| Plan: | Buitengebied, Ooijhuizensestraat 2 en Wolfkampseweg ongenummerd, Randwijk |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1734.0244BUITooijhuiz2-VSG1 |
Initiatiefnemer wil op het perceel Ooyhuizensestraat 2 te Randwijk twee extra woningen realiseren en circa 2.000 m² aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing slopen. Dit betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie (melkveebedrijf), waarvan de bebouwing inmiddels in verregaande staat van verval is geraakt. Daarnaast wil de initiatiefnemer op een ongenummerd (bos)perceel aan de Wolfkampseweg, op ruim 1 kilometer verder zuidwestelijk, één woning realiseren. Beide ontwikkelingen worden in samenhang bezien.
Om het verzoek mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan voor beide planlocaties noodzakelijk. De gemeente Overbetuwe is bereid om onder voorwaarden aan de initiatieven op beide planlocaties mee te werken.
Dit bestemmingsplan 'Buitengebied, Ooijhuizensestraat 2 en Wolfkampseweg ongenummerd, Randwijk' voorziet in het planologisch-juridisch kader om de gewenste wijzigingen op beide planlocaties mogelijk te maken.
Het plangebied beslaat twee locaties in het buitengebied van de gemeente Overbetuwe nabij de kern Randwijk.
De locatie Ooyhuizensestraat 2 is ca. 1 kilometer westelijk van de kern Randwijk gelegen en betreft een voormalig agrarisch bedrijfsperceel met opstallen op de hoek Ooyhuizensestraat-Randwijkse Rijndijk. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Heteren, sectie E, nummers 92 en 473. De planlocatie heeft een omvang van ca. 1 hectare. Deze planlocatie ligt in een overwegend agrarisch gebied, met open agrarische gronden ten westen en ten zuiden van de locatie. Kenmerkend is de ligging direct ten zuiden van een dijk. Aan de overzijde daarvan bevindt zich de Nederrijn.
De locatie aan de Wolfkampseweg (kadastraal bekend gemeente Heteren, sectie E, nummer 99) betreft het zuidelijk deel van een langgerekt bosperceel. Het bosperceel heeft een oppervlakte van ca. 5,23 hectare, maar slechts de zuidelijke helft daarvan behoort tot het plangebied. Deze locatie bevindt zich ruim 1,5 kilometer zuidwestelijk van de kern Randwijk. De Wolfkampseweg is een doodlopende weg in een overwegend open agrarisch gebied. Ten zuidwesten van de planlocatie is een agrarisch bedrijf aanwezig. Het langgerekte bosperceel waarvan de planlocatie deel uitmaakt, vormt een opvallend afwijkend element in het omringende landschap.
|
| Globale ligging plangebied in groter verband |
|
| Luchtfoto locatie Ooyhuizensestraat 2 en directe omgeving |
|
|
Luchtfoto locatie Wolfkamseweg ongenummerd en directe omgeving |
| Afbeelding 1: Luchtfoto bestaande situatie plangebied (Bron: Bing Maps) |
In het plangebied geldt op beide locaties het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe', vastgesteld op 5 maart 2013. In afbeelding 2 zijn uitsnedes van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen.
|
|
| Afbeelding 2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' (boven: Ooyhuizensestraat 2, onder: Wolfkampseweg ongenummerd, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) |
Aan de planlocatie Ooyhuizensestraat 2 is in het vigerende bestemmingsplan reeds de bestemming 'Wonen' toegekend, vooruitlopend op de verwachte woningbouwontwikkeling op deze locatie. Een klein gedeelte van het perceel aan de zuidoostkant, waar een fruitboomgaard is voorzien, heeft de bestemming 'Agrarisch'. Voorts zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologische verwachting 2' (gehele planlocatie) en 'Waterstaat - Waterkering' (noordelijke zone) opgenomen. Op basis van de bestemming 'Wonen' zijn uitsluitend de bestaande woningen toegestaan. In dit geval betreft dit één woning, de voormalige agrarische bedrijfswoning. Het toevoegen van twee extra woningen op deze locatie is dan ook strijdig met het vigerende bestemmingsplan. De fruitboomgaard is in overeenstemming met de bestemming 'Agrarisch', maar het is logischer deze bij de woonbestemming te betrekken, omdat deze ook als onderdeel van de tuin kan worden beschouwd.
Op de planlocatie Wolfkampseweg ongenummerd geldt de bestemming 'Bos'. Verder is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 3' opgenomen. Realisatie van één woning met bijbehorende voorzieningen zoals een inrit is niet in overeenstemming met de vigerende bestemming.
Gezien het voorgaande is een bestemmingsplanherziening op beide planlocaties noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkelingen juridisch-planologisch toe te staan.
Allereerst wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op het beleid dat van toepassing is op de onderhavige ontwikkeling. Daarna worden in hoofdstuk 3 de milieu- en omgevingsaspecten beschreven die van toepassing zijn. Het daarop volgende hoofdstuk bevat de planbeschrijving (huidige en toekomstige situatie alsmede verkeer en parkeren). Hoofdstuk 5 bevat de juridische vertaling van de gewenste ontwikkeling. Daaropvolgend wordt de financiële en economische haalbaarheid van het plan toegelicht. Afgesloten wordt met het hoofdstuk over de te volgen procedure (hoofdstuk 7).
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte staan de plannen van de Rijksoverheid voor ruimte en mobiliteit. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan de decentrale overheden (provincie en gemeenten) en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor die belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Tevens werkt het Rijk aan een eenvoudigere regelgeving. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk.
Conclusie
De voorliggende ontwikkelingen spelen zich, gezien de aard en de afzonderlijke en gezamenlijke omvang van de ontwikkelingen, af op lokaal niveau en heeft geen relatie met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau. Geconstateerd wordt dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2011)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Het besluit (eerste tranche) is vastgesteld op 22 augustus 2011 en is op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden.
In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en IJsselmeergebied. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken.
De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.
Conclusie
De voorgenomen ontwikkelingen spelen zich, gezien de aard en de afzonderlijke en gezamenlijke omvang van de ontwikkelingen, af op lokaal niveau en heeft geen relatie met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau. Geconstateerd wordt dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid. Het Barro heeft dan ook geen doorwerking naar dit bestemmingsplan.
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of
zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn (ECLI:NL:RVS:2016:1503).
Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan
dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die
ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand
stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan
worden voorzien” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).
Conclusie
Dit bestemmingsplan maakt planologisch-juridisch twee extra woningen mogelijk ter vervanging van bestaande voormalige agrarische (bedrijfs)bebouwing, verdeeld over twee locaties in het buitengebied. Hiermee wordt gezien de aard en omvang van de ontwikkelingen, zowel afzonderlijk als in samenhang bezien, niet voorzien in een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro (zie onder meer ABRvS 14 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:156). De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing op dit bestemmingsplan.
Omgevingsvisie Gelderland
Provinciale Staten hebben op 9 juli 2014 de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld. Nadien zijn nog enkele actualisatieplannen vastgesteld, waarvan de meest recente op 28 juni 2017 is vastgesteld. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn:
Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland.
De provinciale hoofddoelen zijn uitgewerkt en vertaald in provinciale ambities, die moeten resulteren in een divers, dynamisch en mooi Gelderland. In deze regio streven de provincie en haar partners naar de volgende vier speerpunten:
Conclusie
De Omgevingsvisie is concreet uitgewerkt in de hierna beschreven Omgevingsverordening Gelderland. Deze bevat concrete regels, waaraan het voorliggende initiatief moet worden getoetst. Onder meer met betrekking tot het als zodanig aangeduide nationale landschap en de Romeinse Limes en de intrekgebieden, het grondwaterbeschermingsgebied en de KWO-vrije zone en boringsvrijezone waarin één of beide plangebieden liggen. De provincie is wat betreft dit aspect normerend middels de Omgevingsverordening.
Omgevingsverordening Gelderland
Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld op 24 september 2014. De verordening wordt regelmatig geactualiseerd. De meest recente actualisatie van de Verordening dateert van 28 juni 2017.
De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan afstemmen op de in de verordening opgenomen regels. De regels in de verordening zijn gebaseerd op de provinciale omgevingsvisie en hebben de status van algemeen verbindende voorschriften.
Beoordeling
Beide locaties zijn geheel en/of gedeeltelijk gelegen binnen de volgende aanduidingen:
Daarnaast zijn de aanduiding 'Nationaal Landschap' en het thema 'Wonen' in het bijzonder van belang.
Nationaal landschap
In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen een Nationaal landschap worden alleen ontwikkelingen toegestaan welke het landschap niet aantasten of die het landschap versterken. In de verordening is een bijlage met Kernkwaliteiten Nationale Landschappen opgenomen. Deze kernkwaliteiten van het gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, worden per saldo versterkt. Deze versterking dient planologisch verankerd te zijn in hetzelfde dan wel een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.
Voor de locatie Ooyhuizensestraat 2 geldt dat van een uitbreiding qua bestemming of bestemmingswijziging echter geen sprake is. De drie extra woningen passen binnen de bouw- en gebruiksmogelijkheden, alleen het aantal woningen niet. Deze verandering doet geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het gebied. Er vindt zelfs een ruimtelijke verbetering plaats, aangezien de huidige staat van de bebouwing slecht is en de totale hoeveelheid bebouwing aanzienlijk afneemt. De planlocatie ligt vrij in het omliggende landschap, waarvan de openheid, in het bijzonder vanaf de dijken, een nadrukkelijke kernkwaliteit is. De bebouwing blijft zoveel mogelijk geclusterd. De openheid wordt daarmee niet aangetast.
