| Plan: | Ruimtekwartier |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VG01 |
In deze regels wordt verstaan onder:
het bestemmingsplan ''Ruimtekwartier'' met identificatienummer NL.IMRO.1904.BPRuimteKwrtrMRS-VG01 van de gemeente Stichtse Vecht.
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
de aan de binnenzijde van een bouwblok gelegen bouwgrens.
een bouwwerk, geen gebouw zijnde.
de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden.
een bedrijf, dat in hoofdzaak bestaat uit het bieden van gelegenheid voor het spelen met gokkasten en spelletjesautomaten.
buiten de gevel stekende constructieve open buitenruimte van een gebouw die niet verbonden is met de begane grond of een aan- of uitbouw.
de fysieke afscherming van een balkon.
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
de oppervlakte van de bebouwing binnen een bouwvlak, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak.
het bedrijfsmatig verlenen van diensten - geen detailhandelsbedrijf zijnde - en ambachtelijke bedrijvigheid geheel of overwegend door middel van handwerk, waarbij de aard (qua milieuplanologische hinder) en omvang van de bedrijfsactiviteiten zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.
het beroeps- of bedrijfsmatig verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.
bebouwing aanwezig ten tijde van de terinzagelegging van het (ontwerp) bestemmingsplan.
gebruik dat bestaat ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan.
de grens van een bestemmingsvlak.
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
een geheel van geschakelde gebouwen dat op enige manier een ruimtelijke eenheid vormt, soms met een gesloten en/of besloten binnengebied.
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
de grens van een bouwvlak.
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, met inbegrip van de begane grond; hieronder wordt niet begrepen:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
de grens van een bouwperceel.
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
definities en systematiek conform de NEN-norm 2580.
een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok en/of de goot van het dak waardoor de bouwhoogte van het gebouw toeneemt.
het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan het publiek, zoals een kapsalon, reisbureau, uitzendbureau, bankfiliaal, wasserette of apotheek, eventueel met bijbehorend kantoor, magazijn of ambacht, zulks met uitzondering van horecabedrijven en seksinrichtingen.
energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld, waartoe onder meer behoren energie uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa.
hoofdontsluiting uitsluitend ten behoeve van langzaam verkeer en ter verbinding van de groene binnentuinen.
een ruimte, waarin de toegang van het gebouw is gelegen.
terrein ten behoeve van de bereikbaarheid van gebouwen voor ontsluitingsverkeer, calamiteitenverkeer, laden/lossen, alsmede voor bezoekersparkeerplaatsen en afvalpunten.
de fysieke afscheiding van een buiten de gevel stekende open buitenruimte van een gebouw, waarvan het erf zich bevindt op het (verhoogde) maaiveld. Hiertoe wordt niet gerekend een balkon.
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of in een omvang alsof die bedrijfsmatig is, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend.
constructie of ruimte ten behoeve van het al dan niet collectief bergen van fietsen.
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
een al dan niet gebouwde voorziening kennelijk bedoeld voor het beperken van geluidhinder, zoals een geluidsscherm of geluidwal.
een woning, alsmede een gebouw als zodanig bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder.
een gemakswinkel - niet zijnde een full-service supermarkt - is een formule die gericht is op gemak, directe consumptie en snelle verkoop. Het aanbod van een gemakswinkel is grotendeels gericht op omwonenden. Een gemakswinkel wordt gekarakteriseerd door een lage kassabesteding per klant en veel mandjesklanten. De klant komt hier met name voor producten die ze uiterlijk binnen 24 uur zal nuttigen. Bij het gemakswinkel concept wordt een assortiment geboden voor de kleine boodschappentrip. De gemiddelde besteding ligt lager dan bij een supermarkt.
een woning, onderdeel uitmaken van een gebouw dat twee of meer geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en uit twee of meer bouwlagen bestaat, of waarbij (een deel van) de eerste bouwlaag van het gebouw voor andere met de betreffende bestemming in overeenstemming zijnde doeleinden wordt gebruikt.
tuinen tussen, binnen of op bouwwerken en / of gebouwen en deel uitmakende van de woonomgeving van deze gebouwen.
aanplant van bomen, grassen, struiken en heesters enz. in een fysieke leefomgeving.
