| Plan: | TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Wateringen-Noord |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | Omgevingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01 |
Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie 'Wateringen-Noord' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22a) van het omgevingsplan van de gemeente Westland. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen.
De in dit op www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Westland. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22a.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22a.' gelezen worden.
Dit hoofdstuk is van toepassing in het gebied 'Wateringen-Noord', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Het tijdelijke deel van het omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, is niet van toepassing in het gebied, bedoeld in het eerste lid, behalve voor zover het gaat om de besluiten, bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder f en onder n, van de Invoeringswet Omgevingswet.
Paragraaf 22.5.1 is ook van toepassing op een regel in hoofdstuk 22a van dit omgevingsplan, op grond waarvan:
Paragraaf 22.5.2 is ook van toepassing op het verstrekken van gegevens en bescheiden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning die is vereist op grond van hoofdstuk 22a van dit omgevingsplan.
Artikel 22.293, eerste lid, is ook van toepassing op een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, niet zijnde een bouwwerk, die is vereist op grond van hoofdstuk 22a van dit omgevingsplan.
Het TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Wateringen-Noord met identificatienummer NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01 van de gemeente Westland.
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
Een onderneming welke gevestigd is of kan zijn in een woning en die toebehoort aan een natuurlijk persoon, welke in de betreffende woning woont en die geen personeel in dienst heeft, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de onderneming de ruimtelijke uitstraling van de woonfunctie niet aantast.
Een aparte ruimte die via het hoofdgebouw toegankelijk is en ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.
Een aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit de oude tijden.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
Een onderneming gericht op het vervaardigen, bewerken, installeren of inzamelen en verhandelen van goederen.
Een gebouw ten dienste van de bedrijfsvoering zoals die volgens het plan ter plaatse is toegestaan, hieronder niet begrepen een bedrijfswoning.
De totale vloeroppervlakte van alle bouwlagen van een bedrijf met inbegrip van alle daartoe behorende ruimten, waaronder ontvangsthal, dienstruimten en magazijnen. Niet inbegrepen zijn inpandige bedrijfswoningen en gebouwde parkeervoorzieningen voor personenauto`s. Wat betreft inpandige parkeerruimte valt een overdekte stallingsruimte voor een busje of een vrachtwagen wel hieronder.
Een woning in, of nabij een gebouw, of op een terrein, te bewonen door (het huishouden van) de ondernemer wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of het terrein in overeenstemming met de bestemming.
Bestaand bouwwerk
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig is of nog kan worden gebouwd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen, daaronder vallen niet de bouwwerken die reeds in strijd waren met de voorheen geldende regels, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
Bestaand gebruik
Het gebruik van de gronden en bouwwerken dat aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan of zoals dat kan worden gebruikt krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het gebruik, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met de voorheen geldende regels, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
Bestaande afmetingen
Afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, daaronder vallen geen afmetingen die reeds in strijd waren met de voorheen geldende regels, daaronder begrepen de overgangsbepalingen.
Het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
Een (vrijstaand of aan een hoofdgebouw aangebouwd) gebouw dat in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en geen rechtstreekse toegang tot het hoofdgebouw heeft.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
De grens van een bouwvlak.
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat wordt begrensd door vloeren of balklagen die op gelijke hoogte of bij benadering gelijke hoogte liggen. Het dient hierbij te gaan om horizontale bouwlagen.
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
De grens van een bouwperceel.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
De wijze waarop het op een bouwperceel gelegen hoofdgebouw al dan niet is verbonden met het hoofdgebouw op een aansluitend bouwperceel; dit kan zijn: vrijstaand, twee-aaneen, gestapeld of aaneen gebouwd.
De snijlijn van het maaiveld en het beloop van een watergang.
Een constructie, welke ondergeschikt is aan het dakvlak, ter vergroting van een gebouw, die vrij ligt in het hellend dakvlak.
Een toevoeging aan het dakvlak van een bouwmassa die niet vrij in het dakvlak ligt, maar ten minste de nok-, gootlijn of zijkant van het dakvlak raakt van het desbetreffende gebouw/de betreffende woning. Het plaatsen van een dakopbouw gaat ten koste van de karakteristiek van het profiel van het gebouw/de woning.