Eén van de woningen wordt gerealiseerd ter plaatse van Wolfkampseweg ong. Doordat deze locatie van hogere natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarde is, wordt met dit initiatief ingezet op extra verevening. Dit wordt gedaan door herstel van een oud kerkenpad langs de Wuustegraaf (bij de Veldstraat) van Hemmen richting Dodewaard (zie afbeelding 3). Deze verevening wordt met een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan vastgelegd. Daarnaast wordt er binnen het plangebied aan de Wolfkampseweg 1.200 strekkende meter wandelpaden aangelegd en is er een natuurvriendelijke oever binnen dit plangebied aangelegd.
|
| Afbeelding 3: verevening door herstel kerkenpad langs de Wuustegraaf |
Daarnaast wordt, aanvullend, ingezet op beheer en instandhouding van Landgoed Hemmen. Hiervoor kunnen de extra inkomsten die met de realisatie van de woning worden gegenereerd, worden aangewend. Dit gebeurt onder meer door het openstellen van vele kilometers aan wandelpaden.
Verreweg het grootste deel van het bosje op de locatie Wolfkampseweg ongenummerd blijft behouden en de locatie wordt zorgvuldig ingepast. Met daarnaast de beschreven verevening wordt het Nationale landschap in de omgeving Randwijk per saldo versterkt en vindt een landschappelijke en cultuurhistorische verbetering plaats door uitvoering van onderhavig plan. De provincie heeft aangegeven dat de provinciale belangen niet in het geding zijn. De voorgenomen ontwikkelingen leiden niet tot een aantasting van het nationaal landschap.
Wonen
Nieuwe woonlocaties zijn uitsluitend toegestaan wanneer dit in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief/Kwantitatieve Woonprogramma past. De gemeente Overbetuwe heeft haar woningbouwprogramma, zowel kwalitatief als kwantitatief, vastgesteld in de Woonvisie 2015-2020. Zie daarover nader paragraaf 2.3. Er wordt maatwerk binnen het woningaanbod geleverd, een belangrijk speerpunt in beide woningbouwprogramma's. De drie extra woningen, waarvan er twee ter plaatse van Ooyhuizensestraat 2 worden gerealiseerd, passen binnen het woningbouwprogramma.
Conclusie
De ontwikkelingen waarin dit bestemmingsplan voorziet, passen binnen de Omgevingsverordening Gelderland.
Toekomstvisie 2020+ Overbetuwe verbindt..
Op 8 september 2009 heeft de gemeenteraad van de Overbetuwe de 'Toekomstvisie 2020, Overbetuwe verbindt..' vastgesteld. De Toekomstvisie+ van Overbetuwe is het kader voor de ontwikkeling van de gemeente Overbetuwe tot 2020. De visie geeft een richting voor de ruimtelijke, maatschappelijke en economische ontwikkeling. De geschetste identiteit kan bijdragen aan het behouden en aantrekken van inwoners en bedrijven. De visie kan mensen inspireren en motiveren die werken aan stedenbouw, sport, ondernemerschap, onderwijs, openbare ruimte, welzijnswerk en dergelijke. De visie is tenslotte ook een duidelijke positionering naar andere gemeenten en partners; het geeft Overbetuwe een eigen gezicht in de regio. De Toekomstvisie+ omvat het gehele gemeentelijke beleidsterrein. Voor wat betreft de ruimtelijke onderdelen is de Toekomstvisie+ te zien als structuurvisie in de zin van artikel 2.1 van de Wro voor het grondgebied van de gemeente Overbetuwe. In de toekomstvisie zijn de aspecten leefomgeving, vergrijzing, economische gesteldheid (werk en werkgelegenheid) en duurzaamheid opgenomen om een gewenste identiteit uiteen te zetten.
Beoordeling
Een belangrijke opgave is het behoud en de versterking van de eigenheid en kenmerken van het landschap (opgave 1). Het plangebied is gelegen in het stroomruggen- en oeverwallenlandschap. Dit landschap is verdicht en kleinschalig, met een afwisselend landgebruik in onregelmatige blokverkaveling. Kenmerkend is verder de veelheid aan landelijke wegen met clusters aan vrijstaande woningen en (voormalige) boerderijen. De oeverwallen zijn in de afgelopen 60 jaar grootschaliger en opener geworden. De kwaliteit van het karakteristieke landschap wordt hierdoor bedreigd. Belangrijk is dat de kleinschaligheid van het landschap behouden blijft. Bij de opzet van dit bestemmingsplan is met deze opgave rekening gehouden door twee woningen binnen de bestaande bebouwingscontouren ter plaatse van Ooyhuizensestraat 2 te realiseren. Daarbij wordt voormalige agrarische bebouwing gesloopt.
Voor de woning aan Wolfkampseweg ongenummerd wordt middels verevening een bijdrage geleverd aan het karakteristieke landschap in de omgeving. Daar waar de woning gerealiseerd wordt, is sprake van het natuurdoeltype vochtig bos met productie. Dit bostype komt voor in het rivierengebied op oeverwallen en bestaat uit loofbossen met een weelderige ondergroei. Op deze karakteristieken wordt aangesloten met het ontwerp van de woning en haar naaste omgeving. Zo wordt een natuurvriendelijke oever aangelegd en een wandelpadennetwerk gerenoveerd om een versterking van het typerende stroomruggen- en oeverwallenlandschap te creëren en de beleving van dit landschap te vergroten.
De locatie Ooyhuizensestraat 2 ligt in een gebied dat als cultuurhistorisch waardevol is aangeduid. De cultuurhistorische waarden van dit gebied worden door de voorgenomen ontwikkeling niet aangetast, maar juist versterkt vanwege de sloop van landschapsontsierende agrarische (bedrijfs)bebouwing en het behoud van de karakteristieke bebouwing. Bij het opstellen van de landschappelijke inrichting is met de cultuurhistorische waarden rekening gehouden door een kleinschalig erf met clustering van bebouwing te creëren. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan het behoud en de publieke functie van het eveneens cultuurhistorisch waardevolle landgoed Hemmen en wordt met de verevening die plaatsvindt een cultuurhistorisch waardevol element hersteld. Hiermee draagt het plan op meerdere plaatsen bij aan een of meerdere doelstellingen uit de Toekomstvisie+.
Tenslotte is van belang dat beide planlocaties tot een gebied met waardevolle doorzichten behoren. Deze doorzichten worden door het plan niet aangetast. Op de locatie Ooyhuizensestraat 2 ontstaat een verbetering van het doorzicht vanaf de dijk door de sloop van ontsierende agrarische bebouwing. Op de locatie Wolfkampseweg ongenummerd is door de aanwezigheid van een bosperceel geen sprake van een doorzicht, dat door de ontwikkeling van een woonperceel wordt aangetast.
Conclusie
Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de door de gemeente gewenste ontwikkelingsrichting, zoals vastgelegd in de Toekomstvisie+.
Woonagenda Overbetuwe 2020
In de Woonagenda 2020 verwoordt de gemeente Overbetuwe haar doelen en ambities op het gebied van wonen. Als basis voor deze woonagenda is een opgavennotitie opgesteld. Deze woningmarktanalyse geeft zicht op huidige en toekomstige kansen en knelpunten en is het startpunt voor de uitwerking van de woonagenda. De woonagenda bevat geen gedetailleerd uitvoeringsprogramma, maar de koers waarbinnen de komende jaren plannen voor kernen en locaties kunnen worden uitgewerkt. De ontwikkelingen die de komende jaren afkomen op de gemeente (vergrijzing, gezinsverdunning) vragen om meer variatie in het woonaanbod. Over het algemeen zijn inwoners tevreden over hun woonsituatie. Niet voor iedereen is het echter even makkelijk om een woning naar wens te vinden. De gemeente wil over voldoende woningen met de juiste kwaliteit beschikken om huishoudens de gewenste stappen in hun wooncarrière te laten maken. Dat wil zeggen voor iedere stap in de levensloop een geschikt woonalternatief.
Accentpunten zijn:
Het aantal huishoudens binnen de gemeente neemt in de periode 2015-2040 naar verwachting toe met ca. 2.250. Tot 2025 is een uitbreiding van de woningvoorraad met 1.400 woningen nodig voor het oplossen van bestaande tekorten en het opvangen van de autonome huishoudengroei.
Variatie in het woonaanbod is bij realisatie van nieuwbouw een speerpunt. De grootste vraag bestaat naar woningen voor starters en ouderen. Een ander uitgangspunt is dat nieuwe woningen zoveel mogelijk levensloopbestendig worden gebouwd. De gemeente legt het accent op het bestaande bebouwde gebied: kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad en mogelijkheden voor inbreiding en intensivering, bijvoorbeeld door functieverandering. Daarnaast blijft nieuwbouw nodig om in te spelen op de ambities. Doel van de nieuwbouw is, naast het in de pas lopen met die groei van het aantal huishoudens, meer variatie in het woonaanbod te realiseren en beter aan te sluiten op de kwalitatieve behoefte.
Doorwerking en conclusie
Dit bestemmingsplan voorziet in twee extra burgerwoningen in het buitengebied. Op de locatie Ooyhuizensestraat 2 worden een geschakelde woning (bestaande woning met één nieuwe woning) en een vrijstaande woning gerealiseerd. Ter plaatse van Wolfkampseweg ong. wordt een vrijstaande woning gerealiseerd. De vraag naar landelijke woonmilieus neemt toe. De voorgenomen ontwikkeling op beide planlocatie draagt bij aan het creëren van landelijke woonmilieus.
Hoewel Ooyhuizensestraat 2 niet in bestaand stedelijk gebied is gelegen, is het een geschikte locatie om te wonen gezien de geldende woonbestemming, de rustige woonomgeving en de ligging in de nabijheid van de kern Randwijk. De ontwikkeling van een geschakelde en een vrijstaande woning ter vervanging van de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing is een passende functie, die voor een ruimtelijke verbetering zorgt. Voor Wolfkampseweg ongenummerd geldt dat de bouw van een nieuwe woning in een landgoed setting hier onder voorwaarden (voldoende kwaliteitsverbetering) aanvaardbaar is. De provincie is akkoord met de realisatie van een vrijstaande woning op deze plaats.
Uit de woningbouwopgave, die in paragraaf 5.3 van de Woonvisie is vastgelegd blijkt dat er, buiten de bestaande plancapaciteit nog ruimte is om bijna 700 woningen te realiseren. Overbetuwe heeft ook een rol in het opvangen van de regionale woningbehoefte. Ook momenteel bestaat in het woningbouwprogramma van de gemeente nog ruimte voor het toevoegen van woningen.
De voorgenomen ontwikkeling is in kwantitatief en kwalitatief opzicht in overeenstemming met de Woonvisie.
Beleidsregel 'Functiewijziging en nieuwvestiging in het buitengebied'
De beleidsregel 'Functiewijziging en nieuwvestiging in het buitengebied' uit 2008 bestaat uit regels, een toelichting en een gebiedstypenkaart. De beleidsregel bevat het toetsingskader voor concrete verzoeken om functiewijzigingen in het buitengebied.
Doorwerking en conclusie
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging in het buitengebied: de sloop van de vrijkomende agrarische bebouwing in de vigerende woonbestemming ter plaatse van Ooyhuizensestraat 2 wordt ingezet om drie extra woningen te realiseren op twee locaties. Eén van de woningen wordt niet aan de Ooyhuizensestraat, maar aan de Wolfkampseweg ongenummerd gerealiseerd.
De beleidsregel biedt mogelijkheden om extra woningen ter plaatse van de bestemming 'Wonen' en een functiewijziging van 'Bos' naar 'Wonen' toe te staan. Uitgangspunt is dat 750 m² aan bebouwing wordt gesloopt om medewerking te kunnen verlenen aan de realisatie van één nieuwe woning. Met de voorgestelde sloop wordt 2.000 m2 aan voormalige agrarisch (bedrijfs)bebouwing gesloopt. Dit leidt tot een ruimtelijke verbetering ter plaatse van Ooyhuizensestraat 2.
Om drie woningen te kunnen realiseren, moet in beginsel 3.000 m² aan bebouwing worden gesloopt. Daaraan wordt niet voldaan, omdat de hoeveelheid te slopen bebouwing in dit geval bouwrechten oplevert voor twee extra woningen. Wel wordt het uitgangspunt dat een reductie aan bebouwing van minimaal 50% plaatsvindt ruimschoots bereikt. De essentie van de beleidsregel is dat voldoende verevening plaatsvindt voor de voorgenomen functiewijziging, dat wil zeggen dat een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit dient te ontstaan. Verevening kan ook op een andere passende wijze dan sloop van bebouwing worden bereikt. Om toch te komen tot voldoende compensatie wordt in het kader van dit bestemmingsplan dan ook extra verevening toegepast. Dit wordt gedaan door herstel van een oud kerkenpad langs de Wuustegraaf (bij de Veldstraat) van Hemmen richting Dodewaard. Ook wordt een natuurvriendelijke oever aangelegd en wordt circa 1.200 meter aan wandelpaden aangelegd op de locatie aan de Wolfkampseweg. Daarmee wordt bijgedragen aan de natuurlijke waarden en de recreatieve belevingswaarde op deze planlocatie. Ten slotte worden beide planlocaties zorgvuldig landschappelijk ingepast, waarbij rekening wordt gehouden met de karakteristieken en kwaliteiten van de omgeving.
Door middel van de sloop van 2.000 m² aan ontsierende voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, zorgvuldige landschappelijke inpassing van beide planlocaties en verevening in de vorm van herstel van een cultuurhistorisch waardevol kerkepad, wordt per saldo voldoende ruimtelijke kwaliteitsverbetering bereikt om de drie woningen te kunnen realiseren.
Het bestemmingsplan is dan ook in overeenstemming met de doelstelling van de beleidsregel 'Functiewijziging en nieuwvestiging in het buitengebied'.
Landschapsontwikkelingsplan Overbetuwe (LOP)
In hoofdstuk 2 van het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) uit 2009 zijn de (algemene) doelstellingen en gebiedsspecifieke opgaven voor Overbetuwe geformuleerd. De hoofddoelstelling betreft het ontwikkelen van een sterke samenhangende landschappelijke structuur met een eigen Betuwse identiteit, die tegenwicht biedt aan de verstedelijking en waarbij belangrijke landschappelijke waarden duurzaam in stand worden gehouden.
Doorwerking en conclusie
Met het oog op de doelstellingen van het LOP is in het kader van voorliggend bestemmingsplan een inrichtingsplan gemaakt voor beide planlocaties. Zie nader paragraaf 4.2, waarin de beoogde inrichting is beschreven en toegelicht. Het plangebied ligt in deelgebied 1a (Lakemond, met het nationaal landschap Rivierengebied). In dit deelgebied wordt onder meer ingezet op behoud en versterking van gradiënten, verdichting met groen aan de zuidkant (waartoe planlocatie Wolfkampseweg ongenummerd behoort), behoud van de openheid aan de noordkant (waartoe planlocatie Ooyhuizensestraat 2 behoort), uitbreiding padenstelsel Hemmen en landschappelijke versterking met landschapselementen, wandelroutes en ommetjes.
Uitgangspunt van het opgestelde inrichtingsplan is enerzijds de kenmerkende openheid van het gebied en anderzijds het versterken van de belevingswaarde van het bosperceel aan de Wolfkampseweg. Het verwijderen van ontsierende en in verval verkerende bebouwing op de locatie Ooyhuizensestraat 2 komt de openheid ten goede. Er ontstaat een kleinschalig erf met geclusterde bebouwing en een open weide aan de westkant. Hierdoor ontstaan zichtlijnen vanaf de dijk naar het open landschap. Aan de zuidoostkant wordt een kleinschalige hoogstamfruitboomgaard aangelegd.
Aan de Wolfkampseweg wordt circa 1.200 meter aan extra wandelpaden gerealiseerd binnen het bosperceel. Deze worden aangesloten op het bestaande wandelpadennetwerk. Dit draagt ook bij aan de gewenste stimulatie van een route tussen Hemmen en de Veluwe. De extra verevening buiten het plangebied en het stimuleren van het beheer van landgoed Hemmen, dragen bij aan het uitbreiden van het padenstelsel in Hemmen.
De voorgenomen ontwikkelingen dragen op beide planlocaties dan ook bij aan het realiseren van enkele belangrijke gebiedsspecifieke doelstellingen in het nationaal landschap en het landgoed Hemmen. Het plan is daarmee passend binnen de doelstellingen van het LOP en draagt bij aan een landschappelijke en recreatieve verbetering van het gebied.
Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r. wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D zit, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom vanaf 1 april 2011 ook bij kleine bouwprojecten zoals het onderhavige beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is.
Ook de Implementatiewet 'herziening m.e.r. richtlijn' heeft mogelijk gevolgen voor dit bestemmingsplan. Sinds 16 mei 2017 is deze wet in werking. De richtlijn wijzigt de procedure en inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling, maar ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit heeft gevolgen voor de inhoud en procedure van de ruimtelijke plannen. Voor activiteiten die zijn opgenomen in onderdeel D van de Bijlage bij het Besluit m.e.r. en waarvan de omvang beneden de in kolom 2 genoemde drempel ligt, geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Conclusie
Dit bestemmingsplan maakt drie extra woningen woningen mogelijk, verdeeld over twee locaties. Deze ontwikkeling wordt niet genoemd in lijst D van het Besluit m.e.r. De ontwikkeling is ook geen stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Er is daarom geen sprake van een m.e.r.-plichtige activiteit.
In de Wet geluidhinder (Wgh) is vastgesteld dat, indien in het plangebied geluidgevoelige functies (zoals woningen) zijn voorzien binnen de invloedssfeer van (rail- en weg)verkeerslawaai, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Voor het plangebied is uitsluitend het wegverkeerslawaai relevant. Alle wegen hebben geluidzones, met uitzondering van:
Op grond van de Wgh geldt een voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevels vanwege het wegverkeer van 48 dB (artikel 82 lid 1). Indien de geluidbelasting hoger is, dient een nadere afweging plaats te vinden en kan een ontheffing voor een hogere geluidbelasting worden verleend (artikel 82 lid 2). De maximale ontheffingswaarde voor nieuwbouw buiten de bebouwde kom bedraagt 53 dB.