een met de grond verbonden woning bedoeld voor de huisvesting van één huishouden, daaronder begrepen beroep aan huis, met een zelfstandige ontsluiting op de begane grond of het parkeerdek.
een gebouw, dat op een perceel door zijn constructie of afmetingen als het belangrijkste gebouw valt aan te merken.
een persoon of groep personen die een (duurzame) gemeenschappelijke huishouding voert. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid.
het moment waarop betreffende gronden worden gebruikt door bewoners en/of gebruikers.
een plan waarbij ten minste aandacht dient te worden besteed aan de begrenzing van het (beoogde) (bouw)perceel en de inpassing van de nieuwe ontwikkeling met aangeven van de situering van de toegepaste middelen en maatregelen.
van een integrale gebiedsontwikkeling is sprake wanneer meerdere eigenaren binnen één bestemmingsvlak gezamenlijk een bouwplan tot stand brengen dat voldoet aan de randvoorwaarden uit het Ontwikkelkader.
een ruimte welke door haar indeling en inrichting is bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor administratieve en daarmee gelijk te stellen werkzaamheden.
bouwwerken, maatregelen, voorzieningen die de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen.
voorzieningen die bijdragen aan de doelen ten aanzien van klimaatadaptatie.
voetgangers- en (snor/brom) fietsverkeer en route.
constructie bedoeld voor het op verdiepingsniveau verbinden van hoofdgebouwen zodat de oversteek door voetgangers kan plaatsvinden.
de hoogte van het bestaande afgewerkte (bouw)terrein.
overheids-, medische, educatieve, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, recreatieve en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, alsmede voorzieningen ten behoeve van sportbeoefening, kinderdagverblijven, kinderopvang en zorg.
het zodanig inrichten van de gebouwde omgeving én de leefruimte daar omheen dat er een bijdrage geleverd wordt aan biodiversiteit.
een voorziening ten behoeve van de distributie van gas, water en elektriciteit, en de telecommunicatie alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen, zendmaten en installaties voor de levering van verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken en gebouwen (warmte, koude opslag systemen).
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, loodsen, keten en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken.
De Ontwikkelkaders Ruimtekwartier Venus, Ruimtekwartier Mars en Ruimtekwartier Saturnus, zoals door de gemeenteraad van de gemeente Stichtse Vecht vastgesteld of diens rechtsopvolgers.
weg alsmede parken, plantsoenen, pleinen en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is.
onder perifere detailhandel wordt verstaan:
het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft.
detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie.
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
ruimten ten behoeve van:
een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin door middel van automaten filmvoorstellingen en/of liveshows van erotische en/of pornografische aard kunnen worden gegeven.
een inrichting of daarmee gelijk te stellen gelegenheid waarin vertoningen van erotische en/of pornografische aard worden gegeven.
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan:
al dan niet in combinatie met elkaar. Onder een seksinrichting wordt niet verstaan een escortbedrijf of een sekswinkel.
een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarbinnen hoofdzakelijk (minimaal 70% van de vloeroppervlakte) goederen van erotisch-pornografische aard worden verkocht of verhuurd.
een door het bevoegd gezag aangestelde en in het Architectenregister ingeschreven stedenbouwkundige die de ruimtelijke kwaliteit in de brede zin bewaakt en het bevoegd gezag daaromtrent adviseert.
bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-)voorzieningen, zoals:
het peil van de eerste bouwlaag boven maaiveld.
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel waarin de voordeur of bij appartementengebouwen het entreeportaal is gesitueerd.
de aan de buitenzijde van een bouwblok gelegen bouwgrens, met dien verstande dat op hoeksituaties sprake kan zijn van twee of drie voorgevelrooilijnen.
het gehuisvest zijn in een woning.
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een ander bouwwerk, met uitzondering van vloerpeil, dakranden, ondergeschikte bouwonderdelen, waartoe behoren, maar niet gelimiteerd tot schoorstenen, antennes, vlaggenmasten, bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
de oppervlakte gemeten op vloerniveau, langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen.
de verhouding tussen het totale bruto vloeroppervlak gedeeld door het totale bestaande kaveloppervlak. BVO's die meetellen in de FSI berekening:
Een uitzondering kan worden gemaakt indien:
BVO's die niet meetellen in de FSI-berekening zijn functies in een kelderverdieping onder een gebouw.
buitenwerks en boven peil.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De voor 'Groen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Voor het bouwen van balkons behorende bij de aan de bestemming Groen - 1 grenzende bestemming Wonen gelden de volgende regels:
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2 sub a, ten behoeve van de bouwhoogte van een geluidsbeperkende voorziening of van een voorziening ten behoeve van beperking van windhinder tot een maximum van 9 m.
