| Plan: | Partiële herziening KBP zuidoost, Hapert |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1728.BPA5031KBPZOuits-VAST |
Het bestemmingsplan 'Partiële herziening KBP zuidoost, Hapert' met identificatienummer NL.IMRO.1728.BPA5031KBPZOuits-VAST van de gemeente Bladel.
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
Het bestemmingsplan 'bestemmingsplan KBP 2008, herziening 2011' met identificatienummer NL.IMRO.1728.BPA5011KBPherz11-VAST, aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Bladel d.d. 18 augustus 2011.
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
De denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het oorspronkelijk hoofdgebouw – zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen – alsmede het verlengde daarvan tot de zijdelingse perceelsgrenzen.
Landbouwvoertuigen.
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan-huis-verbonden beroepen daaronder niet begrepen.
Een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) één of meerdere personen, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is.
De totale vloeroppervlakte van een kantoor, winkel, bedrijf of voorziening met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten.
Bedrijven die vallen onder de SBI-codes: 50 t/m 52 en 64 t/m 90 van de bij dit plan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten.
Bedrijven die vallen onder de SBI-codes: 15 t/m 45 van de bij dit plan behorende Staat van bedrijfsactiviteiten.
Bedrijven die vallen onder de SBI-codes: 60 tot en met 63 van de bij dit plan behorende de Staat van bedrijfsactiviteiten.
Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
De grens van een bestemmingsvlak.
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk met een dak.
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
De grens van een bouwvlak.
Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond met uitsluiting van onderbouw en zolder.
Een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw, dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen.
Een (middels eigendom) aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten ten behoeve van één bedrijf.
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.
De som van de bruto vloeroppervlakte van binnenruimten van gebouwen welke tot het complex behoren.
De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur.
Een gesloten bovenbeëindiging van een gebouw c.q. bouwwerk.
Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
Het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden.
Die vormen van gebruik van de natuur die gericht zijn op overdracht van kennis over natuur- en landschap en die ondergeschikt zijn aan de functie van de bestemming.
Doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan.
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Het gebruiken, doen en laten gebruiken.
Een zone als bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder, waarbuiten de geluidsbelasting vanwege het motorcrossterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.
Inrichting als bedoeld in artikel 1, lid 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 2.1, lid 3, van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken.
Een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken.
Het bedrijfsmatig verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van etenswaren, en het ten gehore brengen van muziek, met uitzondering van mechanisch versterkte muziek, en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, maar met uitzondering van erotisch getinte vermaaksfunctie en dat overdag en/of in de avond
Een gedeelte van een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve, boekhoudkundige, financiële, technische, organisatorische en/of zakelijke dienstverlening, niet zijnde detailhandel, al dan niet met een publieksgerichte baliefunctie.
weggebruikers in de vorm van niet-motorvoertuigen, (brom-)fietsers, voetgangers, geleiders/berijders van een dier en motorvoertuigen met een snelheidsbeperking, zoals landbouwvoertuigen.
Hoogte waarop het omliggende terrein aansluit op de woning.
De aan een gebied toegekende waarden in verband met de aanwezige biotopen,bijzondere flora en fauna, ecologische samenhangen en structuren.
Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding.
Een recreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit gebruik is toegestaan.
Een gebouw bestemd voor verblijfsrecreatie ten dienste van een huishouden dat zijn hoofdverblijf elders heeft.
Een dak bestaande uit een reeks achter elkaar geplaatste zadeldaken met ongelijke schilden.
De voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
Een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen.
Een onderkomen, onder welke benaming dan ook aangeduid, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot logies-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen en dat door de aanwezigheid van een chassis, assenstelsel en wielen wel over korte afstand naar een vaste standplaats kan worden verreden, doch dat niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen als aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien dit onderkomen wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt het voor de toepassing van dit plan aangemerkt als stacaravan.
Het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte(n).
Een vorm van recreatief verblijf, waarbij sprake is van overnachtingen anders dan met gebruikmaking van een hotel, pension of woning dan wel een vaartuig.
De gevel van een gebouw, die gekeerd is naar de weg.
De denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen.
Een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde.
Wet van 6 november 2008, Stb. 496, houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
Wet van 16 februari 1979, Stb. 99, houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
Wet van 20 oktober 2006, Stb. 566, houdende nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van één of meerdere personen.