Beoordeling
Voorliggend bestemmingsplan voorziet onder andere in het realiseren van twee extra woningen ter plaatse van Ooyhuizensestraat 2. De woningen zijn gelegen binnen de geluidzone van de Ooyhuizensestraat en de Randwijkse Rijndijk. Een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen vanwege het wegverkeer is dan ook noodzakelijk en is in het kader van dit bestemmingsplan uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is als Bijlage 1 opgenomen. Hierna worden uitsluitend de conclusies van het onderzoek weergegeven.
Er wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) als opgenomen in de Wet geluidhinder. Er behoeft derhalve geen hogere grenswaarde te worden vastgesteld. Met een waarde van 45 dB valt de locatie, met name de noordgevel van de te realiseren woning 2, in geluidsklasse redelijk rustig en worden geen extra eisen gesteld vanuit de Nota Geluidsbeleid en de Nota Hogere Grenswaarden. Bij één gevel wordt het ambitieniveau niet gehaald, maar is veel buitenruimte op het perceel aanwezig waar de ambitiewaarde wel gehaald wordt. Het niet behalen van het ambitieniveau wordt om die reden en omdat aan de voorkeursgrenswaarde van de Wgh wordt voldaan, aanvaardbaar geacht.
In de bouwplanfase zijn eveneens geen akoestische maatregelen noodzakelijk op basis van het Bouwbesluit 2012. Alles in ogenschouw genomen, kan derhalve gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en daarmee een goede ruimtelijke ordening.
De planlocatie Wolfkampseweg ongenummerd, waar één nieuwe woning wordt gerealiseerd, ligt aan een doodlopende weg, die in feite wordt gebruikt als woonerf met uitsluitend bestemmingsverkeer. Daarnaast ligt de toekomstige woning meer dan 570 meter van de Hemmensestraat, waardoor de locatie buiten de geluidszone van deze weg (en andere wegen met een geluidzone) is gelegen. Wegverkeerslawaaionderzoek is voor deze locatie dan ook niet noodzakelijk.
Conclusie
Vanuit akoestisch oogpunt zijn op voorhand geen belemmeringen voor de voorgenomen realisatie van drie woningen te verwachten.
Sinds 15 november 2007 staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Hiermee is het Besluit luchtkwaliteit 2005 vervallen. Bij de start van nieuwe bouwprojecten moet onderzocht worden of het effect van een nieuw initiatief relevant is voor de luchtkwaliteit. Er is geen relevantie als aannemelijk kan worden gemaakt, dat de luchtkwaliteit "niet in betekenende mate" aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM.
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoren woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven.
Conclusie
Dit bestemmingsplan voorziet onder andere in het realiseren van twee extra woningen ter plaatse van Ooyhuizensestraat 2 en één woning ter plaatse van Wolfkampseweg ong. Dit betekent dat in totaal drie extra woningen mogelijk gemaakt worden. Het toevoegen van drie woningen valt onder de in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen. De luchtkwaliteit wordt daarom niet in betekenende mate aangetast met de voorgestane ontwikkeling en een luchtkwaliteitonderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Bij de planontwikkeling dient rekening gehouden te worden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten''1. Hierin wordt per bedrijfssoort aangegeven welke milieu-invloed (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) hiervan kan uitgaan en welke indicatieve afstand hierbij (minimaal) in acht genomen worden. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. In het algemeen wordt door middel van het aanbrengen van een zonering (afstand) tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden.
Onderscheid wordt gemaakt in twee omgevingstypen, uitgaande van het principe van functiescheiding: rustige woonwijk c.q. rustig buitengebied en gemengd gebied. In gemengd gebied worden de richtafstanden één afstandsstap verlaagd.
Beoordeling
Het plangebied behoort op beide planlocaties tot het gebiedstype 'rustig buitengebied'. Derhalve zijn de reguliere richtafstanden van toepassing.
Voor Ooyhuizensestraat 2 geldt dat er geen functiewijziging of -uitbreiding plaatsvindt, omdat er reeds sprake is van een woonbestemming waarbij de situering van de woning niet beperkt is door een bouwvlak. Een toets met betrekking tot bedrijven en milieuzonering is daarom niet noodzakelijk. Doordat aan Wolfkampseweg ongenummerd wel een functiewijziging plaatsvindt van bos naar een gevoelige functie (wonen), dient hiervoor wel getoetst te worden aan de richtafstanden voor bedrijven en milieuzonering.
Aan de Wolfkampseweg 1 is een melkveehouderij aanwezig. Op locatie worden 45 stuks melkvee en 30 stuks jongvee gehouden. Aan de Hemmensestraat 10 is een melkveehouderij gevestigd met 120 stuks melkvee, 15 stuks vleeskalveren en 13 kraamzeugen.
De afstand tussen Wolfkampseweg 1 en de nieuwe woning aan de Wolfkampseweg is 100 meter. Omdat sprake is van het buitengebied, mag vanuit de Wet geurhinder en veehouderij uitgegaan worden van 50 meter, in plaats van 100 meter. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de richtafstand.
De afstand tussen Hemmensestraat 10 en de nieuwe woning aan de Wolfkampseweg is ruim 350 meter. Ook hier wordt voldaan aan de aan te houden richtafstand van minimaal 200 meter in verband met de varkens.
Conclusie
Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgestane ontwikkelingen en omgekeerd zorgen deze ontwikkelingen niet voor belemmering van de omliggende functies. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het plangebied.
Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet vormt het toetsingskader voor vergunningen op grond van de Wet milieubeheer, waar het gaat om geurhinder veroorzaakt door het houden van dieren. Daarnaast is de wet van belang in verband met de zogenoemde 'omgekeerde werking' in het kader van de ruimtelijke ordening.
De Wgv kent een aantal standaardnormen. Daarnaast hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om binnen een wettelijk bepaalde bandbreedte van deze standaardnormen af te wijken. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen, dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Voor het plangebied en omgeving is geen gemeentelijke verordening vastgesteld.
Naast de Wgv is sinds 1 januari 2013 ook het Activiteitenbesluit milieubeheer van belang in het kader van de omgekeerde werking. De meeste veehouderijen vallen sindsdien onder de werking van het Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit vormt voor wat betreft de 'omgekeerde werking' het toetsingskader voor deze veehouderijen.
Beoordeling
Zoals al is toegelicht in paragraaf 3.4, vindt voor Ooyhuizensestraat 2 juridisch-planologisch geen functiewijziging of -uitbreiding plaats. De nieuwe woningen worden op het bestaande woonperceel gerealiseerd. Daardoor is er geen sprake van belemmeringen voor veehouderijen.
Aan Wolfkampseweg ongenummerd vindt wel een functiewijziging plaats waardoor een nieuw geurgevoelig object wordt gerealiseerd. Voldaan wordt aan de richtafstanden van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (zie ook paragraaf 3.4) en aan de vaste afstanden vanuit de Wet geurhinder en veehouderij naar de twee meest dichtbijgelegen veehouderijen, namelijk Wolfkampseweg 1 en Hemmensestraat 10.
Conclusie
Er zijn vanuit het aspect geurhinder geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
De bodemkwaliteit vormt een belangrijk aspect bij bouwontwikkelingen. Ook in het kader van functiewijziging en herinrichting vormt de bodemkwaliteit een belangrijke afweging. Daarnaast bevat de Bouwverordening een verbod voor het bouwen van bouwwerken, waarin mensen permanent of nagenoeg permanent verblijven (zoals woningen) op verontreinigde grond.
Beoordeling
Dit bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging ter plaatse van Wolfkampseweg ongenummerd, namelijk van 'Bos' naar 'Wonen'. Daarmee is sprake van een gevoeliger functie. Een verkennend bodemonderzoek is dan ook noodzakelijk. Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd bij de omgevingsvergunningaanvraag voor het bouwen. Dan wordt beoordeeld of de grond geschikt is voor het beoogde gebruik voor bewoning. Op voorhand zijn hiervoor gezien het huidige gebruik en de functies in de directe omgeving geen belemmeringen te verwachten.
Op de planlocatie Ooyhuizensestraat 2 is geen sprake van een functiewijziging en is een bodemonderzoek dan ook niet noodzakelijk.
Conclusie
Op basis van het verkennend bodemonderzoek dienen eventueel maatregelen te worden genomen om de bodem geschikt te maken voor het beoogde gebruik als woonperceel. Op voorhand zijn daarvoor geen onevenredige belemmeringen te verwachten.
Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Er worden twee normstellingen gehanteerd. Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich vooral op de te realiseren basisveiligheid voor burgers: bebouwing is niet toegestaan binnen de zogenaamde 10-6-contour. Het groepsrisico (GR) stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege:
De wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de daarmee samenhangende Regeling basisnet. Daarnaast wordt in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit.
In het Bevi is vastgelegd dat voldaan moet worden aan de eisen van het besluit bij nieuwe activiteiten / situaties. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan dient de externe veiligheid te worden beoordeeld.
