Artikel 15: Algemene wijzigingsregels
Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie en een goede landschappelijke inpassingen, het plan wijzigen in die zin dat:
-
a. binnen de bestemming 'Recreatie - Jachthaven' of 'Recreatie -
Verblijfsrecreatie' een extra bedrijfswoning met daarbijbehorende bijgebouwen en overkappingen wordt gebouwd, op voorwaarde dat:
-
1. het gezamenlijk aantal bedrijfswoningen binnen de bestemmingen 'Recreatie - Jachthaven' of 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' ten hoogste drie bedraagt;
-
2. de bedrijfstechnisch en bedrijfseconomische noodzaak voor de vestiging van een bedrijfswoning kan worden aangetoond;
-
3. de oppervlakte van een bedrijfswoning ten hoogste 150 m² zal bedragen;
-
4. de goothoogte van een bedrijfswoning ten hoogste 6,00 m zal bedragen;
-
5. de bouwhoogte van een bedrijfswoning ten hoogste 8,00 m zal bedragen;
-
6. een bedrijfswoning zal zijn voorzien van een kap, waarvan de dakhelling ten minste 20° en ten hoogste 45° zal bedragen;
-
7. de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning ten hoogste 100 m² zal bedragen;
-
8. de goothoogte van de bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 3,50 m zal bedragen;
-
9. de dakhelling van de bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 60° zal bedragen;
-
10. de bouwhoogte van een aangebouwd bijgebouw ten minste 1,00 m lager zal zijn dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning.