| Plan: | St. Janstraat 10-12 |
|---|---|
| Status: | vastgesteld |
| Plantype: | bestemmingsplan |
| IMRO-idn: | NL.IMRO.1723.BPstjanstraat-VS01 |
In deze regels wordt verstaan onder:
het bestemmingsplan “St. Janstraat 10-12” van de gemeente Alphen-Chaam;
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1723.BPstjanstraat-VS01 met de bijbehorende regels;
een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig, (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
woningen die onderdeel uitmaken van een blok van meer dan twee aaneengebouwde woningen, niet zijnde gestapelde woningen;
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend;
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebieden dat door zijn beperkte omvang in woning en daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend;
een bedrijfsmatige activiteit uitsluitend of overwegend gericht op het verlenen van administratieve diensten en/of het uitvoeren van handelingen die een administratieve voorbereiding of uitwerking behoeven waarbij het rechtstreekse contact met het publiek een ondergeschikt onderdeel vormt;
een aanbouw of een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is;
een container voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet milieubeheer;
een antennemast of andere constructie waaraan een antenne is bevestigd;
installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
een in de regels en/of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel c.q. bouwvlak (bouwzone) of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; hierbij worden ondergrondse bouwwerken meegerekend;
een bouwwerk, dat:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
een gebouw dat door zijn indeling en inrichting geschikt is om uitsluitend of hoofdzakelijk te worden gebruikt voor het vervaardigen, bewerken, verwerken of opslaan van goederen;
de grens van een bestemmingsvlak;
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
een vrijstaand gebouw dat zowel in bouwkundig (constructie) architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) als in functioneel opzicht ondergeschikt is aan het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
de grens van een bouwvlak;
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan;
de grens van een bouwperceel;
bouwverordening als bedoeld in artikel 8 van de Woningwet;
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, alsmede anders dan voor verbruik ter plaatse;
al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;
een aan nader bepaalde maatvoeringeisen verbonden ondergeschikt aangebouwd gedeelte (aanbouw) van een woning aan een gevel in één bouwlaag, eventueel met een schuin kapje;
de natuurlijke persoon, groep of rechtspersoon die bedrijfsmatig, of van omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte (van een seksinrichting) wordt uitgeoefend;
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
gebouw ten behoeve van een op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het wegverkeer;
een bouwperceel dat zowel aan de zijde van de voorgevel als aan één zijdelingse zijde grenst aan de weg of het openbaar groen;
elke vorm van handel dat wil zeggen het bedrijfsmatig ten verkoop uitstallen, te koop aanbieden, verkopen of leveren van goederen;
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming die het belangrijkst is;
het inpassen van een gebouw, of een gebruik in het landschap, op perceels-, of clusterniveau, waarbij afstemming plaatsvindt op de structuur van het landschap door middel van de architectuur en/of de sloop, of situering van de gebouwen en/of de aanplant van gebiedseigen beplanting, dan wel de aanleg van andere landschappelijke elementen, zoals waterpartijen, of grondwallen;
de lijst van bedrijven bevattende basisinformatie voor milieuzonering zoals die lijst is opgenomen in de bijlage behorende bij deze regels;
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband;
vergunning als bedoeld in artikel 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil;
werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden die onder peil plaatsvinden;
een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen op minimaal 1,75 m¹ onder peil;
voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, arken, kampeermiddelen en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken;
het bedrijfsmatig opslaan van goederen, grondstoffen, andere stoffen en materialen;
elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van gemotoriseerd verkeer:
het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen;
een vrijstaand of aangebouwd bouwwerk, bestaande uit een constructie van verticaal geplaatste palen of kolommen, gekoppeld aan een bovenlegger met eventueel hierop onder een hoek van 90º geplaatste dwarsligger; de pergola mag tot maximaal 1 m1 boven het maaiveld als een gesloten constructie worden uitgevoerd;
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostitué/prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen met als doel het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, waarin bedrijfsmatig handelingen en/of vertoningen plaatsvinden van seksuele, erotische en/of pornografische aard;
een speeltoestel als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen;
het zich op de openbare weg respectievelijk op openbare ruimten of in een zich op de openbare weg respectievelijk openbare ruimte bevindend voertuig beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
de meest gezichtsbepalende gevel van een gebouw aan de straatzijde of het openbaar gebied;
de op de verbeelding als zodanig aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw op moet zijn georiënteerd, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen;
denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen;
op het openbare net aangesloten werken en/of bouwwerken ten behoeve van het openbaar nut, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer;
weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of bouwwerk;
alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies of inrichtingen met toebehoren;
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met daarbij behorende:
3.2.1 Algemeen
Voor het bouwen geldt dat op de in 3.1 bedoelde gronden uitsluitend bouwwerken ten dienste van de genoemde bestemmingsomschrijving mogen worden gebouwd.
3.2.2 Bouwvlak
Binnen het bouwvlak gelden de volgende regels:
| Gebouwen, niet zijnde een woning | Eis |
| maximale goothoogte bedrijfsbebouwing | zie aanduiding |
| maximale bouwhoogte bedrijfsbebouwing | zie aanduiding |
| Woning | Eis |
| maximale diepte | 14 meter |
| maximale goothoogte | 6 meter |
| maximale bouwhoogte | 10 meter |
| minimale afstand tot zijdelingse perceelsgrens | 3 meter |
| Bijgebouwen bij woning | Eis |
| maximale goothoogte | 3 meter |
| maximale bouwhoogte | 5 meter |
| maximaal gezamenlijk oppervlak | 80 m² |
| Voorzieningen van algemeen nut | Eis |
| maximale bouwhoogte | 3 meter |
| maximaal oppervlak | 25 m² |
| Situeringeisen | Eis |
| afstand hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens | 3 meter |
| afstand bijbehorend bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens | 1 meter |
| afstand gebouwen tot de achterste perceelsgrens | 1 meter |
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximale bouwhoogte |
| terreinafscheidingen | 2 meter |
| vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen | 8 meter |
| overige bouwwerken | 4 meter |
3.2.3 Buiten het bouwvlak
Buiten het bouwvlak gelden de volgende regels:
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximale bouwhoogte |
| terreinafscheidingen | 1 meter |
| vlaggenmasten en verlichtingsarmaturen | 8 meter |
| speelvoorzieningen en pergola's | 2 meter |
| overige bouwwerken | 1,5 meter |
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen stellen aan:
indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 3.2.3, sub b ten behoeve van de maximale hoogte van een terreinafscheiding tot een hoogte van maximaal 2 meter, indien dit in het belang van het bedrijf is en er geen bezwaren zijn in het kader van de verkeersveiligheid.
3.5.1 Strijdig gebruik van bouwwerken
Tot een strijdig gebruik van de bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor:
3.5.2 Strijdig gebruik van gronden
Tot een strijdig gebruik van de gronden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor:
Onder strijdig gebruik van gronden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo wordt niet alleen het strijdig gebruiken verstaan maar tevens het strijdig laten gebruiken.
3.5.3 Geen strijdig gebruik van gronden
Het bepaalde in 3.5.2, sub c en sub d is niet van toepassing voor zover het betreft:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 3.1, sub a ten behoeve van de vestiging c.q. uitoefening van een bedrijf dat, hoewel het gelijkwaardig is aan categorie 1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten, niet in de Lijst van bedrijfsactiviteiten wordt genoemd, met dien verstande dat bij de beoordeling van de aard en invloed van de milieubelasting van een bedrijf dienen de volgende milieubelastingcomponenten mede in de beoordeling te worden betrokken: geluid, geurproductie, stofuitworp en gevaar, waarbij tevens kan worden gekeken naar de verontreiniging van lucht en bodem, de diversiteit en het al dan niet continue karakter van het bedrijf en de visuele hinder en verkeersaantrekkende werking.
3.7.1 Wijziging lijst van bedrijfsactiviteiten
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen, in die zin dat de Lijst van bedrijfsactiviteiten kan worden gewijzigd, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven.
3.7.2 Wetgevingszone – Wijzigingsgebied 1
Burgemeester en wethouders zijn ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone – wijzigingsgebied 1' bevoegd de in het plan opgenomen bestemming te wijzigen in de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin – 1' en 'Tuin – 2' ten behoeve van de realisatie van één vrijstaande woning, met dien verstande dat:
De voor 'Tuin - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende
4.2.1 Algemeen
Voor het bouwen geldt dat op de in 4.1 bedoelde gronden bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen worden gebouwd ten dienste van de genoemde bestemmingsomschrijving, met uitzondering van speeltoestellen, alsmede toegestaan zijn erkers behorende bij het op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouw.
4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, moeten voldoen aan de maatvoeringseisen, zoals aangegeven in onderstaand schema:
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximale bouwhoogte |
| terreinafscheidingen | 1 meter |
| pergola's | 2,5 meter |
| overige bouwwerken | 1,5 meter |
4.2.3 Erkers
Erkers moeten voldoen aan de maatvoerings- en situeringseisen, zoals aangegeven in onderstaand schema:
| Erker | Eis |
| diepte | niet meer dan 50% van de diepte van de tuin, gemeten ten opzichte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw, met een maximum van 1,5 meter |
| bouwhoogte | één bouwlaag eventueel met schuin kapje |
| breedte | ten hoogste 50% van de breedte van de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw |
| maximaal oppervlak 5 m² | |
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen stellen aan:
indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van:
4.4.1 Strijdig gebruik van gronden
Onder het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt in ieder geval begrepen gebruik van gronden voor:
Onder strijdig gebruik van gronden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo wordt niet alleen het strijdig gebruiken verstaan maar tevens het strijdig laten gebruiken.