Het laagste punt van een schuin dak.
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die de goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren en bankfilialen.
Een vaste groep van personen tussen wie een band bestaat die het enkel gezamenlijk bewonen van bepaalde woonruimte te boven gaat en die de bedoeling heeft om bestendig voor onbepaalde tijd een huishouden te vormen. Er dient ook sprake te zijn van een samenlevingswens tussen de personen die niet overwegend wordt bepaald door de beslissing om de betrokken woonruimte te delen. Er is sprake van een economisch-consumptieve eenheid en bloedverwantschap, huwelijksbinding of een daaraan in intensiteit en continuïteit gelijk te stellen mate van binding tussen de bewoners.
Al dan niet bebouwde gronden, of een gedeelte daarvan, die direct gelegen zijn bij een hoofdgebouw en die in feitelijk opzicht zijn ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en de regels over de fysieke leefomgeving deze inrichting niet verbieden.
De scheiding tussen twee onroerende zaken die niet aan dezelfde eigenaar behoren, niet door dezelfde gebruikers worden benut, dan wel louter kadastraal gescheiden zijn.
Een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van het hoofdgebouw, die is gelegen aan en zorgt voor een verbijzondering van de voor en/of zijgevel.
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Bedrijven waar activiteiten worden verricht als bedoeld in artikel 2.11a van de Omgevingswet.
Groenscherm(en) van opgaande beplanting, berm-beplantingen en andere beplantingen voor openbaar of particulier gebruik welke beplanting in planologisch opzicht een ruimtelijk structurerend effect hebben.
Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn aard, constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen.
Een alleenstaande of twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijke huishouding (willen) voeren.
Onzelfstandige woonvorm waarbij een pand door meerdere personen die geen duurzame gemeenschappelijke huishouden vormen wordt bewoond, en waarbij sprake is van woonruimtes waarbij afzonderlijke huishoudens afhankelijk zijn van één of meer gedeelde wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
Een wooneenheid die geen eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg heeft en welke niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte.
Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
Een constructie van een of meer uitsluitend hellende dakvlakken met een helling van meer dan 20 en minder dan 65 graden.
Dat gedeelte van het bedrijf waar het laden en lossen van producten plaatsvindt (bijvoorbeeld in de vorm van een dockshelter), hieronder niet begrepen een laad- en loskuil.
Educatieve, (para)medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, onderwijs- en religieuze voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van kinderopvang, bejaardentehuizen en voorzieningen ten behoeve van de openbare dienstverlening, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen.
Intensieve zorg, of hulpverlening die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid, of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige, of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur, kan worden aangetoond.
Een geleidelijk aflopende overgang van land naar water met een gecombineerde waterhuishoudkundige, ecologische en landschappelijke functie.
Voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie en de warmte-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen, telefooncellen, warmteoverdrachtsstations en zendmasten.
Horeca behorende bij de hoofdfunctie, waarbij de openings- en sluitingstijden van het horecagedeelte hetzelfde zijn als de hoofdfunctie (of begint later en/of eindigt eerder dan de hoofdfunctie). Het horecabedrijf staat uitsluitend open voor degenen die primair komen voor de hoofdfunctie.
Een voor mensen toegankelijke ruimte onder maaiveldniveau, met uitzondering van kruipruimten.
De achtergevel van het oorspronkelijk vergunde hoofdgebouw, dus exclusief de aan- en uitbouwen of bijgebouwen.
Een weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak, welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
e.e.a. voor zover elders in deze regels niet expliciet anders is bepaald.
Activiteiten gericht op ontspanning en vrijetijdsbesteding.
Een onderneming die uitsluitend gericht is op recreatie, met de daarbij behorende recreatievoorzieningen.
Een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht, vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden of andere dienstverlening op erotisch gebied wordt verleend. Onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen een prostitutiebedrijf, een escortservice, een erotische massagesalon, een seksbioscoop of sekstheater, een sekswinkel, een seksautomatenhal en een seksclub of parenclub al dan niet in combinatie met elkaar.