Beoordeling
Voor het plangebied is beoordeeld of sprake is van activiteiten met gevaarlijke stoffen in en in de omgeving van het plangebied, die mogelijk risico's zouden kunnen opleveren. Meer specifiek is gekeken naar de aanwezigheid van bedrijven die aangewezen zijn in het Bevi, waaronder LPG-tankstations, transportroutes over weg/spoor/water en buisleidingen. Hierbij is gebruik gemaakt van de risicokaart. In de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen, buisleidingen of transportroutes aanwezig.
Door het toevoegen van woningen in het plangebied wordt voorzien in nieuwe kwetsbare objecten. Het meest nabij gelegen relevante object betreft een inrichting met een propaantank op circa 440 meter afstand van het plangebied. Het plangebied ligt daarmee ruimschoots buiten de invloedsgebieden van risicovolle inrichtingen, leidingen en transportroutes.
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
Het verrichten van werkzaamheden in de nabijheid van hoogspanningsmasten, hoogspanningslijnen, hoogspanningskabels, warmwaterleidingen e.d. kan gevaar met zich meebrengen. Om dit gevaar zoveel mogelijk te beperken dient de leidingbeheerder aan te geven onder welke voorwaarden de werkzaamheden veilig plaats kunnen vinden.
Conclusie
In het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en/of leidingen gelegen. Er zijn dan ook geen belemmeringen aanwezig.
Rijksbeleid
Nationaal waterplan
In december 2015 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016-2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiertoe worden genomen.
Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet, die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.
Provinciaal beleid
Provinciaal Waterplan
In het Waterplan Gelderland is het waterbeleid beschreven aan de hand van een aantal thema's, zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2027 en 2015 er liggen. Daarbij is beschreven hoe wij voor de planperiode de uitvoering van acties zien om die doelstellingen te bereiken. Bij sommige thema's gelden aanvullende waterdoelstellingen voor specifieke waterhuishoudkundige functies.
In het kort zijn de belangrijkste doelstellingen voor de planperiode:
Waterschap Rivierenland
Waterbeheerplan 2016-2021
Dit plan, vastgesteld op 27 november 2015, gaat over het waterbeheer in het hele rivierengebied en het omvat alle watertaken van het waterschap: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkering en waterketen. In het Waterbeheerplan staat wat Waterschap Rivierenland de komende periode gaat doen om inwoners van het rivierengebied veiligheid en voldoende schoon en mooi water in sloten en plassen te kunnen blijven bieden. Het plan is in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe opgesteld.
Keur Waterschap Rivierenland 2014
Voor waterhuishoudkundige ingrepen is de 'Keur Waterschap Rivierenland 2014' van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen, die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Zo is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het Waterschap. De wateren en waterkeringen waarop de keur van toepassing is zijn vastgelegd in de legger wateren.
Realisatie van nieuwe bebouwing en/of verhard oppervlak moet hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Bij het toevoegen van bebouwing of verharding geldt een compensatieplicht. Er geldt een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht wanneer minder verharding dan 500 m² in stedelijk gebied of minder dan 1.500 m² in landelijk gebied wordt toegevoegd.
Gemeente Overbetuwe
Waterplan Overbetuwe
In 2008 heeft de gemeente Overbetuwe in samenwerking met het Waterschap Rivierenland het Waterplan Overbetuwe vastgesteld. Het waterbeheerplan van het waterschap is recent geactualiseerd (zie hierboven), eveneens in samenwerking met onder meer de gemeente Overbetuwe. Beide plannen gelden echter naast elkaar.
In het Waterplan Overbetuwe wordt het beleidskader geschetst en worden concrete maatregelen voor het watersysteem uitgewerkt. Naast het waterplan wordt parallel een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) opgesteld waarin de maatregelen voor de riolering (waterketen) worden uitgewerkt.
Met het opstellen van een waterplan wordt inzicht gegeven in de relevante wateropgaven voor de gemeente Overbetuwe, zoals:
In het waterplan is een RO-attentiekaart per kern opgenomen en een overzichtskaart van de gehele gemeente.
Watertoets
Ooyhuizensestraat 2
De nieuwe woningen worden ter plaatse van de bestaande voormalige agrarisch bedrijfsgebouwen gerealiseerd. Daarnaast wordt 2.000 m2 aan voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt op locatie en een deel van de erfverharding wordt verwijderd. Door deze forse afname is sprake van een hydrologisch positieve ontwikkeling en is geen compensatie verplicht. Hemelwater en vuilwater worden bij de woningen gescheiden afgevoerd.
Op deze planlocatie is geen oppervlaktewater aanwezig, met uitzondering van een watergang op de perceelsgrens in het zuidoosten. Deze watergang blijft intact. Het voornemen heeft geen negatieve invloed op deze watergang.
De planlocatie is gelegen aan een waterkering en heeft gedeeltelijk de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Binnen deze dubbelbestemming mag in beginsel niet worden gebouwd zonder advies van de beheerder van de waterkering. In dit geval is van belang dat er geen nieuwe gebouwen binnen de beschermingszone van de waterkering worden gebouwd. De geschakelde woningen betreffen bestaande bebouwing en de vrijstaande woning is buiten de beschermingszone gelegen. Derhalve zijn de belangen van de waterkering niet in het geding.
Wolfkampseweg ongenummerd
Ter plaatse van Wolfkampseweg ongenummerd wordt maximaal 250 m2 aan bebouwing gerealiseerd. Tevens wordt verharding gerealiseerd in de vorm van een in-/uitrit en een klein erf rondom de bebouwing. De toename verhard oppervlak blijft ruimschoots onder de drempel voor eenmalige vrijstelling van compensatieplicht (1.500 m2 voor het landelijk gebied), zodat nadere maatregelen niet vereist zijn. Ook voor de woning aan de Wolfkampseweg geldt dat hemelwater en vuilwater gescheiden worden afgevoerd.
Aan de westelijke, zuidelijke en oostelijke perceelsgrenzen zijn watergangen gelegen. Ten oosten van het plangebied is een natuurvriendelijke oever gerealiseerd. Deze watergangen en de natuurvriendelijke oever blijven met de voorgenomen planontwikkeling intact. Ook zijn geen nieuwe duikers of andere voorzieningen noodzakelijk, omdat voor de in- en uitrit naar de woning en de toegang tot de wandelpaden gebruik wordt gemaakt van de reeds bestaande toegang tot het perceel. Rondom het erf in het bosgebied wordt een nieuwe watergang gegraven, die aansluit op de al aanwezige watergangen aan de zuid- en oostkant van het perceel. Dit heeft een positief effect op de waterhuishoudkundige situatie op deze locatie en draagt bij aan het waterbergend vermogen. In de zuidoostelijke hoek van het plangebied wordt een kleine hoeveelheid oppervlaktewater toegevoegd, aansluitend op de watergangen. De watergangen aan de zuidelijke en oostelijke perceelsgrens worden voorzien van natuurvriendelijke oevers en zijn in het verleden reeds verbreed. De planvorming heeft dan ook geen negatief effect op oppervlaktewater.
Conclusie
Waterhuishoudkundig zijn er geen bezwaren of voorwaarden verbonden aan het plan. Het plan heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding.
Natuurwetgeving
De bescherming van de natuur is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Deze vervangt de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet. Deze wet vormt een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatig gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), dat op provinciaal niveau is uitgewerkt (Gelders Natuurnetwerk).
De Wet natuurbescherming heeft enerzijds betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. Ruimtelijke ontwikkelingen die effecten hebben op de vastgestelde natuurwaarden van deze gebieden, zijn in beginsel niet toegestaan. Indien er een kans bestaat dat effecten zullen optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden.
Anderzijds is in de wet de bescherming van diverse planten- en diersoorten in Nederland vastgelegd. Naast de voor alle in het wild levende planten en dieren geldende algemene zorgplicht, geldt voor een aantal soorten een aanvullend beschermingsregime. Dit betreffen drie groepen van beschermde soorten, te weten alle vogelsoorten uit de Europese Vogelrichtlijn, overige strikt beschermde soorten uit de Europese Habitatrichtlijn en nationaal beschermde soorten (waaronder de 'Rode Lijst'). De Wet Natuurbescherming bevat een verbod om (het leefgebied van) beschermde soorten aan te tasten.
Provincies hebben de bevoegdheid om vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten in het kader van bestendig beheer en onderhoud en ruimtelijke ontwikkeling, op basis van de provinciale verordening. De provincie Gelderland heeft voor een aantal soorten vrijstelling verleend.
Indien voorzorgsmaatregelen ten aanzien van andere beschermde soorten niet mogelijk zijn, dient bij de provincie een ontheffing te worden aangevraagd wanneer er sprake is van activiteiten in strijd met de verbodsbepalingen van de wet.
Beoordeling
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling op de locatie Ooyhuizensestraat 2 is een ecologische quickscan uitgevoerd door Regelink Ecologie & Landschap (zie Bijlage 2) in september 2016. Daarin is onderzocht of het plan effecten heeft op beschermde natuurgebieden en/of soorten. De resultaten worden hieronder beknopt weergegeven.
Voor de locatie Wolfkampseweg ong. zal, gezien de aard van de ingrepen en de omgeving, eveneens een ecologisch onderzoek dienen te worden uitgevoerd. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd voordat de woonbestemming wordt gerealiseerd. Hiertoe is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Op voorhand zijn er geen belemmeringen te verwachten.