4.4.2 Geen strijdig gebruik van gronden en bouwwerken
Het bepaalde in 4.4.1, sub b en sub c is niet van toepassing voor zover het betreft:
De voor 'Tuin - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
met de daarbij behorende:
5.2.1 Algemeen
5.2.2 Bijgebouwen en aanbouwen
| Maatvoering | Eis |
| totale maximale oppervlakte aan bijgebouwen: | |
| bouwpercelen tot en met 300 m² |
- 50 m² |
| bouwpercelen groter dan 300 m² | - 50 m², vermeerderd met 10 % van het aantal m² dat het perceel groter is dan 300 m² tot een maximum van 150 m² |
| maximale goothoogte aanbouwen en bijgebouwen | 3 meter |
| maximale bouwhoogte aanbouwen en bijgebouwen | 5 meter |
| maximale diepte aanbouw | 5 meter |
| maximale diepte aanbouw aan de zijgevel | 5 meter (gemeten vanaf de achtergevel) |
| Situering | Eis |
| minimale afstand van een bijgebouw tot het hoofdgebouw | 2 meter |
| minimale afstand van een aanbouw achter de voorgevellijn | 3 meter |
| minimale afstand van aanbouwen en bijgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens op hoekpercelen | 0 meter, met dien verstande dat minimaal 3 meter tot het openbaar gebied aangehouden dient te worden |
5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, moeten voldoen aan de maatvoeringseisen, zoals aangegeven in onderstaand schema:
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximale bouwhoogte |
| terreinafscheidingen bij niet-hoekpercelen | 2 meter |
| terreinafscheidingen bij hoek-percelen, vóór de voorgevellijn en tot 3 meter achter de voorgevellijn | 1 meter |
| terreinafscheidingen bij hoek-percelen, vanaf 3 meter achter de voorgevellijn | 2 meter |
| pergola's | 2,5 meter |
| speeltoestellen | 3 meter |
| overige bouwwerken | 1,5 meter |
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen stellen aan:
indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van:
5.4.1 Strijdig gebruik van bouwwerken
Tot een strijdig gebruik van de bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor:
5.4.2 Strijdig gebruik van gronden
Tot een strijdig gebruik van de gronden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor:
Onder strijdig gebruik van gronden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo wordt niet alleen het strijdig gebruiken verstaan maar tevens het strijdig laten gebruiken.
5.4.3 Geen strijdig gebruik van gronden
Het bepaalde in 5.4.2, sub a en sub b is niet van toepassing voor zover het betreft:
5.4.1 Mantelzorg
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 5.4.1, sub c en sub d onder de voorwaarden dat:
5.4.2 Aan huis gebonden bedrijfsmatige activiteiten
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 5.4.1, sub e voor de uitoefening van aan huis gebonden bedrijfsmatige activiteiten in de woning (hoofdgebouw en aanbouwen) en daarbij behorende bijgebouwen, met dien verstande dat:
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
| vrijstaand | vrijstaande woning(en) |
| twee-aaneen | halfvrijstaande woningen |
| aaneengebouwd | aaneengesloten woningen |
| gestapeld | appartementen |
| specifieke bouwaanduiding -geschakeld |
geschakelde woning(en) |
met de daarbij behorende:
6.2.1 Algemeen
6.2.2 Hoofdgebouwen, aanbouwen en bijgebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels:
|
Maatvoeringseisen: hoofdgebouwen |
Vrijstaande woning |
Halfvrij- staande woning |
Aaneengesloten woning | Apparte-menten |
Geschakel- de woning |
| maximale goothoogte | 7 meter | 7 meter | 7 meter | 7 meter | 7 m¹ |
| maximale bouwhoogte | 10 meter | 10 meter | 10 meter | 11 meter | 10 m¹ |
| maximale ondergrondse bouwdiepte | 3 meter | 3 meter | 3 meter | 3 meter | 3 m¹ |
| verplichte kapafdekking | ja | ja | ja | ja | ja |
| maximale dakhelling | 65° | 65° | 65° | 65° | 65° |
| minimale dakhelling | 15° | 15° | 15° | 15° | 15° |
|
Maatvoeringseisen: bijgebouwen en aanbouwen |
|||||
| maximale goothoogte | 3 meter | 3 meter | 3 meter | 3 meter | 3 m¹ |
| maximale bouwhoogte | 5 meter | 5 meter | 5 meter | 5 meter | 5 m¹ |
6.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van gebouwen, geen gebouwen zijnde gelden de volgende maatvoeringseisen:
| Bouwwerken, geen gebouwen zijnde | Maximale bouwhoogte |
| terreinafscheidingen bij hoek-percelen, vanaf 3 meter achter de voorgevellijn | 2 meter |
| pergola's | 2,5 meter |
| speeltoestellen | 3 meter |
| overige bouwwerken | 1,5 meter |
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen stellen aan:
indien dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van:
6.4.1 Strijdig gebruik van bouwwerken
Tot een strijdig gebruik van de bouwwerken als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor:
6.4.2 Strijdig gebruik van gronden
Tot een strijdig gebruik van de gronden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo, wordt in ieder geval gerekend het gebruik voor:
Onder strijdig gebruik van gronden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo wordt niet alleen het strijdig gebruiken verstaan maar tevens het strijdig laten gebruiken.
