Type plan: bestemmingsplan
Naam van het plan: Heidenskipsterdyk 40a
Status: vastgesteld
Plan identificatie: NL.IMRO.1900.2015zuidBPhskdk40a-vast

Regels

1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

1.1. plan:
het Bestemmingsplan It Heidenskip - Heidenskipsterdyk 40a van de gemeente Súdwest-Fryslân;
 
1.2. bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1900.2015zuidBPhskdk40a-ontw met de bijbehorende regels;
 
1.3: aanbouw:
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;
 
1.4. aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
 
1.5. aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
 
1.6. agrarisch loonbedrijf:
een bedrijf waarbinnen uitsluitend of overwegend arbeid wordt verricht ter productie of levering van goederen of diensten ten behoeve van agrarische bedrijven;
 
1.7. bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
 
1.8. bedrijfsgebouw:
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
 
1.9. bedrijfswoning:
een woning in of een woonhuis bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is;
 
1.10. bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak;
 
1.11. bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
 
1.12. bijgebouw:
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm  onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, functionele ondergeschiktheid is niet vereist, tenzij in de voorschriften anders is bepaald;
 
1.13. bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
 
1.14. bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
 
1.15. bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
 
1.16. bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel;
 
1.17. bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
 
1.18. bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
 
1.19. cultuurgrond:
grasland, akkerbouw- en tuinbouwgronden;
 
1.20. detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
 
1.21. gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijk, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
 
1.22. gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden:
de mogelijkheden om gronden en bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken;
 
1.23. hoofdgebouw:
een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen als belangrijkste bouwwerk is aan te merken, met dien verstande dat aan- en/of uitbouwen en bijgebouwen niet tot het hoofdgebouw worden gerekend
 
1.24. kampeermiddel:
een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of enig ander onderkomen en enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een bouwvergunning vereist is;
 
1.25. overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand;
 
1.26. peil:
1. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst:
- de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;
2. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst:
- de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
 
1.27. uitbouw:
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt
is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist;
 

Artikel 2 Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
 
2.1. de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
 
2.2. de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
 
2.3. de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
 
2.4. de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
 
2.5. de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Agrarisch - Cultuurgrond

 

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Agrarische - Cultuurgrond’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
 
a. cultuurgrond;
met daaraan ondergeschikt:
b. groenvoorzieningen; 
c. sloten, bermen en beplanting;
d. paden;
met de daarbijbehorende:
e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

3.2 Bouwregels

3. 2. 1.
Op of in de gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.
 
3. 2. 2.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen;
b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen.

Artikel 4 Bedrijf - Agrarisch loonbedrijf

 

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Bedrijf - Agrarisch loonbedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:
 
a. bedrijfsgebouwen en overkappingen, ten behoeve van een agrarisch loonbedrijf, werkplaats, al dan niet in combinatie met een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering;
b. één bedrijfswoning;
c. bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning;
met de daarbijbehorende:
d. tuinen, erven, verharding, water, nutsvoorzieningen en terreinen;
e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
met hieraan ondergeschikt:
f. detailhandel voor aan de bestemming ‘Bedrijf - Agrarisch loonbedrijf’ gerelateerde producten.

4.2 Bouwregels

4. 2. 1.
Voor het bouwen van de in lid 4.1 sub a t/m c genoemde gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
 
a. per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één agrarisch loonbedrijf worden gebouwd;
b. het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per agrarisch loonbedrijf bedragen en uitsluitend worden gerealiseerd binnen de functieaanduiding 'bedrijfswoning';
c. de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld bij de verschillende gebouwen ten behoeve van een bedrijf, die op een bouwperceel zijn toegestaan: 
 
 
4. 2. 2.
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels:
 
a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 1,00 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel(s) van het (hoofd)gebouw of het verlengde daarvan ten hoogste 2,00 m bedragen;
b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

4.3 Nadere eisen

4.3.1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van Burgemeester en Wethouders, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
- het kappen van bomen.
 
4.3.2.
Het in lid 4.3.1. vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:
a. het normale onderhoud betreffen;
b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
 
4.3.3.
De in lid 4.3.1. genoemde vergunning kan slechts worden verleend, indien landschappelijke waarden hierdoor niet onevenredig worden aangetast.

