direct naar inhoud van Regels
Plan: Wijzigingsplan Broekhovenseweg 14, Riethoven
Status: vastgesteld
Plantype: wijzigingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.1724.WPUbrk0035-VAST

Regels

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

Artikel 1 Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 plan:

het wijzigingsplan 'Broekhovenseweg 14' van de gemeente Bergeijk.

1.2 wijzigingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1724.WPUbrk0035-VAST met de bijbehorende regels en bijlagen.

1.3 aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.4 bestemmingsplangebied Buitengebied Bergeijk 2011:

het bestemmingsplan 'Buitengebied Bergeijk 2011', zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Bergeijk d.d. 7 juli 2011.

1.5 Bestemmingsplan Herziening Buitengebied Bergeijk 2014

Het bestemmingsplan 'Herziening Buitengebied Bergeijk 2014' zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Bergeijk d.d. 1 juli 2014.

1.6 bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

Artikel 2 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - 1

2.1 Algemeen

Na gebruikmaking van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 5.7.10 van het bestemmingsplan 'Buitengebied Bergeijk 2011', ten behoeve van de vestiging van een niet-agrarische functie zijn de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Bergeijk 2011' van de gemeente Bergeijk zoals vastgesteld d.d. 7 juli 2011 voor zover relevant en met uitzondering van artikel 32 (Slotregel) en de regels van het bestemmingsplan 'Herziening Buitengebied Bergeijk 2014' van de gemeente Bergeijk, zoals vastgesteld d.d. 1 juli 2014 voor zover relevant en met uitzondering van artikel 41 (Slotregel) van overeenkomstige toepassing.

2.2 Aanvullende bestemmingsomschrijving

De voor "Agrarisch met waarden-landschapswaarden - 1 " zijn mede bestemd voor:

  • a. uitsluitend groenvoorzieningen in de vorm van erfbeplanting en landschappelijke inpassing ter plaatse van de aanduiding 'groen';

Artikel 3 Bedrijf

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. een groothandelsbedrijf in gereedschappen
  • b. een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning';
  • c. aan-huis-verbonden beroepen;
  • d. behoud van aanwezige cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en monumenten ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek';
  • e. groenvoorzieningen;
  • f. (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen;
  • g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen;
  • h. nutsvoorzieningen.
3.2 Bouwregels
3.2.1 Algemeen
  • a. Per bestemmingsvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één bedrijf toegestaan.
  • b. De afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, mag niet minder bedragen dan 18 m.
  • c. De afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterste perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 5 m.

3.2.2 Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende bepalingen:

  • a. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 4,5 m.
  • b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m.
  • c. De maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing mag niet meer bedragen dan 400 m².

3.2.3 Bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen en bijgebouwen bij bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen:

  • a. Het aantal bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan één.
  • b. Het bouwen van nieuwe bedrijfswoningen is niet toegestaan.
  • c. De inhoud van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m³
  • d. In afwijking van het bepaalde in lid c mag de inhoud van de bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek niet meer bedragen dan 1.280 m³.
  • e. De gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan120 m² per bedrijfswoning.
  • f. De goothoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
  • g. De bouwhoogte van de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 10 m.
  • h. De goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m.
  • i. De bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5,5 m.
  • j. Vrijstaande bijgebouwen en overkappingen dienen op een afstand van ten minste 2,5 m achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd.
  • k. De afstand van vrijstaande bijgebouwen en overkappingen tot de bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 20 m.
  • l. De dakhelling van bijgebouwen mag niet minder bedragen dan 15º en niet meer dan 45º.

3.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde gelden de volgende voorwaarden:

  • a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat de hoogte vóór de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m.
  • b. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen, mag niet meer bedragen dan 3 m.

3.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in:

  • a. lid 3.2.1 onder c voor het bouwen binnen 5 m van de zijdelingse en/of achterste perceelgrens, mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast;
  • b. lid 3.2.2 onder a en b voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere goothoogte tot maximaal 7,5 m en/of een hogere bouwhoogte tot maximaal 15 m, indien dit noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering, en mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast;
  • c. lid 3.2.3 onder e voor het vergroten van de oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen naar maximaal 150 m² per woning of wooneenheid, indien ten minste 5% van het bestemmingsvlak wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing;
  • d. lid 3.2.3 onder k voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 20 m van de bedrijfswoning, indien dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel;
  • e. lid 3.2.4 onder a voor het bouwen van terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 m vóór de voorgevelrooilijn, mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast;
  • f. lid 3.2.4 onder b voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen met een hogere bouwhoogte tot 6 m mits hierdoor het stedenbouwkundig/ruimtelijk beeld en de verkeersveiligheid niet wordt aangetast;
  • g. lid 3.2.4 onder b voor het bouwen van kleine windmolens, ten behoeve van de opwekking van duurzame energie, waarbij dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden:
  • 1. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m.
  • 2. De kleine windmolens mogen uitsluitend binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd.
  • 3. Er mag geen sprake zijn van milieuhygiënische belemmeringen.
3.4 Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Algemeen
  • a. Buitenopslag, zelfstandige kantoren en detailhandelsvoorzieningen is niet toegestaan.