Resultaten gebiedsbescherming
Het plangebied valt buiten de invloedssfeer van de voor de Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige Ecologische Hoofdstructuur) aangewezen gebieden. De meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden Rijntakken bevindt zich op ongeveer 62 meter afstand van Ooyhuizensestraat 2 en 1,3 kilometer van Wolfkampseweg ongenummerd.
De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing ter plaatse van Ooyhuizensestraat 2 wordt permanent gesloopt. Daarnaast wordt de melding voor het houden van 260 melkkoeien op deze locatie ingetrokken, wat met een voorwaardelijke verplichting in de planregels is geborgd. Hiermee neemt de ammoniak- en stikstofuitstoot permanent af en heeft de ontwikkeling een positief effect op Natura 2000-gebieden. Het gebruik van de woonpercelen ter plaatse van beide locaties en de daartoe uit te voeren werkzaamheden zullen slechts een zeer beperkt, lokaal effect hebben. Negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten.
Ooyhuizensestraat 2 is nabij het Gelders Natuurnetwerk gelegen; voor Wolfkampseweg ongenummerd geldt dit niet. Er vindt geen uitbreiding van het bestemmingsvlak of een functiewijziging plaats. Daarbij wordt circa 2.000 m² aan voormalige agrarisch bedrijfsbebouwing gesloopt en wordt de melding voor 260 melkkoeien ingetrokken, waardoor een ruimtelijke en milieuhygiënische kwaliteitswinst wordt gegenereerd. Daarom zijn er geen negatieve effecten op het Gelders Natuurnetwerk te verwachten, eerder een verbetering door de sloop van bebouwing en het intrekken van de melding.
Negatieve effecten op beschermde natuurgebieden treden niet op.
Resultaten soortenbescherming Ooyhuizensestraat 2
In de QuickScan is onderzocht of (indirecte) aantasting of verstoring van verblijfplaatsen en leefgebied van beschermde soorten ten gevolge van de beoogde ontwikkeling aan de orde is. Uit de toetsing van de resultaten van het onderzoek blijkt dat bij uitvoering van de ingreep mogelijk negatieve effecten te verwachten zijn op vleermuizen en vogels (huismus, steenuil, kerkuil en broedende vogels). Op overige soortgroepen wordt geen negatief effect op beschermde soorten of functies verwacht.
Vleermuizen
Enkele gebouwbewonende soorten vleermuizen hebben mogelijk hun vaste rust- en/of verblijfplaats in een van deze gebouwen. Het is daarom noodzakelijk een aanvullend onderzoek te doen naar het voorkomen van deze vleermuissoorten in het plangebied. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd voorafgaand aan de sloop van de bebouwing. Hiertoe is een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan opgenomen. Het verdient aanbeveling dit aanvullende onderzoek uit te voeren volgens het Vleermuisprotocol 2013 van Gegevensautoriteit Natuur. Indien mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn, dienen deze voorafgaand aan de sloop te zijn getroffen.
Vogels
Conclusie
Significant negatieve effecten op beschermde natuurgebieden zijn op beide locaties in het plangebied niet aan de orde.
In algemene zin kan redelijkerwijs worden gesteld dat op grond van de mogelijke effecten de uitvoering van de ingreep op de locatie Ooyhuizensestraat 2 niet door de Wet natuurbescherming wordt verhinderd, mits tijdig aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd naar vleermuizen, huismus en steenuil. Dit wordt geborgd middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan. Van de kerkuil is bekend dat deze in het plangebied voorkomt, dient een ontheffing te worden verkregen en dienen tijdig mitigerende maatregelen te worden genomen. Ook hiertoe is een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen.
Ook moet er rekening gehouden worden met het broedseizoen van vogels. Voor de kerkuil dienen voorgeschreven maatregelen uitgevoerd en een ontheffing aangevraagd te worden.
Afhankelijk van de resultaten van het aanvullend onderzoek kan een aanvraag van een ontheffing en het opstellen en uitvoeren van een mitigatieplan voor vleermuizen, huismus en steenuil noodzakelijk zijn.
Voor de locatie Wolfkampseweg ong. geldt, dat op voorhand evenmin belemmeringen te verwachten zijn en de bestemming uitvoerbaar is, al dan niet met het treffen van maatregelen. Voor deze locatie zal, voordat de woonbestemming wordt gerealiseerd, nog een ecologisch onderzoek moeten plaatsvinden. Dit is in de planregels geborgd.
Sinds de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) op 1 september 2007 is de verantwoordelijkheid ten aanzien van het bodemarchief gedecentraliseerd naar de gemeente. De provincie Gelderland blijft hierbij bestemmingsplannen (en afwijkingen hierop) toetsen op archeologie en cultuurhistorie, maar gaat er daarbij wel vanuit dat de gemeente zijn eigen taak naar behoren zelfstandig zal uitvoeren. De gemeente Overbetuwe heeft voor haar gemeentelijk grondgebied een erfgoedplan en een archeologische beleidsadvieskaart vervaardigd. Het erfgoedplan beoogt versterking van de plaats en betekenis van cultuurhistorie als factor in het ruimtelijk beleidsproces. In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe' zijn archeologische dubbelbestemmingen opgenomen. Deze komen niet volledig overeen met de beleidsadvieskaart.
Beoordeling
Ooyhuizensestraat 2
Ter plaatse van het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 2' opgenomen. Dit betekent dat bij bodemingrepen bij een oppervlakte van meer dan 100 m² archeologisch onderzoek verplicht is. In dit geval worden de woningen ter plaatse van bestaande bebouwing gerealiseerd. Hierdoor blijft de omvang van de bodemingrepen in het plangebied ruimschoots beneden deze onderzoeksdrempel. Het aspect archeologie vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Wolfkampseweg ongenummerd
Ter plaatse van het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting 3' opgenomen. Dit betekent dat bij bodemingrepen bij een oppervlakte van meer dan 500 m² archeologisch onderzoek verplicht is. In dit geval blijft de omvang van de bodemingrepen in het plangebied ruimschoots beneden deze onderzoeksdrempel. Het aspect archeologie vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
Conclusie
Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkelingen in het plangebied. De archeologische dubbelbestemmingen zijn in het bestemmingsplan opgenomen overeenkomstig de archeologische beleidsadvieskaart.
Het plangebied betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie in het buitengebied van de gemeente Overbetuwe ten westen van Randwijk. De agrarische activiteit is al geruime tijd gestaakt, waardoor de gebouwen leeg staan en sprake is van achterstallig onderhoud. De voormalige agrarische bedrijfsbebouwing verkeert dan ook in slechte staat. Het betreft een oude melkveehouderij met bijbehorende opstallen en een mestopslag.
|
| Afbeelding 4: Huidige situatie ter plaatse van Ooyhuizensestraat 2 (rood omlijnd de contour van de nieuwe bebouwing, de overige bebouwing wordt gesloopt) (Bron: Bing Maps) |
|
|
| Afbeelding 5: Huidige situatie locatie Wolfkampseweg ongenummerd (boven: luchtfoto met rood omlijnd indicatief weergegeven het plangebied. Bron: Bing Maps. Onder: zicht op de verbrede watergang aan de oostelijke perceelsgrens. Bron: 't Geyn landschapsarchitectuur & advies) |
In de huidige situatie is ter plaatse van Wolfkampseweg ongenummerd volgens de natuurdoeltypenkaart van provincie Gelderland een vochtig bos met productie aanwezig. Dit bestaat uit loofbossen die gedomineerd worden door diverse snelgroeiende boomsoorten zoals populier, es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en els. Het bostype kan gevonden worden in het rivierengebied op oeverwallen. Dit bostype levert een belangrijke bijdrage aan de houtvoorziening door de goede groei van diverse gewilde (hardhout) loofboomsoorten. Het bos bestaat uit snelgroeiende boomsoorten van ruim 35 jaar, die al 'op leeftijd' en over hun hoogtepunt heen zijn. Daarnaast heeft ca. 80% van de essen in het bos last van essentaksterfte.
Bebouwing is op deze planlocatie niet aanwezig. Aan de westelijke, zuidelijke en oostelijke perceelsgrenzen zijn watergangen aanwezig. De oostelijke watergang is verbreed en voorzien van een natuurvriendelijke oever, zie afbeelding 5, onder. Het perceel is toegankelijk aan de zuidwestkant, waar een wandel- en onderhoudspad aanwezig is.
Algemeen
Aangezien het perceel Ooyhuizensestraat 2 niet meer in gebruik is als agrarische bedrijfslocatie en een dergelijk gebruik voor de eigenaar van het perceel en gezien de ligging nabij de uiterwaarden van de Nederrijn niet langer reëel en wenselijk is, heeft deze de wens om woningen op het perceel te ontwikkelen. De ontwikkeling betreft in totaal twee nieuwe woningen op het perceel Ooyhuizensestraat 2, naast de al aanwezige woning aan de straatkant (oostkant) van het perceel. In de nieuwe situatie is er sprake van een geschakelde woning en een vrijstaande woning op dit perceel. Daarnaast wordt er één nieuwe vrijstaande woning aan de Wolfkampseweg ongenummerd gerealiseerd.