De voor 'Groen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Met de daarbij behorende:
Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bouwregels:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren:
De werken en werkzaamheden als bedoeld in lid 4.4.1 onder a zijn slechts toelaatbaar, indien:
Het in lid 4.4.1 onder a vervatte verbod geldt niet voor:
Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 4.4.2 onder a uitsluitend na schriftelijk advies van een deskundige inzake de te beschermen waarden.
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bouwregels:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bouwregels:
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan een gebruik van gronden ten behoeve van opslag van materialen en goederen.
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
met dien verstande dat:
Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:
Ten aanzien van de in lid 8.1 bedoelde gronden geldt voor overige bouwwerken dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan:
Voor ondergrondse bouw zijn de bestemmingsplanregels ten aanzien van de toelaatbaarheid, aard, omvang en situering van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ondergrondse bouw uitsluitend is toegestaan:
Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, alsmede aan toegelaten functies, de vormgeving en de gevelindeling van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte, ten behoeve van:
De randvoorwaarden inzake het stellen van de nadere eisen zijn opgenomen in de Ontwikkelkaders.
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.2 sub a ten behoeve van een overschrijding van de in de verbeelding aangegeven bouwvlakken tot een maximum van 2 meter buiten het aangegeven bouwvlak. Alvorens het bevoegd gezag van deze afwijking gebruik maakt, wordt advies gevraagd aan de stedenbouwkundig supervisor.
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.4 ten behoeve van de realisatie van bijbehorend bouwwerken, met inachtneming van de volgende voorwaarden:
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.6 sub a, ten behoeve van een hogere balkonafscheiding, indien dit vanuit oogpunt van een goed akoestisch klimaat noodzakelijk is.
Het bevoegd gezag kan ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.6 sub c ten behoeve van een landschappelijke afdekking van parkeerplaatsen met een maximale bouwhoogte van 5 m met dien verstande dat:
Voor het gebruik van woningen gelden de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in 8.1 gelden ter plaatse van de bestemming 'Wonen' de volgende regels:
Een aan-huis-verbonden beroep mag uitsluitend worden uitgeoefend met inachtneming van de volgende regels:
Het gebruik van de bebouwing overeenkomstig de bestemming 'Wonen' is uitsluitend toegestaan indien binnen twee jaar na ingebruikname van gronden en bouwwerken voor Wonen, de groene binnentuin, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - groene binnentuin', wordt ingericht en de beoogde beplanting wordt aangelegd en in stand wordt gehouden overeenkomstig het Ontwikkelkader en diens rechtsopvolgers.
Het gebruik van gronden en bouwwerken voor de bestemming 'Wonen' is uitsluitend toegestaan indien binnen twee jaar na ingebruikname van gronden en bouwwerken voor Wonen, voldoende maatregelen zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden in het kader van klimaatadaptatie, met inachtneming van de beleidsregel 'Klimaatadaptatie & Duurzaamheid Ruimtekwartier', welk als Bijlage 5 bij deze regels is opgenomen, en diens rechtsopvolgers.
Het gebruik van gronden en bouwwerken voor de bestemming 'Wonen' is uitsluitend toegestaan indien voldoende maatregelen blijkens het onderzoek windhinder zoals bijgesloten als Bijlage 6, zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden.
Het gebruik van gronden en bouwwerken voor de bestemming 'Wonen' is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan de:
Het gebruik van gronden en bouwwerken voor de bestemming 'Wonen' is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan een maximaal geluidsniveau van 55 dB(A) in de dagperiode (7.00 – 19.00 uur) vanuit de omgeving zoals in beeld is gebracht voor de vaststelling van het bestemmingsplan en met inbegrip van de in het maatwerkbesluit, zoals bijgesloten als Bijlage 8 bij de regels, vastgestelde (verhoogde) geluidnormen voor Metaalindustrie Qumey B.V. aan de Handelsweg 1en 2 en Maarssenbroeksedijk 6a te Maarssen.