3.4.2 Voorwaardelijke verplichting

Het is slechts toegestaan de gronden met de bestemming "bedrijf" te bebouwen en te gebruiken ten dienste van de bestemming, indien:

  • a. de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing, niet zijnde de bijgebouwen bij bedrijfswoningen, zoals ook aangegeven in artikel 3.2.2 is gesaneerd tot een maximum oppervlakte van 400 m2;
  • b. de bebouwing ter plaatse van de aanduiding karakteristiek is gerenoveerd conform de bouwhistorische verkenning met waardestelling" zoals die is opgesteld door W. Beelen en welke is opgenomen in Bijlage 1 behorende bij wijzigingsplan "Broekhovenseweg 14"
  • c. de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' duurzaam in stand wordt gehouden;
  • d. de landschappelijke inpassing, zoals weergegeven in Bijlage 2 behorende bij wijzigingsplan "Broekhovenseweg 14" is aangelegd en na aanleg duurzaam wordt beheerd en in stand wordt gehouden.

3.4.3 Aan-huis-verbonden beroep of bedrijf

Binnen deze bestemming is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen of bedrijven toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de bedrijfswoning, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing van de bedrijfswoning en/of bijgebouwen tot een maximum van 75 m².
  • b. Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken.
  • c. Er vindt geen detailhandel plaats, uitgezonderd detailhandel in beperkte, ondergeschikte mate, indirect verband met de uitoefening van aan huis gebonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten.
  • d. De activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner(s).

3.4.4 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.1 onder a ten behoeve het vestigen van een bedrijf dat is opgenomen in Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bij wijzigingsplan "Broekhovenseweg 14" danwel voor een ander soort bedrijf dan is opgenomen in Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bijwijzigingsplan "Broekhovenseweg 14'onder de volgende voorwaarden:

  • a. De oppervlakte bedrijfsbebouwing mag niet worden vergroot.
  • b. Ingeval van bedrijven die niet voorkomen in Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bij wijzigingsplan "Broekhovenseweg 14" zijn alleen bedrijven die naar aard en invloed gelijk te stellen zijn met de bedrijven zoals die voorkomen in Bijlage 3 Staat van bedrijfsactiviteiten, toegestaan.
  • c. De uitbreiding mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bestaande bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven.
  • d. Het nieuw te vestigen bedrijf mag geen grotere publieks- en/of verkeersaantrekkende werking hebben dan de oorspronkelijk toegestane bedrijfssoort.
  • e. Er mag geen nieuwvestiging van detailhandel en zelfstandige kantoren plaatsvinden.

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.5.1 Werken en werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren ter plaatse van de aanduiding 'groen':

  • a. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas.

3.5.2 Uitzonderingen

De omgevingsvergunningplicht is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  • a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn;
  • b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

3.5.3 Toelaatbaarheid

De in lid 3.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving aangegeven waarden.

3.6 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
3.6.1 Verbod

Ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag over te gaan tot het geheel of gedeeltelijk slopen van bouwwerken met cultuurhistorische waarden.

3.6.2 Toelaatbaarheid

Het geheel of gedeeltelijk slopen van de in 3.6.1 bedoelde bouwwerken is slechts toelaatbaar indien voldaan wordt aan één van de volgende voorwaarden:

  • a. het betreft delen van een pand of bijgebouwen, die op zichzelf niet als karakteristiek vallen aan te merken, en door sloop daarvan vindt geen onevenredige aantasting plaats van de karakteristieke hoofdvorm van het woongebouw;
  • b. de karakteristieke hoofdvorm van de (bedrijfs)woning is niet te handhaven vanwege de slechte bouwkundige staat;
  • c. indien renovatie van het hoofdgebouw in de karakteristieke hoofdvorm van de (bedrijfs)woning niet mogelijk is mag het hoofdgebouw in de vorm van de woning in zijn geheel worden gesloopt indien een hoofdgebouw in de vorm van de (bedrijfs)woning wordt teruggebouwd waarbij geldt dat:
  • 1. de goothoogte niet meer mag bedragen dan 3,5 meter;
  • 2. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 7,5 meter.
  • 3. de inhoud niet meer bedraagt dan 750 m³
  • d. naast de hiervoor aangegeven voorwaarden geldt dat op basis van een hiertoe opgesteld rapport door een terzake deskundige de betreffende cultuurhistorische waarden, de bouwkundige staat, de kosten van renovatie en de waarde van het pand voor en na eventuele renovatie, onderbouwd dienen te worden.
3.7 Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1 Wijzigen naar Wonen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor zover het de voormalige bedrijfswoning betreft, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  • a. Het bedrijf ter plaatse is beëindigd en hergebruik is niet langer mogelijk.
  • b. Het bestemmingsvlak wordt verkleind tot de voormalige bedrijfswoning met bijhorende tuinen, erven en verhardingen en de wijziging gelijktijdig plaatsvindt met wijziging van de overige gronden naar de aangrenzende 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden 1', waarbij deze worden bestemd overeenkomstig de genoemde aangrenzende bestemmingen.
  • c. De voormalige bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt waarbij geldt dat 20% van de oppervlakte van de voormalige te slopen bedrijfsgebouwen mag worden toegevoegd aan de bestaande oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 200 m²;
  • d. De woning mag geen onevenredige beperking opleveren voor de bedrijfsvoering/bedrijfsontwikkeling van omliggende (agrarische) bedrijven.
  • e. De woning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat.
  • f. De wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap en/of cultuurhistorische en/of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied.

3.7.2 Verwijderen aanduiding

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming te wijzigen door de aanduiding 'karakteristiek' te verwijderen, indien het betreffende gebruik definitief is beëindigd danwel de betreffende bebouwing niet meer aanwezig is.

Hoofdstuk 3 Slotregel

Artikel 4 Slotregel

Deze regels kunnen worden aangehaald als: 'Regels van het wijzigingsplan Broekhovenseweg 14'.