De woningen aan de Ooyhuizensestraat 2 worden voorzien ter plaatse van de bestaande bebouwing. Er wordt ca. 2.000 m² aan voormalige agrarische (bedrijfs)bebouwing gesloopt, zie ook de volgende afbeelding.
|
| Afbeelding 6: weergave te slopen bebouwing (blauw) en toekomstige situering bebouwing (oranje) |
De voorgenomen ontwikkeling van drie extra woningen is op basis van de beleidsregel 'Functiewijziging en nieuwvestiging in het buitengebied' onder voorwaarden mogelijk (zie nader paragraaf 2.3). Op basis van de beleidsregel dient een tegenprestatie te worden geleverd om de voorgenomen functiewijziging toe te kunnen staan. Uitgangspunt is dat 750 m² aan bebouwing wordt gesloopt om medewerking te verlenen aan de realisatie van één nieuwe woning. Met de voorgestelde sloop wordt 2.000 m2 bebouwing gesloopt, waardoor twee 'bouwtitels' worden gegenereerd. Dit leidt tot een ruimtelijke verbetering ter plaatse van Ooyhuizensestraat 2. Zoals reeds aangegeven wordt één van de 'bouwtitels' die ontstaat niet aan de Ooyhuizensestraat maar aan de Wolfkampseweg ongenummerd gerealiseerd. Om te komen tot voldoende compensatie wordt verevening toegepast. Dit wordt gedaan door herstel van een oud kerkenpad langs de Wuustegraaf (bij de Veldstraat) van Hemmen richting Dodewaard. Daarnaast wordt binnen het plangebied aan de Wolfkampseweg in totaal 1.200 meter aan wandelpaden aangelegd en is op die locatie reeds een natuurvriendelijke oever aan de oostkant van het plangebied aangelegd. Ook worden beide planlocaties landschappelijk ingepast. Daarnaast wordt ingezet op beheer en instandhouding van Landgoed Hemmen. Door het geheel van maatregelen (sloop, verevening, landschappelijke inpassing en beheer) ontstaat per saldo een voldoende ruimtelijke kwaliteitsverbetering in het plangebied en op andere locaties en wordt voldaan aan de beleidsregel. Uit hoofdstuk 3 van deze toelichting is bovendien gebleken dat er geen milieuhygiënische bezwaren of belemmeringen bestaan tegen het voornemen op beide planlocaties.
Ooyhuizensestraat 2
In afbeelding 7 is de beoogde situatie op de planlocatie Ooyhuizensestraat 2 weergegeven. Te zien zijn de vrijstaande woning (nr. 1) en de geschakelde woningen (nrs. 2 en 3) waaronder de bestaande voormalige agrarische bedrijfswoning. Ook is te zien dat een deel van de erfverharding is verwijderd. De situering en omvang van de bebouwing zorgen voor een kleinschalig, geclusterd erf. De landschappelijke inpassing voorziet in een kleine hoogstamfruitboomgaard in het zuidoosten en groene erfinrichting in de noordoosthoek van het perceel. Enkele solitaire bomen in het plangebied blijven behouden, evenals de watergang in het zuidoosten. Aan de westkant van het perceel ontstaat een open weide.
|
| Afbeelding 7: toekomstige situatie planlocatie Ooyhuizensestraat 2, inclusief inrichtingsmaatregelen |
Wolfkampseweg ongenummerd
Op deze locatie wordt één vrijstaande woning gerealiseerd in een met een landgoed vergelijkbare situatie. De woning wordt gesitueerd in het zuiden van de planlocatie, centraal op het erf en bestaat uit twee bouwlagen met een kap. De woning krijgt een bij de landgoedstatus passende kwaliteit en uitstraling met een maximum bouwvolume van 1.500 m³. De woning wordt omgeven door een kleinschalig, deels verhard erf met bijgebouwen. De in-/uitrit naar de woning is aan de zuidwestkant voorzien ter plaatse van de bestaande erftoegang. Deze wordt halfverhard uitgevoerd. De tuin zelf wordt groen ingericht, waarbij het boskarakter gedeeltelijk behouden blijft en een natuurlijke overgang tussen het woon- en bosperceel ontstaat. Het woonperceel beslaat zodoende slechts een klein gedeelte van de planlocatie. De beoogde situatie is in afbeelding 8 weergegeven.
Op deze locatie bestaat de landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering uit diverse onderdelen. De omliggende bosstrook zal worden opengesteld als landgoed in het kader van de Natuurschoonwet. Er worden in het plangebied extra, onverharde wandelpaden met een lengte van circa 1.200 meter aangelegd binnen de gehele bosstrook (zie afbeelding 9). Aan de zuidwest- en noordoostkant van de planlocatie zijn deze paden toegankelijk en wordt aangesloten op andere wandelpaden en op de Wolfkampseweg. Hiermee wordt bijgedragen aan het creëren van een verbinding tussen de uiterwaarden bij de Nederrijn in het noorden en Heteren in het zuiden. Dit past in de door de gemeente gewenste uitbreiding van recreatieve ontsluitingsmogelijkheden in dit deel van de gemeente. Binnen de bosstrook wordt een schuilgebouwtje voor dieren gebouwd. Ook wordt mogelijk een wildobservatiehut gebouwd.
Het bos bestaat momenteel uit snelgroeiende boomsoorten van ruim 35 jaar, die al 'op leeftijd' zijn. De bedoeling is dat het bos wordt omgevormd naar een bos met hogere natuur- en landschapswaarden door middel van uitdunnen van het bos en aanplant van duurzamere soorten zoals eik. Aan de randen van het bos wordt ruimte gemaakt voor mantel- en zoomvegetatie.
Verder zijn/worden de oevers aan de zuidelijke en oostelijke randen van het plangebied natuurvriendelijk gemaakt (aanleg rietkragen). Deze werkzaamheden zijn aan de oostzijde al uitgevoerd. Het woonperceel zal geheel worden omgeven door watergangen, waarbij aan de noord- en westkant van het perceel nieuwe watergangen aangelegd worden.
|
| Afbeelding 8: toekomstige situatie Wolfkampseweg ongenummerd |
|
| Afbeelding 9: te realiseren openbare wandelpaden in en nabij het plangebied |
Daarnaast wordt extra verevening buiten het plangebied gerealiseerd, namelijk op een oud kerkenpad langs de Wuustegraaf (bij de Veldstraat) van Hemmen richting Dodewaard. Er worden een nieuwe brug en een dam gerealiseerd en verder wordt het kerkenpad gerenoveerd en in oorspronkelijke staat teruggebracht. Zie afbeelding 10 voor de ligging van dit gebied ten opzichte van het plangebied en afbeelding 11 voor de te treffen maatregelen.
|
| Afbeelding 10: ligging vereveningslocatie langs de Wuustegraaf (3) ten opzichte van het plangebied (1 en 2). Rechtsboven de kern Randwijk en rechtsonder de kern Zetten |
|
| Afbeelding 11: maatregelen verevening Wolfkampseweg |
In de toekomstige situatie zijn er vier woningen in het plangebied aanwezig (drie nieuwe en één bestaande woning): drie woningen ter plaatse van Ooyhuizensestraat 2 en één woning ter plaatse van Wolfkampseweg ongenummerd. Er dienen op eigen terrein voldoende parkeerplaatsen aanwezig te zijn voor alle woningen. Hierbij dient te worden voldaan aan de Nota Parkeernormen Overbetuwe 2016. Dit is vastgelegd in de planregels. Binnen het plangebied is voldoende ruimte voor de benodigde parkeerplaatsen op beide locaties aanwezig.
De woningen worden ontsloten op respectievelijk de Ooyhuizensestraat en de Wolfkampseweg via een bestaande oprit en toegang. Het aantal verkeersbewegingen is zo gering, dat deze wegen het verkeer zonder problemen kunnen verwerken.
Voor wat betreft parkeren en verkeersafwikkeling zijn er geen belemmeringen voor de voorgestane ontwikkeling aanwezig.
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). Het bestemmingsplan 'Buitengebied, Ooijhuizensestraat 2 en Wolfkampseweg ongenummerd, Randwijk' bestaat uit de volgende onderdelen:
De toelichting
In de toelichting is de ontwikkeling verantwoord, zowel op basis van het beleid, als op basis van milieu-hygiënische aspecten, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet.
De bestemmingsregels
De bouw- en gebruiksregels binnen de verschillende bestemmingen. Daarnaast zijn waar nodig afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen, om het plan de benodigde flexibiliteit te geven.
De verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen 'Bos', 'Water', 'Wonen', 'Wonen - Landgoed', 'Waterstaat - Waterkering', 'Waarde - Archeologie', 'Waarde - Archeologische verwachting 2' en 'Waarde - Archeologische verwachting 3' opgenomen met de daarbij behorende aanduidingen. Waar nodig worden deze in paragraaf 5.2 nader toegelicht.
De opzet van het plan
Het bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor de burgers en voor de overheid. Qua systematiek is zoveel mogelijk aangesloten bij het bestemmingsplan 'Buitengebied Overbetuwe'.
Bouwplan
Indien een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend wordt, zijn in eerste instantie de bestemming met bijhorende regels van belang. Als het nieuwe en het beoogde gebruik past binnen de toegekende bestemming dan kan de omgevingsvergunning worden verleend.
Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). De bestemmingen vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken.
