lid 3.1 t/m lid 3.8, blijven overschrijdingen buiten beschouwing die betrekking hebben op:

  • a. stoepen, stoeptreden, toegangsbruggen en funderingen;
  • b. plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, indien de overschrijding van de voorgevelrooilijn niet meer dan 12 cm bedraagt;
  • c. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken, overbouwingen, erkers, mits zij de voorgevelrooilijn met niet meer dan 0,5 m overschrijden;
  • d. voor de bouw van balkons of luifels dan wel, uitsluitend bij woningen op de verdiepingen, van galerijen, mits:
    • 1. de overschrijding niet meer bedraagt dan 2 m;
    • 2. de afstand tot de openbare weg niet minder dan 2 m mag bedragen, met uitzondering van galerijen, waarvan de afstand tot de openbare weg niet minder dan 0,5 m mag bedragen en met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' waar de afstand van balkons tot de openbare weg niet minder dan 0,95 m mag bedragen.
  • e. ondergrondse funderingen en ondergrondse bouwwerken, voor zover deze de bouwgrens met niet meer dan 1 m overschrijden.


Hoofdstuk 2 Ruimtelijke bouwactiviteiten

Artikel 4 Bouwen hoofdgebouw

4.1 Vergunningplicht
  • a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen ter plaatse van de locatie 'Bebouwingsgebied Langeweg Ooltgensplaat'.
  • b. In aanvulling op het gestelde in lid a wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als:
    • 1. voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in lid 4.2;
    • 2. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid als bedoeld in Artikel 13;
    • 3. voldaan wordt aan de beeldkwaliteitseisen voor het transformatiegebied Langeweg Ooltgensplaat, die worden toegevoegd aan de Nota Ruimtelijke kwaliteit.

4.2 Beoordelingsregels bouwen hoofdgebouw
  • a. een hoofdgebouw wordt uitsluitend gebouwd ter plaatse van de locatie 'Bebouwingsgebied Langeweg Ooltgensplaat';
  • b. de voorgevel van het hoofdgebouw wordt georiënteerd op de openbare weg;
  • c. de goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 6 m;
  • d. de bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 11 m;
  • e. de diepte van een hoofdgebouw bedraagt niet meer dan 18 meter;
  • f. de afstand van de voorgevel tot de voorste perceelsgrens van een hoofdgebouw bedraagt minimaal 3 m en maximaal 6 m;
  • g. de afstand van een hoofdgebouw tot de zijdelings perceelsgrens bedraagt minimaal 3 m aan de zijde waar niet is aangebouwd aan een ander hoofdgebouw;
  • h. in afwijking van het bepaalde b t/m g gelden ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld', de volgende regels:
    • 1. de goothoogte van een hoofgebouw mag niet meer bedragen 14 m;
    • 2. de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 14 m;
  • i. vlaggenmasten, antennemasten en schoorstenen, die deel uitmaken van een gebouw, mogen de voor dat gebouw toegestane maximale bouwhoogte met niet meer dan 5 m overschrijden;
  • j. dakopbouwen ten behoeve van noodtrappen, luchtbehandelings- en liftinstallaties mogen niet hoger zijn dan 3,5 m en mogen geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van de vloeroppervlakte van de bovenste laag van het gebouw, waarop zij worden geplaatst.

Artikel 5 Bouwen aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping

5.1 Vergunningplicht
  • a. Het is verboden om ter plaatse van de locatie 'Bebouwingsgebied Langeweg Ooltgensplaat' zonder omgevingsvergunning een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping te bouwen.
  • b. In aanvulling op het gestelde in lid a wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in lid 5.2.
  • c. Het verbod, onder a en zoals bedoeld in artikel 22.26 van hoofdstuk 22, geldt niet als voldaan wordt aan de in artikel 5.2 genoemde voorwaarden én als die activiteiten betrekking hebben op een van de in artikel 22.27 opgenomen bouwwerken.
5.2 Beoordelingsregels bouwen aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping
  • a. een aan- en uitbouw, bijgebouw en overkapping wordt uitsluitend gebouwd binnen het bebouwingsgebied;
  • b. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan:
    • 1. in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2: 50% van dat bebouwings- gebied;
    • 2. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 en kleiner dan of gelijk aan 300 m2: 50m2, vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m2;
    • 3. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2: 90 m2, vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2, tot een maximum van in totaal 150 m2.
  • c. de goothoogte van aan- en uitbouwen bedraagt niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw tot een maximum van 4 m;
  • d. de goothoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt niet meer dan 3 m;
  • e. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen worden op niet minder dan 3 m achter de voorgevelrooilijn gebouwd.