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.5.3 ten behoeve van het medegebruik van woningen voor bedrijfsmatige activiteiten mits:
De voor ‘Leiding - Gas’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding.
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9.2 sub b ten behoeve van de bouw van bouwwerken en andere werken, mits:
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden, binnen de gronden op de kaart aangewezen met de bestemming Leiding - Gas‘’ de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren:
Het bepaalde in lid 9.4.1 is slechts toelaatbaar, indien door de uit te voeren werkzaamheden geen schade aan de aardgastransportleiding wordt of kan worden veroorzaakt.
Het bepaalde lid 9.4.1 is niet van toepassing:
Het bevoegd gezag verleent uitsluitend de omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 9.4.1 na schriftelijk goedkeuring van de leidingbeheerder. De vermelde goedkeuring betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding en het voorkomen van schade aan de leiding.
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden.
Op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' mogen geen bouwwerken worden gebouwd.
In afwijking van het bepaalde onder artikel 10.2.1 zijn bouwwerken ten behoeve van de andere voor deze gronden aangewezen bestemmingen op de in artikel 10.2.1 bedoelde gronden slechts toelaatbaar, indien:
In afwijking van het bepaalde in artikel 10.2.2 mogen gebouwen en bouwwerken en andere bouwwerkzaamheden, voor zover deze niet reeds vallen onder artikel 10.2.2, volgens de andere daar voorkomende bestemming(en) gerealiseerd worden, mits op basis van het archeologisch rapport dat bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ingediend en waaruit naar het oordeel van burgemeester en wethouders blijkt dat:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder artikel 10.3.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden:
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, en werkzaamheden uit te voeren ongeacht het bepaalde bij de andere op deze gronden rustende bestemmingen:
Het in artikel 10.4.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden:
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.4.1 kunnen burgemeester en wethouders de volgende voorschriften verbinden:
Het bevoegd gezag wint advies in van een door hen aan te wijzen deskundige, alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning te beslissen.
Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd betreffende de dubbelbestemming “Waarde Archeologie ” de regels van het plan te wijzigen zodanig dat de dubbelbestemming naar ligging wordt verschoven of naar omvang wordt vergroot of verkleind en in voorkomend geval wordt verwijderd, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na archeologisch onderzoek, daartoe aanleiding geeft.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De op de planverbeelding aangegeven bestemmingsgrenzen mogen uitsluitend worden overschreden door:
Dakopbouwen onder meer ten behoeve van bewassings-, luchtbehandelings- en liftinstallaties en naar de aard daarmee gelijk te stellen installaties zijn toegestaan, mits deze niet hoger zijn dan 3,5 m gemeten vanaf het dak van de bovenste bouwlaag van het gebouw en geen grotere oppervlakte hebben dan 40% van het dak van het gebouw, waarop zij worden geplaatst.
Antenne installaties, alarminstallaties, vlaggenmasten, dakranden en dergelijke, die deel uitmaken van een gebouw, mogen de voor dat gebouw toegestane maximale bouwhoogte met niet meer dan 8 m overschrijden.
Indien op de planverbeelding geen hoogteaanduiding is opgenomen, geldt voor de maximaal toelaatbare goot- danwel bouwhoogte het bepaalde in Hoofdstuk 2 van deze planregels.
De in artikel 12.4 bedoelde hoogten mogen worden overschreden door ondergeschikte bouwdelen, indien en voorzover de overschrijding niet meer dan 2 meter bedraagt, tenzij in Hoofdstuk 2 anders is bepaald.
Een verboden gebruik is in ieder geval het gebruik:
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in deze regels ten behoeve van:
Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien:
Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de functie van gebouwen en/of gronden wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in het Mobiliteitskader Ruimtekwartier, Bijlage 10 bij deze regels.
Het bevoegd gezag kan, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bepaalde in lid 16.2 wijzigen indien nieuw gemeentelijk beleid inzake het aspect ‘parkeren’ is vastgesteld. De wijziging van het bepaalde in lid 16.2 is dan conform het nieuw gemeentelijk beleid inzake het aspect ‘parkeren’.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan ''Ruimtekwartier''.