Bos
Gebruik
Een groot deel van de planlocatie aan de Wolfkampseweg ongenummerd blijft primair in gebruik als bos, waar de landschappelijke en ecologische waarden zullen worden opgewaardeeerd. Gekozen is voor het behouden van de bestemming 'Bos', gezien de toekomstige inrichting. De gronden zijn bestemd voor bos, extensieve dagrecreatie en het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke, ecologische waarden en natuurwaarden, alsmede voor bijbehorende voorzieningen. De beoogde landschappelijke inpassing met de aanleg van water, natuurvriendelijke oevers en wandelpaden past binnen deze bestemming.
Bouwen
Binnen deze bestemming zijn slechts beperkt bouwwerken toegestaan ten behoeve van de bestemming. Er is een schuilhut toegestaan op de specifiek aangeduide plaats. Daarnaast is een observatietoren toegestaan. Voor het overige zijn alleen kleinschalige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan.
Water
Gebruik
Op de locatie Wolfkampseweg ongenummerd worden aansluitend op de bestaande watergangen extra watergangen gerealiseerd rondom het woonperceel van het landgoed. De bestaande en toekomstige watergangen hebben de bestemming 'Water' gekregen. Deze gronden zijn uitsluitend bedoeld voor waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen, alsmede extensieve dagrecreatie.
Bouwen
Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bestemming toegestaan, zoals bruggen. Daarmee kan een verbinding worden gemaakt met het woonperceel.
Wonen
Gebruik
De planlocatie Ooyhuizensestraat 2 is bestemd als 'Wonen'. Deze gronden zijn bestemd voor wonen, de uitoefening van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit (onder voorwaarden) en hobbymatig agrarisch gebruik. Een en ander met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tuinen en erven.
Bouwen
Hoofdgebouwen zijn uitsluitend binnen de opgenomen bouwvlakken toegestaan. De bouwvlakken bieden slechts een beperkte mate van flexibiliteit. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 6 en 10 meter. De maximale inhoud is 600 m³ per woning, dit is overeenkomstig het huidige bestemmingsplan. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen', die op 3 meter achter de voorgevellijn van de vrijstaande woning is opgenomen. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3 en 5 meter. Voor overkappingen zijn specifieke regels opgenomen (maximaal 30 m², 3 meter hoogte). Verder zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, waarvan de hoogte in de bouwregels is aangegeven.
Voorwaardelijke verplichtingen
In de bouw- en gebruiksregels zijn enkele voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Deze verplichtingen borgen dat de benodigde landschappelijke inrichting, zoals opgenomen in het inrichtingsplan, tijdig wordt gerealiseerd. De inpassing dient na realisatie in stand te worden gehouden. Ook zijn verplichtingen opgenomen met betrekking tot de te nemen maatregelen en uit te voeren andere onderzoeken op het gebied van flora en fauna (zie nader paragraaf 3.10 van deze toelichting). Tenslotte is ook de realisatie van de vereiste extra verevening buiten het plangebied geborgd.
Wonen - Landgoed
Gebruik
Op de locatie Wolfkampseweg ong. wordt de nieuwe woning in een landgoed-achtige setting gerealiseerd. Voor het woonperceel zelf (woning met bijgebouwen en bijbehorende tuin) is de bestemming 'Wonen - Landgoed' opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor wonen, de uitoefening van een aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteit (onder voorwaarden) en hobbymatig agrarisch gebruik. Een en ander met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tuinen en erven.
Bouwen
Er wordt een woning met een landgoed-allure gerealiseerd. De opgenomen bouwregels komen overeen met de eisen uit het inrichtingsplan. Het hoofdgebouw is uitsluitend binnen het opgenomen bouwvlak toegestaan, dat slechts een beperkte mate van flexibiliteit biedt. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 6 en 10 meter. De bouwhoogte mag met 2 meter worden overschreden door één uitbouw. De maximale inhoud is 1.500 m³. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen zijn toegestaan binnen het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 4 en 7 meter. Voor overkappingen zijn specifieke regels opgenomen (maximaal 30 m², 3 meter hoogte). Verder zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan, waarvan de hoogte in de bouwregels is aangegeven.
Voorwaardelijke verplichtingen
In de bouw- en gebruiksregels zijn enkele voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Deze verplichtingen borgen dat de benodigde landschappelijke inrichting, zoals opgenomen in het inrichtingsplan, tijdig wordt gerealiseerd. De inpassing dient na realisatie in stand te worden gehouden. Ook is de openbare toegankelijkheid van de wandelpaden bij het landgoed geborgd. Verder is opgenomen dat een ecologisch onderzoek moet worden uitgevoerd (zie nader paragraaf 3.10 van deze toelichting). Tenslotte is ook de realisatie van de vereiste extra verevening buiten het plangebied geborgd.
Waarde - Archeologie en Waarde - Archeologische verwachting 2 en 3
In het plan zijn op beide locaties een archeologische dubbelbestemmingen opgenomen, ten behoeve het behoud en de bescherming van archeologische waarden in of nabij het plangebied. Naast de betreffende dubbelbestemming hebben de betrokken gronden altijd nog de betreffende hoofdbestemming. De bepalingen van de hoofdbestemming en de dubbelbestemming zijn beide van toepassing, maar bij strijd tussen deze bepalingen prevaleren de bepalingen van de dubbelbestemming. De reden hiervoor is dat de belangen van de dubbelbestemming zwaarder wegen dan die van de hoofdbestemming. De dubbelbestemming bevat een omgevingsvergunningplicht en plicht tot het doen van archeologisch onderzoek voor bodemingrepen groter dan de opgenomen drempelwaarden (oppervlakte en diepte). Met de voorgenomen ontwikkelingen wordt deze drempelwaarde niet overschreden.
Waterstaat - Waterkering
Ter bescherming van (het doelmatig functioneren van) de waterkering ten noorden van de planlocatie Ooyhuizensestraat 2 is de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. Binnen deze bestemming mogen geen nieuwe gebouwen of bouwwerken, anders dan ten behoeve van de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering worden gebouwd. Na advies van de beheerder van de waterkering, kan een omgevingsvergunnging worden verleend voor nieuwe bouwwerken en gebouwen overeenkomstig de hoofdbestemming. In dit geval is van belang dat er geen nieuwe gebouwen binnen de beschermingszone van de waterkering worden gebouwd en de belangen van de waterkering niet worden geschaad.
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Algemene gebruiksregels
Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan voor alle opgenomen bestemmingen.
Algemene aanduidingsregels
In dit artikel zijn regels opgenomen, die gelden voor het grondwaterbeschermingsgebied op de locatie Wolfkampseweg ongenummerd ('milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied'). Voor bouw- en andere werkzaamheden zijn beperkingen opgenomen voor zover het om een diepte van meer dan 2 meter onder maaiveld gaat. Hiermee worden de relevante regels van de provinciale Omgevingsverordening doorvertaald in het plan.
Algemene afwijkingsregels
In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om door middel van een omgevingsvergunning af te kunnen wijken van de regels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Er zijn bevoegdheden opgenomen met betrekking tot de maatvoering, bouwgrenzen, evenementen, nutsvoorzieningen, de maximale inhoud van woningen en tijdelijk kamperen.
Algemene wijzigingsregels
In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een wijzigingsplan afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Dit betreft kleine wijzigingen van de bestemmingsgrenzen.
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Het voor alle bestemmingsplannen verplichte overgangsrecht is opgenomen. Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet.
Slotregel
Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
Kostenverhaal
Uitgangspunt voor de beoogde ontwikkelingen is dat deze voor de gemeente budgetneutraal worden ontwikkeld. Op grond van artikel 6.12 lid 1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de gemeenteraad van Overbetuwe verplicht om, indien er sprake is van een bouwplan, de gemeentelijke kosten te verhalen.
De kosten worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening en een met de initiatiefnemer afgesloten anterieure overeenkomst. Met de ontwikkelende eigenaar van de gronden die binnen het plangebied gelegen, wordt een planschadeovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over het verhaal van kosten, dit is daarin op afdoende wijze vastgelegd.
Financiële haalbaarheid
De initiatiefnemer beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkelingen te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien kan het noodzakelijk zijn om belanghebbenden de gelegenheid te bieden om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dit is afhankelijk van de inspraakverordening van de gemeente. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan.
Artikel 3.1.1 van het besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Gezien de aard van het initiatief heeft vooroverleg met de provincie Gelderland plaatsgevonden. De provincie is akkoord met de voorgenomen ontwikkeling.
De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan heeft plaatsgevonden volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is in dit kader ter visie gelegd gedurende een periode van zes weken vanaf 15 februari tot en met 28 maart 2018. Gedurende deze periode kon een ieder zijn zienswijzen kenbaar maken tegen het plan. Binnen deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Twee twee zienswijzen zijn buiten de termijn ingediend en zijn daarom niet-ontvankelijk. Uit zorgvuldigheidsoogpunt zijn de zienswijzen inhoudelijk behandeld in het Rapport zienswijzen & ambtshalve wijzigingen, dat bij het vaststellingsbesluit is gevoegd. Eén zienswijze heeft geleid tot ambtshalve aanpassingen aan de regels, de verbeelding en de toelichting van het bestemmingsplan. Deze wijzigingen hebben betrekking op het grondwaterbeschermingsgebied op de planlocatie Wolfkampseweg.
Het plan is vervolgens gewijzigd vastgesteld door de gemeenteraad op 29 mei 2018.
Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.