Artikel 6 Bouwen andere bouwwerken

6.1 Vergunningplicht
  • a. Het is verboden om ter plaatse van de locatie 'Transformatiegebied Langeweg Ooltgensplaat' zonder omgevingsvergunning andere bouwwerken te bouwen.
  • b. In aanvulling op het gestelde in lid a wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in lid 6.2.
  • c. Het verbod, onder a en zoals bedoeld in artikel 22.26 van hoofdstuk 22, geldt niet als voldaan wordt aan de in artikel 6.2 genoemde voorwaarden én als die activiteiten betrekking hebben op een van de in artikel 22.27 opgenomen bouwwerken.

6.2 Beoordelingsregels bouwen andere bouwwerken
  • a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen op een erf voor de voorgevelrooilijn van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan 1 m;
  • b. de bouwhoogte van overige erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m;
  • c. de bouwhoogte van beeldende kunst mag niet meer bedragen dan 12 m;
  • d. de bouwhoogte van een overig ander bouwwerk mag niet meer bedragen dan 5 m

 

Artikel 7 Bouwen ondergrondse bouwwerken

7.1 Vergunningplicht
  • a. Het is verboden om ter plaatse van de locatie 'Bebouwingsgebied Langeweg Ooltgensplaat' zonder omgevingsvergunning ondergrondse bouwwerken te bouwen.
  • b. In aanvulling op het gestelde in lid a wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als voldaan wordt aan de beoordelingsregels als bedoeld in lid 7.2.

7.2 Beoordelingsregels bouwen ondergrondse bouwwerken
  • a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan onder de oppervlakte van legaal opgericht bovengronds gelegen gebouwen;
  • b. gebouwd mag worden tussen peil en 3,5 m onder peil.

Artikel 8 Specifieke beoordelingsregels bouwen

8.1 Overschrijding ondergronds bouwen

In afwijking van het bepaalde in lid 7.2 wordt een omgevingsvergunning ook verleend als er sprake is van ondergrondse bouw buiten de oppervlakte van bovengronds gelegen gebouwen, mits voldaan wordt aan de volgende regels:

  • a. de hoogte van kelders bedraagt ten hoogste 10 cm onder peil;
  • b. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens en de openbare weg bedraagt ten minste 1 m, met dien verstande dat in geval van kelderbouw in belendende percelen in de zijperceelgrens mag worden gebouwd;
  • c. kelders mogen niet worden voorzien van een dakraam of lichtkoepel.

8.2 Overschrijding afmetingen

In afwijking van lid 4.2 wordt een omgevingsvergunning ook verleend als er sprake is van het overschrijden van de aangegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, mits er geen onevenredige aantas ting plaatsvindt van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de milieusituatie
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

8.3 Overschrijding bouwgrenzen

In afwijking van 4.2 onder a wordt een omgevingsvergunning ook verleend als er sprake is van een overschrijding van een grens van een werkingsgebied, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft en de overschrijding niet meer bedraagt dan 3 m, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de milieusituatie;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

8.4 Nutsgebouwtjes

In afwijking van Artikel 6 wordt een omgevingsvergunning ook verleend voor het oprichten van transformatorhuisjes, gemaalgebouwtjes en andere nutsgebouwtjes met een inhoud van ten hoogste 100 m3 en een goothoogte van ten hoogste 3 m, mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • a. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
  • b. de verkeersveiligheid;
  • c. de sociale veiligheid;
  • d. de milieusituatie;
  • e. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

8.5 Hoogte andere bouwwerken

In afwijking van lid 6.2 sub d wordt een omgevingsvergunning ook verleend als er sprake is van het overschrijden de (bouw)hoogte van andere bouwwerken, met dien verstande dat:

  • a. de bouwhoogte van waarschuwings- en/of communicatiemasten niet meer mag bedragen dan 50 m;
  • b. de bouwhoogte van vlaggenmasten, speelvoorzieningen, kunstwerken, beeldende kunst en dergelijke niet meer mag bedragen dan 15 m;
  • c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken niet meer mag bedragen dan 10 m;
  • d. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
    • 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
    • 2. de verkeersveiligheid;
    • 3. de sociale veiligheid;
    • 4. de milieusituatie;
    • 5. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Hoofdstuk 3 Gebruiksactiviteiten

Artikel 9 Woongebied

9.1 Algemene regels Woongebied

Het is ter plaatse van de locatie 'Woongebied Langeweg Ooltgensplaat' toegestaan gronden en bouwwerken te gebruiken voor wonen en bijbehorende voorzieningen, zoals erven en tuinen, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. gronden en bouwwerken worden niet gewijzigd door het (laten) bewonen van een woning door meer dan één huishouden;
  • b. overige bouwwerken en de bijbehorende gronden worden ondergeschikt en gerelateerd aan het wonen gebruikt;
  • c. zelfstandige bewoning van een bijgebouw is niet toegestaan.