6.4.3 Geen strijdig gebruik van gronden
Het bepaalde in 6.4.2, sub a en sub b is niet van toepassing voor zover het betreft:
6.5.1 Mantelzorg
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 6.4.1, sub c en sub d onder de voorwaarden dat:
6.5.2 Aan huis gebonden bedrijfsmatige activiteiten
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in 6.4.1, sub e voor de uitoefening van aan huis gebonden bedrijfsmatige activiteiten in de woning (hoofdgebouw en aanbouwen) en daarbij behorende bijgebouwen, met dien verstande dat:
De voor 'Waarde – Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden.
7.2.1 Voorrangsregeling
In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.
7.2.2 Gebouwen
Op of in deze gronden mogen geen gebouwen dan wel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van:
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2 en toestaan dat in de andere bestemming gebouwen worden gebouwd, mits:
7.4.1 Verbod
Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde – Archeologie' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren:
7.4.2 Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in 7.3.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die:
7.4.3 Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in 7.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de bestemming 'Waarde - Archeologie' (geheel of gedeeltelijk) van de verbeelding wordt verwijderd, als op basis van archeologisch onderzoek, dat voldoet aan de normen van de archeologische beroepsgroep, geen archeologische waarden zijn vastgesteld. Alvorens een wijziging wordt uitgevoerd wordt advies ingewonnen bij de regioarcheoloog.
8.1 Bestemming
De voor 'Waarde – Ecologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), tevens bestemd voor instandhouding, versterking en ontwikkeling van de mogelijk voorkomende ecologische waarden zoals geconstateerd in de aanwezige bebouwing.
8.2.1 Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen.
8.2.2 Uitzonderingen
Het in 8.2.1 vervatte verbod geldt niet voor:
8.2.3 Verlening
De in 8.2.1 genoemde omgevingsvergunning voor het slopen wordt slechts verleend indien en voorzover door de sloopwerkzaamheden geen onevenredige aantasting ontstaat of kan ontstaan van de ecologische waarden, waarbij een rapport wordt overlegd waarin wordt aangetoond dat de ecologische waarden niet worden verstoord dan wel dat er passende (mitigerende) maatregelen worden getroffen om de waarden in stand te houden dan wel te compenseren.
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
10.1.1 Ondergrondse werken
Voor het uitvoeren van ondergrondse werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, geen beperkingen.
10.1.2 Ondergronds bouwen
Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden, behoudens in deze regels opgenomen afwijkingen, de volgende regels:
10.1.3 Afwijken ondergronds bouwen
10.1.4 Ondergeschikte bouwdelen
De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen mogen in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 uitsluitend worden overschreden door:
Tot het verboden gebruik als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c van de Wabo wordt in ieder geval gerekend:
Onder strijdig gebruik van gronden als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c. Wabo wordt niet alleen het strijdig gebruiken verstaan maar tevens het strijdig laten gebruiken.
Indien niet op grond van een andere bepaling van de regels omgevingsvergunning kan worden verleend, kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de desbetreffende regels van het plan voor overschrijding van de in het plan voorgeschreven maatvoerings- en situeringseisen met ten hoogste 10% onder de voorwaarde dat de verhoging/overschrijding geen onevenredige aantasting tot gevolg mag hebben van:
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 2 voor het oprichten van een antenne-installatie onder de volgende voorwaarden:
Indien niet op grond van de voorgaande regels kan worden afgeweken, zijn burgemeester en wethouders bevoegd omgevingsvergunning te verlenen van de desbetreffende regels van het plan voor:
indien er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan te wijzigen ten aanzien van:
Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb van toepassing.
Bij toepassing van een afwijkingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, is de in hoofdstuk 4 van de Awb en zijn de artikelen 3.1, 3.8 en 3.9 van de Wabo geregelde procedure van toepassing.
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan “St. Janstraat 10-12”.
| Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 12 december 2013. |
|
| de griffier, | de voorzitter, |
| ................................ | ................................ |