| Plan: | Bestemmingsplan Multifunctionele Accommodatie Bisonspoor |
|---|---|
| Status: | onherroepelijk |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1904.BPmfabisonspoorMKB-OH01 |
Het plangebied is gelegen in het centrumgebied Bisonspoor van de wijk Maarssenbroek te Maarssen. Maarssenbroek wordt al genoemd in 1174. Het was tot 1857 een zelfstandige gemeente, toen met 126 inwoners. De weinige boeren die er in de jaren zestig nog woonden, vertrokken en lieten een open gebied achter van zo'n 400 ha grasland. Daar, tussen de rijksweg A2 en de spoorlijn van Amsterdam naar Utrecht, is in de jaren zeventig en tachtig een nieuwe wijk gebouwd: Maarssenbroek.
Maarssenbroek is bijzonder door zijn stedenbouwkundige opzet met voornamelijk laagbouw en door de opzet van de wegenstructuur. Deze zogeheten bloemkoolwijken, die sinds 1970 zijn gebouwd, kenmerken zich door kleinschaligheid, kronkelende wegen en paden, hofjes en veel snippergroen. Het zijn woonmilieus opgebouwd uit buurten met woonerven. De verkeersstromen zijn sterk hiërarchisch geordend. Het doorgaande verkeer wordt geleid over een beperkt aantal hoofdwegen of een ringweg, waar de bebouwing veelal van afgekeerd is. De straten en woonerven vormen aparte subwijkjes, die als bloemkoolroosjes op de hoofdwegen zijn 'geplant' en doorgaans maar één toegang hebben. Deze (sub)buurten zijn meestal niet door wegen voor autoverkeer met elkaar verbonden en bestaan dus veelal uit dood- of rondlopende straten. De (sub)buurten zijn daarentegen wel goed met elkaar verbonden via doorgaande en vrijliggende paden voor langzaam verkeer. Dit concept leidt tot autoluwe woongebieden, in de zin van doorgaand verkeer.
Figuur 3.1 Plattegrond van Maarssenbroek met het typische stratenpatroon van bloemkoolroosjes, die aansluiten op een hoofdstructuur. Het plangebied is indicatief met een rode cirkel weergegeven.
Destijds werden, gelijk met de bouw van de woningen, ook de voorzieningen gerealiseerd, wijk na wijk. In 1968 is het bestemmingsplan Maarssenbroek vastgesteld, met de bedoeling om te zijner tijd een bijdrage te leveren aan de opvang van de bevolkingsgroei in de regio. In de nota “Met het oog op Utrechts toekomst” was de nieuwbouw gepland eind jaren tachtig. Begin jaren zeventig was de situatie bij de woningbouw echter vergelijkbaar met die van tegenwoordig: de productie van nieuwe woningen verliep traag, terwijl er wel flinke vraag was in de regio. Daarom kwam de locatie Maarssenbroek eerder in beeld, de planning werd vervroegd. Er werd een
prijsvraag uitgeschreven en het winnend ontwerp kwam van de architectencombinatie De Jongh, Van Olphen en Bax. Het werd verder uitgewerkt door het Instituut Stad en Landschap in Rotterdam en daarmee was de stedenbouwkundige opzet van Maarssenbroek een gegeven. In 1972 ging Maarssen een overeenkomst aan met CSO (Combinatie Stede Ontwikkeling), datzelfde jaar werd begonnen met het bouwrijp maken en in 1973 werd de eerste woning opgeleverd. Daarna werd in hoog tempo de ene wijk na de andere gerealiseerd, in een vorm van publiek-private samenwerking. Maarssenbroek bestaat uit 14 wijken, elk met een unieke structuur maar een vergelijkbare uitstraling.
Maarssenbroek is een uitgesproken woongebied. Het overgrote deel van de bebouwing bestaat uit woningen, de voorzieningen zijn gericht op de bewoners en alle andere functies zijn ondergeschikt aan het wonen. Uitzondering hierop vormt het centrum van Maarssenbroek, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt. Bisonspoor heeft een orthogonale opzet in een nagenoeg vierkante vorm. Het centrumgebied grenst met de noordoost- en zuidoostzijde aan de gebiedsontsluitingsweg Safariweg en aan de noordwest- en zuidwestzijde grenst Bisonspoor aan de woonbuurten Kamelenspoor, Pauwenkap en Duivenkamp. De waterstructuur van singels vormt een duidelijke scheiding tussen de woonbuurten en Bisonspoor. Beide gebieden zijn met 'achterzijde' naar deze waterstructuur en elkaar gepositioneerd.
Figuur 3.2 Huidige bebouwingsstructuur van het centrumgebied Bisonspoor.
Aan de buitenzijde van de ringweg zijn gebouwen in een ruimere setting geplaatst op de overgang naar de omliggende woonbuurten. De bebouwing in de buitenste ring is van wisselende omvang, bouwhoogte en functie en zijn solitair gepositioneerd, passend in de orthogonale - rechthoekige - structuur van Bisonspoor. Uitzondering hierop vormt het sportcomplex Bisonsport, dat in een willekeurige hoekverdraaiing ten opzichte van de orthogonale structuur is gepositioneerd. Recent is in de buitenste ring aan de oostzijde van het centrum het vernieuwde treinstation gerealiseerd in een groot multifunctioneel gebouw.
Centraal in het gebied staat het omvangrijke, overdekte hoofdwinkelcentrum. De aanwezige kantoortorens domineren de omgeving vanwege hun kolossaal aandoende bouwmassa, gebouwhoogte en verweerde zandsteenkleurige materialisering. Vanwege de omringende laagbouw van het hoofdwinkelcentrum hebben de kantoren geen directe relatie met de openbare ruimte. Ook het winkelcentrum heeft een beperkte relatie met het openbaar gebied door de naar binnen gekeerde opzet. Aan de rand van het centrale gebied, langs Bisonspoor, zijn flats gelegen. Het gevelbeeld wordt gevormd door langgerekte, strakke en gesloten (blinde) gevels. Overwegend is beton en metselwerk in een donkere kleur toegepast, waarbij details als dakoverstekken zeer fors zijn uitgevoerd. Onder de hoogbouw zijn garageboxen en parkeerplekken gesitueerd, hetgeen het gevelbeeld niet ten goede komt. Een plint met commerciële en/of maatschappelijke voorzieningen verlevendigt het bebouwings- en straatbeeld.
Entree Bisonsport Fiets/ en voetpad naast Bisonsport Parkeerplaats Bisonsport
Bisonspoor in oostelijke richting Bibliotheek vanaf Bisonspoor Arcade bij bibliotheek aan marktplein
Markt- en parkeerplein Winkel- en kantoorcentrum Bisonspoor Scheidende waterstructuur op de rand
Figuur 3.3 Foto inventarisatie van het plangebied.
Het openbare gebied dient vooral verkeersdoeleinden, met een ringweg rond het gebied en enkele parkeerterreinen, verspreid over het gebied. De aanwezige groenstroken en beplanting zijn willekeurig verdeeld over de (smalle) restruimten en leveren nauwelijks een bijdrage aan de beeldkwaliteit van het geheel. Het gebied heeft dan ook een uitgesproken steenachtig karakter. Zie paragraaf 3.3 voor renovatie en ontwikkelingsplannen voor het winkelcentrum en het openbaar gebied.