9.2 Algemene regels uitoefenen beroep of bedrijf aan huis

Het is ter plaatse van de locatie 'Woongebied Langeweg Ooltgensplaat' toegestaan bouwwerken te gebruiken voor een beroep en bedrijf aan huis, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. de activiteit is ondergeschikt aan het wonen;
  • b. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner(s).
  • c. de activiteit mag in het hoofdgebouw en aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden uitgeoefend;
  • d. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 35% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 50 m²;
  • e. ook bij eventuele combinatie van een bedrijf aan huis en beroep aan huis bedraagt het vloeroppervlak ten behoeve van dat gezamenlijke gebruik maximaal 35 % van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m².
  • f. het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken;
  • g. detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van een beperkte verkoop die verband houdt met het beroep en bedrijf aan huis.

9.3 Algemene regels bed & breakfast

Het is ter plaatse van de locatie 'Woongebied Langeweg Ooltgensplaat' toegestaan bouwwerken te gebruiken voor bed & breakfast, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:

  • a. de bed & breakfast is ondergeschikt aan het wonen;
  • b. de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner(s);
  • c. de activiteit mag in het hoofdgebouw en aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden uitgeoefend;
  • d. de omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 35% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de (woon)bebouwing tot een maximum van 50 m²;
  • e. het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken.

Artikel 10 Activiteiten in de openbare ruimte

Het is ter plaatse van de locatie 'Activiteiten in de openbare ruimte' toegestaan gronden en bouwwerken te gebruiken voor activiteiten in de openbare ruimte, waaronder:

  • a. wegen, voet- en fietspaden, parkeergelegenheid;
  • b. plantsoenen, parken, bermstroken;
  • c. paden, in- en uitritten, voorzieningen voor langzaam verkeer;
  • d. straatmeubilair, speelvoorzieningen, beeldende kunst;
  • e. kunstwerken, waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • f. waterberging, waterpartijen, waterlopen;
  • g. nutsvoorzieningen.

Hoofdstuk 4 Algemene regels over functies

Artikel 11 Normadressaat

Diegene die de activiteit verricht, dan wel laat verrichten, draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit, tenzij elders in dit tam-omgevingsplan anders is bepaald.

Artikel 12 Antidubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 13 Thema parkeren

13.1

Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid als

  • a. voldaan wordt aan het parkeerbeleid van de gemeente Goeree-Overflakkee; of
  • b. er geen parkeerbeleid is vastgesteld: voldaan wordt aan de kengetallen uit de op dat moment van toepassing zijnde CROW-richtlijnen, dan wel de vervangers daarvan voor parkeergelegenheid voor motorvoertuigen en (brom)fietsen.
13.2

Afgeweken kan worden van het bepaalde in lid 13.1 en kan worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie. Hiervoor wordt advies opgevraagd bij de gemeentelijke verkeerskundige.

Artikel 14 Transformatiegebied Langeweg Ooltgensplaat

Ter plaatse van de locatie 'Transformatiegebied Langeweg Ooltgensplaat' wordt bij de ontwikkeling van het transformatiegebied voldaan aan de volgende ontwikkelregels:

  • a. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 93;
  • b. uitsluitend ter plaatse van locatie 'gestapeld' zijn tevens gestapelde woningen toegestaan;
  • c. bij de aanleg van de wegen- en groenstructuur wordt rekening gehouden met de ruimtelijke opzet, zoals opgenomen in de stedenbouwkundige visie, zoals opgenome in Bijlage 1 bij de regels.
  • d. het gebruik van woningen, zoals bedoeld in artikel 9.1, is uitsluitend toegestaan, indien binnen twee jaar na het realiseren van woningen de groenstructuur, zoals beschreven in de stedenbouwkundige visie, zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels, is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden
  • e. binnen 12 maanden na oplevering van de woningbouw, dient binnen het transformatiegebied waterberging beschikbaar te zijn met een omvang van 14% ten opzichte van de toename aan verharding.