Een vaste (afgebakende) en voor klanten toegankelijke ruimte in een bedrijfsgebouw waar producten ten toon worden gesteld, waaronder geen detailhandel wordt verstaan en geen verkoopfunctie (kassa) ter plaatse aanwezig is om ter plaatse goederen of diensten te betalen, met als doel dat klanten deze producten beter kunnen bekijken.
De staat van bedrijfsactiviteiten die van deze regels deel uitmaakt.
Bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-) voorzieningen, zoals:
Uitbreiding van een tot het hoofdgebouw behorende ruimte tot buiten het bestaande oorspronkelijke hoofdgebouw (bijvoorbeeld een erker) en welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak met aan ten hoogste twee zijden een gesloten wand, welke ruimtelijk ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
Parkeergelegenheid voor personenauto's, bestelauto's, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen, waarvan het aantal parkeerplaatsen en de omvang daarvan voldoet aan de beleidsregel 'Parkeernormering gemeente Westland', zoals die geldt ten tijde van de vaststelling van dit plan en, indien deze beleidsregel nadien is gewijzigd, aan die wijziging.
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn voor de, met een gevellijn in dit plan aangegeven, voorgevel van dat hoofdgebouw of voor een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan.
De naar het openbare gebied gekeerde gevel(s) van de hoofdbebouwing, of waar deze in dit plan is aangegeven met een gevellijn.
De naar de weg gekeerde zijde of aan de voorzijde van een gebouw gelegen gevel of waar deze in dit plan is aangegeven met een gevellijn.
Een hoek van 45 graden uitgezet vanuit het snijpunt van de voorgevel (hoofdgevelvlak aan de voorkant van de woning) en de erfgrens.
Een berging voor het bergen en opslaan van water.
Een secundair water als bedoeld in de ‘Legger Delfland’ van het Hoogheemraadschap van Delfland.
Het gehuisvest zijn in een woning.
Een complex van ruimten, uitsluitend bestemd voor de huisvesting van één huishouden.
Een groep van twee of meer meerderjarige personen die de bedoeling hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband met elkaar aan te gaan. Een woongroep is georganiseerd in een formele rechtspersoon (opgericht bij notariële akte en met inschrijving bij de Kamer van Koophandel) en beschikt over een gezamenlijke rekening waarvan de vaste lasten worden betaald. Bij nieuwbouw van een woning voor een woongroep is er sprake van een initiatiefgroep waarvan de leden het recht van eerste bewoning krijgen. Elke vorm van bedrijfsmatige kamerverhuur valt hier niet onder.
De gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor- en achtergevel van dat hoofdgebouw.
De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.23 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in het bepaalde in dit artikel. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
de loodrechte afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen wordt daar gemeten waar deze afstand het kleinst is.
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouwd of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren.
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
de afstand tussen de boveninsteek van het water en het deel van de aanlegsteiger dat daar het verst vanaf gelegen is.
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
wordt gemeten vanaf het peil van de vloer tot het peil van de vloer van de direct boven gelegen verdieping.
Dit artikel is van toepassing in het gebied 'Bedrijf', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
In het gebied, bedoeld in artikel 22a.4.1, mogen, voor zover artikel 22a.4.2 in acht wordt genomen, uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd:
en gelden tevens de volgende bouwregels ten aanzien van:
Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen en overige bedrijfsbouwwerken geldt dat:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bij bedrijfswoningen gelden de volgende regels:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met artikel 22a.4.2, waartoe in elk geval wordt verstaan het gebruik voor:
Dit artikel is van toepassing in het gebied 'Groen', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
In het gebied, bedoeld in artikel 22a.5.1, mogen, voor zover artikel 22a.5.2 in acht wordt genomen, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, waarvan de bouwhoogte niet meer is dan 3 m, met uitzondering van de geluidafschermende voorziening, bedoeld in artikel 22a.5.2, onder b.
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met artikel 22a.5.2.