Vrachtwagens, bestelauto's, personenauto's dan wel andere motorvoertuigen die op naam staan van een bedrijf .
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
De kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend bouwwerk.
Het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van het bebouwbare oppervlak van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak.
Tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.
Conform NEN 2508.
Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.
Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel van een gebouw of bouwwerk.
Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, tenzij in de regels anders is aangegeven.
Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwperceel ter plaatse van het bouwwerk.
Voor bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met 0,20 m;
in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwperceel vermeerderd met 0,20 m.
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de (digitale) verbeelding.
De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
een en ander met bijbehorende voorzieningen en met in achtneming van het volgende:
De volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan:
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 3.4.1 wordt in elk geval gerekend:
Bij het bouwen en/of gebruiken van gebouwen of bouwwerken dienen voor aanvang van het bouwen en/of gebruiken van de gebouwen en bouwwerken zoals bedoeld in dit artikel, de geluidsoverdrachtbeperkende maatregelen zoals omschreven in voetnoot 8 van het Akoestisch Rapport opgenomen in Bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan, behoudens de daar genoemde aarden wal ten zuiden van de lange baan van 4m, te worden gerealiseerd en, zolang de gebouwen en bouwwerken in stand worden gehouden, te worden gehandhaafd.
De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbijbehorende:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen:
| Bouwwerk, geen gebouw zijnde | Maximale hoogte in m |
| Bewegwijzeringen | 7 |
| Licht- en andere masten | 5 |
| Uitkijktoren | 7 |
| Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 6 |
Alvorens een omgevingsvergunning kan worden verleend voor de bouw van een gebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd-bedrijf', dient te worden aangetoond dat de uitvoeringswijze geen negatieve gevolgen heeft voor de capaciteit van de bluswatervoorziening.
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
Tot een gebruik van gronden en bouwwerken als bedoeld in artikel 4.3.1 wordt in ieder geval gerekend het gebruik:
Bij het bouwen en/of gebruiken van gebouwen of bouwwerken ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd-bedrijf' dienen voor aanvang van het bouwen en/of gebruiken van de gebouwen en bouwwerken zoals bedoeld in dit artikel, geluidsoverdrachtbeperkende maatregelen zoals omschreven in voetnoot 8 van het Akoestisch Rapport opgenomen in Bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan, behoudens de daar genoemde aarden wal ten zuiden van de lange baan van 4m, te worden gerealiseerd en, zolang de gebouwen en bouwwerken in stand worden gehouden, te worden gehandhaafd.
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het verbod in artikel 4.3.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:
Het in artikel 4.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden welke:
De in artikel 4.5.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuur- en/of landschappelijke waarden van de gronden.
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden, zijn bestemd voor:
met daaraan ondergeschikt:
met de daarbij behorende:
Voor het bouwen van gebouwen voor telecommunicatie, water- en energiedistributie gelden de volgende bepalingen:
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:
| Bouwwerk, geen gebouw zijnde | Maximale hoogte in m |
| Palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer | 12 |
| Viaducten: - constructiedeel - verlichtingsmasten/balustrades (gemeten vanaf bovenkant constructiedeel) |
8 8 |
| Alarmmasten | 40 |
| Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde | 6 |
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.1 teneinde ten behoeve van gebouwen voor telecommunicatie, water- en energiedistributie een bouwhoogte van maximaal 4 m toe te staan, met inachtneming van de volgende bepalingen:
Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 5.4.1, wordt in ieder geval gerekend het gebruik:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Op de gronden ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'geluidzone - motorcrossterrein' zijn, naast het bepaalde in de voor deze gronden aangewezen bestemmingen, geen nieuwe geluidgevoelige objecten toegestaan.
Grond welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Het is verboden de in het plan begrepen gronden en de daarop voorkomende bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de in het plan aan de grond gegeven bestemming(en).
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het in artikel 9.1 vervatte verbod indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Onder strijdig gebruik als bedoeld in dit artikel 9.1 wordt in ieder geval verstaan; voorzover niet rechtstreeks dienend voor het normale gebruik overeenkomstig de bestemming:
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van:
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.1 kan slechts worden verleend, mits:
Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen waardoor het mogelijk wordt af te wijken van bestemmingsgrenzen in het horizontale vlak op de verbeelding, mits en voor zover afwijking noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein en er geen dringende reden zijn die zich tegen de afwijking verzetten, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan Partiële herziening KBP zuidoost, Hapert van de gemeente Bladel.