direct naar inhoud van Artikel 23 Kantoor
Plan: Buitengebied 2010
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1774.BUIBPBUITENGEBIED-0402

Artikel 23 Kantoor

 

23. 1.    Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Kantoor’ aangewezen gron­den zijn bestemd voor:

a.    gebouwen, waaronder overkappingen, ten behoeve van een kantoor;

 

met daaraan ondergeschikt:

b.    wegen en paden;

c.    water;

 

met de daarbijbehorende:

d.    terreinen:

e.    bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

23. 2.    Bouwregels

23. 2. 1. Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:

a.    per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkap­pingen ten behoeve van de ter plaatse aanwezige kantoorfunctie worden ge­bouwd;

b.    de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen, waaron­der overkappingen, zal ten hoogste de gezamenlijke oppervlakte bedragen, zoals die is weergegeven in kolom 4 in bijlage 4;

c.    de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:

 

Functie van een bouwwerk

Maximale

opper­vlakte/inhoud

Goothoogte in m

Dakhelling in °

Hoogte in m

 

per

gebouw of overkapping

gezamenlijk

max.

min.

max.

max.

Gebouw, waar­onder een overkapping

-#

-

6,00

18

60

12,00

#             bij gebouwen of overkappingen, die groter zijn dan:

-       500 m³, dient het bouwplan vergezeld te gaan van een landschappe­lijk inpassingsplan;

-       2.000 m³, dient het bouwplan vergezeld te gaan van een erfinrich­tingsplan ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing en een goede ruimtelijke kwaliteitsverhouding tot de bestaande be­bouwing.

23. 2. 2. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebou­wen zijnde, gelden de volgende regels:

a.    de hoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen;

b.    de hoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 10,00 m bedragen.

23. 3.    Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend:

a.    het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden;

b.    het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel;

c.    het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden.

23. 4.    Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in dié zin dat:

 

-       de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen, waaron­der overkappingen, per bestemmingsvlak wordt ver­groot tot ten hoogste de gezamenlijke oppervlakte, zoals weergegeven in kolom 5 in bijlage 4, mits:

1.    de vergroting noodzakelijk is voor een goede uitoefening van de voorziening;

2.    er geen sprake is van onevenredige schade voor de aan­grenzende (agrarische) bedrijven, in dié zin dat de bedrij­ven in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt;

3.    er ten behoeve van een zorgvuldige landschappelijke inpas­sing een erfbeplantingsplan, afgestemd op de land­schaps- en beheersvisie uit het Landschapsontwikkelings­plan, zoals opgenomen in bijlage 5 van de toelichting, is opgesteld;

4.    geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de milieusitu­atie, de woonsituatie, de landschappelijke waar­den, de waarde van de historische buitenplaatsen en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.