4.4 Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en Wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 4.2.2 sub b en toestaan dat de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot 15,00 m, mits landschappelijke waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad.

4.5 Specifieke gebruiksregels

 
4.5.1 Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening, wordt in ieder geval gerekend:
 
a. het gebruik van gebouwen voor woondoeleinden, behalve ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
b. het gebruik van de gronden en gebouwen voor detailhandel voor niet aan de bestemming ‘Bedrijf - Agrarisch loonbedrijf’ gerelateerde producten.
c. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen.
d. het gebruik van en het in gebruik (laten) nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 4 lid 1  opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in de bijlagen bij de regels opgenomen Landschapsplan_Heidenskipsterdyk40a , ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing;
e. in afwijking van het bepaalde onder c mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig de in artikel 4 lid 1  opgenomen bestemmingsomschrijving worden gebruikt, onder voorwaarde dat binnen een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in de bijlagen bij de regels opgenomen Landschapsplan_Heidenskipsterdyk40a, ten einde te komen tot een goede landschappelijke inpassing.

3 Algemene regels

Artikel 5 Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 6 Algemene aanduidingsregels

6.1 Aanduidingsomschrijving

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - waterstaatswerken' zijn de gronden mede bestemd als beschermingszone voor de waterkerende functie van waterkeringen.

6.2 Bouwregels

Binnen de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - waterstaatswerken' mag niet worden gebouwd.

6.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6 lid 2 voor het bouwen van bouwwerken, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering;
  2. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij het Waterschap.

6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Verbod
Het is verboden op of in de voor 'Vrijwaringszone - waterstaatswerk' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijn en/of werkzaamheden uit te voeren:
  1. graafwerkzaamheden of (ont)gravingen, anders dan normaal spit- en ploegwerk voor landbouwkundige bewerkingen;
  2. bomen, heggen, heesters of struiken te planten, vervangen, kappen of rooien, binnen een afstand van 4 meter uit de begrenzing van de waterkering;
  3. boringen te verrichten;
  4. kabels en leidingen, inclusief mantelbuizen en drainagevoorzieningen te leggen, wijzigen of verwijderen;
  5. verandering te brengen in de hoogteligging van het maaiveld;
  6. explosieven tot ontploffing te brengen inclusief het verrichten van seismisch onderzoek of de grond op welke andere wijze dan ook in trilling te brengen;
  7. werken met een overdruk van 10 bar of meer te brengen.
 
Toelaatbaarheid
De uitvoering van de onder a genoemde werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien:
  1. is aangetoond dat deze -gehoord het waterschap- geen consequenties hebben voor het doelmatig functioneren van de waterkering;
  2. voor deze werken en/of werkzaamheden een vergunning is verleend volgens de Keur van het Waterschap.

Artikel 7 Algemene afwijkingsregels

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, ontheffing verlenen van:
a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages;
b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft.

4 Overgangs- en slotregels

Artikel 8 Overgangsrecht

 

8.1 Overgangsrecht bouwwerken

8. 1. 1.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot;
a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning geschiedt binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.
 
8. 1. 2.
Burgemeester en Wethouders kunnen eenmalig ontheffing verlenen van lid 8.1.1. voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 8.1.1. met maximaal 10%. 
 
8. 1. 3.
Lid 8.1.1. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
 
8. 1. 4.
Lid 8.1.1. is niet van toepassing op een bedrijfswoning die weliswaar bestaat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar juist door onderhavig bestemmingsplan uit haar functie wordt ontheven door toegestane bedrijfswoning enkel mogelijk te maken binnen de functieaanduiding 'bedrijfswoning'.

8.2 Overgangsrecht gebruik

8. 2. 1.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het  tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.       
8. 2. 2.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige  gebruik, bedoeld in lid 8.2.1., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.  
 
8. 2. 3.
Indien het gebruik, bedoeld in lid 8.2.1., na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een
jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
 
8. 2. 4.
Lid 8.2.1. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 9 Slotregel

Deze regels worden aangehaald als:
 
Regels van het  Bestemmingsplan It Heidenskip - Heidenskipsterdyk 40a,  gemeente Súdwest-Fryslân.
 
De voorzitter,
 
………….
 
De griffier,
…………….