Dit artikel is van toepassing in het gebied 'Maatschappelijk', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
In het gebied, bedoeld in artikel 22a.6.1, mogen, voor zover artikel 22a.6.2 in acht wordt genomen, uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd:
en gelden tevens de volgende bouwregels ten aanzien van:
Voor het bouwen van gebouwen geldt dat:
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels:
Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden omtrent de plaatsing en de goot- en boeibordhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,50 meter in de zijerfafscheiding wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de te bouwen gebouwen geen onnodige nadelige veranderingen teweegbrengen in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met artikel 22a.6.2.
Dit artikel is van toepassing in het gebied 'Recreatie', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
In het gebied, bedoeld in artikel 22a.7.1, mogen, voor zover artikel 22a.7.2 in acht wordt genomen, uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd:
en gelden tevens de volgende bouwregels ten aanzien van:
(Bedrijfs-)gebouwen en overige (bedrijfs-)bouwwerken
Voor het bouwen van (bedrijfs-)gebouwen en overige (bedrijfs-)bouwwerken geldt dat:
Andere overige bouwwerken
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met artikel 22a.7.2, waartoe in elk geval wordt verstaan het gebruik voor:
In afwijking van het bepaalde in artikel 22a.7.4.1 onder e, is ondergeschikte horeca die deel uitmaakt van het recreatieve bedrijf toegestaan. Onder ondergeschikt wordt in elk geval verstaan een maximum aantal bezoekers dat tegelijkertijd aanwezig is van 50, en niet langer geopend dan tussen 9.00 en uiterlijk 21.00 uur. De maximale oppervlakte die mag worden gebruikt ten behoeve van de ondergeschikte horeca is 180 m2.
Tot een strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik van de gebouwen en het terrein voor de doeleinden zoals bedoeld in lid 22a.7.2, voor zover niet is voorzien in de aanleg en instandhouding van voldoende parkeergelegenheid zoals bedoeld in artikel 22a.2 van deze regels.
Dit artikel is van toepassing in het gebied 'Tuin', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
In het gebied, bedoeld in artikel 22a.8.1, mogen, voor zover artikel 22a.8.2 in acht wordt genomen, uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd:
Een erker is toegestaan onder de volgende voorwaarden:
De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1 meter.
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met artikel 22a.8.2.
Dit artikel is van toepassing in het gebied 'Verkeer', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met artikel 22a.9.2.
Dit artikel is van toepassing in het gebied 'Verkeer - Verblijfsgebied', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
Gronden mogen worden gebruikt (exclusief bouwen) ten dienste van toegelaten gebruiksfuncties in aangrenzende gebieden.
In het gebied, bedoeld in artikel 22a.10.1, mogen, voor zover artikel 22a.10.2 in acht wordt genomen, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte, anders dan voor verkeersregeling, verkeersbegeleiding, wegaanduiding of verkeersverlichting, ten hoogste 3 m bedraagt.
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met artikel 22a.10.2.
Dit artikel is van toepassing in het gebied 'Water', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
In het gebied, bedoeld in artikel 22a.11.1, mogen, voor zover artikel 22a.11.2 in acht wordt genomen, uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels:
Dit artikel is van toepassing in het gebied 'Wonen', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
In het gebied, bedoeld in artikel 22a.12.1, mogen, voor zover artikel 22a.12.2 in acht wordt genomen, uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd:
en gelden tevens de volgende bouwregels ten aanzien van:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
| Oppervlakte bouwperceel | Oppervlakte bijbehorende bouwwerken |
| 300m² | 90m² |
| 400m² | 100m² |
| 500m² | 110m² |
| 600m² | 120m² |
| 700m² | 130m² |
| 800m² | 140m² |
| 900m² en meer | 150m² |
Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels:
Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden omtrent de plaatsing en de goot- en boeibordhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,50 meter in de zijerfafscheiding wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de te bouwen gebouwen geen onnodige nadelige veranderingen teweegbrengen in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat:
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden ondernemingen, mits:
Dit artikel is van toepassing in het gebied 'Woongebied', waarvan de begrenzing is vastgelegd in het GML-bestand NL.IMRO.1783.TAMWATRINGENNRDpbp-VA01.
Gronden en bouwwerken mogen worden gebruikt voor:
In het gebied, bedoeld in artikel 22a.13.1, mogen, voor zover artikel 22a.13.2 in acht wordt genomen, uitsluitend worden gebouwd of uitgevoerd:
met dien verstande dat:
en gelden de volgende regels:
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
In het gebied 'milieuzone' is het bouwen van gebouwen slechts toegestaan, als ter plaatse van de aanduiding 'geluidscherm' een geluidscherm wordt gerealiseerd met een hoogte van minimaal 3,5 m en een massa van minimaal 10 kg/m2.
Aan de omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden verbonden omtrent de plaatsing en de goot- en boeibordhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,5 m in de zij erfafscheiding wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de te bouwen gebouwen geen onnodige nadelige veranderingen teweegbrengen in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat:
Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:
Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met artikel 22a.13.2, waartoe in elk geval wordt verstaan:
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan het gebruik van gedeelten van woningen ten behoeve van aan-huis-gebonden ondernemingen, mits;
In het gebied, bedoeld in lid 22a.14.1, onder a, gelden de volgende bouwregels:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels in lid 22a.14.2 voor het bouwen overeenkomstig bouwregels in artikel 22a.4 tot en met artikel 22a.13, indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen zeer kwetsbare of kwetsbare gebouwen worden toegelaten.
In het gebied, bedoeld in lid 22a.14.1, onder a, is het verboden om zonder omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod van lid 22a.14.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
De werken en werkzaamheden, zoals in lid 14.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. Alvorens te beslissen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de betrokken leidingexploitant.
In het gebied, bedoeld in lid 22a.15.1, onder a, gelden de volgende bouwregels:
Het is verboden op of in het gebied, bedoeld in lid 22a.15.1, onder a, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren:
Het verbod van lid 22a.15.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden:
In het gebied, bedoeld in lid 22a.16.1, onder a, gelden de volgende bouwregels:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels in lid 22a.16.2 voor het bouwen overeenkomstig de bouwregels in artikel 22a.4 tot en met artikel 22a.13, indien het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad. Alvorens te beslissen, wint het bevoegd gezag advies in bij de beheerder van de waterkering.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
De maximale bouwhoogte of maximale bouwhoogte zoals bepaald in afdeling 22a.2 mag worden overschreden door antenne-installaties, indien en voor zover de overschrijding niet meer dan 5 m. bedraagt, alsmede door schoorstenen, trappenhuizen, alarminstallaties en andere ondergeschikte bouwdelen, indien en voor zover de overschrijding niet meer dan 1 m. bedraagt.
De maximale bouwhoogte zoals bepaald in afdeling 22a.2 mag worden overschreden door liftkokers, indien en voor zover de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt.
De bouwgrenzen en in voorkomend geval de grenzen van aanduidingen en gebieden mogen uitsluitend worden overschreden door:
Voor het bouwen van dakkapellen gelden de volgende regels:
In aanvulling op het bepaalde in afdeling 22a.2 wordt tot het verboden gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval verstaan:
Onder strijdig gebruik wordt niet verstaan:
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woon- en werksituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en er op grond van de regels in afdeling 22a.2 niet eerder kon worden afgeweken, bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan, voor:
Een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 22a.20.1 wordt in ieder geval niet verleend, indien daardoor onevenredig afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de in dit plan bepaalde gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan, tenzij anders is bepaald.
Voor zover de regels van artikel 22a.14, 22a.15 of 22a.16 niet met elkaar verenigbaar zijn, zijn de regels van toepassing volgens de volgorde die is aangegeven in onderstaand schema:
| Gebied | artikelnummer | volgorde van toepassing |
| Leiding - Gas | 22a.14 | 1 |
| Waterstaat - Waterkering | 22a.16 | 2 |
| Waarde - Archeologie | 22a.15 | 3 |
In aanvulling op artikel 22.72, zijn de waarden die het omgevingsplan bevat voor geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen of in geluidgevoelige ruimten, bedoeld in artikel 22.65, niet van toepassing op onversterkt menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee is vermengd.